Position Paper Financiële Strategie
Tekst van het document
Bijlage 1: Position Paper Financiële Strategie 1. Inleiding Bij de behandeling van de Kadernota 2021 op 9 juni 2021 heeft de raad aandacht gevraagd voor solide gemeentelijk financieel beleid. Overweging daarbij was het voornemen van het college een aantal gebiedsontwikkelingen te gaan realiseren. Dat heeft geresulteerd in een motie M21-87, de zogenaamde ‘motie Blok’, waarin het college is opgedragen haar structurele beleid zodanig in te richten dat het bereiken van de meest risicovolle signaleringswaarden wordt voorkomen. Het college is gevraagd om voortaan bij kadernota’s en begrotingen aan te geven hoe het financieel beleid uitwerkt en wat er aan gedaan wordt om die meest risicovolle ‘categorie C’ te voorkomen. Bij de behandeling van de MPG 2024 heeft de raad de vraag gesteld of motie Blok als financiële strategie het beste uitgangspunt is. In deze notitie wordt deze vraag beantwoord in samenhang met de MPG 2025-2028 vanuit vier invalshoeken: • • • •
Financiële kengetallen Realisatiekracht en investeringsopgaven Onzekerheden en betaalbaarheid Financiële Strategie.
Onder ‘Financiële Strategie’ wordt aan de hand van drie scenario’s een mogelijke aanpak geboden om op een verantwoorde wijze de financiële positie van de gemeente Hilversum te blijven bewaken in samenhang met de maatschappelijke opgave van de stad.
2. Financiële kengetallen Het BBV schrijft sinds 2015 voor dat in de paragraaf Weerstandsvermogen zes kengetallen worden opgenomen. De kengetallen dienen in samenhang te worden beoordeeld, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. De financiële positie is geen doel op zich maar moet worden bekeken in samenhang met de totale maatschappelijke opgave van de stad. Het te bereiken maatschappelijke rendement en de bijdrage aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn hierbij van evident belang. De financiële positie is ondersteunend aan het afwegingsproces en moet het bestuur helpen verantwoorde keuzes te kunnen maken voor de (middel)lange termijn. Van de Provincie Noord-Holland is een handreiking ontvangen om de kengetallen te kwalificeren aan de hand van signaleringswaarden die afkomstig zijn van de stresstest voor 100.000+ gemeenten. De signaleringswaarden hebben de volgende indeling:
1
Omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf dient plaats te vinden, wordt aan de categorieën door de provincie geen normering gegeven. Wel meldt de provincie dat over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest risicovol. Deze volgende tabel met financiële kengetallen is overgenomen uit de Programmabegroting Hilversum 2025-2028.
Toelichting op de kengetallen Kengetal 1. Netto schuldquote Betekenis De netto schuldquote geeft inzicht in de mate waarin de schuldenlast drukt op de exploitatie. De netto schuldquote is het percentage van de netto schuld ten opzichte van de jaarlijkse inkomsten van de gemeente. Het percentage dat hieruit voortkomt, geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Voor dit kengetal geldt: hoe lager, hoe beter. Beoordeling Het percentage bedraagt 64% in 2025 en valt daarmee in de categorie ‘minst risicovol’. In de jaren 2026-2028 is een reeks te zien met oplopende percentages. Toch valt in de komende jaren dit kengetal nog steeds in de categorie ‘minst risicovol’. De oplopende percentages worden veroorzaakt doordat de schulden vanaf 2024 ieder jaar oplopen, terwijl de inkomsten, waartegen in dit kengetal de schuldenlast wordt afgezet, maar licht stijgen. Het kengetal is gestegen ten opzichte van de jaarstukken vanwege een stijging in de schulden en de inkomsten.
2
Kengetal 2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Betekenis Dit kengetal verschilt maar op één punt van het vorige: in dit kengetal worden uitgeleende gelden buiten beschouwing gelaten. Die komen immers normaal gesproken weer terug naar de gemeente. Bij een groot bedrag aan uitgeleende gelden zal het percentage lager (lees: gunstiger) uitvallen dan het percentage onder 1 hierboven. Het college ziet de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen als een waardevol kengetal. Beoordeling Dit kengetal valt met 58% logischerwijs lager uit (gunstiger) dan het vorige en bevindt zich in dezelfde ‘minst risicovol’ categorie. De ontwikkeling van dit kengetal laat hetzelfde verloop zien als de netto schuldquote. Het kengetal is net als het vorige kengetal gestegen ten opzichte van de jaarstukken vanwege een stijging in de schulden en de inkomsten.
