CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording - reactie op zienswijzen GR

GEMEENTERAAD 6 maart 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Actualisering Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek (1398085)7.143 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording - verwerking zienswijzen op startnotitie Actualisering Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek 7 september 2023 DOC-23000506 Op 3 maart 2023 is de startnotitie Actualisering Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek naar de gemeenten verzonden met de gelegenheid om zienswijzen kenbaar te maken. Aan de raden is gevraagd om bij het behandelen van de startnotitie de volgende vragen te beantwoorden: 1. Kunt u zich vinden in het voorgestelde proces, planning en procedureafspraken? 2. Wat is uw reactie op het preadvies van het algemeen bestuur gericht op de wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) beschreven in hoofdstuk 3 (het voorstel voor zienswijze voor besluiten, participatie en gemeenschappelijke adviescommissie)? Dit antwoord kunt u mede baseren n.a.v. de informatie over de Wgr in bijlage 4 en de toelichting op het Regiopodium van 3 april over dit onderwerp. 3. Zijn er naast de adviezen van de werkgroep governance (bijlagen 1 en 2) en de verzamelde aanpassingen (opgenomen in bijlage 3) aanvullende onderwerpen/thema’s die bij het verdere proces rondom de actualisering van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek (hierna: GR) meegenomen moeten worden? Vraag 1: kunt u zich vinden in het voogestelde proces, planning en procedure-afspraken? Input per gemeente

Reactie en vervolg algemeen bestuur

Wijdemeren: De raad heeft op 25 mei 2023 besloten in te stemmen met de Startnotitie Actualisering Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek en het daarbij behorende voorgestelde proces, planning en procedureafspraken en hierbij wel een zienswijze in te dienen.

Fijn dat u zich kunt vinden in het voorgestelde proces, de planning en procedureafspraken.

Huizen: Wat ons betreft kan ingestemd worden met de voorgelegde planning en procesafspraken. Dit betekent dat, na de verwerking van de reacties op de startnotitie (najaar), een AB-besluit zal volgen over de nieuwe GR-tekst (december 2023) en dat in het voorjaar 2024 de nieuwe GR zal worden vastgesteld door de raden en colleges.

Fijn dat u zich kunt vinden in het voorgestelde proces, de planning en procedureafspraken.

Blaricum: De gemeenteraad van Blaricum kan verder instemmen met het voorgestelde proces, planning en procedureafspraken.

Fijn dat u zich kunt vinden in het voorgestelde proces, de planning en procedureafspraken.

Eemnes De gemeenteraad van Eemnes kan verder instemmen met het voorgestelde proces,

Fijn dat u zich kunt vinden in het voorgestelde proces, de planning en procedureafspraken.

Pagina 1 van 1

planning en procedureafspraken. Laren De gemeenteraad van Laren kan verder instemmen met het voorgestelde proces, planning en procedureafspraken.

Fijn dat u zich kunt vinden in het voorgestelde proces, de planning en procedureafspraken.

Gooise Meren Het proces zoals u dat heeft vormgegeven volgt de adviezen van de raadswerkgroep verbetering governance. Dit houdt in dat u raden een startnotitie voorlegt waarin een aanpak van het vraagstuk wordt voorgesteld in de vorm van een zienswijze procedure. Vervolgens verwerkt u de zienswijze tot een definitief voorstel, waarbij u ingaat op de zienswijze van de deelnemende raden. Dit definitief voorstel wordt vervolgens ter vaststelling aan raden voorgelegd. Over deze werkwijze hebben wij ons al eerder positief uitgelaten. We kunnen ons dan ook goed in vinden in het voorgesteld proces, de planning en procedureafspraken.

Fijn dat u zich kunt vinden in het voorgestelde proces, de planning en procedureafspraken.

Hilversum De planning en aanpak zijn helder. Aandachtspunt is de termijn voor het geven van een zienswijze. In de startnotitie wordt uitgegaan van een termijn van minimaal 8 weken. Deze termijn blijkt in de praktijk kort en bovendien is/lijkt het gebruikelijk binnen de regio om een zienswijzetermijn van (ten minste) 12 weken te hanteren. De gemeente Hilversum voelt zich nog niet comfortabel bij het proces tot nu toe en maakt zich op basis van de voorliggende startnotitie zorgen of de nieuwe gemeenschappelijke regeling voldoende ambitie in zich zal hebben om de afzonderlijke gemeenteraden meer in positie te brengen. In het voorgestelde proces ontbreekt een moment voor afstemming tussen de verschillende gemeenteraden. Wij vinden dat een omissie, temeer daar dit de betrokkenheid van de raden vergroot en raadsleden de gelegenheid geeft om op een optimalere manier hun invloed aan te kunnen wenden voor deze wijzigingen, indachtig de conclusies van de werkgroep Mol. Uw idee dat gemeenteraadsleden dit op een informeel moment ook wel zelf kunnen organiseren, doet geen recht aan de adviezen van deze commissie.

In de nieuwe GR wordt de zienswijzetermijn aangepast naar 12 weken. Nu wordt alleen met betrekking tot de MRA soms een termijn van 8 weken gehanteerd. Dit is conform werkafspraken MRA en gelet op de gestelde termijnen door de MRA ook niet mogelijk om aan te passen naar 12 weken. De Regio hanteert de facto dus al een behandeltermijn van 12 weken. Het algemeen bestuur betreurt het dat de raad van Hilversum zich niet comfortabel bij het proces voelt. Met het pre-advies heeft het algemeen bestuur invulling gegeven aan de mogelijkheden om raden meer in positie te brengen, aanvullend op de maatregelen die ingezet zijn naar aanleiding van de adviezen van de werkgroep van raadsleden om de regionale samenwerking te verbeteren. Met deze adviezen wordt nu steeds zoveel mogelijk gewerkt (zoals werken met een startnotitie bij trajecten met een raadsbevoegdheid waardoor raden aan de voorkant van een traject om input wordt gevraagd, organisatie van Regiopodia waarbij uitwisseling/dialoog tussen raadsleden kan plaatsvinden, eigenaarschap algemeen bestuur vergroten en aandacht voor informatiesymmetrie tussen raden). Het uitgangspunt van het algemeen bestuur is om dat consequent te blijven doen en aan de hand van ervaringen ook verbeteringen door te voeren. In de planning heeft het algemeen bestuur ervoor gekozen om bij de start van het proces zienswijzen op te halen bij de raden.

