Raadsinformatiebrief 2021-90 inzake Een toekomst met perspectief, doorontwikkeling samenwerkingsafspraken Jeugd
Tekst van het document
Het zou goed zijn om zo min mogelijk verschillende zorgaanbieders op één school te hebben, zodat school en zorgaanbieder elkaar leren kennen en goed kunnen samenwerken. Daar wordt tegen ingebracht dat ook niet alle problematiek door de zelfde zorgaanbieder kan worden behandeld; soms is er juist iets anders nodig en is samenwerken met één zorgaanbieder juist een risico. Bovendien hebben ouders vrije zorgkeuze. Het is heel belangrijk dat de zorgaanbieder op school óók het gezin betrekt. En dan er wordt gewerkt vanuit één plan. Geopperd wordt om te onderzoeken of er op bepaalde scholen veel kinderen een zelfde type zorg krijgen, en of je hierin iets gezamenlijks kunt doen. Op sommige scholen werken psychologen in opdracht van het onderwijs. Verblijf Alle aanbieders zijn het erover eens dat alleen in het uiterste geval moet worden overgegaan tot uithuisplaatsing, en dat alternatieven altijd de voorkeur hebben als die veilig genoeg lijken. Het belangrijkste dat zorgaanbieders benoemen over het voorkomen van uithuisplaatsingen is dat er al veel eerder moet worden samengewerkt door alle betrokken partijen, om gezinnen met complexe problematiek te helpen voordat uithuisplaatsing dreigt. Hiervoor is een groot aantal ideeën geopperd.
Ook is vaak genoemd dat we meer en creatievere oplossingen moeten inzetten als alternatief voor uithuisplaatsing, zoals ‘een bedje erbij in huis’ voor de hulpverlener of een ‘strippenkaart’ voor af en toe een nacht opvang in crisissituaties. Genoemd zijn onder andere: Regio Gooi en Vechtstreek
Pagina 22
-
-
-
-
De doorbraaktafel komt te laat, namelijk pas als een kind al uit huis geplaatst is. Het voorkomen van verblijf vraagt een projectmatige gezamenlijke aanpak met alle partijen in de uitvoering. Een taskforce die risicogezinnen in beeld heeft en hiervoor een aanpak maakt. Met daarin gecertificeerde instellingen (GI’s), zorgaanbieders, gemeente, misschien ook onderwijs. Hierbij moet het streven zijn om veel eerder te signaleren in welke gezinnen de situatie zorgelijk is en tijdig creatieve oplossingen in te zetten. Als voorbeeld wordt YePH in Utrecht genoemd, een expertisecentrum waarmee het voorveld makkelijk contact kan leggen als zij te maken hebben met een kind of gezin met complexe problematiek. Er wordt vermoed dat er angst bestaat bij de verantwoordelijke professional om een uithuisplaatsing uit te stellen en een andere oplossing in te zetten. Zorg dat de gezinsvoogd of consulent zich niet alleen verantwoordelijk voelt, maar dit samen met een team kan doen. Een team met een vaste bezetting; de verwijzer vliegt erin. Spreek met elkaar instrumenten af die je in kunt zetten. Kinderen komen te vaak op een crisisopvang zonder dat eerst ambulant is geprobeerd.
Als kinderen toch uit huis geplaatst moeten worden, dan in een situatie die ‘zo thuis mogelijk is’. Niet in residentiële instellingen, maar in een gezinshuis of een pleeggezin. Hierover wordt door aanbieders het volgende gezegd: -
-
-
Aanbieders van verblijf geven aan dat er in deze regio minder gezinshuizen zijn dan elders. Dit zijn er te weinig; het gat tussen een pleeggezin en residentieel verblijf is te groot. Zij zijn bereid te helpen in de werving van gezinshuizen. Daarnaast worden er nog verschillende alternatieven genoemd: gezinsgroep, perspectiefhuis, KAR. Als een kind in een instelling verblijft, moet er vaker gezinstherapie worden ingezet. Dit is nodig om een terugkeer naar huis te bevorderen. Het is kostbaar, maar men moet niet bang zijn om dit in te zetten. Werk samen met andere domeinen. Voorkom bijvoorbeeld dat een jongere een bijstandsuitkering toegewezen krijgt, dan valt de externe prikkel weg.
