CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief 2021-57 inzake meicirculaire gemeentefonds 2021

GEMEENTERAAD 15 september 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 039.403 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Raadsinformatiebrief Van

Burgemeester en Wethouder/Burgemeester

Zaak nr.

779740

Aan

Gemeenteraad

RIB nr.

2021-57

Portefeuillehouder

K.J. Walters

Datum

8 juli 2021

Informatie bij

E.P. Heijnis

Tel. nr.

(035) 629 2796

Onderwerp Meicirculaire gemeentefonds 2021

Aanleiding Op 31 mei heeft het Rijk de meicirculaire gepresenteerd. De belangrijkste onderwerpen zijn:  Coronacompensatie die reeds was aangekondigd in de maartbrief  Incidentele compensatie in 2021 voor de extra kosten jeugdhulp  Afrekening plafond BTW-compensatiefonds  Ontwikkeling Accressen vanaf 2022  Loon en prijscompensatie 2021 voor de in het sociaal domein achtergebleven taken voogdij/18+ Beschermd wonen en Participatie  Wet Open Overheid (Woo) Vooraankondigingen zijn gedaan voor komende coronacompensatie, het gaat daarbij om:  Lokale cultuur en buurt- en clubhuizen  Afrekening Inkomstenderving 2020  Meerkosten WMO en jeugdwet 2021  TONK, tweede tranche De vertaling van deze compensatie komt in de september- dan wel decembercirculaire van 2021

Kernboodschap Het uitgangspunt bij de doorrekening is een groei van 300 woningen per jaar met een direct gevolg voor het aantal inwoners, extra huishoudens en extra OZB-capaciteit. De groei van deze maatstaven heeft een voordelig effect op de algemene uitkering. Op basis van de Centraal Economisch Plan 2021 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers in deze circulaire geactualiseerd. Ten opzichte van de raming in de septembercirculaire 2020 is het effect van de coronacrisis op het aantal bijstandsontvangers lager dan verwacht. De verwachting van het aantal bijstandsontvangers in Hilversum is aangepast naar de landelijke trend en daarmee verlaagd ten opzichte van de aantallen zoals opgenomen in de september- en decembercirculaire. Kadernota Bij de behandeling van de kadernota in de raad van 9 juni is een 1e doorrekening van de meicirculaire medegedeeld. Deze zag er als volgt uit:

Omschrijving Stand kadernota Effecten meicirculaire 2021, 1e doorrekening Stand na meicirculaire, 1e concept

2022 2023 2024 543.446 -1.662.166 -2.722.694 -1.393.000 -535.000 302.000

2025 -909.313 798.000

-849.554 -2.197.166 -2.420.694

-111.313

Inclusief de effecten van de 1e doorrekening van de meicirculaire resteerde er een voordelig saldo voor de jaren 2022 t/m 2025. Bij de 1e doorrekening was er nog geen informatie bekend over de WOZ-belastingcapaciteit 2021. Om toch een doorrekening te kunnen maken is de belastingcapaciteit 2020 opgehoogd met het gemiddelde landelijke percentage van waardestijgingen. Inmiddels is de WOZ-belastingcapaciteit 2021 wel bekend. De WOZ-belastingcapaciteit 2021 blijkt hoger te zijn dan waar bij de 1e doorrekening rekening mee is gehouden. Een hogere WOZ-belastingcapaciteit betekent een hogere aftrekpost en zorgt daarmee voor een lagere algemene uitkering. Het nadeel als gevolg van de doorrekening met deze hogere belastingcapaciteit is als volgt: Omschrijving Wijziging na 1e doorrekening

2022 478.000

2023 427.000

2024 374.000

2025 322.000

Bij de behandeling van de kadernota zijn een drietal amendementen aangenomen die een effect hebben op het saldo van de kadernota. Het aangepaste saldo van de kadernota inclusief de effecten van de meicirculaire komt er daarmee als volgt uit te zien. Omschrijving Stand kadernota Effecten meicirculaire 2021 Amendementen Stand na meicirculaire en amendementen

2022 2023 2024 2025 543.446 -1.662.166 -2.722.694 -909.313 -915.000 -108.000 676.000 1.120.000 110.000 -560.000 -400.000 -637.000 -261.554 -2.330.166 -2.446.694 -426.313

De vastgestelde en geamendeerde kadernota inclusief de effecten van de meicirculaire laat een voordelig saldo zien voor de jaren 2022 t/m 2025. In onderstaande tabel staat op hoofdlijnen hoe de circulaire conform onze financiële verordening wordt verwerkt. Voor meer detail verwijzen wij u naar de bijlage. De meicirculaire 2021 heeft een voordelig effect op de lopende begroting 2021 van € 1,575 miljoen. Voor de jaren 2022 t/m 2025 heeft deze meicirculaire een effect van respectievelijk € 0,915 miljoen voordelig, € 0,108 miljoen voordelig, € 0,676 miljoen nadelig en € 1,120 miljoen nadelig. In tabelvorm laten de financiële effecten zich op hoofdlijnen als volgt samenvatten; Zonder teken + tekortverhogend. Min-teken = tekortverlagend Begroting 2021-2025 1a Algemene Uitkering volgens de decembercirculaire 2020 1b Stelpost opgenomen in kadernota 2021

Begroting 2021 2020 2021 170.810 168.057

2022 168.035 145

Begroting 2022-2025 2023 2024 169.596 172.590 332 515

2025 176.423 699

1 = 1a + 1b Totaal Algemene Uitkering volgens kadernota 2021

170.810

168.057

168.180

169.928

173.105

177.122

2 Algemene Uitkering volgens meicirculaire 2021

170.919

173.713

171.320

172.359

174.759

178.338

3 = 1 -/-2 Wijziging Algemene Uitkering a.g.v. Meicirculaire

-109

-5.656

-3.140

-2.431

-1.654

-1.216

116 0 -7

862 3.225 -6

0 2.230 -5

0 2.328 -5

0 2.335 -5

0 2.341 -5

-1.575

-915

-108

676

1.120

4 Storting in reserve Covid 19 5 Verhoging corresonderende uitgavenbudgetten 6 Verlaging corresponderende uitgavenbudgetten

7=3+4+5+6

Totaal effect meicirculaire op begroting

Tabel 1. Bedragen maal € 1.000

-

Op regel 1a is de raming van de algemene uitkering zoals deze bij de decembercirculaire 2020 is berekend en verwerkt is in de bijgestelde begroting 2021. Vooruitlopend op de begroting 2023 is een stelpost opgenomen voor de ingeschatte verhoging van de algemene uitkering voor de jaren 2022 t/m 2025, regel 1b. Op regel 1, het totaal van 1a + 1b, staat het vertrekpunt vermeld zoals deze gehanteerd is bij de kadernota 2021. Regel 2: De hoogte van de algemene uitkering zoals deze is berekend bij de meicirculaire 2021 op basis van de genoemd uitgangspunten. Regel 3: Het verschil tussen de raming conform de kadernota 2021 en de uitkomsten van de berekening op basis van de meicirculaire 2021. Regel 4: Door het Rijk zijn middelen ter beschikking gesteld ter compensatie van de financiële nadelen van de Covid-19 pandemie. Deze middelen worden gestort in de Reserve ovid-19. Regel 5; Extra middelen worden doorgegeven als extra budget indien daar een bestedingsplan of een taakuitbreiding onder ligt. De verhoging van corresponderende uitgavenbudgetten betreffen voornamelijk middelen die Hilversum als Centrumgemeente ontvangt en waar regionale afspraken zijn over de besteding van deze middelen. E.e.a. conform onze financiële verordening.

