CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Hilversumse Educatieve Agenda 2021 - 2024

GEMEENTERAAD 31 maart 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Hilversumse Educatieve Agenda 2021-2024 (707013)7.470 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hilversumse Educatieve Agenda 2021 t/m 2024

27 januari 2021 Zaaknummer: 707013

Inhoudsopgave 1. Inleiding ..............................................................................................................................................4 2. Terugblik onderwijskansenbeleid in Hilversum ..................................................................................6 3. Kaders en uitgangspunten .................................................................................................................7 4. Ambities en speerpunten....................................................................................................................9 4.1 Ambitie ‘Een goede start in het onderwijs’ ..................................................................................10 4.2 Ambitie ‘Een passende plek en tijdig de juiste hulp’ ...................................................................13 4.3 Ambitie ‘Geslaagde doorstroom en uitstroom’ ............................................................................15 5. Financiën..........................................................................................................................................18 Bijlage 1. Toelichting wetgeving en kernbegrippen ..............................................................................19

_________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

2

Deze agenda is tot stand gekomen in samenwerking tussen de gemeente, het onderwijs, kinderopvang en (zorg)partners in Hilversum (hierna: ketenpartners):

_________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

3

1. Inleiding Aanleiding In Hilversum streven we ernaar dat kinderen en jongeren van 0 tot 23 jaar veilig, gezond en kansrijk opgroeien. Zij hebben het recht om te leren, zich optimaal te ontwikkelen en volwaardig mee te doen, ook als zij (tijdelijk) wat meer zorg nodig hebben. De gemeente en de diverse ketenpartners hebben vanuit de Wet publieke gezondheid, de Jeugdwet, de Wet kinderopvang, de Leerplichtwet, de Wet op het primair- en voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op passend onderwijs verschillende wettelijke taken, die elkaar raken en aanvullen (bijlage 1). Dit zijn taken zoals veilig en gezond opgroeien, leerplicht, leerlingenvervoer, onderwijshuisvesting, onderwijsachterstandenbeleid, het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, volwasseneneducatie, de aansluiting passend onderwijs op jeugdhulp en de opdracht om met onderwijsbesturen jaarlijks op overeenstemming gericht overleg (OOGO) te voeren over deze onderwerpen. Veel vraagstukken pakken we zowel lokaal als regionaal op. De Hilversumse Educatieve Agenda 2021-2024 sluit aan bij de lokale en regionale aanpakken en de voor kinderopvang en onderwijs relevante (aangrenzende) beleidskaders. Deze agenda is tot stand gekomen in een interactief en cocreatief samenwerkingsproces met het onderwijs, kinderopvang en (zorg)partners.

De uitvoering en monitoring van de agenda vindt op dezelfde wijze plaats. Deze agenda beschrijft geen kant-en-klaar pakket maatregelen voor de komende vier jaar, maar biedt ruimte voor aanpassing en tussentijdse ontwikkelingen. De gevolgen van de coronacrisis Ten tijde van de totstandkoming van deze Hilversumse Educatieve Agenda was en is het coronavirus nog volop aanwezig in ons land. Een van de maatregelen om het coronavirus terug te dringen is de sluiting van kinderopvang en onderwijs. De coronapandemie en de daarbij behorende beperkende maatregelen hebben voor leerlingen in 2020 en 2021 geleid tot een - nog niet in omvang en effect te vatten- onderwijs vertraging. De coronapandemie heeft de ongelijkheid in onderwijskansen en de daarbij behorende structurele onderwijsachterstanden voor grote groepen leerlingen veel zichtbaarder gemaakt. Dit vergroot de urgentie om hier direct uitvoerbaar beleid voor te bedenken. Het is aan de Rijksoverheid (Nationaal Programma Onderwijs na Corona, contouren beschikbaar in februari 2021), de gemeente, de schoolbesturen, de scholen, werkgevers, onderwijsprofessionals en ouders om hier actief aan bij te dragen. Als gemeente en ketenpartners dragen we bij aan de gezamenlijke uitvoering van drie ambities die de ruggengraat vormen voor de nu voorliggende Hilversumse Educatieve Agenda.

