Nee tenzij toets N417 - actualisatie 2024
Tekst van het document
Nee, tenzij toets N417 Toets Natuurnetwerk Nederland - Reconstructie N417 Hilversum Provincie Noord-Holland 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
Contactpersoon R.W. Senior Ecoloog
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
2
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
Inhoudsopgave 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel
6
1.3
Leeswijzer
6
2
Juridisch kader
7
3
Beschrijving plangebied
8
3.1
Locatie en ligging
8
3.2
Beschrijving wezenlijke kenmerken en waarden NNN
9
3.2.1
Inleiding
9
3.2.2
Natuurwaarden (actueel en potentieel)
9
4
5
6
Voorgenomen ingreep
11
4.1
Nieuwe situatie en werkzaamheden
11
4.2
Maatregelen voor diersoorten
12
4.3
Beschrijving belang
12
4.4
Alternatieven
13
Effectbeschrijving en -beoordeling
14
5.1
Nee, tenzij afweging
14
5.2
Aantasting beschermde gebieden
14
5.2.1
Ruimtebeslag
15
5.2.2
Aantasting habitat
15
5.2.3
Verstoring door geluid
15
5.2.4
Verstoring door licht
17
5.3
Aantasting van het leefgebied van soorten
18
Mitigerende maatregelen: Rekening houden met de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied
3
Datum: 11 april 2024 - Public
20
NEE, TENZIJ TOETS N417
7
6.1
Aanpassing van de ligging van het tracé
20
6.2
Aanpassing van de uitvoering van de werkzaamheden
20
6.3
Beperkte kap van bomen
20
6.4
Aanpassing van de verlichting
21
6.5
Maatregelen voor diersoorten
21
6.6
Tegengaan versnippering
22
6.7
Zorgplicht – alle planten en dieren
23
6.8
Garanderen van een ecologisch verantwoorde werkwijze
23
Compensatieopgave
24
7.1
Inleiding
24
7.2
Ruimtebeslag
24
7.3
Aantasting kwaliteit
24
7.3.1
Aantasting van habitat
24
7.3.2
Verstoring door geluid
24
7.3.3
Verstoring door licht
24
7.3.4
Aantasting voor verzuring/vermesting of hydrologische effecten
24
7.3.5
Aantasting van het leefgebied van soorten
24
7.3.6
Conclusie
25
7.4
Totale compensatieopgave
25
8
Compensatieplan
26
9
Conclusie en samenvatting
27
Literatuurlijst
28
Colofon
29
4
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De N417 tussen Hollandsche Rading en Hilversum wordt gereconstrueerd. Deze reconstructie bestaat onder andere uit het vernieuwen van het wegdek, het aanleggen van een vrij liggend fietspad aan de westzijde van de N417, het aanleggen van drie faunapassages voor dassen en reptielen en het aanbrengen van rasters langs het gehele tracé van de N417 tussen de rotonde met de Noodweg en de bebouwde kom van de gemeente Hilversum (Zuiderheideweg). De N417 grenst aan weerszijden direct aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). NNN-gebieden zijn planologisch beschermd. Voor het NNN geldt dat getoetst moet worden of negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden te verwachten zijn en of compensatie nodig is. In voorliggende rapportage worden de effecten op het NNN in beeld gebracht en vindt een toetsing plaats aan het beschermingsregime dat van toepassing is. Ook wordt een overzicht gegeven van de compensatieopgave voor het verlies aan natuurwaarden in het NNN.
Figuur 1: Luchtfoto met daarin met rode lijn het tracé dat wordt gereconstrueerd. (Bron ondergrond: Cyclomedia.)
5
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
1.2
Doel
Dit rapport vormt de inhoudelijke onderbouwing voor de toetsing aan het NNN-beleid (Structuurvisie Provincie NoordHolland).
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt beschreven wat het juridisch kader is waarin deze toets plaatsvindt. Om te weten waarover de toets gaat is in hoofdstuk 3 aangegeven wat de voorgenomen ingreep is. Aansluitend wordt in hoofdstuk 4 een beschrijving gegeven van het plangebied en de wezenlijke kenmerken en waarden van het aanwezige NNN-gebied. In hoofdstuk 5 worden de effecten beschreven en worden deze getoetst aan het NNN-beleid. In hoofdstuk 6 is berekend wat dit betekent voor de compensatieopgave. Hoe deze opgave wordt gerealiseerd staat genoemd in hoofdstuk 7.
6
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
2
Juridisch kader
Het plangebied maakt (gedeeltelijk) onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden waarmee de biodiversiteit behouden en versterkt wordt. Het NNN heeft dan ook als doel om bijzondere en beschermde natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Het is beschermd via de regelgeving van de ruimtelijke ordening. In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het beschermingsregime vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De beleidsmatige verankering wordt gevormd door de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2012). Sinds 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Op provinciaal niveau is de planologische bescherming van het NNN geregeld via de Provinciale Structuurvisie en de Provinciale Ruimtelijke Verordening (Provincie Noord- Holland, 2020). Het NNN is begrensd met een zogenoemde groene contour. Nieuwe plannen, projecten of handelingen binnen deze groene contour zijn in beginsel niet toegestaan als deze de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten, tenzij er geen reële alternatieven zijn én er sprake is van redenen van groot openbaar belang (het ‘nee, tenzij’- regime).
Dit staat toegelicht in de Omgevingsregeling van de Provincie Noord-Holland, afdeling 2.3 natuur- en landschapscompensatie (2020). Als een ingreep (onder bovengenoemde voorwaarden) wordt toegestaan, moet de initiatiefnemer de (potentiële) natuurwaarden die verloren gaan, op eigen kosten compenseren. Dit uitgangspunt wordt ‘natuurcompensatie’ genoemd. De provinciale regels voor natuurcompensatie staan in de PRVS en zijn verder uitgewerkt in de Uitvoeringsregel natuurcompensatie Noord-Holland (Provincie Noord-Holland, 2020). De provincie verleent pas planologische medewerking aan een ingreep in het NNN als ook aan de vereisten van het compensatiebeleid wordt voldaan.
7
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
3
Beschrijving plangebied
3.1
Locatie en ligging
De N417 is de verbindingsweg tussen Utrecht en Hilversum. Het plangebied begint bij kilometerpaal 8.9 (Noodweg, nabij Hollandsche Rading) en eindigt iets na kilometerpaal 10.8 (Maartendijkseweg/Zuiderheideweg, Hilversum). De weg ligt buiten de bebouwde kom en is omgeven door bosgebied en heidegebieden. Ten westen van de N417 liggen het Goois Natuurreservaat Zwartebergen en de Hoorneboegse Heide. Ten oosten van de N417 zijn de natuurgebieden De Zwaluwenberg, Dassenveld en Laapersbos te vinden. Op relatief dichte afstand van de N417 zijn het treinspoor tussen Utrecht en Hilversum en de snelweg A27 te vinden. In Figuur 1 is het plangebied weergegeven in een luchtfoto. Het plangebied zelf bestaat uit de weg van de N417, met aan weerszijden een fietspad, en aan de westzijde enkele meters ruimte om het fietspad te kunnen verleggen. Aan de westzijde van de weg staan bomen, dit is de bosrand van het achterliggende bosgebied. Het is een vrij jong bos met veel dunne bomen, maar hier staan ook oude bomen tussen. Ook is er een watergang gelegen binnen het plangebied, hier staat niet jaarrond water in. Er staan ook enkele woonhuizen met bijbehorend land en oprijlanen. Het gebied ten oosten van het plangebied is vergelijkbaar met het westen. Het bestaat uit bosgebied, maar afgewisseld met weiland. Ook hier staan enkele woonhuizen met land en oprijlanen.
De bosgebieden aan weerszijden van de weg maken onderdeel uit van het Nationaal Netwerk Nederland (NNN) (zie Figuur 2). Er zijn geen ecologische verbindingszones NNN 1 in het plangebied gelegen.
