CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvisie Deel D - Verantwoording

GEMEENTERAAD 15 mei 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie Hilversum 2040 (1161393)7.467 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsvisie Hilversum 2040

Deel D: Verantwoording

Inhoudsopgave Deel D Inhoudsopgave ................................................................................................. 2 1. Procesverantwoording ............................................................................. 3 Vier fasen ...................................................................................................... 3 Participatie in fase 2 ..................................................................................... 4 Inspraak in fase 3 .......................................................................................... 6 Naar een definitieve Omgevingsvisie in fase 4 ............................................. 6 2. Overzicht producten ................................................................................. 7 3. Reeds vastgestelde wijzigingen op de ontwerp Omgevingsvisie ............. 8 4. Nog vast te stellen wijzigingen op de ontwerp Omgevingsvisie ............ 14 Niet (meer) opnemen in de Omgevingsvisie .............................................. 14 Gewijzigd opnemen in de Omgevingsvisie ................................................. 14 Ongewijzigd overnemen in de Omgevingsvisie .......................................... 16 5. Overige beoordelingen ........................................................................... 18

Andere delen van de Omgevingsvisie Deel A: Visie op hoofdlijnen Deel B: Brondocumenten Deel C: Uitwerkingen beleid en toepassingen

2

In fase 2 zijn in een uitgebreid participatieproces mogelijke denkrichtingen verkend over het Hilversum dat we in 2040 willen zijn. De gemeenteraad rondde fase 2 in juli 2022 af door vast te stellen dat de participatieopbrengst goed vertaald is in de zgn. ‘Denkrichting’. De raad gaf het college opdracht om een ontwerp Omgevingsvisie en Milieu Effect Rapportage (PlanMER) op te stellen. De PlanMER brengt objectief in beeld wat de effecten zijn van de keuzes uit de ontwerp-Omgevingsvisie.

1. Procesverantwoording Het proces om te komen tot deze Omgevingsvisie startte in maart 2021 met het vaststellen van een herzien bestuurlijk plan van aanpak door de gemeenteraad. Het plan van aanpak is door de gemeenteraad opgesteld in afstemming met een vertegenwoordiging van bewonersorganisaties. Als de gemeenteraad de Omgevingsvisie in april 2024 vaststelt, hebben gemeente en samenleving er drie jaar aan gewerkt. Dit laatste hoofdstuk beschrijft beknopt het doorlopen proces en zoomt in op de wijze waarop inwoners, ondernemers en organisaties tijdens periode zijn betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie. Alle producten die tijdens dat proces zijn opgesteld, staan genoemd in bijlage 2.

Op 1 februari 2023 rondde de gemeenteraad fase 3 af met het oordeel dat de ontwerp Omgevingsvisie en PlanMER voldoende waren om vrij te geven voor inspraak. Op 19 juli 2023 besprak de gemeenteraad de ingekomen zienswijzen, adviezen en voorstellen van het college en stelde zo’n 40 wijzigingen in de Omgevingsvisie vast. In januari 2024 gaf de gemeenteraad het college advies over het afronden van de Omgevingsvisie en de resterende wijzigingen uit de inspraak.

De Omgevingsvisie als resultaat van een intensief proces De Omgevingsvisie is het resultaat van een uitgebreid en intensief proces. Een proces waar heel veel mensen en organisaties in Hilversum bij betrokken zijn geweest. Ze hebben de gelegenheid benut mee te denken en met elkaar en met de gemeente het gesprek aan te gaan. Zo’n proces is in lijn met de eisen vanuit de Omgevingswet, waarin veel waarde wordt gehecht aan participatie tijdens het opstellen van onder andere Omgevingsvisies. De gemeenteraad neemt uiteindelijk een politiek besluit over de Omgevingsvisie en alle inbreng die daarbij geleverd is.

Fase 4 – het vaststellen van de Omgevingsvisie - wordt afgerond in de gemeenteraad van april 2024. Daarna gaan we er mee aan de slag.

Vier fasen De Omgevingsvisie kwam in vier fasen tot stand. Het zwaartepunt lag bij fase 2: een brede inwonersparticipatie dat diende als zwaarwegend advies aan de gemeenteraad voor het opstellen van de eerste ontwerp-Omgevingsvisie. Fase 1 ging over het gezamenlijk verkennen van de huidige situatie in Hilversum. In april 2021 gaf de gemeenteraad een ‘Omgevingsfoto’ mee aan de participatie in fase 2.

Bovenstaande figuur geeft het proces schematisch weer.

3

Participatie in fase 2

Organisaties aan het woord (maart - april 2022) Over de onderwerpen die door inwoners zijn aangedragen, zijn organisaties uit Hilversum verder met elkaar in gesprek gegaan. Belangenorganisaties, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties werden uitgenodigd tijdens vier bijeenkomsten in maart en april 2022. Twee bijeenkomsten gingen over de fysieke leefomgeving (eerst over het buitengebied en vervolgens over de stad) en twee bijeenkomsten gingen er over ‘hoe we in 2040 samen kunnen leven en werken’. Dit was opgedeeld in de onderwerpen ‘werk & economie’ en ‘voorzieningen’. De resultaten zijn vastgelegd in het verslag ‘Organisaties aan het woord’ (Schrijfburo Terwisscha en Wagenaar, voorjaar 2022).

Het participatieproces voltrok zich deels in een periode van intensieve coronamaatregelen, die allerlei beperkingen met zich meebrachten. In samenspraak met een klankbordgroep van maatschappelijke organisaties en bewonersorganisaties is fors ingezet op het creëren van allerlei mogelijkheden voor inwoners, ondernemers en organisaties om mee te doen aan het gesprek over de toekomst, op een manier die bij de verschillende doelgroepen past. Daarnaast is bewust objectiviteit en transparantie georganiseerd; alle gesprekken zijn door onafhankelijke gespreksleiders geleid en alle verslagen zijn door een onafhankelijk schrijfbureau gemaakt en begeleid door een redactieteam met inwoners en maatschappelijke organisaties. Na elke bijeenkomst kwam een beeldverslag online. Zo kon iedereen alles volgen.

Stadsgesprek (12 mei 2022) Als afsluiting van de tweede participatieronde heeft een Stadsgesprek plaatsgevonden in de Vorstin. Uit ‘Inwoners aan het woord’ en ‘Organisaties aan het woord’ blijkt dat er veel overeenstemming is over de toekomst van Hilversum. Wat overblijft, zijn de zaken waarover de meningen in Hilversum verschillen. Een team van onafhankelijke deskundigen heeft zich over de opbrengsten gebogen en geadviseerd welke drie verschillen in het Stadsgesprek besproken zouden kunnen worden. Dit zijn:

Participatieronde 1 (november 2019 - februari 2020) Tijdens de eerste participatieronde konden inwoners hun ideeën en standpunten laten horen in een burgerpanel, een enquête en een aantal wijkgesprekken. De Coronapandemie heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat deze participatieronde is stilgelegd. De resultaten zijn vastgelegd in een ‘Beeldverslag participatieronde 1’ (bureau Nieuwe Gracht, januari 2021). Inwoners aan het woord (augustus 2021 - maart 2022) Vanaf augustus 2021 is de participatie weer opgepakt en zijn onder meer 8 wijkgesprekken gevoerd, enquêtes afgenomen, ansichtkaarten als post binnengekomen, ideeën op de website geplaatst en bezoekers aan het Atelier van de toekomst ontvangen. Centraal stond de vraag wat inwoners vinden dat goed is aan Hilversum en wat er in de toekomst kan verbeteren. In januari en februari 2022 is extra onderzoek gedaan naar ondervertegenwoordigde groepen: jongeren, jonge gezinnen en inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond. Alle resultaten zijn vastgelegd in het verslag ‘Inwoners aan het woord’ (Schrijfburo Terwisscha en Wagenaar, januari 2022) + het verslag ‘Ondervertegenwoordigde groepen’ (Schrijfburo Terwisscha en Wagenaar, februari 2022).