Pagina 2 van 15

De reactie van het algemeen bestuur op deze zienswijzen wordt op het Regiopodium van 9 oktober besproken. Dat is ook een moment waarop raden met elkaar in gesprek kunnen gaan. Het algemeen bestuur neemt deze input mee bij de vaststelling van de versie van de GR die naar de gemeenten wordt verzonden ter vaststelling. Vraag 2: Wat is uw reactie op het preadvies van het algemeen bestuur gericht op de wijzigingen in de Wgr (beschreven in hoofdstuk 3; het voorstel voor zienswijze voor besluiten, participatie en gemeenschappelijke adviescommissie)? Dit antwoord kunt u mede baseren n.a.v. de informatie over de Wgr in bijlage 4 en de toelichting op het Regiopodium van 3 april over dit onderwerp. Input per gemeente

Reactie en vervolg

Wijdemeren: De gemeenteraad van Wijdemeren vraagt het Algemeen Bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek om op korte termijn te starten met de verkenning en het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie, zodat de uitkomsten hiervan meegenomen kunnen worden bij de actualisering van de Gemeenschappelijke Regeling in 2024.

Dank voor uw input, deze zienswijze sluit aan op de zienswijzen van Hilversum, Eemnes en Huizen. Wettelijk gezien is er unanimiteit nodig voor het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie. Die unanimiteit is er op dit moment niet. Tegelijkertijd zijn de signalen vanuit enkele raden om aan de slag te gaan met een adviescommissie helder. Daarom stelt het algemeen bestuur voor in het najaar van 2023 een werkgroep van raadsleden op te starten onder leiding van bestuurlijk trekker voor de actualisering van de GR (Nanning Mol). Gemeenteraden worden gevraagd om 2 deelnemers naar deze werkgroep af te vaardigen. Naast bestuurlijke vertegenwoordiging en ambtelijke vertegenwoordiging uit de Regio zal aan de griffiers worden gevraagd om 1 of 2 griffiers aan deze werkgroep deel te laten nemen. Bij de werkgroep zal gestart worden om eerst met elkaar het gesprek te voeren om een heldere analyse te kunnen maken. Tijdens de eerste bijeenkomst zal daarom gestart worden met inzicht geven in de eerdere aanpassingen die gedaan zijn voor een betere besluitvorming en het eerder betrekken van raden (naar aanleiding van de adviezen werkgroep verbetering governance). Vervolgens kan het gesprek gevoerd worden over wat raadsleden missen, waarom zij een adviescommissie wensen en op welke wijze de adviescommissie toegevoegde waarde heeft.

Onderdeel van dat gesprek is ook de relatie tussen het Regiopodium en de adviescommissie. Mogelijk kan dan op basis van het advies van de werkgroep gestart worden met een gemeenschappelijke adviescommissie in het kader van een experiment. Bij de volgende actualisering van de GR in 2026 kan dan op basis van het experiment besloten worden of en met welke invulling de gemeenschappelijke adviescommisie definitief in de GR wordt opgenomen. Naast het starten van deze werkgroep zullen de Pagina 3 van 15

Regiovoorzitter en de heer Mol bij de gemeenten langskomen om met de raden in gesprek te gaan over de regionale samenwerking (zijn raden tevreden, wat missen zij etc.). Huizen Het algemeen bestuur doet de volgende (tekst)voorstellen inzake het (niet) wijzigen van de GR. I Nieuw artikel voor zienswijzen: "Aan een zienswijzeprocedure gemeenteraden zijn onderworpen besluiten van het algemeen of dagelijks bestuur tot: a. Het aangaan van een duurzame vorm van samenwerking; b. Het in uitvoering (over)nemen van markttaken; c. Het doen van een investering van meer dan 10 miljoen euro." Commentaar: uit artikel 10 WGR vloeit voort dat ter zake afspraken moeten worden gemaakt in een gemeenschappelijke regeling. Of en welke besluiten worden onderworpen aan een zienswijze-mogelijkheid is evenwel een vrije keuze van de deelnemers. Het voorgestelde artikel voorziet hierin en wat Huizen betreft kan met de onderdelen a. en b. worden ingestemd. De raden krijgen hiermee een extra formele invloed aan de voorkant van het proces voor die besluiten (denk bij onderdeel b bijvoorbeeld aan de discussie die in het recente verleden speelde over de oprichting van de Vervoer BV). Ten aanzien van onderdeel c.

acht Huizen het gewenst dat, gelet op de mogelijke financiële gevolgen voor de deelnemende gemeenten en de wens grip te houden op de financiën van de regio, elke investering buiten de begroting vanaf een bedrag van 2,5 miljoen euro, voor een zienswijze aan de gemeenteraden wordt voorgelegd. II Nieuw artikel over participatie: "Bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van regionaal afgestemd beleid kan, in samenwerking met de gemeente(raden), gelegenheid worden geboden aan ingezetenen en belanghebbenden om betrokken te worden, overeenkomstig de wijze beschreven in de Participatieverordening Regio Gooi."

Ter verduidelijking de besluiten waar raden om zienswijzen gevraagd kunnen worden hebben betrekking op besluiten van het algemeen of dagelijks bestuur. Het gaat hierbij om de uitoefening van eigen bevoegdheden van de Regio (zoals bijvoorbeeld het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen of het beslissen over AVG en Wooverzoeken) en de uitoefening van overgedragen taken en bevoegdheden. Met betrekking tot onderdeel c. stelt de raad van Huizen 2,5 miljoen voor bij investeringen buiten de begroting. Ook de gemeente Hilversum heeft aangegeven dit bedrag te willen verlagen. Het algemeen bestuur heeft besloten om in te stemmen met het verzoek van deze raden en het bedrag van 10 miljoen aan te passen naar een bedrag van investeringen van 2,5 miljoen buiten de begroting. Daarnaast wil het algemeen bestuur nog een keer benadrukken dat zaken die tot gevolg hebben dat de gemeentelijke bijdrage omhoog gaat raden altijd betrokken worden.