Regel 6; De verlaging van corresponderende uitgavenbudgetten betreft middelen die Hilversum als Centrumgemeente ontvangt en waar regionale afspraken zijn over de besteding van deze middelen. E.e.a. conform onze financiële verordening. Regel 7: Het resterende financiële effect van de meicirculaire 2021 op de begroting 2021 en de jaren 2022 t/m 2025. Het effect is opgebouwd uit een wijziging van de algemene uitkering (regel 3) een storting in de reserve Covid-19 (regel 4) en daarmee samenhangende wijzigingen in uitgavenbudgetten (regel 5 en 6). Het jaar 2020 is inmiddels afgesloten. De mutaties van het jaar 2020, (per saldo € 0) worden daarom verantwoord in 2021. Vooruitlopend op de uitkomsten van de meicirculaire zijn er voordelige stelposten opgenomen in de kadernota 2021; het financieel beeld 2022-2025. Deze staan vermeld op rij 1b van tabel 1. Via dit voorstel worden deze onzekerheden weggenomen en komen deze stelposten te vervallen. De werkelijke uitkomst is voor 2022 en 2023 voordeliger dan zoals opgenomen in de kadernota. Voor 2023 en 2024 is de werkelijke uitkomst nadeliger dan opgenomen in de kadernota 2021. De algemene uitkering blijft aan schommelingen onderhevig. De onzekerheid rondom de bedragen is groot. Hiervoor zijn de volgende redenen op te sommen; 1.

Gevolgen Covid-19; De overheid heeft via diverse steunmaatregelen voor miljarden aan steun aan burgers, bedrijven en overige overheden gegeven. Door deze maatregelen is de staatschuld met tientallen miljarden geroeid. Deze staatsschuld zal ooit terugbetaald moeten gaan worden. Dit zal in de toekomst hoogstwaarschijnlijk gepaard gaan met bezuinigingen van de overheid. Deze bezuinigingen zullen via een verlaagde uitkering uit het gemeentefonds hoogstwaarschijnlijk ook deels door gemeenten moeten worden gedragen. Dit komt dan tot uiting via een verlaagd accres. 2. Compensatiepakket Coronacrisis; In deze meicirculaire zijn nog niet alle toezeggingen verwerkt. De uiteindelijke hoogte van de financiële compensatie voor Hilversum voor het jaar 2021 is daarmee op dit moment nog niet bekend. De verwerking zal plaatsvinden via de septembercirculaire en decembercirculaire van 2021. 3. Ontwikkeling verdeelmaatstaven; De landelijke en lokale ontwikkeling van aantallen van verdeelmaatstaven die een groot gewicht hebben bij de verdeling van het gemeentefonds kunnen

fluctueren. Een goed voorbeeld hiervan is het aantal bijstandsontvangers. De aantallen, zowel landelijk als lokaal, kunnen behoorlijk fluctueren en daarmee forse schommelingen van de algemene uitkering veroorzaken. 4. Traject herijking gemeentefonds; Invoering van de nieuwe verdeling is voorzien in 2023. Besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling wordt naar verwachting dit jaar afgerond, met verwerking van de uitkomsten in de meicirculaire 2022. Bij een eerste doorrekening van de nieuwe verdeling met gegevens over het jaar 2017 had voor Hilversum een voordelige uitkomst. Nadien zijn er echter wijzigingen in het verdeelmodel aangebracht. De werkelijke uitkomsten van de uiteindelijke herzieningen zijn daardoor nog steeds uiterst onzeker en kunnen voordelige maar ook en nadelige effecten met zich meebrengen. 5. WOZ; De algemene uitkering houdt rekening met de belastingcapaciteit die een gemeente heeft. Concreet betekent dit dat de aanwezige WOZ-waarde in de gemeente Hilversum een aftrekpost vormt op de algemene uitkering. Door de groei van de WOZ-waarden in Hilversum wordt de aftrekpost op de algemene uitkering groter. In theorie betekent de groei van de WOZ-waarden in Hilversum ook een mogelijke groei van de WOZ-inkomsten in Hilversum.

Wat zit er nog aan te komen: Aanpak problematiek Jeugd Bij de septembercirculaire 2021 zal het nog niet verdeelde restant van de € 613 miljoen ad € 55 miljoen worden verwerkt. Welk deel hiervan bestemd is voor de gemeenten is nu nog niet bekend. Een deel wordt namelijk ingezet voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening. Rapport Stuurgroep maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet Het kabinet en de VNG zijn in gesprek geweest over de uitkomsten van het advies van de Commissie van Wijzen. Als gevolg hiervan wordt voor 2022 € 1.314 miljoen extra beschikbaar aan gemeenten. Op 29 juni heeft het ministerie van BZK de verdeelwijze gepubliceerd van de incidentele middelen ad € 1.314 miljoen voor de jeugdzorg. Voor Hilversum gaat het om een indicatief bedrag van € 6,09 miljoen voor 2022. In de septembercirculaire zullen de middelen definitief worden verdeeld. Over de wijze waarop deze extra middelen worden verwerkt in de begroting 2022 zal u apart worden geïnformeerd. Een beslissing over 2023 en verder moet worden genomen door het nieuwe kabinet. TONK In de tweede tranche wordt het resterende budget van € 195 miljoen over gemeenten verdeeld. Toekenning zal plaatsvinden bij de septembercirculaire. Het gaat daarbij hoogstwaarschijnlijk om een bedrag van ongeveer € 1,125 miljoen.

Afrekening inkomstenderving over 2020 De gemeenten ontvangen van het Rijk compensatie voor de gederfde inkomsten van 2020 op basis van het verschil tussen begrote inkomsten 2020 en gerealiseerde inkomsten 2020. Het streven is dat voor alle gemeenten de definitieve hoogte van de compensatiebedragen in het najaar bekend is en om deze bedragen vervolgens in december 2021 aan gemeenten uit te keren. Meerkosten corona 2021 - Wmo 2015 en Jeugdwet In de voorjaarsnota 2021 heeft het kabinet een eerste raming van de omvang van de meerkosten in het sociaal domein opgenomen (€ 141 miljoen). Hiermee onderschrijft het Rijk de afspraak over de meerkosten. Dit budget is indicatief en wordt nog niet als voorschot aan gemeenten uitgekeerd. De raming wordt, volgens afspraak, geactualiseerd in de najaarsnota. Op basis van die definitieve raming wordt de omvang van de compensatie vastgesteld en bij decembercirculaire 2021 uitgekeerd aan gemeenten.

Lokale Cultuur en buurt en dorpshuizen Het kabinet hevelt de voor de lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen gereserveerde € 60 miljoen over naar het gemeentefonds ter compensatie van de extra uitgaven als gevolg van de coronacrisis. Voor Hilversum gaat het om een indicatief totaalbedrag van ongeveer € 300.000.

Consequenties De financiële mutaties als gevolg van de meicirculaire wijzigt het te verwachten bedrag aan inkomsten van de algemene uitkering voor de jaren 2021 t/m 2025. Deze financiële mutaties worden verwerkt in de lopende begroting 2021 en meegenomen bij de op te stellen begroting 2022 en de daarbij behorende meerjarenraming t/m 2025.