De openbare ruimte is van ons allemaal: wat heeft prioriteit? Uit de participatie komt duidelijk naar voren: meer ruimte voor de fiets, lopen of spelen, groen en ontmoeten: minder drukte en verkeersveiliger. Maar er is niet opeens meer openbare ruimte en er zijn wél allerlei grote vraagstukken als energietransitie en klimaatadaptatie die ook een plek moeten vinden in de openbare ruimte. In steden zien we steeds vaker slimme oplossingen, zoals deelmobiliteit en transferlocaties aan randen van steden voor mensen en goederen. De vraag voor nu is: wat moet méér en minder prioriteit in de openbare ruimte krijgen? En heeft de auto over 20 jaar nog dezelfde plek in de stad?

4

Hoe kunnen we de natuur behouden en verbeteren en de energietransitie voor elkaar krijgen? Dat we met z’n allen trots zijn op het Hilversumse buitengebied staat volgens de participatie buiten kijf. We zien ook dat het in het buitengebied steeds drukker wordt, de biodiversiteit afneemt en dat het klimaat verandert. In de stad liggen grote uitdagingen op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, klimaat en energie en wordt soms naar het buitengebied gekeken. Lossen we alles op in de stad, of voegen we natuur toe aan de stad om de natuur buiten de stad te ontzien? En is het ontzien van de natuur genoeg om de natuur op peil te houden, of is er meer nodig?

Atelier van de Toekomst en website Tijdens een groot deel van het participatieproces konden mensen binnenlopen in het Atelier van de Toekomst aan de Kerkstraat. Ze konden hier terecht met vragen over de Omgevingsvisie en de participatie én ze konden ideeën achterlaten. Hier is veel gebruik van gemaakt. De participatie schetst duidelijk wat in de samenleving leeft In totaal hebben ruim 5.000 mensen aan een of meer participatie-activiteiten meegedaan. In vergelijking met andere gemeenten die een Omgevingsvisie opstellen, is dat bovengemiddeld veel. Er zijn veel verschillende participatiemiddelen ingezet om iedereen een kans te geven mee te doen. Sommige inwoners voelen zich prettig bij wijkgesprekken of een stadsgesprek, anderen vullen juist liever een enquête in of nemen deel aan een burgerpanel. Het kon allemaal. Er is daarom alle reden om aan te nemen dat de uitkomsten van de participatie breed worden gedragen binnen Hilversum.

Hoe komen we tot veerkrachtige wijken? Onze omgeving verandert. Dat zien we allemaal. Het gaat dan o.a. om de samenstelling van onze bevolking, de manier waarop we werken, winkelen, verplaatsen, omgaan met elkaar en hoe we onze vrije tijd invullen. We willen ons ook in de toekomst thuis voelen in onze omgeving. Met goede voorzieningen en woningen die goed aansluiten bij wat we nodig hebben, ook over 10 of 20 jaar? We zien dat het lastig is een goede volgende woning vinden en we zien in winkelcentra juist minder winkels. Wat is nodig voor meer voorzieningen als winkels, scholen, gezondheidscentra, cultuur en sport in alle wijken? Of willen we juist ‘stadse’ voorzieningen op een paar plekken? En wat is er nodig aan wonen en werken in de wijken om de voorzieningen op peil te houden?

Een belangrijke graadmeter is dat de uitkomsten van het stadsgesprek behoorlijk overeenkomen met een peiling onder het Hilversumse burgerpanel (903 deelnemers). Het burgerpanel is, na toepassing van wegingsfactoren op ondervertegenwoordigde groepen, wijken en leeftijden, statistisch representatief en daarmee een betrouwbare afspiegeling van de samenleving. Een duidelijke denkrichting als basis voor de Omgevingsvisie Vooraf was de verwachting dat er meer uiteenlopende ‘denkrichtingen’ in de participatie zouden ontstaan. Dat blijkt niet het geval: de participatie leidt tot een redelijk eenduidige denkrichting. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zijn het over veel zaken eens en waar ze dat niet zijn gaf het stadsgesprek veel richting. De Denkrichting die de gemeenteraad in juli 2022 vaststelde is daarom een stevige basis onder de Omgevingsvisie.

Ongeveer 200 inwoners en vertegenwoordigers van organisaties gingen met elkaar in gesprek over hun standpunten. De resultaten zijn vastgelegd in het verslag ‘Het Stadsgesprek’ (Schrijfburo Terwisscha en Wagenaar, mei 2022). Enquête De stellingen die tijdens het stadsgesprek aan bod kwamen zijn ook uitgezet in een online enquête. De resultaten van de online enquête zijn vastgelegd in de rapportage ‘Peiling - Omgevingsvisie Hilversum’ (I&O Research, mei 2022).

5

Inspraak in fase 3

Naar een definitieve Omgevingsvisie in fase 4

Op basis van de Denkrichting stelde het college een ontwerp-Omgevingsvisie op en maakte een Milieu Effect Rapportage (PlanMER) om op een objectieve manier de effecten van de ontwerp-Omgevingsvisie in beeld te brengen. Iedereen kon van maandag 6 maart 2023 tot en met 16 april 2023 een zienswijze indienen op ontwerp-Omgevingsvisie en de PlanMER. Via alle kanalen van de gemeente en de nieuwsbrief voor belangstellenden is dat gecommuniceerd. In alle wijken van Hilversum zijn op in winkelcentra en in buurthuizen informatiesessies georganiseerd. Een Stadsgesprek in de Regenboogkerk op 9 maart 2023 werd goed bezocht. Het leidde tot zienswijzen van 92 inwoners en organisaties en adviezen van de Commissie MER (over de PlanMER) en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten.

Op basis van de inspraak stelde het college een zienswijzennota op en stelde daarin de gemeenteraad 68 wijzigingen voor. De gemeenteraad stelde op 19 juli 2023 zo’n 40 wijzigingen vast. Over de overige wijzigingen besluit de gemeenteraad bij vaststelling van de definitieve Omgevingsvisie. Tussentijds heeft de gemeenteraad het college januari 2024 geadviseerd over de afronding van de Omgevingsvisie, wat betreft de vorm, omvang en abstractieniveau en enkele inhoudelijke punten.

Stadsgesprek in de Regenboogkerk

6

Fase 0, plan van aanpak 0a. Omgevingsfoto Antea 2019 0b. Herzien bestuurlijk Plan van Aanpak, maart 2021

2. Overzicht producten In dit hoofdstuk staan alle producten (inhoudelijke rapportages en stukken voor besluitvorming) uit de fasen 1 tot en met 4 chronologisch opgesomd. We noemen hier de belangrijkste.

