CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief 2021-92 inzake Ontwerpbestemmingsplan Prins Bernhardstraat 142 – 158 en ontwerp ‘besluit hogere grenswaarde geluid’

GEMEENTERAAD 8 december 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 028.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

4.4.8

Welstandsnota Hilversum 2014

De welstandsnota heeft als doel vooraf helderheid te bieden over de welstandcriteria die door de gemeente worden gehanteerd bij het beoordelen van bouwinitiatieven. Waarbij behoudt van de bestaande kwaliteiten voorop staat. Het is belangrijk dat het bestemmingsplan en de welstandsnota goed op elkaar zijn aangesloten. Daarom is in Hilversum de afspraak gemaakt dat bestemmingsplannen met ontwikkelingsmogelijkheden vooraf om advies aan de commissie voor welstand en monumenten worden voorgelegd, waarbij het in eerste instantie gaat om de kwalitatieve paragrafen en de wijzigingsbevoegdheden. Omdat in een bestemmingsplan de bestemming aan de grond wordt gegeven met de daarbij behorende bebouwings- en gebruiksmogelijkheden, behoren welstandscriteria niet via het bestemmingsplan, maar via de welstandsnota geregeld en eventueel gewijzigd te worden.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

31

Toetsing Het stedenbouwkundig ontwerp van de voorgenomen ontwikkeling zal voorafgaand aan de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen voorgelegd worden aan de commissie welstand en monumenten.

4.4.9

Woonvisie Hilversum 2021-2030

De woonvisie voor de gemeente Hilversum zet in op een viertal onderwerpen, namelijk: 1. Hilversumse woningmarkt onder druk 2. Ontbrekende schakels in de woningvoorraad 3. Langer en weer zelfstandig thuis wonen van mensen met een zorgvraag 4. Duurzame en energiezuinige woningen In de woonvisie wordt onder meer beschreven dat er tot 2030 3.000 extra woningen nodig zijn. Kwalitatief gezien vormen het middensegment en de sociale huur het zwaartepunt in de woningbouwprogrammering van de gemeente. Bijzondere woonvormen, duurzaamheid, geclusterde woonvormen voor ouderen en levensloopgeschikte woningen zijn tot slot onderwerpen die in de woonvisie aan bod komen.

Toetsing De ontwikkeling betreft een herstructureringsopgave en past qua maat en schaal binnen het stedelijk weefsel van het centrumgebied van Hilversum. Daarbij komt dat het woonprogramma aansluit bij de ambitie om het tekort aan (huur)woningen, bedoeld voor bijvoorbeeld starters en jonge gezinnen, op te lossen. Bovendien blijkt uit de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking dat het voorgenomen plan zowel kwantitatief als kwalitatief voorziet in een behoefte en aansluit bij de ambities uit de gemeentelijke woonvisie.

Wel kan met dit plan niet worden voldaan aan de gemeentelijke woningbouwverdeling van minimaal 30% sociale huur/koopwoningen, 50% middenhuur en 20% vrij. Initiatiefnemer van voorliggend plan heeft recent ook een intentieovereenkomst gesloten met de gemeente over de herontwikkeling van de oude Wybertjesfabriek aan de Larensweg (postcodegebied 1221). De initiatiefnemer en de gemeente hebben gezamenlijk besloten om beide ontwikkelingen als één plan te zien en daar de gemeentelijke woningbouwverdeling op van toepassing te verklaren. Gecombineerd bestaan beide plannen in totaal uit 85 woningen, waarvan 27 sociale koopappartementen (32%), 43 middenhuur appartementen (51%) en 15 dure appartementen (17%). Met dit programma voldoet initiatiefnemer aan de gemeentelijke woningbouwverdeling. Voor de sociale koopappartementen (onderdeel van de herontwikkeling van de Wybertjesfabriek) geldt dat een zelfbewoningsplicht van 5 jaar gaan gelden. Dit gaat verder dan de 3 jaar die de gemeente normaliter hanteert. Door beide projecten op deze wijze als het ware als één ontwikkeling te beschouwen wordt in totaliteit de woonambities van de gemeente waargemaakt én kan de ruimtelijke kwaliteit van zowel de ontwikkeling aan de Prins Bernhardstraat als de Wybertjesfabriek verbeterd worden. In een memo dat als bijlage bij dit bestemmingsplan is gevoegd, wordt de saldering nader toegelicht en uiteengezet.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

32

Hoofdstuk 5

Ruimtelijk plan

In dit hoofdstuk komt de toekomstige situatie aan de orde.

5.1

Ruimtelijk structuur

Onderhavig bestemmingsplan heeft een ontwikkelingsgericht karakter. De bestaande bebouwing in het plangebied zal worden gesloopt. Hiervoor in de plaats zal een woongebouw, bestaande uit maximaal 29 woningen, worden gerealiseerd. Ten opzichte van de huidige bebouwing in het plangebied zal het toekomstige woongebouw gedeeltelijk iets terug komen te liggen zodat de Prins Bernhardstraat verkeerskundig gezien meer ruimte krijgt en stedenbouwkundig gezien meer wordt gedefinieerd. De hoofdingang van het woongebouw bevindt zich aan de zijde van de Prins Bernhardstraat. Deze plek wordt nog extra benadrukt door de prominent aanwezig boom die zal blijven behouden. Voor het autoverkeer is de ingang, via de Schapenstraat, aan de achterzijde van het gebouw gesitueerd. Via een autolift zullen toekomstige bewoners de beoogde parkeergarage onder het woongebouw kunnen bereiken.

Impressie bovenaanzicht beoogd bouwplan (Bron: René van Zuuk Architekten B.V.).

Het totale bouwvolume wordt vijf bouwlagen boven op de parkeergarage. Dit maakt dat de maximum bouwhoogte circa 15 meter zal bedragen. De parkeergarage zal tot circa 3 meter onder maaiveld worden aangelegd. Er zal ruimte zijn voor 15 parkeerplaatsen, bergingen en fietsparkeergelegenheid. De navolgende afbeelding geeft een impressie van de doorsnede van het beoogde bouwplan in het plangebied.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

33

Impressie doorsnede beoogd bouwplan (Bron: René van Zuuk Architekten B.V.).

Het gebouw zal qua volume uit één stuk bestaan, zodat het aansluit bij de structuur van de omliggende bebouwing zoals de school en het politiebureau. De school heeft een klassieke opbouw en is statiger dan de andere gebouwen in de straat. Doordat de school terug ligt ten opzichte van het plangebied, wordt de bijzondere status van het gebouw extra benadrukt. Tevens wordt hiermee het huidige gefragmenteerde beeld aan bouwvolumes ingewisseld voor één duidelijke gevelwand, die de weg volgt.

Impressie straatbeeld beoogd bouwplan (Bron: René van Zuuk Architekten B.V.).

