CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief 2020-61 inzake Procedure rondom bestuurlijke nevenfuncties (toezegging T19-119 en motie M19-095)

GEMEENTERAAD 31 maart 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Toevoegen 'procedure rondom nevenfuncties van bestuurders' aan Gedragscode Integriteit college van burgemeester en wethouders in de gemeente Hilversum (735733)3.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Van

Burgemeester en Wethouder/Burgemeester

Zaak nr.

698627

Aan

Gemeenteraad

RIB nr.

2020-61

Portefeuillehouder

K.J. Walters

Datum

7 oktober 2020

Informatie bij

M. Dols

Tel. nr.

(035) 629 2962

Onderwerp Procedure rondom het aanvaarden, melden en neerleggen van bestuurlijke (q.q.) nevenfuncties en motie ‘Lessen voor de toekomst’; afhandeling T19-119 en M19-095 Kernboodschap In de gemeenteraadsvergadering d.d. 18 september 2019 is bij de behandeling van de rapportage, opgesteld door bureau BING, naar aanleiding van een drietal integriteitsmeldingen in april 2019 aan het adres van een wethouder, de toezegging gedaan ‘de regels en het proces m.b.t. melding van nevenfuncties door wethouders op papier te zetten en naar de raad te sturen en ook te monitoren dat deze regels goed worden nageleefd’ (T19-119). Hiertoe heeft het college op 6 oktober 2020 de memo ‘Procedure rondom het aanvaarden, melden en neerleggen van bestuurlijke (q.q-)nevenfuncties’ (bijlage 1) vastgesteld. In de aangenomen motie ‘Lessen voor de toekomst’ (M19-095), d.d. 18 september 2019, roept de raad op de aanbevelingen uit het BING-rapport rondom (q.q.-)nevenfuncties te effectueren. De procedure en regels over het uitvoeren van de meldplicht aan de raad zijn in het college van 25 augustus door het college besproken maar niet als besluit vastgelegd. Het college heeft geconcludeerd dat het beter is de procedure en regels vast te stellen. Met bijgaande beantwoording ‘Beantwoording van motie ‘Lessen voor de toekomst’ (bijlage 2) geeft het college uitvoering aan deze motie (M19-095).

Inhoud Naast hun politieke ambt hebben veel bestuurders (neven)functies, betaald of onbetaald. Voor staten- en raadsleden en parttime wethouders zijn deze vaak hun hoofdfunctie. Ook voor fulltime bestuurders zijn nevenfuncties positief te waarderen: uit maatschappelijk, bestuurlijk en persoonlijk oogpunt. Er zitten ook risico’s aan nevenfuncties, vooral die buiten het publiek domein. Nevenfuncties kunnen het aanzien van het ambt schaden en de ambtsdrager belemmeren om optimaal te functioneren. Sommige nevenfuncties vervullen bestuurders uit hoofde van hun politieke functie. Dit zijn nevenfuncties waarin zij ambtshalve of ‘qualitate qua’ (q.q.) zijn benoemd. Bestuurders hebben een wettelijke meldplicht aan de raad als zij het voornemen hebben om een nevenfunctie te aanvaarden (art. 41b Gemeentewet). Daarbij worden q.q.-functies door het college gemeld en niet q.q.-functies door het betreffende collegelid. In bijzondere gevallen wordt aan de commissie om advies gevraagd over het voornemen van het aannemen van een nevenfunctie. Een commissie kan ten alle tijden besluiten een melding of adviesaanvraag te bespreken in de raad. In de Gedragscode Integriteit van het college van B&W, vastgesteld op 16 september 2015 door de raad, zijn geen regels opgenomen rondom de aanvaarding, melding en het neerleggen van bestuurlijke (q.q.-) nevenfuncties.

Na het vaststellen van de memo ‘Procedure rondom het aanvaarden, melden en neerleggen van bestuurlijke (q.q.-)nevenfuncties’ zal het college in januari 2021 deze procedure middels een raadsvoorstel opnemen in de Gedragscode Integriteit van het college van B&W.