De gecertificeerde instellingen (GI’s) en Veilig Thuis benoemen nog het volgende: - Kijk naar de inzet van burgervoogden en buurtgezinnen, als alternatief voor een voogd van een GI. - Er is vaak onvoldoende passende hulp beschikbaar. Er moeten dan offertes worden opgevraagd bij partijen die niet gecontracteerd zijn; dit kost veel tijd. Er is behoefte aan één loket voor de hele regio, die weet waar plekken beschikbaar zijn bij driemilieu, gezinshuizen, pleeggezinnen etc. De schakelfunctionaris helpt wel mee, maar als er geen plek beschikbaar is, kan zij ook weinig doen. - De doorbraaktafel kan hiervoor alleen een oplossing zijn als partijen de kamer niet uit gaan voordat er een oplossing is voor het kind en er wordt gekeken wat wél kan. De vraag moet worden gesteld wat aanbieders nodig hebben om wél op te vangen, bijvoorbeeld extra inzet van een andere zorgaanbieder. - Andere regio’s werken met een app met beschikbare crisisbedden. Samenwerking en kennis delen In alle gesprekken komt terug dat meer samenwerking en kennisdeling nodig zijn. Zie ook de ‘taskforce verblijf’. Voorheen was er meer samenwerking tussen aanbieders en het voorveld. Dit werkte beide kanten op: het voorveld raadpleegde zorgaanbieders voor hun expertise, en zorgaanbieders konden eenvoudiger afschalen door weer over te dragen aan het voorveld.
Jeugdconsulenten worden ‘onzichtbaar’ genoemd door sommige zorgaanbieders. Ze proberen contact te krijgen, maar hebben geen naam, geen gezicht, alleen bijvoorbeeld een algemeen emailadres. Regio Gooi en Vechtstreek
Pagina 23
Daarnaast ervaren ze dat er veel personele wisselingen zijn. Zoals het nu functioneert, is het veel makkelijker en aantrekkelijker om naar de huisarts te gaan. Gesuggereerd wordt om de eigen toegang aantrekkelijker te maken, omdat je dan grip krijgt op het aantal verwijzingen. Normaliseren, afbakenen en uitstroom Om het aantal jeugdigen in zorg terug te brengen, moet er worden afgebakend wat jeugdhulp is en wat niet. Durf keuzes te maken: wat is jeugdhulp en wat is opvoeding en dus de verantwoordelijkheid van de ouders? Wanneer is een kind genoeg geholpen en dient het uit de jeugdhulp uit te stromen? Op dit moment wordt veel geld vanuit de jeugdhulp ingezet om de handelingsverlegenheid van ouders op te lossen. Als suggesties om uitstroom te vergemakkelijken worden genoemd: - Verbeter het contact met het voorveld. Als je kunt overdragen aan het voorveld, wordt het eenvoudiger om een jeugdige uit te laten stromen. - Denk aan een ‘waakvlam-constructie’ of een ‘strippenkaart’: de behandeling wordt beëindigd, maar de jeugdige behoudt de mogelijkheid om nog een aantal keer terug te komen als de situatie daar om vraagt. Administratieve last De volgende suggesties worden meegegeven om de administratieve last te verminderen: - Maak de verlengingsaanvragen eenvoudiger - Het uren schrijven is een grote administratieve last - Het aanvragen van beschikkingen kost veel tijd.