Figuur 2: Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van het NNN. Bron: Natuurbeheerplan 2021, Dataportaal Provincie NoordHolland.
1 Het NNN is opgebouwd uit natuurgebieden en verbindingszones. De verbindingszones brengen de natuurgebieden met elkaar in
verbinding. Beide worden planologisch door de provincie vastgelegd. 8
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
Figuur 3: Ambitiekaart NNN (Provincie Noord-Holland, Natuurbeheerplan 2021).
3.2
Beschrijving wezenlijke kenmerken en waarden NNN
3.2.1
Inleiding
Het NNN-gebied Gooi Midden en Zuid (A18) vormt de Gooise zuidflank. Met een oppervlakte van 2.200 hectare is dit een groot aaneengesloten natuurgebied bestaande uit bos- en heidegebieden rondom de noord-, oost- en zuidzijde van Hilversum. Het gebied wordt door Bussum begrensd in het zuiden, door Laren in het noorden en door Utrecht (de Utrechtse provinciegrens) in het zuiden en oosten. De N417 van Hilversum naar Hollandse Rading doorsnijdt het gebied aan de oostgrens van noord naar zuid. Door ecoducten wordt de samenhang (tussen delen van) het NNNgebieden versterkt. In het zuidwesten van de Gooise zuidflank bevindt zich het natuurgebied de Hoorneboegsche Heide, waar het ecoduct Hoorneboeg de verbinding maakt met het oostelijk gelegen natuurreservaat De Zuid. Langs de provinciegrens met Utrecht staan de natuurgebieden van Gooi Zuid in verbinding met de bossen en heideterreinen van Hoge en Lage Vuursche en vanuit hier met de hele Utrechtse Heuvelrug. Het gebied rondom de N417 bestaat voornamelijk uit droge heideterreinen en bossen met diepgelegen grondwater. Dit leidt tot schrale, droge en zure omstandigheden. De Hoorneboegse Heide kent ook een aantal grafheuvels. Door middel van archeologisch onderzoek zijn restanten van raatakkers vastgesteld; ook zijn er omvangrijke sporenbundels aanwezig als gevolg van eeuwenoud gebruik van verschillende zandwegen door postkoetsen.
(Bron: Wortelboer, 2014.)
3.2.2
Natuurwaarden (actueel en potentieel)
Actuele waarde Het beheertype van de locaties rondom de N417 bestaat voornamelijk uit N07.01 Droge heide. De droge heidevelden worden gedomineerd door struikheide en verder komen stuifzandheiden en heischrale vegetaties voor met kenmerkende flora waaronder stekel- en kruipbrem, jeneverbes en korstmossen. De droge bossen in het gebied bestaande uit N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos en N16.01 Droog bos met productie komen in grote oppervlakten 9
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
voor in het zuiden van het gebied. De bossen bestaan vooral uit aanplant van grove den en uitheemse naaldhoutsoorten en spontaan ontwikkelende loofbossen. De heideterreinen vormen een belangrijke broedlocatie voor vogels van heide, zoals de roodborsttapuit, boompieper en boomleeuwerik. Ook de voor droge heide kenmerkende insectenfauna als heivlinder en blauwvleugelsprinkhaan is vertegenwoordigd. Hoewel de heideterreinen en stuifzanden wat betreft natuurdoeltypen vergelijkbaar zijn, heeft ieder terrein zijn eigen specifieke natuurwaarden. Op de Hoorneboegse Heide wordt ook duits- en dwergviltkruid aangetroffen. Op de Hoorneboegse Heide is tevens een grote populatie van de veldkrekel aanwezig. De droge bossen in het gebied bestaande uit N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos en N16.01 Droog bos met productie komen in grote oppervlakten voor in het zuiden van het gebied en verder vooral langs de uitgestrekte heidevelden in het noorden. De bossen bestaan vooral uit aanplant van Grove den en uitheemse naaldhoutsoorten en verder uit spontaan ontwikkelde loofbossen op verwaarloosde heide met lokaal oude bosgroeiplaatsen. Bos- en/of struweelvogels met een bovengemiddeld hoge dichtheid zijn hier havik, sperwer, bonte vliegenvanger, kuifmees, zwarte mees en goudvink. Verder broeden er boomvalk, wespendief en raaf. De flora van deze bossen is doorgaans soortenarm.
Plaatselijk komen de bijzondere soorten dubbelloof, eikvaren en dennenorchis voor. Door de aanleg van verschillende natuurbruggen en dassentunnels in het gebied, is de das inmiddels weer aanwezig in de bossen van de Gooise zuidflank. Daarnaast komt de hazelworm voor in vrijwel alle bossen ten zuiden van de spoorlijn. Hoewel dit bostype algemeen voorkomt, ontbreekt vaak een hoge diversiteit van flora en fauna. Oorzaken betreffen een geringe structuurrijkdom in voormalige productiebossen, de jonge leeftijd en de gevolgen van verzuring en vermesting. De betekenis voor de biodiversiteit is met name gelegen in grote aantallen (vaak bedreigde) paddenstoelen, blad- en korstmossen en enkele vaatplanten. Structuurrijke bossen met enige buffering in de bodem, bossen met een hoge luchtvochtigheid en bossen met oude bomen kennen vaak een hogere biodiversiteit. Dit is echter niet het geval bij de bossen die naast de N417 liggen.
Potentiële waarde Een belangrijke verbetering is mogelijk doordat een deel van de droge bossen omgevormd zal worden naar heideterrein c.q. een heideverbinding. Dit is hier niet aan de orde vanwege het besloten karakter van het bos tussen de heidetereeinen aan de west- en oostzijde van de N417 (landschappelijke waarde binnen Bijzonder Provinciaal Landschap). De Natuurbrug Hoorneboeg en Natuurbrug Zwaluwenberg zijn in feite een invulling van het beleid om te streven naar een betere verbinding tussen natuurgebieden. De blijvende bossen kunnen profiteren van actieve omvorming van de naaldbossen naar meer gevarieerde natuurlijke bossen door kap van naaldbomen, streven naar een gevarieerdere leeftijdsopbouw en spontane verjonging door inheemse soorten bomen en struiken. Verhoging van de natuurwaarde is verder mogelijk door oude, afgestorven bomen te laten staan of liggen en het aandeel dood hout in het bos te bevorderen. Het bos in de buurt van de aansluiting van de Zuiderheideweg met de N417 bestaat uit een aanplant van Amerikaanse eik. Omvorming van naaldbos en bos van Amerikaanse eik naar een meer gevarieerd bos, zal minsten 25 jaar vergen. Door maatregelen te nemen die belangrijke barrières in het gebied opheffen, is het in de toekomst mogelijk voor soorten zoals das en hazelworm om zich nog verder te verspreiden en een gezonde populatie te behouden.
10
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
4
Voorgenomen ingreep
4.1
Nieuwe situatie en werkzaamheden
In de nieuwe situatie is het wegdek vernieuwd, zijn er half verharde bermen aanwezig. De direct aanliggende fietspaden zijn verwijderd en er is een vrij liggend (brom-) fietspad aan de westzijde van de N417. Het oversteken van (fiets-) verkeer wordt veiliger gemaakt door de aansluitingen van de inritten en de kruisingen met de Hoorneboeglaan en Zuiderheideweg aan te passen. Ook zijn er enkele faunapassages voor dassen en reptielen en is er over het gehele tracé van de N417 tussen de rotonde met de Noodweg en de bebouwde kom van de gemeente Hilversum (Zuiderheideweg) een faunaraster. Tevens zijn enkele percelen voorzien van een faunaraster. Op de rijbaan is een breedte aanwezig van 6,70 meter en er zijn nieuwe deklagen aangebracht. De deklaag is overal uitgevoerd in asfalt. De weg is voorzien van nieuwe markering conform de richtlijnen. De wettelijke maximumsnelheid is over het gehele traject 60 km/uur, waardoor de weg veiliger zal worden. Dit is via bebording aangegeven en daarnaast zijn plateaus aangebracht om de snelheid te beperken (Werkbeschrijving en eisen reconstructie N417, 2015). • • • •
De werkzaamheden worden in principe overdag uitgevoerd. Mogelijk is het echter noodzakelijk om enkele nachten te werken. Als nachtelijke werkzaamheden nodig zijn, zullen deze in het najaar of de winterperiode (globaal november t/m februari) plaatsvinden om het verstoren van broedvogels (het broedseizoen is globaal half maart t/m half juli) en foeragerende en migrerende vleermuizen te voorkomen. Het kappen van de bomen en het beuken van het beton vinden plaats buiten het broedseizoen (half maart t/m half juli). De overige werkzaamheden kunnen zowel binnen als buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. De totale uitvoerperiode is in deze fase van het project nog niet geheel duidelijk. Worst case wordt uitgegaan van een totale doorlooptijd van 8 maanden.