Vervolgtraject Conform het financiële beleid, worden de mutaties in de uitkeringen voor het jaar 2020 en 2021 en de corresponderende posten verwerkt in de begroting 2021. De financiële mutaties worden aan u ter besluitvorming voorgelegd via de 2e tussenrapportage van 2021. De uitkomsten van de meicirculaire zijn uitgangspunt voor de begroting 2022. De raad zal nader worden geïnformeerd over de financiële compensatie van de coronacrisis die via de september- en decembercirculaire van 2021 formeel zal worden geregeld. Ook zal de raad nader worden geïnformeerd over de verwerking van de incidentele middelen jeugdzorg in de begroting 2022. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

W. Groot, ls.

Ch.B. Aptroot, wnd.

Bijlage(n): 1. Financiële mutaties 2. Meicirculaire-gemeentefonds-2021 Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B&W-vergadering van 6 juli 2021.

Samenvatting financiële mutaties: In onderstaande is een specificatie van de financiële mutaties als gevolg van de meicirculaire 2021 in beeld gebracht. De posten m.b.t. coronacompensatie zijn oranje gearceerd. Een -/- is een voordelig effect op de begroting

Mutaties a.g.v. Meicirculaire t.o.v. de Kadernota 2021

Begroting 2021 2020 2021

Begroting 2022-2025 2023 2024

2022

2025

Er wordt meer geld ontvangen t.b.v (voordelen) 1 Hoeveelheidsverschillen, Uitkeringsbasis en uitkeringsfactor 2 Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) (Corona compensatie Maart) 3 Extra begeleiding kwetsbare groepen (Corona compensatie Maart) 4 Bestrijden eenzaamheid ouderen (Corona compensatie Maart) 5 Afvalverwerking (Corona compensatie Maart) 6 Perspectief Jeugd en Jongeren (Corona compensatie Maart) 7 Jongerenwerk Jeugd (Corona compensatie Maart) 8 Mentale ondersteuning Jeugd (Corona compensatie Maart) 9 Activiteiten en ontmoetingen jeugd (Corona compensatie Maart) 10 Plafond BTW Compensatiefonds, Afrekening 2020 11 Plafond BTW Compensatiefonds, nieuwe raming 2021 en verder 12 Aanpak problematiek jeugdzorg: verdringing en lichte jeugdzorgproblematiek 13 Aanpak problematiek jeugdzorg: POH Jeugd GGZ 14 Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg 15 Compensatieregeling Voogdij 18+ 16 Rijksvaccinatieprogramma meningokokken/ informed consent (regionaal) 17 Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg (regionaal) 18 Kinderopvang Toezicht en handhaving (regionaal) 19 Handhaving energielabel C kantoren 20 Wet Open Overheid (Structureel) 21 Wet Open Overheid (Incidenteel) (5 jaar) 22 Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening (regionaal) 23 Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) (regionaal) (Corona compensatie Maart) 24

Voorschoolse voorziening peuters (DU) (Corona compensatie Maart) 25 Participatie (IU) (WSW (regionaal)) 26 Beschermd Wonen (IU) (regionaal) 27 Inburgering (IU) 28 Maatschappelijke begeleiding statushouders (DU) 29 Voogdij/18+ (IU) 30 Vrouwenopvang (DU) (regionaal) 31 Herorientatie zelfstandigen (DU) (Coronacompensatie) 32 Jeugd aan zet (DU) (Corona compensatie) 33 Armoedebestrijding kinderen (DU)

Totaal meer te ontvangen (voordelen)

-116

-902 -376 -167 -182 -147 -108 -76 -64 -45 -483 -150 -1.054 -46 -924 -30 -25

-11

-36 -66 -24 -224 -276 21 -83 -38 -87 -39 -10

-116

-5.652

-1.608

-1.692

-1.718

-1.688

-150

-150

-150

-150

-22 -28 -2 -11 -79 -93 -37

-22 -28 -2 -11 -100 -95 -38

-23 -29 -2 -11 -122 -97 -39

-24 -30 -2 -11 -146 -99 -40

-244 -493 -56

-237 -599 -31

-220 -607 -20

-209 -607 -8

-1.143 -20

-1.143 -20

-1.143 -20

-1.143 -20

-2

-2

-2

-2

-3.988

-4.170

-4.203

-4.179

637 18 36 2 5 5 145

1.280 83 37 2

1.844 147 38

2.009 211 39

5 332

5 515

5 699

Er wordt minder geld ontvangen t.b.v (nadelen) 34 Accresontwikkeling 35 WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven 2022 en waardemutaties 36 Verrekening Voogdij 18+ 37 Ketensysteem Jeugd 38 Handelsregister 39 Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) (regionaal) 40 Verrekening stelpost Kadernota 2021

Totaal minder te ontvangen (nadelen) Totaal wijziging algemene uitkering A ten opzichte van kadernota 2021

-17

7

2 5 6

7

-4

848

1.739

2.549

2.963

-109

-5.656

-3.140

-2.431

-1.654

-1.216

Omdat er meer geld wordt ontvangen worden de Corresponderende uitgavenbudgetten verhoogd (nadelen) 2 Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) 12 Aanpak problematiek jeugdzorg: verdringing en lichte jeugdzorgproblematiek 13 Aanpak problematiek jeugdzorg: POH Jeugd GGZ 14 Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg 16 Rijksvaccinatieprogramma meningokokken/ informed consent (regionaal) 17 Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg (regionaal) 18 Kinderopvang Toezicht en handhaving (regionaal) 19 Handhaving energielabel C kantoren 20 Wet Open Overheid (Structureel) 21 Wet Open Overheid (Incidenteel) (5 jaar) 22 Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening (regionaal) 23 Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) (regionaal) 25 Participatie (IU) (WSW (regionaal)) 26 Beschermd Wonen (IU) regionaal) 27 Inburgering (IU) 28 Maatschappelijke begeleiding statushouders (DU) 29 Voogdij/18+ (IU) 30 Vrouwenopvang (DU) (regionaal) 33 Armoedebestrijding kinderen (DU) 41 Storting in reserve Covid 19

Totaal verhoging uitgavenbudgetten B

Begroting 2021 2020 2021 376 1.054 46 924 25

11

36 66 224 276 -21 83 38 87 116

862

116

4.087

Begroting 2022-2025 2023 2024

2022

2025

22 28 2 11 79 93 37

22 28 2 11 100 95 38

23 29 2 11 122 97 39

24 30 2 11 146 99 40

244 493 56

237 599 31

220 607 20

209 607 8

1.143 20 2

1.143 20 2

1.143 20 2

1.143 20 2

2.230

2.328

2.335

2.341

Omdat er minder geld wordt ontvangen worden de Corresponderende uitgavenbudgetten verlaagd (voordelen) 39 Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) (regionaal)

-7

-6

-5

-5

-5

-5

-7

-6

-5

-5

-5

-5

-

-

-

-1.575

-915

-108

676

1.120

Totaal verlaging uitgavenbudgetten C Verantwoording Mutatie 2020 in begroting 2021 D = -/- (A + B + C) 42 Totaal effect op de begroting E = A + B + C + D

Tabel 1. Financiële mutaties meicirculaire t.o.v. kadernota 2021 (bedragen maal € 1.000)

Toelichting: het is bij de toelichting niet te vermijden dat er vaktaal wordt gebruikt die niet voor iedereen even duidelijk is. Er wordt meer/minder ontvangen voor 1. Hoeveelheidsverschillen, Uitkeringsbasis en uitkeringsfactor De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende bedrag per eenheid. De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. Door wijzigingen in; het aantal eenheden van de maatstaven, het bedrag per eenheid en de uitkeringsfactor wijzigt de algemene uitkering. Bij de doorrekening van de meicirculaire 2021 wordt uitgegaan van een groei van 300 woningen per jaar. Een toename van het aantal woningen heeft effect op ander maatstaven zoals bijvoorbeeld het aantal inwoners, het aantal huishoudens, etc.. De groei van deze maatstaven heeft een voordelig effect op de algemene uitkering. 2. Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) (coronacompensatie Maart) De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden.

Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering, of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken. TONK is ook bestemd voor burgers die al in 2020 ingestroomd zijn in een uitkering (WW, Bijstand of Tozo) vanwege de coronacrisis, maar waarvoor de hoogte van de uitkering onvoldoende is om de vaste lasten te betalen. Ook zij komen in aanmerking voor de TONK. De TONK kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten.

Het totale beschikbare budget voor de TONK is verhoogd naar een bedrag van € 260 miljoen voor het eerste half jaar van 2021. Voor het eerste kwartaal van 2021 is nu € 65 miljoen beschikbaar gesteld via de Algemene uitkering van het gemeentefonds volgens de eerder afgesproken verdeelsleutel. In de tweede tranche wordt het resterende budget van € 195 miljoen over gemeenten verdeeld. Voorafgaand aan de toekenning van de tweede tranche wordt gekeken of de verdeelsleutel aanpassing behoeft op basis van wat in de praktijk zichtbaar is over het gebruik van de regeling. Toekenning zal plaatsvinden bij de septembercirculaire. Het gaat daarbij hoogstwaarschijnlijk om een bedrag van 3 X € 375 = € 1,125 miljoen. 3. Extra begeleiding kwetsbare groepen (coronacompensatie Maart) De coronacrisis maakt dat de levens van iedereen met begeleiding er heel anders uitziet: dagbesteding gaat soms niet door (horeca is bijvoorbeeld gesloten), er komen minder mensen langs, niet iedereen begrijpt de maatregelen even goed. Ook is er meer begeleiding en ondersteuning nodig voor mensen met andere beperkingen. Bijvoorbeeld kwetsbare mensen met een medische aandoening die zeer bang zijn besmet te raken gezien de risico’s dat deze besmetting fataal kan zijn of zeer ernstige consequenties kan hebben.

Dit maakt dat extra ondersteuning nodig is zodat lokaal kan worden geïnvesteerd in bijvoorbeeld: Extra in te zetten op het organiseren van alternatieve dagbesteding om structuur te creëren in de dag. Het bieden van passend vervoer en extra locaties voor alternatieve en verspreide vormen van dagbesteding die voldoen aan de RIVM-richtlijnen, die nog niet zijn gefinancierd via de meerkostenregeling voor Wmo en Jeugd. Extra ambulante begeleiding om proactief mentale en sociale problemen op te sporen (extra huisbezoeken). Extra (begrijpelijke) informatievoorziening over wat kan en mag en veilig is. 4. Bestrijden eenzaamheid ouderen (coronacompensatie Maart) Eenzaamheid is door corona toegenomen. Op lokaal niveau zetten gemeenten met lokale partners al in op het bestrijden van eenzaamheid. Maar nog niet iedereen wordt persoonlijk bereikt. Het kabinet stelt middelen ter beschikking zodat – via gemeenten en lokale partners – kan worden ingezet op onder meer de volgende acties: -Extra contact met ouderen: huisbezoeken, digitaal en belcontact. Hierdoor ontstaat tevens meer zicht op hoe het werkelijk met ouderen gaat. -Extra helpende handen: boodschappen, hulpvragen doorzetten, helpen contact met anderen te maken. -Inzet op verbinding tussen mensen: creëren van meer mogelijkheden elkaar coronaproof te ontmoeten, mensen aan elkaar koppelen om samen activiteiten te organiseren.

-Extra inzet op zingeving: alternatieve dagbesteding helpen organiseren, deelname culturele activiteiten. 5. Afvalverwerking (coronacompensatie Maart) Door de coronacrisis hebben gemeenten zowel extra kosten gemaakt als inkomsten gemist met betrekking tot afvalinzameling. Met name het restafval is, door onder andere het thuiswerken, in hoeveelheid gegroeid. Veel gemeenten hebben contracten gesloten met een variabele prijs voor de verwerking hiervan. Deze prijs is door de brede toestroom, gestegen. Tegelijkertijd ontvangen de gemeenten voor andere afvalstromen een vergoeding. Maar omdat deze stromen zijn toegenomen, is de vergoeding hiervoor gedaald. In overleg met de VNG is besloten de kosten voor 2020 te vergoeden. Een bedrag is toegevoegd aan de algemene uitkering, een ander deel is toegevoegd aan het BTWcompensatiefonds. 6. Perspectief Jeugd en jongeren (coronacompensatie Maart) Voor jongeren is het essentieel om elkaar fysiek te kunnen ontmoeten. Met een Jeugdpakket wil het kabinet een impuls aan gemeenten geven om samen met jongeren, lokale organisaties en evenementensector volledig coronaproof kleinschalige activiteiten te programmeren op het gebied van cultuur, sport en andere zinvolle vrijetijdsbesteding. Gemeenten ontvangen extra middelen t.b.v. de inzet van jongerenwerkers in achterstandswijken.

Een bedrag van wordt aan de algemene uitkering toegevoegd in zowel 2020 als 2021.

7. Jongerenwerk jeugd (coronacompensatie Maart) Om jongeren uit bepaalde risicogroepen te benaderen en te bereiken wordt de huidige extra inzet van jongerenwerk uit het Jeugdpakket verlengd tot eind 2021. Het kinder- en jongerenwerk speelt ook een signalerende rol op het gebied van psychische problemen of huiselijk geweld. Er is voor de extra inzet op jongerenwerk een bedrag toegevoegd aan de algemene uitkering. 8. Mentale ondersteuning jeugd (coronacompensatie Maart) Jongeren hebben behoefte aan laagdrempelige ondersteuning voor mentaal welzijn. Als onderdeel van het aanvullend steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl van 12 februari 2021, zet het kabinet daarom met gemeenten in op het organiseren van activiteiten om mentale weerbaarheid van jongeren te versterken, door bijvoorbeeld: geven van trainingen, zoals weerbaarheidstrainingen, inzet op extra coaching van jongeren, inrichten van meer inloophuizen waar jonge ervaringsdeskundigen andere jongeren hulp bieden voor mentale ondersteuning, inrichten van buddyprojecten waarbij jongeren gekoppeld worden aan een leeftijdsgenoot voor mentale steun. Om dit te kunnen realiseren is een bedrag aan de algemene uitkering toegevoegd. 9. Activiteiten en ontmoetingen jeugd (coronacompensatie Maart) Jongeren hebben behoefte aan laagdrempelige ondersteuning voor mentaal welzijn.

Daarom zetten we met gemeenten in op het organiseren van activiteiten om mentale weerbaarheid van jongeren te versterken, door inzet op meer mogelijkheden tot ontmoeting in (tijdelijk onbenutte) ruimten zoals bibliotheken, buurthuizen, wijkcentra, sporthallen en evenementenhallen beter en veilig te benutten voor sociale en ondersteuningsactiviteiten. Er is een bedrag aan de algemene uitkering toegevoegd. 10. Plafond BTW-compensatiefonds, afrekening 2020 Bij de septembercirculaire 2021 werd de ruimte onder het plafond voor 2020 geraamd op € 109 miljoen. Bij de definitieve afrekening over 2020 blijkt deze ruimte te zijn toegenomen met € 108 miljoen naar € 217 miljoen. Dit overschot wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en het provinciefonds. Het aandeel van het gemeentefonds in de toename van € 108 miljoen daarin bedraagt € 96 miljoen. De gemeenten hebben in 2020 minder gedeclareerd dan werd verwacht. Identiek aan de werkwijze bij het accres vindt de definitieve afrekening over 2020 plaats in 2021. Voor Hilversum is de afrekening over 2020 € 483.000 voordelig. 11.

