Raadsinformatiebrief 2021-85 inzake Septembercirculaire 2021 gemeentefonds
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Van
Burgemeester en Wethouder/Burgemeester
Zaak nr.
1069552
Aan
Gemeenteraad
RIB nr.
2021-85
Portefeuillehouder
K.J. Walters
Datum
27 oktober 2021
Informatie bij
E.P. Heijnis
Tel. nr.
(035) 629 2796
Onderwerp Septembercirculaire 2021 gemeentefonds Aanleiding Op 21 september heeft het Rijk de septembercirculaire gepresenteerd. De belangrijkste onderwerpen zijn: • Accresontwikkeling • Extra middelen jeugdzorg • Vervallen opschalingskorting • Corona compensatie • Voorschot BCF-plafond 2021 • Beschermd wonen Vooraankondigingen zijn gedaan voor: • Compensatie inkomstenderving 2020 • Extra middelen SW-bedrijven • Compensatie inkomstenderving 2021 • Extra middelen cultuur • Meerkosten Jeugd en Wmo 2021 • Tijdelijke wet Covid • Klimaat en energie De vertaling van deze aankondigingen zal geformaliseerd worden via de decembercirculaire 2021 of een van de circulaires in 2022. Kernboodschap De algemene uitkering is een vrij besteedbaar middel voor gemeenten. Dit geldt ook voor decentralisatie- en integratie uitkeringen. De specificatie van de extra middelen die nu via de algemene uitkering of via decentralisatie- en integratie uitkeringen ter beschikking worden gesteld zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Aan welke doelen de extra middelen uiteindelijk worden besteed is een bestuurlijke keuze en is daarmee niet direct gekoppeld aan de specificatie van de extra verkregen middelen.
Bij de doorrekening van de septembercirculaire zijn dezelfde uitgangspunten gehanteerd als bij de meicirculaire, een groei van Hilversum met 300 woningen per jaar. De coronacompensatie via de septembercirculaire bedraagt in totaal voor 2021 een bedrag van € 1,558 miljoen en voor 2022 een bedrag van € 0,515 miljoen. Een deel van de compensatie heeft betrekking op regionale middelen. Deze compensatie wordt doorgegeven aan de regio. In onderstaande tabel staat op hoofdlijnen hoe de circulaire conform onze financiële verordening wordt verwerkt. Voor meer detail verwijzen wij u naar de bijlage Financiële mutaties. Zonder teken + tekortverhogend. Min-teken = tekortverlagend Begroting 2021-2025 1a Algemene Uitkering volgens meicirculaire 2021 1b Stelpost jeugd opgenomen in begroting 2022
Begroting 2021 2020 2021 170.919 173.713
2022 171.320 6.092
Begroting 2022-2025 2023 2024 172.359 174.759
2025 178.338
1 = 1a + 1b Totaal Algemene Uitkering volgens begroting 2022
170.919
173.713
177.412
172.359
174.759
178.338
2 Algemene Uitkering volgens septembercirculaire 2021
170.810
173.564
179.330
172.846
175.415
179.313
3 = 1 -/-2 Wijziging Algemene Uitkering a.g.v. septembercirculaire
109
149
-1.918
-487
-656
-975
1.438
210 -3.330
226 -3.338
72 -3.343
4 Storting in de algemene reserve 5 Storting in de reserve Covid 19 6 Verhoging corresonderende uitgavenbudgetten 7 Verlaging corresponderende uitgavenbudgetten
8 = 3 t/m 7
Totaal effect septembercirculaire op begroting
-3
451 -2.185
162 353 215 -3.265
-4.453
-3.607
-3.768
-4.246
-4.453
-3.607
-3.768
-4.246
106
-147
9 Verantwoording mutaties 2020 in 2021
-106
106
10 = 8 + 9 Totaal effect septembercirculaire op begroting
-
-41
0
Tabel 1. Bedragen maal € 1.000
Op regel 1a is de raming van de algemene uitkering zoals deze bij de meicirculaire 2021 is berekend en verwerkt is in de bijgestelde begroting 2021 en 2022. Op regel 1b is vooruitlopend op septembercirculaire een stelpost opgenomen voor de ingeschatte verhoging van de algemene uitkering voor het jaar 2022 m.b.t. de jeugdzorg. Op regel 1, het totaal van 1a + 1b, staat het vertrekpunt vermeld zoals deze gehanteerd is voor de vergelijking met de uitkomsten van de septembercirculaire 2021. Regel 2: De hoogte van de algemene uitkering zoals deze is berekend bij de septembercirculaire 2021 op basis van de genoemd uitgangspunten. Regel 3: Het verschil tussen de raming conform de meicirculaire 2021 en de uitkomsten van de berekening op basis van de septembercirculaire 2021. Regel 4: Door het Rijk zijn middelen ter beschikking gesteld ter compensatie van de financiële nadelen van de Covid-19 pandemie. De ontvangen extra middelen, voor 2021 (exclusief de extra regionale middelen ad € 120.000,-) en 2022 worden tot een bedrag van € 1,6 miljoen gestort in de algemene reserve. De onttrekking uit de algemene reserve t.b.v. de Corona herstelagenda ad € 1,6 miljoen wordt op die manier teruggestort. Regel 5: De extra middelen genoemd onder regel 4 die de € 1,6 miljoen overstijgen worden gestort in de reserve Covid 19.
Regel 6: Extra middelen worden doorgegeven als extra budget indien daar een bestedingsplan of een taakuitbreiding onder ligt. De verhoging van corresponderende uitgavenbudgetten betreffen voornamelijk middelen die Hilversum als Centrumgemeente ontvangt en waar regionale afspraken zijn over de besteding van deze middelen. E.e.a. conform onze financiële verordening.