De ambities gaan over het bevorderen van gelijke kansen door een goede start in het onderwijs, een passende plek voor ieder kind en jongere en een geslaagde door- en uitstroom van leerlingen te realiseren. We beperken ons daarbij niet alleen tot de wettelijke taken die we als Gemeente Hilversum uitvoeren. Samen met onze ketenpartners betrekken we onderstaande punten bij de samenwerkingsafspraken die we gaan opstellen, we denken hierbij aan:  het bestrijden van ontwikkelachterstanden is het meest effectief als dit zo vroeg mogelijk wordt aangepakt;  het passend onderwijs en jeugdhulp sluiten naadloos op elkaar aan; we streven ernaar dat geen leerlingen meer thuis zitten, wij werken aan betere overeenstemming over wie, wanneer, waarvoor verantwoordelijk is;  belemmeringen wegnemen en kansengelijkheid bevorderen door te werken aan optimale doorgaande leerlijnen en een goede overdracht van de ene voorziening naar de vervolgvoorziening; _________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

4

   

alle inwoners van 0 tot 23 jaar kunnen het onderwijs volgen dat het best past bij hun talenten en mogelijkheden; het behalen van een startkwalificatie is de beste manier om jongeren goed voor te bereiden op een zinvolle plek op de arbeidsmarkt. Dit geldt specifiek voor jongeren die daar - om welke reden dan ook - ondersteuning bij nodig hebben. ongewenste resultaten van onderwijs segregatie worden effectief aangepakt. de onderwijsvertraging als gevolg van de coronapandemie kunnen we alleen effectief repareren als we ons gezamenlijk committeren aan de bovengenoemde afspraken.

Gelijke kansen Eén van de belangrijkste onderwerpen is het verbeteren van de kansengelijkheid in Hilversum. Op de lange termijn betekent kansenongelijkheid dat er systematische verschillen ontstaan in gezondheid en levensverwachting tussen leerlingen. Eén van de belangrijkste factoren voor kansenongelijkheid is taalachterstand. Een opgelopen taalachterstand bij instroom op de basisschool bepaalt voor een groot deel de achterstand die kinderen hebben, in meerdere situaties kan dit gevolgen hebben bij de uitstroom naar het vervolgonderwijs.

_________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

5

2. Terugblik onderwijskansenbeleid in Hilversum In dit hoofdstuk blikken we kort terug op de nota onderwijskansenbeleid 2018-2019 en de daaruit gevolgde evaluatie. Daarnaast wordt ingegaan op de doorontwikkeling van de Hilversumse Educatieve Agenda. Nota Onderwijskansenbeleid 2018-2019 in Hilversum Op 27 september 2017 is, ter verbetering van de onderwijskansen van alle kinderen, de nota Onderwijskansenbeleid 2018-2019 in Hilversum vastgesteld. Deze nota was vooral gericht op kinderen in de leeftijdscategorie van 2 tot 12 jaar. Naar aanleiding van de evaluatie van de nota1, de toegenomen kansenongelijkheid voor kinderen en jongeren en het collegeprogramma 2018-20222 is besloten om te komen tot een doorontwikkeling en verbreding van de doelgroep voor de aankomende periode naar kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 tot 23 jaar. De nota onderwijskansenbeleid 2018-2019 was er vooral op gericht om betere kansen te bieden aan kinderen en jongeren die het risico lopen op taalachterstanden. Bij de vaststelling van de nota heeft de gemeenteraad aangegeven het onderwijskansenbeleid na 2 jaar te willen evalueren. Op basis van de evaluatie van de nota, de toegenomen kansenongelijkheid en het collegeprogramma is besloten om samen met de ketenpartners te komen tot een doorontwikkeling van het onderwijskansenbeleid.

