Initiatiefvoorstel PvdA inzake Energiearmoede - Raadsvoorstel (GEWIJZIGD BESLUIT - versie 12 juli)
Tekst van het document
VOORSTEL zaaknummer:
1099609
afdelingsnaam:
PvdA
steller:
F.F. van Drooge en J. Kalk
onderwerp:
Initiatiefvoorstel PvdA inzake Energiearmoede
Voorstel: Om energiearmoede structureel aan te kunnen pakken is het noodzakelijk om meer te doen dan nu het geval is. Daarom doet de PvdA-fractie het voorstel de raad te adviseren het volgende besluit te nemen: - Het beleid verder te ontwikkelen rondom de aanpak van energiearmoede op basis van de in dit voorstel beschreven uitgangspunten en dit ter vaststelling aan te bieden aan de raad van de gemeente Hilversum voor de raadsvergadering van oktober 2022. - Als onderdeel van dit beleid te onderzoeken naar welke mogelijkheden er nog meer zijn (dan de al in Hilversum toegepaste), om inwoners te helpen bij het verduurzamen van hun woningen. Dit onderzoek in te steken vanuit wat zou kunnen, welke (goede) voorbeelden er elders zijn. - In de begroting 2022 en verder voor de uitvoering van dit beleid de middelen te oormerken die hiervoor vanuit de landelijke overheid beschikbaar zijn/worden gesteld. Samenvatting Steeds meer huishoudens krijgen te maken met energiearmoede. De stijgende kosten van energie spelen daarbij een belangrijke rol. Daarnaast zijn niet alle woningen in voldoende mate geïsoleerd en heeft niet elk huishouden zelf de financiële mogelijkheden om hier in te investeren. Het gevolg is dat mensen bezuinigen op het verbruik van energie op een manier die ten koste kan gaan van gezondheid en leefcomfort.
In dit voorstel worden voorstellen gedaan voor uitgangspunten voor beleid rondom energiearmoede, het definiëren van de doelgroep en de aanpak hiervan inclusief het uitbreiden van de mogelijkheden voor eigenaren van woningen door de inzet van subsidies om uiteindelijk het verbruik te verminderen. Naarmate verduurzaming makkelijker wordt, wordt het risico van het afbrokkelen van het draagvlak voor de energietransitie kleiner. Energiearmoede is een complex onderwerp, er zullen diverse verschillende maatregelen nodig zijn om iedereen fair te helpen om te voorkomen dat er klimaatwinnaars en klimaatverliezers zijn. Daarom is het goed om ook te kijken naar de wijze waarop andere gemeenten zoals Arnhem dit complexe onderwerp adresseren om daarvan te kunnen leren. Voor het verkleinen van (de gevolgen van) energiearmoede is nieuw beleid nodig wat mensen helpt, niemand uitsluit en zicht geeft op duurzame oplossingen. Beleid waar we nu al vast mee kunnen beginnen. Inleiding Energiearmoede voltrekt zich achter de voordeur van 550.000 huishoudens in Nederland1. Landelijk betekent dit dat energiearmoede in ongeveer 7% van alle huishoudens een dagelijks probleem is. In Hilversum kennen we het exacte aantal nog niet.
We kunnen aannemen dat, omdat het gemiddelde inkomen in Hilversum lager is dan het landelijk gemiddelde, en er relatief veel slecht geïsoleerde woningen zijn, dit percentage eerder hoger dan lager zal zijn. 1 https://www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2021/9/tno-brengt-energiearmoede-gedetailleerd-in-kaart/
TNO heeft onderzocht dat binnen deze 7%, ongeveer de helft van de huishoudens én een laag inkomen hebben, én in een huis wonen met een lage energiekwaliteit (slecht geïsoleerd), én hoge energiekosten hebben. Dit zijn de huishoudens waar de kachel niet meer aangaat, met de jas aan wordt gegeten en vroeg naar bed wordt gegaan om te besparen op de energielasten. Deze groep huishoudens is extra de dupe van de stijgende energiekosten die we op dit moment zien. Deze huishoudens hebben een voortdurend gebrek aan comfort en met gezondheidsklachten tot gevolg. TNO heeft ook onderzocht dat er in Nederland 3,8 miljoen huishoudens zijn (dit is ongeveer de helft van alle huishoudens) die niet op eigen (financiële) kracht hun woning kunnen verduurzamen. Voor de huurders geldt dat zij afhankelijk zijn van de verhuurder en voor de eigenaren geldt dat zij onvoldoende financieel kapitaal hebben. De eenmalige compensatie die elk huishouden in 2022 gaat krijgen, is voor deze groep geen oplossing. Grote energiebedrijven geven al aan dat de stijging minimaal 17,50 euro per maand zal zijn. Een doorsnee huishouden mag maximaal worden geconfronteerd met een stijging van 67%. Energiearmoede leidt tot betalingsproblemen, deze worden versterkt door de stijgende energiekosten, wat weer leidt tot minder financiële ruimte om je huis te kunnen verduurzamen.
