Raadsinformatiebrief 2021-04 inzake Zienswijze regiovoorstellen regioconservator en ambulancevoorziening
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Van
Burgemeester en Wethouder/Burgemeester
Zaak nr.
735819
Aan
Gemeenteraad
RIB nr.
2021-04
Portefeuillehouder
P.I. Broertjes
Datum
20 januari 2021
Informatie bij
D. Emmer
Tel. nr.
(035) 629 2877
Onderwerp De gemeenteraad heeft geen zienswijzen kunnen indienen over de regiovoorstellen begrotingswijziging Regioconservator en oprichting coöperatieve vereniging RAV Gooi- en Vechtstreek en RAV Flevoland. Kernboodschap De Regio heeft enige tijd geleden een tweetal voorstellen rondgestuurd waarover de raad een zienswijze kon indienen. De mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze is in beide gevallen niet op tijd bij u terecht gekomen. Dat betreuren wij zeer. We bieden onze oprechte excuses aan voor het feit dat dit niet gebeurd is. We hebben de ambtelijke organisatie opdracht gegeven maatregelen te nemen. De voorstellen betreffen in het ene geval een begrotingswijziging van de begroting van Regio Gooi & Vechtstreek voor een regioconservator. In het andere geval gaat het om een nieuwe juridische basis onder de bestaande samenwerking tussen de Regionale Ambulancevoorzieningen Gooi- en Vechtstreek en Flevoland (RAV). Het gaat om voorstellen met een relatief geringe impact. Dat blijkt onder meer uit het feit dat geen van de deelnemende gemeenten, noch in het ene noch in het andere geval, aanleiding heeft gezien om inhoudelijk op de stukken te reageren. Dat neemt niet weg dat u in de gelegenheid had moeten worden gesteld om een reactie te geven.
Organisatorische maatregelen De oorzaak is van administratieve aard: De stukken zijn bij binnenkomst niet toegewezen aan een behandelend ambtenaar respectievelijk de juiste behandelend ambtenaar. Dit is niet opgemerkt. Een raadsbehandeling tussen het moment van signalering van dit feit (begin december) en het moment van besluitvorming in het Algemeen Bestuur van de Regio (17 december) was qua planning niet mogelijk. Het college neemt het feit dat u als raad niet in de gelegenheid bent gesteld om uw zienswijzen te geven, hoog op. De geringe invloed van de voorstellen staat hier los van. U mag van ons verwachten dat wij los van de mate van inhoudelijke of financiële invloed u in positie brengen om uw zienswijzen kenbaar te maken. Het college heeft de gemeentesecretaris opdracht gegeven zodanige maatregelen te nemen in de organisatie dat de kans op herhaling hiervan tot een minimum wordt beperkt. Hieronder gaan wij inhoudelijk in op beide voorstellen. Voor het integrale beeld sturen we alle stukken mee. Toelichting begrotingswijziging regioconservator Tijdens het portefeuillehouders-overleg (Fysiek Domein) Regio Gooi & Vechtstreek van 20 september 2019 is afgesproken om structurele financiering van de regioconservator1 en het Erfgoedfestival (CERT) vanaf 2021 mee te nemen in de gemeentelijke kadernota’s 2020, mede op verzoek van Hilversum. 1
Een regioconservator is een deskundige op het gebied van kunstgeschiedenis met expertise op het gebied van (beheer en behoud van) museale kunstcollecties en tentoonstellingen. De regioconservator voert in dit geval coördinerende taken uit voor diverse museale en andere culturele instellingen in de regio Gooi&Vecht. Ook coördineert zij de programmering van het Erfgoedfestival en verzorgt de subsidieaanvragen daarvoor (bij landelijke fondsen).
Deze activiteiten werden tot nu toe jaarlijks gefinancierd. In Hilversum is overeenkomstig het regionale portefeuillehouders-besluit gehandeld: De structurele financiering van de regioconservator en het erfgoedfestival (programma CERT) zijn verwerkt in onze kadernota 2020 en onze begroting 2021 e.v. Het Regiovoorstel om de regioconservator en het erfgoedfestival structureel in de begroting op te nemen is in de Regio, in het kader van de regionale p&c-cyclus die qua planning afwijkt van onze lokale cyclus, opnieuw op tafel gekomen. Een aantal gemeenten bleek de structurele financiering niet rond te kunnen krijgen. Besloten is toen om de lasten toch nog eenmaal incidenteel in de regio-begroting op te nemen: € 60.000 in 2020 (€ 21.000 Hilversum) en € 40.000 in 2021 (€ 14.000 Hilversum). Voor 2020 en 2021 is er voor Hilversum geen financieel effect. Vanaf 2022 heeft Hilversum een begrotingspost van € 35.000 opgenomen, waartegenover in de Regio-begroting nog geen lasten staan. We passen onze begroting echter nog niet aan, omdat er is afgesproken om in 2021 opnieuw de mogelijkheden van structurele financiering vanaf 2022 te onderzoeken. Zodra de Regio hierover een besluit heeft genomen dat gevolgen heeft voor onze begroting, wordt u in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen en brengen wij onze begroting in overeenstemming met de Regiobegroting.
De conclusie is dat de financiële consequenties beperkt zijn. Toelichting regio-voorstel oprichting coöperatieve vereniging RAV G&V en RAV Flevoland Al geruime tijd werken de Regionale Ambulance Voorzieningen Gooi- en Vechtstreek en Flevoland samen op basis van een samenwerkingsovereenkomst. Deze overeenkomst liep op 1 januari 2021 af. Omdat de samenwerking goed verloopt en schaalvoordelen biedt, is besloten de samenwerking te continueren en deze een juridische basis te geven die mogelijkheden biedt om de samenwerking nog robuuster te maken. Gekozen is voor een vorm die niets verandert aan de posities of zeggenschap van de besturen van de gemeenschappelijke regelingen (cöoperatieve vereniging). Ook heeft de gekozen samenwerkingsvorm geen gevolgen voor de positie van de moederorganisaties of medewerkers. In de gemeenschappelijke regelingen van Gooi en Vechtstreek en Flevoland is opgenomen dat voor het oprichten van juridische samenwerkingsverbanden als deze een zienswijze kan worden ingediend. Geen van de deelnemende gemeenten, noch van Flevoland noch van Gooi- en Vechtstreek, heeft hier gebruik van gemaakt. Het Algemeen Bestuur van de Regio heeft op 17 december 2020 besloten tot oprichting van de coöperatieve vereniging over te gaan. Beide organisaties zullen daarin worden ondergebracht. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
D. Emmer
P.I. Broertjes
Bijlage(n): 1. Aanbiedingsbrief oprichting coöperatie RAV + 6 bijlagen 2. Aanbiedingsbrief bestuursrapportage + 2 bijlagen Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B&W-vergadering van 19 januari 2021.
Datum
26 augustus 2020
Kenmerk
20.0004416
Inlichtingen
G. Roest
Telefoon
06-43986695
Onderwerp
Vervolg samenwerking RAV's Flevoland en Gooi en Vechtstreek – wensen en bedenkingen procedure gemeenteraden
Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de Regiogemeenten
c.c. Griffiers Gemeentesecretarissen
Geacht college, Bijgevoegd treft u aan ter doorzending aan de gemeenteraden het ontwerpbesluit van het algemeen bestuur van de Regio om over te gaan tot oprichting van de coöperatie UA RAV als vervolg op de bestaande samenwerking tussen de RAV van Flevoland en Gooi en Vechtstreek. Bevoegdheden en procedure (artikel 14 GR): Het algemeen bestuur is bevoegd tot oprichting van een coöperatie ter behartigen van een openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten*) in de gelegenheid zijn gesteld om hun wensen en bedenkingen bij het algemeen bestuur in te brengen. *)De gemeente Eemnes neemt niet deel aan dit onderdeel van de samenwerking RGV.
Regionaal coördinerend portefeuillehouder in het AB: In het Regiobestuur is mw. A. Heijstee-Bolt de coördinerend portefeuillehouder. Voor een toelichting op de stukken aan de gemeenteraad kunt u rechtstreeks contact opnemen met: dhr. G. Roest (RAV) telefoon 06-43986695 Einddatum: Het streven is om dit jaar in de laatste openbare vergadering van het algemeen bestuur op 17 december 2020 een definitief besluit te nemen. Als er wensen en bedenkingen zijn verzoek ik u om deze uiterlijk eind november aan mij toe te zenden. Overeenkomstig het door het algemeen bestuur op 2 juli 2020 voorgenomen besluit.