Kengetal 3. Solvabiliteitsratio Betekenis De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate het bezit van de gemeente is gefinancierd met eigen vermogen, of anders gezegd, in welke mate het bezit is afbetaald. Voor dit kengetal geldt: hoe hoger, hoe beter. Solvabiliteit is in de private sector van groter belang dan in de publieke sector. Dit komt omdat deze ratio voor de private sector een basis is waarop o.a. de leencapaciteit wordt bepaald. Bij publieke organisaties is dat niet het geval. Dat kengetal geeft aan in hoeverre de rentelasten en aflossingen binnen de exploitatie kunnen worden opgevangen. Om die reden beschouwen we de solvabiliteitsratio van minder belang en kijken we vooral naar het kengetal netto schuldquote. Beoordeling Het percentage in deze begroting is 23% en het kengetal valt daarmee in categorie B. Daarbij geldt dat dit kengetal enigszins geflatteerd is doordat Hilversum haar balans relatief conservatief gewaardeerd heeft. De activa (het bezit) op de balans is op basis van de historische kostprijs gewaardeerd en daardoor lager gewaardeerd dan de waarde die het nu in de markt vertegenwoordigt. Doordat veel activa (het bezit) te laag gewaardeerd is, valt ook automatisch het eigen vermogen en dus het kengetal te laag (ongunstiger) uit. De solvabiliteitsratio is voor de jaren 2025 tot en met 2028 op of boven de 20%.
Kengetal 4. Grondexploitatie Betekenis Dit percentage is de uitkomst van de vergelijking van de waarde van onze grondexploitaties met de jaarlijkse inkomsten van de gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Hoe lager dit percentage is, hoe minder risico de gemeente loopt. Een negatief kengetal betekent dat er op dat moment geen boekwaarde is die moet worden terugverdiend door verkoop van grond en dat de gemeente volgens de actuele kaders geen risico loopt op de voorraden grond.
3
Beoordeling De hoogte van dit kengetal voor Hilversum bedraagt in 2025 1,5% en ligt ruim onder het percentage van 20%, die in de handreiking van de provincie als meest gunstige wordt beoordeeld. Ook in de jaren 2026-2028 toont het kengetal een nagenoeg zelfde verloop.
Kengetal 4. Structurele exploitatieruimte Betekenis De structurele exploitatieruimte geeft aan in hoeverre de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken. Anders gezegd, een percentage van 0 of hoger geeft aan dat Hilversum geen structurele kosten dekt met incidentele inkomsten. Beoordeling Het kengetal is in 2025 0,5%. Het kengetal is goed zolang het niet negatief is. Een negatief getal betekent immers dat structurele lasten ten dele met incidentele baten worden gedekt. Het gevaar daarvan is dat, als die incidentele inkomsten wegvallen, er een gat in de begroting en jaarrekening kan ontstaan. In 2026 is het kengetal negatief vanwege het ravijnjaar met een niet sluitende begroting in dat jaar als gevolg.
Kengetal 5. Belastingcapaciteit Betekenis Dit kengetal geeft aan hoe de gemiddelde woonlasten in Hilversum zich verhouden tot de landelijk gemiddelde woonlasten. Tot de woonlasten worden gerekend de onroerendezaakbelasting, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Beoordeling Voor 2025 ligt de uitkomst op 97%. Dat betekent dat de gemiddelde lasten in Hilversum op het landelijk gemiddelde liggen.
Onbenutte belastingcapaciteit Naast belastingcapaciteit kan de financiele positie ook beoordeeld worden aan de hand van potentiele weerstandscapaciteit. Deze is niet direct beschikbaar maar geeft aan welke ruimte er is om de beschikbare weerstandscapaciteit te verhogen. Het verhogen van de beschikbare weerstandscapaciteit is ‘één van de knoppen’ waar, onder andere voor grote opgaven, aan gedraaid zou kunnen worden om het weerstandsvermogen te verhogen.
