CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief 2022-43 inzake 1e doorrekening Meicirculaire gemeentefonds 2022

GEMEENTERAAD 13 juli 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 037.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Raadsinformatiebrief Van

Burgemeester en Wethouder/Burgemeester

Zaak nr.

1160847

Aan

Gemeenteraad

RIB nr.

2022-43

Portefeuillehouder

K.J. Walters

Datum

22 juni 2022

Informatie bij

E.P. Heijnis

Tel. nr.

(035) 629 2796

Onderwerp 1e doorrekening Meicirculaire gemeentefonds 2022

Aanleiding Op 31 mei heeft het Rijk de Meicirculaire gepubliceerd. De belangrijkste onderwerpen zijn; • • • • • •

Ontwikkeling accressen 2022 t/m 2026 Hoeveelheidsverschillen, uitkeringsbasis en uitkeringsfactor Vervallen opschalingskorting 2023 t/m 2025 Afrekening BTW Compensatiefonds 2021 en herzien raming 2022 en verder Energietoeslag lage inkomens Herverdeeleffect als gevolg van de nieuw verdeling van het gemeentefonds met ingang van 2023

Kernboodschap Algemeen • Het college is blij verrast met de voordelige ontwikkelingen van de algemene uitkering voor de periode 2022 t/m 2026. • Het college hecht aan snelle informatievoorziening aan de raad, om die reden legt het college nu een 1e doorrekening van de meicirculaire aan u voor. • Genoemde bedragen zijn nog niet definitief. Er zijn nog een aantal onzekerheden die uitgezocht moeten worden. In de aanloop naar de begroting worden deze onzekerheden nader onderzocht en gekwantificeerd en verwerkt in de programmabegroting 2023. • Het college komt met voorstellen hoe om zal worden gegaan met mogelijke onderuitputting van de uitgaven van het Rijk, Loon- en Prijsstijgingen, het Ravijn 2026, en de stelposten voor Jeugdzorg.

In onderstaande tabel staat op hoofdlijnen aangegeven hoe de financiële mutaties, volgend uit de meicirculaire, conform onze financiële verordening worden verwerkt in de begroting 2022, 2023 en de bijbehorende meerjarenraming t/m 2026.

Disclaimer: Het betreft een 1e doorrekening van de meicirculaire, de genoemde bedragen staan nog niet voor 100% vast en kunnen op onderdelen nog wijzigen. Samenvatting, een + is een nadeel een - is een voordeel 1 Accresontwikkeling 2 Hoeveelheidsverschillen, Uitkeringsbasis en uitkeringsfactor 3 Vervallen opschalingskorting 4 Plafond BTW compensatiefonds 5 Energietoeslag lage inkomens 6 Herverdeeleffect herijking gemeentefonds 7 Verrekening voorschot voorjaarsnota 8 Jeugzorg 9 Overige verschillen 10 Totaal effect begroting

Begroting 2022 2022 -5.080 772 -1.106 0

302 -5.112

2023 -13.186 -3.573 -2.066 -500 -685 6.247 -2.010 3.292 -12.481

Begroting 2023-2026 2024 2025 -21.333 -26.797 -2.845 -2.611 -2.762 -3.464 -500 -500

2026 -14.438 -2.680 0 -500

-2.053 11.599

-3.422 14.643

-3.422 9.874

3.288 -14.606

3.271 -18.880

2.345 -8.821

Tabel 1. Bedragen maal € 1.000 Toelichting: 1. Accres De accressen zijn hoger dan eerder gemeld in de Maartbrief 2022 en bijgesteld op basis van de Voorjaarsnota 2022 van het Rijk. In de jaren 2022 tot en met 2025 zijn de hogere accressen het gevolg van extra rijksuitgaven voor vennootschapsbelasting (Vpb), koppeling AOW aan stapsgewijze verhoging wettelijk minimumloon (WML), inkomensbelasting Box 3 en defensie-uitgaven. Ook is het accres opwaarts bijgesteld als gevolg van een hogere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen. 2. Hoeveelheidsverschillen, uitkeringsbasis en uitkeringsfactor De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. Door wijzigingen in aantallen eenheden, bedrag per eenheid en de uitkeringsfactor wijzigt de algemene uitkering. 3. Vervallen opschalingskorting Het kabinet heeft besloten deze kabinetsperiode de oploop van de opschalingskorting te schrappen voor de periode 2022 tot en met 2025. Voor 2022 was de oploop van de opschalingskorting voor gemeenten al geschrapt. Vanaf 2026 wordt het restant van de opschalingskorting van € 675 miljoen alsnog geëffectueerd. 4.

Plafond BCF, afrekening 2021 en nieuwe raming 2022 t/m 2026 Via de septembercirculaire 2021 is een voorschot voor het jaar 2021 verstrekt. Via deze meicirculaire volgt de afrekening voor het jaar 2021, een voordeel van € 606.000 ten opzichte van het voorschot zoals verleend bij de septembercirculaire 2021. Het totaalbedrag van de afrekening komt daarmee voor 2021 uit op € 1,691 miljoen. De afrekening over het jaar 2021 heeft ook structurele gevolgen. In de meerjarenraming, 2022 t/m 2026, wordt de raming met € 0,5 miljoen per jaar opgehoogd naar structureel € 1,25 miljoen per jaar, 75% van de werkelijke ontvangst over het jaar 2021. 5. Energietoeslag lage inkomens Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming – voor huishoudens met een laag inkomen - heeft het kabinet in maart 2022 een eenmalig budget van € 679 miljoen beschikbaar gesteld. In de voorjaarsbesluitvorming heeft het kabinet een aanvullend bedrag van € 175 miljoen beschikbaar gesteld, waardoor het totaal beschikbare bedrag uitkomt op € 854 miljoen. Deze middelen worden in 2022 via de algemene uitkering aan gemeenten verstrekt. Voor Hilversum gaat het om een bedrag van € 5,1 miljoen.

Tegenover de extra inkomsten van de energietoeslag staat de uitbetaling van de energietoeslag aan de huishoudens met lage inkomens. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de uitgaven gelijk zullen zijn aan de inkomsten en budgettair neutraal zijn voor de begroting 2022. Om deze reden is een bedrag van € 0,in de tabel opgenomen. 6. Herverdeeleffect herijking gemeentefonds In de meicirculaire 2022 is het nieuwe verdeelmodel van 2019 geactualiseerd naar de stand van 1 januari 2023. Het ingroeipad, waarmee de gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien, wordt beperkt tot 3 jaar. Het maximale positieve effect is in 2023 € 7,50 per inwoner in 2024 € 22,50 per inwoner en vanaf 2025 € 37,50 per inwoner. Voor Hilversum resulteert dat in een voordelig herverdeeleffect van € 685.000 in 2023, € 2.053.000 in 2024 en vanaf 2025 een bedrag van € 3.422.000. 7. Verrekening voorschot voorjaarsnota De gemeenten zijn via een maartbrief geïnformeerd met een maartbrief. Deze brief had niet de status van een circulaire maar was uitgegeven met het oog op de begrotingsvoorbereiding (en in het bijzonder de coalitiebesprekingen van de gemeenten). De voordelen uit de maartbrief zijn reeds als stelpost verwerkt in de voorjaarsnota. Nu de werkelijke gevolgen bekend zijn kan deze stelpost vervallen. 8.