J.J. Bakker, bestuurssecretaris Bijlage(n): 6 1. Informatiebrief gemeenteraden nr. 20.0003035 2. Oplegger oprichting coöperatie UA RAV Flevoland en Gooi en Vechtstreek nr. 20.0003049 3. Voorstel GV coöp. RAV nr. 20.0002637 4. Advies KokxDeVoogd RAV rechtsvorm nr. 20.0002989 5. Ontwerpstatuten Cooperatie UA nr. 20.0002990 6. Ontwerp besluit oprichting coöperatie RAV Flevoland en Gooi en Vechtstreek nr. 20.0002809
Regio Gooi en Vechtstreek | Postbus 251, 1400 AG Bussum Burgemeester de Bordesstraat 80, 1404 GZ Bussum | T: (035) 692 64 44 | info@regiogv.nl KvK 32170415 | IBAN NL40 BNGH 0285 0321 94 | BIC BNGHNL2G | BTW NL 0019.37.194.B01
Datum
26 augustus 2020
Kenmerk
20.0003035
Inlichtingen
Dhr. G.Roest
Telefoon
06-43986695
Onderwerp
Vervolg samenwerking RAV's Flevoland en Gooi en Vechtstreek
Aan de gemeenteraden van de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren
Geachte dames en heren, De Regionale Ambulance Voorzieningen (RAV) van GGD Flevoland en Regio Gooi en Vechtstreek zijn voornemens een bestaande samenwerking te bestendigen in een coöperatieve vereniging. Deze krijgt de taak om de samenwerking aan te sturen. De RAV Gooi en Vechtstreek is onderdeel van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Regio Gooi en Vechtstreek, de RAV Flevoland van de GR GGD Flevoland. Deze informatiebrief schetst de context en het belang van de samenwerking tussen de ambulancevoorzieningen licht de keuze voor de coöperatieve vereniging toe. Context van de samenwerking Tot ca. 15 jaar geleden waren RAV’s nadrukkelijk gericht op (de organisatie van) het primair proces. RAV’s kenmerkten zich als platte organisaties met een kleine overhead. Geleidelijk is daar verandering in gekomen, enerzijds door toename van regels en eisen, anderzijds door een sterkere rol van RAV’s in de keten van zorginstellingen. Als gevolg hiervan zagen de RAV’s van Flevoland en Gooi en Vechtstreek zich steeds meer geconfronteerd met overbelasting op bestaande en nieuwe beleidstaken, terwijl de budgetten van de ‘kleine’ RAV’s ontoereikend waren om belasting en capaciteit met elkaar in evenwicht te brengen. Deze situatie bracht de twee buurregio’s al bijna 10 jaar geleden tot samenwerking, die in de loop van de jaren steeds intensiever werd.
In 2017 ging deze samenwerking een nieuwe fase in, door deze zo vorm te geven dat bijna alle overheadtaken (beleid, opleiding en training, roosterbeheer, onderzoek en ontwikkeling, ICT, voertuigbeheer, ketenzorg, communicatie, kwaliteit, directie en management etc.) gezamenlijk werden vormgegeven ten behoeve van de beide RAV’s. Hierdoor werd een grote efficiencyslag gemaakt waardoor de RAV’s zich zonder meerkosten compleet konden aanpassen aan de eisen en verwachtingen van de huidige tijd. De juridische basis van deze samenwerking is een overeenkomst, met een looptijd tot 1 januari 2021. Deze nieuwe samenwerking kwam geen dag te vroeg. De RAV’s zagen zich sinds 2017 geconfronteerd met zware uitdagingen, zoals de sluiting van het MC Zuiderzee, gevaarlijke continuïteitsproblemen op de
Deze tekst in deze brief is met zorg samengesteld. Soms staan in de brief links naar externe websites. Regio Gooi en Vechtstreek is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor de inhoud van deze websites. Lees ook onze privacyverklaring. Regio Gooi en Vechtstreek | Postbus 251, 1400 AG Bussum Burgemeester de Bordesstraat 80, 1404 GZ Bussum | T: (035) 692 64 44 | info@regiogv.nl KvK 32170415 | IBAN NL40 BNGH 0285 0321 94 | BIC BNGHNL2G | BTW NL 0019.37.194.B01
meldkamer in Gooi en Vechtstreek en daarna de Coronacrisis. Met dank aan de samenwerking konden de RAV’s niet alleen hun eigen kwaliteit en continuïteit op peil houden, ook waren de RAV’s in staat om in de zorgketen initiatieven te steunen dan wel op te starten. Dit alles ter verbetering van de zorg aan de patiënt. De RAV’s leveren dankzij de samenwerking een bijdrage aan wetenschappelijk onderzoek en zijn op verschillende terreinen koploper in innovaties. Anno 2020 voldoen de twee RAV’s aan alle kwaliteitseisen en behoren zij tot de top drie van best presterende ambulancevoorzieningen van Nederland. Op basis van besluiten van de besturen van de Veiligheidsregio’s voegen de meldkamers van Flevoland en Gooi en Vechtstreek samen vanaf 15 september 2020. Nieuwe Wet ambulancezorg per 1 januari 2021 De keuze voor samenwerking op basis van een overeenkomst in 2017 moet worden gezien in het licht van de Tijdelijke wet ambulancezorg (Twaz), vigerend tot 31 december 2020. Indertijd hebben de RAV’s zich georiënteerd op een gezamenlijke entiteit, maar de verwachting van aanbesteding van ambulancezorg maakte die keuze onaantrekkelijk. Bij aanbesteding zouden de RAV’s namelijk apart worden aanbesteed. Er moest dus sprake zijn van een omkeerbare situatie. Tot ieders opluchting gaat de nieuwe Wet ambulancezorg niet uit van aanbesteding, maar van een bestendiging van de huidige situatie.
De huidige aanbieders blijven de toegewezen aanbieders van ambulancezorg in de regio’s. Er zijn geen juridische of praktische bezwaren meer om de gewenste samenwerking voor de overheadtaken een sterker fundament te geven. Vervolg op de samenwerkingsovereenkomst De huidige samenwerkingsovereenkomst verloopt per 31 december 2020. Ondersteund door adviesbureau KokxDeVoogd hebben de RAV’s zich georiënteerd op het vervolg. Daarbij was het doel van de RAV’s om de samenwerking: 1. te bestendigen c.q. door te ontwikkelen; 2. een stevige juridische basis (rechtspersoon) te geven; 3. een adequate besturing van de samenwerking te realiseren; 4. fiscaal nadelige gevolgen van de samenwerking uit te sluiten of te beperken. Ondersteund door KokxDeVoogd hebben de RAV’s als mogelijkheden tegen elkaar afgewogen:
Een nieuwe overeenkomst Deze variant werd, gelet op het belang voor de beide RAV’s als een te lichte basis voor de samenwerking beoordeeld. Deze vorm wordt ook fiscaal ongunstig wanneer de uitwisseling van diensten onder een btw plicht gaat vallen.
Een stichting of BV Deze varianten passen minder goed bij de bestuurlijke setting van de samenwerking. Het is niet mogelijk aandelen te houden in een stichting. Invloed op een stichting is daardoor lastiger vorm te geven. Het bedrijfsmatig oogmerk van een BV past weer niet bij een semipublieke organisatie, gericht op de uitvoering van overheadtaken. Daarnaast leiden deze varianten tot een omvangrijk traject met frictie voor de moederorganisaties en gevolgen voor de rechtspositie van medewerkers.
Fusie Een variant zou een overname kunnen zijn door een van beide moederorganisaties. Ook dan ontstaat echter frictie bij de latende partij, tegelijk zien zowel de moederorganisaties als de RAV’s de regionale verbinding juist als een voordeel. Pagina 2
Een coöperatieve vereniging UA Deze variant is bij uitstek geschikt om een samenwerking een juridisch fundament te geven. De coöperatieve vereniging wordt beoordeeld als de lichtste oplossing waarmee aan de vier gestelde doelen goed wordt voldaan. De coöperatieve vereniging (uitgezonderd aansprakelijkheid) krijgt dan als taak ‘besturing van de samenwerking’ en kan ‘licht’ worden vormgegeven.