Consequenties Er zijn procedure en regels vastgesteld over het uitvoeren van de meldplicht aan de raad van wethouders en/of ambtenaren over het voornemen een (q.q.-)nevenfunctie te gaan aanvaarden. Vervolgtraject Middels het vaststellen van de memo ‘Procedure rondom het aanvaarden, melden en neerleggen van bestuurlijke (q.q-) nevenfuncties’ en de beantwoording van de motie ‘Lessen voor de toekomst’, is toezegging (T19-119) afgedaan en is uitvoering gegeven aan motie (M19-095). In januari 2021 zal het college een raadsvoorstel voorleggen om de procedure rondom het aanvaarden, melden en neerleggen van bestuurlijke (q.q.-)nevenfuncties op te nemen in de Gedragscode Integriteit van het college van B&W. Wij gaan er vanuit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd,

Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

D. Emmer

P.I. Broertjes

Bijlage(n): 1. Memo ‘Procedure rondom het aanvaarden, melden en neerleggen van bestuurlijke (q.q-)nevenfuncties’ 2. Memo ‘Beantwoording Motie ‘Lessen voor de toekomst’(M19-095)’ 3. Motie M19-095 ‘Lessen voor de toekomst’ Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B&W-vergadering van 6 oktober 2020.

MEMO – Bijlage I zaaknummer:

698627

afdelingsnaam:

BenO-Ruimtelijke Kwaliteit

steller:

Marc Dols

memo bij voorstel:

Procedure bestuurlijke nevenfuncties (T19-119 en M19-095);

Procedure rondom het aanvaarden, melden en neerleggen van bestuurlijke (q.q-)nevenfuncties Naast hun politieke ambt hebben veel bestuurders (neven)functies, betaald of onbetaald. Voor staten- en raadsleden en parttime wethouders zijn deze vaak hun hoofdfunctie. Ook voor fulltime bestuurders zijn nevenfuncties positief te waarderen: uit maatschappelijk, bestuurlijk en persoonlijk oogpunt. Er zitten ook risico’s aan nevenfuncties, vooral die buiten het publiek domein. Nevenfuncties kunnen het aanzien van het ambt schaden en de ambtsdrager belemmeren om optimaal te functioneren. Sommige nevenfuncties vervullen bestuurders uit hoofde van hun politieke functie. Dit zijn nevenfuncties waarin zij ambtshalve of ‘qualitate qua’ (q.q.) zijn benoemd. Melding en openbaarmaking Bestuurders hebben een wettelijke meldplicht aan de raad als zij het voornemen hebben om een nevenfunctie te aanvaarden (art. 41b Gemeentewet). De bestuurder beslist zelf om een nevenfunctie te aanvaarden en moet zich hierover verantwoorden. Hij moet daarom zijn nevenfuncties en de verworven inkomsten zelf openbaar maken. Daarbij worden qualitate qua (q.q.-) functies aan de raad gemeld middels een collegebrief door het college en niet q.q.-functies door het betreffende collegelid. Wanneer er een voornemen is tot aanvaarding van een q.q.

nevenfunctie bij een private partij, zal het college dit voornemen aan de raad melden en beargumenteren waarom het college dit wenselijk en passend vindt. Het college doet deze melding vóór aanvaarding van de functie. Bij een nieuw college gebeurt dit direct en bij een zittend college ruim voor de aanvaarding. Het college kan, naast de melding, ook advies aan de commissie vragen over het voornemen van het aannemen van een nevenfunctie. Een commissie kan ten alle tijden besluiten een melding of adviesaanvraag te bespreken in de raad. Voor ambtenaren geldt voor niet q.q.-functies een meldings- en goedkeuringsplicht. Deze worden zo nodig door de gemeentesecretaris via het college aan de raad gemeld. Voor topambtenaren (gemeentesecretaris/algemeen directeur, diensthoofden, concerncontroller en dienstcontrollers) is er in 2011 een speciale meld- en publicatieplicht in het leven geroepen met de Regeling openbaarmaking nevenfuncties van topambtenaren (https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Hilversum/465891/CVDR465891_1. html). Alle bestuurders zijn wettelijk verplicht om hun nevenfuncties openbaar te maken. Dat kan door terinzagelegging op het gemeentehuis en het register van nevenfuncties op de website van de gemeente Hilversum te plaatsen en dit actueel te houden.

Burgemeesters hoeven hun q.q.-functies volgens de wet niet te melden of openbaar te maken, maar het dringende advies is om dit wel te doen. Nevenfuncties Wettelijk is bepaald dat de volgende ambtsdragers geen nevenfuncties vervullen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het politieke ambt1: 1

Artikel 41b -Gemeentewet, artikel 67 Gemeentewet, artikel 40b Provinciewet, artikel 66 Provinciewet, artikel 44a Waterschapswet, artikel 48 Waterschapswet.

