Raadsinformatiebrief 2021-12 inzake Decembercirculaire 2020 Gemeentefonds
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Van
Burgemeester en Wethouder/Burgemeester
Zaak nr.
735943
Aan
Gemeenteraad
RIB nr.
2021-12
Portefeuillehouder
K.J. Walters
Datum
10 januari 2021
Informatie bij
E.P. Heijnis
Tel. nr.
(035) 6292796 en 06-12880657
Onderwerp Decembercirculaire 2020 Gemeentefonds Aanleiding Op 16 december 2020 heeft het Rijk de decembercirculaire gepresenteerd. Bij de doorrekening van de decembercirculaire zijn dezelfde uitgangspunten gehanteerd als bij de septembercirculaire. Via deze decembercirculaire wordt het 3e compensatiepakket corona ter beschikking gesteld. Het gaat om een bedrag van € 832.000 voor 2020 een bedrag van € 2.290.000 voor 2021. Bij het 1e en 2e compensatiepakket corona ging het met name over het afdekken van hogere lasten en verminderde baten door de Coronacrisis. Bij het 3e compensatiepakket worden nu ook extra middelen verstrekt die een extra inzet van de gemeenten en de Regio vragen zoals op het gebied van re-integratie het gemeentelijk schuldenbeleid en crisisdienstverlening. Deze extra inzet is reeds benoemd in de coronabrief van oktober 2020 (zaaknummer 706305). Kernboodschap In onderstaande tabel staat op hoofdlijnen hoe de circulaire conform onze financiële verordening wordt verwerkt. Voor meer details verwijzen wij u naar de bijlage. Een deel van de compensatie heeft betrekking op middelen, die wij ontvangen uit hoofde van onze regionale centrumfunctie. Deze regionale compensatie wordt doorgegeven aan de regio. Naar aanleiding van de decembercirculaire zal er in 2020 € 412.000 en in 2021 € 1.564.000 in de reserve Covid-19 gestort worden.
Aan de regio wordt voor 2020 een bedrag van € 420.000 en voor 2021 een bedrag van € 726.000 coronacompensatie doorgegeven. Zonder teken + tekortverhogend. Min-teken = tekortverlagend Begroting 2020-2024 1 Algemene Uitkering volgens de septembercirculaire 2020 2 Algemene Uitkering volgens de decembercirculaire 2020
2017 138.783 138.767
3 = 1-/-2 Wijziging Algemene Uitkering a.g.v. decembercirculaire 2020
16
Rekening 2020 2018 2019 145.207 156.763 145.412 156.778
7=3+4+5+6
2021 164.794 168.057
-15
-872
-3.263
160
17
17
0 0
0 0
412 512 0
1.564 1.918 0
0 5 0
0 5 0
0 5 0
219
165
22
22
219
165
22
22
-205
4 Storting in reserve Covid 19 5 Verhoging corresonderende uitgavenbudgetten 6 Verlaging corresponderende uitgavenbudgetten
Subtotaal na wijzigingen corresponderende budgetten
16
-205
-15
52
8 Verantwoording mutaties 2017, 2018 en 2019 in rekening 2020
-16
205
15
-204
9 = 7 + 8 Totaal effect decembercirculaire op rekening/begroting
-
-
Begroting 2021-2024 2022 2023 168.195 169.613 168.035 169.596
2020 169.938 170.810
-
-152
Tabel 1, bedragen maal € 1.000
Voor het lopende jaar (2020) heeft de decembercirculaire een voordelig effect van € 152.000.
2024 172.607 172.590
De beginstand van de tabel, regel 1 is de raming van de algemene uitkering zoals die bij de septembercirculaire 2020 is berekend en is verwerkt in de begroting 2020, de begroting 2021 en de meerjarenraming t/m 2024. Op regel 2 staat de raming van de algemene uitkering zoals die wordt verwacht na de doorrekening van de decembercirculaire 2020. Regel 3 geeft het verschil weer tussen de doorrekening van de decembercirculaire en de septembercirculaire waarbij een negatief bedrag een voordeel is. Regel 4 vermeldt de bedragen van de coronacompensatie die gestort worden in de Reserve Covid 19. In 2020 een bedrag van € 412.000 en voor 2021 een bedrag van € 1.564.000. Regel 5 vermeldt de verhoging van de corresponderende uitgavenbudgetten. Deze hebben voornamelijk betrekking op extra middelen die Hilversum als centrumgemeente ontvangt en waarover regionale afspraken zijn over de besteding van deze middelen. Een bedrag van € 420.000 betreft regionale compensatie corona. Omdat de extra middelen voor 2020 niet meer besteed kunnen worden in 2020, zullen deze middelen worden overgeheveld naar 2021. Een overhevelingsvoorstel hiervoor zal ter besluitvorming worden voorgelegd aan het college van B&W. Regel 6 vermeldt in dit geval geen verlagingen van corresponderende posten. Regel 8 De boekjaren 2017, 2018 en 2019 zijn afgesloten.
De nagekomen mutaties worden verwerkt in de jaarrekening 2020 en vormen een voordeel van € 204.000 in 2020. Op regel 9 resteert het totale effect van de decembercirculaire op de jaarrekening 2020 en de begroting 2021 t/m 2024. Dit effect is opgebouwd uit de wijziging van de algemene uitkering (regel 3), de daarmee samenhangende wijzigingen in uitgavenbudgetten (regels 4, 5 en 6) en de verantwoording van de mutaties van de afgesloten jaren 2017, 2018 en 2019 die verwerkt wordt in 2020 (regel 8). De decembercirculaire 2020 heeft een voordelig effect op de jaarrekening 2020 van € 152.000. Voor de begroting van de jaren 2021 t/m 2024 heeft deze decembercirculaire een effect van, afgerond, respectievelijk € 219.000 nadelig, € 165.000 nadelig, € 22.000 nadelig en € 22.000 nadelig. De onzekerheid van de ontwikkelingen is onderbouwd door de volgende argumenten: 1. Gevolgen Covid 19; In 2020 heeft het coronavirus zich in een razendsnel tempo verspreid over de wereld. Als gevolg van de beperkende maatregelen van overheden is de wereldeconomie in 2020 in een recessie beland. Ook gedurende het jaar 2021 zullen de economische gevolgen merkbaar blijven. De overheid verleent via diverse steunmaatregelen voor miljarden aan steun aan burgers, bedrijven en overige overheden om de gevolgen van de Coronacrisis op te vangen.