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

34

Aansluitend bij de stedenbouwkundige kenmerken in de omgeving van het plangebied zal sprake zijn van één bouwvolume van vijf lagen. Een klassieke opbouw die overeenkomt met de opbouw van het naastliggende woonpand wordt vanwege de beperkte architectonische kwaliteit van dat woongebouw niet wenselijk geacht. Daarom is gekozen voor een bakstenen bouwvolume met een meer terugliggende bovenzijde. De kleur van de baksteen komt overeen met de bakstenen uit de omgeving. Door de regelmatige ramenopbouw wordt het gebouw zowel klassiek als modern en creëert daardoor een mooie overgang van de school naar de rest van het gebied. Al met al ontstaat er zo een woongebouw dat ruimtelijk en functioneel gezien aansluit bij de kenmerken en karakteristieken van haar omgeving. De navolgende afbeeldingen geven een impressie van het toekomstige straatbeeld weer (Bron: René van Zuuk Architekten B.V.).

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

35

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

36

5.2

Wonen, werken en voorzieningen

5.2.1

Wonen

In het plangebied worden maximaal 29 nieuwe woningen gerealiseerd. Het betreffen middeldure 2 huurwoningen. De woningen zijn gevarieerd qua grootte en bevinden zich tussen de 46 en 93 m . Gelet op de grootte, woningtype, prijsklasse en ligging van de woningen is de verwachting dat de doelgroep voornamelijk bestaat uit kleine (1 à 2 persoons) huishoudensgroepen. Als gevolg van de aanwezigheid van een lift in het beoogde woongebouw zijn de appartementen levensloopbestendig te noemen. Met de beoogde ontwikkeling wordt een (centrum)stedelijk woonmilieu gerealiseerd, hetgeen aansluit bij de ligging van het plangebied in het centrum van Hilversum en op nabije afstand van het station.

5.2.2

Werken

De voormalige smederij op het adres Prins Bernhardstraat 150 zal ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling gesloopt worden. Daarmee voorziet voorliggend plan niet in werkfuncties. Wel is een beroep/bedrijf aan huis, onder voorwaarden, toegestaan.

5.2.3

Voorzieningen

Evenals in de huidige situatie zullen in de beoogde situatie geen voorzieningen in het plangebied aanwezig zijn.

5.3

Verkeer

5.3.1

Autoverkeer

Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gegenereerd bij nieuwe ontwikkelingen, beschikt het CROW over kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeling. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Om te kunnen bepalen welk effect de planontwikkeling heeft op de omliggende infrastructuur is in onderstaande tabel een vergelijking gemaakt tussen de verkeersgeneratie in de huidige situatie en de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie. De huidige verkeersgeneratie is voortgekomen uit de CROW-kencijfers, waarbij de kencijfers 'koop, huis, tussen/hoek', 'koop, huis, twee-onder-één-kap', en 'bedrijf arbeidsintenstief/bezoekersextensief' voor de huidige situatie zijn aangehouden. Voor de toekomstige situatie is gekeken naar de kencijfers voor 'huur, appartement, duur'. Daarbij is op grond van CBS-gegevens Hilversum getypeerd als een zeer sterk stedelijk gebied en zijn voor het plangebied de kencijfers behorende bij 'centrum' aangehouden.

Huidige verkeersgeneratie 2 (4 rij, 2-kap en 270 m bedrijf)

Toekomstige verkeersgeneratie Verschil (29 huurwoningen)

Minimaal

4 x 4,5 & 2 x 5,0 & 2,7 x 5,2 = 42,04

29 x 2,9 = 84,1

+ 42,06

Maximaal

4 x 5,3 & 2 x 5,8 & 2,7 x 7,0 = 51,70

29 x 3,7 = 107,3

+ 55,6

per etmaal

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

37

Zoals uit bovenstaande tabel is af te leiden neemt de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie in beperkte mate toe ten opzichte van de huidige situatie. Het plangebied wordt voor het autoverkeer via de Schapenstraat ontsloten op de Prins Bernhardstraat. De ingang van de toekomstige parkeergarage bevindt zich namelijk aan de achterzijde van het nieuwe woongebouw. Er zal gebruik gemaakt worden van de bestaande ontsluitingsstructuur. De capaciteit van deze ontsluitingsstructuur is voldoende voor het extra verkeer als gevolg van deze ontwikkeling.

Parkeren De gemeente Hilversum heeft beleidsregels opgesteld met betrekking tot parkeernormen. Deze beleidsregels hebben betrekking op het stellen van een eis tot het aanbrengen van parkeer/stallingsruimte voor auto's op 'eigen terrein', alsmede de wijze van bepalen van de hoeveelheid benodigde parkeerplaatsen, in verband met aanvragen betrekking hebbend op bouwen en/of gebruik. Op basis van de 'Parkeernota Hilversum 2017' ligt het plangebied in het centrum van Hilversum. Op basis hiervan is onderstaande tabel met parkeernormen van toepassing.

Voor middeldure huurwoningen (huur, etage, midden/goedkoop) geldt een parkeernorm van 1,1 parkeerplaatsen per woning. Dit betreft een parkeernorm inclusief het bezoekersaandeel (0,3 per wooneenheid). Met de realisatie van 29 woningen dienen er 32 parkeerplaatsen aangelegd te worden. In het gemeentelijk parkeerbeleid staat vermeld dat door de aanwezigheid van openbare parkeergarages het bezoekersaandeel van ontwikkelingen in het centrum afgewenteld kan worden op de aanwezige parkeergelegenheid in het centrum. Dat betekent dat het bezoekersparkeren van 0,3 x 29 = 8,7 parkeerplaatsen reduceert kan worden op de parkeerbehoefte. Dit levert een resultaat van 23,3 = 24 parkeerplaatsen op. Voor (woningbouw)ontwikkelingen in de nabijheid van OVknooppunten in Hilversum geldt dat de gemeente met de 'Beleidsnotitie Parkeernormering OVKnooppunten' de mogelijkheid biedt om een reductie van de geldende parkeernorm toe te passen. In een mobiliteitsplan (zie bijlage bij deze toelichting) is uiteengezet dat gelet op de nabije ligging tot het station van Hilversum en de aanwezigheid van één deelauto de parkeerbehoefte teruggebracht kan worden tot 15 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zijn in de beoogde parkeervoorziening aanwezig. Het gemeentelijk parkeerbeleid wordt ook in de regels van dit bestemmingsplan juridisch-planologisch vastgelegd.

Dit betekent dat bij de omgevingsvergunning voor het bouwen getoetst zal worden of het plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Daarmee wordt gesteld dat het aspect 'parkeren' voldoende in dit plan is gewaarborgd.

Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

38

5.3.2

Langzaam verkeer

De hoofdentree van het plangebied bevindt zich aan de zijkant van het gebied. Aan de Prins Bernhardstraat is sprake van een gescheiden fietspad en trottoir. In de toekomstige situatie zal dit niet wijzigen. Tot slot geldt dat het centraal station van Hilversum op zeer nabije afstand (circa 5 minuten lopen) van het plangebied ligt.