Doorontwikkeling onderwijskansenbeleid in Hilversum Daar waar de nota onderwijskansenbeleid in Hilversum 2018-2019 met name gericht was op voor- en vroegschoolse educatie (hierna: VVE) en op het voorkomen van een taalachterstand bij kinderen tot de leeftijd van 12 jaar, is kansenongelijkheid in het onderwijs breder. Onderwijskansenbeleid gaat over een goede start in het onderwijs, een passende plek voor ieder kind en jongere en een geslaagde door- en uitstroom van leerlingen. Om de beste resultaten te boeken in het bestrijden van kansenongelijkheid zijn de doorgaande leerlijnen en een goede overgang3 van de ene voorziening naar de vervolgvoorziening essentieel. Om die redenen hebben wij onze blik verbreed in deze Hilversumse Educatieve Agenda 2021 t/m 2024. In december 2019 is er een bijeenkomst geweest met alle ketenpartners uit het onderwijs en de kinderopvang (in de LEA), over de verbreding van het onderwijskansenbeleid. Dit heeft geresulteerd in drie gedeelde ambities (zie hoofdstuk 4) met bijbehorende speerpunten. De uitwerking van deze ambities is een continu proces dat in de LEA wordt gemonitord, geëvalueerd en waar nodig wordt bijgestuurd.

1 Evaluatie van de nota onderwijskansenbeleid 2018-2019 op 7 januari 2020. (RIB nr. 2019-89) 2 Collegeprogramma 2018-2022 ‘Aan de slag voor een buurgericht, duurzaam, veilig en levendig Hilversum’. 3 De overgangen zijn:

Van voorschoolse voorziening naar basisschool Van basisschool naar voortgezet onderwijs Van voortgezet onderwijs naar vervolgonderwijs of werk _________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

6

3. Kaders en uitgangspunten In dit hoofdstuk schetsen we de kaders en de uitgangspunten van de Hilversumse Educatieve Agenda. We gaan nader in op de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente Hilversum en haar ketenpartners en de positionering van de agenda in het brede perspectief van het sociaal domein. Tenslotte hebben we in dit hoofdstuk de uitgangspunten opgenomen. Gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, ouders én ketenpartners Het is van belang dat het netwerk rondom kinderen en jongeren in de leeftijd 0 tot 23 jaar goed georganiseerd is, zodat het kind of de jongere passende ondersteuning kan krijgen om zijn/haar talenten maximaal te ontwikkelen. Daarbij is een veilige, stabiele omgeving gewenst, zowel thuis als op school. Een goede samenwerking tussen onder andere ouders, onderwijs, kinderopvang, zorgpartners en gemeente draagt hiertoe bij. In onderstaand schema staan het krachtenveld van wet- en regelgeving, de betrokken ketenpartners en regievoerders op de uitvoering van de ambitie schematisch weergegeven: Domein ↓ 0 - 4 jaar Leeftijd→ Wet- en regelgeving Jeugdwet

4 - 12 jaar

12 - 17 jaar

17 - 23 jaar

Jeugdwet

Jeugdwet Wet voortgezet onderwijs Wet Passend onderwijs

Wmo Wet voortgezet onderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs

Wet expertisecentra

Leerplichtwet

Leerplichtwet

Participatiewet

Wet publieke gezondheid

Wet publieke gezondheid

JGGV Voortgezet (speciaal) onderwijs Unita Qinas

JGGV

RBL Versa

RBL Versa

2 en 3

3

Wet primair onderwijs

Wet primair onderwijs

Wet kinderopvang

Leerplichtwet

Wet publieke gezondheid

Wet expertisecentra Wet Passend Onderwijs Wet publieke gezondheid

Ketenpartners JGGV4 Primair (speciaal) onderwijs Kinderopvang peuterspeelzaal

JGGV Primair (speciaal) onderwijs Unita5 Qinas6 Kinderopvang Versa RBL7 Versa8 Bibliotheek Bibliotheek Ambities (zie hoofdstuk 4 voor een toelichting) 1 1, 2 en 3 Regie Kinderopvang/ Schoolbesturen PO peuterspeelzaal Unita Gemeente

Gemeente

MBO

Schoolbesturen VO Qinas Gemeente

Gemeente (incl. RBL/Arbeidsmarkt)

4 JGGV: Jeugd en Gezin Gooi en Vechtstreek (o.a. consultatiebureau en schoolartsen) 5 Unita: Regionaal Samenwerkingsverband voor basisonderwijs 6 Qinas: Regionaal samenwerkingsverband voor het voortgezet onderwijs 7 RBL: Regionaal Bureau Leerplicht 8 Versa: Versa welzijn is een brede welzijnsorganisatie. Ze zijn actief in wijkcentra, de buurtbus en op straat.