Regel 7: De verlaging van corresponderende uitgavenbudgetten betreft voornamelijk middelen die Hilversum als Centrumgemeente ontvangt en waar regionale afspraken zijn over de besteding van deze middelen. E.e.a. conform onze financiële verordening. Regel 8: Het totale effect vermeld van de septembercirculaire 2021 op de begroting 2021 en de jaren 2022 t/m 2025. Het effect is opgebouwd uit een wijziging van de algemene uitkering (regel 3) een storting in de reserve Covid-19 (regel 4) en daarmee samenhangende wijzigingen in uitgavenbudgetten (regel 5 en 6). Regel 9: Omdat het jaar 2020 inmiddels is afgesloten worden de mutaties van het jaar 2020, (per saldo € 106.000 nadelig) verantwoord in 2021. Regel 10: Op regel 10 staat het totale effect vermeld van de septembercirculaire 2021 op de begroting 2021 en de jaren 2022 t/m 2025. De septembercirculaire 2021 heeft een voordelig effect op de gemeentebegroting 2021 van € 0,041 miljoen. Voor de jaren 2022 t/m 2025 heeft deze septembercirculaire een voordelig effect van respectievelijk € 4,453 miljoen, € 3,607 miljoen, € 3,768 miljoen en € 4,246 miljoen. Door het effect van de septembercirculaire wijzigt de stand van het meerjarige begrotingssaldo als volgt. Saldo begroting Oorspronkelijke begroting Effecten septembercirculaire 2021 Stand na septembercirculaire 2021
2022 2023 2024 2025 -1.515.000 -953.000 -721.000 -328.000 -4.453.000 -3.607.000 -3.768.000 -4.246.000 -5.968.000 -4.560.000 -4.489.000 -4.574.000
Tabel 2. Bedragen maal € 1.000
De algemene uitkering blijft aan schommelingen onderhevig. Hiervoor zijn de volgende redenen op te sommen: 1. Gevolgen Covid-19 De overheid heeft via diverse steunmaatregelen voor miljarden aan steun aan burgers, bedrijven en overige overheden gegeven. Door deze maatregelen is de staatschuld met tientallen miljarden geroeid. Deze staatsschuld zal ooit terugbetaald moeten gaan worden. Dit zal in de toekomst hoogstwaarschijnlijk gepaard gaan met bezuinigingen van de overheid. Deze bezuinigingen zullen via een verlaagde uitkering uit het gemeentefonds hoogstwaarschijnlijk ook deels door gemeenten moeten worden gedragen. Dit komt dan tot uiting via een verlaagd accres. 2. Compensatiepakket coronacrisis In deze septembercirculaire zijn nog niet alle toezeggingen m.b.t. coronacompensatie verwerkt. Te denken valt aan de compensatie van gederfde inkomsten over 2020 en 2021, extra middelen voor SWbedrijven en voor cultuur, de meerkosten Jeugd en WMO en de tijdelijke wet Covid. De uiteindelijke hoogte van de financiële compensatie voor Hilversum voor het jaar 2021 is daarmee op dit moment nog niet bekend. 3. Ontwikkeling verdeelmaatstaven De landelijke en lokale ontwikkeling van aantallen van verdeelmaatstaven die een groot gewicht hebben bij de verdeling van het gemeentefonds kunnen fluctueren. Een goed voorbeeld hiervan is het aantal bijstandsontvangers.
De aantallen, zowel landelijk als lokaal, kunnen behoorlijk fluctueren en daarmee forse schommelingen van de algemene uitkering veroorzaken.
4. Traject herijking gemeentefonds Op 9 juli jl. hebben de fondsbeheerders een aangepast voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds voor advies naar de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en ter consultatie aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gestuurd. De aanleiding om het verdeelvoorstel op onderdelen nader tegen het licht te houden was onder meer gelegen in vragen van de Tweede Kamer, ROB en gemeenten over het oorspronkelijke voorstel. De adviesaanvraag en de (achterliggende berekening van de) voorlopige uitkomsten van het aangepaste verdeelvoorstel zijn gepubliceerd op de website van de rijksoverheid. In de brief aan de ROB van 9 juli jl. is de actualisatie van de verdeling naar een recenter peiljaar (2019) aangekondigd. Het verdeelvoorstel van 9 juli was gebaseerd op peiljaar 2017. (voordelig effect Hilversum € 2,6 miljoen) Deze actualisatie is afgerond op 12 augustus jl. (voordelig effect Hilversum € 3,5 miljoen) en eveneens aangeboden aan de ROB en de VNG, met het verzoek deze informatie mee te nemen in de advisering en consultering. De ontwikkeling van de netto-lasten geeft geen aanleiding om het verdeelvoorstel voor de verdeling van de middelen in het gemeentefonds te herzien.
Van 2017 op 2019 stijgen de netto-lasten van gemeenten over de hele linie, maar relatief sterker op de clusters Individuele voorzieningen Jeugd en Individuele voorzieningen Wmo. Dit patroon wordt gevolgd door de verdeling. Het is van belang te benadrukken dat er sprake is van voorlopige effecten. Na definitieve besluitvorming over de invoering van het verdeelvoorstel zal met de dan bekende gegevens nog een actualisatie plaatsvinden naar 1 januari 2023, het beoogde moment van invoering van de nieuwe verdeling. Deze laatste actualisatieslag zal inzicht geven in de definitieve herverdeeleffecten voor gemeenten. Zoals in de brief van 9 juli jl. reeds gemeld, gelden voor de invoering van het verdeelvoorstel de volgende randvoorwaarden: •
•
De nieuwe verdeling wordt stap voor stap ingevoerd, zodat gemeenten voldoende tijd hebben om zich aan de nieuwe financiële situatie aan te passen. Gezien de ontwikkelingen in de gemeentelijke financiën, kiezen de fondsbeheerders ervoor de herverdeeleffecten te maximeren op € 60 per inwoner over een periode van vier jaar, oftewel € 15 per inwoner per jaar. Dit geldt zowel voor gemeenten met een negatief herverdeeleffect als voor gemeenten met een positief herverdeeleffect. De ontwikkeling van de kosten van gemeenten en de invloed daarvan op de verdeling wordt nauwgezet in de gaten gehouden. Als opvallende effecten optreden, voeren de fondsbeheerders onderzoek uit naar verdere verbetering van het model. Vier jaar na invoering (per 1 januari 2027) zal bekeken worden of bijstelling van de verdeling nodig is.
De adviesaanvraag aan de ROB en VNG omvat ook een voorstel voor een nieuw objectief verdeelmodel voor beschermd wonen, met bijbehorend ingroeipad. De taak en de bijbehorende middelen gaan, conform de afspraken die Rijk en VNG hebben gemaakt, over van centrumgemeenten naar alle gemeenten. Er is sprake van een geleidelijke invoering; de doordecentralisering beperkt zich tot nieuwe cliënten en er is sprake van een ingroeipad van 10 jaar. Tot slot, gezien het feit dat de grootste effecten van de actualisatie van het verdeelvoorstel onder meer op Jeugd zitten, zal te zijner tijd in samenhang worden bezien hoe om te gaan met de middelen voor Jeugd in het gemeentefonds. Op grond van de voorlopige uitkomsten van de herberekeningen over de jaren 2017 en 2019 is het hoogstwaarschijnlijk dat de herijking voor Hilversum een voordelig financieel effect zal hebben. Omdat er echter nog steeds gesproken wordt over voorlopige effecten worden deze effecten echter nog buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de septembercirculaire. De besluitvorming over de invoering van de herijking is aan het nieuwe kabinet. Vooraankondigingen zijn gedaan voor:
Compensatie inkomstenderving 2020 Op dit moment wordt gewerkt aan het vaststellen van de inkomstenderving per gemeente over 2020. Het streven is dat voor zoveel mogelijk gemeenten de definitieve hoogte van de compensatiebedragen in het najaar bekend is. De inschatting voor de aanvullende compensatie over het jaar 2020 komt uit op een bedrag van ongeveer € 490.000. Extra middelen SW-bedrijven Het kabinet heeft besloten om € 35 miljoen beschikbaar te stellen voor de periode 1 januari tot 1 juli 2021. Aangezien Sociale Werkvoorziening (SW)-bedrijven geen aanspraak kunnen maken op Noodmaatregel Ondersteuning Werkgelegenheid (NOW), is in 2020 besloten tot een tegemoetkoming aan gemeenten voor de loonkosten van SW-personeel. Ook in 2021 is er naar verwachting nog sprake van omzetverlies bij SW-bedrijven als gevolg van de coronamaatregelen. Het bedrag zal bij de decembercirculaire 2021 worden toegevoegd aan het budget 2021 van de integratie-uitkering Participatie. Daarnaast is een bedrag van € 10 miljoen gereserveerd voor een eventuele aanvullende tegemoetkoming voor de periode 1 juli tot 1 oktober 2021. Het kabinet houdt een vinger aan de pols om te kijken of de financiële situatie naar aanleiding van de coronamaatregelen aanleiding geeft om ook (een deel van) het bedrag voor het derde kwartaal beschikbaar te stellen.