Huurders in de sociale sector zijn afhankelijk van hun corporatie en de prestatieafspraken die de gemeente heeft gemaakt. Voor huurders in de particuliere sector ligt het nog ingewikkelder. Huishoudens met een laag inkomen kennen nu al de dagelijkse stress van net wel of net niet kunnen rondkomen. Volgens de cijfers van het NVVK2 hebben 3 miljoen mensen regelmatig financiële stress en 1 miljoen mensen hebben betalingsachterstanden. De overlap tussen de mensen met weinig inkomen en energiearmoede zal groot zijn. Het NIBUD wijst in dit verband nog op risicogroepen die nu minder in beeld zijn in het gemeentelijk armoedebeleid (ook in Hilversum) zoals bijstandsgezinnen met pubers, werkende armen met forse uitgaven op zorg en/of andere hoge vaste lasten (eigen bijdrages, eigen risico, te hoge huur) en jong volwassenen met een inkomen op het minimum jeugdloon. Probleemstelling / doel Voor de aanpak van energiearmoede is er een multidisciplinaire aanpak nodig. Het doel van deze aanpak is om het bereik onder de huishoudens die te maken hebben met energiearmoede te vergroten, en de toegang van inwoners tot ontzorging en ondersteuning in relatie tot energiearmoede te vereenvoudigen. Hierdoor wordt de effectiviteit van de inzet beter. Hiervoor is het nodig om nauw samen te werken met organisaties en initiatieven op andere beleidsterreinen zoals armoede en schuldhulpverlening.
Hiervoor is het ook nodig alle maatregelen (leningen en subsidies) die de gemeente tot haar beschikking heeft ook daadwerkelijk te gebruiken. Gemiddeld heeft 7% van de huishoudens te maken met energiearmoede. In Hilversum gaat het dan om 4.000 huishoudens. Het doel van de aanpak energiearmoede is een zo groot mogelijk bereik onder deze 7% te kunnen realiseren. Toelichting: In de raadsvergadering van 10 november 2021 werd naar aanleiding van de bespreking van de motie van de PvdA waarin het verzoek werd gedaan om “een plan van aanpak te ontwikkelen om in kaart te brengen welke huishoudens te maken hebben met klimaatarmoede, en welke huishoudens het risico lopen op betaalrisico” de motie aangehouden. Het college heeft aangegeven bij monde van wethouder Heller deze motie te ontraden omdat: “het in kaart brengen van de huishoudens te ingewikkeld en te complex is”. Uit het TNO-onderzoek blijkt echter dat de risicohuishoudens vooral te vinden zijn in De Hilversumse Meent, Oost en Noord-Oost. Hiervoor heeft TNO gekeken naar: - De betaalbaarheid van de energie; - De energetische kwaliteit van het huis; - Het hebben van een eigen keuze om wel/niet mee te kunnen doen aan de energietransitie.
Deze gegevens kunnen worden gecombineerd met andere gegevens die de gemeente heeft, bijvoorbeeld over het gebruik van minimaregelingen en/of uitkeringen, de kennis en informatie die de welzijnsorganisaties en wijkteams hebben en de mogelijkheid om jezelf te melden als je te maken hebt met energiearmoede. Op deze wijze is het vinden van de juiste doelgroep misschien niet eenvoudig maar wel degelijk mogelijk.
2 https://www.nvvk.nl/page/1439/2021/11/05/Armoedecoalitie-bepleit-gerichte-compensatie-
energiearmoede?originNode=1420
Ter vergelijking kijken we naar de aanpak in Arnhem. Daar zijn huishoudens in vier groepen ingedeeld op basis van de energieqoute en betaalrisico en is er een relatie gelegd met het armoedebeleid. In Arnhem bestaat de doelgroep uit huishoudens: - Met een laag inkomen uit werk of uitkering tot 120% van het sociaal minimum voor alleenstaanden en tot 130% van het sociaal minimum voor meerpersoonshuishoudens; - Die wonen in een woning met een laag energielabel (E of lager), vaak woningen van voor 1995. Huishoudens die relatief veel geld uitgeven aan energie om het huis op temperatuur te kunnen houden; - Bij huiseigenaren gaat het om de groep die niet genoeg eigen geld of ruimte in de hypotheek heeft om energiebesparende maatregelen te kunnen nemen. De grens is gelegd op de sociale koopnorm. Op basis van deze doelgroep blijkt het te gaan om een zeer diverse groep mensen en heeft Arnhem berekend dat het om 19% van de Arnhemmers zou gaan. Kenmerken van de Arnhemse aanpak zijn: - Elk huishouden krijgt ondersteuning aangeboden in het verlagen van de energierekening waarbij nadrukkelijk oog is voor de persoonlijke en financiële omstandigheden.