De onbenutte belastingcapaciteit staat los van de algemene uitkering Rijk. De algemene uitkering wordt weliswaar mede bepaald door de ƒOZB-waarde maar het wordt aan de gemeente zelf overgelaten welk gedeelte van de wettelijk gemaximeerde belastingcapaciteit wordt benut. 4
Algeheel oordeel van de financiële positie op basis van de programmabegroting 2025-2028 Het BBV schrijft voor: “een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie”. Volgens de nota van toelichting bij het wijzigingsbesluit is het aan het college van burgemeester en wethouders om die beoordeling te geven. Alle kengetallen zijn bij de begroting 2025 beoordeeld als goed. In combinatie met het weerstandsvermogen, dat als uitstekend wordt beoordeeld, heeft de gemeente Hilversum een degelijke financiële positie heeft. De gemeente Hilversum wil haar financiële positie op orde hebben. Hiertoe stelt het college als randvoorwaarden een sluitende begroting, gedegen risicomanagement en een robuuste algemene reserve, waarbij de lasten voor de burger zo min mogelijk stijgen. Op basis van de in de programmabegroting 2025 opgenomen cijfers beoordeelt het college de financiële positie als goed.
3. Realisatiekracht en investeringsopgaven Over de ramingen van de investeringsbedragen voor de komende jaren wordt in de begroting 2025 opgemerkt dat de realisatie van investeringen de afgelopen jaren structureel achterblijft bij de in de begroting geraamde bedragen. De bedragen genoemd in de jaarschijven van het Investeringsprogramma (IP) worden niet volledig in het genoemde jaar uitgegeven als gevolg van fasering in de uitgaven, waardoor verschuivingen optreden naar volgende jaren. De bedragen in kolom 2025 van het IP worden niet volledig uitgegeven in het jaar 2025 maar deels ook in 2026, 2027, 2028 en verdere jaren. Hetzelfde geldt voor de genoemde bedragen in de kolommen 2026, 2027 en 2028. Voor wat betreft de raming van de financieringsbehoefte ten behoeve van de investeringen wordt bij het opstellen van de liquiditeitsprognose rekening gehouden met de drie hierboven genoemde opmerkingen door een aanname te doen over de werkelijke realisatie van investeringen in de komende jaren. In de begroting 2025 gaan we er daarom vanuit dat er in de jaren 2025-2028 jaarlijks voor een bedrag van € 30 miljoen wordt uitgegeven ten behoeve van investeringen. Het jaarlijkse bedrag van € 30 miljoen sluit daarmee niet aan bij de jaarkolommen zoals opgenomen in het Investeringsprogramma.
De doorlooptijd van projecten is afhankelijk van externe en interne factoren zoals de ambtelijke capaciteit van de gemeente, maar ook van beschikbaarheid en uitvoeringscapaciteit van externe partijen of van beperkingen in de openbare ruimte. Momenteel is sprake van een steeds groter wordende spanning met betrekking tot de ambtelijke capaciteit als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt, de wet DBA (inhuur personeel) en de besparingen op de organisatie. Deze ontwikkeling heeft onder andere invloed op de realisatiesnelheid van de investeringen. Om de beschikbare capaciteit van de gemeente bij het realiseren van investeringen ook efficiënt in te kunnen zetten is het noodzakelijk om een werkvoorraad aan te houden. Er is als het ware sprake van een permanente boeggolf aan investeringen die de organisatie voor zich heeft liggen. Team Financiën is overigens bezig om met automatisering de planning van investeringen te verbeteren.
5
De correctie op basis van realisatiekracht naar € 30 mln per jaar kan worden onderbouwd vanuit de gerealiseerde uitgaven in de afgelopen jaren. 50.000.000
Investeringen volgens jaarstukken 40.000.000 30.000.000 20.000.000 10.000.000 2019
2020
2021
2022
2023
2024
Gemiddeld is de afgelopen 6 jaar ongeveer € 21,0 mln per jaar aan investeringen gerealiseerd. In 2024 waren de investeringen met € 41,0 mln hoger dan gemiddeld omdat in dat jaar de multifunctionele accommodatie De Lelie voor € 8,5 mln is gerealiseerd die in de jaren daarvoor was voorbereid en door een verwerving van € 11,7 mln.