Jeugdzorg Via de meicirculaire wordt voor het jaar 2023 een incidenteel extra bedrag voor jeugdzorg toegekend van € 7,055 miljoen. In de begroting 2023 is via een stelpost van circa € 5 miljoen rekening gehouden met een extra bedrag voor jeugdzorg. De opgenomen stelpost voor 2023 is lager dan het werkelijke bedrag dat ontvangen wordt voor 2023. Dit resulteert in een voordeel voor 2023 op dit onderdeel van ongeveer € 2 miljoen. 9. Overige verschillen Betreft een verzameling van overige verschillen. 10. Totaal effect begroting Regel 10 geeft het totale effect op de begrotingssaldi van 2022 t/m 2026 weer. Kanttekeningen/risico’s De voordelige saldi genoemd op regel 10 voor de jaren 2022 t/m 2026 zijn niet zomaar “vrij besteedbaar”. Dit heeft te maken met de volgende risico’s; Accres en onderuitputting bij het rijk Ten opzichte van de maartbrief zijn de accressen opwaarts bijgesteld op basis van de voorjaarsnota 2022 van het kabinet. In de jaren 2022 t/m 2025 zijn de accressen het gevolg van extra rijksuitgaven voor vennootschapsbelasting , koppeling AOW aan stapsgewijze verhoging wettelijk minimum loon, inkomstenbelasting Box3 en defensie-uitgaven. Ook is het accres opwaarts bijgesteld als gevolg van hogere loon- en prijsontwikkelingen dan tot nu toe werd aangenomen.

Als het Rijk niet in staat is om alle geraamde uitgaven van het Rijk ook daadwerkelijk te doen dan zal dit tot gevolg hebben dat de toekomstige accresramingen naar beneden moeten worden bijgesteld. Omvang ravijn 2026 In het regeerakkoord is vastgelegd dat het extra cumulatief accres 2022-2025 van dit akkoord, dat bovenop het accres van de septembercirculaire 2021 komt, in 2026 wordt verlaagd naar € 840 miljoen en dat het accres in de jaren erna op dat niveau blijft bevroren. In de Voorjaarsnota van het Rijk en Meicirculaire gemeentefonds 2022 staat nu dat is besloten om de algemene uitkering voor de jaren 2026 en later wel bij te stellen voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen.

De einduitkomst daarvan is echter een negatieve ontwikkeling van de te verwachten algemene uitkering ten opzichte van het jaar 2025. In 2026 wordt eveneens het restant van de opschalingskorting van € 675 miljoen alsnog geeffectueerd. Samen met de terugval van de algemene uitkering in 2026 geeft dit een financieel probleem in 2026 De financiële ruimte in 2026 daalt sterk. Dit betekent dat een groot deel van de financiële ruimte als incidenteel aangemerkt dient te worden. Beide maatregelen van het kabinet, de opschalingskorting en het bezuinigen op het accres gemeentefonds, vallen buiten de huidige regeerperiode en zijn dan ook niet door het Centraal Planbureau in hun meerjarenraming gehonoreerd. Tussen de fondsbeheerders enerzijds en de VNG en het IPO anderzijds loopt het traject Lazeroms om het geschil over dit ravijn te beslechten. Gezien de huidige stand van zaken in dit traject, heeft de VNG er vertrouwen in dat hier snel duidelijkheid over komt. Jeugdzorg Alleen voor het jaar 2023 zijn extra middelen voor de Jeugd toegekend. Het kabinet gaat de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd.

Het kabinet zal bij het afsluiten van de Hervormingsagenda ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden, waarbij het advies van de Commissie van Wijzen het uitgangspunt vormt. Verhoging Lasten door inflatie; Loon- en prijsontwikkelingen De ramingen voor de loon- en prijsontwikkelingen en zijn opgehoogd. Dit betekent dat een deel van de extra middelen moet worden ingezet om tot op heden onvoorziene prijsstijgingen op te vangen. De extra middelen zijn daarom niet volledig vrij beschikbaar voor “nieuwe plannen”. Niet alleen de reguliere exploitatie lasten stijgen, maar ook de investeringsprojecten worden duurder door de loon- en prijsontwikkelingen. De toenemende lasten op investeringsprojecten zullen zich door vertalen naar toenemende kapitaallasten (rente en afschrijvingen). Dit effect wordt meegenomen in de begroting 2023 en de meerjarenraming.

Consequenties De financiële mutaties als gevolg van de meicirculaire wijzigt het te verwachten bedrag aan inkomsten van de algemene uitkering voor de jaren 2022 t/m 2026. Tegenover deze mutatie aan inkomsten staan ook mutaties aan de uitgavenkant. Deze financiële mutaties worden verwerkt in de lopende begroting 2022 en meegenomen bij de op te stellen begroting 2023 en de daarbij behorende meerjarenraming t/m 2026. Daarbij komt met college met voorstellen aan de raad hoe in de begroting 2023 om zal worden gegaan met mogelijke onderuitputting van de uitgaven van het Rijk, Loon- en Prijsstijgingen, het Ravijn 2026, de stelposten voor Jeugdzorg en de stijgende kapitaallasten teneinde een sluitende meerjarenbegroting op te kunnen stellen.

Vervolgtraject Deze RIB geeft een 1e indruk van de gevolgen van de meicirculaire 2022. Bij de opstelling van de begroting 2023 zal het college de raad voorstellen doen hoe in de begroting 2023 om zal worden gegaan met mogelijke onderuitputting van de uitgaven van het Rijk, Loon- en Prijsstijgingen, het Ravijn 2026, de stelposten voor Jeugdzorg en de stijgende kapitaallasten teneinde een sluitende meerjarenbegroting op te kunnen stellen.

U zult hierover bij het aanbieden van de programmabegroting 2023 worden geïnformeerd.

Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera

dr. ir. G.M. van den Top

Bijlage(n): 1. Meicirculaire Gemeentefonds 2022 Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B en W-vergadering van 21 juni 2022.