Met persoonlijk contact, vanuit een organisatie of instelling die daarvoor het meest geschikt is (bijv omdat er al een contact is), advies en hulp gericht op energieverbruik, installeren van energiebesparende maatregelen, advies over verdere verduurzaming van de woning. - Er wordt aangesloten bij wat er al gebeurd in de wijken en buurten voor wat betreft fysieke (verduurzaming) en sociale projecten vanuit armoede, schuldhulpverlening, gezondheid en werk en inkomen. Op deze wijze kan er ook een bijdrage geleverd worden aan andere opgaven. Arnhem maakt daarbij onderscheid in aandachtwijken, kansrijke wijken en buurten en actieve wijken en buurten. - Er wordt nauw samengewerkt met partijen in het sociaal domein en partijen die actief zijn in de energietransitie. Voor Hilversum stellen wij voor, op basis van de aanbevelingen van het NIBUD om daaraan toe te voegen: de huishoudens met een laag inkomen en inwonende kinderen van 12 tot 18 jaar, werkende armen met een inkomen tot 130% WML, en zelfstandig wonende jongeren met een inkomen tot 130% WML. Lening Duurzaam Wonen Hilversum Inwoners van Hilversum kunnen voor de verduurzaming van hun woning een aanvraag doen bij het fonds voor duurzaam wonen. Dit is een revolverend fonds. Eigenaren van een woning of een VvE kunnen via de gemeente geld lenen – tegen gunstige voorwaarden - om te verduurzamen.
Dit kan met een persoonlijke lening, een hypothecaire lening, een verzilverlening of een lening voor een VvE. De werking van de lening is recent uitgebreid met natuurinclusieve maatregelen. Afhankelijk van waarvoor en van de omstandigheden van de aanvrager kan het gaan om een bedrag tussen de 2500 en 50.000 euro. Hilversum werkt met leningen. Voor mensen die al moeite hebben om rond te kunnen komen is dit geen alternatief. Immers elke lening, hoe gunstig ook, kost in eerste instantie geld. De maandelijkse lasten nemen toe in huishouden waar financiële stres tot de dagelijkse realiteit behoort. Het idee van besparen op de energierekening en zo de investering terug te kunnen verdienen is een als – dan redenering, die misschien uitkomt, maar misschien ook, gelet op de stijgende energieprijzen, niet. In ieder geval is een lening voor mensen die niet kunnen overzien of ze eerst de stijgende lasten kunnen dragen voorafgaande aan het halen van rendement op de investering geen goede oplossing maar een te groot risico. Andere gemeenten werken ook met subsidies. In de bespreking hierover heeft het college bij monde van de wethouder aangegeven dat niet te willen en niet te mogen, omdat dit een vorm van het bedrijven van inkomenspolitiek zou zijn. Dat klopt niet. Het inkomen wordt niet vermeerderd of op een andere manier beïnvloedt.
Andere gemeenten geven subsidies voor woningisolatie, energieopwekking en of aansluiting op alternatieve netten. In die gemeenten kun je subsidies ook combineren met energiebesparingsleningen of extra hypotheekruimte voor energiebesparingen. Meer informatie hierover is te vinden via de rijksdienst voor ondernemend Nederland3,4. Er van uitgaande dat de rijksdienst alleen informatie verspreid over maatregelen die wettelijk zijn toegestaan, is het argument dat subsidie voor duurzaamheidsmaatregelen voor particuliere huiseigenaren een vorm van inkomenspolitie zou zijn, niet correct. De keuze om te werken met alleen leningen is dus een politieke keuze met als gevolg dat huiseigenaren met minder financiële armslag hiermee niet geholpen kunnen worden.
3 https://www.rvo.nl/subsidies-regelingen
4 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/energie-thuis/vraag-en-antwoord/subsidie-isolatie-
huis#:~:text=Subsidie%20voor%20particulieren,de%20ISDE%20op%20rvo.nl.