Fase 1, feiten en cijfers 1a. Geactualiseerde samenvatting Omgevingsfoto 1b. Raadsvoorstel 1c. Hilversumse trendstudie 2022-2026.

Bestuurlijk plan van aanpak (0b) Het herziene bestuurlijk plan van aanpak uit 2021 beschreef de route naar deze Omgevingsvisie en de randvoorwaarden om daar te komen. Elke fase is afgesloten met een raadsbesluit en een voorstel voor de volgende fase.

Fase 2, participatie voorafgaand aan totstandkoming ontwerp OV 2a. Denkrichting participatie 2b. Rapport Inwoners aan het woord 2c. Rapport Organisaties aan het woord 2d. Verslag stadsgesprek 2022 2e. Verslag onderzoek burgerpanel 2f. Raadsvoorstel

Omgevingsfoto Hilversum (0a en 1a) Bij de start van het opstellen van de Omgevingsvisie in 2019 is een zogenaamde Omgevingsfoto gemaakt.1 Dit rapport bevat een zo concreet en feitelijk mogelijk beeld van de huidige situatie, de trends en ontwikkelingen en de te verwachten opgaven voor de fysieke leefomgeving in Hilversum aan de hand van cijfers en kaartbeelden voor 18 ondererpen In april 2021 is een geactualiseerde samenvatting van de Omgevingsfoto gemaakt (1a).

Fase 3, ontwerp Omgevingsvisie 3a. Ontwerp Omgevingsvisie 3b. Ontwerp PlanMER 3c. Ontwerp Passende Beoordeling 3d. Beleids- en projectentoets 3e. Voorzet voor een Hilversums toetsingskader 3f. Raadsvoorstel

Hilversumse trendstudie (1c) Voor de gemeenteraadsverkiezingen is een Hilversumse trendstudie met de belangrijkste trends en ontwikkelingen voor de komende jaren opgesteld. De basis daarvoor is de trendstudie voor gemeenten van Platform 31. Denkrichting participatie (2a) De denkrichting vatte de inbreng van inwoners, ondernemers en organisaties kernachtig samen. Dit is de basis voor de Omgevingsvisie.

Fase 4, zienswijzen en adviezen 4a. Zienswijzennota en afzonderlijke zienswijzen 4b. Advies Commissie MER 4c. Advies CRK+M 4d. Concretisering van doelen 4e. Aanzet ruimtelijke kwaliteit 4f. Aanzet voor gebiedsagenda’s 4g. Raadsvoorstel en amendement A23/94 4h. Verslag stadsgesprek 9 maart 2024 4i. Motie M23/136 en 4j. Commissievoorstel afronden Omgevingsvisie

Ontwerp Omgevingsvisie (3a) en Milieu Effect Rapportage (3b) Gekoppeld aan het opstellen van de Omgevingsvisie is een Milieu Effect Rapportage (PlanMER) opgesteld door een extern bureau. De MER schat feitelijk en onafhankelijk de effecten in van het toekomstbeeld uit de Omgevingsvisie op de leefomgeving. De landelijke Commissie MER heeft over de PlanMER geadviseerd. De adviezen waren onderdeel van de zienswijzennota. In paragraaf 6.5.1 zijn de belangrijkste inzichten opgenomen. 7

tracékeuze, maar kijken daar verder naar. De inbreng uit de zienswijzen wordt daarbij betrokken. 7. Expliciet opnemen dat de Omgevingsvisie geen concrete voorstellen doet om de functies van het MOB-terrein en het vliegveld te veranderen. 8. Onderschrijven van het belang van schuilgelegenheden voor weidedieren conform de Omgevingsvisie Noord-Holland. 9. Opnemen van een aantal tekstuele aanvullingen betreffende het buitengebied: • Onderzoeken welke aanvullende ontsnipperingsmaatregelen bij infrastructuur nodig zijn: de aanleg van o.a. faunatunnels, natuurbruggen en/of wildkerende rasters. Daarbij ook noemen dat nergens zoveel natuurbruggen te vinden zijn als in het gebied rond Hilversum. • Expliciet benoemen dat structureel langjarig behoud van natuurwaarden op landgoederen met het borgen van daarbij behorend beheer altijd het uitgangspunt vormt bij plannen voor ruimtelijke ontwikkelingen. • Waar mogelijk natuurgebieden expliciet te onderscheiden van stedelijk groen en ook expliciet te benoemen dat natuurgebieden een beschermde status als Natuurnetwerk Nederland (NNN) hebben. • Enkele redactionele aanpassingen over het Goois Natuurreservaat. • Aangeven dat stikstof een grote impact heeft op de natuurkwaliteit van de Gooise natuur in zijn algemeenheid en op de biodiversiteit.

3. Reeds vastgestelde wijzigingen op de ontwerp Omgevingsvisie Op 19 juli 2023 stelde de gemeenteraad 40 wijzigingen op de ontwerp Omgevingsvisie naar aanleiding van ingebrachte zienswijzen en adviezen.

De 40 wijzigingen zijn hieronder weergegeven, gecategoriseerd naar onderwerp. Op basis van het advies van de commissie op 17 januari 2024 zijn de wijzigingen zo beknopt mogelijk opgenomen. Hoofdkeuzes 1. ‘Illusielandschap’ opnemen in principe 6 van de denkrichting. 2. De normen voor hoogte uit de ontwerp Omgevingsvisie vooralsnog handhaven en zorgvuldig onderzoeken in de gebiedsagenda’s. 3. De Monumentenverordening en de Erfgoedwet als kader benoemen. Buitengebied, water, bodem 4. Expliciet aangeven dat in het buitengebied ook plek moet zijn voor bedrijfsvoering: regeneratieve landbouw 5. Nadrukkelijker de samenwerkingsovereenkomst met gebiedspartijen voor water benoemen, met: verantwoordelijkheid Waterschap voor beheer en onderhoud oppervlaktewater per 1/1/2024, gezamenlijke ambitie gericht op verder verduurzamen en toekomstbestendig maken van het oppervlaktewatersysteem. Verder de concrete projecten Oude Haven en Gooise Vaart gericht op het schonen van de waterbodem en het beperken van vervuiling in de toekomst benoemen als belangrijke stappen om te gaan voldoen aan de richtlijn. Deze projecten zijn onderdeel van uitvoeringsprogramma Groen. Ten slotte het Watergebiedsplan Hilversum noemen, dat het Waterschap gaat opstellen in 2024 en waar gemeente Hilversum graag aan bijdraagt. 6. Aanscherping van de tekst over fietsrondje Hilversum.

Voor het fietsrondje Hilversum staat in het Programma Groen op kaart 10 een zoekgebied aangegeven. We maken in de Omgevingsvisie nog geen definitieve

Openbare ruimte 10. De tekst uit de uitvoeringsagenda Inclusie over het gebruik van de openbare ruimte door mensen met een beperking overnemen: “De fysieke wereld buiten de voordeur van je eigen huis kan leiden tot uitsluiting voor mensen met een beperking of handicap. De ambitie van de gemeente is dat de gebouwde omgeving toegankelijk is voor iedereen, zoals openbare gebouwen maar ook de buitenruimte met zijn straten, parken en bepaalde speelplekken. Zodat alle mensen er kunnen doen wat zij volgens de bestemming komen doen, ongeacht de beperking of de handicap van de persoon zelf. Door dit in de Omgevingsvisie op te nemen, wordt de 8

toegankelijkheid voor mensen met een handicap of beperking bij (her-) ontwikkelingen van de gebouwde omgeving meegenomen.”