Door deze maatregelen is de staatschuld met tientallen miljarden gestegen. Een rekening die ooit terugbetaald zal moeten gaan worden. Dit zal in de toekomst hoogstwaarschijnlijk gepaard gaan met bezuinigingen van de overheid. Deze bezuinigingen zullen via een verlaagde uitkering uit het gemeentefonds hoogstwaarschijnlijk ook deels door gemeenten moeten worden gedragen. 2. Compensatiepakket Coronacrisis; In de decembercirculaire is het 3e compensatiepakket verwerkt. Of de extra middelen voldoende zullen zijn om alle meerkosten en minderopbrengsten op te kunnen vangen is nu nog niet duidelijk. Daarnaast zijn er door het Rijk aanvullende toezeggingen gedaan voor extra compensatie in 2020 en 2021. De totale hoogte van de financiële compensatie voor Hilversum is daarmee op dit moment nog niet bekend. Extra compensatie zal hoogstwaarschijnlijk worden bekend gemaakt via de mei- en septembercirculaire van 2021.
3. Fixatie accressen Gemeentefonds/BCF; Er zijn onzekerheden met betrekking tot de groei en de verdeling van het gemeentefonds (= de post op de rijksbegroting waaruit de algemene uitkering wordt gedekt). Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de trap op trap af-methode wordt het accres genoemd. Het accres is voor de jaren 2020 en 2021 gefixeerd en geeft rust en stabiliteit in de algemene uitkering. Een belangrijk punt van aandacht is dan ook hoe de gemeenten vanaf 2022 weer gaan instappen. De besluitvorming hierover wordt overgelaten aan een nieuw kabinet. 4. Ontwikkeling verdeelmaatstaven; De landelijke en lokale ontwikkeling van aantallen van verdeelmaatstaven die een groot gewicht hebben bij de verdeling van het gemeentefonds kunnen fluctueren. Een goed voorbeeld hiervan is het aantal bijstandsontvangers. De aantallen, zowel landelijk als lokaal, kunnen behoorlijk fluctueren en daarmee forse schommelingen van de algemene uitkering veroorzaken. 5. Traject herijking gemeentefonds; Invoering van de nieuwe verdeling was voorzien in 2022. Het gaat daarbij om zowel de invoering van nieuwe maatstaven als de evaluatie van de normeringssystematiek (trap op trap af).
De fondsbeheerders hebben besloten de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds aan het volgend kabinet te laten. Dit betekent dat de invoering van de nieuwe verdeling opschuift naar 1 januari 2023. Reden hiervoor is de huidige financiële positie van gemeenten en de nog lopende gesprekken met gemeenten over onder andere de toereikendheid van de financiering van de jeugdzorg. Het is van belang dat er helderheid is over de financiële afspraken met, en positie van gemeenten alvorens tot de invoering van het nieuwe verdeelmodel over te gaan. Dit, opdat hiermee bij de wijze van invoering rekening kan worden gehouden. Hoewel dit kabinet geen besluit meer zal nemen over de invoering van het herijkte verdeelmodel, achten de fondsbeheerders het wel van belang het onderzoek af te ronden. Dit om gemeenten en de VNG de mogelijkheid te geven zich voor te bereiden op de inbreng bij de formatie. De fondsbeheerders zijn van mening dat de nieuwe verdeelmodellen een verbetering zijn ten opzichte van de huidige verdeling: ze zijn eenvoudig, beter uitlegbaar en sluiten goed aan bij de kosten die gemeenten maken. De uitkomsten voor de jaren 2023 en verder zijn daarmee afhankelijk van de uitkomsten van de herijking en daarmee uiterst onzeker.
Consequenties De financiële mutaties als gevolg van de decembercirculaire wijzigt het te verwachten bedrag aan inkomsten van de algemene uitkering voor de jaren 2017 t/m 2024. De gevolgen voor de jaren 2017 t/m 2020 worden verwerkt in de jaarrekening 2020. De gevolgen voor 2021 zullen via de 1e tussenrapportage van 2021 ter besluitvorming worden voorgelegd aan de raad. Deze financiële mutaties voor de jaren 2022 t/m 2024 worden bij het 1e integrale afwegingsmoment, de kadernota 2021, meegenomen. Vervolgtraject Conform het financiële beleid, worden de mutaties in de uitkeringen voor de jaren 2017, 2018, 2019 en 2020 en corresponderende posten verwerkt in de jaarrekening 2020. Bij de bestemming van het rekeningresultaat 2020 een bedrag van € 412.000 te storten in de reserve Covid 19. Een en ander ter besluitvorming door de raad bij de vaststelling van de jaarrekening 2020. De extra regionale middelen in 2020 zullen, via een overhevelingsvoorstel van de inhoudelijke afdeling worden overgeheveld naar 2021. Dit overhevelingsvoorstel wordt ter besluitvorming voorgelegd aan het college van B&W en is aan te merken als gedeeltelijke bestemming van het resultaat van 2020. Mutaties in de uitkeringen en corresponderende posten voor het jaar 2021 worden via de 1e tussenrapportage van 2021 verwerkt in de begroting 2021.
De mutaties in de uitkeringen in de jaren 2022 tot en met 2024 worden meegenomen bij de kadernota 2021. In lijn met de Coronabrief van 21 oktober 2020 zal een plan ontwikkeld worden voor meer inzet op re-integratie, schuldhulpverlening en de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten. Ook voor de extra middelen ter ondersteuning van de economie die beschikbaar zijn gesteld aan de arbeidsmarktregio Gooi en Vechtstreek zal een uitvoeringplan worden opgesteld. Dit plan zal worden opgesteld samen met de relevante partners in de arbeidsmarktregio.
Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
D. Emmer
P.I. Broertjes
Bijlage(n): 1. Financiële mutaties Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B&W-vergadering van 9 februari 2021.