Kap van bomen • Voor het verplaatsen van het fietspad aan de westzijde van de N417 moeten circa 170 bomen worden gekapt. Een afgewogen proces is hieraan voorafgegaan. Over iedere boom is nagedacht. Met name kleine, zieke en uitheemse bomen zullen niet gespaard worden als er dikke, inheems gezonde bomen kunnen worden behouden door een alternatieve ligging van het fietspad tracé. Ook wordt er, bij locaties waar sprake is van een keuze tussen de kap van een inheemse boomsoort versus de keuze voor de kap van een uitheemse boomsoort, gekozen om de inheemse soort te sparen. • De Provincie Noord-Holland hanteert richtlijnen voor de inrichting van veilige bermen. Een van deze richtlijnen is dat er in het profiel van vrije ruimte geen obstakels mogen staan. Van deze richtlijn wordt hier afgeweken om, met uitzondering van de bomenkap ten behoeve van de aanleg van het fietspad, geen extra bomen te kappen.
Verlichting • De bestaande lichtmasten langs de N417 worden hergebruikt. Deze verlichting wordt dus niet aangepast. • De verlichting langs het fietspad wordt vervangen door LED verlichting. Op dit moment staat, op de delen waar het fietspad vrij liggend is, ook al verlichting. Dit is fluorescentieverlichting van het type PLL. De te realiseren LED verlichting heeft als voordelen dat de lichtbundel heel sterk gericht kan worden, waardoor er minder strooilicht optreedt, en LED verlichting is geschikt om vaak aan en uit te schakelen. Dit laatste is van belang, omdat de verlichting wordt uitgerust met het bike-radar systeem, zodat de verlichting alleen aan gaat op momenten dat zich een fietser/wandelaar op het fietspad bevindt. De verlichting komt bovendien aan de buitenzijde te staan, zodat de uitstraling richting de omliggende bosgebieden geminimaliseerd wordt.
11
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
4.2
Maatregelen voor diersoorten
Uit de Quickscan (Arcadis, 2019) die is uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (onderdeel soorten) volgen de onderstaande maatrelen voor voorkomende diersoorten om negatieve effecten op de aanwezige beschermde soorten zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Na het gericht soortenonderzoek (naar vleermuizen, marterachtigen, zandhagedis en hazelworm) zal hier een aanvulling op gegeven worden. Dit zal geen consequenties hebben voor dit compensatieplan. Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest Voor broedvogels waarvan het nest gedurende broedperiode beschermd is, dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden in het geval dat er alsnog struiken en takkenhopen verwijderd dienen te worden: • Voer werkzaamheden buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. • Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden, totdat de werkzaamheden zijn afgerond.
Rugstreeppad Voor de rugstreeppad dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden om toekomstige vestiging te voorkomen, daarbij kan gedacht worden aan maatregelen als deze: • Voorkom dat nieuw geschikt leefgebied voor de rugstreeppad ontstaat tijdens de werkzaamheden. Voorkom de aanwezigheid van open zand en tijdelijk water. • Plaats tijdens de werkzaamheden een amfibieën scherm om te voorkomen dat het terrein gekoloniseerd wordt door rugstreeppad. Zorgplicht – alle planten en dieren De Wnb kent een algemene zorgplicht. Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige planten en dieren moet worden omgegaan. Daarom moeten de volgende maatregelen genomen worden: • Voer de werkzaamheden rustig uit en in één richting van de watergang of autoweg af. Op deze manier zijn dieren in de gelegenheid om te vluchten naar andere leefgebieden en worden ze niet het water ingejaagd of op de autoweg gejaagd; • Een groeiplaats van de bosandoorn moet worden verplaatst. Tijdens het aanvullend ecologisch onderzoek is door IdVerde geconstateerd dat er in het plangebied, direct grenzend aan het fietspad, en binnen het tracé van het nieuwe fietspad, een groeiplaats van de bosandoorn aanwezig is van ca. 100 exemplaren (c.q. bloeistengels aangezien bosandoorn zich via wortelstokken verspreidt). Dit is geen beschermde soort.
Vanwege de zorgplicht wordt deze groeiplaats zoveel mogelijk behouden door deze te verplaatsen. Dit vanwege het feit dat dit één van de weinige kenmerkende bloeiende plantensoorten in het gebied is. Door het verplaatsen van deze groeiplaats blijft de biodiversiteit in het gebied behouden. De uitvoering van de maatregel dient vastgelegd te worden in het ecologisch werkprotocol.
4.3
Beschrijving belang
De reconstructie van de N417 heeft tot doel de kwaliteit van de weg te verbeteren en de veiligheid van fietsers te waarborgen. De N417 is door de provincie als een potentieel gevaarlijke weg aangeduid, wat betekent dat er een grote kans is op ernstige ongevallen. In 2006 hebben enkele aanwonenden van de N417 een verzoek ingediend bij de provincie Noord-Holland om de weg veiliger te maken. Ondanks het smalle wegprofiel, de slechte onderhoudstoestand van de weg en de aanliggende fietspaden (te smalle stroken) wordt er vaak (te) hard gereden. Hierdoor ontstaan, volgens de Provincie Noord-Holland, geregeld (bijna) ongevallen (bron: Onderbouwing herinrichting N417 met vrij liggend fietspad, 2012). Op dit moment grenst het fietspad grotendeels direct aan de weg waardoor een onveilige situatie ontstaat. Door het aanleggen van een vrij liggend fietspad wordt de veiligheid voor fietser en automobilist verbeterd. Ook voor het autoverkeer is de weg onveilig. De rijstroken zijn smal ten opzichte van het snelheidsregime, in- en uitritten zijn bovendien niet altijd goed zichtbaar.
12
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
Verder dient ook de leefbaarheid rondom de N417 verbeterd te worden. Er is door de slechte onderhoudstoestand van de weg op dit moment sprake van geluidsoverlast voor de omwonenden. Gelijk met de reconstructie van de N417 worden maatregelen genomen om de versnippering van het gebied voor dieren te beperken. De N417, de spoorgweg en de zijn belangrijke barrières voor dier- en plantensoorten tussen de natuurgebieden ten westen van de N417 (Hoorneboeg, Zwarte Berg, Zonnestraal, Einde Gooi), natuurgebieden tussen de N417 en de A27 (Laapersbos, Zwaluwenberg, Dassenveld) en natuurgebieden ten oosten van de A27 (Erfgooiersbos, Hilversums Waschmeer en bossen rond Lage Vuursche) . Door onder andere de bouw van ecoducten wordt de ecologische verbinding tussen de bos/heide-ecosystemen hersteld (bestaande natuurbruggen Hoorneboeg en Zwaluwenberg). Naast deze grotere voorzieningen is ook het opheffen van de N417 als barrière van belang, met name voor kleine dieren (das, levendbarende hagedis, kleine zoogdieren). In de huidige situatie zijn reeds enkele faunavoorzieningen onder de N417 te Hilversum aanwezig.