Extra middelen cultuur Daarnaast heeft het kabinet voor het derde kwartaal 2021 € 51,5 miljoen voor de regionale en lokale cultuur gereserveerd, waarvan € 36,5 miljoen voor de instandhouding van de regionale en lokale culturele infrastructuur en € 15 miljoen ter compensatie voor de inkomstenderving van medeoverheden door onder andere het kwijtschelden van huren. Het kabinet houdt een vinger aan de pols om te kijken of de financiële situatie naar aanleiding van de coronamaatregelen aanleiding geeft om ook (een deel van) het bedrag voor het derde kwartaal beschikbaar te stellen. Meerkosten Jeugd en Wmo 2021 Op sommige terreinen zijn eerder al specifieke afspraken voor heel 2021 gemaakt. Zo is voor geheel 2021 volledige compensatie afgesproken voor de meerkosten van jeugd en Wmo en voor de extra kosten van GGD-en en veiligheidsregio’s op basis van declaratie van de daadwerkelijke uitgaven. Tijdelijke wet Covid Voor de extra kosten voortkomend uit de Tijdelijke Wet COVID-19, onder andere op het gebied van Toezicht en Handhaving, is besloten dat de kosten in 2021 worden vergoed. Voor het ov is afgesproken de beschikbaarheidsvergoeding te verlengen tot en met september 2022. De vertaling van deze compensaties komt via de decembercirculaire 2021 of in een van de circulaires in 2022.
Compensatie inkomstenderving 2021 De inkomstenderving over 2021 wordt in kaart gebracht en gecompenseerd in 2022. Dit kan pas worden vastgesteld nadat de jaarrekening over 2021 is vastgesteld. Klimaat en energie Medeoverheden krijgen naar aanleiding van het Klimaatakkoord veel nieuwe taken op het terrein van de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en elektriciteit. De ROB heeft advies uitgebracht over de hoogte van de uitvoeringskosten van deze nieuwe taken voor medeoverheden vanaf 2022. Het kabinet heeft, in afwachting van besluitvorming van het nieuwe kabinet over het advies van de ROB, besloten om in de begroting 2022 in totaal € 72,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de klimaatakkoordtaken van gemeenten, ondersteuning van medeoverheden en RES. Dit om te voorkomen
dat de uitvoering van het Klimaatakkoord stil komt te vallen. Een deel van dit bedrag zal via de gemeenten lopen. Besluitvorming over de uitkeringsvorm en de verdeelsystematiek vindt later dit jaar plaats. Het is aan een nieuw kabinet om een besluit nemen over de totale uitvoeringskosten voor de periode 2022 tot en met 2024.
Consequenties De financiële mutaties als gevolg van de septembercirculaire wijzigt het te verwachten bedrag aan inkomsten van de algemene uitkering voor de jaren 2021 t/m 2025. Deze financiële mutaties worden bij het 1e integrale afwegingsmoment meegenomen. Normaal gesproken zal dit de voorjaarsnota 2022 zijn, die in het voorjaar van 2022 zal worden opgesteld. Vervolgtraject Conform het financiële beleid, worden de mutaties in de uitkeringen voor het jaar 2021 en de corresponderende posten verwerkt in de begroting 2021. Deze financiële mutaties worden aan u ter besluitvorming voorgelegd via de 2e tussenrapportage van 2021. Mutaties in de uitkeringen voor het jaar 2022 worden via de 1e tussenrapportage van 2022 verwerkt in de begroting 2022. De mutaties in de uitkeringen in de jaren 2023 tot en met 2025 worden meegenomen bij de eerstvolgende integrale afweging, de voorjaarsnota 2022 dan wel de begroting 2023
Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
W. Groot, ls.
P.I. Broertjes
Bijlage: 1. Financiële mutaties Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B&W-vergadering van 26 oktober 2021.
Samenvatting financiële mutaties: In onderstaande is een specificatie van de financiële mutaties als gevolg van de septembercirculaire 2021 in beeld gebracht. De posten m.b.t. coronacompensatie zijn oranje gearceerd. Een -/- is een voordelig effect op de begroting
Mutaties a.g.v. Septembercirculaire t.o.v. de Meicirculaire 2021
Begroting 2021 2020 2021
Begroting 2022-2025 2023 2024
2022
2025
Er wordt meer geld ontvangen t.b.v (voordelen) 1 Accresontwikkeling 2 Hoeveelheidsverschillen, Uitkeringsbasis en uitkeringsfactor 3 Voorschot BCF-Plafond 2021 4 Vervallen opschalingskorting 5 Jeugdzorg 6 Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden (regionaal) 7 Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) (Corona compensatie) 8 Aanvullend pakket re-integratie bijstandsgerechtigden (Corona compensatie) 9 Impuls re-integratie bijstandsgerechtigden (Corona compensatie) 10 Gemeentelijk schuldenbeleid (Corona compensatie) 11 Bijzondere bijstand (Corona compensatie) 12 Uitvoering en Implementatie Breed offensief 13 Landelijke structuur interventieteams 14 Lokale cultuur (Corona compensatie) 15 Buurt- en dorpshuizen (Corona compensatie) 16 Toezicht en handhaving gastouderschap (regionaal) 17 Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen (regionaal) 18 Europese richtlijn energieprestatie gebouwen 19 Logisch ontwerp GBA 20 Gezond in de stad (DU) 21 Handhaving Quarantaine (DU) (Corona compensatie) (regionaal) 22 Suppletie-Uitkering Integratie sociaal domein 23 Aanpak Laaggeletterdheid (DU) (regionaal) 24 Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) (regionaal)
Totaal meer te ontvangen (voordelen)
-2.937 -324
-3.284 -311
-3.359 -397
-3.815 -419
-12
-13
-14
-14
-35 -15
-35 -16
-36 -16
-37 -16
-12 -128 -5
-12 -141 -5
-12 -155 -5
-12
-11.395
-3.817
-3.994
-4.318
70 17 2.076 6 17 16
33 87 62
58
54
55
3.182 5
3.243 5
3.246 5
3.240 5
16 6.092
24
33
43
-335 -1.354 -6.038 -239 -1.129 -66 -195 -169 -85 -80 -253 -56
-12 -3 -20 -120 -12
-
-2.239
-5
Er wordt minder geld ontvangen t.b.v (nadelen) 25 Hoeveelheidsverschillen, Uitkeringsbasis en uitkeringsfactor 26 Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten jeugdhulp 27 Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten Wmo 2015 28 Nacalculatie mobiliteitshulpen Wlz 29 Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen 30 Beschermd Wonen (IU) (regionaal) 31 Vrouwenopvang (DU) (regionaal) 32 Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) (regionaal) 33 Participatie (IU) (WSW (regionaal)) 34 Verrekening stelpost Jeugd 2022
106
3
186
Totaal minder te ontvangen (nadelen)
109
2.388
9.477
3.330
3.338
3.343
Totaal wijziging algemene uitkering ten opzichte van de meicirculaire 2021 A