Bijlage 1. In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op de financiële mutaties als gevolg van de decembercirculaire 2020 van het gemeentefonds. De mutaties zijn vermeld ten opzichte van de septembercirculaire 2020. De verwerking van de compensatiepakket 3 is oranje gearceerd. Een -/- is een voordelig effect op de jaarrekening/begroting
Mutaties a.g.v. Decembercirculaire t.o.v. de Septembercirculaire
2017
Rekening 2020 2018 2019
2020
Begroting 2021-2024 2022 2023
2021
2024
Er wordt meer geld ontvangen t.b.v (voordelen) 1 Hoeveelheidsverschillen, uitkeringsbasis en uitkeringsfactor 2 WOZ-Waarden mutaties 3 Inburgering (IU) 4 Logisch Ontwerp GBA 5 Brede aanpak dak- en thuisloosheid (DU) (regionaal) 6 Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) (regionaal) 7 Vrouwenopvang (DU) (regionaal) 8 Corona Compensatiepakket 3 9 Crisisdienstverlening (compensatie Corona) (regionaal) 10 Beschermd Wonen (IU) (compensatie Corona) (regionaal)
Totaal meer te ontvangen (voordelen)
-34 -171
-22
-113
-9
-9
-5
-5
-5
-3.482
-5
-14
-14
188
134
-2 -1.190 -2 -90 -412 -368 -52
-
-205
-22
-1.037
-1.564 -726
Er wordt minder geld ontvangen t.b.v (nadelen) 1 Hoeveelheidsverschillen, uitkeringsbasis en uitkeringsfactor 2 WOZ-Waarden mutaties 11 Suppletie-uitkering integratie Sociaal Domein 12 Mobiliteitshulpmiddelen en roerende voorzieningen (nacalculatie) 13 Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen 14 Bijdrage MijnOverheid en DigiD 15 Bijdrage GDI
16 7
31 76 24 21 13
31
31
31
31
Totaal minder te ontvangen (nadelen)
16
-
7
165
219
165
31
31
Totaal wijziging algemene uitkering A
16
-205
-15
-872
-3.263
160
17
17
2 1.190
5
5
5
5
5
5
Omdat er meer geld wordt ontvangen worden de Corresponderende uitgavenbudgetten verhoogd (nadelen) 3 Inburgering (IU) 5 Brede aanpak dak- en thuisloosheid (DU) (regionaal) 6 Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) (regionaal) 7 Vrouwenopvang (DU) (regionaal) 8 Storting Corona Compenatiepakket 3 in reserve Covid 19 9 Crisisdienstverlening (compensatie Corona) (regionaal) 10 Beschermd Wonen (IU) (compensatie Corona) (regionaal)
Totaal verhoging uitgavenbudgetten B
2 90 412 368 52
1.564 726
-
-
-
924
3.482
-
-
-
-
-
-
219
165
Omdat er minder geld wordt ontvangen worden de Corresponderende uitgavenbudgetten verlaagd (voordelen) Totaal verlaging uitgavenbudgetten C
36 Verantwoording Mutatie 2017, 2018 en 2019 in rekening 2020 D = -/- -16 (A + B + C) 205 Totaal effect op de jaarrekening/begroting E = A + B + C + D
-
-
15 -
-
-
-204 -152
22
22
3e Compensatiepakket corona Bij het 1e en 2e compensatiepakket corona ging het met name over het afdekken van hogere lasten en verminderde baten door de Coronacrisis. Bij het 3e compensatiepakket worden nu ook extra middelen verstrekt die een extra inzet van de gemeenten en de Regio vragen zoals op het gebied van reintegratie het gemeentelijk schuldenbeleid en crisisdienstverlening. Deze extra inzet is reeds benoemd in de coronabrief van 21 oktober 2020. De compensatie via pakket 3 is voor 2020 € 832.000 en voor 2021 € 2.290.000. De onderdelen van de compensatiepakketten zijn oranje gearceerd. 1
Er wordt meer/minder ontvangen voor 1. Hoeveelheidsverschillen, uitkeringsbasis en uitkeringsfactor De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende bedrag per eenheid. De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De uitkeringsfactor voor 2018 en 2020 zijn naar boven bijgesteld. Ook door het wijzigingen in; het aantal eenheden van de maatstaven, het bedrag per eenheid kan de algemene uitkering wijzigen. Per saldo levert dit voor de jaren 2018, 2019, 2020, 2023 en 2024 een voordeel op. Voor de jaren 2021 en 2022 levert dit een nadeel op. 2. WOZ waarde mutaties De WOZ inkomsten van de gemeenten vormen een aftrekpost op de algemene uitkering. Jaarlijks worden bij de decembercirculaire de definitieve gegevens voor de OZB-Maatstaven voor het jaar t-2 verwerkt. In dit geval zijn de OZB waarden voor woningen voor 2018 opwaarts bijgesteld. De OZB waarden voor niet woningen zijn neerwaarts bijgesteld. Per saldo betekent dit dat de korting op de algemene uitkering voor het jaar 2018 per saldo lager uitvalt in vergelijking met de septembercirculaire 2020. Een lagere korting betekent een hogere Algemene Uitkering. Ook voor 2017 heeft er nog een waarde wijziging plaatsgevonden.
In dit geval is de WOZ waarde van woningen opwaarts bijgesteld. Een hogere waarde betekent een extra korting op de algemene uitkering voor het jaar 2017. 3. Inburgering In de meicirculaire 2020 bent u geïnformeerd dat de verdeling van de integratie-uitkering Inburgering bij deze circulaire vanaf uitkeringsjaar 2021 wordt geactualiseerd omdat nu van zowel het aantal inwoners als het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond nieuwe gegevens voorhanden zijn. De Minister van SZW heeft op 11 november jl. gemeld dat de invoering van het nieuwe inburgeringsstelsel wordt uitgesteld. Het streven is om de invoering met een half jaar door te schuiven naar 1 januari 2022. Dit heeft gevolgen voor de financiële middelen in de integratie-uitkering Inburgering voor bekostiging van de uitvoeringskosten. Hierover zijn het Ministerie van SZW en de VNG nog in gesprek. SZW is ook nog met de VNG in gesprek over de vraag of het uitstel van de nieuwe wet gevolgen heeft voor de invoeringskosten. Gemeenten zullen worden geïnformeerd zodra de besluitvorming op de verschillende punten inhoudelijk en in financiële zin is afgerond. 4. Logisch ontwerp GBA Gemeenten hebben kosten moeten maken voor de gemeentelijke basisadministratie doordat het Logisch Ontwerp is aangepast.