5.4

Groen, blauw en natuur

5.4.1

Groen

Evenals in de huidige situatie zal in de beoogde situatie geen sprake zijn van openbaar groen. Enkel aan de achterzijde van het toekomstige woongebouw in het plangebied zal een gemeenschappelijke tuin worden gerealiseerd, waarvan niet gesteld kan worden dat sprake is van een kenmerkende groenstructuur. Eén van de uitgangspunten van deze ontwikkeling is dat de prominent aanwezige boom direct ten oosten van het plangebied behouden zal blijven en dat hier een open groene ruimte ontstaat. Hiermee zal het groene karakter ter plaatse ook in de toekomstige situatie gewaarborgd zijn.

5.4.2

Blauw

In paragraaf 5.4.2 wordt nader ingegaan op het aspect water in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

5.4.3

Natuur

SAB heeft met een quick scan natuur onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Ook is nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Navolgend worden kort de conclusies van de quick scan uiteengezet. De quick scan is eveneens als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

Gebiedsbescherming Uit de quick scan blijkt dat er enkele Natura 2000-gebieden in de buurt van het plangebied liggen. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling is door de verkeersaantrekkende werking een toename in stikstofuitstoot in het plangebied te verwachten. Echter betreft het slechts een kleine toename. Door de afstand tot stikstofgevoelige habitats zijn negatieve effecten hiervan uitgesloten. Ook andere verstoringen zijn op voorhand uit te sluiten. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een onderzoek stikstofdepositie (zie bijlage bij deze toelichting) uitgevoerd, waaruit volgt dat zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase significant negatieve effecten zijn uit te sluiten. Nader onderzoek in de vorm van een Voortoets Wet natuurbescherming is niet nodig. Daarnaast ligt het plangebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur en ook niet binnen de invloedsfeer van deze gebieden. Negatieve effecten van het plan op deze gebieden zijn uitgesloten. De bescherming van deze gebieden staat uitvoering van het plan niet in de weg.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

39

Soortenbescherming Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat rekening moet worden gehouden met de wettelijke zorgplicht en de broedperiode van vogels. Ook voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied is dat het geval. Naast soorten waarvan het nest alleen in de broedtijd beschermd is, zijn mogelijk ook soorten aanwezig waarvan het nest jaarrond is beschermd. Dit betreft de soorten huismus en gierzwaluw. Met de geplande werkzaamheden gaan deze mogelijke nesten verloren. Ook is kans aanwezig op het verwonden of doden van vogels. In beide gevallen is sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten is nader soortgericht onderzoek uitgevoerd. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten van dit nader onderzoek.

Daarnaast volgt uit de quick scan natuur dat enkele essentiële elementen, van soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, niet op voorhand kunnen worden uitgesloten in het plangebied. Het betreft verblijfplaatsen van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis, tweekleurige vleermuis, baardvleermuis). Met de ruimtelijke ontwikkeling gaan eventueel aanwezige verblijfplaatsen van deze dieren verloren en ook zouden dieren kunnen worden gedood. Alle in Nederland levende vleermuizen zijn habitatrichtlijnsoorten, waarvoor de verboden van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming gelden. Daarmee is het onder meer verboden deze soorten te doden of rust- of verblijfplaatsen te beschadigen. Met de geplande werkzaamheden gaan eventueel aanwezige verblijfplaatsen verloren. Ook is kans aanwezig op het verwonden of doden van deze dieren. In beide gevallen is sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten is nader soortgericht onderzoek uitgevoerd. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten van dit nader onderzoek.

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling in het plangebied is nader soortgericht onderzoek uitgevoerd naar de soorten vleermuis, huismus en gierzwaluw. Uit het onderzoek (zie bijlage) volgt dat er geen verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn aangetroffen. Ook zijn er geen huismus- en gierzwaluwnesten in het plangebied aanwezig. Op basis van deze onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat er geen ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd hoeft te worden.

Beschermde houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.4.4

Milieueffectrapportage

Onderhavig plan voorziet in de herontwikkeling van woon- en bedrijfsgronden naar een woongebouw binnen bestaand stedelijk gebied. Met dit plan vindt geen uitbreiding plaats van het areaal met stedelijke functies en zijn per saldo niet tot nauwelijks milieueffecten te verwachten. Gelet op de aard (wonen) en omvang (29 woningen) van dit plan is er daarom geen sprake van een activiteit zoals genoemd in het Besluit m.e.r.

Conclusie Een nadere beoordeling in een (vormvrije) m.e.r-beoordeling of plan-m.e.r. is niet noodzakelijk.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

40

5.5

Duurzaamheid en leefbaarheid

5.5.1

Duurzaamheid

Duurzaam bouwen staat voor het ontwikkelen en beheren van de gebouwde omgeving met respect voor mens en milieu, en is daarmee een integraal onderdeel van de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Dit betekent dat de gezondheids- en milieuaspecten in alle fasen van de inrichting van de gebouwde omgeving, de bouw en het gebruik (inclusief sloop) betrokken dienen te worden. Hierbij wordt gestreefd naar een duurzame (stedelijke) ontwikkeling die leidt tot een extensiever energieverbruik / lage milieubelasting, integraal ketenbeheer en behoud en versterking van de kwaliteit van de gebouwde omgeving (ruimtelijke kwaliteit). Duurzaam bouwen betekent ook dat de gerealiseerde kwaliteit in de toekomst wordt gehandhaafd, zodat ook toekomstige generaties daarin delen. Energiebesparing vormt bij duurzaam bouwen een belangrijk item. Hierbij kan gedacht worden aan compacte bouwvormen, gunstige lichttoetreding en zongerichte verkaveling. Ook waterbesparing is een belangrijk aspect. Het installeren van waterbesparende voorzieningen is hiervan een voorbeeld. Voor de woningen in het plangebied geldt dat zij in ieder geval gasloos gebouwd zullen worden en zullen voldoen aan de eisen van BENG.In het plan is met de toepassing van zonnepanelen ruimte voor het opwekken van duurzame energie. Tevens wordt voorzien in tenminste één deelauto en elektrische laadpalen.

Zo wordt duurzame mobiliteit zo veel mogelijk gestimuleerd. Tot slot is ook aandacht voor groene elementen in het plan. Zo wordt de beeldbepalende boom naast het plan in de ontwikkeling ingepast en wordt gekeken of op gebouwniveau groen aan de gevel en plantenbakken inpasbaar zijn. Dit maakt dat in het plan aandacht is voor verschillende duurzaamheidsapecten.

5.5.2

Klimaatadaptatie

Bij hevige neerslag kan de waterdiepte bij een pand zo hoog worden dat het water naar binnen stroomt en schade veroorzaakt. Uit de stresstest van waterschap Amstel, Gooi en Vecht volgt het plangebied een hoog risico heeft op water in panden bij hevige neerslag. Initiatiefnemer gaat in ieder geval het hemelwater in het plangebied infiltreren.