Commentaar: ook voor participatie geldt dat het aan de deelnemers aan de regeling zelf wordt overgelaten of en hoe een en ander gestalte krijgt. Het op deze wijze toevoegen van een kanbepaling aan de GR lijkt Huizen een goed voorstel, omdat dan per situatie beoordeeld kan worden welke participatie(vorm) gewenst is. III Nog geen regeling voor een gemeenschappelijke adviescommissie Vanuit Huizen is aan de regiogemeenten

Fijn dat u positief staat tegenover het voorstel van het algemeen bestuur om een kan-bepaling Pagina 4 van 15

voorgesteld om een dergelijke commissie te gaan benutten. Gelet op het feit dat de raden hier tot nu toe verschillende opvattingen over hebben, stelt het AB voor om dit proces verder te verkennen met elkaar en doet vooralsnog dus geen voorzet voor een dergelijke opname/ uitwerking in de GR. Commentaar: Huizen is voorstander van de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie. Daarmee kunnen de raden, eerder en nauwer dan op dit moment het geval is, in een vroegtijdig stadium betrokken worden bij voorgenomen besluiten door het bestuur van de regio. Zij fungeert daarmee als `vooruitgeschoven post" van de gemeenschappelijke raden. Anders dan het algemeen bestuur is Huizen van oordeel, dat het niet wenselijk is om eerst met de regiogemeenten de taken, bevoegdheden en werkwijze van zo'n commissie te verkennen, op basis waarvan dan afgewogen kan worden of een dergelijke commissie wel of niet moet worden ingesteld. De gemeente Huizen acht het ongewenst, dat een recent beschikbaar gekomen wettelijk instrument om de positie van raden tegenover gemeenschappelijke regeling te versterken voor een lange(re) periode onbenut blijft.

Daarom is Huizen er voorstander van, dat van de thans voorgestelde wijziging van de gemeenschappelijke regeling de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie ook deel uitmaakt, en de komende periode nog wordt benut om in gezamenlijk overleg te komen tot een beschrijving van taken, bevoegdheden en werkwijze. Mede aan de hand van de ervaringen met het werk van de commissie kunnen deze taken, bevoegdheden en werkwijze na verloop van tijd geëvalueerd en, zo nodig, aangepast worden.

in de GR op te nemen over participatie.

Dank voor uw input, deze zienswijze sluit aan op de zienswijzen van Hilversum, Eemnes en Wijdemeren. Zie ook de reactie van het algemeen bestuur op de input van Wijdmeren, Eemnes en Hilversum om met een werkgroep van raadsleden de invulling van een gemeenschappelijke adviescommissie te bespreken en evt. hiermee als experiment te starten. Vanwege het ontbreken van unanimiteit is het wettelijk niet mogelijk om een gemeenschappelijke adviescommissie in de eerstvolgende actualisering van de GR op te nemen. Ook als de reactie van raden op moties wordt meegenomen ontbreekt de unanimteit. Zie verder hierboven de reactie op de input vanuit Wijdemeren.

Om formeel te komen tot een gemeenschappelijke adviescommissie nog het volgende. Artikel 24a van de Wet gemeenschappelijk regeling bepaalt, op basis van een gezamenlijk voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten het algemeen bestuur van een openbaar lichaam een gemeenschappelijke adviescommissie instelt. In verband daarmee stellen wij u voor, als uit de ingebrachte zienswijzen op uw startnotitie de wens naar voren komt om de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie onderdeel te laten zijn van de aanstaande wijziging van de gemeenschappelijke regeling, u dat aanmerkt als het gezamenlijk verzoek waarop de wet doelt. Voor zover het instellen van die commissie niet in alle zienswijzen een onderwerp is, stellen wij voor ook in beschouwing te nemen, de al door enkele regiogemeenten eerder betoonde steun aan de Pagina 5 van 15

motie van de Huizer raad van 2 juni 2022 om te komen tot de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie. Blaricum: Wij kunnen instemmen met de door u voorgestelde preadviezen ten aanzien van de uitbreiding van de zienswijzemogelijkheid, inwonersbetrokkenheid en een gemeenschappelijke adviescommissie.

Fijn dat u in kunt stemmen met het preadvies.

Eemnes Wij kunnen instemmen met de door u voorgestelde preadviezen ten aanzien van de uitbreiding van de zienswijzemogelijkheid en burgerparticipatie. Wij zijn verder voorstander van het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie, aanvullend op de bestaande instrumenten die mede zijn ingevoerd naar aanleiding van de adviezen van de werkgroep Verbetering Governance om raden beter in positie te brengen. Mocht er hieromtrent unanimiteit zijn onder alle raden, dan zien wij dit graag geregeld in onderhavige actualisatie van de gemeenschappelijke regeling. Mocht er in een later stadium voldoende steun komen voor het instellen van een adviescommissie, dan verzoeken wij u dit te betrekken in een volgende wijzigingsronde.

Dank voor uw input, deze zienswijze sluit aan op de zienswijzen van Hilversum, Huizen en Wijdemeren. Zie ook de reactie van het algemeen bestuur bij de input van deze gemeenten.

Laren Wij kunnen instemmen met de door u voorgestelde preadviezen ten aanzien van de uitbreiding van de zienswijzemogelijkheid, burgerparticipatie en een gemeenschappelijke adviescommissie.

Fijn dat u in kunt stemmen met het preadvies.

Gooise Meren In de startnotitie worden twee typen aanpassingen genoemd: technische aanpassingen en aanpassingen vanwege de nieuwe Wgr. Bij het onderdeel technische aanpassingen worden de onderwerpen genoemd die bij de actualisering zullen worden opgenomen. Er worden nog geen concrete aanpassingen voorgesteld. U vraagt niet concreet naar deze aanpassingen. We hebben ten aanzien van deze aanpassingen wel een opvatting en vooral vragen, die we hieronder stellen, alvorens we ingaan op de door u voorgestelde inhoudelijke aanpassingen.

Dank voor uw reactie. Bij de technische aanpasingen worden tekstuele aanpassingen en reguliere aanpassingen doorgevoerd. In bijlage 3 is een overzicht gegeven van de voorgenomen aanpassingen. Hier zijn geen tekstvoorstellen voor gedaan. In de bijlage is aangegeven dat met een werkgroep van juristen uit de regiogemeenten de verdere voorbereiding voor verwerking in de aangepaste GR wordt voorbereid.