Bij de reconstructie van de N417 worden aanvullende verbindingen aangelegd: drie dassentunnels, twee reptielentunnels en over de gehele lengte van het tracé dassenrasters aan weerszijden van de weg, al dan niet gecombineerd met fauna¬geleidingswanden (Memo Uitgangspunten kleine faunavoorzieningen N417, 2011). Er wordt nog nagedacht over verhogen van de wildrasters en het aanleggen van een oversteekplaats voor reeën bij de Hoorneboeglaan
4.4
Alternatieven
De reconstructie van de N417 heeft tot doel de kwaliteit van de weg te verbeteren, de veiligheid van fietsers te waarborgen en ecologisch ontsnipperend te werken. Het huidige fietspad grenst grotendeels aan de weg waardoor een onveilige situatie ontstaat. De oplossing waarvoor is gekozen is een vrij liggend fietspad aan de westzijde van de weg. Aan deze keuze is een zorgvuldig traject voorafgegaan, waarin verschillende alternatieven tegen elkaar zijn afgewogen op basis van technische uitvoerbaarheid, ruimtebeslag en verkeersveiligheid (bron: Onderbouwing herinrichting N417 met vrij liggend fietspad, 2012). Bij het ontwerp van het fietspad aan de westzijde van de weg is zoveel mogelijk rekening gehouden met de aanwezige beschermde natuurwaarden: • Het tracé is dusdanig ontworpen dat inheemse boomsoorten zoveel mogelijk gespaard worden. Waar mogelijk is gekozen om het tracé te verplaatsen, zodat uitheemse of zieke bomen gekapt worden. • Door de verlichting van weg en fietspad aan te passen, wordt de lichtuitstraling richting de omliggende bosgebieden geminimaliseerd. • Met de uitvoeringswijze wordt rekening gehouden met een zo kort mogelijke verstoring van de natuurwaarden. Dit wordt gedaan door hergebruik van de huidige weg als fundering voor nieuwe verharding, beperking van de verlichting tijdens de bouw, etc.
• Als aanvulling hierop is met de belanghebbenden in 2017 besloten dat het fietspad wordt rechtgetrokken ten einde natuurgebied zo veel mogelijk te ontzien.
13
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
5
Effectbeschrijving en -beoordeling
5.1
Nee, tenzij afweging
Conform de provinciale ruimtelijke verordening geldt in het NNN het zogenaamde 'nee, tenzij'-regime (art. 19). In gebieden waar het 'nee, tenzij'-regime van kracht is, zijn geen ingrepen toegestaan die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, de negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd. Dat betekent dat niet iedere ingreep in het NNN per definitie compensatie-plichtig is, maar alleen die ingrepen die de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied zodanig aantasten dat ze als significant moeten worden beschouwd. Het gaat in ieder geval om effecten die duidelijk aantoonbaar en permanent zijn, en waarmee de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied in betekenende mate worden aangetast. De reconstructie van de N417 heeft nadelige gevolgen voor het NNN dat aan weerszijden van de N417 is gelegen. Door de reconstructie treedt er ruimtebeslag op en is er sprake van een toename van verstoring door geluid. In principe zijn alle plannen of projecten die ertoe leiden dat delen van het NNN een andere bestemming krijgen, en daardoor in oppervlakte afnemen, als significant aan te merken. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het nee, tenzij regime van toepassing is op de voorgenomen ingreep.
Toestemming kan dan ook alleen worden verleend indien kan worden aangetoond dat er sprake is van een groot openbaar belang en dat reële/aanvaardbare alternatieven ontbreken. Tevens dienen de nadelige effecten zoveel mogelijk gemitigeerd te worden en de resterende effecten gecompenseerd. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de effecten die kunnen optreden.
5.2
Aantasting beschermde gebieden
Voor het bepalen van de compensatieopgave is het noodzakelijk om zowel de fysieke als kwalitatieve aantasting van het NNN in beeld te brengen. a. Ruimtebeslag: de verandering van het ontwerp leidt tot een verandering van het permanente ruimtebeslag. Het betreft 2700 m2 NNN-gebied dat verdwijnt. Dit effect is daarom relevant. b. Aantasting habitat: Er vindt mogelijk aantasting plaats van de habitat van doelsoorten door de kap van bomen en habitatverlies. Dit wordt hieronder verder uitgewerkt. c. Verstoring (door beweging): De weg komt op dezelfde locatie te liggen en het verkeer beweegt zich niet anders door de wijziging van het ontwerp. Hierdoor is een verandering van beweging uitgesloten in de nieuwe situatie als gevolg van het verkeer. d. Verstoring (door geluid). Ook kan de verstoring door geluid (positief) veranderen: de weg wordt een 60 km/uur weg, in plaats van deels een 80 km/uur weg. e. Verstoring (door licht). Wat betreft verlichting komt in de nieuwe situatie het fietspad geheel vrij van de weg te liggen. In die situatie komt ook langs de gehele lengte verlichting langs het fietspad te liggen. Voor een deel ligt deze verlichting er al in de huidige situatie, omdat het fietspad al deels vrij ligt. Op de rest van het tracé wordt dus fietsverlichting bijgeplaatst naast het verlegde fietspad (Figuur 5). Het effect van verstoring door licht is dus relevant. f.
Verzuring en vermesting: De reconstructie van de N417 leidt niet tot een aantrekkende werking op verkeer en de verbreding van de parallel lopende A27 leidt zelfs tot een afname van de verkeersintensiteit op de N417. Deze effecten zijn in het kader van het Tracébesluit van de A27 getoetst. Hierdoor zal er geen wijziging van de stikstofdepositie in de gebruiksfase optreden. In de aanlegfase zal gezien de beperkte duur van de werkzaamheden en het feit dat er reeds sprake is van een verkeersweg en een naast gelegen snelweg de tijdelijke beperkte toename van stikstof de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied niet aantasten. g. Permanente hydrologische effecten: Als gevolg van de reconstructie neemt de hoeveelheid verhard oppervlak niet wezenlijk toe. Er is slechts sprake van een verplaatsing van de hoeveelheid verharding, doordat fietspaden en wegen worden aangepast en verlegd. Dit effect is niet relevant.
Het permanente ruimtebeslag, aantasting van habitat, en verstoring door geluid en licht zijn aspecten die als gevolg van de reconstructie van de N417 mogelijk wel een rol spelen. Dit wordt hieronder nader besproken. 14
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
5.2.1
Ruimtebeslag
Als gevolg van de reconstructie is sprake van ruimtebeslag in het NNN. Hierdoor treedt een permanent verlies op van het beheertype N15.02 ‘dennen- eiken- en beukenbos’. In de directe omgeving komt dit beheertype in grote oppervlakte voor, het ruimtebeslag betreft minder <1% van het totaal aanwezige bos in het gebied Hoorneboegse Heide en Zwarte Berg. Vanwege dit kleine aandeel, en de ligging op de plek waar nu al een provinciale weg en een fietspad aanwezig is, is de samenhang van het NNN-gebied niet in het geding. Door de mitigerende maatregelen van de aanleg van faunaverbindingen onder N417 en fietspad door (3 dassentunnels, 2 reptielentunnels en over de gehele lengte van het tracé dassenrasters aan weerszijden van de weg), zal de samenhang van het NNN-gebied er naar verwachting zelfs op vooruit gaan. Het oppervlakteverlies zal dan ook niet leiden tot een aantasting van de functie van het NNN. Voor het NNN geldt echter wel dat oppervlakteverlies altijd een significante aantasting is. De oppervlakte die verloren gaat (2700 m2), zal dan ook moeten worden gecompenseerd.