De investeringsopgaven Regulier investeringsprogramma Het reguliere investeringprogramma is per eind 2024 in beeld gebracht. Voor de programma’s Wonen en Leven, Zorg, IHP, Bestuur en Financiën is per eind-2024 voor € 262,2 mln aan kredieten beschikbaar gesteld, waarvan € 166,2 mln nog te realiseren is. Daarnaast is er voor deze programma’s voor € 119,3 mln aan kredieten gepland die nog aangevraagd moeten worden. Totaal gaat het om nog te realiseren investeringen van € 285,5 mln.
6
MPG 2025 In bijgaande grafiek uit de MPG 2025 is de investeringsbehoefte van de perspectiefgebieden in beeld gebracht.
Hierin wordt het saldo van de investeringsbehoefte getoond van (alleen) de MPG; het saldo van uitgaven en inkomsten. Een flink deel van de uitgaven van grondexploitaties wordt gecompenseerd door inkomsten. Om een beeld te krijgen van de realisatieopgaaf in de MPG 2025 zijn in onderstaand overzicht de ‘nog te realiseren uitgaven’ opgenomen van drie grote projecten over de periode tot 2035. Stationsgebied (Stationsplein en Koninginneweg) •
Uitgaven Grex
• Investeringen ondergrondse fietsenstalling & centrumring Bruisend Hart
€ 21,2 mln € 63,3 mln
•
Uitgaven Grex
€ 8,3 mln
•
Verwerving
€ 6,3 mln
Arenapark •
Uitgaven Grex
€ 67,6 mln
•
OV-knooppunt
€ 56,1 mln
De totale realisatieopgaaf (de uitgaven) van deze ontwikkelgebieden uit de MPG bedragen € 222,8 mln. De resterende kredietbehoefte van deze ontwikkelgebieden is lager door de grex-inkomsten. Naast de ontwikkelgebieden wordt momenteel voor het project Sportpark en Sportcomplex (geen onderdeel MPG) een ‘omvangrijke’ investering gepland. 7
Samen met de investeringsopgaaf voor de reguliere programma’s gaat het om een totale te realiseren ambitie van € 500 tot € 600 mln. Conclusie Uitgaande van een realisatiekracht van ongeveer € 30 mln per jaar en de omvang van de ambitie blijkt dat het van belang is om de integrale schuldpositie te beoordelen over een langere periode dan de 4 jaar. 4. Onzekerheden en betaalbaarheid Het weerstandsvermogen van de gemeente geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om de financiële gevolgen van eventuele optredende risico’s op te vangen zonder dat het vastgestelde beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Het weerstandsvermogen geeft de verhouding aan tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (de beschikbare middelen) en de benodigde weerstandscapaciteit (het risicoprofiel). Door het weerstandsvermogen te toetsen kan worden geborgd dat de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige investeringen in verhouding staan tot de vermogenspositie van de gemeente. De focus hierin ligt op hoevéél er opgevangen kan worden, niet hoofdzakelijk op wát er mogelijk opgevangen moet worden (de individuele risico’s). Inzicht in het weerstandsvermogen draagt bij aan de overwegingen in het kader van mogelijke toekomstige plannen en ontwikkelingen.