Gemeentefonds

Meicirculaire 2022

de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W

DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 31 mei 2022 Kenmerk 2022-0000259109

Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires

Ingangsdatum Geldig tot

meicirculaire gemeentefonds 2022 bekendmaking van beleid en het geven van informatie decembercirculaire 2021 (2021-0000643235); septembercirculaire 2021 (2021-0000478671); meicirculaire 2021 (2021-0000287810) 31 mei 2022 1 juli 2023

Meicirculaire gemeentefonds 2022

Voorwoord

Voor u ligt de meicirculaire gemeentefonds 2022. Deze circulaire informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2022 en verder, gebaseerd op de voorjaarsbesluitvorming van het Rijk. In de eerste plaats wil ik mijn waardering uitspreken voor de verrichte inspanningen van gemeenten met betrekking tot de opvang van Oekraïners. De invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds zal plaatsvinden per 1 januari 2023. Deze circulaire geeft hierover aanvullende informatie. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. Vooral de latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Hanke Bruins Slot

Meicirculaire gemeentefonds 2022

Meicirculaire gemeentefonds 2022

Inhoudsopgave 1

2

Hoofdpunten ..................................................................................................... 1 1.1

Inleiding ................................................................................................... 1

1.2

Algemene uitkering .................................................................................... 1

1.3

Nieuwe verdeling gemeentefonds per 2023 .................................................... 3

1.4

Vergoeding opvang ontheemden Oekraïne ..................................................... 4

1.5

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ...................................................... 5

Algemene uitkering ............................................................................................ 7 2.1

Inleiding ................................................................................................... 7

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ...................................... 7

1a. Accres......................................................................................................... 8 1b. Volkshuisvestingsfonds ................................................................................ 11 1c. Woningbouwimpuls ..................................................................................... 11 2.

Opschalingskorting (Coalitieakkoord) .......................................................... 11

3.

Plafond BTW-compensatiefonds .................................................................. 11

4.

Knelpunten verdeelsystematiek .................................................................. 12

5.

Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) ........................................... 12

6.

Raadsledenvergoeding kleine gemeenten ..................................................... 13

7.

Permanente registratie kiezers buitenland .................................................... 13

8.

Energietoeslag ......................................................................................... 13

9.

Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteitsregeling cruciale jeugdzorg ................ 14

10.

Toezicht en handhaving voor EPBD III ......................................................... 14

11.

Prenataal huisbezoek ................................................................................ 15

12.

Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren .................................. 15

13.

Participatie .............................................................................................. 15

14.

Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord) ..................................... 16

15.

Overgangsrecht levenslang ........................................................................ 16

16.

Jeugdzorg (Coalitieakkoord) ...................................................................... 16

17.

Voogdij 18+: overheveling vanuit IU ........................................................... 17

18.

Inburgering: overheveling vanuit IU............................................................ 17

19.

Valpreventie bij ouderen (Coalitieakkoord) ................................................... 17

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering ........................................................ 17

2.4

Overige mededelingen algemene uitkering ................................................... 18

2.4.1

Bommenregeling .................................................................................. 18

2.4.2

Bevolkingsdaling ................................................................................... 19

2.4.3

Meerkosten corona 2022 – Wmo 2015 en Jeugdwet ................................... 20

2.5

Veranderingen in het verdeelstelsel............................................................. 20

2.5.1

Inleiding .............................................................................................. 20

2.5.2

Nieuwe verdeling gemeentefonds per 2023 ............................................... 20

2.5.3

Maatstaf ozb: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven ...................... 24

Meicirculaire gemeentefonds 2022

2.6 3

Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ......... 24

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ............................................................ 29 3.1

Inleiding ................................................................................................. 29

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen ...................... 29

1.

Voogdij 18+ ............................................................................................ 32

2.

Inburgering ............................................................................................. 33

3.

Participatie .............................................................................................. 34

4.

Raadsledenvergoeding kleine gemeenten ..................................................... 35

5.

Beschermd wonen .................................................................................... 35

6.

Inkomstenderving 2020 (covid-19) ............................................................. 36

7.

Uitvoeringskosten klimaatakkoord .............................................................. 37

8.

Brede Aanpak dak- en thuisloosheid............................................................ 38

9.

Crisisdienstverlening ................................................................................. 38

10.

Versterking dienstverlening gemeenten ....................................................... 39

10a. Vrouwenopvang (Kind- en gezinsbescherming) ................................................ 40 10b. Systeemleren .............................................................................................. 40 11.

Extra capaciteit BOA’s ............................................................................... 40

12.

Regionale Energie Strategieën (RES) ........................................................... 41

13.

Bodembescherming .................................................................................. 41

14.

Gezond in de Stad .................................................................................... 41

15.

Aanpak lerarentekort G4 ........................................................................... 42

16.

Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) ....................................................... 42

17.

Windpark N33.......................................................................................... 42

18.

Erfgoed Deal ........................................................................................... 43

19.

Mantelzorgbeleid ...................................................................................... 43

20.

Experiment gesloten coffeeshopketen ......................................................... 43

21.

Uitstapprogramma prostituees ................................................................... 44

22.

Centrale stemopneming ............................................................................ 44

23.

Veilige steden .......................................................................................... 44

24.

Handhaving quarantaine (covid-19) ............................................................ 45

25.

Duurzame Polder ..................................................................................... 45

26.

Online weerbaarheid ................................................................................. 45

27.

Informele scholing.................................................................................... 45

28.

Knelpunten verdeelsystematiek .................................................................. 46

29.

LHBTI-emancipatiebeleid ........................................................................... 46

3.3. Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen .................................................................................................... 46 3.3.1 Maatschappelijke opvang .......................................................................... 46 3.3.2 Armoedebestrijding kinderen ..................................................................... 47 3.3.3 Kinderen in een AZC................................................................................. 47 3.3.4 Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders . 47

Meicirculaire gemeentefonds 2022

3.3.5 Omgevingswet ........................................................................................ 48 3.3.6 Wet kwaliteitsborging bouwen.................................................................... 48 3.3.7 4

Voortzetting pleegzorg alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV) ...... 48

Overige mededelingen .................................................................................... 49 4.1

Inleiding ................................................................................................. 49

4.2

Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen ............... 49

4.3

Voorstel Rijk vastzetten volumecomponent accres ......................................... 50

4.4

Beleidsdoorlichting Btw-compensatiefonds ................................................... 50

4.5

Advies raming ruimte onder het plafond BCF ................................................ 51

4.6

Integraal overzicht financiën gemeenten...................................................... 52

4.7

Analyse gemeentebegrotingen ................................................................... 52

4.8

Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit ......................................... 52

4.9

Taskforce op het uitkeringsstelsel ............................................................... 53

4.10

Verfijning Iv3-taakvelden sociaal domein ..................................................... 54