5.5.3

Leefbaarheid

5.5.3.1 Geluid Voorliggend plan voorziet in de realisatie van geluidgevoelige functies (woningen) in de akoestische onderzoekszone van de spoorlijn Utrecht-Hilversum en Amersfoort-Hilversum en de wegen Prins Bernhardstraat, Schapenkamp, Achterom, Groest, Emmastraat, Monseigneur van de Weteringstraat, Professor Kochstraat en Spoorstraat. Daarom is door SAB een akoestisch onderzoek (spoor)wegverkeerslawaai uitgevoerd, die als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. Uit het onderzoek worden de volgende conclusies getrokken:  De geluidbelasting vanwege de Prins Bernhardstraat bedraagt maximaal 59 dB inclusief aftrek 110g van de Wet Geluidhinder. Dit is hoger dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (48 dB), maar lager dan de maximale ontheffingswaarde (63 dB).  Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn onderzocht, geconcludeerd wordt dat er (vooralsnog) geen maatregelen getroffen worden.  Het geluidbeleid van de gemeente Hilversum is toegespitst op het Actieplan in het kader van de Regeling geluid milieubeheer 2013-2018. De geluidsbelastingkaart is hier een onderdeel van die overschrijdingen van de plandrempel laat zien. Het perceel van het beoogde initiatief laat geen plandrempeloverschrijding zien. Verdere maatregelen aan de hand van het Actieplan zijn als gevolg hiervan niet nodig.

 Wanneer er geen maatregelen worden getroffen om de maximumsnelheid te verlagen van de Prins Bernhardstraat naar 30 km/uur dient er een hogere grenswaarde procedure te worden opgestart voor het beoogde bouwplan. Maximaal planologisch dient hierbij te worden uitgegaan van 29 appartementen.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

41

   

De geluidbelasting vanwege de spoorlijn is lager dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Er wordt daarmee voldaan aan de Wet geluidhinder. De geluidbelasting van de overige onderzochte gezoneerde wegen is lager dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Er wordt daarmee voldaan aan de Wet geluidhinder. De geluidbelasting van de onderzochte niet-gezoneerde 30 km/uur wegen is lager dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Op basis van de resultaten wordt daarmee voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Ten gevolge van de cumulatie van wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai is er een hoogste geluidbelasting van 64 dB waarneembaar.

Op basis van de Wet geluidhinder wordt de gemeente Hilversum gevraagd hogere waarden te verlenen voor de geluidsbelasting als gevolg van de Prins Bernhardstraat voor 29 woningen uit het plan. De verlening van de hogere waarde vindt plaats na een hogere waarde-procedure, die parallel loopt aan de bestemmingsplanprocedure. Op grond van het Bouwbesluit 2012 worden eisen gesteld aan de akoestische binnenwaarde. Bij het bepalen van de vereiste gevelgeluidwering wordt rekening gehouden met de berekende geluidbelasting op de gevels van de geluidgevoelige bestemmingen exclusief aftrek conform art. 110g Wgh. In het kader van een goed woon- en leefklimaat kan daarbij rekening worden gehouden met de gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle relevante geluidbronnen. Alleen als gevolg van de Prins Bernhardstraat is er een overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting en is een toetsing aan het bouwbesluit 2012 nodig. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt 64 dB (exclusief art. 110g Wgh). De binnenwaarde mag in het kader van weg- en railverkeerslawaai maximaal 33 dB bedragen. De gevelwering moet dus minimaal 64 - 33 = 31 dB bedragen.

Conclusie Rekening houdend met het verlenen van hogere waarden vormt het aspect geluid geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.5.3.2 Lucht In het Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO 2 en 3 PM10 (=1,2 µg/m );  een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto 2 2 vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m bij één ontsluitingsweg en 200.000 m bij twee ontsluitingswegen. De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van maximaal 29 woningen. Dit aantal woningen valt ruim onder de drempelwaarde van 1.500 woningen die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. De ontwikkeling draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Er wordt dus voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving, en nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor uitvoerbaarheid van dit plan.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

42

5.5.3.3 Bedrijven en milieuzonering Het plangebied maakt onderdeel uit van het centrum van Hilversum. Daarom is er in de omgeving van het plangebied sprake van een diversiteit aan functies. Het plangebied is hierdoor te categoriseren als 'gemengd gebied'.

Conform het vigerende bestemmingsplan bevinden zich ten zuiden en oosten van het plangebied gronden met een maatschappelijke bestemming. Feitelijk gezien zijn deze gronden momenteel ingericht met onderwijsinstellingen. Voor scholen voor basis en algemeen voortgezet onderwijs in gemengd gebied geldt op het gebied van geluid een richtafstand van 10 meter. Het plangebied grenst direct aan de gronden met de maatschappelijke bestemming. Er wordt in voorliggende situatie dan ook niet voldaan aan de benodigde richtafstand. Daarom is de geluidsemissie van de drie scholen door SAB in een akoestisch onderzoek industrielawaai nader beschouwd. Het onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt:  dat voldaan wordt aan de grenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor de representatieve bedrijfssituatie;  dat de grenswaarde voor het maximale geluidsniveau (representatieve bedrijfssituatie) op de oostgevel wordt overschreden ten gevolge van het schreeuwen/roepen van scholieren bij het stallen van fietsen bij het Media college. Op de zuidgevel vinden overschrijdingen plaats ten gevolge van het sluiten van portieren van auto's op het parkeerterrein.

Voorgesteld wordt om deze overschrijdingen acceptabel te achten daar deze geluiden inherent zijn aan de bedrijfsvoering en de gekozen locatie;  dat niet voldaan wordt aan de grenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor de incidentele bedrijfssituatie. De overschrijding wordt veroorzaakt door het rijden met auto's in de avondperiode van het parkeerterrein naar de Prins Bernhardstraat. Over dit wegvak kunnen ook de auto's rijden richting de parkeergarage van dit op te richten appartementencomplex. Voorgesteld wordt om deze overschrijding acceptabel te achten en van deze waarde uit te gaan voor geluidwering van de gevels van het complex;  dat de grenswaarden voor het maximale geluidsniveau (incidentele bedrijfssituatie) ten gevolge van het sluiten van portieren van auto's in de dag- en avondperiode op het parkeerterrein worden overschreden. Voorgesteld wordt om deze overschrijdingen acceptabel te achten daar deze geluiden inherent zijn aan de bedrijfsvoering en de gekozen locatie. Het plan voorziet in de sloop van bestaande bebouwing in het plangebied ten behoeve van de ontwikkeling van een woongebouw. Door de realisatie van een nieuw pand kan extra geluidwerende maatregelen aan het pand getroffen worden zodat de binnenwaarde kan worden gegarandeerd. De cumulatie is opgenomen in het akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai.

Uit dit onderzoek volgt dat de binnenwaarde mag maximaal 33 dB bedragen en de gevelwering minimaal 64 – 33 = 31 dB moet bedragen.

Conclusie Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering in de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.6

Cultuurhistorische waarden

5.6.1

Historisch-geografische waarden

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd stads- of dorpsgezicht.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

43

5.6.2

(Steden)Bouwkundige waarden

In het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. Voor de voormalige smederij is een quick scan cultuurhistorie uitgevoerd. De quick scan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit de quick scan volgt dat de voormalige smederij weliswaar een redelijke cultuurhistorische waarde vertegenwoordigt, maar dat deze niet opweegt tegen de zeer geringe architectuurhistorische en de stedenbouwkundige waarden. De matige bouwkundige staat alsmede de afwezigheid van relicten/sporen die verwijzen naar het oorspronkelijke gebruik van het pand versterken de conclusie dat het pand niet monumentwaardig is. Het college van burgemeester en wethouders heeft dan ook besloten dat het bedrijfspand niet wordt aangewezen als gemeentelijk monument.