Conform afspraken worden de kosten vanwege de aanpassingen in het Logisch Ontwerp aan gemeenten via het gemeentefonds vergoed. 5. Brede aanpak dak- en thuisloosheid (DU) (regionaal) Via de meicirculaire 2020 bent u geïnformeerd dat het kabinet dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk wil voorkomen en ervoor wil zorgen dat niemand op straat hoeft te slapen. Via deze circulaire heeft vanuit het resterende budget in 2021 de toekenning plaatsgevonden aan Hilversum en aan 21 overige centrumgemeenten. 6. Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) De verdeling van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang voor 2020 is ten opzichte van de septembercirculaire 2020 gewijzigd door het gebruik van actuelere maatstafaantallen 2
(eenpersoonshuishoudens). 7. Vrouwenopvang (DU) (regionaal) In de meicirculaire 2020 is aangekondigd dat vanaf 2020 structureel middelen worden toegevoegd voor de kosten die voortkomen uit de stijging van het aantal slachtoffers dat contact legt met het Centrum Seksueel Geweld (CSG’s). Daarnaast wordt middelen voor 2020 en 2021 toegevoegd ter ondersteuning van gemeenten in het kader van schadelijke praktijken. Voor beide ophogingen geldt dat de middelen objectief verdeeld worden volgens de actuele maatstaven van de decentralisatieuitkering Vrouwenopvang. Via deze circulaire vindt de verwerking plaats van de bedragen voor 2020. Naar verwachting vindt de verwerking voor 2021 en verder bij de meicirculaire 2021 plaats. 8 Compensatiepakketten Corona 3 Bij het 1e en 2e compensatiepakket corona ging het met name over het afdekken van hogere lasten en verminderde baten door de Coronacrisis. Bij het 3e compensatiepakket worden nu ook extra middelen verstrekt die een extra inzet van de gemeenten en de Regio vragen zoals op het gebied van reintegratie het gemeentelijk schuldenbeleid en crisisdienstverlening.
De ontvangen compensatie zoals verwerkt in de decembercirculaire bestaat uit de volgende onderdelen; Aanvullend pakket re-integratie (compensatie Corona) Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2020 en 2021 extra middelen voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden. Gemeenten ontvangen deze extra middelen zodat zij de reguliere dienstverlening op peil kunnen houden nu de instroom in de bijstand toeneemt. Extra middelen 2020 € 181.000 extra middelen 2021 € 417.000. Impuls re-integratie (compensatie Corona) Naast het aanvullende pakket re-integratie ontvangen gemeenten in 2021 een tijdelijk impuls voor reintegratie die gemeenten in staat stelt om de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de crisis de bijstand instromen te intensiveren. Persoonlijk contact is belangrijk om hen vanuit een uitkeringssituatie naar werk te begeleiden. Voor het pakket Flankerend Beleid (Re-integratie én schuldhulpverlening) zijn ook voor 2022 middelen gereserveerd. Over de toekenning en precieze verdeling vindt nog het gesprek plaats. Hierover worden gemeenten in de loop van 2021 nader geïnformeerd. Extra middelen 2021 € 223.000.
Gemeentelijk schuldenbeleid (compensatie Corona) Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2020 en 2021 extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid beschikbaar, gelet op de voorziene toename van de armoede- en schuldenproblematiek. Deze extra middelen stellen gemeenten in staat om hun inwoners waar nodig van dichtbij te blijven ondersteunen. Extra middelen 2020 € 86.000 extra middelen 2021 € 177.000. Bijzondere Bijstand (compensatie Corona) Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2020 en 2021 extra middelen voor de bijzondere bijstand beschikbaar, gelet op de voorziene toename van de armoede- en schuldenproblematiek. Deze extra middelen stellen gemeenten in staat om hun inwoners waar nodig van dichtbij te blijven ondersteunen. Extra middelen 2020 € 30.000 extra middelen 2021 € 62.000. Continuïteit van zorg (compensatie Corona) De VNG en het Rijk hebben in maart, kort na het uitbreken van de coronacrisis, afspraken gemaakt over het bieden van financiële zekerheid en ruimte aan zorgorganisaties en professionals binnen de 3
Jeugdwet en Wmo 2015. De afspraken zijn gericht op het zo goed mogelijk organiseren van continuïteit van zorg voor cliënten en het borgen van het zorgstelsel voor de langere termijn. Het Rijk en de VNG hebben onder meer afgesproken dat meerkosten binnen de Jeugdwet en Wmo 2015 als gevolg van de coronacrisis door het Rijk worden vergoed aan gemeenten. Nadat via de aanvullende brief van juni 2020 een voorschot voor compensatie van € 144 miljoen is verleend aan gemeenten, is in opdracht van de Ministeries van VWS, FIN, BZK en de VNG een onderzoek naar de omvang van de totale meerkosten in het sociaal domein uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is de totale hoogte van de compensatie met betrekking tot de Jeugdwet en Wmo 2015 in het bestuurlijk overleg van 23 september jl. gezamenlijk vastgesteld op € 170 miljoen. Dit betreft een afrondende afspraak voor meerkosten (inclusief mogelijke inhaalzorg) in het sociaal domein over 2020. Er vindt na afloop van 2020 dan ook geen nacalculatie meer plaats. Het verleende voorschot wordt met de nu vastgestelde € 170 miljoen aan compensatie verrekend. Er wordt dus € 26 miljoen extra toegevoegd aan het al door gemeenten ontvangen voorschot van € 144 miljoen.