Daarom stellen wij voor om dit beleid aan te passen en naast leningen ook subsidies in te zetten voor de doelgroepen zoals eerder omschreven. Argumenten/kanttekeningen - Klimaatarmoede is een relatief nieuw probleem wat steeds meer huishoudens gaat treffen die te maken hebben met én een laag inkomen én wonen in een slecht geïsoleerd huis. - Het aandeel van de energiekosten in de vaste lasten wordt dan onevenredig groot. - In deze huishoudens wordt vaak bespaard op de energierekening door niet meer te stoken en niet meer te koken. Wonen met de jas aan, vroeg naar bed en koud eten is het gevolg. Dit leidt tot gezondheidseffecten. - Niet iedereen heeft zelf de middelen en mogelijkheden om zijn huis te verduurzamen. - De relatie tussen het armoedebeleid en energiearmoede is evident. - Doordat deze huishoudens niet op eigen kracht kunnen verduurzamen kan dit een risico vormen voor het welslagen van de energietransitie. Deze huishoudens kunnen daar niet aan mee doen, wat kan leiden tot vermindering van het nodige draagvlak voor deze transitie. - Niet iedereen kan geld lenen en voor niet iedereen is dit een te overzien risico. Daarom is het duurzaam lenen fonds niet voor iedereen geschikt terwijl verduurzaming van de woning wel noodzakelijk is.
- Met de corporaties moeten aanvullende afspraken worden gemaakt om de verduurzaming versneld aan te pakken in de wijken waar het risico op energiearmoede het grootst is. Dit moet onderdeel van de prestatieafspraken zijn. - Het in kaart brengen van de doelgroep is niet eenvoudig, maar wel mogelijk. Met andere woorden: een uitdaging waar je je hard voor moet willen maken. - Energiearmoede overstijgt een aantal gemeentelijke domeinen. Het heeft onder andere een relatie met het armoedebeleid, de minimaregelingen, wonen, leefbaarheid, gezondheid, de energietransitie. Dit vergt een multidisciplinaire aanpak. - De aanpak zal geld gaan kosten. Hoeveel, dat valt nu nog niet te overzien. De ontwikkeling van het beleid en de verdere uitwerking van de aanpak zal daar meer zicht op kunnen geven. Financiën De uitvoering van dit voorstel bestaat uit twee onderdelen. De beleidsontwikkeling en –aanpassingen die een gevolg zijn van dit voorstel zullen inzicht geven in de middelen die noodzakelijk zijn om dit uit te kunnen voeren. Voor de kadernota wordt gevraagd hier al vast een bedrag voor te reserveren. Deze kunnen vooralsnog worden gedekt uit het fonds duurzaam lenen. Voor de uitvoering van de maatregelen zullen middelen in de begroting moeten worden gereserveerd.
Uitvoering Deze kan analoog aan de Arnhemse aanpak er bijvoorbeeld als volgt uitzien5: - Elk huishouden krijgt ondersteuning aangeboden in het verlagen van de energierekening waarbij nadrukkelijk oog is voor de persoonlijke en financiële omstandigheden. Met persoonlijk contact, vanuit een organisatie of instelling die daarvoor het meest geschikt is (bijv omdat er al een contact is), advies en hulp gericht op energieverbruik, het installeren van energiebesparende maatregelen, advies over verdere verduurzaming van de woning. - Er wordt aangesloten bij wat er al gebeurd in de wijken en buurten voor wat betreft fysieke (verduurzaming) en sociale projecten vanuit armoede, schuldhulpverlening, gezondheid en werk en inkomen. Op deze wijze kan er ook een bijdrage geleverd worden aan andere opgaven. - Er wordt nauw samengewerkt met partijen in het sociaal domein en partijen die actief zijn in de energietransitie. - Voor de aanpak wordt er een onderscheid gemaakt in aandachtswijken en –buurten (daar waar het grootste deel van de doelgroep wordt verwacht), kansrijke wijken en buurten, actieve wijken en gemeente breed. - Waar mogelijk wordt aangesloten op verduurzamingsprojecten van verhuurders, op plannen om aardgasvrij te worden, op wijkinitiatieven.
- Er worden doelstellingen geformuleerd die concreet zijn, bijvoorbeeld 1000 huishouden krijgen een lagere energierekening door minder energieverbruik als gevolg van verduurzamingsmaatregelen. 5 Let wel: dit is slechts een voorbeeld op basis van de uitgangspunten zoals in dit voorstel beschreven.