HOP2040 - Beschouwingen van stuurgroep HOP2040 op het commissievoorstel Afronden Omgevingsvisie Hilversum 2040
Tekst van het document
Beschouwingen van de Stuurgroep HOP2040 op het Commissievoorstel afronden Omgevingsvisie Hilversum 2040 geagendeerd voor commissie Ruimtelijke Ordening d.d. 17 januari 2024 Datum
: 11 januari 2024
De raad heeft in motie M23-136 aangegeven hoe zij de Ontwerp Omgevingsvisie gewijzigd wil zien. Hierbij heeft de raad als uitgangspunten (overwegingen) gesteld dat: 1. de Omgevingsvisie Hilversum 2040 de integrale langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving wordt, met beleidskeuzes op hoofdlijnen; 2. de Omgevingsvisie recht moet doen aan de participatieopbrengst; 3. de Omgevingsvisie richting geeft aan de ontwikkelingen en een afwegingskader biedt, ook voor ontwikkelingen die niet zijn voorzien en/of niet binnen het Omgevingsplan en/of een Omgevingsplan-/programma passen; 4. de Omgevingsvisie heldere leidende principes en toetsingskaders voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving dient te bevatten; 5. de Omgevingsvisie duidelijke toetsbare normen en doelen stelt die in gebiedsvisies verder worden uitgewerkt, waarbij de impact en samenhang van keuzes inzichtelijk wordt gemaakt met behulp van een model, HOP 2040 meent dat het commissievoorstel niet voldoet aan de uitgangspunten van de motie: 1. In het commissievoorstel worden voorstellen gedaan tot het compacter maken van de Omgevingsvisie o.a. door voor te stellen alleen de hoofdlijnen op te nemen. Het college zet echter ook gelijk de adviezen van de commissie MER overboord. Dat kan o.i. alleen als die adviezen tot concretisering van de Omgevingsvisie daadwerkelijk worden doorgevoerd.
Dat is namelijk vooral de opdracht van de raad in deze motie. 2. Het commissievoorstel borgt de participatieopbrengst niet en doet dus geen recht daaraan. Wij komen hieronder daar meermaals op terug. 4. Het commissievoorstel verzuimt heldere toetsingskaders aan te geven. Op pagina 4 onder “Normen en toetsingskader” gaat het fout. Er worden andere definities gegeven aan de begrippen toetsingskader, normen en doelen dan de raad in haar motie kennelijk bedoeld heeft. Het commissievoorstel herdoopt de bewoordingen van de motie in drie ‘nieuwe’ begrippen: normen, geconcretiseerde doelen en te concretiseren doelen. En het begrip ‘toetsingskader’ is (hiermee) plotseling verdwenen.
Normen zouden dan ‘vastgestelde of nog vast te stellen (wettelijke) regels’ zijn. Dat is een vreemde toevoeging. Wetten/regels die elders vastliggen hoeven hier niet opnieuw genoemd te worden noch een nieuwe naam te krijgen. Bovendien beoogt de Omgevingsvisie juist kaders te stellen waaraan lokale toekomstige regelgeving moet voldoen alvorens te kunnen worden vastgesteld. Het vaststellen van die toekomstige regels is uitvoering; het is uitwerking van visie(kaders). De vraag rijst bovendien met deze nieuwe definities hoe voorgaande documenten gelezen gaan worden. Wat blijft er over van het Herzien Plan van Aanpak, de opgeleverde documenten van het participatietraject, de Denkrichting, het Ontwerp etc.? Het woordgebruik sluit niet meer op elkaar aan, met alle gevolgen van dien. Onder Geconcretiseerde norm op pagina 5 schrijft het college dat voor hoogte de hoogten uit de structuurvisie Hilversum 2040 gehanteerd worden. Is er een structuurvisie 2040? Bij ons weten niet. En als structuurvisie 2030 wordt bedoeld dan kan dat niet als geconcretiseerde norm worden opgenomen omdat de structuurvisie 2030 ingetrokken moet worden door de inwerkingtreding per 1 januari 2024 van de Omgevingswet. Er moeten dus nieuwe hoogten worden vastgesteld in de Omgevingsvisie als beleidskaders. En met de participatieopbrengst als basis kunnen die niet gelijk zijn aan die in de oude structuurvisie 2030.