Van de aanvullende € 26 miljoen wordt € 5,6 miljoen toegevoegd aan de integratie uitkering Beschermd Wonen en € 20,4 miljoen aan de algemene uitkering onder de noemer, continuïteit van de zorg. Extra middelen 2020 € 92.000. Compensatie quarantainekosten (compensatie Corona) Met de motie Asscher c.s.24 heeft de Tweede Kamer gevraagd hoe mensen ondersteund kunnen worden als ze in quarantaine horen te gaan. Het kabinet heeft met gemeenten afgesproken dat zij een rol zullen vervullen bij het ondersteunen van mensen die in quarantaine moeten. Het gaat daarbij vooral om praktische ondersteuning en het continueren van zorg en ondersteuning vanuit de sociaaldomeinwetten voor die burgers die in quarantaine moeten en niet in staat zijn de problemen die daardoor kunnen ontstaan zelf of met hun netwerk op te lossen. Het gaat mogelijk om een groep die niet al in beeld is bij gemeenten. In de quarantainegids die onder andere via de GGD verspreid wordt, worden mensen naar de gemeente en het Rode Kruis verwezen als ze de hulp niet zelf georganiseerd krijgen. Met de VNG is afgesproken dat gemeenten hun vrijwilligersorganisaties en hun toegang/informatiepunten voorbereiden om de mensen in quarantaine die het niet zelf redden, deze ondersteuning te bieden. Dit vraagt ook een duidelijk vraagpunt en snelle handelswijze (binnen 1-3 werkdagen).
Ter compensatie van mogelijke extra kosten wordt in 2020 eenmalig een bijdrage gedaan. Om dit uit te kunnen voeren vraagt dit extra inzet van de vrijwillige thuishulp en de vrijwilligerscentrale. Extra middelen 2020 € 23.000. Cultuurmiddelen (compensatie Corona) In de Kamerbrief Uitwerking maatregelen tweede specifieke pakket voor de culturele en creatieve Sector van 16 november jl. gaat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in op de verdeling van de reeds eerder toegekende € 149,7 miljoen ter ondersteuning van de lokale culturele infrastructuur. Veel van de culturele instellingen die door gemeenten worden ondersteund, komen door de coronacrisis in de problemen omdat activiteiten niet kunnen doorgaan en eigen inkomsten dalen. Met deze extra middelen worden gemeenten in staat gesteld om deze belangrijke instellingen te ondersteunen en zo de lokale culturele infrastructuur in stand te houden. De verdeling van de middelen vindt plaats naar rato van de Iv3-uitgaven van 2019 aan cultuur. Daarmee is het bedrag dat gemeenten krijgen, gerelateerd aan de aanwezige culturele infrastructuur die door gemeenten wordt ondersteund. Gemeenten weten zelf het beste welke (type) culturele instellingen of voorzieningen moeten worden ondersteund.
Het is daarom aan de gemeenten zelf om de middelen daar in te zetten waar de culturele infrastructuur van hun gemeente de steun het hardst nodig heeft. Extra middelen 2021 € 574.000. Tweede Kamerverkiezingen (compensatie Corona) Het kabinet stelt een aanvullende compensatie van middelen ter beschikking aan gemeenten in verband met de maatregelen die vanwege COVID-19 aanvullend noodzakelijk zijn voor de 4
Tweede Kamerverkiezing. Deze extra middelen worden uitgekeerd via het gemeentefonds. De compensatie is bedoeld voor onder meer de extra organisatie, het inrichten van stemlokalen en instellen van stembureaus voor vervroegd stemmen, het drukken, opslaan en beveiligen van stembescheiden, de portokosten van briefstembescheiden, het instellen van afgiftepunten en van briefstembureaus. Dit bedrag wordt uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering op basis van het aantal kiesgerechtigden per gemeente. Extra middelen 2021 € 111.000. 9. Crisisdienstverlening (DU) (compensatie Corona) (regionaal) Nederland is verdeeld in 35 arbeidsmarktregio’s. Hilversum ontvangt als centrumgemeente de middelen voor de arbeidsmarktregio Gooi en Vechtstreek. De andere gemeenten in deze regio ontvangen hier geen middelen voor. Een deel van de middelen uit het steun- en herstelpakket ter ondersteuning van de economie wordt beschikbaar gesteld aan de 35 arbeidsmarktregio’s. Het betreft aanvullende middelen voor gemeenten om werkloosheid te bestrijden. Alhoewel het crisispakket specifiek is samengesteld uit middelen voor afzonderlijke doelgroepen, hebben gemeenten beleids- en bestedingsvrijheid om naar eigen inzicht de middelen te besteden. Het Ministerie van SZW vervult hierbij een faciliterende rol.
De uitkering is samengesteld uit de volgende middelen ter ondersteuning van: Van werk(loosheid) naar werk dienstverlening: De coronacrisis heeft grote gevolgen voor de arbeidsmarkt. In bepaalde sectoren verdwijnen banen. Dit kan langdurig of zelfs permanent zijn. Ook is sprake van een verschuiving van werkgelegenheid van de ene sector naar de andere. De 35 arbeidsmarktregio’s ontvangen extra middelen om nog dit jaar te kunnen starten met de nieuwe aanpak voor de aanvullende van werk(loosheid) naar werk crisisdienstverlening. De centrumgemeente treedt hierbij op in zijn rol als regievoerder voor de regionale samenwerking in de arbeidsmarktregio. Het is van meerwaarde dat de centrumgemeente van een arbeidsmarktregio in overleg treedt met de relevante partners in de arbeidsmarktregio, waaronder vakbonden, werkgeversorganisaties, UWV en de andere gemeenten in de regio, om te bepalen hoe de middelen van deze uitkering worden ingezet. Het ondersteunen van zelfstandigen: Dit kan bijvoorbeeld worden besteed aan het bevorderen van de samenwerking tussen zelfstandigenloketten en zelfstandigenorganisaties om zelfstandigen dienstverlening aan te kunnen bieden als onderdeel van de integrale crisisaanpak De coördinatie van de regionale aanpak van jeugdwerkloosheid: Jongeren die actief zijn op de arbeidsmarkt hebben veel last van de coronacrisis. Ze hebben vaak een flexibel contract.