Inzicht in risico’s dient de discussie over risicobereidheid; dat is de afweging in hoeverre mogelijk toekomstige risico’s als aanvaardbaar worden beoordeeld. In die afweging wordt de financiële- en vermogenspositie van de gemeente bezien in het licht van de maatschappelijke opgave van de stad. Naast de eerder genoemde financiële kengetallen is ook de weerstandsratio dus een belangrijke indicator voor de mate waarin de gemeente in staat is om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Het beleidskader bestaat uit de door de Raad vastgestelde Financiële verordening gemeente Hilversum 2022. Deze is verder uitgewerkt in de Nota financieel beleid 2022. De vastgestelde norm is dat het weerstandsvermogen minimaal 1,0 moet zijn. Doel van de gemeente Hilversum op het gebied van risico’s is om te voorkomen dat elke tegenvaller invloed heeft op de voortzetting van vastgesteld beleid.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit twee componenten: • beschikbare weerstandscapaciteit – hoeveel middelen zijn er beschikbaar om risico’s op te vangen (excl. onbenutte belastingcapaciteit), en; • benodigde weerstandscapaciteit – hoeveel middelen zijn er nodig om de geïdentificeerde risico’s op te kunnen vangen De weerstandsfactor zoals berekend bij de begroting 2025 bedraagt 13,3 en kan daarmee als uitstekend worden beschouwd. Echter hierin worden nog niet alle financiële risico’s van nog te openen rexen gereflecteerd. Top 5 risico's Het onderstaande overzicht toont de 5 grootste risico’s zoals opgenomen in het huidige risicoprofiel met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. De top 5 vertegenwoordigt ongeveer 80% van het totale risicoprofiel. Een volledig overzicht van de risico’s die 8
betrokken zijn bij het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit is opgenomen in de begroting van Hilversum 2025.
De berekening van het weerstandsvermogen is een momentopname gebaseerd op én afhankelijk van de omstandigheden en feiten zoals bekend op het moment van berekenen. Bij het opmaken van de begroting 2025 is bijvoorbeeld geen rekening gehouden met mogelijke risico’s die samenhangen met de samenvoeging met Wijdemeren. Opgaaf achterstallig onderhoud Wijdemeren Het is gebleken dat veel onderhoud en investeringen bij Wijdemeren niet is uitgevoerd en niet was opgenomen in eerdere begrotingen. Daardoor is sprake van veel achterstallig onderhoud van bruggen, gebouwen, groen en wegen. Deze (kapitaal)lasten zijn doorberekend en toegevoegd aan het volgende totaalplaatje. In het herstelplan Wijdemeren zijn de benodigde investeringen en de kapitaallasten doorgerekend.
De kapitaallasten zoals die in het herstelplan Wijdemeren worden getoond duiden op een enorme aanvullende investeringsopgaaf in achterstallig onderhoud voor de komende jaren van € 200 tot € 300 mln. Bij de samenvoeging zal overigens de realisatiecapaciteit van Hilversum toenemen. De effecten van deze extra investeringsopgaven zijn niet in de schuldquote opgenomen.
9
Het effect van de kapitaallasten van de investeringen in achterstallig onderhoud op de exploitatierekening van Wijdemeren voor de lange termijn is als volgt:
Conclusie Bij de berekening van de kengetallen in de MPG wordt er van uit gegaan dat de projecten in de komende 10 jaar volgens planning gerealiseerd gaan worden. Dat lijkt op basis van de analyse van de reguliere investeringsopgaven, de ambities in de MPG, risico’s Wijdemeren en de realisatiekracht niet realistisch; het zal langer duren voordat we de investeringen gerealiseerd zullen hebben. Een langere doorlooptijd bij realisatie van ambities heeft een positief effect op de kengetallen. Daarnaast blijkt dat in de MPG-kengetallen geen rekening gehouden wordt met de ambities die samenhangen met vastgoedontwikkeling zoals het Sportcomplex en met de investeringsopgaaf in achterstallig onderhoud van Wijdemeren. Verwerking daarvan heeft een negatief effect op de financiële kengetallen. Het verdient dus aanbeveling om bij de afweging van investeringsbesluiten het integrale beeld financiële beeld van investeringsambities voor de lange termijn in aanmerking te nemen.