a. wethouder; b. burgemeester; c. gedeputeerde; d. commissaris van de Koning; e. voorzitter en dagelijks-bestuurslid van een waterschap. Bij het aanvaarden van nevenfuncties zijn de volgende afwegingen van belang2: 1. Tussen het ambt en de nevenfunctie mag geen belangenverstrengeling optreden of de schijn daarvan worden gewekt. Het gaat daarbij niet alleen over mogelijk persoonlijk voordeel voor de bestuurder zelf, maar ook voor personen, bedrijven of instellingen in zijn omgeving. Soms is het risico incidenteel. In dat geval houdt de betrokken bestuurder zich buiten de besluitvorming. Terughoudendheid in het aangaan van nevenfuncties is in elk geval geboden bij functies in organisaties die substantieel subsidie ontvangen, overheidsprojecten uitvoeren of die betrokken (kunnen) zijn bij de overheid waar men het politieke ambt vervult. 2. Het vervullen van de nevenfunctie mag geen afbreuk doen aan het aanzien van het ambt. 3. De nevenfunctie mag niet zoveel tijd kosten dat het functioneren als bestuurder in het geding komt. 4. De (hoogte van de) honorering van de nevenactiviteiten van een bestuurder mag geen aanleiding geven tot discussies. Qualitate qua nevenfuncties Aan de hand van de volgende criteria kan worden bepaald of een nevenfunctie een q.q.-nevenfunctie is: 1. Er is een aantoonbaar belang voor de gemeente Hilversum.

De bestuurder behartigt (in)direct de belangen van de gemeente. 2. De nevenfunctie is gekoppeld aan de inhoud en duur van het politieke ambt. Wordt dat beëindigd, dan moet de nevenfunctie ook worden neergelegd. Het kan voorkomen dat niet duidelijk is of sprake is van een q.q.-nevenfunctie. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de statuten van een stichting geen grenzen stellen aan de termijn waarin een commissariaat of bestuursfunctie wordt vervuld. Echter, als er ook bestuurders van andere overheden in hetzelfde stichtingsbestuur zitting hebben, dan kan er wel degelijk sprake zijn van een q.q.-nevenfunctie.. Het college beslist of deze functie kan worden gezien als q.q.- of niet q.q.-nevenfunctie. Daarna beslist de bestuurder of de nevenfunctie wordt aanvaard. Procedure Niet q.q-nevenfunctie: 1. Een collegelid die een niet-q.q. nevenfunctie wil vervullen bespreekt dit voornemen in het college. Het college weegt af of de uitoefening gewenst is met het oog op een goede vervulling van het politieke ambt. Het college adviseert de betreffende bestuurder hierover. 2. Het collegelid meldt middels een brief het voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de raad. (Dit moet in ieder geval dusdanig op tijd worden gemeld dat de commissie tijd heeft om de betreffende wethouder hierover in vergadering over te kunnen bevragen). 3.

Binnen een week nadat het collegelid de functie feitelijk aanvaard heeft, stuurt deze een bericht naar de gemeentesecretaris, die zorgt voor openbaarmaking op de website van Hilversum van de niet-q.q. nevenfunctie. De eventuele daaraan verbonden inkomsten meldt betrokkene aan de gemeentesecretaris. Q.q-nevenfunctie: 1. In het college wordt de wens om een wethouder een q.q.-nevenfunctie te laten vervullen besproken. Het college weegt af of de uitoefening niet ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn wethouderschap. Het college besluit hierover en draagt de wethouder zo nodig voor ter benoeming bij het bevoegde orgaan. 2 Rijksoverheid (2016) Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij gemeenten, provincies en waterschappen: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/04/29/handreiking-integriteit-van-politieke-ambtsdragers-bij-gemeenten-provincies-enwaterschappen

2. Het college meldt middels een collegebrief aan de raad dat het voornemens is een bepaalde wethouder voor te dragen voor een q.q.-nevenfunctie c.q. dat een wethouder namens het college voornemens is een q.q.-nevenfunctie aan te nemen. Bij aanvaarding van een q.q. functie bij een private partij, zal het college bij de melding beargumenteren waarom het college dit wenselijk en passend vindt. 3. Binnen een week nadat de wethouder is benoemd en de functie is aanvaard, stuurt de wethouder een bericht naar de gemeentesecretaris, die zorgt voor openbaarmaking van de q.q.-nevenfunctie op de website van Hilversum.

Relevante wet- en regelgeving Gedragscode Integriteit college van burgemeester en wethouders in de gemeente Hilversum (vastgesteld 16 september 2015) (…) • Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor burgemeesters is daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie aan de volksvertegenwoordiging. Voor de burgemeester geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve nevenfuncties (artikelen 41b en 67 Gemeentewet). • Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. Voor burgemeesters zijn ambtshalve nevenfuncties daarvan uitgezonderd. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis (artikelen 41b en 67 Gemeentewet). • Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken hun inkomsten uit nevenfuncties openbaar; de opgave van neveninkomsten wordt ter inzage gelegd op het gemeentehuis, uiterlijk 1 april na het jaar waarin de inkomsten zijn genoten (artikelen 41b en 67 Gemeentewet).

• Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de gemeentekas gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekeningssystematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikelen 44 en 66 Gemeentewet). Artikel 2.1.1 1. De burgemeester levert de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt. Als gaande het lidmaatschap een nieuwe nevenfunctie aanvaard wordt of de omstandigheden met betrekking tot een bestaande nevenfunctie wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aangeleverd bij de gemeentesecretaris. 2. De informatie betreft in ieder geval: a) de omschrijving van de nevenfunctie; b) de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht; c) of het al dan niet een nevenfunctie betreft uit hoofde van het ambt; d) of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is; en e) indien bezoldigd wat de inkomsten daaruit zijn. 3. De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Artikel 2.1.2 1.De wethouder levert de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het ambt.

Als gaande de uitoefening van het ambt een nieuwe nevenfunctie aanvaard wordt of de omstandigheden met betrekking tot bestaande nevenfuncties wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aangeleverd bij de gemeentesecretaris, 2.De informatie betreft in ieder geval: a) de omschrijving van de nevenfunctie; b) de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht; c) of het al dan niet een nevenfunctie betreft uit hoofde van het ambt; d) of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is; en e) indien bezoldigd – voor zover deze openbaar gemaakt moeten worden - wat de inkomsten daaruit zijn. 3.De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

(…) Gemeentewet Artikel 41b: 1 Een wethouder vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn wethouderschap. 2 Een wethouder meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de raad. 3 Een wethouder maakt zijn nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis. 4 Een wethouder die zijn ambt niet in deeltijd vervult, maakt tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten. 5 Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen bedoeld in artikel 31 van die wet.

MEMO – Bijlage II zaaknummer:

698627

afdelingsnaam:

BenO-Ruimtelijke Kwaliteit

steller:

Marc Dols

memo bij voorstel:

Procedure bestuurlijke nevenfuncties (T19-119 en M19-095);

Beantwoording motie ‘Lessen voor de toekomst’ (M19-095), d.d. 9 september 2019 In de motie ‘Lessen voor de toekomst’(M19-095) verzoekt de raad het college uiterlijk in 2020 Q1 voorstellen aan de raad voor te leggen, waarmee de hieronder genoemde aanbevelingen uit het BING onderzoek worden geëffectueerd: a. de aanbeveling om de raad bij toekomstige situaties altijd op de hoogte te stellen van het voornemen om via een ‘qualitate qua’ functie collegeleden en/of ambtenaren in privaatrechtelijke organisaties te laten participeren; b. de aanbeveling om de definitie van de q.q. functie alsmede de gewenste normering t.a.v. het participeren in privaatrechtelijke organisaties vast te leggen in de gedragscode voor het college van B&W; c. de aanbeveling om het gesprek aan te gaan over de toekenning van subsidiemiddelen, waarbij nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan de situatie waarin een wethouder, die hierop toeziet vanuit een functie aan de ontvangende kant, dezelfde persoon is als de wethouder aan de verstrekkende kant die bij mandaat beslist over toekenning, alsmede de hoogte van het mandaat (ref. gewijzigd mandaatbesluit 2016); d. de aanbeveling om het stellen van nadere regels te stellen en om vorm te geven aan de nodige praktische verbeteringen voor de melding, vastlegging en openbaarmaking van nevenfuncties; Hieronder vindt u de beantwoording: Ad a.

de aanbeveling om de raad bij toekomstige situaties altijd op de hoogte te stellen van het voornemen om via een ‘qualitate qua’ functie collegeleden en/of ambtenaren in privaatrechtelijke organisaties te laten participeren; Antwoord: Zie memo – bijlage I ‘Procedure rondom het aanvaarden, melden en neerleggen van bestuurlijke (q.q.) nevenfuncties’. Ad b. De aanbeveling om de definitie van de qualitate qua functie alsmede de gewenste normering t.a.v. het participeren in privaatrechtelijke organisaties vast te leggen in de gedragscode voor het college van B&W. Antwoord: De qualitate qua (q.q.-)nevenfunctie kan worden gedefinieerd als een functie die wordt aanvaard uit hoofde van een politieke functie c.q. rol die de betrokken persoon heeft bij de gemeente en die bij het beëindigen van de functie bij de gemeente wordt beëindigd c.q. overgedragen aan de opvolger bij de gemeente. Als normering geldt dat het college aan de raad toelicht waarom het aanvaarden van de nevenfunctie wenselijk en passend is. De procedure waarmee de raad hierover wordt geïnformeerd is toegelicht in de memo – bijlage I ‘Procedure rondom het aanvaarden, melden en neerleggen van bestuurlijke (q.q.) nevenfuncties’.