5.2.2
Aantasting habitat
De doelsoorten behorend tot habitattypen N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos, zoals beschreven in de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland (2020), document A18 Gooi Midden en Zuid, zijn bos- en/of struweelvogels, vleermuizen, ongewervelden van droge milieus, das en hazelworm. Binnen het plangebied betreft het uitsluitend beheertype N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos. De Quickscan uitgevoerd door Arcadis in 2019 toont aan dat alle doelsoorten voor kunnen komen in het gebied, of zijn waargenomen (algemene broedvogels van bos en open heide). Ten behoeve van de aanleg van het fietspad worden 170 bomen gekapt en een nieuw fietspad aangelegd, wat mogelijk effect heeft op algemene broedende vogels en vleermuizen en hazelworm. Er zijn geen dassenburchten aangetroffen, het plangebied kan gebruikt worden als foerageergebied, maar dieper in het bos is geschikter habitat. Overige doelsoorten worden niet verwacht waar werkzaamheden worden uitgevoerd. Er is aanvullend onderzoek uitgevoerd voor broedvogels, vleermuizen en hazelwormen omdat voor deze soortgroepen habitataantasting aannemelijk is. Resultaten aanvullend onderzoek Aanvullend onderzoek is uitgevoerd door ID Verde Advies. Aantasting van habitat van broedvogels is beperkt, en er is voldoende alternatief foerageergebied beschikbaar. Het advies is om te werken buiten de kwetsbare periode (broedseizoen).
Vleermuizen hebben genoeg uitwijkmogelijkheden voor foerageer- en migratiegebied. Hazelwormen zijn in het aanvullend onderzoek niet aangetroffen. Het advies vanuit het aanvullend onderzoek is dat er geen rekening hoeft te worden gehouden met de hazelworm bij de aanleg van fietspaden. De conclusie is dat er voor de doelsoorten geen significante aantasting van habitat is.
5.2.3
Verstoring door geluid
Uitvoeringsfase: • In de huidige situatie is al sprake van geluidsverstoring als gevolg van het verkeer op de N417. De geluidsproductie van het wegverkeer is zeer vergelijkbaar met de geluidsproductie van de werkzaamheden die plaatsvinden voor de reconstructie. Zeker als het wegverkeer tijdelijk geen gebruik kan maken van de weg omdat deze in zijn geheel wordt afgesloten. De soorten die direct naast de weg broeden, zullen dan ook relatief ongevoelig zijn voor verstoring, waardoor deze ook niet zullen worden verstoord door de werkzaamheden. • Tijdens de uitvoeringsfase wordt niet langs het hele tracé tegelijkertijd gewerkt. De werkzaamheden vinden veelal gegroepeerd plaats, waardoor elke dag slechts een deel van het NNN-gebied langs de N417 wordt verstoord. • Tijdens deze fase vinden mogelijk werkzaamheden plaats in het broedseizoen van vogels. De werkzaamheden die leiden tot de meeste verstoring van dieren, namelijk het beuken van het beton, het kappen van de bomen en de nachtelijke werkzaamheden vinden echter plaats buiten het broedseizoen, conform de uitgangspunten zoals beschreven in hoofdstuk 3. Overeenkomstig diezelfde uitgangspunten vinden de nachtelijke werkzaamheden plaats tijdens de winterrust van vleermuizen.
Gebruiksfase: • Wat betreft de gebruiksfase is de verwachting dat de reconstructie een betere doorstroming van het verkeer tot gevolg heeft. Hierdoor zal het NNN in de gebruiksfase beter geschikt zijn om in te broeden.
15
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
•
Bij de bepaling van de verstoorde zone gaat het om de bepaling van de maatgevende verstoringcontour. Daarbij wordt gekeken welk type verstoring het verst reikt, en in welke mate het gebied wordt beïnvloed. Op basis van de maatgevende verstoring wordt het oppervlak van het verstoorde gebied in beeld gebracht. De mogelijke effecten van een toename van geluidhinder zijn bepaald op basis van dosis-effect relaties, geformuleerd door Reijnen & Foppen (1991) en Reijnen et al., (1992). In dit onderzoek is onderscheid gemaakt in broedvogels van open terrein en gesloten terrein (bosvogels) (zie Tabel 1). Uit deze dosis-effect relaties blijkt dat bij geluidsniveaus boven de 42 dB(A) in gesloten gebieden een afname van de broedvogelstand kan worden verwacht. In open gebieden wordt vanaf 45 dB(A) een afname van de broedvogelstand verwacht. Bij hogere geluidsbelasting neemt de omvang van effecten snel toe; rond de 60 dB(A) is globaal sprake van een halvering van het aantal broedvogels ten opzichte van het aantal broedvogels in de situatie waar het geluidsniveau onder de 45 dB(A) ligt. Tabel 1: Dosis-effect relaties tussen het geluidsniveau en de relatieve dichtheid van broedvogels van open en gesloten terrein, op basis van Reijnen & Foppen, 1991 en Reijnen et al., 1992 (effect weergegeven in afname dichtheid).
Zone 0 1 2 3 4 5 6 7
Geluidsniveau in dB(A) < 42 42 – 45 45 – 48 48 – 51 51 – 55 55 – 60 60 – 65 > 65
Afname dichtheid broedvogels van open terrein Afname 0% Afname 0% Afname 0 - 3% Afname 3 - 16% Afname 16 - 30% Afname 30 - 43% Afname 43 - 56% Afname 70%
Afname dichtheid broedvogels van gesloten terrein Afname 0% Afname 0 – 5% Afname 5 – 14% Afname 14 - 24% Afname 24 - 35% Afname 35 - 48% Afname 48 - 60% Afname 70%
Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Arcadis (Arcadis, 2023). Hierin is het geluidsniveau in de omgeving van de N417 berekend als gevolg van het verkeer nu en in de toekomst. Er zijn geen geluidscontouren berekend. Wel is de geluidsbelasting op de 34 woonobjecten in de buurt van het plangebied berekend. De samenvatting van de resultaten is weergegeven in Tabel 2. Hieruit blijkt dat er bij 12 woningen een zeer beperkte stijging van het geluidsniveau wordt berekend (gemiddeld +0,44 dB(A)). Deze stijging wordt toegeschreven aan de autonome ontwikkeling als gevolg van een grotere verkeersdrukte in de toekomst. Bij 1 woning wordt geen verandering berekend. Bij de overige 23 woningen wordt een lagere geluidsbelasting berekend (gemiddeld -2,5 dB(A)). Wat betreft de grenswaarden voor broedvogels is er bij de geluidsbelasting bij de woningen een verschuiving te zien van hoge geluidbelastingsklassen naar lage geluidbelastingsklassen tussen 2023 en 2036 (Figuur 4). Bij 1 woning stijgt de geluidsbelasting naar boven de 42 dB(A) (+0,37 dB(A)), bij 2 woningen blijft deze onder de 42 dB(A) en bij 5 woningen daalt deze onder de 42 dB(A). Het aantal woningen onder een geluidbelastingsniveau van 45 dB(A) stijgt van 10 naar 14 en het aantal woningen onder een geluidbelastingsniveau van 48 dB(A) stijgt van 19 naar 21.
Aangezien de woningen waarvoor in het akoestisch onderzoek berekeningen zijn gemaakt, verspreid liggen langs nagenoeg het gehele tracé binnen het plangebied, kunnen de resultaten van het akoestisch onderzoek naar het geluidsniveau bij de woningen ook gebruikt worden als indicatie voor het geluidsniveau in het NNN-gebied. Hieruit volgt dat het geluidsniveau in het NNN-gebied, als gevolg van de reconstructie van de N417, in de gebruiksfase gemiddeld lager zal zijn dan in de huidige situatie. De verstoring van de natuur in het NNN-gebied als gevolg van verkeersgeluid zal dus na de uitvoering van de reconstructie minder zijn dan in de huidige situatie.