Bovendien werken veel jongeren in sectoren, zoals de horeca, die hard zijn getroffen door de crisis. Voor schoolverlaters betekent de afnemende werkgelegenheid minder kansen op een eerste baan. Dit alles zien we terug in de werkloosheidscijfers. Vooral onder jongeren is de werkloosheid snel opgelopen. Hoewel jongeren goed kunnen herstellen van kortdurende werkloosheid, is het belangrijk om langdurige werkloosheid te voorkomen. Daarom ontvangen centrumgemeenten middelen om hen te ondersteunen via de coördinatie van de regionale aanpak van jeugdwerkloosheid. Ook hierbij kunnen centrumgemeenten partners betrekken, zoals scholen en UWV. De beschikbare middelen zijn gelijk verdeeld over de arbeidsmarktregio’s. Het bieden van nazorg aan kwetsbare schoolverlaters uit het mbo die afgelopen schooljaar zijn uitgestroomd (diplomering in 2020): Met deze middelen kunnen centrumgemeenten bijvoorbeeld contact opnemen met deze jongeren, zodat degenen zonder uitzicht op een baan ondersteuning kunnen krijgen terug naar school of werk.
Het ondersteunen naar werk van kwetsbare schoolverlaters uit het mbo die afgelopen schooljaar zijn uitgestroomd (diplomering in 2020): Middelen kunnen bijvoorbeeld worden ingezet voor het ondersteunen naar een baan of naar een leerbaan (in het initieel of post-initieel onderwijs) voor omscholing als de jongere een opleiding heeft afgerond met weinig kans op werk. 5
Het vroegtijdig ondersteunen naar werk van kwetsbare mbo-studenten die komend schooljaar uitstromen (diplomering in 2021): Gemeenten kunnen hierdoor bijvoorbeeld de kans benutten om de bol-stage of bbl-leerbaan om te zetten in een baan of in te zetten op een andere leerbaan (in het initieel of post-initieel onderwijs) voor omscholing als de jongere een opleiding doet met weinig kans op werk. Het ondersteunen naar werk van voortijdig schoolverlaters (uitval in schooljaar 2020/2021): Ook ontvangen centrumgemeenten aanvullende steun voor de intensivering in de taken van de Regionaal Meld- en Coördinatiepunt (RMC)-functie. Hiermee kunnen zijde voortijdige schoolverlaters uit het schooljaar 2020/2021 die geen uitkering ontvangen ondersteunen naar een baan of naar een leerbaan. Crisisdienstverlening (compensatie Corona) (regionaal) Van werk naar werkdienstverlening Samenwerking t.b.v. zelfstandigen Coordinatie aanpak jeugdwerkloosheid Nazorg voor mbo-schoolverlaters (diplomering in 2020) Ondersteunen mbo-schoolverlaters naar werk (diplomering 2020) Ondersteunen mbo-schoolverlaters naar werk (diplomering 2021) Voortijdig schoolverlaters naar werk
2020 192.000 27.249 96.000 52.530
367.779
2021 288.000
90.771 181.437 166.012 726.220
De uitvoering van de crisisdienstverlening is een extra taak voor de gemeenten en de Regio samen. Deze extra inzet is reeds benoemd in de coronabrief van 21 oktober 2020. 10. Beschermd wonen (IU) (compensatie Corona) (regionaal) Het Rijk en de VNG hebben onder meer afgesproken dat meerkosten binnen de Jeugdwet en Wmo 2015 als gevolg van de coronacrisis door het Rijk worden vergoed aan gemeenten. Nadat via de aanvullende brief van juni 2020 een voorschot voor compensatie van € 144 miljoen is verleend aan gemeenten, is in opdracht van de Ministeries van VWS, FIN, BZK en de VNG een onderzoek naar de omvang van de totale meerkosten in het sociaal domein uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is de totale hoogte van de compensatie met betrekking tot de Jeugdwet en Wmo 2015 in het bestuurlijk overleg van 23 september jl. gezamenlijk vastgesteld op € 170 miljoen. Dit betreft een afrondende afspraak voor meerkosten (inclusief mogelijke inhaalzorg) in het sociaal domein over 2020. Er vindt na afloop van 2020 dan ook geen nacalculatie meer plaats. Het verleende voorschot wordt met de nu vastgestelde € 170 miljoen aan compensatie verrekend. Er wordt dus € 26 miljoen extra toegevoegd aan het al door gemeenten ontvangen voorschot van € 144 miljoen.
Van de aanvullende € 26 miljoen wordt € 5,6 miljoen toegevoegd aan de integratie uitkering Beschermd Wonen en € 20,4 miljoen aan de algemene uitkering, onder de noemer continuïteit van de zorg. 11. Suppletie-uitkering integratie sociaal domein De suppletie-uitkering Overheveling integratie-uitkering sociaal domein (IUSD) geeft invulling aan de bestuurlijke afspraak dat de overheveling van de IUSD naar de algemene uitkering geen herverdeeleffect (positief of negatief) mag hebben. Het effect van het gebruik van actuelere statistieken en van de aanpassing van de definitie van de maatstaf jongeren (van <20 jaar naar <18 jaar) werd via de suppletie-uitkering in 2019 ongedaan gemaakt. In 2020 en 2021 wordt door de suppletie-uitkering enkel het herverdeeleffect ongedaan gemaakt dat voortkomt uit de genoemde definitiewijziging van de maatstaf jongeren. Zoals aangekondigd in de septembercirculaire 2020 zijn bij deze circulaire alle maatstafgegevens voor 2019 en 2020 bekend, waardoor de beide uitkeringen definitief kunnen worden na-gecalculeerd. De suppletie-uitkering voor 2021 zal naar verwachting bij de septembercirculaire 2021 worden Na-gecalculeerd. Tot die tijd kunnen gemeenten zich voor de suppletie-uitkering overheveling IUSD 2021 baseren op de definitieve stand 2020.