Met die oude hoogten en vrijheid/ruimte wordt de gewenste identiteit (dorps karakter) in 2040 en daarna voorgoed niet bereikt. In een apart kader op pagina 5 wordt hiervoor zelfs de pas afgesneden. De raad wordt hier gepasseerd en aan punt 2, recht doen aan de participatieopbrengst, wordt volstrekt voorbij gegaan. Kijken wat ‘passend’ is kan ook, zo niet juíst, als er kaders zijn meegegeven. Indien ‘passend’ zou betekenen dat er afgeweken moet worden van de gestelde kaders, dan kan dat gemotiveerd aan de raad worden voorgelegd ter (afwijkende) besluitvorming. Aan een reëel voorbeeld om een generieke numerieke norm (ondergrens + ambitie) op te nemen voor openbaar groen wordt voorbijgegaan. Terwijl dat toch één van de hoofdpunten van de participatieopbrengst is en van belang om de gewenste identiteit in 2040 te bereiken. Bovendien hebben wij al eerder aangegeven dat de normering in het programma Groen foutief is. https://hop2040.nl/groennormen-en-hoe-je-ze-naar-je-hand-kunt-zetten/ De raad beoogt om op hoofdlijnen in de Omgevingsvisie toetsingskaders vast te leggen waarbinnen toekomstig beleid moet passen. Die kaders kan men normen, criteria of begrenzingen noemen, maar het zijn géén vrijblijvende ‘doelen’. Het gaat uiteindelijk om het stellen van (kwantitatieve) kaders opdat zaken toetsbaar en meetbaar zijn. 5.
Ook hier vraagt de motie van de raad om “toetsbare normen”: gereedschap voor zichzelf om haar beleid makende en controlerende taken beter te kunnen uitvoeren. En die geeft het commissievoorstel niet.
In de motie vraagt de raad o.a. vervolgens:
1. Een goede vorm voor dit commissievoorstel is een aangeklede inhoudsopgave, waarbij voorbeelden worden gegeven van duidelijke normen en doelen en hoe tot verdere uitwerking kan worden gekomen. Ook aan dit punt voldoet het voorstel niet. Behalve de onnodige en verwarrende poging om “norm” een eigen betekenis te geven en “kaderstelling” uit het vocabulaire te schrappen, wordt er geen nieuw voorbeeld gegeven van een helder, toetsbaar en controleerbaar kader. Er staat nog steeds maar één controleerbaar getal in het Ontwerp: 6.000 toe te voegen woningen, nu onder de noemer
“geconcretiseerde doelen”. Dat zou betekenen dat de raad daar al mee ingestemd heeft. Wij zijn daar niet van overtuigd. Zonder vooraf door de raad (kwantitatieve) kaders in de Omgevingsvisie op te nemen kunnen gebiedsagenda’s niet uitgewerkt worden. De beoogde integraliteit gaat verloren en de raad zet zichzelf buiten spel. Het college heeft alle ruimte om naar eigen inzicht te werk te gaan. Toetsing door de raad en samenleving zal dan slechts achteraf en zonder kaders kunnen plaatsvinden. En dat zal vaak zinloos en te laat zijn.
Conclusie De raad heeft in motie M23-136 gesteld dat de Omgevingsvisie een kaderstellend document moet worden, waarin behalve beleidsvoornemens en kwalitatief omschreven doelen ook toetsbare criteria moeten worden opgenomen. Deze criteria moeten zo (numeriek) zijn opgesteld, dat toekomstig beleid daar aan getoetst kan worden. In eerste instantie door het college en daarna door de raad. En dit ontbreekt in het voorliggende commissievoorstel. Bij een kaderstellende Omgevingsvisie heeft het college de mogelijkheid om bij een wenselijke afwijking van een toetsingskader gemotiveerd aan de raad te vragen een ander, afwijkend, besluit te nemen. Dit sluit aan bij de wens van de raad en moderne opvattingen over de rol van de raad als richtinggevend orgaan in plaats van slechts achteraf toetsend. Juist bij een onderwerp als de fysieke leefomgeving, welke direct raakt aan het welzijn van alle inwoners en gehele samenleving, is het van groot belang dat de raad zichzelf in die positie brengt. Hoe verder HOP2040 verwacht dat de commissie het voorstel afwijst met de opdracht dit voorstel meer in lijn te brengen met hetgeen gesteld is in motie M23-136. HOP2040 biedt aan om desgevraagd meerdere voorbeelden van gekwantificeerde toetsingskaders aan te leveren op onderwerpen die de commissie wenselijk vindt om zo bij te dragen aan de gewenste robuustheid van de Omgevingsvisie.
NOOT In Bijlage 1 Uitgewerkte inhoudsopgave ontbreekt onder Bijlagen Fase 3 het verslag Stadsgesprek 9 maart 2023. Deze is een essentieel onderdeel en moet derhalve worden toegevoegd.