16
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
Tabel 2 Samenvatting van de resultaten van het akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting langs de N417 in de huidige situatie (2023) en in de toekomst (2036). Verschil: geluidsbelasting toekomst – geluidsbelasting huidig. Een negatief resultaat betekent een afname in geluidsniveau, een positief resultaat een toename in geluidniveau. De resultaten zijn afgerond naar gehele getallen (naar boven, zodat er een realistisch beeld van de verandering wordt gegeven waarbij een verlaging van het geluidsniveau niet wordt overschat en een verhoging van het geluidsniveau niet wordt onderschat). Data: Arcadis (2023).
Verschil in geluidsbelasting (dB(A)) -2 -1 0 1 >1
Aantal woningen 18 3 1 12 0
Geluidsbelasting woningen Aantal woningen 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0
2023
<42
42-45
45-48
48-51
51-55
2036
55-60
Geluidsbelastingsklasse (dB(A))
Figuur 4 Verdeling van het aantal woningen langs het tracé van de reconstructie N417 over geluidbelastingsklassen voor broedvogels vóór en na de reconstructie van de N417. Data: Arcadis (2023).
5.2.4
Verstoring door licht
Verstoring door licht is algemeen langs verlichte wegen in het buitengebied. Dit kan schadelijke gevolgen hebben voor vleermuizen (langzame vliegers mijden verlichte gebieden), dassen en vogels (mijden lichte gebieden en passen hun dagritme aan) en insecten die door de verlichting worden aangetrokken en gestoord worden in hun natuurlijk gedrag (en voortplanting). (Bron: Atlas leefomgeving, 2023). Het is aannemelijk dat de huidige TL-wegverlichting verstorend werkt voor vleermuizen, nachtactieve zoogdieren en vogels doordat deze dieren door het aanwezige licht kwetsbaarder zijn voor predatoren en het licht hun dagnachtritme verstoort. Dit geldt ook voor de huidige TL-verlichting boven stukken van het fietspad (Figuur 5). De verlichting zal in de nieuwe situatie na de reconstructie aangepast worden (zie mitigerende maatregelen hieronder)
17
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
Figuur 5: Locaties waar in de huidige situatie al verlichting staat langs het vrij liggende fietspad aan de westzijde van de weg (rood) en waar het fietspad direct naast de weg staat en dus geen aparte fietsverlichting aanwezig is (blauw). (Bron ondergrond: Google Earth.)
5.3
Aantasting van het leefgebied van soorten
In 2021 is aanvullend onderzoek gedaan naar het voorkomen van vleermuizen, kleine marterachtigen, hazelwormen en levendbarende hagedissen (IdVerde, 2021). Broedvogels Nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten zijn niet aangetroffen in het plangebied. Het plangebied fungeert wel als nestlocatie voor struweel- en bosvogels. De werkzaamheden voor de reconstructie kunnen de broedvogels verstoren. Vleermuizen Het plangebied fungeert alleen als foerageer- en migratiegebied voor vleermuizen. Het omliggende gebied wordt gebruikt als verblijfplaats (zomer- en paarverblijfplaats) door verschillende boom- en gebouwbewonende soorten. Verstoring door licht kan optreden door werkzaamheden in de avond en nacht en door permanente wegverlichting. Marterachtigen De das komt in het plangebied voor. Burchten van de das zijn niet aangetroffen in het plangebied en de directe omgeving ervan. We fungeert het plangebied als migratie- en foerageergebied voor de soort. Tijdens het veldbezoek 18
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
zijn er twee wissels van de das waargenomen. De werkzaamheden aan de reconstructie kunnen door geluidsverstoring en lichtverstoring effect hebben op de das. Kleine marterachtigen zijn in het plangebied afwezig. Wel huiskatten en vossen. Het plangebied is daarom niet geschikt als leefgebied voor kleine marterachtigen. Aantasting van het leefgebied van kleine marterachtigen door de reconstructie kan dus worden uitgesloten. Hazelworm De hazelworm is tijdens het onderzoek niet aangetroffen in het plangebied en de naastliggende strook bos. Wel is het gebied bovenop het ecoduct erg geschikt, maar dit is afgeschermd van het plangebied door middel van een faunascherm. Aantasting van het leefgebied van de hazelworm door de reconstructie kan dus worden uitgesloten. Levendbarende hagedis Er is tijdens het onderzoek geen levendbarende hagedis aangetroffen in het plangebied en de naastliggende strook bos. Wel zijn er waarnemingen bekend van bovenop het ecoduct; dit is echter van het plangebied door middel van een faunascherm. Aantasting van het leefgebied van de levendbarende hagedis door de reconstructie kan dus worden uitgesloten.
19
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
6
Mitigerende maatregelen: Rekening houden met de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied
6.1
Aanpassing van de ligging van het tracé
-
Het tracé is dusdanig ontworpen dat inheemse boomsoorten zoveel mogelijk gespaard worden. Waar mogelijk is gekozen om het tracé te verplaatsen, zodat uitheemse of zieke bomen gekapt worden.
-
Als aanvulling hierop is met de belanghebbenden in 2017 besloten dat het fietspad wordt rechtgetrokken ten einde natuurgebied zo veel mogelijk te ontzien.
6.2 -
-
De werkzaamheden worden in principe overdag uitgevoerd. Mogelijk is het echter noodzakelijk om enkele nachten te werken. Als nachtelijke werkzaamheden nodig zijn, zullen deze in het najaar of de winterperiode (globaal november t/m februari) plaatsvinden om het verstoren van broedvogels (het vogelbroedseizoen duurt globaal van half maart t/m half juli) en foeragerende en migrerende vleermuizen te voorkomen. Het kappen van de bomen en het beuken van het beton vinden plaats buiten het broedseizoen (in de periode september t/m februari). Voorafgaand aan deze werkzaamheden zal een controle plaatsvinden door een ecoloog om schade aan aanwezige dieren zoveel mogelijk uit te sluiten. De overige werkzaamheden kunnen zowel binnen als buiten het broedseizoen worden uitgevoerd.
-
Met de uitvoeringswijze wordt rekening gehouden met een zo kort mogelijke verstoring van de natuurwaarden. Dit wordt gedaan door hergebruik van de huidige weg als fundering voor nieuwe verharding, gebruik van beperkte verlichting tijdens de bouw, etc.
-
De totale uitvoerperiode is in deze fase van het project nog niet geheel duidelijk. Er wordt uitgegaan van een maximale totale doorlooptijd van 8 maanden.
6.3
20
Aanpassing van de uitvoering van de werkzaamheden
Beperkte kap van bomen
•
Voor het verplaatsen van het fietspad aan de westzijde van de N417 moeten circa 170 bomen worden gekapt. Een afgewogen proces is hieraan voorafgegaan. Over iedere boom is nagedacht. Met name kleine, zieke en uitheemse bomen zullen niet gespaard worden als er dikke, inheems gezonde bomen kunnen worden behouden door een alternatieve ligging van het fietspad tracé. Ook wordt er, bij locaties waar sprake is van een keuze tussen de kap van een inheemse boomsoort versus de keuze voor de kap van een uitheemse boomsoort, gekozen om de inheemse soort te sparen.
•
De Provincie Noord-Holland hanteert richtlijnen voor de inrichting van veilige bermen. Een van deze richtlijnen is dat er in het profiel van vrije ruimte geen obstakels mogen staan. Van deze richtlijn wordt hier afgeweken om, met uitzondering van de bomenkap ten behoeve van de aanleg van het fietspad, geen extra bomen te kappen.
•
Een deel van de oppervlakte NNN-gebied die in het plan verdwijnt wordt veranderd in faunapassages voor marterachtigen en reptielen. Hiermee wordt de verbinding binnen het NNN-gebied tussen de bossen ten oosten en ten westen van de N417 versterkt. Hierdoor wordt de connectiviteit en daarmee de duurzaamheid van de populaties fauna in de aangrenzende delen van het NNN-gebied versterkt. Verder wordt over het gehele tracé van de N417 tussen de bebouwde kom van de gemeente Hilversum (Zuiderheideweg) en de rotonde met de Noodweg en een faunaraster geplaatst. Hierdoor kunnen dieren beter migreren tussen de beide zijden van de N417. De kwaliteit van het aangrenzende NNN-gebied wordt hierdoor verbeterd.