6
In deze circulaire is de suppletie-uitkering doorgetrokken in verband met de uitgestelde invoering van de nieuwe verdeling gemeentefonds. 12. Mobiliteitshulpmiddelen en roerende voorzieningen (nacalculatie) Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz-instelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Hiervoor zijn in de septembercirculaire 2019 middelen overgeheveld naar de Wlz. Daarbij zijn VWS en VNG overeengekomen dat op basis van realisatiegegevens nacalculatie plaatsvindt. Op basis van de realisatiegegevens over de eerste acht maanden van 2020 blijkt dat er te weinig is overgeheveld vanuit het gemeentefonds naar de Wlz. De correctie vindt in deze circulaire alleen plaats voor 2020. In de meicirculaire 2021 wordt de nacalculatie structureel verwerkt op basis van realisatiegegevens over de eerste negen maanden van 2020 aangevuld met een nog af te spreken ophoging voor onderhoudskosten. 13. Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen Gemeenten maken gebruik van de centrale voorzieningen van de Basisregistratie Personen (BRP). Ten opzichte van de begroting en van de voorlopige staffelindeling is er in 2020 meer gebruik gemaakt van deze voorziening.
Gemeenten dragen bij in de meerkosten. Daarnaast is er een naheffing voor gemeenten voor het gemeentelijk gebruik van de BRP over 2019. 14. Bijdrage MijnOverheid en DigiD Eind 2017 hebben de VNG en het Ministerie van BZK afgesproken dat de doorbelasting van DigiD en MijnOverheid via de algemene uitkering uit het gemeentefonds verloopt. De VNG heeft gevraagd om de bestaande regeling voor 2018 ten aanzien van de bekostiging van DigiD en MijnOverheid voor de komende drie jaar te continueren, totdat de afgesproken evaluatie van het stelsel is afgerond. Daarnaast dragen de gemeenten 40% bij in de kosten van de (gemeentelijke) belastingsamenwerkingen. De eindafrekeningen van 2018 en 2019 zijn hiermee verwerkt. 15. Bijdrage GDI In het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 23 mei 2018 is afgesproken dat de doorbelasting van de niet-transactiegerichte voorzieningen in de generieke digitale infrastructuur (GDI) via een uitname uit de algemene uitkering van het gemeentefonds verloopt. Bij de uitname van het bedrag is ruimte ingebouwd voor onzekerheden zoals de exacte hoogte van de bijdrage vanwege volumegroei. Indien het bedrag in 2020 niet volledig nodig blijkt te zijn zal het resterende bedrag worden teruggeboekt naar het gemeentefonds.
In het gebruikersoverleg BSN (Beheer Burgerservicenummer) van 26 juni 2020 is met de VNG afgesproken dat vanaf 2020 het gemeentelijke gebruik voor de BSN wordt doorbelast via een uitname uit het gemeentefonds. Totaal wijziging Algemene Uitkering. Het totaal aan wijziging van de algemene uitkering als gevolg van de decembercirculaire, in vergelijking met de septembercirculaire 2020, is terug te vinden op Regel A. Een min bedrag is daarbij een voordeel en een positief bedrag is een nadeel. Financieel beleid Conform artikel 8 van de financiële verordening worden verhogingen in de uitkeringen van het gemeentefonds ten behoeve van nieuwe taken niet zonder meer doorvertaald naar corresponderende uitgaven budgetten in het lopende begrotingsjaar. (t) De gedachte hierachter is dat de uitgaven budgetten zijn begroot op basis van de afspraken die zijn gemaakt m.b.t. wat er uitgevoerd moet worden in jaar t, onafhankelijk van mutaties in de uitkeringen in het gemeentefonds in jaar t. 7
Verhogingen in de uitkeringen in jaar t worden pas omgezet naar een exploitatiebudget in het lopende begrotingsjaar (t) indien er een voorstel ligt als bedoeld in lid 1 van artikel 8. Hetzelfde geldt voor verhogingen van de uitkeringen ten behoeve van het jaar t+1 en de meerjarenraming. Zolang de extra middelen niet geclaimd worden komen ze ten gunste van het begrotingssaldo van jaar t+1 en de meerjarenraming. Uitzondering op deze regel zijn de uitkeringen die de gemeente Hilversum ontvangt als centrum gemeente waarbij regionale afspraken zijn gemaakt over de besteding van deze uitkeringen. Vermeerderingen/verminderingen van deze uitkeringen worden wel doorvertaald naar de corresponderende uitgaven budgetten van jaar t, t+1 en de meerjarenraming. Verlaging van uitkeringen t.b.v. taken worden wel direct doorvertaald in het lopende begrotingsjaar t, t+1 en de meerjarenraming. Verhoging corresponderende uitgaven budgetten De extra inkomsten genoemd onder punt 3 Inburgering worden doorgegeven als intern budget voor inburgering. De middelen genoemd onder de 5, 6, 7, 9 en 10 worden doorgegeven omdat dit middelen zijn die Hilversum als centrumgemeente ontvangt en waarbij regionale afspraken zijn gemaakt over de besteding van deze middelen. Omdat de extra middelen voor 2020 niet meer besteed kunnen worden in 2020, zullen deze middelen worden overgeheveld naar 2021.
Een overhevelingsvoorstel hiervoor zal ter besluitvorming worden voorgelegd aan het college van B&W. 8. Storting compensatiepakket 3 Corona in reserve Covid 19 In de Raadsvergadering van 3 juni 2020 heeft de raad de Reserve Covid-19 ingesteld. Het doel van deze reserve is om dekking te geven aan lokale financiële tegenvallers die veroorzaakt worden door de coronacrisis. Via de decembercirculaire is het 3e compensatiepakketten Corona verwerkt. In totaal bedraagt de compensatie voor 2020 een bedrag van € 832.000 en voor 2021 een bedrag van € 2.290.000. Een deel van de compensatie heeft betrekking op regionale middelen. Deze compensatie wordt doorgegeven aan de regio. Voorgesteld wordt om het resterende deel van de compensatiepakketten te storten in de Reserve Covid-19. Het gaat om een bedrag van € 412.000 in 2020 en € 1.564.000 in 2021. Verlaging corresponderende uitgavenbudgetten Er zijn geen budgetten die verlaagd worden. Verantwoording Mutaties 2018 en 2019. De jaren 2017, 2018 en 2019 zijn inmiddels afgesloten, het voordeel van € 204.000 wordt daarom verantwoord in het jaar 2020. Resterend saldo, regel E. Na het doorgeven van de financiële mutaties aan corresponderende posten, conform de financiële spelregels van de financiële verordening, resteert er een effect voor de diverse begrotingsjaren. 8
De decembercirculaire 2020 heeft een voordelig effect op de jaarrekening 2020 van € 152.000. Voor de jaren 2021 t/m 2024 heeft deze decembercirculaire een effect van, afgerond, respectievelijk € 219.000 nadelig, € 165.000 nadelig, € 22.000 nadelig en € 22.000 nadelig. Overige aandachtspunten Toekomstige compensatie: In deze decembercirculaire zijn de vooraankondigingen m.b.t. een aantal regelingen over toekomstige compensatie niet verwerkt. Deze regelingen worden verwerkt in circulaires op een nader te bepalen moment.