Voordelen van de coöperatieve vereniging: Adequaat en gelijkwaardig besturingsmodel, duurzaam georganiseerde samenwerking De directeur komt als enige in dienst van de coöperatie en wordt verantwoordelijk voor de dagelijkse aansturing van de beide RAV’s. Met de directeuren en een vertegenwoordigend bestuurder van de GR’en Regio Gooi en Vechtstreek en GGD Flevoland vormt deze een ledenraad, voor afstemming en sturing op de uitvoering. Besluiten kunnen slechts met instemming van beide regio’s worden genomen. Er verandert niets aan de posities of zeggenschap van de besturen van de gemeenschappelijke regelingen. Geen gevolgen voor moederorganisaties of medewerkers De oprichting van de coöperatieve vereniging heeft bedrijfsmatig geen gevolgen voor de GR Regio Gooi en Vechtstreek en GGD Flevoland. De aanwijzingen (vergunningen) blijven bij de moederorganisaties. De medewerkers van de RAV’s blijven in dienst van hun huidige werkgever. De rechtsposities blijven ongemoeid. De ondernemingsraden staan positief tegenover de oprichting van de coöperatieve vereniging. Financieel verantwoord RAV’s worden gefinancierd uit de zorgverzekeringswet, niet door gemeenten. De RAV’s bestendigen in de coöperatieve vereniging de efficiencyslag die in de samenwerking is gemaakt en verder wordt uitgebouwd. Btw-verplichtingen beperken zich tot de kosten voor de directeur.
Dit is gunstig ten opzichte van de huidige samenwerkingsvorm. Ten opzichte van andere varianten kan tenslotte worden opgemerkt dat de transitiekosten bij een coöperatieve vereniging vrijwel nihil zijn. Stand van zaken en vervolg Eind juni, begin juli 2020 hebben de besturen van de GR’en Regio Gooi en Vechtstreek en GGD Flevoland een voorgenomen besluit genomen op het voorstel oprichting coöperatieve vereniging. Conform vereiste in de Gemeenschappelijke Regelingen krijgen colleges en raden van gemeenten in Flevoland en Gooi en Vechtstreek in september en oktober 2020 de gelegenheid hun zienswijze te geven op het voorgenomen besluit. In november 2020 kan dan, met medeneming van de ontvangen zienswijzen, een definitief besluit worden genomen. Bij een positief besluit zal de coöperatieve vereniging per 1 januari 2021 functioneren. Met vriendelijke groet, De coördinerend portefeuillehouder in het algemeen bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek. Mw. A. Heijstee-Bolt
Pagina 3
OPLEGGER Algemeen Omschrijving Onderwerp Verspreiden Contactpersoon Eenheid E-mail Kenmerk Datum Voorstel Nummer Voorstel 1.
Voorstel 2. Voorstel 3. Voorstel 4. Voorstel 5.
Oprichting Coöperatie UA RAV Flevoland en RAV Gooi en Vechtstreek Ja G.Roest Regionale Ambulancevoorziening g.roest@ggdflevoland.nl 20.0003049 10 juni 2020
Omschrijving In te stemmen met het voornemen om over te gaan tot oprichting van de Coöperatie Ondersteuning Ambulancevoorziening Gooi en Vechtstreek en Flevoland U.A voor de ondersteuning van de RAV’s van Flevoland en Gooi en Vechtstreek Over dit voornemen advies in te winnen van de betrokken ondernemingsraden en lokaal overleg te voeren met de bonden Bij de definitieve besluitvorming te betrekken de uitkomsten van de te doorlopen wensen en bedenkingenprocedure bij de gemeente(rade)n In te stemmen met de concept-statuten van de Coöperatie Ondersteuning Ambulancezorg Gooi en Vechtstreek en Flevoland U.A Voor de datum van inwerkingtreding van de nieuwe Wet Ambulancevoorzieningen de statuten inhoudelijk te toetsen en zo nodig aan te passen aan het nieuwe wettelijke kader.
Behandeling Datum Overleg 25-06-20 Portefeuillehoudersoverleg Sociaal Domein 02-07-20 Algemeen bestuur Vanaf 1 Gemeenteraden september 2020 tot 1 november 19-11-20 Dagelijks bestuur 17-12-20 01-01-21
Algemeen bestuur Oprichters
Doel Adviseren
Conclusie Conform
Vaststellen Wensen en bedenkingen procedure
Conform
Bespreken
(Beoordeling uitkomsten wensen en bedenkingen en de toetsing aan de actuele Ambulancewetgeving)
Vaststellen Oprichting
Toelichting Beknopte toelichting Op 1 januari 2021 eindigt de samenwerkingsovereenkomst tussen de RAV Gooi en Vechtstreek en RAV Flevoland voor de ondersteuning van de primaire ambulancetaken. Dit voorstel gaat over verstevigen en robuust maken van deze samenwerking tussen RAV Gooi en Vechtstreek en Flevoland. Beoogd wordt bij inwerkingtreding van de nieuwe Wet Ambulancevoorzieningen de ondersteuning van de ambulancevoorziening van beide regio’s in een gezamenlijke coöperatie onder te brengen. Dit is noodzakelijk om de wederzijdse afhankelijkheden in de uitvoering van de ambulancevoorziening uit te sluiten en de kwetsbaarheid daarvan te verminderen. Bijlage(n) Nummer Bijlage 1. Bijlage 2.
Pagina 1 van 2
Omschrijving Voorstel nr. 20.0002637 Ontwerpbesluit AB oprichting cooperatie RAV nr. 20.0002809
Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5.
Pagina 2 van 2
Notitie Advies Kokx De Voogd over de rechtsvorm nr. 20.0002989 Ontwerpstatuten cooperatie RAV Flevoland en RAV G&V nr. 20.0002990 Concept Informatiebrief (1 september 2020) raadsleden nr. 20.0003035
VOORSTEL Algemeen Omschrijving Onderwerp Verspreiden Contactpersoon Eenheid E-mail Kenmerk Datum
Samenwerking RAV Flevoland en RAV Gooi en Vechtstreek: oprichting coöperatie Nee Gijs Roest Regionale Ambulancevoorziening g.roest@ggdflevoland.nl 20.0002637 10 juni 2020
Voorstel 1. In te stemmen met het voornemen om over te gaan tot oprichting van de Coöperatie Ondersteuning Ambulancevoorziening Gooi en Vechtstreek en Flevoland U.A voor de ondersteuning van de RAV’s van Flevoland en Gooi en Vechtstreek; 2. Over dit voornemen advies in te winnen van de betrokken ondernemingsraden en lokaal overleg te voeren met de bonden; 3. Bij de definitieve besluitvorming te betrekken de uitkomsten van de te doorlopen wensen en bedenkingenprocedure bij de gemeente(rade)n; 4. In te stemmen met de concept-statuten van de Coöperatie Ondersteuning Ambulancezorg Gooi en Vechtstreek en Flevoland U.A (Bijlage 2); 5. Voor de datum van inwerkingtreding van de nieuwe Wet Ambulancevoorzieningen de statuten inhoudelijk te toetsen en zo nodig aan te passen aan het nieuwe wettelijke kader. Kernboodschap Op 1 januari 2021 eindigt de samenwerkingsovereenkomst tussen de RAV Gooi en Vechtstreek en RAV Flevoland voor de ondersteuning van de primaire ambulancetaken. Dit voorstel gaat over verstevigen en robuust maken van deze samenwerking tussen RAV Gooi en Vechtstreek en Flevoland. Beoogd wordt bij inwerkingtreding van de nieuwe Wet Ambulancevoorzieningen de ondersteuning van de ambulancevoorziening van beide regio’s in een gezamenlijke coöperatie onder te brengen. Doel is het aansturen en bevorderen van de samenwerking alsook het bieden van ondersteuning.