We kunnen ons vinden in de onderwerpen die een aanpassing vragen en de argumenten die u hier voor opvoert. Bij een tweetal onderwerpen hebben we, zoals gezegd vragen, die wij graag door u beantwoord zien. 1. U geeft aan dat de inkoop van inburgeringstrajecten incidenteel is belegd bij inkoop- en contractbeheer en stelt voor deze

Goed om te lezen dat u de unanimteit onder de raden aanstipt. In de memorie van toelichting is namelijk het volgende aangegeven: ‘Alle raden dienen dus in te stemmen met het instellen van de commissie.’ Het algemeen bestuur kan pas een gemeenschappelijke adviescommissie instellen indien alle raden dit verzoek aan het algemeen bestuur hebben gedaan. Dat is nu (nog) niet het geval.

1.Het structureel beleggen van werkzaamheden betekent inderdaad een wijziging van de GR. De gewijzigde GR wordt ter besluitvorming Pagina 6 van 15

taak structureel te beleggen bij de Regio. Vraag: is dat naar uw oordeel een technische wijziging? Betekent het opnemen van deze taak in de GR niet een uitbreiding van de taken van de GR, die separaat aan de raden moet worden voorgelegd en waar de raden uiteindelijk hun fiat aan moeten geven door vaststelling van het besluit tot uitbreiding van de GR met onderhavige taak?

2. U stelt ook voor om de afhandeling van klachten over zorgaanbieders die door deze aanbieders niet naar wens worden opgelost, een rol te vervullen. Over dit voornemen hebben we dezelfde vraag: Impliceert het opnemen van de taak in de GR, niet een uitbreiding van de GR, waar de raden over besluiten? Ten aanzien van de inhoudelijke wijzigingen die in de nieuwe GR opgenomen dienen te worden conform de nieuwe Wgr, doet u concrete voorstellen voor aanpassingen door een preadvies te formuleren. Het gaat daarbij om een drietal concrete aanpassingen: 1. Zienswijze voor besluiten 2. Afspraken over participatie 3. Gemeenschappelijk adviescommissie

voorgelegd aan de colleges en raden (conform planning in het eerste kwartaal 2024). In de door de colleges eerder vastgestelde dienstverleningsovereenkomst (DVO) is opgenomen om bij afloop van de DVO dit als overgedragen taak op te nemen in de GR. Met het opnemen van dit voorstel geven we hier uitvoering aan. In artikel 40 van de huidige GR is opgenomen dat bij het wijzigen van de GR in geval van een overdracht van taken en/of bevoegheden aan de Regio alle bevoegde bestuursorganen hiermee unaniem dienen in te stemmen. 2.In dit geval gaat het niet om uitbreiding van taken, maar om een andere werkwijze. De Regio handelt de klachten niet af, maar monitort of de klachten door de zorgaanbieders worden afgehandeld en de Regio vervult een rol bij escalatie. Het algemeen bestuur is daarom voornemens om deze werkwijze op te nemen in de GR, omdat het de bestaande praktijk weergeeft en het niet om een uitbreiding van taken gaat.

Ad .1 U stelt voor, voor de volgende onderwerpen (naast de ontwerpbegroting en het ontwerpvoorstel bestemming resultaat) een zienswijze procedure op te nemen in de GR: a. Het aangaan van een duurzame vorm van samenwerking; b. Het in uitvoering (over)nemen van markttaken; c. Het doen van een investering van boven de 10 miljoen euro. Reactie: Wij vragen ons af of a en b – op deze wijze geformuleerd - een plek moeten krijgen in de regeling. We lezen deze onderwerpen als voorstellen om de samenwerking uit te breiden. Voor het uitbreiden van de regeling gelden echter dezelfde regels als voor het aangaan van een regeling. De procedure hiervoor geldt in het algemeen en is ons inziens geen onderwerp van ‘zienswijze voor besluiten’. Het gaat hier, zo geeft de wetgever in de toelichting bij dit onderwerp aan, om beleidskeuzes, politiek gevoelige onderwerpen en (inderdaad) grote investeringen. We zouden hier dan ook graag de volgende onderwerpen terug zien komen: de samenwerkingsagenda en de startnotitie bij

De onderdelen onder a, b en c betreffen bevoegdheden van het dagelijks bestuur. Het doel van het opnemen van deze zienswijzen in de GR is om zorg te dragen voor een breed gedragen besluit en om de raden in een vroegtijdig stadium te betrekken. Er is dus geen sprake van uitbreiding van de GR, maar om het beter legitimeren van de besluitvorming. In artikel 7 van de GR is inderdaad opgenomen dat er voor de RSA om een zienswijze gevraagd wordt. Naar aanleiding van de werkgroep van raadsleden over de verbetering van de regionale besluitvorming is de werkwijze voor regionale besluitvormingstrajecten aangepast. Onderdeel Pagina 7 van 15

beleidskeuzes. De samenwerkingsagenda is daarbij reeds onderdeel van de GR (art. 7), maar het werken met een zienswijze bij de start van nieuwe beleidskeuze nog niet. We vinden dat dit onderdeel past bij de nieuwe regeling en vragen u om dit in een artikel in de GR op te nemen. We zien daarbij ook graag de mogelijkheid in de regeling terugkomen dat politiek gevoelige onderwerpen onderwerp kunnen zijn van een zienswijze. Samengevat: wij vinden dat het aangaan van duurzame vormen van samenwerking en het in uitvoering (over)nemen van markttaken niet in de GR opgenomen hoeft te worden als nieuwe onderwerpen voor zienswijzen van de raden en zien hier graag de volgende thema’s opgenomen: beleidskeuzes en politiek gevoelige onderwerpen.