Conclusie Het aspect cultuurhistorie staat de beoogde herontwikkeling van het plangebied niet in de weg.

5.6.3

Archeologische waarden

Het plangebied bevindt zich in de oude dorpskern van Hilversum en kent op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid van Hilversum een hoge archeologische verwachtingswaarde. In het geldende bestemmingsplan is daarom voor het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - Oude Dorpskern - Hoog' opgenomen. Dit betekent dat er een onderzoeksplicht geldt 2 voor alle bodemingrepen groter dan 25 m en dieper dan 30 cm. Deze dubbelbestemming is in dit bestemmingsplan overgenomen. Dit betekent dat bij een omgevingsvergunningaanvraag beoordeeld wordt of sprake is van bodemingrepen die aanleiding geven tot het aanleveren van archeologisch onderzoek. Daarmee zijn eventuele archeologische waarden in het plangebied in voldoende mate beschermd en gewaarborgd.

Conclusie Met het opnemen van de archeologische dubbelbestemming worden eventuele archeologische waarden in voldoende mate juridisch-planologisch beschermd. Het aspect archeologie vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

5.7

Bodem en watersysteem

5.7.1

Bodem

In het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek vormt een bijlage bij deze toelichting. Uit dit onderzoek volgt dat het plangebied is onderzocht volgens de strategie 'verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE)'. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig grof zand. De bodem is verder plaatselijk zwak tot sterk grindig, zwak tot sterk kiezelhoudend, zwak tot sterk oerhoudend, zwak tot matig humeus en/of matig wortelhoudend. De bodem bevat zintuiglijk tot maximaal 1,3 m -mv plaatselijk sporen metaal tot matig metaalhoudend, zwak tot matig puinhoudend, sporen baksteen tot matig baksteenhoudend en/of sporen kolengruis. De verdachte zintuiglijk verontreinigde bodemlaag is plaatselijk sterk verontreinigd met lood en/of zink, matig verontreinigd met koper en/of lood en/of zink en/of PAK en verder licht verontreinigd met diverse zware metalen, PCB’s, PAK en minerale olie. Dit betekent dat bodemsanering noodzakelijk is, waarbij 3 de geschatte omvang van de verontreiniging op 300 m wordt geschat. In de onderliggende, zintuiglijk schone, ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen.

Gezien het feit dat de zwakke tot sterke verontreinigingen zich lijken te beperken tot de zintuiglijke verontreinigde lagen, wordt een samenhang hiermee, alsmede het decennialange gebruik van de locatie, aannemelijk geacht. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Aangezien in de bijmengingen bodemvreemd materiaal is aangetroffen, is ook een verkennend asbestonderzoek in het plangebied uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat er geen milieuhygiënische belemmeringen ten aanzien van asbest zijn en er

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

44

ook geen maatregelen getroffen hoeven te worden in geval van grondwerkzaamheden. Dit onderzoek is eveneens als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

Conclusie Met het voorafgaand aan de (bouw)werkzaamheden saneren van de matig tot sterk verontreinigde bodemlaag in het plangebied vormt het aspect bodem geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.7.2

Watersysteem

Momenteel is het plangebied voor een groot deel verhard met bebouwing en bestrating. Met uitvoering van onderhavig plan zal niet tot nauwelijks sprake zijn van een toename aan verhard oppervlak. Hemelwater zal binnen het plangebied worden geïnfiltreerd.

Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Dit betekent dat binnen het plangebied ten opzichte van de gebruikelijke zorgvuldigheid geen extra restricties gelden om drinkwaterwinning te beschermen.

Oppervlaktewater In en nabij het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig en met onderhavig plan zal ook geen oppervlaktewater gerealiseerd worden.

Afvalwaterketen en riolering Afvalwater wordt conform de standaard regels van de gemeente Hilversum aangesloten op het vuilwaterriool van de gemeente Hilversum. Aansluitend op het beleid van het waterschap geldt voor hemelwater dat het volledig op het eigen terrein verwerkt dient te worden. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor een goed functionerend hemelwaterinfiltratiesysteem. Hemelwaterinfiltratie zal ondergronds plaatsvinden met verticale infiltratiebuizen of infiltratiekratten. Een hemelwaterplan zal bijgevoegd worden bij de omgevingsvergunning voor het bouwen.

Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase.

Grondwater Hilversum ligt op een stuwwal van het Gooi en is infiltratiegebied. Het maaiveld varieert in de binnenstad van 4,30 meter +NAP in het oosten (stationsgebied) tot circa 11,00 meter +NAP in het westen (begin 's-Gravelandseweg en Vaartweg). Het eerste watervoerende pakket heeft haar basis op 160 meter minus maaiveld. In de zandige bodem stroomt het grondwater globaal genomen in westelijke richting. De minimale grondwaterstandsdiepte is 3,15 m onder het maaiveld bij het stationsgebied. De grondwaterstandsfluctuatie bedraagt enkele meters. De grondwaterstanden kunnen in de toekomst stijgen door invloed van het klimaat en activiteiten in de regio zoals afname van drinkwaterwinningen en opzetten van polderpeilen (de laatste aan de westkant van Hilversum).

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

45

Bij ondergrondse bouw moet rekening worden gehouden met de grondwaterstand. Kelders moeten waterdicht worden uitgevoerd, zodat de noodzaak tot het lokaal verlagen van de grondwaterstand wordt voorkomen. Bij de bepaling van de maximale grondwaterstand ten behoeve van ondergrondse bouw moet rekening worden gehouden met een marge als gevolg van toekomstige regionale grondwaterstandstijgingen.

Bouwrijp maken van grond Om grondwateroverlast te voorkomen moet bij het bouwrijp maken van grond worden gestreefd naar een ontwatering van minimaal 1,5 m onder het maaiveld. Bij 1,5 m ontwatering heeft de bodem ook tijdens de bouw voldoende draagkracht en is bemaling niet nodig. In de goed doorlatende zandgrond van Hilversum is voor een verlaging van de grondwaterstand van enkele decimeters een fors debiet noodzakelijk. Bemaling moet daarom zoveel mogelijk worden voorkomen. Bij een ontwatering van 1,5 m onder maaiveld kunnen werkzaamheden aan kabels en leidingen ook zonder bemaling plaatsvinden. Bij de bepaling van de maximale grondwaterstand dient er rekening gehouden te worden met een marge als gevolg van toekomstige grondwaterstandstijgingen. Voldoende drooglegging is hier noodzakelijk.

Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur". Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.

Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

5.8

Kabels en leidingen

In het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden gelegen. Het aspect kabels en leidingen vormt hierdoor geen belemmering voor de beoogde sloop en nieuwbouw. Uiteraard zal in het kader van de graafwerkzaamheden een KLIC-melding worden gedaan.