Dit is noodzakelijk om de wederzijdse afhankelijkheden in de uitvoering van de ambulancevoorziening uit te sluiten en de kwetsbaarheid daarvan te verminderen. Aanleiding In Nederland wordt de ambulancevoorziening uitgevoerd door privaatrechtelijke partijen en publiekrechtelijke rechtspersonen. Op grond van het stelsel is er geen (verplichte) gemeentelijke taak, niettemin zijn ambulancevoorzieningen ook bij publiekrechtelijke rechtspersonen vormgegeven. De financiering voor de ambulancevoorziening wordt verstrekt door de zorgverzekeraars. De gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek en de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland werken samen voor de uitvoering van hun taken, waaronder de uitvoering van de RAV. De huidige samenwerking tussen beide regio’s op het terrein van het ambulancevoorziening is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst die eind 2017 door de besturen van gemeenschappelijke regelingen Regio Gooi en Vecht en GGD Flevoland werd ondertekend. Deze samenwerkingsovereenkomst, die betrekking heeft op alle niet primaire taken, expireert op het moment dat de Tijdelijke wet ambulancezorg (Twaz) wordt ingetrokken. De samenwerkingsovereenkomst wordt beëindigd als de coöperatie start. Naar verwachting is dat op 1 januari 2021. Op dat moment zal de Wet Ambulancevoorzieningen in werking treden.
Om de samenwerking op een robuuste basis en op basis van gelijkwaardigheid te kunnen continueren, is het noodzakelijk om deze ondersteunende taken onder te brengen in een rechtspersoon. De samenwerking concentreert zich op de volgende ondersteunende taken: beleid, staf en ondersteuning: ICT, communicatie, kwaliteit, roosterbeheer, scholing en oefening, onderzoek en innovatie, inkoop, voertuigbeheer, materiaalbeheer, patiëntveiligheid etc. Het management van de
Pagina 1 van 3
beide RAV's voert een eenduidig beleid voor beide organisaties en de beide organisaties worden sinds 1 januari 2018 aangestuurd door één operationeel directeur. Het proces van ambulancezorg start op het moment dat de melding binnenkomt op onze meldkamer. De meldkamers ambulancezorg van beide RAV's voegen samen in september 2020. Deze samenvoeging wordt gerealiseerd vooruitlopend op de realisatie van de Meldkamer Midden Nederland (gepland in 2025). De samenwerking heeft ook operationele voordelen. Bij piekbelasting ondersteunen de RAV's elkaar, met een gunstig effect op de aanrijtijden. Een continuïteitscrisis op de meldkamer ambulancezorg Gooi en Vechtstreek werd succesvol bestreden dankzij de samenwerking met de RAV Flevoland en ook bij het faillissement van het MC Zuiderzee was het de RAV Gooi en Vechtstreek die de nodige steun verleende. De samenwerking tussen de RAV's wordt intern en door de moederorganisaties GGD Flevoland en Regio Gooi en Vechtstreek beoordeeld als noodzakelijk voor goede ambulancezorg en een adequate organisatie. Doel Met dit voorstel beoogt het bestuur de samenwerking tussen de beide RAV’en te continueren (conform artikel 8 van de huidige Samenwerkingsovereenkomst) en van een meer solide basis te voorzien door oprichting van een coöperatie en wederzijdse afhankelijkheden en kwetsbaarheden te beperken of uit te sluiten.
Argumenten Uitsluiten wederzijdse afhankelijkheden en verminderen van de kwetsbaarheid De coöperatie biedt een bedrijfsmatige structuur voor de ondersteuning van de ambulancevoorziening. Hiermee worden de kwetsbaarheden en de wederzijdse afhankelijkheden van de bestaande samenwerkingsstructuur op basis van de overeenkomst uitgesloten. Gelijkwaardige verhouding in de coöperatie De samenwerking heeft betrekking op de management, staf- en ondersteuningstaken ten behoeve van het primaire proces Ambulancezorg. Om de samenwerking duurzaam, slagvaardig en robuust te maken, is het wenselijk om deze in een rechtspersoon onder te brengen. Op grond van het wettelijke systeem is het niet mogelijk dat beide gemeenschappelijke regelingen een gezamenlijke publiekrechtelijke regeling oprichten. Samenwerking in de vorm van een coöperatie is dan de aangewezen rechtspersoon. Zo kan op grond van een bestaand wettelijk kader de samenwerking worden ingericht. De coöperatie is bij uitstek geschikt om de gelijkwaardige verhouding vorm te geven en een wettelijk geborgde verbinding te leggen tussen (de besturen van) beide gemeenschappelijke regelingen. Governance In de ledenraad van de coöperatie zijn de leden (dus de beide GR-en) vertegenwoordigd door: 1 bestuurslid en dPG van Flevoland, en; 1 DB-lid en algemeen directeur van de GR Regio Gooi en Vechtstreek.
Dit voorkomt bestuurlijke drukte en is aanvaardbaar omdat alleen bedrijfsvoeringstaken worden uitgevoerd. De ledenraad komen alle bevoegdheden toe die niet aan de directie zijn toegekend, zij hebben zeggenschap over ‘het bedrijf’. De directie is belast met het besturen van de coöperatie (zie de bijgevoegde conceptstatuten in Bijlage 2). Hiermee wordt een duidelijk onderscheid aangebracht tussen de rollen van beiden organen van de coöperatie. De directie kan hiermee vormgeven aan de eenheid van leiding over de ondersteunende taken. Reikwijdte statuten In de concept-statuten is aangesloten bij de huidige omvang van taken zoals deze zijn omschreven in de samenwerkingsovereenkomst. De samenwerkingsovereenkomst wordt vervangen door de statuten en de ledenovereenkomst. Beoogd wordt om één directeur te benoemen (gelijk de huidige situatie), waarmee een dienstbetrekking met de coöperatie wordt aangegaan. Dat geldt niet voor andere ondersteunende medewerkers. Deze blijven in dienst bij beide gemeenschappelijke regelingen. De
Pagina 2 van 3
coöperatie wordt gevestigd in Hilversum, waar nu het huidige hoofdkantoor is. De coöperatie is geschikt om als groeimodel te dienen. Indien meer taken worden ingebracht in de coöperatie is aanpassing van de statuten nodig en zal dus ook nieuwe bestuurlijke besluitvorming van de besturen van de gemeenteschappelijke regelingen noodzakelijk zijn. De ambulancevergunning blijven bij de afzonderlijke gemeenschappelijke regelingen en worden niet overgedragen aan de coöperatie. Op grond van de nieuwe Wet Ambulancevoorzieningen wordt de Ambulancevoorziening aangemerkt als een zogenaamde ‘Niet economische dienst van algemeen belang’ (Nedab). Hierdoor vervalt de verplichting om de vergunningen aan te besteden. Kanttekeningen Er zijn enkele aandachtpunten. Onzekerheid inhoud Wet Ambulancevoorzieningen De aanwijzing van de ambulancevoorziening als Nedab brengt enkele voorschriften over de inrichting van de governance met zich mee. Er dient een intern toezichthouder te worden aangewezen en er worden beperkingen opgelegd aan de overdracht van de zeggenschap. Over de reikwijdte van nog in een AMvB op te nemen regels over die governance is informeel overleg gevoerd met het ministerie.
Naar verwachting zullen er geen beletselen ontstaan voor de coöperatie, te meer nu enkele andere RAV’s in een soortgelijke samenwerkingsentiteit zijn ondergebracht en deze voorschriften zich met name richten op privaatrechtelijke partijen. Fiscale aspecten De fiscale gevolgen zijn in beeld gebracht. Er wordt vanuit gegaan dat de coöperatie omzetbelastingplichtig is. Op basis van uitwerking van een ledenovereenkomst zal de komende maanden afstemming met de inspecteur plaatsvinden. Medewerkers Alleen de directeur zal in dienst treden bij de coöperatie. De personele gevolgen beperken zich daardoor tot deze persoon. De CAO ambulancezorg is van toepassing van de directeur. Het PFZW is het pensioenfonds voor de coöperatie. De directeur heeft geen ambtenarenstatus. De OR zal op de voorgeschreven wijze worden betrokken. Financieel De begroting van de coöperatie zal door de leden dienen te worden goedgekeurd. De ambulancevoorziening wordt gefinancierd door de zorgverzekeraar. Uitvoering De volgende activiteiten dienen nog vorm te krijgen: De raden worden na de zomer gelijktijdig vanaf 1 september geïnformeerd. Bij oprichting en deelneming van de GR in de beoogde coöperatie is de wensen en bedenkingenprocedure van toepassing die na de zomer wordt ingezet.