Plafond BTW-compensatiefonds, nieuwe raming 2021 en verder Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds, adviseert het Ministerie om voorzichtigheid in acht te nemen door een raming op te nemen, die maximaal gebaseerd is op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds. De werkelijke ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds over 2020 vormt daarmee het uitgangspunt voor de door de gemeenten op te nemen toekomstige ruimte onder het plafond BCF. Deze uitkomst wordt vervolgens constant gehouden in de meerjarenraming 2022 – 2025. De provinciale toezichthouders hebben aangegeven dit advies als richtlijn te gebruiken bij het beoordelen van de begrotingen. De realisatie van Hilversum over 2020 komt uit op een bedrag van € 972.000. In de begroting 2020 en de meerjarenraming is rekening gehouden met een bedrag van € 600.000 per jaar. De realisatie over het jaar 2020 valt daarmee € 372.000 hoger uit dan is begroot. Voorzichtigheidshalve wordt de raming van de ruimte onder het plafond van het BTWcompensatiefonds niet verhoogd naar het maximaal toegestane bedrag van € 972.000 maar met € 150.000 per jaar naar € 750.000 per jaar. Jeugdzorg Bij voorjaarsnota heeft het kabinet voor het jaar 2021 € 613 miljoen beschikbaar gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg.

Op dit moment zijn het kabinet en de VNG in gesprek over de

uitkomsten van het advies van de Commissie van Wijzen. Over de uitkomst hiervan wordt u voor 1 juli geïnformeerd. Het bedrag van € 613 miljoen voor 2021 komt bovenop de € 300 miljoen aan tijdelijke extra middelen die bij voorjaarsnota 2019 al beschikbaar zijn gesteld voor het jaar 2021. Rondom de € 613 miljoen zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het Rijk en VNG5. De € 613 miljoen valt in een aantal delen uiteen. Specifieke uitkeringen (niet via de Algemene Uitkering) € 120 miljoen van de € 613 miljoen wordt verdeeld via specifieke uitkeringen (spuk’s) of op een andere gerichte wijze. Dit betreft:  € 50 miljoen voor tijdelijke uitbreiding van de crisiscapaciteit jeugd-GGZ.  € 50 miljoen voor het beter passend maken van accommodaties om de leefomstandigheden van kwetsbare jeugdigen te verbeteren (driemilieuvoorzieningen).  € 5 miljoen voor het ombouwen van separatieruimten in de gesloten jeugdhulp tot High Intensive Care Units  € 15 miljoen voor de vereenvoudiging en verbetering van de jeugdbeschermingsketen (o.a. verbreding en verdere uitrol pilots vereenvoudiging Jeugdbescherming en doorbraakaanpak) Deze middelen zullen aan een beperkt aantal gemeenten of jeugdzorgregio’s uitgekeerd worden. Momenteel wordt dit nader uitgewerkt.

Een klein deel van de middelen zal gebruikt worden voor landelijke coördinatie en activiteiten die centraal door het Rijk georganiseerd worden. Hierover zullen in een bestuurlijk overleg tussen Rijk en VNG nadere afspraken worden gemaakt. De overige door het kabinet beschikbaar gestelde middelen ad € 493 miljoen worden via de algemene uitkering, subcluster jeugdhulp, aan het gemeentefonds toegevoegd. De € 493 miljoen kent drie delen zoals toegelicht onder nummer 12, 13 en 14. 12. Aanpak problematiek jeugdzorg: verdringing en lichte jeugdzorgproblematiek Een deel van € 228 miljoen heeft als oogmerk dat gemeenten hiermee in staat worden gesteld om de consultatiefunctie ggz vorm te geven, wachtlijsten bij lichtere jeugdhulpproblematiek tegen te gaan en om verdringing van andere uitgaven bij gemeenten tegen te gaan. Deze middelen worden in deze circulaire over de gemeenten verdeeld. Voor Hilversum gaat het om een bedrag van € 1.054.000. 13. Aanpak problematiek jeugdzorg: POH jeugd GGZ Een deel van € 10 miljoen heeft als oogmerk om het aantal Praktijk Ondersteuners Huisartsenzorg (POH) voor de jeugd uit te breiden. Deze middelen worden eveneens in deze circulaire over de gemeenten verdeeld. Voor Hilversum gaat het om een bedrag van € 46.000. 14.

Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg Tot slot is er een deel van € 255 miljoen met als oogmerk dat gemeenten hierdoor in staat worden gesteld om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Komende periode vindt tussen de VNG en het Rijk overleg plaats om een klein deel van de € 255 miljoen in te zetten voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG ten aanzien van de wachtlijsten specialistische jeugdzorg. Om die reden wordt nog niet het volledige bedrag van € 255 miljoen verwerkt. In deze circulaire is vooruitlopend op de besluitvorming tussen VNG en Rijk aangaande de regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG een bedrag van € 200 miljoen toegevoegd en verdeeld over de gemeenten. Voor Hilversum gaat het om een bedrag van € 924.000. Bij de septembercirculaire 2021 zal vervolgens het resterende bedrag van € 55 miljoen worden verwerkt. Welk deel hiervan bestemd is voor de gemeenten is nu nog niet bekend. Een deel wordt namelijk ingezet voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening.

15. Compensatieregeling Voogdij 18+ Via de decembercirculaire 2020 is aan 43 gemeenten compensatie toegekend (op basis van de compensatieregeling voogdij en 18+), omdat het budget voor voogdij en 18+ dat zij in 2021 ontvangen niet aansluit bij de kosten die zij (in 2019) hebben gemaakt. De totale omvang van de toegekende compensatie was lager dan het bedrag dat hiervoor binnen de integratie-uitkering Voogdij/18+ was gereserveerd. Het resterende deel wordt in deze circulaire aan het objectieve verdeelmodel voor Jeugd (subcluster Jeugdhulp) toegevoegd. (zie ook punt 29) 16. Rijksvaccinatieprogramma meningokokken/informed consent (regionaal) Met ingang van 1 januari 2021 wordt de uitvoering van de vaccinatie tegen meningokokken (MenACWY) overgedragen aan de gemeenten. De daarmee gemoeide middelen worden toegevoegd aan de reeds eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma (RVP). Daarnaast is in 2021 eenmalig een bedrag toegevoegd voor de uitvoering van de zogenoemde ‘informed consent procedure RVP’. Deze procedure richt zich op het inbouwen van de toestemmingsverklaring in de registratie van het RVP, waarmee ouders (en kinderen vanaf 12 jaar) gevraagd worden om toestemming voor het delen van vaccinatiegegevens met het RIVM.

Er zijn middelen beschikbaar voor ICT-aanpassingen in de softwarepakketten van de betrokken ICTleveranciers en voor lokale aanpassingen, bijvoorbeeld op het terrein van voorlichting en uitnodigingen, en instructies voor de uitvraag van informed consent bij consultaties bij de JGZinstellingen. 17. Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg (regionaal) Vanaf 2022 zijn middelen aan de algemene uitkering toegevoegd voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ)’6. Naar verwachting treedt het wetsvoorstel op 1 januari 2022 in werking. Om een gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind te bevorderen en het ontstaan van gezondheids- en ontwikkelingsrisico’s voor het kind te beperken, is het van belang tijdig hulp en ondersteuning tijdens de zwangerschap te bieden. Met dit wetsvoorstel krijgen gemeenten de taak een prenataal huisbezoek aan te bieden aan zwangere vrouwen en/of hun gezinnen in een kwetsbare situatie. De gemeente moet deze taak op grond van de wet opdragen aan dezelfde organisatie die voor de gemeente de JGZ uitvoert. 18. Kinderopvang Toezicht en Handhaving (regionaal) Voor het ondersteunen van gemeenten bij hun handhavingstaak in de kinderopvang stelt het ministerie van SZW vanaf 2022 middelen ter beschikking via de algemene uitkering.