_________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

7

Uitgangspunten voor de Hilversumse Educatieve agenda: We hanteren de volgende randvoorwaarden voor de uitvoering van de Hilversumse Educatieve Agenda. 

Commitment van ketenpartners (zie pagina 3): De ambities en speerpunten zijn in gezamenlijkheid met de ketenpartners opgesteld. Voor het succesvol uitvoeren van de ambities is commitment van alle ketenpartners van belang. Om dit commitment en de samenwerking te versterken maken we samenwerkingsafspraken. We organiseren de komende jaren verschillende bijeenkomsten waar betrokken professionals elkaar ontmoeten en afspraken maken om hier structureel verbetering in aan te brengen.

Ouders zijn en/of worden betrokken bij hun kind: Kinderen brengen de meeste tijd thuis en daarnaast op school of de kinderopvang door. Ouders en scholen staan niet los van elkaar. Het is voor een positieve ontwikkeling van het kind van groot belang dat ouders actief betrokken zijn en samenwerken met jeugdgezondheidszorg, kinderopvang en scholen.

Tegengaan van (school)segregatie: De gemeente Hilversum vindt het tegengaan van segregatie van groot belang om zoveel mogelijk gelijke kansen te creëren voor alle leerlingen. De gemeente streeft naar een samenleving waarin verschillen gewaardeerd en optimaal benut worden, ongeacht sociaal- economische status, culturele-, etnische- & religieuze achtergrond, leeftijd of seksuele geaardheid. De gemeente heeft daarnaast de wettelijke taak om minimaal 1 keer per jaar met schoolbesturen overleg te voeren over het tegengaan van (school)segregatie.

Passende onderwijsplek beschikbaar voor ieder kind: Uitgangspunt is dat voor alle Hilversumse kinderen en jongeren tot 23 jaar passend onderwijs beschikbaar is op hun eigen niveau, in combinatie met de hulp en ondersteuning die ze nodig hebben. Het is voor kinderen en jongeren, ouders en onderwijsinstellingen duidelijk waar zij terecht kunnen als ondersteuning nodig is. Ze moeten erop kunnen rekenen dat de ondersteuning goed, snel en laagdrempelig is georganiseerd. Doel is voorkomen dat kinderen en jongeren thuiszitten.

Binnen beschikbare financiële kaders: De ambities en speerpunten worden uitgevoerd binnen de door de gemeenteraad van Hilversum vastgestelde financiële kaders.

_________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

8

4. Ambities en speerpunten In dit hoofdstuk staan de ambities en speerpunten beschreven, die voort zijn gekomen uit de evaluatie van de afgelopen periode en de gesprekken met alle ketenpartners. Bij de ambities streven we ernaar dat alle jeugdige/inwoners de kans krijgen het beste uit zichzelf te halen. Uitgangspunt is dat kinderen en jongeren uit onze regio onderwijs volgen, werken, of anderszins een passende dagbesteding hebben. De drie ambities In de Hilversumse Educatieve Agenda richten we ons op 3 ambities: 1. Een goede start in het onderwijs; 2. Een passende plek en tijdig de juiste hulp; en 3. Geslaagde doorstroom en uitstroom. In paragraaf 4.1 t/m 4.3 worden de drie ambities meer gedetailleerd uitgewerkt aan de hand van een aantal speerpunten. Per ambitie staan de speerpunten vermeld die in samenwerking met onze ketenpartners nader uitgewerkt worden in werkgroepen. In deze werkgroepen worden afspraken over monitoring, effectmeting, doelen en evaluaties van de ambities en bijbehorende speerpunten gemaakt. In overleg met de betrokken ketenpartners wordt een uitvoeringsagenda opgesteld, deze wordt vastgesteld in de LEA. De gemeenteraad wordt eind 2022 geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van deze agenda.