Hoewel alleen de directeur in dienst treedt bij de coöperatie en overige medewerkers door oprichting van de coöperatie geen arbeidsovereenkomst aangaan met die coöperatie, dient de OR tijdig (intensivering samenwerking) te worden betrokken alvorens tot feitelijke oprichting over te gaan. Op basis van een op te stellen ledenovereenkomst zal afstemming worden gezocht met de inspecteur of de voorgestelde fiscale routing. Zo nodig dienen de statuten te worden aangepast indien de nog vast te stellen wetstekst van de wet Ambulancevoorzieningen dat vereist. Bijlage(n) Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3:
Pagina 3 van 3
Adviesnotitie KokxDeVoogd RAV rechtsvorm nr. 20.0002989 Ontwerpstatuten Coöperatie Ondersteuning Ambulancevoorziening Gooi en Vechtstreek en Flevoland U.A. nr. 20.0002990; Ontwerpbesluit nr. 20.0002809
Memo
Van:
RAV Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek en RAV Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland Ben Kokx & Arnold de Boer
Datum:
22 januari 2020/ geactualiseerd op 28 mei 2020
Onderwerp:
Samenwerkingsentiteit RAV Flevoland en RAV Gooi en Vechtstreek
Aan:
20.0002989
1. Aanleiding De gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek en de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland werken samen voor de uitvoering van hun taken. De huidige samenwerking tussen beide regio’s op het terrein van het ambulancevervoer is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst die eind 2017 door de besturen van gemeenschappelijke regelingen Regio Gooi en Vecht en GGD Flevoland werd ondertekend. De samenwerking concentreert zich op beleid, staf en ondersteuning: ICT, communicatie, kwaliteit, roosterbeheer, scholing en oefening, onderzoek en innovatie, inkoop, voertuigbeheer, materiaalbeheer, patiëntveiligheid etc. Het management van de beide RAV's voert een eenduidig beleid over beide organisaties en de beide organisaties worden sinds 1 januari 2018 aangestuurd door één directeur. Het proces van ambulancezorg start op het moment dat de melding binnenkomt op de meldkamer. De meldkamers ambulancezorg van beide RAV's voegen samen in september 2020. Deze samenvoeging wordt gerealiseerd vooruitlopend op de realisatie van de Meldkamer Midden Nederland (gepland in 2025). De samenwerking heeft ook operationele voordelen. Bij piekbelasting ondersteunen de RAV's elkaar, met een gunstig effect op de aanrijtijden.
Een continuïteitscrisis op de meldkamer ambulancezorg Gooi en Vechtstreek werd succesvol bestreden dankzij de samenwerking met de RAV Flevoland. Naar wij begrepen verleende zo bij het faillissement van het MC Zuiderzee de RAV Gooi en Vechtstreek de nodige steun. De samenwerking tussen de RAV's wordt intern en door de moederorganisaties GGD Flevoland en Regio Gooi en Vechtstreek beoordeeld als noodzakelijk voor goede ambulancezorg en een adequate organisatie.
De samenwerkingsovereenkomst expireert op het moment dat de Tijdelijke wet ambulancezorg (Twaz) wordt ingetrokken en bevat de afspraak dat partijen met elkaar in overleg treden over de gevolgen daarvan voor de samenwerking. Hierbij is het oogmerk de samenwerking ook te continueren na die datum. In de Contourenbrief van de minister aan de Tweede Kamer van 24 juni 2019 wordt aangekondigd dat de Twaz per 1 januari 2021 wordt ingetrokken. Hierdoor is het noodzakelijk dat de komende maanden op directie- en bestuurlijk niveau inzicht in de mogelijkheden voor continuering van de samenwerking komt te bestaan. U bent op zoek naar het antwoord op de vraag in welke vorm de samenwerking na 1 januari 2021 toekomstbestendig kan worden ingericht. Daarnaast wenst u een robuuste vormgeving van de samenwerking. Het heeft uw voorkeur om de samenwerking onder te brengen in een coöperatie. Deze rechtsvorm heeft de voorkeur boven een stichting omdat deze stichting geen leden of aandeelhouders kent. De besloten vennootschap past minder goed bij het ondersteunende karakter van de
samenwerking. Beide gemeenschappelijke regelingen kunnen op grond van de wet niet samen een (derde) gemeenschappelijke regeling oprichten.
2. Huidige situatie Op grond van de huidige samenwerkingsovereenkomst heeft de samenwerking op het terrein van het ambulancevervoer betrekking op taken die geen onderdeel uit maken van het primaire proces. Beide partijen hebben één gezamenlijke directeur aangesteld en er is eenheid aangebracht in de staf en ondersteunende diensten door deze samen te voegen tot één organisatorisch verband. Afspraken zijn gemaakt over de inrichting van de governancestructuur in de vorm van overleg tussen de directeuren van de gemeenschappelijke regelingen en de directeur verantwoordelijk voor de ambulancezorg. Ook is een bestuurlijke commissie ingesteld die toezicht houdt op het functioneren van de gezamenlijk benoemde directeur voor beide RAV-en. Op grond van artikel 8 van de samenwerkingsovereenkomst zijn partijen gehouden om in overleg te treden op het moment dat bekend wordt dat de Twaz komt te vervallen, dit ‘met als oogmerk deze samenwerking dan ook te continueren’.
3. Leeswijzer In deze notitie worden op verzoek van de directeuren van de RAV’s in paragraaf 4 eerst de juridische randvoorwaarden voor samenwerking in een coöperatie verkend. De belangrijkste vraag is of er belemmeringen voor deze vorm voortvloeien uit wetgeving over de ambulancezorg en/of wet- en regelgeving over het oprichten van een private entiteit door publiekrechtelijke rechtspersonen. In paragraaf 5 wordt de coöperatie uitgewerkt. Tot slot is in paragraaf 6 een consultatie- en besluitvormingsvoorstel opgenomen, wanneer ervoor gekozen wordt de toekomstige samenwerking in een coöperatie vorm te geven. In Bijlage 1 is een juridische analyse over de toelaatbaarheid van oprichting van een coöperatie opgenomen. In deze notitie spreken wij over de bedrijfsvoering. Dit heeft betrekking op de management, staf- en ondersteuningstaken ten behoeve van het primaire proces Ambulancezorg. Deze uitleg sluit naar onze mening aan bij de samenwerkingsovereenkomst die zich richt op de taak ‘voor zover het niet betreft het Primaire proces’. Als wij een verwijzing maken naar de bedrijfsvoeringorganisatie, bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, wordt dit expliciet aangegeven.
4. Juridische randvoorwaarden In Bijlage 1 zijn de juridische randvoorwaarden voor samenwerking uitgewerkt. Geanalyseerd is of er belemmeringen voortvloeien uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, de teksten van beide regelingen van de GGD Flevoland en GR Regio Gooi en Vechtstreek, de Contourenbrief en de – informele - conceptteksten van het wetsvoorstel. Samengevat zijn onze bevindingen de volgende. Op grond van het concept-wetvoorstel Wet Ambulancevoorziening worden grenzen gesteld aan de overdracht van zeggenschap ‘alleen of tezamen met derden’ aan ‘anderen’. Die overdracht van zeggenschap kan ook betrekking hebben op de bedrijfsvoering. Fusie is voorts alleen mogelijk na toestemming van de minister. De reikwijdte van de nieuwe bepalingen (artikelen 17 tot en met 20 concept-wetsvoorstel Wet Ambulancevoorziening) is nog niet duidelijk. In het
2
artikel over overdracht van zeggenschap wordt ogenschijnlijk een strikt criterium aangelegd. Overdracht aan anderen is niet toegestaan. In de Memorie van Toelichting wordt echter ruimte voor samenwerking (met enige overdracht van zeggenschap) geboden: Als sprake is van een verboden zeggenschapswijziging geeft de minister een aanwijzing om de handeling te beëindigen of de gevolgen ervan ongedaan te maken. Mogelijke uitzonderingen op dat verbod zijn een fusie met of overname van een andere RAV en de wijziging van de rechtsvorm van de RAV. Echter, de RAV mag niet fuseren met een andere RAV of een andere RAV overnemen of de rechtsvorm wijzigen zonder goedkeuring van de minister. Aangekondigd wordt dat regels over governance worden opgenomen in een AMvB. Deze concept AMvB is nog niet beschikbaar. Op dit moment is het niet zeker of het samenwerken in een coöperatie (niet toegestane) overdracht van zeggenschap aan een ‘andere’ inhoudt, zoals bedoeld in de Wet Ambulancevoorzieningen. Over de reikwijdte van de bepalingen uit het concept-wetsvoorstel is informeel telefonisch overleg gevoerd met het ministerie. De betrokken beleidsadviseur en wetgevingsjurist wijzen er op dat de wetstekst nog zal wijzigen. Inmiddels heeft de ministerraad besloten de wet aan de Tweede Kamer voor te leggen.