4.11

Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ................................................... 54

4.12

Redelijk peil 2023 .................................................................................... 54

Bijlagen ............................................................................................................... 55 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2022 .................................... 55 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2022 per cluster................................................ 59 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2023 .................................... 62 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2023 per cluster................................................ 65 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2022 – 2027 (huidige verdeelmodel) ........ 67 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2022 – 2027 (nieuwe verdeelmodel) ........ 69 Bijlage 2.2.2 Overzicht mutaties 2021 BTW-compensatiefonds .................................. 71 Bijlage 2.4.1 Suppletie-uitkering bommenregeling ................................................... 72 Bijlage 2.5.2a Ingroeipad nieuwe verdeling gemeentefonds per 2023 ......................... 74 Bijlage 2.5.2b Overzicht van (wijzigingen in) verdeelmaatstaven vanaf 2023 ............... 82 Bijlage 2.6.1 Aanvullende informatie uitkeringsfactor ............................................... 88 Bijlage 2.6.2 Volumina maatstaven 2023 – 2027 ..................................................... 90 Bijlage 3.2-4 Integratie-uitkering Raadsledenvergoeding kleine gemeenten .................

93 Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Inkomstenderving 2020 (covid-19) .................. 95 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten klimaatakkoord .................... 96 Bijlage 3.2-8 Decentralisatie-uitkering Brede aanpak dak- en thuisloosheid ............... 100 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Crisisdienstverlening .................................... 101 Bijlage 3.2-11 Decentralisatie-uitkering Extra capaciteit BOA’s ................................. 102 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering Regionale Energie Strategieën (RES) ............ 106 Bijlage 3.2-13 Decentralisatie-uitkering Bodembescherming.................................... 107 Bijlage 3.2-14 Decentralisatie-uitkering Gezond in de stad ...................................... 108 Bijlage 3.2-16 Decentralisatie-uitkering Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) ........ 111 Bijlage 3.2-19 Decentralisatie-uitkering Mantelzorgbeleid ....................................... 115 Bijlage 3.2-20 Decentralisatie-uitkering Experiment gesloten coffeeshopketen ........... 116

Meicirculaire gemeentefonds 2022

Bijlage 3.2-21 Decentralisatie-uitkering Uitstapprogramma prostituees ..................... 117 Bijlage 3.2-22 Decentralisatie-uitkering Centrale stemopneming .............................. 118 Bijlage 3.2-23 Decentralisatie-uitkering Veilige steden............................................ 119 Bijlage 3.2-24 Decentralisatie-uitkering Handhaving quarantaine (covid-19) .............. 120 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang .............................. 124 Bijlage 3.3.2 Decentralisatie-uitkering Armoedebestrijding kinderen ......................... 125 Bijlage 3.3.5 Indicatief bedrag decentralisatie-uitkering Omgevingswet..................... 131 Bijlage 3.3.6 Indicatief bedrag decentralisatie-uitkering Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) ............................................................................................................. 135 Bijlage 4.11 Redelijk peil 2023 ............................................................................ 143

Meicirculaire gemeentefonds 2022

1

Hoofdpunten

1.1

Inleiding

Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De informatie is steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen.

1.2

Algemene uitkering

Accres De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU). Volgens de normeringssystematiek (trap-op-trap-af) hebben wijzigingen in de ARU direct invloed op de ontwikkeling van de algemene uitkering en daarmee op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2022 en verder, berekend conform de systematiek zoals deze is vastgesteld in het Coalitieakkoord en de daaruit volgende Startnota. Voor 2022 tot en met 2025 wordt de bestaande normeringssystematiek toegepast. Vanaf 2026 is het accres vastgezet op een plus van in totaal 1 miljard euro bovenop de stand Miljoenennota 2022. Over de 1 miljard euro vindt nog wel indexatie plaats voor de loon- en prijsontwikkeling. Als gevolg hiervan is er voor alle jaren tot en met 2025 sprake van een jaar-op-jaar opwaartse bijstelling van het accres. In 2026 is er ten opzichte van het in de septembercirculaire opgenomen totaal cumulatief accres in dat jaar een stijging: zowel vanwege de plus van 1 miljard euro uit het Coalitieakkoord als vanwege de loon- en prijsbijstelling.

Ten opzichte van 2025 is er in 2026 sprake van een neerwaartse bijstelling van het accres doordat het accres vanaf 2026 is vastgezet op een plus van 1 miljard euro ten opzichte van de stand bij Miljoenennota 2022. Een toelichting op de accresontwikkelingen is opgenomen in paragraaf 2.2-2 en meer in detail in bijlage 8 van de Voorjaarsnota 2022.

Meicirculaire gemeentefonds 2022

1

Plafond BTW-compensatiefonds Verder informeert deze circulaire over de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) over 2021. Ten opzichte van de septembercirculaire 2021 is sprake van een opwaartse bijstelling van € 134,975 miljoen, waarvan het aandeel van de gemeenten € 119,490 miljoen bedraagt. Zoals gebruikelijk wordt de definitieve afrekening over 2021 verwerkt in uitkeringsjaar 2022. Financieringssystematiek medeoverheden Met de koepels wordt in een gezamenlijk proces met een onafhankelijk begeleider gewerkt om te komen tot een nieuwe financieringssystematiek voor 2026 en verder. Daarbij wordt ook gekeken naar de zorg die gemeenten en provincies ervaren over hun financiën in 2026 en verder. De opdracht is om te komen tot een analyse van de financiële gevolgen van het Coalitieakkoord voor gemeenten en provincies. Daarnaast zal naar oplossingen gezocht worden voor de korte en lange termijn. De Tweede Kamer zal voor de zomer worden geïnformeerd over de uitkomst en de vervolgstappen.

Gevolgen Coalitieakkoord De volgende reeksen uit het Coalitieakkoord zijn verwerkt: opschalingskorting, overige dossiers medeoverheden (Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (indicatieve reeksen)), Jeugdzorg (2023) en de negatieve reeksen als gevolg van de investering in valpreventie (per saldo een besparing van € 10 miljoen in 2023, oplopend naar € 16,667 structureel vanaf 2027) en Wmo als gevolg van de aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp (de aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing van € 95 miljoen). Energietoeslag Op 15 maart jl. is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens ingediend bij de Tweede Kamer.1 Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming – voor huishoudens met een laag inkomen - heeft het kabinet in maart 2022 een eenmalig budget van € 679 miljoen beschikbaar gesteld. In de voorjaarsbesluitvorming is een aanvullend bedrag van € 175 miljoen beschikbaar gesteld, waardoor het totaal beschikbare bedrag uitkomt op € 854 miljoen. Deze middelen worden via de algemene uitkering aan gemeenten verstrekt.