daarvan is het werken met een startnotitie bij de start van een traject en deze ter zienswijze aanbieden aan de raden. Dit betreft een werkafspraak die niet wordt opgenomen in de GR. In de RSA-agendatool wordt duidelijk aangegeven bij welke onderwerpen dit van toepassing is. De raad van Gooise Meren stelt voor om een zienwijzeprocedure in de GR op te nemen voor ‘beleidskeuzes en politiek gevoelige onderwerpen’. De omschrijving ‘beleidskeuzes’ en ‘politiek gevoelige onderwerpen’ zijn moeilijk te duiden. Welke ‘beleidskeuzes’ worden dan voorgelegd en welke niet? Hier zit geen begrenzing aan en geeft ook veel onduidelijkheid richting alle betrokkenen. Wat voor de ene raad politiek gevoelig is, hoeft dat voor de andere raad niet te zijn. Het algemeen bestuur is zich tegelijkertijd altijd bewust om bij bij alle beslissingen goed alert te zijn op politieke gevoeligheden en daarop te acteren. Dat uit zich bijvoorbeeld door het werken met een startnotitie of het vragen van zienswijzen. Het algemeen bestuur wil nog eens benadrukken dat de Regio vooral actief is bij de dienstverlening aan inwoners. De overgedragen taken zijn voornamelijk beleidsarme taken waarbij het indienen van een zienswijze niet aan de orde is. Uitzondering hierop is de Grondsoffenvisie waarbij de Regio de raden vraagt om een zienswijze in te brengen.

Daarnaast werken gemeenten samen in de beleidsvoorbereiding op regionale opgaven. Besluiten die voortkomen uit deze afstemming en samenwerking worden genomen door het eigen college en/of de eigen raad.

Ad 2. Afspraken over participatie U geeft aan dat participatie op diverse manieren wordt toegepast. U stelt voor dat het algemeen bestuur per traject waar regionale besluitvorming aan de orde is, besluit hoe participatie wordt vormgegeven. Bij de bepaling van deze betrokkenheid wordt gebruik gemaakt van een Regionale Participatieverordening, die de Regio zal opstellen. Reactie: in dit proces kunnen wij ons vinden. Het is goed om de diverse participatiemogelijkheden en doelen nader te verkennen, zodat het algemeen bestuur per traject een passend besluit over de participatievorm kan nemen. We vinden daarbij dat deze Regionale Participatieverordening een onderwerp van een zienswijze moet zijn. Ad. 3 Gemeenschappelijke adviescommissie U geeft als algemeen bestuur aan een verkenning te willen starten naar het instellen van een

Het dagelijks bestuur zal een voorstel voor een Participatieverordening Gooi en Vechtstreek opstellen en raden de gelegenheid geven om daarover een zienswijze in te dienen. Vervolgens stelt het algemeen bestuur op basis van de zienswijzen de ontwerp Participatieverordening Gooi en Vechtstreek vast. Dit ontwerpvoorstel wordt tenslotte ter vaststelling aangeboden aan de raden.

Het algemeen bestuur is het met u eens dat er nog een aantal vragen is over de concrete Pagina 8 van 15

gemeenschappelijke adviescommissie. Dit is een commissie van raadsleden die het algemeen bestuur adviseert en de raden kan ondersteunen bij besluiten. De nieuwe Wgr geeft aan dat het algemeen bestuur zo’n commissie moet instellen als alle raden zo’n commissie wensen. We menen dat zo’n commissie mogelijk kan bijdragen aan het versterken van het democratisch functioneren van een GR. Het goed functioneren van zo’n commissie vraagt wel om een nadere bepaling van de rol en de bevoegdheden van deze commissie en ook van de raadsleden die deel van de commissie uitmaken. Belangrijke vragen daarbij zijn welke opdracht de raadsleden hebben die door de raden naar zo’n adviescommissie zijn afgevaardigd en hoe deze raadsleden aan hun advies komen (e.g. hebben zij het fiat van de raad nodig?). Er zijn kortom wel vragen rondom de democratische legitimatie van de commissie en overigens ook bij de bestuurlijke drukte die een adviescommissie met zich mee kan brengen. We kunnen ons dan ook goed vinden in het voorstel van het algemeen bestuur om deze mogelijkheid – samen met raden – nader te verkennen en hierover een besluit te nemen als er goed zicht is op de condities waaronder zo’n commissie het beste functioneert.

Ten aanzien van de afweging van het al dan niet instellen van een adviescommissie geldt dat het niet gebonden aan een artikel in de GR, maar – zoals aangegeven – alleen op verzoek van alle raden kan worden ingesteld. De werkgroep Governance heeft een alternatief voor een adviescommissie gesuggereerd - met het oog op het beter in positie brengen van raden. Door het duidelijk kenbaar maken van de woordvoerders van partijen van de deelnemende raden voor de onderwerpen waarover besluitvorming plaats moet vinden, kunnen die woordvoerders elkaar gemakkelijker vinden over de gemeentegrenzen heen voor de beeld- en meningsvorming. De Regio zou deze taak van het kenbaar maken van de woordvoerders op zich kunnen nemen. Als dit goed functioneert, is een gemeenschappelijke adviescommissie wellicht overbodig.

inrichting van een gemeenschappelijke adviescommissie (bevoegdheden, rol/opdracht, vertegenwoordiging etc.). Deze vragen wil het algemeen bestuur eerst bespreken met een werkgroep van raadsleden. In de zienswijze van de gemeente Gooise Meren worden al enkele bespreekpunten aangedragen: democratische legitimatie/draagvlak: namens wie spreken de deelnemers aan de commissie, namens de raad of als individueel raadslid?

De griffies hebben aangegeven dat niet in alle raden woordvoerders aangewezen zijn. Dit gegeven maakt het uitvoeren van de suggestie van de werkgroep in de praktijk helaas niet mogelijk.

Hilversum I Ten aanzien van voorstel zienswijze voor besluiten: Het preadvies bevat een conceptartikel. Voorgesteld wordt om een zienswijzeprocedure in te stellen voor besluiten van het AB of DB die betrekking hebben op: a. het aangaan van een duurzame vorm van samenwerking; b. het in uitvoering (over)nemen van markttaken; Pagina 9 van 15

c.

het doen van een investering van boven de 10 miljoen euro.