Omdat op dit moment drie ambulancevoorzieningen worden gevormd door een coöperatie (Rotterdam-Rijnmond, Haaglanden en Fryslân) is het voorstelbaar dat deze samenwerkingsvorm kan worden gecontinueerd. Zekerheidshalve dient niettemin het voorbehoud te worden gemaakt dat in de definitieve wetsteksten geen belemmeringen worden opgeworpen voor de versteviging van de samenwerking.
5. Coöperatie De voorkeursvariant voor een robuustere samenwerking is de coöperatie. Hierbij is het uitgangspunt dat gekozen wordt voor een coöperatie met uitsluiting van aansprakelijkheid (UA). Een coöperatie is een bijzondere vorm van een vereniging, die gericht is op het voorzien in de stoffelijke behoeften van de leden en daarmee voordelen te behalen, daaronder kan ook begrepen zijn het maken van winst. De coöperatie wordt in de wet als volgt omschreven (Burgerlijk Wetboek 2:53 lid 1): De coöperatie is een bij notariële akte als coöperatie opgerichte vereniging. Zij moet zich blijkens de statuten ten doel stellen in bepaalde stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien krachtens overeenkomsten, anders dan van verzekering, met hen gesloten in het bedrijf dat zij te dien einde te hunnen behoeve uitoefent of doet uitoefenen. Volgens de wet heeft de coöperatie de volgende kenmerken: De vereniging oefent een bedrijf uit; De vereniging bevordert de stoffelijke/materiële behoeften van haar leden. Het moet dus gaan om een materieel doel, alleen een ideëel doel is niet voldoende; Het moet gaan om een autonome organisatie, de organisatie kan zelfstandig functioneren, heeft een eigen rechtspersoonlijkheid en kan dus deelnemen in het economisch verkeer en fungeren als werkgever; De leden zijn eigenaar van het bedrijf;
3
Tussen de leden en de coöperatie bestaat naast het lidmaatschap ook een zakelijke overeenkomst. Het kan bijvoorbeeld gaan om een deelnemersconvenant of ledenovereenkomst; De leden hebben zeggenschap over de koers van het bedrijf; De leden zijn aansprakelijk voor de schulden van de coöperatie, maar die aansprakelijkheid kan bij oprichting per akte worden uitgesloten1.
Governance De coöperatie heeft 2 verplichte organen, het bestuur en de ledenraad. De leden van de coöperatie zijn in dit geval de beide gemeenschappelijke regelingen GGD Flevoland en Regio Gooi en Vechtstreek. Deze gemeenschappelijke regelingen (de rechtspersonen dus) moeten in de ledenraad worden vertegenwoordigd. In de statuten van coöperatie zal dit lidmaatschap en de vertegenwoordiging van het lidmaatschap nader moeten worden ingevuld. Dit geldt ook voor het bestuur. Het is mogelijk dat het bestuur kan worden samengesteld uit niet-leden (artikel 2:37 lid 1 BW). Ook kan voor de coöperatie een directie worden ingesteld. Er zijn verschillende mogelijkheden voor invulling van de beide bestuurlijke organen. Op voorhand: het lijkt ons niet doelmatig en ook disproportioneel gezien de aard van de bedrijfsvoeringstaken van de coöperatie het lidmaatschap van de ledenraad te laten invullen door de voltallige algemeen besturen. Zij dragen in de huidige situatie ook geen verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoeringstaken van beide RAV’s; dat is aan de dagelijkse besturen en directies.
Bij de invulling van de organen is het belangrijk dat er: Onderscheid kan worden aangebracht tussen de functionele invulling van de ledenraad en het bestuur; Eenheid van directievoering voor de bedrijfsvoeringstaken met de primaire taken blijft bestaan zodat een slagvaardige uitvoering geborgd is wat een eis is in de wet; Effectieve verbinding met de beide gemeenschappelijke regelingen mogelijk is, zowel topambtelijk als bestuurlijk. Het volgende model voldoet aan deze criteria. Organen Bestuur/Directie Ledenraad
Invulling Eén bestuurder/directeur gelijk de huidige situatie Leden (de beide GR-en) vertegenwoordigd door 1 bestuurslid en dPG Flevoland en 1 DB-lid en algemeen directeur van de GR Regio Gooi en Vechtstreek
Dit model is mogelijk omdat in de coöperatie alleen bedrijfsvoeringstaken worden uitgevoerd, waarvoor de directies verantwoordelijk zijn. Tegelijkertijd wordt in dit model recht gedaan aan het belang een verbinding te houden met het bestuur van de beide GR-besturen. In de praktijk kunnen afspraken worden gemaakt omtrent de intensiteit van de betrokkenheid van de bestuursleden in de Ledenraad om bestuurlijke drukte te voorkomen. Veel kan gezien het
1
De herontdekking van de coöperatie, NSOB, ongedateerd concept.
4
karakter van de taak die de coöperatie uitvoert, overgelaten worden aan de dPG en algemeen directeur. Op grond van artikel 2:37 BW mag een bestuur bestaan uit één bestuurder. Door de directeur die functie te laten bekleden kent dit model ook één laag minder, terwijl de noodzakelijke checks and balances toch gewaarborgd blijven. De ledenraad zal als het hoogste orgaan samen met de interne toezichthouder(s) die waarschijnlijk op grond van de nieuwe Wet ambulancevoorziening wordt voorgeschreven, die check and balances uitvoeren. Die toezichthouder houdt toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de Regionale Ambulancevoorziening en naar onze mening ook op de coöperatie. Nader uitgezocht moet worden welke eisen worden gesteld aan de interne toezichthouder. Daarvoor is eerst meer duidelijkheid over de bedoeling van de wetgever met deze functie nodig. Dit model zorgt er voor dat de zeggenschap zoals het ontwerp van wet ook voor schrijft duidelijker vorm krijgt, doordat deze stoelt op wettelijke bepalingen in plaats van op een overeenkomst. Daarbij ontstaat er een duidelijke structuur waarbij eenheid van hiërarchische en functionele leiding kan worden vormgegeven, wanneer de betrokken medewerkers in dienst zijn van de coöperatie.
Dit leidt ook tot meer samenhang en efficiency in werkzaamheden en minder afstemmingsmomenten met en binnen de beide gemeenschappelijke regelingen. De samenwerking in dit modelmodel laat de huidige vergunningen voor de ambulancezorg van de beide gemeenschappelijke regelingen in tact. Zij blijven houder van de vergunningen, omdat zij verantwoordelijk blijven voor de uitvoering van de primaire ambulancezorgtaak. Bovendien past versteviging van de organisatie van de samenwerking rondom de bedrijfsvoering voor de RAV’s bij de samenwerking in de gemeenschappelijke meldkamer. Indien de besturen van de beide GR-en er op enig moment voor zouden kiezen ook de primaire taak Ambulancezorg naar de coöperatie over te brengen, is er aanleiding de samenstelling van de Ledenraad te heroverwegen. Het ligt in de lijn van de verwachting dat in die situatie meer bestuurders ‘dichter’ bij het primaire proces invloed willen uitoefenen dan bij alleen bedrijfsvoeringstaken het geval is. Hiervoor hoeft het construct van de coöperatie dan niet gewijzigd te worden; de keus voor de coöperatie is dus ook in die zin een toekomstbestendige oplossing. Financiële gevolgen Bij de uitwerking en inrichting van de coöperatie dienen enkele financiële punten nader te worden uitgewerkt.
