Programmabegroting 2026 - Raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL zaaknummer:
1872281
afdelingsnaam:
Interne Advisering
steller:
Ivan Vrouwe
telefoonnummer
+31356291267
onderwerp:
Programmabegroting 2026
Voorstel 1. 2. 3. 4.
De programmabegroting 2026 vast te stellen met daarin € 417.414.139 lasten en € 416.147.590 baten met een nadelig saldo van € 1.266.549; De in de jaarschijf 2026 opgenomen kredieten in het investeringsprogramma, opgenomen in hoofdstuk 5.3, te verlenen met uitzondering van de met sterretjes gemarkeerde posten; De subsidiestaat voor 2026, opgenomen in hoofdstuk 5.6, vast te stellen. Te sturen op een maximale schuldquote van 130% over een tijdshorizon van 10 jaar en motie M21-87 in te trekken.
Planning Titel Programmabegroting 2026
Toelichting Op grond van artikel 191 van de Gemeentewet stelt de raad de begroting vast.
BEELDVORMING 5 november 2025 (Gezamenlijke commissie)
OORDEELSVORMING 5 november 2025 (Gezamenlijke commissie)
BESLUITVORMING 12 november 2025
Samenvatting
Ter vaststelling ligt voor de Programmabegroting 2026. Met het vaststellen van de gemeentelijke begroting geeft u toestemming voor het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven zoals beschreven in de Begroting 2026.
Inleiding
Op grond van artikel 191 van de Gemeentewet stelt de raad de begroting vast. Op 11 juni 2025 heeft u ingestemd met de Voorjaarsnota 2025 als uitgangspunt voor het opstellen van de Begroting 2026 en de daarbij behorende meerjarenraming.
Probleemstelling/doel
Het doel van deze behandeling is het vaststellen van de Programmabegroting 2026. Met het vaststellen van de gemeentelijke begroting geeft u toestemming voor het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven zoals beschreven in de Begroting 2026. Daarnaast kunnen wij dan ook voldoen aan de verplichting om voor 15 november 2025 de door de raad vastgestelde begroting in te dienen bij Gedeputeerde Staten. Op 11 juni 2025 heeft u ingestemd met de Voorjaarsnota 2025. In de voorliggende begroting zijn de kaders uit de voorjaarsnota verder uitgewerkt en zijn alle aanvullende raadsbesluiten, autonome ontwikkelingen, actualisaties van bestaand beleid en technische herberekeningen opgenomen. In de vijf begrotingsprogramma’s is uitgewerkt wat wij willen bereiken (ambities), wat wij 1
daarvoor gaan doen (activiteiten) en wat dit kost (middelen). In vergelijking met de begroting van vorig jaar is een aantal indicatoren niet meer opgenomen of aangepast. Een overzicht hiervan is als bijlage toegevoegd (bijlage 2). Het college van B en W heeft besloten om als financiële strategie te sturen op de maximale schuldquote van 130% over een tijdshorizon van 10 jaar. Het college vraagt bij de voorliggende de programmabegroting 2026 in te stemmen met het laten te vervallen motie van M21-87 en in te stemmen om als financiële strategie te sturen op een maximale schuldquote van 130% over een tijdshorizon van 10 jaar. Bij de uitwerking van bovenstaande financiële strategie (Raadsinformatiebrief van 15 juli 2025 (2025-63)) was de schuldquote over een tijdshorizon van 10 jaar 162%. Op basis van de Programmabegroting 2026 is de schuldquote over een tijdshorizon van 10 jaar herrekend en komt deze uit op 159%. Bedragen x € 1.000
Omschrijving
Voorjaarsnota 2025
Begroting 2026
Maximale Schuldquote
Actuele schuld
99.330
31.700
131.700
Investeringen
528.700
518.448
399.381
Schuld (10 jaar)
628.030
650.148
531.081
Baten Netto schuldquote*
387.600 162%
408.598 159%
408.524 130%
* aannames/berekeningen in lijn met financiële strategie (RIB 2025-63)
Het blijkt dat de grens van 130% over een termijn van 10 jaar met ongewijzigd beleid mogelijk wordt overschreden. Deze analyse is gebaseerd op aannames en onzekerheden maar geeft wel een indicatie van de uitdagingen die op ons afkomen. Beperkte realisatiekracht, zowel intern als extern, is een grote onzekere factor bij de inschatting van de schuldquote over een periode van 10 jaar. In de aannames is nog geen rekening gehouden met de ontwikkelingen aan de inkomstenkant en ook de exploitatie/investeringen zijn niet geïndexeerd. Ten opzichte van de uitwerking van bovenstaande financiële strategie is er een verbetering zichtbaar. Derhalve blijft de conclusie ongewijzigd: Wel aanleiding om te blijven monitoren, maar vooralsnog geen reden tot zorg of aanleiding tot bijsturen.