Inkomstenderving: De verwachting is dat de inkomstenderving van gemeenten verder zal oplopen dan de gereserveerde € 100 miljoen. Daarom heeft het kabinet besloten de reservering te verhogen met € 150 miljoen tot in totaal € 250 miljoen. Voor het bepalen van de definitieve compensatie van de inkomstenderving over 2020 van gemeenten, blijft de afspraak gelden dat dit in 2021 gebeurt op basis van de vastgestelde jaarrekeningcijfers 2020. Afvalinzameling: Door de corona hebben gemeenten zowel extra kosten gemaakt als inkomsten gemist met betrekking tot afvalinzameling. In overleg met de VNG is besloten deze kosten ad € 32 miljoen voor 2020 te vergoeden. Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK): Het kabinet creëert een Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten voor huishoudens die door omstandigheden in ernstige financiële problemen dreigen te komen. Voor deze tijdelijke ondersteuning wordt het bestaande instrument van de bijzondere bijstand gebruikt. In totaal is een bedrag van maximaal € 130 miljoen gereserveerd voor het eerste halfjaar van 2021. Voor het eerste kwartaal komt € 65 miljoen beschikbaar. Aan het einde van het eerste kwartaal van 2021 zal op basis van de dan geldende situatie rondom de maatregelen tegen het coronavirus de inzet voor het tweede kwartaal van 2021 worden gewogen.
De afspraken over de beleidsinzet zullen, net als de lopende steunpakketten, gelden tot 1 juli 2021. Perspectief Jeugd en jongeren: Voor jongeren is het essentieel om elkaar fysiek te kunnen ontmoeten. Met een jeugdpakket van € 58,5 miljoen wil het kabinet een gerichte (financiële) impuls aan gemeenten geven om samen met jongeren, lokale organisaties en evenementensector volledig coronaproof kleinschalige activiteiten te programmeren op het gebied van cultuur, sport en andere zinvolle vrijetijdsbesteding. Ook is met gemeenten afgesproken om met het geld extra inzet van jongerenwerkers in achterstandswijken met kwetsbare jongeren te organiseren. Zij kunnen gericht deze jongeren uit risicogroepen bereiken en passende hulp en ondersteuning bieden. Een deel van het jeugdpakket (€ 3,5 miljoen) zet het kabinet in op laagdrempelige preventieve ondersteuning van jongeren op het gebied van mentale gezondheid. De middelen zullen deels via het gemeentefonds verdeeld worden.
Maatregelen 2021 De afspraken met betrekking tot de reële compensatie van de extra uitgaven en van de inkomstenderving zullen voor de reeds in kaart gebrachte dossiers ook in ieder geval in het eerste kwartaal van 2021 gelden. Voor de periode na het eerste kwartaal 2021 zal tijdig met de medeoverheden overlegd worden met betrekking tot de reële compensatie. Maatregelen die lopen via specifieke uitkeringen Als laatste zijn in het aanvullend pakket medeoverheden in december 2020 een aantal afspraken gemaakt over compensatie aan gemeenten die via een specifieke uitkering vanuit het vakdepartement lopen en niet via de algemene uitkering. Het gaat hierbij om compensatie voor: Zwembaden en ijsbanen: Op basis van nader onderzoek stelt het kabinet voor de exploitanten van zwembaden en ijsbanen via een specifieke uitkering aan gemeenten € 100 miljoen beschikbaar. Deze regeling wordt in nauw overleg met de sector nader uitgewerkt. 9
Verlenging steun aan sportverenigingen: Op 27 oktober jl. heeft het kabinet laten weten dat met het oog op de aanscherping van de coronamaatregelen, die de sport hard treffen, het sportspecifieke pakket is aangepast en opnieuw is opengesteld voor de periode van 1 oktober t/m 31 december, met een uitvoering die erop is gericht om de nieuw ontstane financiële schade van amateursportverenigingen te compenseren. Hiervoor wordt € 60 miljoen ingezet. Toezicht en handhaving: Om toezicht- en handhavingsorganisaties te ondersteunen stelt het kabinet € 60 miljoen voor tijdelijke coronabanen beschikbaar aan gemeenten. Hiermee kunnen ongeveer 3.800 voltijds fte extra tijdelijke coronabanen in het toezicht en de handhaving gecreëerd worden. De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo): Eind september heeft het kabinet vanwege de invoering van de landelijke corona-maatregelen besloten de invoering van de beperkte vermogenstoets in de Tozo uit te stellen tot 1 april 202113. Tozo 3 loopt daarmee van 1 oktober 2020 tot 1 april 2021 en bevat geen wijzigingen ten opzichte van Tozo 2. Per 1 januari 2021 ondersteunt het kabinet daarnaast waar nodig zelfstandig ondernemers om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst.
Op sommige terreinen zijn al meer specifieke afspraken voor 2021 gemaakt. Zo is ten aanzien van de extra kosten van GGD-en en veiligheidsregio’s voor geheel 2021 volledige compensatie afgesproken op basis van declaratie van de daadwerkelijke uitgaven. Voor de extra kosten voortkomend uit de Tijdelijke Wet COVID-19 onder andere op het gebied van Toezicht en Handhaving is besloten dat de kosten in 2021 worden vergoed. Voor de meerkosten Jeugdwet en Wmo 2021 is afgesproken de afspraken tussen Rijk en VNG te verlengen tot 1 januari 2022.
10