109
149
-1.918
-487
-656
-975
Omdat er meer geld wordt ontvangen worden de Corresponderende uitgavenbudgetten verhoogd (nadelen) 6 Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden (regionaal) 12 Uitvoering en Implementatie Breed offensief 13 Landelijke structuur interventieteams 16 Toezicht en handhaving gastouderschap (regionaal) 17 Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen (regionaal) 18 Europese richtlijn energieprestatie gebouwen 20 Gezond in de stad (DU) 21 Handhaving Quarantaine (DU) (Corona compensatie) (regionaal) 23 Aanpak Laaggeletterdheid (DU) (regionaal) 25 Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) (regionaal) 35 Storting in de algemene reserve 36 Storting in de reserve Covid 19
Totaal verhoging uitgavenbudgetten B
Begroting 2021 2020 2021 239 80
Begroting 2022-2025 2023 2024
2022
12 35 15
2025
13 35 16
14 36 16
14 37 16
128 5 162 353
141 5
155 5
0 5
730
210
226
72
-62
-58
-3.182 -5
-3.243 -5
-54 -3.246 -5
-55 -3.240 -5
12 20 120
1.438
-
1.889
Omdat er minder geld wordt ontvangen worden de Corresponderende uitgavenbudgetten verlaagd (voordelen) 28 Nacalculatie mobiliteitshulpen Wlz 30 Beschermd Wonen (IU) regionaal) 31 Vrouwenopvang (DU) (regionaal) 32 Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) (regionaal) 33 Participatie (IU) (WSW (regionaal))
-3
-70 -2.076 -6 -17 -16
-3
-2.185
37 Verantwoording Mutatie 2020 in begroting 2021 D = -/- (A + B + C)
-106
106
38 Totaal effect op de begroting E = A + B + C + D
-
-41
Totaal verlaging uitgavenbudgetten C
-16
-24
-33
-43
-3.265
-3.330
-3.338
-3.343
-4.453
-3.607
-3.768
-4.246
Tabel 1. Financiële mutaties septembercirculaire t.o.v. meicirculaire 2021 (bedragen maal € 1.000)
Toelichting: het is bij de toelichting niet te vermijden dat er vaktaal wordt gebruikt die niet voor iedereen even duidelijk is. Er wordt meer/minder ontvangen voor 1. Accresontwikkeling Na het uitbreken van de coronacrisis is in overleg met de VNG en het IPO besloten om het accres voor de jaren 2020 en 2021 vast te zetten op de standen uit de meicirculaire 2020. Voor de jaren vanaf 2022 wordt het accres conform afspraken geactualiseerd op basis van de bestaande normeringssystematiek. Deze accrestranches zijn dus gebaseerd op de actuele groei van de accresrelevante uitgaven en grondslag in de betreffende jaren. Uitgaven aan nood- en steunmaatregelen als gevolg van corona lopen niet mee in de accresberekening. Het geraamde accres 2022 wordt ten opzichte van de meicirculaire 2021 opwaarts bijgesteld. Ook de accrestranches in de jaren na 2022 worden opwaarts bijgesteld. Dit komt zowel door een hogere geraamde loon- en prijsontwikkeling in de Macro Economische Verkenning (MEV-raming) van het Centraal Planbureau als door een positieve volumeontwikkeling. Het kabinet heeft daarnaast vanaf 2022 aanvullende middelen uitgetrokken voor een aantal beleidsterreinen, waaronder voor klimaatmaatmaatregelen. Daarnaast zijn de kosten voor het compenseren van de gedupeerden van de kinderopvangtoeslag opwaarts bijgesteld.
Ook andere uitgaven zoals die in de zorg en de EUafdrachten zijn opwaarts bijgesteld. Voor al deze uitgaven geldt dat dit ramingen betreft. Op het moment dat de daadwerkelijke uitgaven lager blijken te zijn, zal dit ook leiden tot een lager accres. 2. Hoeveelheidsverschillen, uitkeringsbasis en uitkeringsfactor De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende bedrag per eenheid. De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. Door wijzigingen in; het aantal eenheden van de maatstaven, het bedrag per eenheid en de uitkeringsfactor wijzigt de algemene uitkering. Ook bij de doorrekening van de septembercirculaire 2021 wordt uitgegaan van een groei van 300 woningen per jaar. Een toename van het aantal woningen heeft effect op ander maatstaven zoals bijvoorbeeld het aantal inwoners, het aantal huishoudens, etc.. De groei van deze maatstaven heeft een voordelig effect op de algemene uitkering voor de jaren 2022 t/m 2025. 3. Plafond BTW Compensatiefonds, voorschot 2021 Naar analogie van het accres is ook het plafond van het BCF voor de jaren 2020 en 2021 bevroren. Het plafond is in deze circulaire voor 2021 alleen aangepast voor taakmutaties. Bij de septembercirculaire wordt een voorschot gegeven over het jaar 2021.
Dit voorschot is € 335.000 hoger dan bij de meicirculaire 2021 was ingeschat. (€ 750.000) De feitelijke afrekening over 2021 vindt plaats via de Meicirculaire van 2022. De ramingen voor 2022 en verder blijven ongewijzigd. 4. Vervallen opschalingskorting Het kabinet heeft besloten de oploop van de opschalingskorting voor gemeenten in het jaar 2022 incidenteel te schrappen. Dit leidt tot een verhoging van de algemene uitkering van het gemeentefonds van € 1,354 miljoen in 2022. 5. Jeugdzorg Per brief van 29 juni jl. zijn gemeenten geïnformeerd dat het kabinet voor 2022 incidenteel € 1,314 miljard extra beschikbaar stelt ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Dit bedrag komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor dat jaar. Hierin is ook meegenomen dat gemeenten uitvoering geven aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen op de
jeugdzorguitgaven opleveren. Vanuit de € 1,314 miljard is, na overleg met de VNG, besloten € 9 miljoen over te hevelen naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2022. Deze € 9 miljoen wordt door VWS beschikbaar gesteld aan de VNG. Het overige deel is toegevoegd aan de algemene uitkering. Vanwege de kosten voor de uitvoering van de hervormingsagenda valt de toekenning iets lager uit dan het eerder was verwacht. Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdstelsel en de structurele financiën. Het oordeel van de Commissie van Wijzen dient daarbij als zwaarwegende inbreng. Het Rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen (onder andere cliënten, aanbieders en professionals), committeren zich aan het opstellen van een hervormingsagenda, die bestaat uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Deze hervormingsagenda omvat zowel afspraken over maatregelen die passen binnen het huidige stelsel, als het starten met de voorbereiding van aanpassing in nationale wet- en regelgeving. Het is aan een nieuw kabinet om over de hervormingsagenda te besluiten. 6.