Doorgaande leerlijn Om de beste resultaten te boeken in het bestrijden van kansenongelijkheid zijn de doorgaande leerlijnen en een goede overdracht van de ene voorziening naar de vervolgvoorziening essentieel. Het start al met een goede afstemming tussen peuterspeelzaal (voorschool) en basisschool. Ook de overgangen in het onderwijs zijn kwetsbare momenten in de schoolloopbaan, vooral voor kinderen en jongeren die van huis uit minder begeleiding en ondersteuning krijgen. Ook de ‘harde’ overgang tussen het regulier en het speciaal onderwijs vormt voor sommige leerlingen een belemmering. Hierdoor kunnen deze leerlingen te laat (over)komen naar het speciaal onderwijs.

_________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

9

4.1 Ambitie ‘Een goede start in het onderwijs’ Budget 2021: €2.225.000; 2022: €2.275.000; 2023: €2.325.000; 2024: €2.375.000 9

In Hilversum streven we naar een goede start in het onderwijs. Al voor de geboorte van het kind werken we hierin samen zodat de risico’s tijdig worden gesignaleerd en passende ondersteuning wordt geboden. Alle kinderen, ongeacht het opleidingsniveau of herkomst van hun ouders, of de wijk waarin ze opgroeien, krijgen het onderwijs dat hen helpt het beste uit zichzelf te halen. We streven naar deelname van alle peuters aan een voorschoolse voorziening en een doorgaande lijn naar het onderwijs. We richten ons specifiek op kinderen met een verhoogd risico op een achterstand op taal en ontwikkeling. Voor kinderen waar zorgen zijn over de spraak/taalontwikkeling worden onze preventieve logopedisten ingezet. Ouders, pedagogisch medewerkers en leerkrachten krijgen handvatten geboden om de peuter/ kleuter in de verdere taalverwerving te ondersteunen. We hebben de onderstaande speerpunten geformuleerd: a) Werken aan positieve ouderbetrokkenheid bij kinderen. b) Alle peuters bereiken. c) Een VVE-programma gericht op taal- én ontwikkelachterstand. d) Doorgaande leerlijn van voorschool naar basisschool. e) Samenwerken aan een veilig en stimulerend opvoedklimaat in de thuissituatie.

Speerpunt a: ‘Werken aan positieve ouderbetrokkenheid bij kinderen’ Het doel is dat ouders het kind helpen zich te ontwikkelen en met het kind op een positieve wijze meegroeien en mee-ontwikkelen, zodat de kans groter wordt dat kinderen kunnen uitgroeien tot zelfredzame volwassenen. Betrokkenheid van ouders bij de ontwikkeling van en het onderwijs aan hun kind(eren) versterkt de ontwikkeling van hun kind(eren). Positieve ouderbetrokkenheid geeft kinderen een betere start op school en in onze samenleving. Kinderen kunnen zich dan beter voorbereiden op nieuwe situaties (zoals bij de overgangen van voorschool naar school en van basis- naar voortgezet onderwijs) en zich er eerder “thuis” voelen. Ouderbetrokkenheid krijgt specifieke aandacht bij de doelgroep VVE, zodat het belang van actief betrokken zijn duidelijk wordt voor ouders. Ouders kunnen hun kinderen ondersteunen bij het verwerven van taal- en woordenschat. Taalachterstand bij kinderen is vaak gerelateerd aan onvoldoende Nederlandse taalvaardigheid van hun ouders. Opgroeien in een taalrijke omgeving, waarin ook de Nederlandse taal wordt gesproken, draagt bij aan de verbetering van kansen van kinderen. Het verbeteren van de taalvaardigheid stelt ouders in staat de (taal)ontwikkeling van hun kind(eren) beter te ondersteunen en te communiceren met pedagogisch medewerkers en leerkrachten.