5.9

Veiligheid

5.9.1

Sociale veiligheid

Sociale veiligheid omvat de bescherming tegen elke vorm van criminaliteit en fysieke bedreiging/gevoelens van onveiligheid. Voor het plangebied gelden momenteel geen bijzonderheden op het gebied van sociale veiligheid. Aangezien voorliggend plan een herstructureringsopgave betreft waarbij naast een aantal woningen ook een bedrijfsperceel wordt omgezet naar een woonfunctie zullen ook in dat deel van het plangebied in de avonduren mensen aanwezig zijn in het plangebied waardoor de kans op criminaliteit en gevoel van onveiligheid wordt ingeperkt. Dit betekent meer ogen op straat. Dit heeft een positief effect voor de sociale veiligheid in het plangebied.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

46

5.9.2

Fysieke veiligheid

Bij de huidige inrichting van het plangebied is het plangebied in principe goed bereikbaar voor hulpdiensten en is het gebied voldoende verkeersveilig. Hier worden geen veranderingen in aangebracht, opdat ook in de toekomst de fysieke veiligheid wordt gewaarborgd.

5.9.3

Externe veiligheid

Voor het in beeld brengen van de stationaire en mobiele bronnen in de omgeving van het plangebied is de provinciale risicokaart geraadpleegd. In de omgeving van het plangebied kunnen verschillende mobiele bronnen voor vervoer van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Hierbij gaat het om hogedrukaardgasleidingen en vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Op de navolgende afbeelding is een fragment van de risicokaart opgenomen en is het plangebied aangeduid met een rode begrenzing.

Uitsnede provinciale risicokaart met daarop het plangebied globaal rood omcirkeld (Bron: www.risicokaart.nl).

Stationaire bronnen Raadpleging van de provinciale risicokaart wijst uit dat er geen Bevi-inrichtingen in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn.

Buisleidingen In de omgeving van het plangebied liggen geen hogedrukaardgasleidingen.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

47

Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Ten oosten van het plangebied op iets meer dan 200 m afstand is een spoorlijn gelegen. Deze spoorlijn is onderdeel van route 30: Diemen – Amersfoort Oost. Hierover vindt vervoer van gevaarlijke -6 stoffen plaats. Volgens het Basisnet Spoor is er op deze route een PR 10 risicocontour aanwezig van 1 tot maximaal 7 m. Tevens is er sprake van een plasbrandaandachtsgebied van 30 m. De PR -6 10 risicocontour en het plasbrandaandachtsgebied reiken niet tot aan het plangebied. Door het vervoer van toxische transporten bedraagt het invloedsgebied > 4.000 m. Hierdoor is het plangebied gelegen binnen het invloedsgebied van het spoor. Echter is de afstand van het plangebied tot aan het spoor dermate groot dat de ontwikkeling niet van invloed is op de hoogte van het groepsrisico. Bovendien zal de hoeveelheid aanwezige personen in het plangebied waarschijnlijk slechts in zeer geringe mate toenemen, waardoor ook het groepsrisico logischerwijs slechts in beperkte mate zal toenemen. Hierdoor geldt dat er geen ruimtelijke verplichtingen gesteld hoeven worden aan de ontwikkeling op basis van het Besluit externe veiligheid transportroutes. De aanwezigheid van het spoor levert dan ook geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling en nader onderzoek en/of een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

48

Hoofdstuk 6 6.1

Implementatie

Planmethodiek

De regelgeving, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening, biedt de gemeente de mogelijkheid tot het opstellen van bestemmingsplannen met een grote mate van flexibiliteit en globaliteit. Planvormen kunnen zodanig worden gekozen dat ingespeeld kan worden op zich wijzigende omstandigheden en op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, zodat in veel gevallen het bestemmingsplan minder vaak behoeft te worden aangepast. In dit bestemmingsplan zijn de nieuwe functies voorzien van een globale eindbestemming.

6.2

Bestemmingsregeling

Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de toelichting, de regels en een verbeelding. De verbeelding en de daarin aangewezen bestemmingen en regels vormen tezamen het juridische plan. De toelichting heeft geen rechtskracht. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemmingen. De regels omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel wordt aangegeven. In deze paragraaf wordt ingegaan op de juridische opbouw van het plan. Aan de orde komen onder meer de opbouw van de regels, de relatie tussen regels en kaarten en de beschrijving van de in de regels vastgelegde bestemmingen.

6.2.1

Toelichting op de verbeelding

Met behulp van kleuren, letteraanduidingen en/of arceringen zijn de verschillende gebieds- en functionele bestemmingen op de verbeelding weergegeven. De bestemmingsbegrenzingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. Bij de opzet van de verbeelding is aangesloten bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012). De verbeelding is opgesteld conform DURP (Digitaal Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen).

6.2.2

Toelichting op de regels

De regels bevatten de juridische regeling voor het gebruik van de gronden, bepalingen over de toegelaten bebouwing en een regeling over het gebruik van bebouwing. De regels, die zijn onderverdeeld in paragrafen, worden hierna (indien nodig) toegelicht. Bij de opzet van de regels is aangesloten bij de SVBP2012 en de bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening. De artikelen bevatten bepalingen over de specifieke bestemmingen in het plan. De opbouw van deze artikelen is steeds gelijk, conform de eisen van de SVBP2012. Voor een nadere uitleg wordt verwezen naar de SVBP2012, te raadplegen via de website van Geonovum. Hier kan men ook terecht voor een uitgebreidere uitleg over dubbelbestemmingen, voorlopige bestemmingen en aanduidingen.

6.2.2.1 Indeling hoofdstukken Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid zijn de regels in hoofdstukken geplaatst. Daarbij is ook weer aangesloten bij de SVBP2012, te weten:

Hoofdstuk 1 Inleidende regels  begrippen  wijze van meten

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

49

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels  bestemmingen  dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3 Algemene regels  anti-dubbeltelregel  algemene bouwregels  algemene gebruiksregels  algemene afwijkingsregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels  overgangsrecht  slotregel 6.2.2.2 Indeling bestemmingsregels Ter bevordering van de leesbaarheid en de raadpleegbaarheid is een vaste volgorde aangehouden, te weten:  Bestemmingsomschrijving Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, zijn toegekend aan de in het plan begrepen gronden. Niet iedere functie leent zich voor een eigen bestemming. Dit hangt af van de ruimtelijke relevantie ofwel van de mate waarin de bewuste functie invloed heeft op zijn omgeving of daaraan eisen stelt. Behalve om functies, gaat het bij bestemmingen altijd om concreet ruimtegebruik of om fysiek aanwezige ruimtelijke objecten. De bestemmingsomschrijving vormt het eerste toetsingskader voor (bouw)initiatieven. Als een initiatief niet past in die omschrijving, moet deze worden beschouwd als zijnde strijdig met het bestemmingsplan. De bestemmingsomschrijving begint met de algemene bestemming. Daarna volgen eventuele specificaties in de vorm van aanduidingen. Voorbeeld: De voor '....' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. .. b. .. en tevens voor: c.