Aanpak problematiek Jeugdzorg: restant middelen wachttijden (regionaal) Via de meicirculaire 2021 bent u geïnformeerd over de € 613 miljoen die het kabinet voor het jaar 2021 beschikbaar heeft gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg. Hiervan is een bedrag van € 255 miljoen beschikbaar gesteld met als oogmerk dat gemeenten hierdoor in staat worden gesteld om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. In totaal was € 55 miljoen van de € 255 miljoen in de meicirculaire 2021 nog niet verwerkt in de verdeling van het algemene uitkering, omdat het Rijk en de VNG een klein deel hiervan wilden inzetten voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG ten aanzien van de wachtlijsten specialistische jeugdzorg. Inmiddels hebben de VNG en het Rijk deze kosten begroot op € 3,175 miljoen waardoor bij deze circulaire het resterende deel (€ 51,825 miljoen) kan worden toegevoegd aan de algemene uitkering. Het aandeel van Hilversum daarin is € 239.000. 7.
Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) (Corona compensatie) De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering, of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken. TONK is ook bestemd voor burgers die al in 2020 ingestroomd zijn in een uitkering (WW, Bijstand of Tozo) vanwege de coronacrisis, maar waarvoor de hoogte van de uitkering onvoldoende is om de vaste lasten te betalen. Ook zij komen in aanmerking voor de TONK. De TONK kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten. Voor deze tijdelijke ondersteuning wordt het bestaande instrument van de bijzondere bijstand gebruikt. Voor de eerste drie kwartalen van 2021 is een bedrag van € 260 miljoen beschikbaar gesteld voor de TONK. De eerste tranche van € 65 miljoen was reeds toegevoegd aan de algemene uitkering via de meicirculaire van 2021.
Deze tweede en laatste tranche voor de periode tot en met 30 september bedraagt € 195 miljoen, hetgeen voor Hilversum uitkomt op een bedrag van € 1,129 miljoen. 8. Aanvullend pakket re-integratie Bijstandsgerechtigden (Corona Compensatie) Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen beschikbaar voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden. Gemeenten ontvangen deze extra middelen zodat zij de reguliere dienstverlening op peil kunnen houden nu de instroom in de bijstand toeneemt.
9. Impuls re-integratie Bijstandsgerechtigden (Corona Compensatie) Daarnaast ontvangen gemeenten in 2022 een tijdelijke impuls voor re-integratie die gemeenten in staat stelt om de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de crisis de bijstand instromen te intensiveren. Voor 2020 en 2021 zijn reeds middelen toegekend in de decembercirculaire 2020 10 en 11. Gemeentelijk schuldenbeleid en Bijzondere bijstand (Corona Compensatie) Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid en de bijzondere bijstand beschikbaar. Gericht op het bieden van snelle hulp en ondersteuning aan mensen die vanwege de crisis te maken krijgen met (dreigende) schuldenen armoedeproblematiek. Voor 2020 en 2021 zijn reeds middelen toegekend in de decembercirculaire 2020. 12. Uitvoering en implementatie Breed offensief Het wetsontwerp Breed offensief beoogt processen te stroomlijnen en te harmoniseren om op die manier meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te krijgen. Dit wetsontwerp is vanwege de demissionaire status van het kabinet controversieel verklaard. Een deel van de activiteiten is echter niet afhankelijk van een wetswijziging en kan toch worden uitgevoerd.
Voor de implementatie van de voorstellen uit Breed offensief heeft het ministerie van SZW in totaal € 53 miljoen aan incidentele middelen beschikbaar gesteld voor 2020 en 2021. De verdeling van deze middelen vindt plaats via bestuurlijke afspraken met de VNG. Op basis van die bestuurlijke afspraken ontvangen gemeenten in 2021 € 15,503 miljoen via de algemene uitkering voor de implementatie van de onderdelen van Breed offensief die géén wetswijziging vereisen en sowieso zullen worden doorgezet. De maatregelen richten zich veelal op het gemakkelijker maken voor werkgevers om mensen met een beperking in dienst te nemen. Het gaat onder andere om het stroomlijnen van de administratieve werkprocessen rondom loonkostensubsidie, het uniformeren van de loonwaardebepaling en werkgeversdienstverlening. 13. Landelijke structuur interventieteams In de Landelijke Structuur Interventieteams (LSI) werken gemeenten samen met andere overheidsorganisaties ter voorkoming en terugdringing van belasting- en premiefraude, toeslagenfraude, uitkeringsfraude, overtredingen van arbeidswetgeving en daarmee samenhangende misstanden zoals door de LSI aangeduid. Voor de ondersteuning van gemeenten bij de uitvoering van projecten binnen de LSI zal het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 2,5 miljoen beschikbaar stellen via de algemene uitkering. 14.
Lokale cultuur (Corona Compensatie) Voor de lokale cultuur heeft het kabinet € 50 miljoen beschikbaar gesteld, ter compensatie van de extra uitgaven als gevolg van de coronacrisis. 15. Buurt- en dorpshuizen (Corona Compensatie) Voor de buurt- en dorpshuizen heeft het kabinet € 40 miljoen beschikbaar gesteld, ter compensatie van de extra uitgaven als gevolg van de coronacrisis. 16. Toezicht en handhaving gastouderschap (regionaal) Voor het ondersteunen van gemeenten bij hun handhavingstaak in de kinderopvang in het kader van het intensiveren van toezicht en handhaving van de gastouderopvang stelt het ministerie van SZW vanaf 2022 extra middelen ter beschikking via de algemene uitkering.
17. Rijksvaccinatieprogramma HPV Mannen (regionaal) Met ingang van 1 januari 2022 worden naast meisjes ook jongens in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd tegen het Humaan Papillomavirus (HPV-virus). Daarnaast wordt de vaccinatieleeftijd verlaagd naar 10 jaar. Ten behoeve van deze taakuitbreiding wordt de algemene uitkering vanaf 2022 structureel opgehoogd. De middelen zijn toegevoegd aan de eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma. 18. Europese richtlijnen energieprestaties gebouwen De algemene uitkering wordt in 2021 verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). De regeling is op 10 maart 2020 geïmplementeerd en heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Naar aanleiding van EPBD III is er een verplichting geïntroduceerd voor het documenteren van de energieprestatie van een installatie, voor het installeren van zelfregulerende apparatuur per verblijfsruimte en voor laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Ook zijn de eisen voor de energieprestatie van technische bouwsystemen en de keuring van verwarmingsinstallaties en airconditioningssystemen aangepast. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Informatie over de jaren 2022 en verder volgt in een volgende circulaire. 19.
Logisch ontwerp GBA Op korte termijn treedt het Logisch Ontwerp GBA 3.14 in werking ten behoeve van enkele wijzigingen in de Basisregistratie Personen. In verband met aanpassingen in de systemen en de bijbehorende kosten ontvangen gemeenten daarvoor in 2021 een bijdrage in de kosten via de algemene uitkering. 20. Gezond in de stad (DU) Het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad (GIDS) wordt voortgezet in het jaar 2022. Voor 2022 worden nu middelen beschikbaar gesteld. Bij de verdeling van de middelen wordt de tot nu gehanteerde systematiek voortgezet. Op basis van de statusscore van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is een selectie van wijken met de laagste statusscore ten opzichte van andere wijken in Nederland gemaakt. De middelen zijn verdeeld over de gemeenten op basis van het aantal inwoners in deze wijken, met een minimum van € 20.000 per gemeente. Het programma geeft de geselecteerde gemeenten extra ruimte om de gezondheid van mensen in een lage sociaaleconomische positie structureel en duurzaam te verbeteren. Een lokale en integrale aanpak is daarbij van belang. 21. Handhaving Quarantaineplicht (DU) (regionaal) (Corona compensatie) Gemeenten ontvangen voor het handhaven van de quarantaineplicht in 2021 extra middelen. De quarantaineplicht wordt centraal via de 25 veiligheidsregio’s via handhavingsteams gehandhaafd.