Onderdeel a: het gestelde onder sub a volgt mogelijk al uit artikel 13 lid 3 (Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen). Onze vraag aan wat wordt met het gestelde onder a aanvullend bereikt? Ten faveure van de leesbaarheid stellen wij in ieder geval voor om onderwerpen zoveel als mogelijk in een centraal artikel op te nemen in de gemeenschappelijke regeling. Onderdeel b: vooraf is duidelijkheid wenselijk over de vraag in hoeverre op basis van de huidige gemeenschappelijke regeling markttaken uitgevoerd kunnen worden.

Onderdeel a: Artikel 13 lid 3 van de GR gaat over het oprichten van een nieuwe rechtspersoon (en slaat op onderdeel b). Artikel 13 lid 3 van de GR is een vertaling vanuit de Wgr die verplicht om de raden te betrekken bij een ontwerpbesluit over het oprichten van een nieuwe rechtspersoon. Met het voorstel om een zienswijze bij raden te vragen bij het aangaan van een duurzame vorm van samenwerking worden raden op een eerder moment betrokken en in de gelegenheid gesteld om hun inbreng te geven.

Onderdeel c: het is van belang dat de raden vooraf in de gelegenheid worden gesteld bij investeringsbeslissingen en niet alleen in geval van begrotingswijzigingen hun zienswijze kenbaar te kunnen maken, in het geval de investering hoger is dan 1% van het totaal van de begroting van de regio (=90 miljoen). Bovendien vinden wij het wenselijk om de zienswijze niet alleen in te stellen in geval van (substantiële) investeringen maar ook in geval van nieuwe projecten/initiatieven waarbij op voorhand redelijkerwijs duidelijk is dat deze op termijn invloed hebben op de programmabegroting.

Onderdeel c: Het voorstel van de raad van Hilversum betreft bedragen hoger dan €900.000,die niet in de begroting zijn opgenomen. Het algemeen bestuur heeft besloten dit bedrag van 10 miljoen aan te passen naar een bedrag van 2,5 miljoen. Zie ook de toelichting hiervoor bij de gemeente Huizen.

Daarnaast vinden we dat de opsomming uitgebreid moet worden naar (voorgenomen) besluiten omtrent overgedragen taken waarvoor ook eerder een 'zienswijzeprocedure' is ingesteld. Denk aan de grondstoffenvisie en de uitvoeringsplannen GAD. Daar waar de besluitvorming in de regio direct de lokale dienstverlening aan de inwoners raakt, vinden wij het noodzakelijk hiervoor een zienswijzeprocedure in te stellen en dit ook helder en concreet vast te leggen in de gemeenschappelijke regeling.

De Regio is vooral actief is bij de dienstverlening aan inwoners. De overgedragen taken zijn voornamelijk beleidsarme taken waarvoor het vragen van een zienswijze niet aan de orde is. Uitzondering hierop is de Grondsoffenvisie. Hierbij vraagt de Regio de raden om een zienswijze in te brengen. Daarnaast werken gemeenten samen in de beleidsvoorbereiding op regionale opgaven. Besluiten die voortkomen uit deze afstemming en samenwerking worden genomen door het eigen college en/of de eigen raad.

Onderdeel b: In artikel 13 lid 3 van de GR is bepaald dat bij het oprichten van een nieuwe rechtspersoon het algemeen bestuur de raden dient te betrekken. Los van de wettelijke procedure die ook in de GR staat, wil het algemeen bestuur de raad in een vroegtijdi stadium betrekken bij het voornemen om eventueel markttaken over te nemen.

Daarnaast wordt in lijn met de adviezen van de werkgroep van raadsleden voor de verbetering van de regionale samenwerking de werkwijze gevolgd om te werken met startnotities. Met het opnemen van trajecten in de RSA-agendatool waar een zienswijze over gevraagd wordt, krijgen de raden inzicht bij welke trajecten zij gevraagd worden een zienswijze in te dienen. Pagina 10 van 15

II Ten aanzien van de gemeenschappelijke adviescommissie Wij willen, om verdere stappen te zetten en de gemeenteraden in positie te brengen, een voorstel voor de inrichting van een gemeenschappelijke adviescommissie, zodat er een kan-bepaling in de Gemeenschappelijke Regeling wordt opgenomen per 1 juli 2023 en de adviescommissie, indien positief besloten, daarna wordt geïmplementeerd.

II Een kan-bepaling opnemen bij de eerstvolgende actualisatie van de GR (1 mei 2024) is niet mogelijk, omdat in de Wgr is opgenomen dat alle raden dit verzoek unaniem aan het algemene bestuur moeten doen. Deze unanimiteit is er op dit moment. Zie verder hierboven de reactie op de input vanuit Wijdemeren.

III Ten aanzien van participatie De startnotitie bevat een tekstvoorstel betreffende participatie: 'Bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van regionaal afgestemd beleid kan, in samenwerking met de gemeente(raden)n, gelegenheid worden geboden aan ingezetenen en belanghebbenden om betrokken te worden, overeenkomstig de wijze beschreven in de Participatieverordening Regio Gooi en Vechtstreek.' Participatie van inwoners is al gemeengoed binnen de Regio Gooi en Vechtstreek. Volgens het advies van de juridische werkgroep is het aan de gemeenteraden om te bepalen wel of geen participatie toe te passen. De keuze wel/geen participatie moet in ieder geval wel worden opgenomen in de gemeenschappelijke regeling. De nadere uitwerking vindt nu plaats in de regionale participatieverordening. Deze moet nog worden geactualiseerd. Wij vertrouwen erop dat u hiermee voortvarend aan de slag gaat.

III Het dagelijks bestuur zal een voorstel voor een Participatieverordening Gooi en Vechtstreek opstellen en raden de gelegenheid geven om daar zienswijze op in te dienen. Vervolgens stelt het algemeen bestuur op basis van de zienswijzen een ontwerp Participatieverordening Gooi en Vechtstreek vast.

Uw terughoudendheid ten aanzien van de door de wetgever geschapen mogelijkheid om een adviescommissie in te richten heeft ons verrast, mede gelet op de aanleiding voor de instelling van de werkgroep Mol.