De toevoeging komt in de plaats van een subsidie die de VNG tot en met 31 december 2021 vanuit het Rijk ontving en waarmee zij gemeenten ondersteunde via training, kennisontwikkeling, beleidsadvisering en innovatie op het terrein van handhaving kinderopvang. 19. Handhaving energielabel C Kantoren In het Bouwbesluit is vastgelegd dat per 1 januari 2023 een kantoor energielabel C of beter moet hebben om nog als kantoor gebruikt te mogen worden. De gemeente is het bevoegde gezag en handhaaft de wetgeving. Sira Consulting heeft de handhavingslasten in de periode 2020-2030 voor gemeenten berekend in het onderzoek ‘Actualisatie handhavingslasten verplicht energielabel C voor kantoren’ (april 2020). Via de algemene uitkering ontvangen gemeenten compensatie voor de handhavingslasten. Het gaat voor de periode 2021 tot en met 2025 om € 11.000 per jaar en voor de periode 2026 tot en met 2029 om € 2.500 per jaar. Naar verwachting is handhaving na 2029 niet meer aan de orde omdat de kantoren dan voldoen aan de energieprestatie-eisen.

20.Wet open Overheid (structureel) Op 26 januari 2021 heeft de Tweede Kamer de (Wijzigingswet) Wet open overheid (Woo) aangenomen. Het betreft een initiatiefwet uit de Tweede Kamer die beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de Woo. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de Woo. Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend onrecht´ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) financiële middelen vrijgemaakt. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen.

De structurele middelen zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. 21.Wet open Overheid (incidenteel) (5 jaar) De incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026 € 24,98 miljoen per jaar) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. 22. Versterking gemeentelijke anti-discriminatievoorziening (regionaal) Discriminatie is een diepgeworteld en structureel probleem van de samenleving. In haar reactie op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag heeft het kabinet aangekondigd structurele middelen vrij te maken voor de aanpak van discriminatie, waaronder de versterking van de antidiscriminatievoorzieningen (ADV). In 2009 is de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (Wga) in werking getreden. Het doel van deze wet is een landelijk dekkend stelsel van meldpunten voor onafhankelijke bijstand aan slachtoffers van discriminatie en de registratie van klachten over discriminatie. Alle gemeenten zijn verplicht te voorzien in een ADV. Voor de uitvoering van de Wga is in 2009 een bedrag toegevoegd aan de algemene uitkering.

Uit onderzoeken blijkt dat deze huidige financiering voor de uitvoering van de Wga-taken al enige jaren tot knelpunten leidt. De meeste ADV’s zijn op dit moment zeer krap bemeten en bij het grotere publiek relatief onbekend. Om die reden worden er vanaf 2021 structureel extra middelen aan de algemene uitkering toegevoegd, zodat de ADV’s ruimere budgetten kunnen krijgen om meer activiteiten te kunnen ontplooien, om zodoende een betere beschikbaarheid en bereikbaarheid voor melders mogelijk te maken. Deze ruimere budgetten zijn ook nodig om de door uitvoeringsorganisaties doorverwezen melders te kunnen bijstaan. Deze structurele extra bijdrage komt neer op meer dan een verdubbeling van de middelen. De financiering van de organisatie van en het toezicht op de ADV’s zal, als onderdeel van de aangekondigde versterking van de aanpak van discriminatie, het komende jaar onderzocht worden. De uitkomsten van het onderzoek kunnen mogelijk leiden tot wijzigingen. Als dit nodig blijkt te zijn, zullen gemeenten tijdig geconsulteerd en geïnformeerd worden. 23. Maatschappelijke Opvang, Extra begeleiding dak- en thuisloze mensen (DU) (regionaal) (coronacompensatie Maart) Gemeenten zien als gevolg van de coronacrisis een toename in het aantal dakloze mensen. Er worden extra middelen toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang met het doel

deze mensen zo snel mogelijk van een woonplek (met begeleiding te voorzien). De verdeling vindt plaats naar rato van het objectieve verdeelmodel. De basisgegevens van de verdeelmaatstaven zijn ongewijzigd ten opzichte van de septembercirculaire 2020. 24. Voorschoolse voorzieningen peuters (coronacompensatie Maart) Gemeenten ontvangen van het Rijk middelen om een bepaalde groep ouders die kosten hebben gemaakt voor kinderopvang tijdens de sluiting van de opvang van 16 december tot 8 februari te vergoeden. Het betreft ouders die in deze periode een eigen bijdrage hebben betaald voor de gemeentelijke regelingen rondom kinderopvang (Sociaal medische indicatie, Voorschoolse Educatie en het peuteraanbod). Voor de periode van 16 december tot 8 februari wordt de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters in verband hiermee opgehoogd. Met deze ophoging kan de gemeente de eigen bijdrage van de ouders die gebruik maken van de gemeentelijke regelingen vergoeden voor de tweede periode van sluiting. De verdeling van het toegevoegde bedrag vindt plaats naar rato van het aandeel van iedere gemeente in de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters voor het jaar 2021. 25. Participatie (IU) (WSW (regionaal)) De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2021.

Deze loon- en prijsbijstelling is onderverdeeld naar de drie onderdelen binnen de integratie-uitkering (Wsw, Nieuw begeleiding en Nieuw Wajong). De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente) zoals die bekend is uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. De Wswverdeling vanaf 2021 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2020 en de blijfkansen voor de jaren 2021 en verder. Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de bedragen per gemeente door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen Nieuw begeleiding. De drempelbedragen geven weer wat het gemiddelde bedrag is dat in het betreffende jaar beschikbaar is voor de begeleiding van beschut werk. Iedere gemeente ontvangt ten minste budget voor de financiering van de begeleiding van één beschutte werkplek. De drempelbedragen zijn in deze circulaire geïndexeerd vanwege de loon- en prijsbijstelling en bedragen € 7.800 vanaf 2021.

Door het gebruik van historische cijfers blijft het aandeel van individuele gemeenten in de twee verdeelmodellen Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding ongewijzigd ten opzichte van de meicirculaire 2020. Voor de verdeling van het verdeelmodel Nieuw Wajong wordt gebruik gemaakt van historische cijfers van de instroom in de werkregeling Wajong. Voor het verdeelmodel Nieuw begeleiding wordt in aanvulling daarop gebruik gemaakt van de (historische) instroom in de wachtlijst Wsw. De voorgenomen overheveling van het budget voor Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. Beschut werk) naar de algemene uitkering wordt met een jaar uitgesteld naar 2023. Dit aangezien de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds naar verwachting per 1 januari 2023 plaatsvindt. 26. Beschermd Wonen (IU) (Regionaal) De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen stijgt als gevolg van twee mutaties: 1) de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2021 2) de toekenning van de volume-indexatie voor het jaar 2022 en verder Beide mutaties zijn over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van het aandeel in het huidige historische macrobudget.