16. Het realiseren in 2040 van 2.000 extra fietsparkeerplaatsen in Hilversum, boven op de lopende projecten zoals het stationsgebied (5.000 fietsparkeerplaatsen) en Bruisend Hart (2.000 fietsparkeerplaatsen). 17. Doorzetten van de Hillyhub en verder onderzoek naar mobiliteits- en goederenhubs bij Kerkelanden, Arenapark en buurtschap Crailo, in combinatie met het neerzetten van pakketkluizen. 18. Voorbereiden en invoeren van zero-emissiezones in 2027 binnen de centrumring en het winkelgebied op De Gijsbrecht. 19. Het verbeteren van ketenmobiliteit (deelvervoer) rond OV-knooppunten. Eerst bij station Hilversum, dan bij Sportpark en ten slotte bij Media Park. 20. Het aanbieden van meer deelauto’s en -fietsen in de wijken, in combinatie met het plaatsen van meer laadpalen en het beschikbaar stellen van parkeervakken voor deelvervoer op straat. Het streven is het aantal publieke laadpalen in 2026 verdubbeld te hebben ten opzichte van 2022 (320 t.o.v. 160) en in 2035 1.000 publieke laadpalen te hebben. Doelstelling is verder om in 2030 in elke vier straten in heel Hilversum twee parkeervakken te hebben voor twee deelvervoer auto’s om uiteindelijk in 2040 elke straat in Hilversum te voorzien van twee deelvervoer plekken. 21. Doen van verder onderzoek naar fietsparkeernormen. In Nederland zijn daar verschillende vormen voor bedacht op basis van CROW-normen.

Mobiliteit/parkeren 11. Toepassing van het STOMP-principe bij het bepalen van prioriteit bij iVRI’s (intelligente verkeersregelinstallaties) en het uitbreiden van het aantal iVRI’s, met als doel een betere doorstroming bij verkeerslichten voor voetgangers, fietsers, scooters en auto’s met ingestelde iVRI’s. Hiermee wordt de reistijd voor voetgangers en fietsers beperkt en worden schone vormen van mobiliteit aantrekkelijker. 12. Een ambitie opnemen om de veiligheid te verbeteren door het maken van een veiligere verkeersomgeving voor alle verkeersdeelnemers door de snelheidsverschillen tussen de verschillende deelnemers te verlagen. Daardoor zal de hoeveelheid ‘ernstige’ ongevallen dalen. 13. Ten behoeve van verkeersveiligheid de snelheid binnen de bebouwde kom – daar waar dat kan – omlaag brengen van 50 km/uur naar 30 km/uur. Daarbij geldt dat de snelheid op de buitenring en de radialen 50 km/uur blijft. We onderzoeken de instelling van een 30 km/uur zone binnen de centrumring, om een autoluwe binnenstad te bevorderen. Er worden gesprekken met de provincie gevoerd om ook de snelheid op de wegen buiten de bebouwde kom te verlagen van 80 km/u naar 60 km/u. 14. Aanleggen van een hoogwaardig en volledig netwerk voor langzaam verkeer (fiets en voetganger), dat veilig (fysiek en sociaal), toegankelijk voor alle gebruikers en comfortabel is.

Onderdeel daarvan is het onderzoeken van vijf doorfietsroutes Hilversum naar Loosdrecht, Amsterdam, Amersfoort, Huizen en Utrecht en fietspaden door de natuur. Een ander onderdeel is herstructurering van de woonstraat, met als doel meer ruimte voor wandelaars, fietsers en gemengd verkeer. Hierbij is extra aandacht voor de omgeving van scholen, verzorgingshuizen, sportparken en andere maatschappelijke voorzieningen. 15. Het realiseren van kansrijke koele, groene routes. Dat doen we door prioriteiten in het beheer- en onderhoudsprojecten af te stemmen op de prioriteiten uit het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit en het programma Groen.

Energietransitie en circulariteit 22. Als teksten bij doel 4 (duurzaam energiesysteem) nemen we in de Omgevingsvisie op: • “Een duurzaam energiesysteem gaat meer ruimte vergen voor energie-infrastructuur in Hilversum voor productie, opslag en distributie. Landelijk gaat het om verdrie- tot vervijfvoudiging van de elektriciteitsvraag in de periode t/m 2050 (TNO scenario klimaatneutraal energiesysteem). Dit betekent ook in Hilversum een verzwaring van de elektriciteitsinfrastructuur en dat heeft impact op de openbare ruimte, boven en onder de grond. Denk daarbij aan minimaal een verdubbeling van het aantal middenspanningsruimtes (elektriciteitshuisjes van circa 2,5 bij 2,5 meter groot) in Hilversum. We werken samen met netbeheerder Liander aan het maken van locatiekeuzes in 9

openbare ruimte en het afstemmen van hun werkzaamheden per buurt. De doorontwikkeling van de energie-infrastructuur gaat verder dan het verzwaren van het elektriciteitsnet alleen, want het gaat om de ontwikkeling van toekomstbestendige, duurzame energie-infrastructuur per buurt. Ook dit vergt samenwerking met netbeheerder Liander, om een schets van de benodigde energie-infrastructuur in 2040 te maken. Zo kunnen we een globale prognose maken van de benodigde ruimte boven en onder de grond, met bijbehorende investeringen en een planning, aansluitend op onder meer gebiedsontwikkelingen” • Bij gebiedsontwikkelingen streven we naar het voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). In sommige gebieden wordt gewerkt een energiepositief, duurzaam energiesysteem, zoals bij Buurtschap Crailo: het ontwerp van een slim, lokaal energiesysteem op zonnepanelen, waarbij vraag en aanbod zoveel mogelijk met elkaar in balans worden gebracht, onder meer door opslag van warmte en elektriciteit. Gebiedsontwikkelingen bieden de kans om een toekomstbestendige energie-infrastructuur te ontwerpen en aan te leggen, bijvoorbeeld op het Arenapark. Maar ook in de buurten waar geen grootschalige gebiedsontwikkelingen gepland zijn, is verduurzaming van het energiesysteem nodig.

Dat gaat om vermindering van de energievraag door gebouwen energiezuiniger te maken, het aanbod van energie te verduurzamen en de bijbehorende energie-infrastructuur aan te leggen. Voor Hilversum als geheel stimuleren we daarom isolatie en zonnepanelen. We werken ook aan buurtprojecten voor een duurzaam energiesysteem, bijvoorbeeld met woningcorporaties en Waternet aan een warmtenet in de buurt bij de RWZI Anna’s Hoeve. Met de indieners van de zienswijze over een toekomstbestendig wijkenergiesysteem in de Meent zijn en blijven we in gesprek. Het is echter niet mogelijk dit idee voor een energiegemeenschap onderdeel te maken van de lopende Proeftuin Aardgasvrije Meent. De Proeftuin is afgebakend. Financieel en beleidsmatig is het idee er niet in te passen. 23. Als tekst bij doel 5 (laadpalen) nemen we de tekstsuggestie van een van de zienswijzen over:

-

“We kiezen voor slim laden en plannen meerdere jaren vooruit voor de aanleg van publieke laadinfrastructuur. Om de energieinfrastructuur op tijd gereed te hebben, is het essentieel om voor meerdere jaren plannen te hebben hoe en waar laadpunten komen voor elektrisch vervoer. We brengen daarom samen met de netbeheerders en partners de toekomstige ontwikkelingen van duurzame mobiliteit en stadslogistiek en de daaraan gekoppelde vraag naar elektra/laadvoorzieningen in kaart. We kiezen in beginsel voor slim laden bij de aanleg van publieke laadinfrastructuur. Met slim laden worden de snelheid en het tijdstip van laden aangepast aan de ruimte op het lokale stroomnet. In (regionale) concessies stellen we eisen aan de toepassingen van slim laden zoals zijn opgenomen in de NAL (Nationale Agenda Laadinfrastructuur).” 24. We vullen de tekst bij doel 6 (circulariteit) aan naar de meest recente stand van zaken op het gebied van circulariteit (jaarplan circulair): “Dit jaarplan draait om het stimuleren van lokale netwerken, projecten en gedragsverandering en om als overheid circulariteit zelf ook te integreren in onze standaard manier van werken. Onze focus is gericht op de gebouwde omgeving en consumptiegoederen, in combinatie met de maakindustrie, omdat we hiermee verwachten de grootste impact op het milieu te hebben.

Zo werken we aan circulaire gebiedsontwikkeling van het Arenapark en stimuleren we het ontstaan van een regionale circulaire bouwketen, met nieuwe samenwerkingen en lokale materiaalstromen. Circulair materiaalgebruik en het repareren van producten wordt in de toekomst vanzelfsprekend. Dit vergt ook ruimte en brengt nieuwe werkgelegenheid in Hilversum, bijvoorbeeld voor materiaalopslag en circulaire ambachten/maakindustrie. Dit verloopt deels door verandering van bestaande bedrijvigheid en deels door de toevoeging van nieuwe, circulaire bedrijven en beroepen”. -> deze wijzing is op hoofdlijnen overgenomen 25. De gemeente volgt waar mogelijk het landelijk beleid waar het uitgangspunt is om biomassacentrales op termijn af te schaffen.

10

wijken. Ook het totaal van de religieuze gemeenschappen heeft organisatiekracht; recent kwam dat tot uiting bij het mobiliseren van vrijwilligers rondom de Oekrainecrisis.

Participatie 26. Aankondigen van een startnotitie Participatiebeleid in hoofdstuk 5. 27. Slaag- en faalfactoren voor communicatie toevoegen aan hoofdstuk 5. 28. Toevoegen van een tekst uit de inclusieagenda over vertegenwoordiging: ”Bij inspraak en beleidsparticipatie voor de gebiedsplannen en bij grote (her-)ontwikkelingen in de stad is het vanuit het aspect inclusie een streven dat alle groepen binnen de samenleving zich vertegenwoordigd weten. We nodigen voor dit doel uitdrukkelijk vanaf de ontwerpfase relevante organisaties uit om input te leveren. Daar waar de organisatiegraad van belangrijke minderhedengroepen (nog) niet zodanig ontwikkeld is zoeken we actief naar individuen in de rol van (getrainde) ervaringsdeskundigen”.

Hilversum is thuis voor een groot en divers aantal gezindten. Er zijn veel religieuze gebouwen (49), waarvan een relatief groot deel met een monumentaal karakter. Veel gemeenschappen zijn in beweging. Soms gaat het om nieuwe gemeenschappen die opkomen en een plek zoeken. Vaker gaat het om gemeenschappen die kleiner worden en onderzoeken hoe zij de instandhouding van de organisatie en het onderhoud van gebouwen kunnen organiseren en financieren. Een deel van de gebouwen kent daarom al allerlei nevenfuncties en een aantal gebouwen is in de afgelopen jaren al herbestemd. De verwachting is dat deze trend zal toenemen. In 2021 kende 66% van de 49 religieuze gebouwen nog religieus gebruik. De verwachting is dat dit in 2036 zo’n 28% zal zijn. In de komende jaren zullen eigenaren van zo’n 50% van de religieuze gebouwen zoeken naar een andere invulling. Een kleiner deel zal de bestaande religieuze functie willen aanvullen met nevenactiviteiten, bijvoorbeeld in het sociaal domein en gericht op de wijk. Omdat er in Hilversum beperkt ruimte is voor maatschappelijke voorzieningen, is het van belang dat deze plekken in beginsel een maatschappelijke functie kunnen behouden.

Wonen 29. Verduidelijken van de percentages betaalbaar en sociaal bij woningbouwaantallen. Voorzieningen / meedoen 30. Het aangekondigde onderzoek naar indicering en noodzaak van voorzieningen uit te breiden met de benodigde spreiding, bereikbaarheid en kansen voor clustering.

Het is zaak om de komende jaren in gesprek te blijven met de religieuze organisaties over de rol die de gemeenschappen in het sociale weefsel van Hilversum kunnen blijven spelen en vraagstukken rondom behoud van monumentale gebouwen, passende en betaalbare huisvesting voor gemeenschappen en (behoud van) maatschappelijke functies voor wijken. Een eerste stap die daarvoor gezet wordt, is het opstellen van een routekaart Religieus Erfgoed. De Routekaart Religieus Erfgoed wordt eveneens gebruikt als input voor het bredere onderzoek naar voorzieningen in wijken en buurten

31. In de Omgevingsvisie wordt een kadertekst opgenomen over die de brede rol die religieuze voorzieningen en organisaties in m.n. het sociaal domein in Hilversum spelen en die uitnodigt tot verdere samenwerking. Concept tekst: De religieuze voorzieningen en gemeenschappen spelen van oudsher een belangrijke rol in Hilversum. Daar is ruimte voor zingevingsvraagstukken en het uiting kunnen geven aan identiteit/levensovertuiging. Religieuze voorzieningen en gemeenschappen hebben in toenemende mate een brede maatschappelijke functie: plekken voor ontmoeting, troost en inspiratie, vaak op kenmerkende en passende plekken in de Hilversumse

11

2. Voor een veilige leefomgeving is samenwerking noodzakelijk 3. De fysieke leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor een veilige leefomgeving: a. Voorkomen of beperken van risico´s vergroot de veiligheid b. De afstand tot risico´s vergroot de veiligheid c. Bouwwerken en omgeving bieden bescherming d. Bouwwerken en gebieden zijn veilig te verlaten e. De omgeving maakt snel en effectief optreden van hulpdiensten mogelijk 4. Iedereen is bekend met risico´s en weet hoe te handelen wanneer dat nodig is

Gezondheid 32. Het onderzoek naar geluid in het kader van nieuw geluidsbeleid aan te vullen met onderzoek naar geluidsnormen. Economie 33. Noemen van de gebiedsontwikkeling Media Park in de kadertekst over het belang van de mediasector (hoofdstuk 4). Daarin komt o.a. tot uitdrukking dat het Media Park één van de belangrijke locaties in Hilversum is die het specifieke stadse/ media karakter van Hilversum vertegenwoordigt. Veiligheid 34. De veiligheidsregio als strategische partner opnemen in paragraaf 4.3.5 35. Nader onderzoek naar de ontwikkelingen met betrekking tot externe veiligheid, inclusief het bepalen van een na te streven veiligheidsniveau. 36. Nader onderzoek naar het verhoogde risico op natuurbranden en maatregelen, zoals de aard van de vegetatie of alternatieven zoals meer sturing op de bouw of gebruik van kwetsbare functies nabij risicovolle natuurgebieden. 37. Opnemen van een algemene kadertekst over het belang van een veilige, fysieke leefomgeving als randvoorwaarde voor locatie- en gebiedsontwikkelingen:

Veiligheid is daarom een vraagstuk dat altijd in thematisch beleid en in gebieds- en locatieontwikkelingen een plaats moet hebben. Er moet steeds op een integrale manier naar veiligheid en gezondheid gekeken worden, omdat elk plan of document nieuwe risico’s kan introduceren. Dit geldt zeker bij nieuwe ontwikkelingen waarvan de risico’s of impact op de fysieke leefomgeving nog niet (volledig) bekend zijn. Als belangrijkste ontwikkelingen ziet de veiligheidsregio daarbij: - Vergrijzing, leidend tot toename van het aantal verminderd zelfredzamen dat nog thuis woont, meer slachtoffers bij brand en ongevallen in huis en een toenemende hulpvraag. Het verdient aanbeveling om in de nadere uitwerking van gebiedsagenda’s aandacht aan dit risico te besteden. Door samenwerking van diverse betrokken partijen, zoals gemeente, zorgorganisaties, woningcorporaties en Veiligheidsregio, kan gewerkt worden aan het borgen van een veilige woonsituatie, bijvoorbeeld bij levensloopbestendig bouwen. Met alle betrokken partijen zullen keuzes gemaakt moeten worden over het gewenste beschermingsniveau. - Verdichting van de bebouwde omgeving. Bij plannen tot verdichting rond OV-knooppunten, zoals de stationsgebieden in Hilversum moet rekening worden gehouden met transport van gevaarlijke stoffen over het spoor. Een grotere dichtheid van personen in een gebied

“Veiligheid is een onderwerp dat raakt aan bijna alle thema’s in de Omgevingsvisie. Het bereiken en in stand houden van een gezonde veilige leefomgeving is niet voor niets een brede doelstelling in de Omgevingswet. Voor de gemeente, andere partners, inwoners en ontwikkelende partijen is de Veiligheidsregio een belangrijke adviseur voor het inschatten en beperken van fysieke veiligheidsrisico’s bij ruimtelijke plannen. Verschillende wettelijke plannen van de Veiligheidsregio, zoals het Regionaal Risicoprofiel, het Regionaal Beleidsplan, het Dekkingsplan en het Regionaal Crisisplan bieden daarvoor onderbouwing. De Veiligheidsregio werkt vanuit de volgende kernwaarden: 1. De veilige leefomgeving bepaalt mede de kwaliteit van de leefomgeving 12

vraagt om meer aandacht voor ontvluchting bij een incident. Daarnaast is bij alle gebieds- en locatieontwikkelingen de bereikbaarheid van hulpdiensten en bestrijdbaarheid van incidenten een belangrijk criterium. Dat geldt zeker voor locaties met meervoudig ruimtegebruik. - Energietransitie en klimaatverandering. Hiervan zijn veel risico’s nog niet volledig in beeld. Bijvoorbeeld de kans en impact van weer-gerelateerde risico’s toenemen (clusterbuien, droogte) en de invloed op hittestress, wateroverlast en vitale infrastructuur. Dat geldt ook voor de ontwikkeling in de energie-infrastructuur (opwekking, opslag, transport en gebruik, steeds meer in de gebouwde omgeving) en circulariteit (meer vervoer en hergebruik van afvalstoffen). In het algemeen kan gesteld worden dat de kans op incidenten toeneemt. Ouderen en zwakkeren in de samenleving ondervinden hier grotere hinder van. Dit vraagt om een betere voorbereiding en meer samenwerking (tussen gemeente, Veiligheidsregio, burgers, bedrijven en ontwikkelaars) en nieuwe bestrijdingstechnieken.“ Doorvoeren uitwerkingen 38. De streefpercentages groen uit het programma Groen opnemen in hoofdstuk 4. Aanpassen/opstellen kaartbeelden 39.

Opnemen van een aantal wijzigingen in kaarten betreffende het buitengebied: • De infrastructuur in het buitengebied zoveel mogelijk als ‘ecologisch te ontsnipperen infrastructuur’ • Diverse feedback op kaarten uit zienswijze 47 (GNR) 40. Toevoegen van religieuze voorzieningen op kaarten voorzieningen.

13

Wonen

4. Nog vast te stellen wijzigingen op de ontwerp Omgevingsvisie Op 19 juli 2023 stelde de gemeenteraad 40 wijzigingen op de ontwerp Omgevingsvisie naar aanleiding van ingebrachte zienswijzen en adviezen (hoofdstuk 3). Over de resterende voorgestelde wijzigingen heeft de raadscommissie op 17 januari 2024 positief geadviseerd en aangegeven dat de gemeenteraad er over beslist bij het vaststellen van de Omgevingsvisie. De 29 voorstellen zijn verdeeld in drie categorieën: - Niet (meer) opnemen in de Omgevingsvisie omdat ze te gedetailleerd zijn voor een Omgevingsvisie op hoofdlijnen. - Gewijzigd opnemen in de Omgevingsvisie: de bijeenkomsten van de commissie zijn aanleiding om te veronderstellen dat de gemeenteraad deze voorstellen gewijzigd (t.o.v. de zienswijzennota) wil opnemen. - Ongewijzigd overnemen in de Omgevingsvisie De nummers die tussen haakjes staan, verwijzen naar nummering van wijzigingen in de oorspronkelijke zienswijzennota.

Niet (meer) opnemen in de Omgevingsvisie Rubriek Hoofdkeuzes

Buitengebied, water, bodem

Eerder voorgestelde wijziging (zienswijzennota) Aandachtspunten op te nemen voor plekken die nog niet geordend zijn en een bredere kijk op duurzaamheid (advies CRK+M) (50) Indien gereed conclusies van lopende onderzoeken naar biodiversiteit opnemen (advies cie MER) (46) Benoem kansen voor beschermde soorten en de ecologische relaties van de stad met natuur in het buitengebied (advies MER) (46)

Een onderscheid maken tussen harde en zachte woningbouwplannen en de conclusie uit de toetsing op het verstedelijkingsconcept MRA opnemen bij de woningbouwaantallen (advies MER) (44) Enkele tekstuele aanscherpingen over wonen: Inzet voor ‘onzelfstandige woonruimtes’ voor opvang in alle wijken aanvullen met: inzet op flexwoningen voor statushouders. Aan voorrang cruciale beroepsgroepen wordt al gewerkt in de huisvestingsverordening. De woon-zorgvisie gaat opgesteld worden. Eerst komt er een regionale woon zorg visie, waarna de uitwerking per gemeente volgt. Voor 1 januari 2026 moet Hilversum een visie op wonen en zorg hebben (63)

Niet noodzakelijke detaillering. In de Omgevingsvisie staat al dat het grootste deel van de plancapaciteit in Hilversum ‘zacht’ is. Niet nodig: wordt al uitgevoerd. De beschreven inzet op flexwoningen is niet onze ambitie

Gewijzigd opnemen in de Omgevingsvisie Argument voor niet opnemen Niet noodzakelijke detaillering

Rubriek Mobiliteit

Niet noodzakelijke detaillering Niet noodzakelijke detaillering

14

Eerder voorgestelde wijziging (zienswijzennota) Benoemen van de belangrijkste veranderingen die in de parkeernormennota worden uitgewerkt (verantwoordelijkheid van ontwikkelaars, eigenaren en aanvragers van een omgevingsvergunning, rechten op parkeervergunningen, verlaging van de parkeernormen in de parkeernormennota met een mogelijkheid tot maatwerk, werken met een parkeereis en een mobiliteitsfonds) (27)

Aangepast voorstel Dit zijn uitwerkingen die in een parkeernormennota thuishoren. Enkel het duiden van de relatie tussen de Omgevingsvisie en de parkeernormennota is relevant. Dit kan kort.