Argumenten
1.1 De basis voor de financiën is actueel Het vertrekpunt voor de begroting is de Voorjaarsnota 2025 die de gemeenteraad voor de zomer vaststelde. In de voorliggende begroting zijn de kaders uit de Voorjaarsnota verder uitgewerkt en zijn alle aanvullende raadsbesluiten, autonome ontwikkelingen, actualisaties van bestaand beleid en technische herberekeningen verwerkt. Een belangrijk onderdeel van de begroting is de uitkering van het rijk uit het gemeentefonds. Informatie over de ontwikkelingen van die uitkering deelt het rijk met de gemeenten in de vorm van circulaires, die een paar maal per jaar verschijnen. De uitkeringen uit het gemeentefonds zijn gebaseerd op de meicirculaire 2025. 2.1 De Kredietverlening investeringen 2026 ligt conform vigerend beleid voor De financiële verordening (art 4 lid 6) bepaalt dat het college bij de begrotingsbehandeling aangeeft voor welke nieuwe investeringen zij op een later tijdstip een apart voorstel aan de raad doet toekomen voor autorisatie van het investeringskrediet. Deze kredieten zijn met sterretjes gemarkeerd. De overige investeringen jaarschijf 2026 worden bij de begrotingsbehandeling geautoriseerd.
2
3.1 De Subsidiestaat is opgenomen in de Programmabegroting 2026 Het Rekenkameronderzoek van 14 juni 2022 naar subsidieverstrekking benadrukt de behoefte aan verbeteringen met betrekking tot rechtmatigheid. Er zijn subsidieregelingen vastgesteld voor verschillende beleidsvelden, maar voor beleidsvelden zonder dergelijke regelingen wordt gewerkt met begrotingssubsidies, zoals benoemd in artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht. Op de subsidiestaat worden de betrokken organisaties apart vermeld als een manier om subsidies rechtmatig toe te kennen, zonder dat er een specifieke subsidieregeling nodig is. 4.1 Sturen op de schuldquote is de beste financiële strategie voor het behoud van een solide financiële positie op de lange termijn. Ambities voor nieuwe investeringen kunnen leiden tot een oplopende schuldpositie welke kan gaan knellen als gevolg van stijgende rente- en afschrijvingslasten die binnen de begroting moeten worden gedekt. Door bij investeringsbeslissingen ook de schuldquote op de lange termijn (10 jaar) mee te wegen wordt de financiële positie van de gemeente Hilversum op een verantwoorde wijze bewaakt in samenhang met ambities en de maatschappelijke opgave van de stad.
Kanttekeningen N.v.t.
Financiën, middelen & capaciteit
De begroting voor 2026 heeft een incidenteel nadelig saldo van € 1,3 miljoen. De jaren daarna laten een positief begrotingssaldo zien. In het ‘verschoven’ ravijnjaar 2028 is wel sprake van een daling ten opzichte van 2027, maar desondanks is er sprake van een positief begrotingssaldo. Onze financiën voor de jaren 2026 tot en met 2029 zien er als volgt uit: Bedragen x € 1.000 Omschrijving
2026
2027
2028
2029
Vertrekpunt Voorjaarsnota 2024 (stand)
500
-3.988
0
-1.198
Effecten meicirculaire 2025 (mutatie)
-1.400
-1.312
-1.200
-1.702
Ontwikkelingen Begroting 2026 (mutatie)
2.167
729
96
-1.722
Begrotingssaldo (stand)
1.267
-4.570
-1.104
-4.623
Nadeel
Voordeel
Voordeel
Voordeel
Uitvoering
Na vaststelling door de raad wordt de programmabegroting ingediend bij Gedeputeerde Staten. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
23 september 2025 de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top
Bijlage(n) 1. 2.
Programmabegroting 2026 Overzicht van aanpassing indicatoren 3
4