Per 1 januari 2021 is de Wet langdurige zorg (Wlz) opengesteld voor mensen met een psychische stoornis. Vooraf is geraamd dat er 8.500 cliënten vanuit beschermd wonen over zouden gaan naar de Wlz. Op basis van deze raming en de bestuurlijke afspraak ‘budget volgt cliënt’ is vanaf 2021 € 495 miljoen structureel overgeheveld van de integratie-uitkering Beschermd wonen naar de Wlz. Inmiddels is bekend dat meer cliënten de overstap vanuit beschermd wonen naar de Wlz maken dan waar de budgetoverheveling op was gebaseerd. Het ministerie van VWS, het ministerie van BZK en de VNG hebben op 7 december 2020 bestuurlijke afspraken gemaakt over de wijze van nacalculatie van het naar de Wlz over te hevelen budget en de verdeling over de centrumgemeenten. In juni vindt een bestuurlijk vervolgoverleg plaats om de definitieve omvang van de nacalculatie te kunnen bepalen. De uitkomst zal bij de septembercirculaire 2021 worden verwerkt. Besluitvorming over de invoering van het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen – voorzien vanaf 2023 – is aan het nieuwe kabinet.

27. Inburgering (IU) Aan de integratie-uitkering Inburgering wordt voor 2021 tot en met 2026 extra middelen toegevoegd ten behoeve van de begeleiding van de bredere groep asielmigranten binnen de ondertussen-groep (inburgeraars die nog inburgeringspichtig zijn onder de Wet inburgering 2013). Dit volgt uit de bestuurlijke afspraken die het ministerie van SZW en de VNG in april 2020 hebben gemaakt om een impuls te geven aan de uitstroom van inburgeringsplichtigen onder het huidige stelsel. De bedragen worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners. Over de verdeling van de middelen die specifiek bestemd zijn voor de ELIP-groep (inburgeraars die hun voor de inburgering bestemde lening vrijwel hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn) worden later dit jaar afspraken gemaakt met gemeenten. Gemeenten zullen hierover later dit jaar worden geïnformeerd. De inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Voor de omvang van de integratie-uitkering Inburgering betekent dit het volgende: 1) Bij meicirculaire 2020 is vanaf 2021 structureel budget toegevoegd ter financiering van de uitvoeringskosten van de nieuwe wet. Nu de wet is uitgesteld valt de instroom van inburgeraars in 2021 niet onder de nieuwe wet, maar onder de oude wet. Om die reden wordt de integratie-uitkering Inburgering in 2021 verlaagd.

Dat is het bedrag dat voor dat jaar voor de uitvoeringskosten beschikbaar was gesteld. De bedragen voor de structurele uitvoeringskosten vanaf 2022 en verder blijven ten opzichte van de decembercirculaire 2020 ongewijzigd. Dat geldt ook voor de verdeling over gemeenten. De verdeling voor 2022 en verder zal naar verwachting in de decembercirculaire 2021 worden geactualiseerd, als van zowel het aantal inwoners als het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond nieuwe gegevens voorhanden zijn. 2) Als gevolg van het uitstel wordt aan gemeenten een aanvullend bedrag ter beschikking gesteld verspreid over 2021 tot en met 2026. De verdeling van deze toevoeging vindt plaats naar rato van het aantal inwoners. De compensatie houdt verband met drie aspecten. Ten eerste wordt het budget voor de ondertussen-groep aangevuld vanwege de hogere huisvestingstaakstelling van statushouders in 2021. Daarnaast is in het bestuurlijk overleg tussen het ministerie van SZW en de VNG van 2 februari 2021 afgesproken dat het ministerie van SZW gemeenten in staat stelt om de nieuwe instroom vanaf 1 juli 2021 zo veel als mogelijk in de geest van de nieuwe wet op te pakken. Hierbij kan gedacht worden aan de warme overdracht, brede intake (exclusief leerbaarheidstoets), advies Plan Inburgering en Participatie (PIP), de cursus financiële zelfredzaamheid en periodieke voortgangsgesprekken.

Tot slot worden gemeenten ook gecompenseerd voor de extra implementatiekosten waar zij mee te maken hebben door het uitstel van de nieuwe wet. De integratie-uitkering zal onder het voorbehoud van de besluitvorming over de herijking van het gemeentefonds naar verwachting vanaf 2023 worden overgeheveld naar de algemene uitkering.

28. Maatschappelijke begeleiding statushouders (DU) Conform artikel 18 van de Wet inburgering voorziet het college van burgemeesters en wethouders in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen hiervoor in 2021 een bedrag van € 2.370 per persoon. De middelen worden verstrekt op basis van:  

het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat, rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000. het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid, voor verblijf bij:

1) een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, 2) een houder van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, of 3) een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is verleend met een aantekening inzake internationale bescherming als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Voor deze inburgeringsplichtigen moet gelden dat: 

het personen betreft die in de periode vanaf 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden en in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 11 februari 2021 ingeschreven staan in de basisregistratie personen in de gemeente waar zij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 zijn gehuisvest en voor hen nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018, 2019 en 2020 en de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen). of het asielmigranten en hun gezinsleden betreft waarvan de inburgeringsplicht is ingegaan vóór 1 oktober 2017 en die in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 11 februari 2021 zijn gehuisvest en voor wie nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018 en 2019 en 2020 en de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen).

Voor nadere informatie en vragen over de selectie van personen ten behoeve van de bijdrage voor maatschappelijke begeleiding wordt verwezen naar de website zakelijk van DUO 29. Voogdij/18+ (IU) De integratie-uitkering Voogdij/18+ kent een systematiek waarbij op basis van historisch zorggebruik (T-2) per gemeente gemiddelde dagprijzen (p) worden vermenigvuldigd met het aantal zorgdagen (q). Loon- en prijsbijstelling: Voor 2021 zijn de bedragen per gemeente, zoals bekendgemaakt in de meicirculaire 2020, naar rato opgehoogd in verband met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2021. Bij de budgetten voor 2022 en verder is de loon- en prijsontwikkeling 2021 al in de dagprijzen verwerkt en daardoor direct onderdeel geworden van de verdeelsystematiek. Bedragen 2022: Er zijn nieuwe gegevens (jaar 2020) over voogdij/18+ beschikbaar welke gebruikt zijn voor de verdeling van de bedragen voor 2022. Daarbij is het budget 2022 verdeeld op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel dat per 1 januari 2022 wordt ingevoerd. Met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel verschuift de verantwoordelijkheid voor de zorg van naar inschatting zo’n 20.000 kinderen naar een andere gemeente. In afwachting van de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds zijn de nieuwe gegevens ook gebruikt voor 2023 en verder.

Zoals gemeld in de meicirculaire 2020 is in de nieuwe verdeling gemeentefonds rekening gehouden met de overheveling van de integratie-uitkering Voogdij/18+ naar de algemene uitkering per 2023.

Door de nieuwe gegevens neemt de integratie-uitkering Voogdij/18+ vanaf uitkeringsjaar 2022 structureel toe, waarvan een deel structureel gedekt wordt door de loon- en prijsbijstelling 2021. Het verschil wordt zoals gebruikelijk onttrokken aan de algemene uitkering, subcluster Jeugdhulp . De verdeling over 2022 verandert niet meer. (zie ook toelichting punt 30) In de meicirculaire 2022 wordt het budget 2022 enkel nog (naar rato) opgehoogd met de loon- en prijsontwikkeling 2022. Overheveling resterend budget 2021 naar algemene uitkering: Zie toelichting punt 16. Compensatieregelingen: ‘onderbreking financieringssystematiek voogdij en 18+ a.g.v. de wijziging van het woonplaatsbeginsel (T-2 systematiek)’ (2022) en ‘woonplaats onbekend’ (2023 en 2024) Zoals gemeld in de meicirculaire 2020, zijn Rijk en VNG in het bestuurlijk overleg van 25 september 2019 overeengekomen om bij de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel, per 1 januari 2022, twee compensatieregelingen in het leven te roepen. De eerste regeling geldt voor 2022 en compenseert gemeenten die nadeel ondervinden van de overstap op een nieuwe verdeelsystematiek als gevolg van de wijziging van het woonplaatsbeginsel.