Het algemeen bestuur heeft ervoor gekozen om in eerste instantie te starten met een verkenning naar een gemeenschappelijke adviescommissie. De reden daarvoor is om de resultaten van de adviescommssie werkgroep governance (‘werkgroep Mol’) juist eerst een goede kans tot implementatie te geven. Eerst de huidige instrumenten goed inzetten voordat er met een nieuw instrument gestart wordt. Naar aanleidng van de zienswijzen worden wel degelijk stappen gezet om met raadsleden de invulling van een gemeenschappelijke adviescommissie actief te onderzoeken. Zie verder hierboven de reactie op de input vanuit Wijdemeren.

Dit ontwerpvoorstel wordt tenslotte ter vaststelling aangeboden aan de raden.

Vraag 3: Zijn er naast de adviezen van de werkgroep governance (bijlagen 1 en 2) en de verzamelde aanpassingen (opgenomen in bijlage 3) aanvullende onderwerpen/thema’s die bij het verdere proces rondom de actualisering van de GR meegenomen moeten worden? Input per gemeente

Reactie en vervolg

Wijdemeren Geen aanvullende onderwerpen/thema’s

Geen vervolg nodig.

Pagina 11 van 15

Huizen In bijlage 3 van de startnotitie (zie pag. 18) wordt een aantal onderwerpen benoemd dat naar verwachting ook tot wijziging van de GR zal leiden, na een nadere uitwerking daarvan door de werkgroep regio-juristen. Dit betreft de volgende onderwerpen / voorstellen tot opname in de GR: − Beleidsvoorbereiding en -afstemming m.b.t. woonakkoord; − Idem m.b.t. ruimtelijke ontwikkelingen (in verband met provinciale omgevingsverordening); - Idem m.b.t. energietransitie (als deelregio van de energieregio); − Idem m.b.t. asielopvang; − Idem m.b.t. ontwikkeling bedrijvigheid en detailhandel(visie); − Opname van de MRA (deelregionale afvaardiging en afstemming werkafspraken); − Beleggen van inkoop Inburgeringstrajecten bij regio; − Afhandeling van klachten tegen gecontracteerde zorgaanbieders; − Opname van een algemeen artikel voor verwerking van persoonsgegevens in relatie tot de AVG (in plaats van alleen een dergelijke grondslag t.a.v. overgedragen taken); − Correctie onjuiste benaming CAO in art. 26 GR. Commentaar. de gemeenten werken samen aan de beleidsvoorbereiding ten aanzien van regionale opgaven, naast de uitvoering van gemeentelijke taken. Het idee is om in artikel 4 van de GR de coördinerende en ondersteunende taken van de Regio in de beleidsvoorbereiding waarvoor regionale afstemming vereist is, te benoemen en daarvoor te verwijzen naar de RSA.

Die uitwerking moet nog plaatsvinden. Het is aan te bevelen daarbij een vorm te vinden die niet tot het veelvuldig op- en afvoeren van onderwerpen in de GR hoeft te leiden. Wellicht volstaat reeds om te bepalen dat de regio beleidsvoorbereidende taken heeft ten aanzien van in de RSA benoemde onderwerpen. Inzake de bovenstaande onderwerpen vindt Huizen dat voor wat betreft de asiel-opvang een uitwerking in de GR thans te vroeg is en dat eerst de landelijke wetgeving en impact daarvan helder moeten zijn. Daarnaast vindt Huizen dat het beleggen van de inkoop van Inburgeringstrajecten bij de regio voor maximaal 6 jaar aan de orde kan zijn (de looptijd van de huidige contracten) om speelruimte te houden voor ontwikkelingen in dit beleidsveld.

Dank voor uw reactie. We delen uw aanbeveling om in de GR een formulering te gebruiken die veelvuldig op- en afvoeren van onderwerpen voorkomt. Daarom wordt in de concept tekst van de GR verwezen naar de Regionale Samenwerkingsagenda.

Het onderwerp asielopvang is op dit moment inderdaad onvoldoende duidelijk. Dat is ook de reden dat het niet is opgenomen in de Regionale Samenwerkingsagenda en ook niet zal worden opgenomen in de GR. In de dienstverleningsovereenkomst die afgesloten is tussen gemeenten en Regio is opgenomen om bij afloop van de DVO dit als overgedragen taak op te nemen in de GR. De gemeente Huizen heeft deze DVO ook ondertekend. Tijdens de vergadering van het algemeen bestuur Pagina 12 van 15

heeft Huizen aangegeven niet als enige gemeente de opname in de GR tegen te willen houden. Daarbij speelde voor Huizen mee dat de GR periodiek wordt gewijzigd, zodat aanpassingen altijd mogelijk zijn. Blaricum: Geen aanvullende onderwerpen/thema’s

Geen vervolg nodig.

Eemnes: Geen aanvullende onderwerpen/thema’s

Geen vervolg nodig.

Laren: Geen aanvullende onderwerpen/thema’s

Geen vervolg nodig.

Gooise Meren: Reactie: We wijzen er op dat we onder ad. 1 onze opmerkingen hebben opgenomen die betrekking hebben op de verzamelde aanpassingen uit bijlage 3 van de startnotitie.

Zie de beantwoording onder ad. 1

Hilversum In onderstaand overzicht wordt artikelsgewijs weergegeven wat de verbeterpunten/aandachtspunten zijn a) artikel 5 inzake overgedragen taken: regionale inkoop het proces met betrekking tot de regionale inkooptrajecten is niet helder. Welke besluiten moeten lokaal worden genomen? Dit sluit aan bij het advies van de Werkgroep verbetering governance uit 2021 (bijlage 2 van de startnotitie) waarin aandacht wordt gevraagd voor rolduidelijkheid (pag. 15): 'Het is de werkgroep namelijk ook niet duidelijk hoe bijvoorbeeld de portefeuillehouderoverleggen zich verhouden tot het Algemeen Bestuur en wie welke besluiten neemt en wanneer een voorstel wel of niet door gemeenteraden moet worden vastgesteld.'

a.

We delen uw mening dat dit proces niet helder is. Daarom is in de toelichting op dit artikel de oude tekst uit de GR opgenomen om helderheid te geven over de rollen.