- Laat de consulenten weer zelf de beschikkingen aanmaken, nu ligt het bij een ander team en dit werkt erg vertragend - Wees vooraf duidelijk in wat je achteraf voor de materiële controle gaat vragen - Schaf de einddatum voor jeugdhulp af. Voegt niets toe en levert wel veel gedoe op. - Cliënten die binnen de regio verhuizen van de ene gemeente naar andere is administratief zeer belastend. Heel veel tijd voordat de back office van jeugdhulpverlener de zaak geregeld heeft. Laat aanbieders hier geen last van hebben en spreek binnen de regio een coulance regeling hierover af. - DLP is overzichtelijk en werkt, maar er hangt weel eens wat. In zo’n geval weet ik niet bij wie ik moet zijn: de consulent, het administratieve team of inkoop en contractbeheer. Huisartsen Er is gesproken met een vertegenwoordiging van huisartsen één uit elke gemeente. Sommige van hen werken met een POH. Praktijkondersteuner (POH) De huisartsen die werken met een POH zijn hierover zeer positief. De POH is veel beter dan de huisarts in staat om de vraag helder te krijgen en weet beter waar naartoe door te verwijzen. Wel wordt ook hier benoemd dat er door de POH’er meer zou moeten worden verwezen naar het voorveld. Sommige POH’ers zijn hier onvoldoende bekend mee.
Als er meer POH’ers in de regio zouden worden ingezet, dan is wel een belangrijk aandachtspunt dat hier ook ruimte voor beschikbaar is; in de meeste huisartspraktijken is die er niet. Genoemd zijn nog: - Ook voor de POH geldt: aanbod creëert vraag. Waar een huisarts zonder POH misschien niet doorverwijst en de ouders alleen een aantal adviezen meegeeft, wordt in zo’n situatie nu vaak wel naar de POH verwezen. - De POH wordt ook ingezet om de wachttijd van de zorgaanbieder te overbruggen. Samenwerking onderwijs Als belangrijk verbeterpunt wordt aangegeven het contact met en input vanuit school. Vaak komen ouders met de vraag om een verwijsbrief. Als de huisarts vraagt waarom, geeft de ouder aan: ‘dat moet van school’. De huisartsen geven aan: als er iemand komt met een aan school gerelateerd probleem, dan zou de jeugdarts hieraan gekoppeld moeten worden; niet de huisarts. Bij een dergelijke vraag van Regio Gooi en Vechtstreek
Pagina 24
ouders, zou de huisarts wel naar de jeugdarts willen verwijzen. Alleen is op dit moment bij huisartsen onbekend, wie de betreffende jeugdarts is. Samenwerking gemeente Huisartsen geven aan dat ze het belangrijk vinden dat de verwijzing naar jeugdhulp wel via de huisarts blijft lopen. Zij noemen hiervoor twee redenen: het gezin kent de huisarts en kan er makkelijk terecht, en hierdoor is het laagdrempelig. Daarnaast kent de huisarts ook de ouders en de rest van het gezin en kan hij deze kennis inzetten bij het in kaart brengen van de problematiek. Bij een kind met angsten of dwangklachten maakt de huisarts vaak de keuze om niet het kind te verwijzen, maar met de ouders in gesprek te gaan. Waar ze wel tegenaan lopen is dat ze niet weten of een kind al bekend is bij de gemeente. Soms wordt de huisarts op een later moment verrast dat een gezin al veel hulp krijgt. Dit is bij de huisarts dan helemaal niet in beeld. Het zou fijn zijn als huisartsen door de gemeente geïnformeerd kunnen worden als kinderen bij hen zijn geweest en/of hulp krijgen. Daarnaast wordt nog genoemd: - Nog niet voor alle huisartsen is bekend wat het C&A-team doet en hoe ze van hun diensten gebruik kunnen maken. - Het zou fijn zijn als er een coronalijn voor jongeren komt. Uitvoeringsdiensten Normaliseren De uitvoeringsdiensten geven aan dat zij veel handelingsverlegenheid bij ouders zien.