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
6.4
Aanpassing van de verlichting
Fietspad Dit is huidige verlichting boven het fietspad is fluorescentieverlichting van het type PLL. De nieuw te plaatsen fietsverlichting is LED-verlichting, waarvan de lichtbundel, in tegenstelling tot de huidige TL-verlichting, sterk gericht kan worden. Omdat de verlichting aan de westzijde van het pad komen te staan, is de lichtbundel gericht naar de N417, zodat eventueel strooilicht richting de omliggende bosgebieden wordt geminimaliseerd. Bovendien wordt de verlichting uitgerust met het bike-radar systeem, waardoor deze alleen aan gaat als er een fietser of wandelaar langskomt. Na het passeren van een fietser of wandelaar wordt de verlichting na maximaal 1 minuut gedoofd. De verlichting wordt geleidelijk aan- en uitgeschakeld, zodat dit zo min mogelijk verstoring met zich meebrengt. Op de delen van het fietspad waar nu al verlichting staat (zie Figuur 5) zal dus sprake zijn van een sterke afname van de lichtverstoring. Op de delen van het fietspad die vrij-liggend worden gemaakt, en waar dus verlichting wordt bijgeplaatst, is sprake van het opschuiven van het door wegverlichting verstoorde gebied richting het westen.
Omdat de LED-verlichting echter zeer gericht wordt toegepast, deze alleen aan gaat wanneer er een fietser of wandelaar langs komt en de wegverlichting van de N417 ook wordt aangepast, zal ook op deze delen de verstoring door licht na de reconstructie aanzienlijk minder zijn dan in de huidige situatie. De kleur van de verlichting langs het gehele fietspad wordt aangepast. Er wordt licht met een golflengte van 600 nm gebruikt (amberkleurig), zodat vleermuizen en dassen zo min mogelijk hinder ondervinden van de verlichting. Wegverlichting De verstoring door de wegverlichting zal tegelijkertijd met de renovatie verder worden geoptimaliseerd door: •
• • •
De bestaande lichtmasten langs de N417 te vervangen door nieuwe LED-armaturen die gericht licht geven naar de plek waar het licht nodig is (de weg) en zo min mogelijk naar de omgeving (het NNN-gebied). Deze wegverlichting wordt zo geplaatst dat ze de bestaande en aan te leggen faunavoorzieningen zo min mogelijk beschijnen. De lichtintensiteit van de verlichting wordt beperkt tot wat minimaal nodig is voor veilig wegverkeer. De kleur van de LED-verlichting wordt aangepast. Er wordt licht met een golflengte van 600 nm toegepast (amberkleurig licht), zodat vleermuizen en dassen zo min mogelijk hinder ondervinden van de verlichting. De verlichting zal alleen aan zijn tussen 06:00 en 20:00 uur, en alleen wanneer dit nodig is (duister tussen deze momenten). ’s Nachts staat de wegverlichting dus standaard uit.
Conclusie verlichting De eindconclusie voor wat betreft de lichtverstoring is dat er na de reconstructie van de N417 minder lichtverstoring in het NNN-gebied en langs de weg zal optreden ten opzichte van de huidige situatie.
6.5
Maatregelen voor diersoorten
Uit de Quickscan (Arcadis, 2019) die is uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (onderdeel soorten) volgen de onderstaande maatregelen voor voorkomende diersoorten om negatieve effecten op de aanwezige (al of niet beschermde) soorten zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Broedvogels met jaarrond beschermd nest Naar nesten van deze vogels is ecologisch onderzoek uitgevoerd. Nesten van dergelijke vogels en andere potentieel geschikte nesten (bijvoorbeeld van zwarte kraai) zijn niet aangetroffen. Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest Voor broedvogels waarvan het nest gedurende broedperiode beschermd is, worden mitigerende maatregelen getroffen in het geval dat er alsnog struiken en takkenhopen verwijderd moeten worden. Verdere maatregelen zijn: -
21
De werkzaamheden worden buiten het broedseizoen uitgevoerd. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 augustus, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
-
Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, worden geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt en gehouden, totdat de werkzaamheden zijn afgerond. Maximaal 3 dagen vóór de start van de specifieke werkzaamheden op geschikte broedlocaties wordt een broedvogelcheck uitgevoerd.
Rugstreeppad Voor de rugstreeppad worden mitigerende maatregelen getroffen om toekomstige vestiging te voorkomen, zoals: -
Voorkomen dat nieuw geschikt leefgebied voor de rugstreeppad ontstaat tijdens de werkzaamheden. Voorkomen van de aanwezigheid van open zand en tijdelijk water. Het plaatsen van een amfibieën-scherm tijdens de werkzaamheden om te voorkomen dat het werkterrein bereikbaar is voor rugstreeppadden.
Vleermuizen Lichtverstoring tijdens de werkzaamheden moeten tot een minimum beperkt worden. Dit betekent dat de werkplaats niet of slechts minimaal verlicht wordt. Dit wordt vastgelegd in een ecologisch werkprotocol dat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden aanwezig moet zijn op de bouwplaats, bekend moet zijn bij de werklieden en gevolgd dient te worden. Lichtverstoring in de gebruiksfase wordt verminderd (vergeleken met de situatie vóór de reconstructie) door mitigerende maatregelen (zie paragraaf 6.4). Marterachtigen Lichtverstoring van de das tijdens de werkzaamheden moeten tot een minimum beperkt worden. Dit betekent dat de werkplaats niet of slechts minimaal verlicht wordt. Dit wordt vastgelegd in een ecologisch werkprotocol dat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden aanwezig moet zijn op de bouwplaats, bekend moet zijn bij de werklieden en gevolgd dient te worden. Lichtverstoring in de gebruiksfase wordt verminderd (vergeleken met de situatie vóór de reconstructie) door mitigerende maatregelen (zie paragraaf 6.4). Kleine marterachtigen komen in het plangebied niet voor; voor deze soorten zijn geen specifieke mitigerende maatregelen nodig. Hazelworm De hazelworm komt in het plangebied niet voor; hiervoor zijn geen specifieke mitigerende maatregelen nodig.
Levendbarende hagedis De levendbarende hagedis komt in het plangebied niet voor; hiervoor zijn geen specifieke mitigerende maatregelen nodig. Overige planten en dieren Voor alle planten en dieren geldt een algemene zorgplicht (zie paragraaf 6.7). De verspreiding van invasieve exoten (o.a. aanwezig zijn rodondendron, Amerkaanse vogelkers en reuzenbereklauw) wordt tegengegaan door plantenmateriaal van deze soorten zorgvuldig te hanteren en verantwoord af te voeren.
6.6
Tegengaan versnippering
Gelijk met de reconstructie van de N417 worden maatregelen genomen om de versnippering van het gebied voor dieren te beperken. De N417, de spoorweg en de zijn belangrijke barrières voor dier- en plantensoorten tussen de natuurgebieden ten westen van de N417 (Hoorneboeg, Zwarte Berg, Zonnestraal, Einde Gooi), natuurgebieden tussen de N417 en de A27 (Laapersbos, Zwaluwenberg, Dassenveld) en natuurgebieden ten oosten van de A27 (Erfgooiersbos, Hilversums Waschmeer en bossen rond Lage Vuursche) . Door onder andere de bouw van ecoducten wordt de ecologische verbinding tussen de bos/heide-ecosystemen hersteld (bestaande natuurbruggen Hoorneboeg en Zwaluwenberg). Naast deze grotere voorzieningen is ook het opheffen van de N417 als barrière van belang, met name voor kleine dieren (das, levendbarende hagedis, kleine zoogdieren). In de huidige situatie zijn reeds enkele faunavoorzieningen onder de N417 te Hilversum aanwezig. Bij de reconstructie van de N417 worden aanvullende verbindingen aangelegd: 3 dassentunnels, 2 reptielentunnels en over de gehele lengte van het tracé dassenrasters 22
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
aan weerszijden van de weg, al dan niet gecombineerd met faunageleidingswanden (Arcadis, 2011). Er wordt nog nagedacht over het verhogen van de wildrasters en het aanleggen van een oversteekplaats voor reeën bij de Hoorneboeglaan. De samenhang van het NNN-gebied ten weerszijden van de N417 zal hierdoor verbeteren, wat de kwaliteit van het NNN-gebied ten goede komt.