Jeugdzorg Het kabinet stelt voor 2023 incidenteel € 1,454 miljard extra beschikbaar voor de jeugdzorg. Hierbij gaat het kabinet er vanuit dat gemeenten inzetten op besparingsmaatregelen voor een bedrag van € 374 miljoen op de jeugdzorguitgaven in 2023 (die ook onderdeel is van de reeks van de Commissie van Wijzen). Vanuit de € 1,454 miljard is, vooruitlopend op de nadere invulling van de hervormingsagenda, € 9 miljoen overgeheveld naar de begroting van het ministerie van VWS 1 Kamerstuk 36057, nr. 5: Wijziging van de Participatiewet in verband met het eenmalig categoriaal verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen | Tweede Kamer der Staten-Generaal

Meicirculaire gemeentefonds 2022

2

ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2023. De besteding van deze middelen vindt plaats in samenspraak met de VNG. Het overige deel (€ 1,445 miljard) is toegevoegd aan de algemene uitkering aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Daarnaast gaat het kabinet de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Het kabinet zal bij het afsluiten van de Hervormingsagenda ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden, waarbij het advies van de Commissie van Wijzen het uitgangspunt vormt. In het Coalitieakkoord is daarnaast een extra besparing in het jeugddomein opgenomen met een omvang van € 100 miljoen in 2024, oplopend naar € 500 miljoen in 2025 en 2026, en structureel € 511 miljoen vanaf 2027. Het kabinet heeft besloten dat deze besparing een Rijksverantwoordelijkheid is.2 Het is aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het Rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de beoogde Hervormingsagenda.

Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden door middel van de invoering van een eigen bijdrage. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. Uiteraard is het noodzakelijk - en gaat het kabinet hiervan uit - dat gemeenten hun medewerking verlenen bij de uitwerking en uitvoering van deze maatregelen.

1.3

Nieuwe verdeling gemeentefonds per 2023

De afgelopen jaren hebben de fondsbeheerders samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), gemeenten en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gewerkt aan de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Op 6 april jl. zijn de Tweede Kamer en gemeenten door de fondsbeheerders geïnformeerd over de invoering van de nieuwe verdeling per 1 januari 2023.3 Gegeven de ontvangen adviezen van de ROB en de VNG en de reacties van gemeenten hebben de fondsbeheerders besloten het ingroeipad – het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien – te beperken tot 3 jaar. Het maximale effect is -/+ € 7,50 per inwoner in 2023 en -/+ € 15 per inwoner in 2024 en 2025. Daarmee komt het maximale effect op -/+ € 37,50 per inwoner in 2025. Voor gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en een lage sociaal economische status geldt tot en met 2025 een aangepast ingroeipad. Dat geldt eveneens voor gemeenten die tot en met 2022 aanvullende middelen ontvangen vanwege bevolkingsdaling. Deze circulaire bevat informatie over welke gemeenten in aanmerking komen voor het aangepaste ingroeipad en de criteria die daarbij zijn gehanteerd (zie paragraaf 2.5.2 en bijlage 2.5.2a). Het maximale negatieve effect voor gemeenten met een aangepast ingroeipad is € 22,50 per inwoner: - € 5 per inwoner in 2023, - € 7,50 per inwoner in 2024 en - € 10 per inwoner in 2025.

Zie hiervoor de kamerbrief van 13 mei 2022 van VWS en JenV over hun visie op het stelsel van de jeugdzorg en de hervormingen die volgens de bewindspersonen nodig zijn. Kamerbrief over visie op stelsel jeugdzorg en noodzakelijke hervormingen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 3 Invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds | Tweede Kamer der Staten-Generaal en Maartbrief 2022 aan gemeenten en provincies | Brief | Rijksoverheid.nl 2

Meicirculaire gemeentefonds 2022

3

De berekeningen op basis van de reeksen in het Coalitieakkoord (accres en opschalingskorting) tonen aan dat geen enkele gemeente er in de periode 2023-2025 financieel op achteruit zal gaan als gevolg van invoering van het nieuwe model. Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. Zoals reeds in de brief van 7 december 20214 aan de VNG aangegeven omarmen de fondsbeheerders het advies van de ROB inclusief de door de ROB voorgestelde onderzoeksagenda. De fondsbeheerders geven hier graag in nauw overleg met de ROB, de VNG en de gemeenten nadere invulling en uitvoering aan. De Tweede Kamer zal nog voor de zomer nader worden geïnformeerd over de onderzoeksagenda. De invoering van het nieuwe model zal tijdig geëvalueerd worden en aan de hand van deze evaluatie zal besloten worden over het traject 2026 en verder. Deze circulaire geeft in paragraaf 2.5.2 aanvullende informatie over de invoering van het nieuwe verdeelmodel.

1.4

Vergoeding opvang ontheemden Oekraïne

Op dit moment werken gemeenten en veiligheidsregio’s aan het realiseren van opvangplekken. Gemeenten vangen ontheemden op in verschillende locaties door het hele land. Om gemeenten duidelijkheid te geven over wat zij ontheemden kunnen bieden en welke kosten vergoed worden door het Rijk, is een regeling voor een specifieke uitkering op basis van normbedragen opgesteld. De hoogte van de normbedragen zal worden gemonitord. Indien uit de monitoring blijkt dat de normbedragen lager zijn dan de werkelijke kosten, zal een opwaartse bijstelling van de norm plaatsvinden. Uitgangspunt is reële compensatie van de extra kosten die gemeenten als gevolg van de opvang van ontheemden uit Oekraïne maken. De hoogte en omvang daarvan vragen om een politiek bestuurlijke afweging, met als uitgangspunt dat gemeenten er als gevolg van de opvang van ontheemden uit Oekraïne niet slechter voor komen te staan dan daarvoor.5

Tijdelijke onderwijshuisvesting Door de instroom van Oekraïense leerlingen volstaat in sommige gemeenten de bestaande onderwijshuisvesting niet. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende en adequate onderwijshuisvesting. OCW wil gemeenten hierbij ondersteunen en om die reden wordt € 136,3 miljoen gereserveerd voor de periode tot aan de zomervakantie. Daarna zal opnieuw worden bezien of de middelen nodig zijn en hoe deze verdeeld zullen worden. Het plan is om de middelen via een specifieke uitkering aan gemeenten te verstrekken. Uitgangspunt is dat gemeenten zelf de kosten voorschieten en achteraf vergoed krijgen op basis van gerealiseerde kosten (binnenkort meer informatie via www.rijksoverheid.nl/onderwijsvooroekraine).6

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 35 570 B, nr. 13 Leefgeld Oekraïners | Tweede Kamer der Staten-Generaal 6 Verzamelbrief Opvang ontheemden uit Oekraïne | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 4 5