In de Gedragscode Integriteit van het college van B&W, vastgesteld op 16 september 2015 door de raad, zijn geen regels opgenomen rondom de aanvaarding, melding en het neerleggen van bestuurlijke (q.q.-) nevenfuncties. Na het vaststellen van de memo ‘Procedure rondom het aanvaarden, melden en neerleggen van bestuurlijke (q.q.-)nevenfuncties’ zal het college in Q1 2021 deze procedure middels een raadsvoorstel opnemen in de Gedragscode Integriteit van het college van B&W. Ad c. De aanbeveling om het gesprek aan te gaan over de toekenning van subsidiemiddelen, waarbij nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan de situatie waarin een wethouder, die hierop toeziet vanuit een functie aan de ontvangende kant, dezelfde persoon is als de wethouder aan de verstrekkende kant die bij mandaat beslist over toekenning, alsmede de hoogte van het mandaat (ref. gewijzigd mandaatbesluit 2016). Antwoord: Het college heeft op 2 september 2020 het mandaatbesluit gewijzigd waardoor het mandaat aan een individuele wethouder is komen te vervallen. Daarmee kan de door in de motie ‘Lessen voor de toekomst’(M19/095) geschetste situatie niet meer voorkomen: subsidiebesluiten worden voortaan óf door het college óf ambtelijk in mandaat genomen. U bent hierover geïnformeerd met Raadsinformatiebrief 2020/50. Ad d.

De aanbeveling om het stellen van nadere regels te stellen en om vorm te geven aan de nodige praktische verbeteringen voor de melding, vastlegging en openbaarmaking van nevenfuncties”. Ten einde deze aanbeveling te effectueren heeft het college het memo ‘Procedure rondom het aanvaarden, melden en neerleggen van bestuurlijke (q.q.)nevenfuncties’ vastgesteld. U wordt hierover geïnformeerd door Raadsinformatiebrief 2020-61 d.d. 6 oktober 2020.

Motie M19/95 Contactpersoon: Olaf Streutker

Motie “Lessen voor de toekomst” De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 18 september 2019, gehoord hebbende: • de beraadslagingen van de raad bij de behandeling van de rapportage opgesteld door bureau BING naar aanleiding van integriteitsmeldingen d.d. april 2019 overwegende dat: • het van belang is dat we, naast het politieke oordeel over de betreffende wethouder, lering trekken voor de toekomst; • het presidium reeds heeft toegezegd om de diverse aspecten van het proces rondom onderhavig onderzoek te evalueren en een voorstel uit te werken voor een vernieuwd stappenplan integriteit; • de overige aanbevelingen uit paragraaf 5.3 door velen onderschreven worden; • het derhalve van belang is dat de raad alsnog aanvullende uitspraken doet; verzoekt het college uiterlijk in 2020 Q1 voorstellen aan de Raad voor te leggen, waarmee de hieronder genoemde aanbevelingen uit het BING onderzoek worden geëffectueerd: de aanbeveling om de raad bij toekomstige situaties aftijd op de hoogte te stellen van het voornemen om via een ‘qualitate qua’ functie collegeleden en/of ambtenaren in privaatrechtelijke organisaties te laten participeren; b. de aanbeveling om de definitie van de q.q. functie alsmede de gewenste normering t.a.v. het participeren in privaatrechtelijke organisaties vast te leggen in de gedragscode voor het college van B&W; c.

de aanbeveling om het gesprek aan te gaan over de toekenning van subsidiemiddelen, waarbij nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan de situatie waarin een wethouder, die hierop toeziet vanuit een functie aan de ontvangende kant, dezelfde persoon is als de wethouder aan de verstrekkende kant die bij mandaat beslist over toekenning, alsmede de hoogte van het mandaat (ref. gewijzigd mandaatbesluit 2016); d. de aanbeveling om het stellen van nadere regels te stellen en om vorm te geven aan de nodige praktische verbeteringen voor de melding, vastlegging en openbaarmaking van nevenfuncties; a.

Bestandsnaam: M19-95 Motie Lessen voor de toekomst (005)

3,

0

t

çg

tQ

r •

.3.) c

‘h

3, 2

Ir z:

t—;;

-r :.

.

t:

.2 t> 3

2

ii

o 3,

Ir

c.

2

2’ 0

0

1

-

Ir

3,

Ç

tjr

1

1

2

z

-?;

7

t t

•31

3)

2’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=2a33e2d0-73f7-4c0a-a080-d08ebc7d1483