6.7
Zorgplicht – alle planten en dieren
De Wnb kent een algemene zorgplicht. Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige planten en dieren moet worden omgegaan. Daarom moeten de volgende maatregelen genomen worden: -
Voer de werkzaamheden rustig uit en in één richting en van de autoweg af. Op deze manier zijn dieren in de gelegenheid om te vluchten naar leefgebied verderop en worden ze niet de autoweg opgejaagd;
-
Een groeiplaats van de bosandoorn moet worden verplaatst. Tijdens het aanvullend ecologisch onderzoek is door IdVerde geconstateerd dat er in het plangebied, direct grenzend aan het fietspad, en binnen het tracé van het nieuwe fietspad, een groeiplaats van de bosandoorn aanwezig is van ca. 100 exemplaren (c.q. bloeistengels aangezien bosandoorn zich via wortelstokken verspreidt). Dit is geen beschermde soort. Vanwege de zorgplicht wordt deze groeiplaats zoveel mogelijk behouden door deze te verplaatsen. Dit vanwege het feit dat dit één van de weinige kenmerkende bloeiende plantensoorten in het gebied is. Door het verplaatsen van deze groeiplaats blijft de biodiversiteit in het gebied behouden.
6.8
Garanderen van een ecologisch verantwoorde werkwijze
De uitvoering van de mitigerende maatregelen, de zorgplicht en de algemene werkwijze tijdens de werkzaamheden wordt vastgelegd in een ecologisch werkprotocol. Dit ecologisch werkprotocol bevat regels volgens welke specifieke, risicovolle werkzaamheden worden uitgevoerd om schade aan flora en fauna te voorkomen. Het ecologisch werkprotocol is ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden aanwezig op de bouwplaats en is bekend bij de aannemers en werklieden. Ook wordt ervoor gezorgd dat er ten allen tijden een ecoloog beschikbaar is om advies te kunnen geven indien er zich een onvoorziene situatie met betrekking tot flora en fauna voordoet. Het werk wordt stilgelegd totdat de ecoloog advies heeft gegeven hoe met de situatie om te gaan en overtreding van de Wet natuurbescherming, dan wel de Omgevingswet, te voorkomen.
23
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
7
Compensatieopgave
7.1
Inleiding
Als gevolg van de reconstructie is er sprake van ruimtebeslag en verstoring door licht en geluid in de gebruiksfase. In dit hoofdstuk wordt bepaald wat dit betekent voor de compensatie-opgave van het NNN-gebied.
7.2
Ruimtebeslag
Als gevolg van de reconstructie is er sprake is van ruimtebeslag op het NNN (Tabel 3). Hierbij is gebruik gemaakt van de Natuurbeheertypenkaart en de Ambitiekaart NNN (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). Het natuurbeheertype N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos is hier aanwezig. De samenhang van het NNN-gebied is niet in het geding, doordat de locatie van het fietspad niet wezenlijk verandert (geen extra barrière vormt voor migratie van dieren) en er aanvullend faunamigratievoorzieningen worden aangebracht (3 dassentunnels, 2 reptielentunnels en over de gehele lengte van het tracé dassenrasters aan weerszijden van de weg; Arcadis, 2011). Dit zal de samenhang van de NNN-gebied eerder ten goede komen (de kwaliteit versterken). Tabel 3: Ruimtebeslag NNN als gevolg van de reconstructie N417.
NNN Bestaande natuur
Beheertype N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
7.3
Aantasting kwaliteit
7.3.1
Aantasting van habitat
Ruimtebeslag 2700 m2
Er zal geen significante aantasting van de habitat van doelsoorten optreden als gevolg van de reconstructie van de N417 (paragraaf 5.2.2Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.).
7.3.2
Verstoring door geluid
De conclusie is dat het geluidsniveau in het NNN-gebied als gevolg van de reconstructie van de N417 in de gebruiksfase gemiddeld lager zal zijn dan in de huidige situatie. De verstoring van de natuur in het NNN-gebied als gevolg van verkeersgeluid zal dus na de uitvoering van de reconstructie minder zijn dan in de huidige situatie (paragraaf 5.2.3).
7.3.3
Verstoring door licht
De conclusie is dat er ten opzichte van de huidige situatie na de reconstructie van de N417, en na het nemen van de hierboven beschreven mitigerende maatregelen, geen effect (geen extra verstoring) zal zijn door licht (paragraaf 5.2.4).
7.3.4
Aantasting voor verzuring/vermesting of hydrologische effecten
In de gebruiksfase zal er geen wijziging van de stikstofdepositie optreden, doordat uit onderzoek is gebleken dat er geen aantrekkende werking optreedt (dus geen extra verkeer over de N417 komt te rijden) als gevolg van de reconstructie (paragraaf 5.2). Door de reconstructie treden er geen permanente hydrologische effecten op (paragraaf 5.2).
7.3.5
Aantasting van het leefgebied van soorten
Door de werkzaamheden vindt er geen aantasting van het leefgebied van beschermde en gevoelige soorten plaats (paragraaf 5.3). Daarbij komt dat voor vleermuizen en de das specifieke mitigerende maatregelen worden genomen die het leefgebied verbeteren (paragraaf 6.5). 24
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
7.3.6
Conclusie
Er treedt na reconstructie geen verlies van kwaliteit van het NNN-gebied op ten opzichte van de huidige situatie. De samenhang zal naar verwachting vergroot worden.
7.4
Totale compensatieopgave
Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat de compensatieopgave uitsluitend bestaat uit het compenseren van het ruimtebeslag als gevolg waarvan in totaal een oppervlakteverlies van 2700 m2 NNN-gebied met beheertype N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos optreedt. Er vindt geen aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied plaats. De samenhang van het NNN-gebied zal naar verwachting verbeteren.
25
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
8
Compensatieplan
Het compensatieplan NNN is in een aparte rapportage uitgewerkt.
26
Datum: 11 april 2024 - Public
NEE, TENZIJ TOETS N417
9
Conclusie en samenvatting
De gemeente Hilversum en de provincie Noord-Holland hebben het plan opgevat de N417 te reconstrueren. De reconstructie van de N417 heeft tot doel de kwaliteit van de weg te verbeteren en de veiligheid van fietsers te waarborgen. De reconstructie heeft gevolgen voor het NNN dat aan weerszijden van de N417 is gelegen. Dit gebied worden beschermd in het kader van de provinciale ruimtelijke verordening. Conform de verordening is het ‘nee, tenzij'regime op het NNN van kracht. Dat betekent dat de ingreep niet is toegestaan, indien de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied significant wordt aangetast, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, de negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd. Aangegeven is in hoofdstuk 4 dat de reconstructie van groot openbaar belang is en dat er geen reële/aanvaardbare alternatieven voor de reconstructie voorhanden zijn die tot minder effecten op het NNN leiden. Als gevolg van de reconstructie is sprake van ruimtebeslag op het NNN. Door mitigerende maatregelen is er geen toename van verstoring in het NNN. De samenhang van het NNN-gebied wordt door de uitvoering van de reconstructie van de N417 (inclusief de mitigerende maatregelen) versterkt. Voor de reconstructie N417 dient de Provincie Noord-Holland 2700 m2 verlies van NNN-gebied te compenseren.
Deze compensatie is nader uitgewerkt in een compensatieplan.