Op dit moment stellen de colleges het toelatingsdocument vast met het programma van eisen. Dat gebeurt nu vaak pas achteraf, waarbij het traject betreffende de inwonersparticipatie soms regionaal dan weer lokaal wordt opgepakt. ln de versie van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek van 1 januari 2021 (vervallen per 28 februari 2022) was er nog een uitgebreide toelichting opgenomen bij artikel 5. ln de toelichting stond het volgende: 'De Regio is belast met de opdrachtverstrekking van resp. maatwerkvoorzieningen aan aanbieders in het kader van de Wmo 2015, jeugdhulpvoorzieningen aan aanbieders in het kader van de Jeugdwet en rePagina 13 van 15

integratíevoorzieningen aan aanbieders in het kader van de Participatiewet. Onder deze taakuitvoering valt de daartoe benodigde beleidsvoorbereídíng, beleidsuitvoering, de inkoop, in en externe monitoring, contractbeheer, de financiële controle op declaraties en het contractmanagement alsmede de verwerking van persoonsgegevens voor specifieke doeleinden. De beleidsvoorbereíding vindt plaats via een door de gemeenten uniform verstrekt mandaat.' Onduidelijk is wat er nu geldt. ls de oude toelichting nog van toepassing? Ons verzoek is daarom een bepaling op te nemen in de gemeenschappelijke regeling inzake regionale inkooptrajecten met vastlegging van taken en bevoegdheden. ln het overzicht van de aanpassingen GR (bijlage 3 bij de startnotitie) wordt vermeld om ook de inkoop van inburgeringstrajecten structureel te beleggen bij de Regio. Dit moet nog worden uitgewerkt en sluit aan bij het voorgaande. b) artikel 7 inzake regionale samenwerkingsagenda: startnotitie ln lid 2 van artikel 7 wordt specifiek verwezen naar de startnotitie (lid 2) en de zienswijzeprocedure (lid 3). Omdat er al een voorstel ligt voor een artikel over de zienswijze vinden wij het logisch om in de gemeenschappelijke regeling oog te hebben voor de verbanden. Nu dreigt versnippering binnen één en dezelfde regeling.

Optie is om bijvoorbeeld één grondbepaling over de startnotitie en de zienswijzeprocedure op te nemen in de regeling. Zie ook onze opmerking onder sub c. c) artikel 28 inzake begroting: termijnen zienswijze ln lid 4 is bepaald dat de gemeenteraden 8 weken de tijd hebben voor een zienswijze op de conceptbegroting en het ontwerpvoorstel bestemming resultaat. Afgezien van het feit dat deze periode kort is, wordt in de praktijk (veelal) een termijn van 12 weken gehanteerd. Ons voorstel is om een termijn van (ten minste) 12 weken in de regeling op te nemen. Verder geldt ook hier het gestelde onder sub b inzake de samenhang tussen de artikelen van de regeling. d) artikel 28 en artikel 29 inzake begroting respectievelijk jaarrekening: inzake voorlopige jaarrekening en bestemming resultaat ln artikel 28 betreffende de begroting wordt in lid 2 gesproken over de voorlopige jaarrekening en het ontwerpvoorstel bestemming resultaat en in

M.b.t. de inkoop inburgeringstrajecten zie reactie hierboven op de input vanuit Huizen en Gooise Meren.

b. Het algemeen bestuur heeft ervoor gekozen om de volledige procedure rondom de RSA in 1 aritkel te beschrijven. Op deze wijze is de hele procedure rondom de RSA zelfstandig te lezen en opgenomen in de GR.

c. In de nieuwe GR wordt de zienswijzetermijn aangepast naar 12 weken. Nu wordt alleen met betrekking tot de MRA soms een termijn van 8 weken gehanteerd. Dit is conform werkafspraken MRA en gelet op de gestelde termijnen door de MRA ook niet mogelijk om aan te passen naar 12 weken. De Regio hanteert de facto dus al een behandeltermijn van 12 weken.

d. In de geactualiseerde GR is de tekst aangepast (door aangepaste nummering worden het artikel 29 en 30). Deze aangepaste tekst is ook besproken met de werkgroep financiën waarin ambtenaren financiën van de gemeenten zitting hebben.

Pagina 14 van 15

lid 4 over de zienswijze betreffende het ontwerpvoorstel bestemming resultaat. Deze onderwerpen betreffen de jaarrekening. Ons voorstel is om de bepalingen betreffende de begroting en de jaarrekening qua inhoud van elkaar te scheiden. Dat bevordert de leesbaarheid. e) artikel 30 inzake vaststelling en betaling eigen bijdrage: moment afrekening resultaten Nu wordt soms in hetzelfde boekjaar T afgerekend, maar veelal wordt afgerekend in boekjaar T+1 bij de jaarstukken van de Regio GV zelf. Dit betreft in ieder geval het doelgroepenvervoer. Oorspronkelijk was het de bedoeling om of 4 x per jaar af te rekenen op basis van de werkelijke kosten WMO vervoer en leerlingenvervoer. Dat is voor 2022 (en 2023) niet gebeurd. Afrekening geschiedt nu via de jaarstukken van de Regio GV in jaar T waarbij het resultaat van jaar T van de Regio GV dus bij de gemeenten in boekjaar T+1 verwerkt wordt. Het verdient aanbeveling om in de regeling op dit punt duidelijkheid te verschaffen. Tot slot Met verwijzing naar de procedure in de startnotitie worden wij graag op de hoogte gesteld van de zienswijzen van de andere gemeenten, alsmede geïnformeerd over het vervolg van de procedure die moet leiden tot een nieuwe (geactualiseerde) gemeenschappelijke regeling.

e. Dit is een belangrijk onderwerp om hier gezamenlijke werkafspraken over te maken. De uitwerking hiervan krijgt echter niet zijn beslag in de GR. In de werkgroep financiën waarin ambtenaren financiën van de gemeenten zitting hebben, is hier ook over gesproken. De leden van de werkgroep denken hier verschillend over waardoor wordt vastgehouden aan de huidige systematiek (waarbij vooral de pxq zaken in boekjaar T worden afgerekend).

Uiteraard worden de zienswijzen van de andere gemeenten en de reactie van het algemeen bestuur hierop met alle raadsleden gedeeld. Dit wordt ook toegelicht op het Regiopodium van 9 oktober. Op dat moment kunnen raden daarover ook met elkaar in gesprek gaan.

Pagina 15 van 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=573700a6-6294-485f-ac5c-fdee1ee4e440