Er komen veel ouders bij de gemeente met vraagstukken die zelf zouden moeten kunnen oplossen, of erbij horen in het leven van een opgroeiend kind. We zouden meer moeten ‘normaliseren’; het zou kunnen helpen als de jeugdconsulenten hiervoor meer handvatten krijgen aangereikt. Ook als het gaat om uithuisplaatsingen is de handelingsverlegenheid van ouder een probleem. Soms worden kinderen gewoon op straat gezet door ouders, en behoort voorkomen niet tot de mogelijkheden; de gemeente kan dan niet anders dan een plek voor deze jongere te zoeken. Samenwerking onderwijs Als het gaat om samenwerking met het onderwijs, geven uitvoeringsdiensten aan dat we ervoor moeten waken dat te veel hulp en ondersteuning die op school geboden wordt, onder de jeugdwet valt. Scholen en samenwerkingsverbanden hebben hierin ook een verantwoordelijkheid. De samenwerking van partijen en duidelijkheid over verantwoordelijkheden is iets dat aandacht behoeft. Samenwerking huisartsen Een zeer groot deel van de verwijzingen gaat via de huisartsen (in sommige jaren wel 75%). Om een groter effect te bereiken is het daarom zaak om met hen regionale afspraken te maken. Regionale afspraken over de inzet van POH’ers zou grote toegevoegde waarde kunnen hebben. Uitstroom Indien er wordt ingezet op uitstroom, richt je dan met name op de langlopende en gestapelde cases.
Versterk en/of vergroot het voorveld waar naartoe kan worden overgedragen; dit verkleint de drempel om een behandeling te beëindigen. Ook een ‘waakvlamconstructie’ wordt gezien als een goed idee: de behandeling stopt, maar indien nodig kan er nog een aantal keer worden teruggekomen als de situatie daar om vraagt. En maak afspraken met aanbieders: wanneer is het resultaat goed genoeg en kan er worden gestopt met behandelen? Beschikbaarheid van zorg Uitvoeringsdiensten ervaren dat bepaalde hoog specialistische jeugdhulp, weinig voorkomende jeugdhulp, specialistische verblijfsfuncties en hulp in het kader van urgente crisissituaties onder druk staat en er wachttijden ontstaan. Tussentijds moeten alternatieven worden gezocht. Dit brengt ook veel extra werk met zich mee voor de jeugdconsulenten. Regio Gooi en Vechtstreek
Pagina 25
Bijlage 3 Resultaten Transformatieplan ‘Zorg voor de Jeugd 2019-2021’ De afgelopen jaren is langs zes verschillende actielijnen gewerkt aan de transformatie van de jeugdhulp. Hieronder wordt een aantal van de resultaten uitgelicht. Preventie en vroegsignalering Het Consultatie en Adviesteam (CenA-team) ondersteunt huisartsen bij het beoordelen van psychische en pedagogische problemen. Vanuit de middelen van het transformatiefonds is voor 8 uur per week een jeugdarts aan het team toegevoegd, om het bereik onder huisartsen te vergroten. Doel hiervan is om hen beter op de hoogte te brengen van lichtere vormen van ondersteuning en hiermee doorverwijzing naar jeugdhulp te voorkomen. In 2019 heeft het CenA-team 54 huisartsen ondersteund bij de hulp aan 154 kinderen. In 2020 was er contact met 60 huisartsen over 169 kinderen. De huisartsen waarderen deze hulp vanuit het CenA-team met een gemiddeld cijfer 8 en geven o.a. het volgende aan:
“Het is erg goed te lezen dat problemen bij kinderen soms op een 'huislijke' manier kunnen worden opgelost. Wij professionals zoeken de oplossing toch vaak te moeilijk.” Huisarts uit gemeente Huizen
“Tot nu toe goede ervaringen met overleg over casussen en met kinderen/ouders waarbij jullie in consultatie werden gevraagd, ook positieve feedback van ouder.” Huisarts uit gemeente Gooise Meren