De uitvoering is in samenwerking tussen Rijk, VNG en gemeenten voorbereid en er wordt voorzien in een handreiking, modelbesluiten en een mandaatregeling. 22. Suppletie-Uitkering Integratie Sociaal Domein De suppletie-uitkering Overheveling integratie-uitkering sociaal domein (IUSD) geeft invulling aan de bestuurlijke afspraak dat de overheveling van de IUSD naar de algemene uitkering geen herverdeeleffect (positief of negatief) mag hebben. De suppletie-uitkering voor 2021 is in deze circulaire nagecalculeerd en daarmee eveneens definitief geworden. De raming voor 2022 en verder wordt gebaseerd op de definitieve stand van de suppletieuitkering over 2021. 23. Aanpak laaggeletterdheid (DU) (regionaal) Gemeenten zijn in regionaal verband op het niveau van de 35 arbeidsmarktregio's, aan de slag met een eigen (meerjaren)programma om laaggeletterden te bereiken en van passend
aanbod te voorzien. Hierbij is extra oog voor de doelgroep met Nederlands als moedertaal. In de septembercirculaire 2019 zijn voor de periode 2020 – 2024 middelen beschikbaar gesteld. In deze circulaire zijn actuele maatstafgegevens voor de verdeling van 2022 beschikbaar gekomen en verwerkt, evenals een raming voor de jaren 2023 en 2024. 24. Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) (regionaal) De omvang van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang wijzigt niet. De verdeling voor 2021 en verder is ten opzichte van de meicirculaire 2021 gewijzigd door het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstaven. 25. Hoeveelheidsverschillen, uitkeringsbasis en uitkeringsfactor Zie toelichting punt 2. De ontwikkeling van deze maatstaven heeft een nadelig effect op de algemene uitkering voor de jaren 2020 en 2021. 26. Uitvoeringsrechten SVB PGB trekkingsrechten jeugdhulp Ten aanzien van de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor de PGBtrekkingsrechten is voor 2022 overeengekomen om op basis van de conceptbegroting 2022 een bedrag uit de algemene uitkering te nemen uit het subcluster Jeugdhulp. 27.
Uitvoeringsrechten SVB PGB trekkingsrechten Wmo 2015 Ten aanzien van de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor de PGBtrekkingsrechten is voor 2022 overeengekomen om op basis van de conceptbegroting 2022 een bedrag uit de algemene uitkering te nemen uit het subcluster Wmo 2015. 28. Nacalculatie mobiliteitshulp Wlz (Wet langdurige zorg) Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz-instelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Hiervoor zijn in de septembercirculaire 2019 middelen overgeheveld naar de Wlz. Daarbij zijn het ministerie van VWS en de VNG overeengekomen dat op basis van realisatiegegevens nacalculatie plaatsvindt. In de decembercirculaire 2020 is de nacalculatie over 2020 verwerkt. In deze circulaire is de nacalculatie structureel vanaf 2021 verwerkt. Conform bestuurlijke afspraak is de nacalculatie gebaseerd op realisatiegegevens van 2020, zoals die worden aangeleverd bij de Nederlandse Zorgautoriteit. 29. Bijdrage centrale voorzieningen Basisregistratie personen Gemeenten maken gebruik van de centrale voorzieningen van de Basisregistratie Personen (BRP).
Ten opzichte van de begroting en van de voorlopige staffelindeling is er in 2021 meer gebruik gemaakt van deze voorziening. Gemeenten dragen bij in de meerkosten. Daarnaast is er een naheffing voor gemeenten voor het gemeentelijk gebruik van de BRP over 2020. De bedragen zijn zoals afgesproken met de VNG in 2021 ten laste gebracht van de algemene uitkering. 30. Beschermd Wonen (IU) (regionaal) De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen verandert als gevolg van de volgende mutaties: •
De ophoging van de structurele uitname vanaf 2022 met € 149 miljoen vanwege de openstelling van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met een psychische stoornis per 1 januari 2021. Het ministerie van VWS, het ministerie van BZK en de VNG hebben afspraken gemaakt over de wijze van nacalculatie van het naar de Wlz over te hevelen budget en de verdeling over de centrumgemeenten. In de meicirculaire 2020 is hiervoor reeds een bedrag
structureel overgeheveld van de integratie-uitkering Beschermd wonen naar de Wlz. Omdat er meer cliënten, dan oorspronkelijk geraamd, zijn overgegaan van Wmo beschermd wonen naar de Wlz vindt er in deze circulaire een aanvullende uitname plaats. • De ophoging van de uitname in 2021 is eveneens een gevolg van de Wlz-nacalculatie. De ophoging van de uitname in 2021 is lager dan die vanaf 2022 omdat in 2021 de zorg langer plaatsvond onder verantwoordelijkheid van gemeenten. Dit wordt veroorzaakt door de tijdelijk langere doorlooptijd van het indicatieproces in 2021. • Een correctie op de in de meicirculaire 2021 toegekende loon- en prijsbijstelling 2021. De correctie heeft gevolgen voor het uitkeringsjaar 2022 en verder en is over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van het aandeel in het historische macrobudget stand meicirculaire 2021; Besluitvorming over de invoering van het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen – voorzien vanaf 2023 – is aan het nieuwe kabinet. 31. Vrouwenopvang Voor uitkeringsjaar 2021 geldt dat een bedrag is uitgenomen in verband met de landelijke coördinatiefunctie Centrum Seksueel Geweld (CSG). Voor de jaren 2022 en verder blijft de omvang van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang ongewijzigd.
Wat betreft de verdeling zijn voor het jaar 2020 en 2021 ten opzichte van de meicirculaire 2021 de aantallen eenheden van de maatstaven van het objectieve verdeelmodel geactualiseerd. De geactualiseerde aantallen voor 2021 zijn ook bij de berekeningen voor latere jaren gebruikt. 32. Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) (regionaal) De omvang van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang wijzigt niet. De verdeling voor 2021 en verder is ten opzichte van de meicirculaire 2021 gewijzigd door het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstaven. 33. Participatie De verlaging van de integratie-uitkering Participatie vanaf 2021 conform de bestuurlijk overeengekomen rekenregel. Het UWV voert de no-riskpolis uit voor de gehele gemeentelijke doelgroep banenafspraak en nieuw beschut werk. Dit jaar bleken de uitgaven van het UWV aan de noriskpolis hoger te zijn geweest dan aanvankelijk geraamd. Dit wordt gefinancierd via een verlaging van de integratie-uitkering Participatie: het betreft een extra uitname van 2021 t/m 2026. De volgende herijking vindt plaats in 2026. Dan zal opnieuw bekeken worden hoe de uitgaven zich hebben ontwikkeld. 34.