5. Financiële strategie De investeringsambities van Hilversum zijn groot; de stad groeit met de samenvoeging met Wijdemeren, heeft flinke opgaven rondom stadsontwikkeling, verduurzaming en vergroening en onderhoud. Dit alles heeft er voor gezorgd dat er een flinke investeringsbehoefte ligt. We willen een Bruisend Hart, Arena/Sportpark, sportcomplex, nieuwe scholen bouwen en de fiets meer ruimte geven. Gelijktijdig loopt Hilversum aan tegen grenzen van de realisatiecapaciteit. Het blijkt niet mogelijk om de investeringen in lijn met de ambities te realiseren. Ook betaalbaarheid van de ambities is een belangrijk aandachtspunt. De grenzen van onzekerheden, realisatiekracht en betaalbaarheid kunnen spanning opleveren op ambities, ook al is de exacte hoogte van de grenzen niet in alle gevallen duidelijk. Risicobereidheid In deze notitie wordt een methodiek voorgesteld om op basis van drie scenario’s de risicobereidheid te bepalen en op basis van een maximale schuldquote de generieke investeringsruimte voor Hilversum te bepalen met een horizon van 10 jaar. Deze investeringsruimte wordt voor de gemeente als geheel vastgesteld. Hierdoor kan een integrale afweging gemaakt worden over alle domeinen, onder meer door een verbinding te maken tussen investeren, exploiteren en de ambitie voor de stad. 10
Deze investeringsruimte kan worden vastgesteld aan de hand van de schuldquote door te kijken naar: •
Hoeveel investeringen Hilversum kan betalen op de lange termijn; oftewel hoeveel ruimte is er in de begroting voor dekking van kapitaal-, exploitatielasten,
•
Realisatiekracht; wat kan redelijkerwijs gerealiseerd worden,
•
Onzekerheden en benodigde weerstandscapaciteit.
Scenario’s Afhankelijk van gewenste risicobereidheid kan de investeringsruimte variëren. Scenario’s voor het bepalen van investeringsruimte zouden er als volgt kunnen uitzien: Scenario risicomijdend Een schuldquote van maximaal 90%. Het realiseren van ambities en de investeringsruimte wordt hierbij beperkt door een relatief veilige schuldquote. De kans dat bij een structureel begrotingstekort door hoge kapitaallasten ingegrepen moet worden met belastingmaatregelen, bezuinigingen of bijstelling van dienstverlening is hierbij het laagst. Scenario risicozoekend Een netto schuldquote van maximaal 160%. Het realiseren van ambities en de investeringsruimte wordt hierbij minder beperkt. De kans dat bij een structureel begrotingstekort door hoge kapitaallasten ingegrepen moet worden met belastingmaatregelen, bezuinigingen of bijstelling van dienstverlening is hiermee het grootst. Scenario risiconeutraal Een netto schuldquote van maximaal 130%. De kans dat bij een structureel begrotingstekort door hoge kapitaallasten ingegrepen moet worden met belastingmaatregelen, bezuinigingen of bijstelling van dienstverlening is hiermee gemiddeld. Hierbij blijft ruimte bestaan voor ambities met aandacht voor een solide financiële positie. Investeringsruimte In de begroting 2025 is het verloop van de schulden als volgt weergegeven.
11
Uitgaande van de begroting 2025 met € 387,0 mln aan baten en een schuldpositie eind-2024 van € 183,7 mln geeft dat het volgende beeld van de investeringsruimte en de mate waarmee de schuldpositie kan toenemen tot de maximale netto schuldquote. Bedragen x € 1 mln Maximale netto schuldquote
Classificatie
Risicobereidheid
90% A Risicomijdend 130% B Risiconeutraal 160% C Risicozoekend *Uitgaande van 2% rente en afschrijven in 50 jaar
Resterende Jaarlijkse investeringsruimte obv kapitaallasten* schuldpositie eind-2024 € 165,00 € 6,60 € 319,00 € 12,76 € 435,00 € 17,40
Nadere toelichting Doordat de totale schuldpositie met een maximale schuldquote begrensd is, moeten benodigde kredieten van alle investeringen mee afgewogen worden, ook financieel rendabele investeringen en investeringen in riolering. Met andere woorden: alle investeringen dienen dus integraal afgewogen te worden omdat deze concurreren binnen dezelfde investeringsruimte. Naast prioriteren kan ook met het temporiseren van investeringsbeslissingen (uitstellen/vertragen) gestuurd op de maximale schuldquote. Met het bepalen van de risicobereidheid en de maximale netto schuldquote kan bij de behandeling van investeringsbesluiten beoordeeld worden of die passen binnen de resterende investeringsruimte en kan motie Blok als financiële strategie losgelaten worden.
12