Energie

Indien gereed conclusies van lopende onderzoeken opnemen (advies MER): De benodigde energie-infrastructuur uit gesprekken met netbeheerders (46)

Overig hoofdstuk 5

Actualiseren van de paragraaf in hoofdstuk 5 over het Omgevingsplan, waarin een Plan van Aanpak wordt aangekondigd en toegelicht en uitleg wordt gegeven over de overgangsperiode (64)

Doorvoeren uitwerkingen

Onder de geldende Wet Ruimtelijke Ordening is de Omgevingsvisie een zogenaamde Structuurvisie. In het besluit over de definitieve Omgevingsvisie zal staan: De Omgevingsvisie als ‘Structuurvisie Omgevingsvisie Hilversum 2040’ vast te stellen, onder intrekking van de Structuurvisie Hilversum 2030. Per 1 januari 2024 de Structuurvisie te beschouwen als Omgevingsvisie (66) Alle indicatoren uit bijlage D in de Omgevingsvisie verwerken bij de bijbehorende doelen in hoofdstuk 4. Na vaststelling van indicatoren het toetsingskader verder uitwerken zoals beschreven in bijlage D, als bijlage bij de Omgevingsvisie (2)

De infrastructuur kent een ruimtebeslag, vooral middenspanningstations. De belangrijkste infrastructuur wordt getoond in een structuurkaart Energie Het is van belang de relatie tussen de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan goed te schetsen. Op mogelijke keuzes die de gemeenteraad in het PvA maakt, hoeft echter niet te worden vooruitgelopen. Dit is niet meer aan de orde als de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking treedt. Wel moet de Structuurvisie Hilversum 2030 worden ingetrokken. Hierbij moeten we zorgvuldig onderzoek doen naar waar de Structuurvisie thans als onderlegger voor dient. We bekijken de indicatoren nog een keer of ze output- of impactindicatoren zijn. Het toetsingskader wordt niet als bijlage bij de Omgevingsvisie uitgewerkt, maar pas na vaststelling. De Omgevingsvisie zal de contouren bevatten.

De methodiek in bijlage E deels opnemen in hoofdstuk 5 (kaart met gebiedstypen en een korte beschrijving van de methodiek voor ruimtelijke kwaliteit). De methodiek verder uitwerken in een bijlage van de Omgevingsvisie (CRK) (3). Bijlage F (aanzet voor gebiedsagenda’s) uit te werken in hoofdstuk 5 van de Omgevingsvisie, zodat de verhouding tussen de Omgevingsvisie en gebiedsagenda’s duidelijker wordt (CRK) (48) Het toevoegen van kaarten over: Historische structuren en kwaliteiten vanuit cultuurhistorie, stedenbouw en landschap; kaart 11 uit het programma Groen is hiervoor een goede basis (zie figuur 5) Kaart ingrepen energietransitie Onderscheidende gebiedstypen (zie figuur 4) Een totaaloverzicht van de belangrijkste maatregelen uit de visiekaarten in hoofdstuk 4 (hoofdkaart ingrepen) (geen nummer)

15

We nemen de methodiek op in de Omgevingsvisie, maar werken die pas na vaststelling van de Omgevingsvisie uit tot een startdocument Gebiedsagenda’s. We nemen de methodiek op in de Omgevingsvisie, maar werken die pas na vaststelling van de Omgevingsvisie uit tot een startdocument Gebiedsagenda’s. We voegen als kaarten toe In hoofdstuk 4 (identiteit en kwaliteiten) een kaart opnemen met cultuurhistorische waarden Een kaart met een gebiedsindeling voor gebiedsagenda’s in hoofdstuk 4. Structuurkaarten voor de belangrijkste onderwerpen: wonen, werken, voorzieningen, mobiliteit, groen/klimaat en energie in hoofdstuk 5. Een visiekaart in hoofdstuk 3 die de strategische hoofdkeuzes/leidende principes illustreert.

Ongewijzigd overnemen in de Omgevingsvisie Rubriek Buitengebied, water en bodem Mobiliteit

Energie

Eerder voorgestelde wijziging (zienswijzennota) Tekstuele aanscherping over het effect van waterpeilverhoging (advies cie MER) (45) Schrappen van de ABC-mobiliteitsmilieus en het principe van de 15-minutenstad (23)

Overnemen van de vijf uitgangspunten voor het parkeerbeleid (hanteren STOMP principe, verlagen van de parkeerdruk tot aan de buitenring, terugbrengen van het aantal parkeervergunningen, sturing naar minder auto’s op straat en stimuleren van parkeren op eigen terrein en in parkeergarages) (25) Een mobiliteitskaart opnemen in hoofdstuk 4, op te bouwen uit de kaarten die horen bij het uitvoeringsprogramma mobiliteit (24) Opnemen van een kaart met de gebiedsindeling voor parkeernormen 2023 en verdere actualisaties daarvan op te nemen in de parkeernormennota (26) Schrappen van geothermie uit paragraaf 4.3 (56).

Argument voor handhaving Het is goed de mogelijke effecten van waterpeilverhoging (+ en -) in beeld te hebben. Hoewel ingebracht via een motie van de raad, kreeg het in het uitvoeringsprogramma mobiliteit en het parkeerbeleid geen opvolging. Met het STOMP principe is al voldoende prioriteringskader beschikbaar. Deze uitgangspunten zijn in de parkeernota en de nota parkeernormen (al) uitgewerkt. Het opnemen van de hoofdlijn in de Omgevingsvisie is passend.

Meedoen

Dit wordt onderdeel van een structuurkaart mobiliteit en parkeren

Dit wordt onderdeel van een structuurkaart mobiliteit en parkeren

Onze verwachting is dat geothermie geen realistische maatregel is waar 16

Het onderzoek naar benodigde (ondergrondse) infrastructuur voor de energietransitie laten vervallen omdat het al is uitgevoerd (57). Uit de Visie sociaal domein de kernwaarden over te nemen in hoofdstuk 5 waar het gaat over de rol van de gemeente: vertrouwen, eenvoud en betrokkenheid (58) Doel 2a van het thema ‘meedoen’ (het versterken van de ingezette beweging van het (vooral) bekostigen van maatwerk en zorg naar (vooral) bekostiging van preventie en collectieve voorzieningen) aanvullen met: de beweging van ‘van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag’ (59). Aan doelen voorzieningen toevoegen Benutten sportparken en -hallen voor andere maatschappelijke functies en meervoudig gebruik (ook niet-leden). In de kadertekst ‘cultuur als kans’ opnemen dat stedelijke cultuurvoorzieningen in het centrum zijn gericht op beleving, en die in de wijken gericht op meedoen. Suggesties voor benutten van kerkgebouwen voor cultuur en ontmoetingsplekken in de wijk. De 1% regeling bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voor kunst in de Openbare Ruimte terugbrengen. De tekst over ‘onderzoek naar benodigde omvang voorzieningen’ aanvullen met de elementen spreiding en kansen voor combinaties/multifunctio-

we onze energietransitie op kunnen baseren. Bevindingen worden opgenomen in de structuurkaart Energie. Kernwaarden zijn door de raad vastgesteld in de visie Sociaal domein

Dit is door de raad vastgesteld in de visie Sociaal domein

Hoewel hier sprake lijkt van ‘uitvoering’ (argument om dit te schrappen) vinden wij het belangrijk dit hier op te nemen. De ruimte voor maatschappelijke functies is beperkt en het speelveld waarin veel organisaties bewegen verandert. De gemeente heeft hier wellicht een steviger rol te spelen.