Meicirculaire gemeentefonds 2022

4

Leerlingenvervoer Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het inrichten van leerlingenvervoer. Nieuwkomersonderwijs wordt zo veel als mogelijk centraal georganiseerd, waardoor de afstand tussen opvanglocaties en de onderwijsinstellingen kan toenemen. Daarom worden gemeenten gesteund in het organiseren van leerlingenvervoer voor nieuwkomersonderwijs. Dit betreft een eenmalige decentrale uitkering voor de periode 1 maart 2022 – 16 juli 2022 (exclusief schoolvakanties).7 Veiligheidsregio’ s en GGD’ en Voor de bedrijfsvoering en kosten voor GGD en veiligheidsregio’s en gemeenten met een coördinerende taak moet een systeem voor vergoeding worden opgericht. Om de 25 veiligheidsregio’s in de periode van 9,5 maanden (half maart t/m december) te kunnen ondersteunen is een bedrag van ca. € 500.000 per maand per regio geschat, de raming van het budgettair beslag is op basis hiervan € 119 miljoen. Onderuitputting vloeit terug naar de schatkist.8

Jeugdwet, Wmo, Basistakenpakket JGZ, Rijksvaccinatieprogramma en Prenataal Huisbezoek Voor Oekraïense ontheemden ligt de verantwoordelijkheid voor de zorg en ondersteuning vanuit de Wmo en de Jeugdwet, en de uitvoering van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, het Rijksvaccinatieprogramma en het prenataal huisbezoek uit de Wet publieke gezondheid bij gemeenten. Het aantal Oekraïense ontheemden is dusdanig groot in omvang dat dit niet als een onderdeel van gebruikelijke fluctuaties in de zorgvraag kan worden gezien. Bovendien is er sprake van een clustering van Oekraïense ontheemden in specifieke gemeenten, namelijk in die gemeenten waar opvanglocaties zijn gerealiseerd. Het kabinet heeft op 25 mei 20229 besloten om gemeenten te compenseren voor de extra kosten in het jaar 2022 die zij t.a.v. bovengenoemde taken maken. De compensatie wordt vastgesteld op basis van (een raming) van daadwerkelijke aantallen opgevangen Oekraïense ontheemden. In de decembercirculaire 2022 zal de compensatie worden verwerkt. De komende periode wordt de compensatie en verdeling, in overleg tussen het Rijk en VNG, nader uitgewerkt.

1.5

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Hoofdstuk 3 van deze circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2022 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen. In hoofdstuk 3 is een compleet overzicht opgenomen. De belangrijke wijzigingen die in deze circulaire verwerkt zijn betreffen: -

De decentralisatie-uitkering Inkomstenderving 2020 ad € 151,794 miljoen. In de decembercirculaire 2021 is voor 282 gemeenten de volledige compensatie over de inkomstenderving 2020 afgerond. De compensatie van de resterende gemeenten vindt grotendeels in deze circulaire plaats;

Verzamelbrief Opvang ontheemden uit Oekraïne | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl Verzamelbrief Opvang ontheemden uit Oekraïne | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 9 Detail 2022D21520 | Tweede Kamer der Staten-Generaal 7 8

Meicirculaire gemeentefonds 2022

5

-

De decentralisatie-uitkering Uitvoeringsmiddelen klimaatbeleid ad € 112,591 miljoen om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten.

-

De integratie-uitkeringen Beschermd wonen, Participatie en Voogdij/18+ zijn geïndexeerd. In totaal is voor loon- en prijsbijstelling en volume-indexatie een bedrag van structureel ruim € 191 miljoen toegevoegd;

-

De integratie-uitkeringen Raadsledenvergoeding kleine gemeenten, Participatie (onderdelen Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. beschut werk)), Voogdij/18+ en Inburgering worden met de ingang van het nieuwe verdeelmodel in 2023 toegevoegd aan de algemene uitkering. In 2023 is met de overhevelingen in totaal een bedrag gemoeid van ruim € 932 miljoen, wat in de jaren daarna verder oploopt.

Meicirculaire gemeentefonds 2022

6

2

Algemene uitkering

2.1

Inleiding

Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 volgen de overige mededelingen over de algemene uitkering en in paragraaf 2.5 zijn de mededelingen over de wijzigingen in het verdeelstelsel opgenomen. Paragraaf 2.6 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten.

Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering

Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2022 tot en met 2027 ten opzichte van de decembercirculaire 2021. Het betreft achtereenvolgens: 1.

Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket.

2.

Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren en de clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering.

Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2022 en verder en worden onder de

Meicirculaire gemeentefonds 2022

7

tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar. Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de decembercirculaire 2021 (in duizenden euro's) 2022 2023 2024 2025 stand decembercirculaire 2021 1a) 1b) 1c) 2) 3) 4) 5) 6a)

2026

2027

30.674.140 29.334.531 29.904.730 30.773.263 31.801.017 31.776.038

algemene mutaties Accres Volkshuisvestingsfonds Woningbouwimpuls Opschalingskorting (Coalitieakkoord) Plafond BTW-compensatiefonds Knelpunten verdeelsystematiek Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) Raadsledenvergoeding kleine gemeenten

1.008.105

119.490

2.552.020 -150.000 -100.000 400.000

4.140.507 -150.000 -100.000 535.000

5.215.256 -150.000 -100.000 675.000

2.811.002

3.892.887

83 291

83 291

83 291

83 291

-97 83 291

83 291

taakmutaties 2022 7)

cluster Overig Permanente registratie kiezers buitenland

8)

cluster Inkomen en participatie Energietoeslag

9)

cluster Jeugd Jeugdhulp: subsidieregeling cointinuïteitsregeling cruciale jeugdzorg

-8.900

10)

cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Toezicht en handhaving voor EPBD III

1.797

11)

cluster Volksgezondheid Prenataal huisbezoek

-2.252

808 854.000

taakmutaties 2023 tot en met 2027 6b) 12)

cluster Bestuur en ondersteuning Raadsledenvergoeding kleine gemeenten: overheveling vanuit IU Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren

9.776 5.000

9.776 5.000

9.776 5.000

9.776 5.000

9.776 5.000

13a) 13b)

cluster Participatie Participatie: Wajong overheveling vanuit IU Participatie: Regulier werk overheveling vanuit IU

56.175 53.384

57.327 56.371

58.374 61.228

59.892 65.400

70.976 80.336

14) 15)

cluster Individuele voorzieningen Wmo Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord) Overgangsrecht levenslang

-95.000

-95.000

-95.000 1.158

16) 17)

cluster Individuele voorzieningen Jeugd Jeugdzorg (Coalitieakkoord) Voogdij 18+: overheveling vanuit IU