een ...., ter plaatse van de aanduiding '....', met de daarbij behorende voorzieningen. .... (die dus voor zowel de algemene bestemming als de specifieke aanduiding gelden). De daarbij behorende voorzieningen zijn bewust niet in de bestemmingsomschrijving genoemd. Het gaat hier om voorzieningen die voor het verwezenlijken van de bestemming nodig en wenselijk zijn. Dat kunnen diverse voorzieningen zijn. Een limitatieve opsomming is niet makkelijk te geven. In de toelichting op de regel (hieronder) worden wel enkele voorbeelden gegeven van de bij de bestemming behorende voorzieningen. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen, kent het bestemmingsplan aanduidingen. Deze aanduidingen bevatten specificaties van (dubbel)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een aanduiding, die juridische betekenis heeft, wordt niet alleen aangegeven op de analoge en digitale verbeelding van een bestemmingsplan, maar ook in de regels.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

50

Er zijn in het algemeen zes soorten aanduidingen te onderscheiden: 1. gebiedsaanduidingen; 2. functieaanduidingen; 3. bouwvlakken; 4. bouwaanduidingen; 5. maatvoeringsaanduidingen; 6. figuren.  Bouwregels Samen met de op de verbeelding aangegeven bestemmingen/aanduidingen, bevatten de regels bepalingen over de situering en de maximale afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken binnen de bewuste bestemming. Soms is op de verbeelding door middel van een bouwvlak aangegeven waar het (hoofd)gebouw mag worden gebouwd. Buiten het bouwvlak mag weliswaar vaak ook worden gebouwd, maar dan gaat het om bijvoorbeeld bijbehorende bouwwerken of terreinafscheidingen. De bouwregels gaan over bouwwerken en zijn onderverdeeld in bepalingen over: a. (hoofd)gebouwen; b. bijbehorende bouwwerken (indien daarvan sprake is); c. bouwwerken, geen gebouw zijnde. De toetsing hieraan vindt in principe pas plaats indien duidelijk is dat het voorgenomen gebruik van het bouwwerk in overeenstemming is met de bestemmingsomschrijving bij de bestemming.  Afwijken van de bouwregels Om het bestemmingsplan flexibel te maken zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van een bouwregel. Het kunnen afwijken van de bouwregels is beslist geen automatisme. Telkens als verzocht wordt om te mogen afwijken van een bouwregel moet worden gemotiveerd waarom van de standaard wordt afgeweken.

De aanvrager moet aangeven waarom hij niet uit de voeten kan met de standaardregel. In sommige gevallen moet de aanvrager zelfs met onafhankelijk advies aantonen dat afwijking van de bouwregels terecht is.  Specifieke gebruiksregels Indien ten aanzien van een bepaald gebruik speciale regels moeten worden gegeven dan worden deze specifiek aangegeven. Een voorbeeld van een dergelijke specifieke regeling is het gebruik van een gedeelte van de woning en/of bijbehorend bouwwerk als werkruimte voor een aan-huisverbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit.  Afwijken van de gebruiksregels Om het bestemmingsplan flexibel te maken zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van een gebruiksregel. Het kunnen afwijken van de gebruiksregels is ook hier beslist geen automatisme. Telkens als verzocht wordt om te mogen afwijken van een gebruiksregel moet worden gemotiveerd waarom van de standaard wordt afgeweken. De aanvrager moet aangeven waarom hij of zij niet uit de voeten kan met de standaard regel. In sommige gevallen moet de aanvrager zelfs met onafhankelijk advies aantonen dat afwijking van de gebruiksregels terecht is. 

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden In deze regel staan specifiek voor de bestemming geldende bepalingen over omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanlegvergunningen).Zo kan bijvoorbeeld via een omgevingsvergunning een bepaalde natuurwaarde worden beschermd. Aanleggen is dan niet mogelijk zonder een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

51

 Wijzigingsbevoegdheid Om het bestemmingsplan flexibel te maken zijn mogelijkheden gegeven aan het college van burgemeester en wethouders om het plan op onderdelen te wijzigen. Hierbij gaat het voornamelijk om de toegestane gebruiken zoals aangegeven in de bestemmingsomschrijving. De wijzigingsbevoegdheid is iets anders dan de afwijkingsbevoegdheid. Via deze wijzigingsbevoegdheid kunnen bestemmingen worden gewijzigd, overigens binnen door de gemeenteraad aangegeven voorwaarden. Via een afwijking worden bestemmingen niet gewijzigd. De afwijking maakt het slechts mogelijk om binnen een bestemming af te wijken van de standaardregel (bijvoorbeeld van de standaard bouwhoogte). Het kunnen wijzigen van de bestemming is ook hier beslist geen automatisme. Telkens als verzocht wordt om een wijziging moet worden gemotiveerd waarom dat mogelijk en wenselijk is. De aanvrager moet aangeven waarom hij niet uit de voeten kan met de standaard regel. In sommige gevallen moet de aanvrager zelfs met onafhankelijk advies aantonen dat wijziging van de bestemming terecht is.

De afwijkings- en wijzigingsbevoegdheid mag niet cumulatief worden gebruikt ten opzichte van een eerder besluit tot afwijking of wijziging.

6.2.2.3 De regels In de regels worden verschillende begrippen gebruikt die voor verschillende uitleg vatbaar zijn. Door het opnemen van de definities van deze begrippen wordt getracht misverstanden over de uitleg van de regels te beperken.  hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken Elke bestemming bestaat doorgaans uit twee vlakken: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied dat op de verbeelding is aangeven waarvoor de mogelijkheden om te bouwen in de regels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering. Nadere specificaties die iets zeggen over het gebruik of bouwmogelijkheden zijn door middel van aanduidingen opgenomen. Het hoofdgebouw mag enkel in een bouwvlak gebouwd worden. De bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied zijn toegestaan en uitsluitend in het bestemmingsvlak. Het achtererfgebied is het erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,00 meter van de voorkant van het hoofdgebouw. Met het begrip "bijbehorend bouwwerk" is een verzamelbegrip bedoeld waar uitbreidingen (aan- en uitbouwen en bijgebouwen) van een hoofdgebouw, onder vallen.