Onderwijs

Veiligheid

Overig hoofdstuk 5

Doorvoeren uitwerkingen

naliteit. In dat licht ook de toekomstige Integrale Kindcentra (IKC’s) noemen en de behoefte aan passend basisaanbod aan maatschappelijke voorzieningen (60) Verankeren van een aantal aandachtspunten voor toekomstig onderwijsbeleid: Aandacht voor de verbinding tussen onderwijsbeleid en onderwijshuisvesting Aandacht voor de verbinding tussen onderwijs en zorg (61) Tekst over speerpunten uit het Integraal Veiligheidsplan (IVP) aanpassen aan de speerpunten die in januari 2023 zijn vastgesteld: ondermijnende criminaliteit, digitale veiligheid, maatschappelijke (on)rust en drugshandel op (62) De nota kostenverhaal te zijner tijd als een ‘programma’ van de Omgevingsvisie vast te stellen. Voorgesteld wordt dit te doen (65) De lijst met definities aan te vullen met definities van herstructurering, transformatie, innovatiecluster en campus (67) Opnemen van een indicator voor cultuurhistorie (31) De Hilversumse ruimtelijke kwaliteit, waarden en het cultureel erfgoed duidelijker op te nemen in de cirkel met ‘opgaven’ op pagina 42 in de ontwerp Omgevingsvisie (CRK+M) (49)

Het onderwijsbeleid moet nog verder vorm krijgen. De genoemde punten sluiten aan op de trends en ontwikkelingen die in de Omgevingsvisie zijn gesignaleerd. Dit betreft actualisatie van teksten na raadsbesluit januari 2023.

Dit is een technische vereiste voor een juridisch houdbaar kostenverhaal. Dit betreft gevraagde definities nav artikel 41 vragen. Deze indicator ontbrak nog, maar is wel relevant. De onderwerpen stonden in het centrum van de cirkel. Dit is – klaarblijkelijk – niet duidelijk. De onderwerpen krijgen een duidelijker plek als ‘taartpunt’. 17

Lopende projecten en initiatieven Alle lopende projecten en initiatieven passen in de Omgevingsvisie, of beter: de Omgevingsvisie is geen aanleiding om deze projecten en initiatieven stop te zetten. Integendeel: in veel projecten zijn de opgaven uit hoofdstuk 3 en 4 en de maatregelen uit hoofdstuk 6 aan de orde en wordt integraal gekeken. Denk aan de plannen voor het Stationsgebied of het Arenapark. In projecten is er altijd een gezonde spanning. Aan de ene kant zijn projecten bij uitstek geschikt om doelen uit de Omgevingsvisie vorm te geven en te versnellen. Aan de andere kant kunnen we niet eindeloos ambities stapelen: business cases moeten wel sluiten en de ruimte is niet oneindig. Het opplussen van ambities in reeds door de gemeenteraad ingekaderde projecten verdient daarom geen aanbeveling. Wel kunnen we in projecten waar planvorming nog loopt mogelijk extra inzetten op de doelen uit de Omgevingsvisie. Wanneer de Omgevingsvisie is vastgesteld, kan een analyse gemaakt worden in welke projecten eventueel extra doelen gerealiseerd kunnen worden, of projecten versneld kunnen worden.

5. Overige beoordelingen In hoofdstuk 6 van deel A zijn kort enkele ‘overige beoordelingen’ van de maatregelen samengevat. In dit hoofdstuk zijn de beoordelingen uitgebreider beschreven. Hoewel het met de samenleving over de toekomst ‘open’ is gestart met vragen naar de identiteit, kwaliteit en verbeterpunten, is er natuurlijk ook een bestaande situatie waartoe de Omgevingsvisie zich verhoudt. Er is immers al veel beleid vastgesteld, ook lopende het proces van de Omgevingsvisie. Denk aan het coalitieakkoord 2022-2026, het stedenbouwkundig plan voor het Arenapark en deelprogramma’s voor groen en mobiliteit. Bij het vaststellen van het bestuurlijk plan van aanpak (gemeenteraad maart 2021) heeft de gemeenteraad aangegeven niet het beleid en lopende planvorming in Hilversum te willen stilleggen in afwachting van de Omgevingsvisie. Wel is gevraagd om discrepanties te signaleren en bij het vaststellen van de Omgevingsvisie voorstellen te doen hoe daarmee om te gaan. De lijn is: De Omgevingsvisie vervangt niet direct al het sectorale beleid dat de gemeenteraad heeft vastgesteld, zoals de woonvisie of het deelprogramma mobiliteit. Keuzes in de Omgevingsvisie worden waar nodig bij een volgende actualisatie van het beleid verwerkt. Als de Omgevingsvisie is vastgesteld, prevaleert die.

Toets MRA verstedelijkingsconcept De gemeenteraad van Hilversum heeft het toekomstbeeld van de Metropoolregio Amsterdam – het ‘verstedelijkingsconcept’ – in 2021 vastgesteld. Daarin zijn voor de regio Gooi en Vechtstreek de belangrijkste gewenste verbeteringen op het gebied van landschap, water, mobiliteit en wonen en werken (gebiedsontwikkelingen) beschreven. Onderstaande figuur geeft die weer. Bij de besluitvorming over het ‘verstedelijkingsconcept MRA’ (gemeenteraad februari 2022) is aangegeven dat over de doorwerking ervan bij de Omgevingsvisie wordt besloten. De conclusie is dat ze zich goed tot de Omgevingsvisie Hilversum 2040 verhouden. Alle onderdelen (landschap, groen, water, gebiedsontwikkelingen rondom OV knooppunten, mobiliteit en energie-infrastructuur) komen in de Omgevingsvisie terug.

Bestaand beleid Het bestaande beleid past in de Omgevingsvisie. Of omgekeerd: er is geen beleid door de gemeenteraad vastgesteld dat niet in de Omgevingsvisie past. Wel is de Omgevingsvisie aanleiding om onderdelen van het beleid: - in de toekomst meer samenhangend of integraler op te stellen, zoals rondom voorzieningen en de verbinding vanuit het sociaal domein met het fysiek en economisch domein. - Leemtes aan te vullen door beleid te maken voor erfgoed, economische ontwikkeling (m.n. het lange termijnperspectief), bodem, lucht en geluid. De Omgevingsvisie is daar een goed vertrekpunt voor.

18

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=3385cf3d-4468-4a25-99e3-c9f90bde78b5