Minder administratie, meer zorg Uitgebreide werkagenda verminderen administratieve lastendruk. In opdracht van de regio heeft het onderzoeksbureau JB Lorenz onderzoek uitgevoerd naar mogelijkheden om de administratieve lastendruk in de regio te verminderen. Hier zijn twee producten uit voortgekomen: een handreiking en een werkagenda. In de handreiking zijn vier tactische en strategische knelpunten benoemd. Er wordt voorgesteld drie van de vier strategische knelpunten uit de handreiking mee te nemen in het huidige inkoopproces en het proces rondom het zorglandschap. Een vierde strategische knelpunt, de ICT-infrastructuur, wordt uitgesteld tot een tweede fase in 2022. Jongeren doen mee Pilots Rebound: Dit betreft een nieuwe functie, de onderwijs-zorgconsulent (OZC). Het doel van is snelle en integrale hulpverlening met de focus op terugkeren naar onderwijs. Dit willen we bereiken door problematiek op school en thuis te signaleren en snel te schakelen met gemeenten of hulpverlening wanneer nodig. Onderwijs- zorg arrangement: pilot op deDonnerschool en de Wijngaard; deze worden momenteel gevalueerd. Versterken vakmanschap jeugdhulpprofessional Er is in 2019 gestart met een verkenning om in kaart te brengen waar de behoeften lagen van de gemeenten als het gaat om deskundigheidsbevordering van de jeugdconsulenten.
Vervolgens is er van 2019 tot 2021 een intensief opleidingsaanbod geweest, toegankelijk voor alle jeugdconsulenten uit de regio. De opleiding richtte zich op: interculturele communicatie, complexe scheidingen, jongerenproblematiek, en (voorkomen van) uithuisplaatsingen. Voor de inhoud van de scholingsprogramma’s is samengewerkt met beleid, Veilig Thuis, de GI’s en diverse jeugdhulpaanbieders in de regio. Regio Gooi en Vechtstreek
Pagina 26
Zo thuis als mogelijk opgroeien Om de visie ‘jeugdigen groeien zo thuis mogelijk op’ te realiseren, hebben de wethouders in oktober 2018 – en opnieuw in juni 2019 - aangegeven in te willen zetten op alternatieven voor residentieel verblijf. Denk aan intensieve ambulante hulpverlening en het versterken van pleegzorg en gezinshuizen. Daarop zijn acties ingezet, waaronder gezamenlijke werving pleegzorg en middelen voor innovatie (zoals Echte betrokkenheid- zo thuis als mogelijk waarmee uithuisplaatsing wordt voorkomen). Ook is in de inkoop snel inzetbare en 24/7 hulp geborgd. Gezinshuizen zijn opgenomen als nieuwe voorziening waarvoor, op basis van landelijke criteria, kwaliteitseisen zijn vastgesteld. In de inkoop voor jeugdhulp 2021 is het niet gelukt om afspraken te maken over de verblijfsvoorzieningen jeugd. Hiervoor wordt in 2021 een nieuw traject doorlopen waarbij 2021 en 2022 als overgangsjaren worden gezien zodat er vanaf 2023 langjarige afspraken kunnen worden gemaakt.
Regio Gooi en Vechtstreek
Pagina 27
Planning Doorontwikkeling samenwerkingsafspraken Jeugdhulp Activiteit Gesprekken Samenkracht! Gesprekken aanbieders Gesprek Adviesraden Bespreking Uitvoeringsoverleg Bespreking Directie-overleg Bespreking PFHO Concept bespreken met Adviesraden Concept bespreken met partners
Wanneer Februari Februari, maart Februari 23 maart, 20 april 11 mei 21 mei 9 juni
Bijzonderheden
Juni, juli
Uitkomst beschikbaar 3008 i.v.m. vakantie
Definitieve versie in Uitvoeringsoverleg Definitieve versie in Directie-overleg Definitieve versie in regionaal PFHO Lokale besluitvormingsroute: collegebesluit Raadsinformatiebrief
24 augustus
Regio Gooi en Vechtstreek
Thema sessie Jeugd N.v.t zie hierboven
2 september 16 september September, oktober November
Pagina 28