De tweede regeling geldt in eerste instantie voor twee jaar (2022 en 2023) en compenseert gemeenten voor de kosten van kinderen waarvan er geen gemeente in beeld is als financieel verantwoordelijk op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel. 30. Vrouwenopvang (DU) (Regionaal) De omvang van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang wijzigt in deze circulaire als gevolg van drie mutaties: 1. Vanaf 2021 zijn structureel extra middelen toegevoegd voor de kosten die voortkomen uit de stijging van het aantal slachtoffers dat contact legt met het Centrum Seksueel Geweld 2. Voor 2021 is sprake van een verhoging van de middelen ter ondersteuning van gemeenten in het kader van schadelijke praktijken, waaronder eergerelateerd geweld, gedwongen huwelijken en vrouwelijke genitale verminking. 3. Ten slotte dragen de centrumgemeenten in 2021 middels een uitname van € 0,17 miljoen bij aan de financiering van het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating. De verdeling van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is bij deze circulaire vanaf uitkeringsjaar 2020 geactualiseerd. 31. Heroriëntatie zelfstandigen (DU) (coronacompensatie) Bij de aankondiging van het tweede steun- en herstelpakket is aangegeven dat gemeenten vanaf 1 januari 2021 ondersteuning bieden aan zelfstandig ondernemers die zich willen heroriënteren.

Dit kan grotendeels vanuit de extra impulsen en extra budgetten voor crisisdienstverlening worden betaald. Voor aanvullend maatwerk voor zelfstandig ondernemers is in 2021 incidenteel een bedrag aan het gemeentefonds toegevoegd. 32. Jeugd aan zet (DU) (coronacompensatie) Op verzoek van het Veiligheidsberaad (werkgroep jongeren) is het gemeentelijk programma Jeugd aan Zet in Crisistijd, na de zomereditie, verlengd met een wintereditie. Deze circulaire bevat de middelen voor de wintereditie. Het programma beoogt jongeren te ondersteunen die geraakt worden door de effecten van de coronacrisis. Doordat de dagelijkse activiteiten voor veel jongeren door de coronacrisis niet of niet goed mogelijk zijn (zoals onderwijs, sport, sociale ontmoetingen en de mogelijkheid om te werken) is er een toenemende overlast van jongeren in de openbare ruimte. Ook is er vanwege de steeds verdergaande en langdurige beperkende maatregelen grote zorg over het effect van de coronamaatregelen op de fysieke en psychische gezondheid van jongeren. Ten behoeve van de wintereditie van Jeugd aan Zet wordt een financiële bijdrage verstrekt van

€ 10.000. Hiermee kunnen in deze coronatijd jongeren ondersteunt worden en tegelijkertijd kunnen jongeren een maatschappelijke bijdrage leveren waar deze nu nodig is. 33. Armoede bestrijding kinderen (DU) Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van CBS-gegevens over kinderen met een kans op armoede. De verdeling over de gemeenten voor 2022 en verder is gebaseerd op gegevens over het jaar 2018. 34. Accresontwikkeling De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU). Volgens de normeringssystematiek (trap-op-trap-af) hebben wijzigingen in de ARU direct invloed op de ontwikkeling van de algemene uitkering en daarmee op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd. Na het uitbreken van de coronacrisis is in overleg met de VNG en het IPO besloten om het accres voor de jaren 2020 en 2021 vast te zetten op de standen uit de meicirculaire 2020. De accrestranches voor de 2020 en 2021 wijzigen daarom niet. Voor de jaren vanaf 2022 wordt het accres conform afspraken geactualiseerd op basis van de bestaande normeringssystematiek.

Deze accrestranches zijn dus gebaseerd op de actuele groei van de accresrelevante uitgaven en grondslag in de betreffende jaren. Uitgaven aan nood- en steunmaatregelen als gevolg van corona lopen niet mee in de accresberekening. Deze uitgaven leiden daarom ook niet tot een effect op het accres. Gemeenten hebben extra middelen ontvangen om de gevolgen van de coronamaatregelen op te vangen. Daarnaast blijft het Rijk over de effecten van de coronacrisis op de financiële situatie van gemeenten en provincies in gesprek met de medeoverheden. Aangezien het accres in de septembercirculaire 2020 niet is geactualiseerd, is de getoonde mutatie in het accres het gevolg van de ontwikkelingen sinds de meicirculaire 2020. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van het accres vanaf 2022 ten opzichte van de bevroren stand. Het merendeel van deze bijstelling wordt verklaard door de loon- en prijsontwikkeling. Ten opzichte van de meicirculaire 2020 verwacht het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan 2021 dat lonen en prijzen in de economie minder hard stijgen in de periode 2022-2025. Hierdoor stijgen de uitgaven van het Rijk minder hard en dat werkt door in een lager accres in 2022 tot en met 2025. In 2022 komt de volumecomponent van het accres licht hoger uit dan eerder. Vanaf 2023 stijgt de volumecomponent van de rijksuitgaven minder hard.

Een belangrijke factor hierbij is lagere verwachte rentelasten in deze jaren als gevolg van lagere rentestanden. Ook andere ontwikkelingen in latere jaren, zoals lagere EUafdrachten als gevolg van het vorig jaar afgesloten Europees Meerjarig Financieel Kader, zorgen voor een lagere volumegroei. Deze factoren dragen bij aan de neerwaartse bijstelling van het accres in 2023-2025. De uiteindelijke ontwikkeling van het accres in 2022 en verder is afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt: zowel in budgettaire zin als in de wijze waarop een nieuw kabinet de normeringssystematiek vormgeeft. 35. WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven 2022 en waarde mutaties De WOZ-inkomsten van de gemeenten vormen een correctiepost op de algemene uitkering. De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf ozb is doorgevoerd. De uitkomst van de verdeelmaatstaf ozb wordt bepaald door de omvang van de WOZ-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden: voor eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen en gebruikers niet-woningen. Er zijn daarom drie rekentarieven.

Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. Het is staand beleid om voor het effect van deze marktontwikkelingen te corrigeren, door middel van een aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb. De correctie is op nationaal niveau. De aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb is afgestemd op de WOZ-tijdvakken. Op 1 januari 2022 begint een nieuw WOZ-tijdvak met waarde-peildatum 1 januari 2021. Bij de aanpassing van de rekentarieven is de vaste werkwijze toegepast: het rekentarief wordt naar beneden (of naar boven) bijgesteld om de stijging (of daling) van de ozb-maatstaf als gevolg van de stijging (of daling) van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen ongedaan te maken. De maatstaf groeit alleen met de inflatie mee (prijs Nationale Bestedingen, pNB). De marktontwikkeling tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2021 bij woningen wordt, op basis van informatie van de Waarderingskamer, geschat op 9%. Voor niet-woningen wordt de waardeontwikkeling over dezelfde periode geschat op -0,5%. De inflatie (pNB) in die periode bedraagt volgens de ramingen van het CPB 2,1%. Het rekentarief voor eigenaren woningen komt na aanpassing op 0,083763%, voor eigenaren niet-woningen op 0,163111% en voor gebruikers niet-woningen op 0,131452%. 36.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=db8b8e36-320d-4233-ad2b-73d97640015c