Geldstromen zorgverzekeraars: voor de robuustheid van de coöperatie is het wenselijk dat middelen duurzaam beschikbaar worden gesteld aan de coöperatie, vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat middelen aan de beide RAV’s beschikbaar worden gesteld. De begroting van de coöperatie dient te worden vastgesteld door de besturen van de GR’en (de leden dus). Op een vergelijkbare wijze als in de samenwerkingsovereenkomst is opgenomen dient voor de coöperatie en de relatie met beide GR-en en fiscale vriendelijke vormgeving te worden gekozen. De fiscale gevolgen zijn op hoofdlijnen in beeld gebracht en worden op basis van een uit te werken ledenovereenkomst met de inspecteur afgestemd. Er wordt vanuit gegaan dat de coöperatie omzetbelasting- en vennootschapsbelastingplichtig is.
5
Personele en organisatorische gevolgen
Om de eenheid van leiding te kunnen bewerkstelligen, is het wenselijk dat de directeur in dienst treedt van de coöperatie2, hierdoor wordt duidelijk dat de verantwoordelijkheid voor de taakuitoefening van de directeur betrekking heeft op de coöperatie. Dit stelt de directeur in staat effectief leiding te geven aan die coöperatie. Voor de overige medewerkers kan een groeimodel worden gehanteerd. Een aanvang kan worden gemaakt met het voortzetten van de huidige structuur waarbij medewerkers uitgeleend worden aan de samenwerking. De uitleenvariant kan als nadeel hebben dat de eenheid van leiding niet optimaal functioneert. Ook kunnen fiscale aspecten nog een rol spelen. Het resultaat van het groeimodel kan er uit bestaan dat medewerkers in dienst treden bij de coöperatie. In dat geval spelen de nadelen van uitlening niet. Wel dienen dan de arbeidsrechtelijke aspecten (overgang van personeel, sociaal plan en het adviesrecht op grond van de Wor) nader uitgewerkt te worden. Op basis van een evaluatie in het derde kwartaal van 2021 kan worden bezien of deze meer duurzame arbeidsrelatie wenselijk of noodzakelijk is.
Medewerkers die werkzaam zijn bij de Regionale Ambulancevoorziening volgen de cao Sector Ambulancezorg. Na 1 januari 2020 verkrijgt de cao Sector Ambulancezorg directe werking voor de betreffende medewerkers. Hier hoeft bij overgang van medewerkers geen verandering in te komen indien een coöperatie wordt opgericht en zij ervoor kiest deze cao te volgen. Wel speelt overgang naar een ander pensioenfonds, van ABP naar PFZW. De voorwaarden, onder andere het werknemersaandeel in de premie, die gelden voor deelneming aan deze fondsen verschillen enigszins. Bij overgang van medewerkers naar de coöperatie dienen deze verschillen (bijvoorbeeld het voorwaardelijk pensioen) te worden weggenomen of via het sociaal plan te worden gerepareerd. Dit moet nader uitgezocht worden.
6. Fasering in traject van consultatie en besluitvorming De formele besluitvorming over het vormgeven van de toekomstige samenwerking in een coöperatie vraagt om een zorgvuldige voorbereiding, mede gezien ook de ervaringen met het traject van intensivering van de samenwerking tussen de Veiligheidsregio’s en GGD-en binnen dit gebied, waarbij de gemeentelijke deelnemers zich flink roerden. Geadviseerd wordt om bij dit besluitvormingsproces rekening te houden met: een aanpak in fasen, waarbij relevante stakeholders tijdig meegenomen worden; een doorlooptijd die uiterlijk op 1 oktober 2020 eindigt, 3 maanden voor de datum waarop de Twaz afloopt, zodat het nog ergens tegen kan zitten zonder dat de fatale datum van 1 januari 2021 (vervallen huidige overeenkomst) overschreden wordt.
2 Dit kan ook wenselijk zijn om de fiscus comfort te bieden ter onderbouwing van een vrijstellingsmogelijkheid.
6
het verloop van het wetgevingstraject rondom de Wet Ambulancevoorziening die naar verwachting per 1 januari 2021 in werking treedt en die mogelijk tot aanpassing van de voorgenomen vormgeving van de toekomstige samenwerking noodzaakt.
Voorgesteld wordt dit traject als volgt in te vullen, waarbij telkens gewerkt wordt met eenduidige voorstellen voor de besturen van beide gemeenschappelijke regelingen en hun deelnemende gemeenten. Een informatieve bijeenkomst voor de OR en de invulling van het formele adviestraject zijn niet in het schema opgenomen, maar kunnen uiteraard wel belegd worden. Stap 0
Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 Stap 5 Stap 6
• Bespreking modellen met de dPG Flevoland en AD Regio Gooi en Vechtstreek • Informatieve bijeenkomst voor de controllers, juristen en/of beleidsmedewerkers van beide GR’en, bespreken voorstel • Overleg met de portefeuillehouders RAV van de DB'en van beide GR'en, steun voor voorstel verwerven • Overleg met de beide DB'en van de GR’en, steun verwerven, toestemming om voorstel vrij te geven voor consultatie • Informatieve bijeenkomst voor portefeuillehouders ‘gezondheid’ van alle betrokken colleges van B&W, toelichten en bespreken voorstel, op zoek naar draagvlak • Voorstel voor besluitvorming op de agenda van de DB'en van beide GR’en, vaststellen eensluidend voorstel aan beide AB'en • Informatieve bijeenkomst voor de juristen en/of beleidsmedewerkers van alle betrokken gemeenten over voorstel aan AB'en
Stap • Informatieve bijeenkomst voor alle betrokken gemeenteraden, toelichting op voorstel 7 Stap • Doorlopen wensen- en bedenkingenprocedure raden* 8 Stap 9
Stap 10
• Formele besluitvorming in AB-en beide GR-en • Oprichtingshandeling
*In stap 8 is er nog een aandachtspunt. Volgens de gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek dient er een meerderheid te zijn van 2/3.
Planning: 1e kwartaal 2020: Stap 2 en 3 (uitgevoerd of door Covid 19 aangepast uitgevoerd) 2e kwartaal 2020: Stap 4 (uitgevoerd) tot en met 6 3e kwartaal 2020: Stap 7 en 8 4e kwartaal 2020: Stap 9 en 10 Gelet op de voorgeschreven procedure in Gooi en Vecht en het vakantiereces zal parallel aan Stappen 4 tot en met 6 de voorbereiding van Stap 7 en 8 reeds in het 2e kwartaal moeten plaatsvinden.
7
Bijlage: Juridische analyse toelaatbaarheid
Mogen de RAV’s in een entiteit samenwerken? Voordat nagedacht kan worden over de vorm van de samenwerking dient verkend te worden of samenwerking in één entiteit wettelijk toelaatbaar is. Verzet de systematiek van de wettelijke regelingen over de ambulancezorg zich tegen een geïnstitutionaliseerde samenwerking en staan de organieke wetten een dergelijke samenwerking toe? In deze paragraaf wordt ingegaan op deze vragen.
Huidige Tijdelijke wet ambulancezorg In de wet zijn geen bepalingen opgenomen over de organisatie van Regionale ambulancevoorziening die richtinggevend zijn voor samenwerkingsmogelijkheden.
Passage Memorie van Toelichting uit 2011 In de toelichting op de Tijdelijke wet ambulancezorg is de volgende passage te vinden: In de praktijk zien we overigens nu al de ontwikkeling naar bovenregionale meldkamers, waarbij meerdere veiligheidsregio’s gezamenlijk één meldkamer instellen. Daarbij wordt de verantwoordelijkheid voor het instellen en in stand houden van de meldkamer niet aangetast. Zo hebben de veiligheidsregio’s IJsselland en Noordoost Gelderland gezamenlijk de Meldkamer Oost Nederland (MON) opgericht en komt in het noorden van het land de Meldkamer NoordNederland tot stand, ingesteld door de veiligheidsregio’s Groningen, Friesland en Drenthe. In deze gevallen is de verantwoordelijkheid van de besturen van veiligheidsregio’s niet gewijzigd, maar is er sprake van een intensieve samenwerking. De Wet veiligheidsregio’s maakt op grond van artikel 35 het instellen van deze bovenregionale meldkamers mogelijk. De wetgever heeft in 2011 ogenschijnlijk geen belemmering willen opwerpen voor intensieve samenwerking voor de meldkamers. Voorstelbaar is dat zolang de verantwoordelijkheid van de besturen niet wijzigt, dit ook zou kunnen gelden voor samenwerking in het primaire proces.