1.445.000 736.676

736.676

736.676

736.676

736.676

18) 19)

cluster Sociale basisvoorzieningen Inburgering: overheveling vanuit IU Valpreventie bij ouderen (Coalitieakkoord)

76.571 -10.000

74.437 -15.000

72.067 -15.000

70.990 -15.833

70.567 -16.667

stand deze circulaire

32.647.562 34.409.507 35.255.198 37.247.014 35.449.294 36.532.024

Toelichting

1a. Accres Zoals toegelicht in het Coalitieakkoord en de daaruit volgende Startnota heeft het kabinet Rutte IV besloten twee belangrijke wijzigingen in de indexering van de algemene uitkering van de fondsen door te voeren. Allereerst is besloten dat tot en met 2025 het accres grotendeels op basis van bestaande afspraken berekend wordt. Nieuw zijn de uitzondering op de accresrelevante uitgaven (aru) voor een aantal investeringsfondsen. Over het vastzetten van het volumedeel van het accres voor de periode tot en met 2025 is het Rijk in gesprek met de koepels. De verschillende tranches in

Meicirculaire gemeentefonds 2022

8

tabel 2.2.3 tot en met 2.2.5 laten een stijgende lijn in de hoogte van het accres zien. Tabel 2.2.3 en 2.2.4 laten de actuele raming van de jaarlijkse accrestranches zien voor de jaren 2022-2025, zowel in duizenden euro’s als in procenten. In het Coalitieakkoord zijn middelen voor de woningbouwimpuls (10x100 miljoen) en volkshuisvesting (4x150 miljoen) opgenomen. Deze middelen worden voor de jaren 2023 tot en met 2025 onttrokken aan het voor die jaren gereserveerde accres. Tabel 2.2.3 Actuele raming accressen gemeentefonds 2022-2025 (in duizenden euro’s) 2022

2023

2024

2025

Stand mei- en septembercirculaire 2021

1.493.059

741.322

711.008

1.010.303

Mutatie jaarlijkse tranches

1.008.105

1.543915

1.588.487

1.074.749

Stand meicirculaire 2022

2.501.164

2.285.237

2.299.495

2.085.052

Cumulatief accres

2.501.164

4.786.401

7.085.896

9.170.948

Uitname woningbouwimpuls

-100.000

-200.000

-300.000

Uitname volkshuisvesting

-150.000

-300.000

-450.00

4.536.401

6.585.896

8.420.948

Cumulatief accres via gemeentefonds

2.501.164

Tabel 2.2.4 Actuele raming groei accres relevante uitgaven (ARU) 2022-2025 (in procenten)

Stand Miljoenennota 2022 Mutatie jaarlijkse tranches in Voorjaarsnota 2022 Stand Voorjaarsnota 2022

2022

2023

2024

2025

5,0%

2,4%

2,4%

3,3%

3,4%

4,3%

4,3%

2,6%

8,4%

6,7%

6,7%

5,9%

De jaarlijkse groei van de accres relevante uitgaven (ARU) bepaalt het accres percentage. De uitnames voor de Woningbouwimpuls en het Volkshuisvestingsfonds hebben geen invloed op de ARU en daarmee ook niet op het accres percentage. Tabel 2.2.5 maakt de mutaties van de accrestranches per jaar inzichtelijk. De totaalregel in de tabel correspondeert met de accresregel in tabel 2.2.1.

Meicirculaire gemeentefonds 2022

9

Tabel 2.2.5 Mutaties accres tranches gemeentefonds 2022-2025 ten opzichte van de septembercirculaire 2021 (jaartranches, in duizenden euro’s)

Tranche 2022

2022

2023

2024

2025

1.008.105

1.008.105

1.008.105

1.008.105

Tranche 2023

1.543.915

Tranche 2024

1.543.915

1.543.915

1.588.487

1.588.487

Tranche 2025

1074,749

Totaal gewijzigde tranches

1.008.105

2.552.020

4.140.507

5.215.256

Uitname woningbouwimpuls

-100.000

-200.000

-300.000

Uitname volkshuisvesting

-150.000

-300.000

-450.000

2.302.020

3.640.507

4.465.256

Totaal gewijzigde tranche via

1.008.105

gemeentefonds

Ten tweede is in het Coalitieakkoord besloten dat de fondsen vanaf 2026 niet langer via de normeringssystematiek geïndexeerd worden. Daarmee vervalt de koppeling aan de rijksuitgaven. Het gereserveerde accres wordt vanaf 2026 wel bijgesteld als gevolg van de jaarlijkse loon- en prijsontwikkeling zoals deze door het CPB wordt geraamd. De wijze van berekening voor deze jaren wordt getoond in tabel 2.2.6 en tabel 2.2.7 en meer in detail in bijlage 8 van de Voorjaarsnota 2022. In 2026 en 2027 is een opwaartse bijstelling van het accres te zien ten opzichte van de stand Miljoenennota 2022. Tabel 2.2.6 Bijstelling accres Gemeentefonds 2026-2027 als gevolg van CEP (in miljoenen euro, tenzij anders aangegeven) 2026

2027

A. Totale LPO-ontwikkeling vanaf 2022 in %

18,6%

22,3%

B. Oude lpo-ontwikkeling (stand MEV22)

3.589

4.368

C. Nieuwe lpo-ontwikkeling in euro (A*B)

5.560

6.642

D. Mutatie (C-B)

1.971

2.274

593

590

w.v agv lpo 2022

Tabel 2.2.7 Cumulatieve stand accres Gemeentefonds 2026-2027 (in miljoenen euro, tenzij anders aangegeven) 2026

2027

A. volume-accres

2.233

2.233

B. lpo-ontwikkeling

5.560

6.642

C. Totaal cumulatief accres (incl 2022, A+B)

7.793

8.875

w.v. al verwerkt in het Gemeentefonds

2.086

2.083

w.v. gereserveerd

5.708

6.792

Meicirculaire gemeentefonds 2022

10

1b. Volkshuisvestingsfonds In het Coalitieakkoord zijn middelen voor de volkshuisvesting (4 x € 150 miljoen) opgenomen. Deze middelen worden voor de jaren 2023 tot en met 2025 onttrokken aan het voor die jaren gereserveerde accres.

1c. Woningbouwimpuls In het Coalitieakkoord zijn middelen voor de woningbouwimpuls (10 x € 100 miljoen) opgenomen. Deze middelen worden voor de jaren 2023 tot en met 2025 onttrokken aan het voor die jaren gereserveerde accres.

2. Opschalingskorting (Coalitieakkoord) Het kabinet heeft besloten deze kabinetsperiode voor zowel gemeenten als provincies de oploop van de opschalingskorting te schrappen voor de periode 2022 tot en met 2025. Voor 2022 was de oploop van de opschalingskorting voor gemeenten al geschrapt (zie paragraaf 2.2-2 van de septembercirculaire 2021).