Verrekening stelpost Jeugd Op basis van de brief van 29 juni waarin gemeenten zijn geïnformeerd dat het kabinet voor 2022 incidenteel € 1,314 miljard extra beschikbaar stelt ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg is reeds een stelpost hiervoor in de begroting 2022 opgenomen. Toegezegd was dat de formele toekenning plaats zou vinden vis de septembercirculaire. Nu de middelen formeel zijn toegekend kan de stelpost vrijvallen. De stelpost was € 6,092 miljoen. Er is nu € 6,038 miljoen formeel toegekend. Het verschil wordt veroorzaakt doordat na overleg met de VNG, besloten is € 9 miljoen over te hevelen naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2022. 35. Storting in de algemene reserve De extra middelen die in 2021 en 2022 als coronacompensatie worden ontvangen worden gestort in de algemene reserve tot aan een bedrag van € 1,6 miljoen. Met deze stortingen wordt de onttrekking van € 1,6 miljoen uit de algemene reserve t.b.v. de Reserve Corona Herstelagenda (raadsbesluit 6 oktober) teruggestort in de algemene reserve..
Er is één uitzondering: •
De extra middelen voor de handhaving Quarantaine maakt deel uit van de regionale middelen, deze wordt doorgegeven aan de regio.
36. Storting in de reserve Covid 19 De extra middelen genoemd onder regel 35 die de € 1,6 miljoen overstijgen worden gestort in de reserve Covid 19. Doorvertaling meeropbrengsten De extra ontvangsten die taak-gerelateerd zijn worden doorgegeven als budget ter uitvoering van de betreffende taak. Het gaat om de posten die genoemd zijn onder de categorie B, verhoging uitgavenbudgetten. Extra middelen die Hilversum ontvang ten behoeve van regionale regelingen worden altijd 1 op 1 doorgegeven aan de regio. Doorvertaling minderopbrengsten 28. Nacalculatie mobiliteitshulp Wlz (Wet langdurige zorg) Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz-instelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Op grond hiervan is het te verwachten dat de gemeentelijke kosten zullen dalen. Hoe hoog deze werkelijk besparing zal zijn is nu nog niet bekend. Uitgangspunt is dat de besparing even groot is als de korting op de middelen. 30, 31, 32 en 33 Voor de posten genoemd onder de punten 30, 31, 32 en 33 geldt dat dit middelen zijn die door Hilversum worden ontvangen ten behoeve van regionale regelingen. Mutaties in deze middelen worden altijd 1 op 1 verrekend met de regio. 37.
Nagekomen mutaties 2020 Het jaar 2020 is afgesloten. Het resterende nadeel ad € 106.000 wordt verantwoord in 2021. 38. Totaal effect begroting Op regel 37 resteert het totale effect op de begroting 2021 t/m 2025. De septembercirculaire 2021 heeft een voordelig effect op de gemeentebegroting 2021 van € 0,041 miljoen. Voor de jaren 2022 t/m 2025 heeft deze septembercirculaire een voordelig effect van respectievelijk € 4,453 miljoen, € 3,607 miljoen, € 3,768 miljoen en € 4,246 miljoen.
Gemeentefonds
Septembercirculaire 2021
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGBRW/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 27 september 2021 Kenmerk 2021-0000478671
Onderwerp Doelstelling
septembercirculaire gemeentefonds 2021 bekendmaking van beleid en het geven van informatie
Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
meicirculaire 2021 (2021-0000287810); aanvullende brief maart 2021 (2021-0000171770); decembercirculaire 2020 (2020-0000733001); septembercirculaire 2020 (2020-0000534509); aanvullende brief juni 2020 (2020-0000366640); meicirculaire 2020 (2020-0000304330) 27 september 2021 1 juli 2022
Septembercirculaire gemeentefonds 2021
Voorwoord Via de meicirculaire 2021 zijn gemeenten over de financiële kaders voor hun begrotingen geïnformeerd. De septembercirculaire 2021 geeft zoals gebruikelijk een geactualiseerd beeld, gebaseerd op de Miljoenennota 2022 van het Rijk.
In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook.
De politiek-bestuurlijke zaken zijn in hoofdstuk 1 uitgelicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten.
Ik wens u veel wijsheid toe bij de uitvoering van uw taken.
Mede namens de Staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
drs. K.H. Ollongren
Septembercirculaire gemeentefonds 2021
Septembercirculaire gemeentefonds 2021
Inhoudsopgave
1
2
Hoofdpunten .........................................................................................................1 1.1
Inleiding.......................................................................................................1
1.2
Algemene uitkering .......................................................................................1
1.3
C ompensatiepakket coronacrisis medeoverheden..............................................2
1.4
Herijking verdeling gemeentefonds .................................................................3
1.5
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen.........................................................5
Algemene uitkering ...............................................................................................7 2.1
Inleiding.......................................................................................................7
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering........................................7
1.
Accres..........................................................................................................8
2.
Plafond BTW-compensatiefonds .................................................................... 10
3.
Lagere apparaatskosten (opschalingskorting) ................................................. 11
4.
Jeugdzorg................................................................................................... 11
5.
Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden ........................ 12
6.
a en b) Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten ...................................... 12
7.
Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz ....................................................... 12
8.
Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) ..................................... 12
9. a en b) Extra middelen voor re-integratie dienstverlening aan bijstandsgerechtigden.......................................................................................... 13 10.
a en b) Extra middelen voor gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand 13
11. Uitvoering en implementatie Breed offensief ..................................................... 13
3
12.
Landelijke structuur interventieteams ............................................................ 14
13.
a en b) Lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen............................................. 14
14.
Toezicht en handhaving gastouderopvang ...................................................... 14
15.
Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen ........................................................ 14
16.
Europese richtlijn energieprestatie gebouwen ................................................. 14
17.
Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen ................................... 15
18.
Logisch ontwerp GBA ................................................................................... 15
19.
Beheer persoonskaartenarchief ..................................................................... 15
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering .......................................................... 15
2.4
Veranderingen in het verdeelstelsel ............................................................... 16
2.5
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen.......... 16
Decentralisatie- en integratie- uitkeringen.............................................................. 21 3.1
Inleiding..................................................................................................... 21
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen........................ 21
1.
Beschermd wonen ....................................................................................... 23
2.
Gezond in de Stad....................................................................................... 24
3.
Participatie: no risk polis banenafspraak/beschut werk .................................... 24
4.
Regionale Energie Strategieën ...................................................................... 25
Septembercirculaire gemeentefonds 2021
5.
Handhaving quarantaine .............................................................................. 25
6.
Faciliteitenbesluit opvangcentra .................................................................... 25
7.
C entrale stemopneming ............................................................................... 26
8.