Regeling tijdelijke wet ambulancezorg (artikel 13) Dat artikel luidt als volgt: De Regionale Ambulancevoorziening is ingericht voor het leveren van doelmatige en doeltreffende ambulancezorg, waarbij de verantwoordelijkheidsverdeling bij alle processen is beschreven, inclusief de overleg- en besluitvormingsstructuur. In ieder geval is de Regionale Ambulancevoorziening bestuurlijk zodanig georganiseerd dat slagvaardige besluitvorming over de (daadwerkelijke) uitvoering van de ambulancezorg onder alle omstandigheden is gegarandeerd.
8
In de Regeling worden geen handvatten geboden hoe de slagvaardige besluitvorming moet worden geborgd.
Toekomstige wetgeving ambulancezorg In de brief van de minister worden de contouren geschetst voor de ambulancezorg naar 1 januari 2021. Op grond van deze contourenbrief is er inmiddels een versie van het conceptwetsvoorstel ter kennisname aan de ambulanceregio’s gezonden. Wij hebben kennis kunnen nemen van dit concept-wetsvoorstel. In de brief worden de volgende contouren geschetst: Op grond van de Zorgverzekeringswet blijft aanspraak bestaan op ambulancezorg; Per veiligheidsregio wordt één aanbieder voor onbepaalde tijd aangewezen die gehouden is ambulancezorg te verlenen; Hiervoor dient de ambulancezorg te worden aangemerkt als een niet-economische dienst van algemeen belang (NEDAB); Inkoop van ambulancezorg vindt plaats door de twee grootste zorgverzekeraars in de betreffende regio; De aanbieders blijven gebonden aan vastgestelde budgetten en tarieven en kwaliteitsregulering; De budgetten worden vastgesteld op basis van het aantal diensten en standplaatsen; Zowel de spoedeisende als de planbare ambulancezorg blijven voorbehouden aan de huidige RAV’s (op basis van een aanwijzing); Niet presterende RAV’s kunnen zo nodig worden vervangen.
In de contourenbrief en het wetsvoorstel wordt als uitgangspunt gehanteerd dat per veiligheidsregio één RAV exclusief verantwoordelijk is voor het bieden van spoedeisende en planbare ambulancezorg en het in stand houden van een meldkamer. Of hier uit afgeleid moet worden dat het niet mogelijk is dat één organisatie twee aanbieders in twee veiligheidsregio’s mag faciliteren en ondersteunen op management, staftaken en bedrijfsvoering, is niet duidelijk. In het voorgestelde artikel 18 van het wetsvoorstel is het volgende te lezen: Het is verboden een rechtshandeling te verrichten, die tot gevolg heeft dat middellijk of onmiddellijk, alleen of tezamen met derden, door anderen geheel of gedeeltelijk zeggenschap wordt verkregen over een Regionale Ambulancevoorziening of een deel daarvan, dan wel over de bedrijfsvoering van een Regionale Ambulancevoorziening of een deel van die bedrijfsvoering. In artikel 20 van het wetsvoorstel is daarnaast de verplichting opgenomen dat voorafgaand aan een fusie tussen twee RAV’s eerst toestemming van de minister moet worden verworven. Artikel 18 roept vragen op. Indien de bepaling zo moet worden gelezen dat de rechtshandeling (het aangaan van een overeenkomst of het oprichten van een entiteit) met een andere RAV overdracht van zeggenschap aan een ‘andere’ tot gevolg heeft, dan zou ook de huidige samenwerking niet zijn toegestaan.
In de bepaling is uitdrukkelijk ook de bedrijfsvoering begrepen. In de Memorie van Toelichting wordt deze strikte uitleg van de bepaling niet met zo veel woorden voorgestaan:
9
Fusies van RAV’s en overdracht zeggenschap De zeggenschap over een RAV mag niet wijzigen. Het mag niet zo zijn dat de RAV die de aanwijzing van de minister heeft gekregen, de facto een andere RAV wordt, door de wijziging van de zeggenschap over de RAV. De RAV mag niet verhandeld worden. Om te kunnen beoordelen of sprake is van een verboden zeggenschapswijziging behoeven bepaalde wijzigingen van de statuten of de gemeenschappelijke regeling voorafgaande goedkeuring door de minister. Als sprake is van een verboden zeggenschapswijziging geeft de minister een aanwijzing om de handeling te beëindigen of de gevolgen ervan ongedaan te maken. Mogelijke uitzonderingen op dat verbod zijn een fusie met of overname van een andere RAV en de wijziging van de rechtsvorm van de RAV. Echter, de RAV mag niet fuseren met een andere RAV of een andere RAV overnemen of de rechtsvorm wijzigen zonder goedkeuring van de minister. Bij of krachtens AMvB zullen criteria gesteld worden voor de fusie en de wijziging van de rechtsvorm, bijvoorbeeld op het gebied van governance, kwaliteit of continuïteit. Deze bepalingen komen bovenop de zorg specifieke fusietoets door de NZa (in de toekomst wellicht de ACM). In het kader van deze laatste toets wordt onder andere nagegaan of de verlening van cruciale zorg, in dit geval ambulancezorg, niet in gevaar komt. (…).
Inschakelen onderaannemers RAV’s mogen onderaannemers of leden van de coöperatie inschakelen voor het leveren van ambulancezorg. Zij moeten een zodanig contract hebben met de onderaannemers of leden van de coöperatie dat voor de ambulancezorg die wordt geleverd door onderaannemers dezelfde kwaliteitseisen gelden als voor ambulancezorg. De AMvB waarop in de Memorie van Toelichting wordt gedoeld zal dus de criteria bevatten voor invulling van de governance. De tekst van deze AMvB is nog niet beschikbaar. NEDAB Om de uitvoering van de NEDAB te waarborgen worden in de wet enkele bijzondere ‘strakke’ toezichthoudende bepalingen bij de private rechtspersonen3 die aangewezen worden om de ambulancezorg uit te voeren worden opgenomen waarbij ook interne toezichthoudende organen worden ingesteld. Ook ligt het naar ons oordeel voor de hand dat door de aanwijzing van de NEDAB geen bezwaren bestaan tegen samenwerking. Samenwerking zal niet leiden tot een ongewenste machtspositie of kartelvorming op een open markt, deze open markt ontbreekt tenslotte. Hier is wel enige voorzichtigheid geboden. Ogenschijnlijk gaat de nieuwe wet ruimte bieden om bepaalde vormen van ambulancezorg aan de markt over te laten (bijvoorbeeld buitenlandvervoer). Dergelijke diensten worden wel in concurrentie met de ‘markt’ uitgevoerd. Grote samenwerkingsverbanden kunnen dan wel tegen de mededingingsregels aan lopen.
Ook hier zou via lobby geprobeerd kunnen worden op dit punt helderheid in de gewenste richting te verkrijgen door verduidelijking van het wetsontwerp. Zonder een uitputtende studie te verrichten naar de reikwijdte van de verschillende bepalingen uit het concept wetsvoorstel is het naar onze mening noodzakelijk om voor het moment van inwerkingtreding van de Wet Ambulancevoorziening in overleg te treden met de minister over de voorgestane samenwerkingsvorm in een coöperatie met als doel om op voorhand toestemming voor deze toekomstige vormgeving van de samenwerking te verkrijgen.
3
Bij de behandeling van de inspraakreacties is ook een intern toezichthouder bij de publiekrechtspersonen voorgesteld. Dit wordt mogelijk ook in het wetsvoorstel opgenomen.
10
Wet publieke gezondheid Bij samenwerking zijn 2 regionale gemeentelijke gezondheidsdiensten betrokken. In artikel 14 van de Wet publieke gezondheid (Wpg) is bepaald dat de colleges van gemeenten die behoren tot een regio als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s, via het treffen van een gemeenschappelijke regeling zorgen voor de instelling en instandhouding van een regionale gezondheidsdienst in die regio. In de wet is de mogelijkheid opgenomen om een regionale gezondheidsdienst in te stellen voor 2 of meer veiligheidsregio’s. In de Wpg wordt ambulancezorg niet als taak van de regionale gemeentelijke gezondheidsdienst aangewezen. Op grond van de wet bestaan er geen beletselen voor de beoogde samenwerking tussen beide RAV’s.