Ook vallen er overkappingen onder die vanwege het ontbreken van wanden niet als gebouw aangemerkt kunnen worden. Verder vallen er andere bouwwerken met een dak onder die vanwege een te geringe stahoogte niet als gebouw aangemerkt kunnen worden. In de begripsomschrijving is aangegeven dat een bijbehorend bouwwerk altijd moet worden gebouwd bij een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw. Zonder hoofdgebouw kan er op het perceel dus ook geen sprake zijn van een bijbehorend bouwwerk. Voorts is aangegeven dat een bijbehorend bouwwerk functioneel verbonden moet zijn met het hoofdgebouw. Daar wordt mee bedoeld dat het gebruik van het bijbehorende bouwwerk in planologisch opzicht gerelateerd moet zijn aan het gebruik van het hoofdgebouw. Een voorbeeld van een bijbehorend bouwwerk bij een woning is een serre of een uitbouw aan de oorspronkelijke achter- of zijgevel. Ook een vrijstaande berging en een carport zijn een bij een woning bijbehorend bouwwerk.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

52

 aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit Het begrip ‘aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit’ is doormiddel van de bestemmingen gekoppeld aan het wonen. In de woning moet worden gewoond, maar het is mogelijk dat in de woning ook gewerkt wordt. In de woning of de daarbij bijbehorende bouwwerken mag een aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit worden uitgeoefend. Dat is bijvoorbeeld een architect die een gedeelte van zijn huis heeft ingericht als werkruimte/kantoorruimte. Ook een arts mag een gedeelte van zijn huis gebruiken als praktijkruimte. Ook mag een bedrijfsmatige activiteit worden uitgeoefend in de woning en bijbehorend bouwwerk. Denk aan een goud- of edelsmid of een horlogemaker. In een functioneel ondergeschikt bijbehorend bouwwerk (zoals een bijkeuken of berging) is dit alleen mogelijk via een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan. De woonfunctie moet primair behouden blijven. Daarom is geregeld dat die activiteiten voor niet meer dan 1/3 deel (33%) van de oppervlakte van het wonen (met de aan- en uitbouwen en/of bijgebouwen) 2 mogen plaatsvinden. Hier is wel een maximum aan verbonden van 50 m . Ook het uiterlijk van de woning mag niet ingrijpend worden veranderd. Er moet altijd sprake zijn van een in de wijk herkenbare woning.

Omdat de activiteit in de woonomgeving moet passen is ook geregeld dat de activiteit niet mag leiden tot parkeeroverlast of milieuhygiënische overlast zoals stank en geluidsoverlast. Er zullen voldoende parkeerplaatsen op de tijden dat de activiteit plaatsvindt aanwezig moeten zijn op eigen terrein of in de buurt. Dat geldt uiteraard alleen voor die activiteiten die verkeer aantrekken. Daarnaast mogen de activiteiten geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer. In de woning mag geen horeca en geen detailhandel plaatsvinden. Bed & breakfast waarbij niet meer dan 5 bedden worden aangeboden voor een overnachting valt niet onder horeca en mag in een woning plaatsvinden. Internetwinkels waarbij de klanten hun producten komen ophalen valt onder de categorie detailhandel en is niet toegestaan. Wel mag in het kader van de bedrijfsmatige activiteiten beperkt (ondergeschikt aan de hoofdactiviteit) verkoop plaatsvinden. Zo mag een kapper een flesje haarshampoo verkopen bijvoorbeeld. In ieder geval mag (mogen) de bewoner(s) van de woning de aan-huis-verbonden beroeps of de bedrijfmatige activiteiten uitoefenen (bijvoorbeeld man en vrouw, maar ook een kind). Het is mogelijk dat hij en/of zij (de bewoner(s) dus) een (deeltijd)medewerker heeft. Die medewerker mag daar dan ook werken. Die medewerker hoeft daar niet zelf te wonen. Denk aan een doktersassistente.

Het gaat om een medewerker op basis van een maximale 36-urige werkweek (1 fte). Het is mogelijk dat twee of drie medewerkers in dienst zijn. Dat mag alleen als zij samen niet meer dan 1 fte vertegenwoordigen (dan gaat het dus om 2 of 3 parttime medewerkers). Indien de medewerkers op het zelfde tijdstip werken dient te worden onderzocht of daardoor (parkeer)overlast wordt veroorzaakt. Als dat zo is dan is het niet toegestaan. Het verhuren of verkopen van een deel van de woning aan derden is niet toegestaan. In de regels van het bestemmingsplan is deze vorm van werken in een woning geregeld via de ‘specifieke gebruiksregels’.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Enkele begrippen zijn overgenomen uit de Woningwet/Bouwverordening en SVBP2012.

Artikel 2 Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/percelen gemeten moeten worden.

ontwerp bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

53

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Verkeer De bestemming Verkeer is gegeven aan een deel van de gronden aan de noord- en zuidzijde van het plangebied. Binnen deze bestemming mogen enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd. De bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verlichting en verkeersregulatie kent een maximum van 6 meter. Voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een maximum van bouwhoogte van 3 meter.

Artikel 4 Wonen - 2 Binnen deze bestemming staat het wonen centraal. Bij het wonen horen vanzelfsprekend voorzieningen om het wonen 'prettig' en mogelijk te maken. Bewust is niet gekozen deze (limitatief) te noemen. Bij dergelijke voorzieningen moet worden gedacht aan bijvoorbeeld achtertuinen en het (gedeeltelijk) verharden daarvan ten behoeve van toegangspaden, in- en uitritten en bouwwerken, en dergelijke. Parkeervoorzieningen horen er ook bij en een gebouwde barbecue ook. Kortom, alles wat bij een normaal gebruik hoort bij het wonen. Deze bestemming maakt het wonen in gestapelde woningen (appartementen en maisonnettes) mogelijk. Er wordt gewerkt met bouwvlakken. Op de verbeelding is het bouwvlak aangegeven waarbinnen het hoofdgebouw gebouwd moet worden. Dit bouwvlak mag voor 100 % worden bebouwd. Het hoofdgebouw dient te voldoen aan de op de verbeelding opgenomen maximum bouwhoogte van 15 meter. Daarnaast mag de rest van het bestemmingsvlak gebruikt worden voor bijbehorende bouwwerken. Tenslotte geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' ondergrondse parkeervoorzieningen zijn toegestaan.

Dubbelbestemming

Artikel 5 Waarde - Archeologie - Oude Dorpskern - Hoog In dit artikel is de bescherming van de archeologische waarde van gronden in het plangebied geregeld. Hierin is nadrukkelijk gesteld dat gebouwen op gronden met een archeologische verwachtingswaarde, ter bescherming van die waarden, moeten worden gebouwd binnen de bebouwingsgrenzen. Dat geldt niet voor relatief kleine bouwwerken die weinig of geen schade kunnen aanbrengen aan eventuele archeologische waarden. Dat verschilt per gebied (waarde hoog, middel of laag). In voorliggende situatie geldt een hoge verwachting waardoor in principe niet mag worden gebouwd bij een ingreep in de bodem (door een bouwwerk) indien de omvang van het bouwwerk 2 groter is dan 25 m én de diepte van de ingreep meer is dan 30 cm. Bouwen is dan alleen mogelijk als na onderzoek en advies blijkt dat de bouw geen schade toebrengt aan de eventueel in de bodem aanwezige archeologie. Is de ingreep dieper dan 30 cm (bijvoorbeeld 70 cm) maar de omvang van 2 het bouwwerk nog steeds niet meer dan 25 m dan kan 'gewoon' worden gebouwd (er is dan ook geen onderzoek en advies nodig; het is alleen nodig als beide maten worden overschreden). Voorts is een groot aantal werken en werkzaamheden aanlegvergunningplichtig. Voor het verlenen van een dergelijke vergunning dient advies te worden ingewonnen bij ter zake deskundige.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=e0a52ab4-78b6-4dd6-ad43-91c22069e9a5