Vrouwenopvang .......................................................................................... 26
3.3 Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen ........................................................................................................ 26 3.3.1 Maatschappelijke opvang ............................................................................. 26 3.3.2 Aanpak laaggeletterdheid ............................................................................ 27 3.3.3 Uits tapprogramma’s voor prostituees ............................................................ 27 3.3.4 Landelijke vreemdelingenvoorzieningen......................................................... 27 4
Overige mededelingen ......................................................................................... 29 4.1
Inleiding..................................................................................................... 29
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen................ 29
4.3
Richtlijn ramen extra middelen jeugdzorg in begroting en meerjarenraming ...... 30
4.4
Evaluatie normeringssystematiek .................................................................. 31
4.5
Klimaat en energie ...................................................................................... 31
4.6
Individuele referentiewaarden EMU-saldo gemeenten 2022.............................. 32
4.7
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ..................................................... 32
4.8
Jaarlijkse weging decentralisatie- en integratie-uitkeringen.............................. 33
4.9
Herverdeling wegenbeheer ........................................................................... 34
Bijlagen ................................................................................................................... 35 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2021 en 2022 ...................... 36 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2021, gegroepeerd naar cluster ............................ 46 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid 2022, gegroepeerd naar cluster ............................ 49 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2021 – 2026........................................... 52 Bijlage 2.5.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten ........................ 53 Bijlage 2.5.2 Volumina maatstaven 2021 – 2026 ....................................................... 61 Bijlage 3.2-2 Decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad ........................................... 63 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Regionale Energie Strategieën .......................... 65 Bijlage 3.2-5 Decentralisatie-uitkering Handhaving quarantaine .................................. 66 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering C entrale stemopneming ................................... 67 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang.................................. 68 Bijlage 3.3.2 Decentralisatie-uitkering Aanpak laaggeletterdheid .................................
69 Bijlage 4.6 Individuele referentiewaarden EMU-saldo gemeenten 2022......................... 70
Septembercirculaire gemeentefonds 2021
1
Hoofdpunten
1.1
Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentelasten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire.
Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota . De mededelingen zijn steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring.
De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefo nds kent: de algemene uitkering en de decentralisatie- en integratie-uitkeringen.
1.2
Algemene uitkering
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU). Volgens de normeringssystematiek (trap-op-trap-af ) hebben wijzigingen in de ARU direct invloe d op de ontwikkeling van de algemene uitkering en daarmee op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd. Zoals gemeld in de meicirculaire 2020 is het accres voor 2021 – net als voor het jaar 2020 - in overleg met de VNG en het IPO bevroren. De accrestranche 2021 wijzigt om die reden niet. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2022 en verder, berekend conform de huidige normeringssystematiek. Voor alle jaren vanaf 2022 is sprake van een opwaartse bijstelling van het accres. Met name in 2022 is sprake van een forse stijging. Een toelichting op de accresontwikkelingen is opgenomen in paragraaf 2.2 -1. De uiteindelijke ontwikkeling van het accres in 2022 en verder is afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt.
Verder informeert deze circulaire over de ruimte onder het plafond van het BTW -compensatiefonds. De ontwikkeling van het BTW-compensatiefonds en het bijbehorende plafond leiden sinds 2015 tot een toename of afname van de algemene uitkering. De ruimte onder het plafond is voor het jaar 2021 ten opzichte van de raming van de septembercirculaire 2020 licht gestegen. Voor 2021 bedraagt de ruimte onder het plafond voor gemeenten € 215,959 miljoen, wat bij deze circulaire aan de algemene uitkering van het gemeentefonds is toegevoegd. Naar analogie van het accres is het plafond van het BC F voor het jaar 2021 – net als in 2020 - bevroren. Het plafond is in deze circulaire voor 2021 alleen aangepast voor taakmutaties. Ook voor de jaren 2022 tot en met 2026 is sprake van ruimte onder het plafond. Wel is er een afname van de ruimte onder het plafond ten opzichte van de vorige raming bij de septembercirculaire 2020. De daling van de ruimte onder het
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
1
plafond wordt veroorzaakt doordat gemeenten en provincies meer zijn gaan declareren bij het BTW-compensatiefonds. Daardoor gaan de uitgaven van het fonds omhoog en de ruimte onder het plafond omlaag. De meerjarenraming van het plafond van het BC F is nog niet meegenomen in de tabellen van de algemene uitkering. Het is de werkwijze van de circulaire om jaarlijks bij de septembercirculaire enkel het huidige jaar op te nemen in de ramin g van de algemene uitkering.
Daarnaast bevat de circulaire informatie over de definitieve verdeling van de € 1,314 miljard die het kabinet voor 2022 extra beschikbaar stelt ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Vanuit de € 1,314 miljard is, na overleg met VNG, besloten € 9 miljoen over te hevelen naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2022. Deze € 9 miljoen wordt door VWS beschikbaar gesteld aan de VNG. Het overige deel van de € 1,314 miljard is toegevoegd aan de algemene uitkering.
Tot slot is in deze circulaire verwerkt dat de oploop van de opschalingskorting ook voor het jaar 2022 is geschrapt.
1.3
Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden
Op het gebied van de coronacompensatie is te melden dat de definitieve verdeling bekend is van de € 60 miljoen voor lokale cultuur en de buurt- en dorpshuizen en de aanvullende € 195 miljoen voor de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). Daarnaast is de beschikbaarheidsvergoeding voor het ov verlengd tot en met september 2022. 1 Het kabinet heeft verder besloten om € 35 miljoen beschikbaar te stellen voor de periode 1 januari tot 1 juli 2021 voor de SW-bedrijven. Het bedrag zal bij de decembercirculaire 2021 worden toegevoegd aan het budget 2021 van de integratie-uitkering Participatie. Daarnaast is een bedrag van € 10 miljoen gereserveerd voor een eventuele aanvullende tegemoetkoming voor de periode 1 juli tot 1 oktober 2021. Het kabinet houdt een vinger aan de pols om te kijken of de financiële situatie naar aanleiding van de coronamaatregelen aanleiding geeft om ook (een deel van) het bedrag voor het derde kwartaal beschikbaar te stellen. 2
Voor de volledigheid worden de overige lopende afspraken hieronder ook gemeld.
Op dit moment wordt gewerkt aan het vaststellen van de inkomstenderving per gemeente over 2020. Het streven is dat voor zoveel mogelijk gemeenten de definitieve hoogte van de compensatiebedragen in het najaar bekend is. In het steun- en herstelpakket voor het derde kwartaal van 20213 is bekend gemaakt dat het kabinet de voor de lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen gereserveerde € 60 miljoen overhevelt naar het gemeentefonds ter compensatie van de extra uitgaven. De voorlopige verdeling was al als bijlage bij de meicirculaire 2021 gedeeld. Deze circulaire bevat de definitieve verdeling.
ve rle nging-beschikbaarheidsvergoeding-ov.pdf Kam erbrief+steun-+en+herstelpakket+vanaf+het+4e+kwartaal+2021.pdf 3 Kam erbrief steun- en herstelpakket 3e k wartaal 2021 | Kamerstuk | R ijk soverheid.nl 1 2
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
2
Tevens is in dit steun- en herstelpakket medegedeeld dat het beschikbare budget van de TONK verdubbeld is van € 130 miljoen naar € 260 miljoen om gemeenten meer ruimte te geven in de uitvoering van de TONK. De eerste tranche van € 65 miljoen is al bij de aanvullende brief maart 2021 over gemeenten verdeeld. De overige € 195 miljoen wordt op dezelfde wijze verdeeld, zie paragraaf 2.2-8 van deze circulaire.