3. Plafond BTW-compensatiefonds De ontwikkeling van het BCF en het bijbehorende plafond leiden conform het Financieel Akkoord Rijk/VNG/IPO met ingang van 2015 tot een toename of afname van de algemene uitkering van de fondsen. Bij Miljoenennota 2022 werd de ruimte onder het plafond voor 2021 geraamd op € 243,168 miljoen Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn toegenomen met € 134,975 miljoen. Dit overschot wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en provinciefonds. Het aandeel van het gemeentefonds daarin bedraagt € 119,490 miljoen. Onderstaande tabel bevat een cijfermatig overzicht van de realisatie 2021: Tabel plafond BCF 2021 (bedragen x € 1.000) Stand mei 2022

Stand september 2021

Verschil

2021

2021

2021

Plafond

4.044.935

3.905.197

139.738

w.v. stand septembercirculaire 2021

3.905.197

4.763

w.v. overhevelingen i.v.m. taakmutaties

139.738

w.v. accres

-

Uitgaven

3.666.792

3.662.029

w.v. gemeenten

3.252.802

3.252.267

535

Ruimte onder plafond

378.143

243.168

134.975

w.v. gemeenten

335.449

215.959

119.490

Het plafond van het BCF is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of

Meicirculaire gemeentefonds 2022

11

onttrekkingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. De toevoeging of uitname wordt over het gemeentefonds en provinciefonds verdeeld conform de gerealiseerde aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BCF. Naar analogie van het accres is ook het plafond van het BCF voor de jaren 2020 en 2021 bevroren (zie paragraaf 2.2-1 van de meicirculaire 2020). Het plafond wordt alleen nog aangepast voor taakmutaties. Het plafond 2021 is ten opzichte van de septembercirculaire 2021 als gevolg van taakmutaties naar boven bijgesteld. In paragraaf 4.5 van deze circulaire is net als in de meicirculaire 2021 een advies opgenomen over de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond BCF voor de gemeentelijke meerjarenbegrotingen. Het advies is opgesteld door het ministerie van BZK in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders. Bijlage 2.2.2 bevat zoals gebruikelijk een overzicht van alle mutaties van het plafond BCF die verband houden met taakverschuivingen tussen gemeenten en provincies enerzijds en het Rijk anderzijds voor 2021. Het gaat om alle overboekingen die betrekking hebben op het jaar 2021. De overboekingen zelf kunnen ook al eerder zijn verricht.

In overleg met de decentrale overheden is er een ondergrens gehanteerd van € 0,1 miljoen.

4. Knelpunten verdeelsystematiek De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2027. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp Knelpunten verdeelsystematiek voor het jaar 2027 zichtbaar met een bedrag van structureel € 0,097 miljoen. De middelen gaan over naar de decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelsystematiek. Deze decentralisatie-uitkering houdt verband met btw-aspecten ten aanzien van wegen die in beheer zijn van waterschappen. Gemeenten zijn op grond van de Wet herverdeling wegenbeheer verplicht om het onderhoud aan hun wegen te bekostigen. Doorgaans kunnen gemeenten de voor het onderhoud van de wegen afgedragen btw declareren bij het BCF. Als het beheer van de wegen is uitbesteed aan de waterschappen is dat echter niet mogelijk. De hogere kosten voor de gemeenten waar het onderhoud aan de wegen wordt verricht door waterschappen, worden met deze uitkering gecompenseerd (zie ook paragraaf 3.2-28).

5. Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) De ministeries van Defensie, BZK en JenV hebben in 2010 het convenant Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) afgesloten. Gemeenten kunnen in bijzondere omstandigheden een beroep doen op militaire bijstand. Conform het convenant vindt periodiek een evaluatie plaats, waarbij ook naar de verdeling van de totale kosten over de betrokken partijen wordt gekeken. Het totaal beschikbare budget voor FNIK blijft € 3,080 miljoen structureel. Op basis van de evaluatie wordt de bijdrage vanuit het gemeentefonds vanaf 2021 met € 0,083 miljoen naar beneden bijgesteld.

Meicirculaire gemeentefonds 2022

12

Doordat deze bijdrage omlaag gaat, neemt de algemene uitkering met ingang van 2021 met € 0,083 miljoen toe. Het bedrag voor 2021 is verwerkt in de decembercirculaire 2021 (paragraaf 2.2-1). In deze circulaire vindt de verwerking voor 2022 en verder plaats.

6. Raadsledenvergoeding kleine gemeenten 6a) De integratie-uitkering raadsledenvergoeding wordt jaarlijks geactualiseerd. De actualisatie komt ten gunste van de algemene uitkering. Het gaat om een bedrag van € 0,291 miljoen vanaf 2022. 6b) Zoals aangekondigd in paragraaf 3.2-17 van de meicirculaire 2021 wordt de integratieuitkering in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering. Voor 2023 en verder is de algemene uitkering daarom opgehoogd met het bedrag dat beschikbaar was voor de integratie-uitkering.

7. Permanente registratie kiezers buitenland De gemeente Den Haag is conform de Kieswet verantwoordelijk voor de permanente registratie van Nederlanders die in het buitenland wonen en mogen stemmen. De gemeente Den Haag maakt kosten voor de permanente registratie en voor de organisatie van de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer en de leden van het Europees Parlement voor de kiezers in het buitenland. De gemeente ontvangt hiervoor in 2022 in totaal € 0,808 miljoen bovenop op de reeds bestaande bijdrage via de algemene uitkering voor de landelijke taak “kiezers buitenland”.

8. Energietoeslag Op 15 maart jl. is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens (voorstel van wet houdende wijziging van de Participatiewet in verband met het eenmalig categoriaal verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen) ingediend bij de Tweede Kamer.10 Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming – voor huishoudens met een laag inkomen - heeft het kabinet in maart 2022 een eenmalig budget van € 679 miljoen beschikbaar gesteld. In de voorjaarsbesluitvorming is een aanvullend bedrag van € 175 miljoen beschikbaar gesteld, waardoor het totaal beschikbare bedrag uitkomt op € 854 miljoen. Deze middelen worden via de algemene uitkering aan gemeenten verstrekt. Zoals gemeld in de brief aan de Tweede Kamer van 15 maart jl. is het gemeenten toegestaan vooruitlopend op de inwerkingtreding van het wetsvoorstel al tot uitbetaling van de eenmalige energietoeslagen over te gaan. De VNG en gemeenten hebben hier ook om verzocht. Via de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=33789749-59e8-4345-ae59-698e879440d5