Dit vergroot de betrokkenheid van ouders bij de school(loopbaan) van hun kinderen en ook hun participatie. Een essentiële voorwaarde is dat ouders ook zelf in staat worden gesteld (beter) Nederlands te leren en waar nodig bekend worden met het Nederlandse onderwijssysteem. Waar een kind een risico op een ontwikkelingsachterstand loopt, bieden we een breed en laagdrempelig cursusaanbod voor ouders aan. 9 Hiervan is €2.166.000 ontvangen uit rijksmiddelen voor onderwijsachterstandenbeleid

_________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

10

Daarnaast streven we ernaar om ouders met een taalachterstand in te laten stromen in een taaltraject van volwasseneneducatie.10 Ouders kunnen terecht bij de bibliotheek met vragen over taal en kunnen gebruik maken van de regionale aanpak Taal is de sleutel. In de regionale aanpak is aandacht voor de aanpak van laaggeletterdheid. De aanpak richt zich op het verhogen van basisvaardigheden en helpt mensen om zelfstandiger en zelfredzamer te worden. Dit vergroot de kans dat ze gezonder leven, hun financiën en zaken met de overheid beter regelen, een opleiding kunnen volgen, een baan krijgen en behouden en hun kinderen kunnen helpen met school. Activiteiten bij speerpunt a:  Actualisering en uitbreiding van het ouderbeleid uit 2015  Samenwerking verloskundigenpraktijken, kraamzorg en JGGV  Begeleiding van 15 trajecten Sociaal Medische Indicatie  Deelname van 30 gezinnen aan Instapje  Jou en je kind wordt aangeboden op 17 locaties (peuterspeelzalen, wijkcentra en basisscholen)  Deelname van minimaal 60 gezinnen aan de Voorleesexpres  Deelname van 10 gezinnen aan het Buitenshuis project  50 trajecten “Stevig ouderschap”  6 cursussen “Baby in huis” Speerpunt b: ‘Alle peuters bereiken.’ In Hilversum kunnen kinderen vanaf 0 jaar naar het kinderdagverblijf en vanaf 2 jaar naar de peuterspeelzaal. In Hilversum worden peuterspeelzalen die VVE bieden gesubsidieerd.

De gemeente subsidieert de deelname van alle peuters, waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Alle peuters kunnen hierdoor twee dagdelen per week deelnemen aan de peuterspeelzalen die een VVE programma bieden. Kinderen die iets extra’s nodig hebben (de ’doelgroeppeuters’) kunnen vier dagdelen per week deelnemen. Scholen in Hilversum signaleren grote verschillen in ontwikkeling tussen kinderen die instromen op de basisschool. Voor een groot deel heeft dit verschil te maken met de deelname aan een voorschoolse voorziening. Kinderen die een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf hebben bezocht, zijn, over het algemeen, meer taal- en sociaalvaardig. Op dit moment bereiken we als gemeente helaas nog niet alle peuters. We onderzoeken wat de oorzaken zijn en werken samen met betrokken partijen aan oplossingen. Activiteiten bij speerpunt b:  Inzicht in omvang en redenen van niet- deelname aan voorschoolse voorzieningen  Uitwerken van activiteiten om het bereik te verhogen

10 De Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) streeft naar een verbetering van taal-, reken- en digitale

vaardigheid van volwassenen die deze vaardigheden onvoldoende beheersen. _________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

11

Speerpunt c: ‘Een VVE-programma gericht op taal- én ontwikkelachterstand.’ De basisscholen geven aan dat diverse kinderen met een achterstand instromen. Met de regiegroep VVE wordt gewerkt aan een verbreding van de doelgroep van het VVE-programma. Het VVEprogramma richt zich daardoor niet meer alleen op kinderen tussen de twee en vier jaar met (een risico op) een taalachterstand. Door de verbreding gaan wij ons richten op kinderen met een verhoogd risico op een achterstand op: ‘taal en ontwikkeling’. Daarbij is de verhouding tussen ‘doelgroeppeuters’ en reguliere peuters in de peuterspeelzaal groepen ook een blijvend punt van aandacht. Het uitgangspunt is dat deze verdeling zo evenwichtig mogelijk is. Activiteiten bij speerpunt c:  Inzicht creëren in de basisvaardigheden peuter / kleuter als basis voor het verhogen van de kwaliteit van het VVE programma en de doorgaande leerlijn  Formuleren van resultaatafspraken met de kinderopvang  Monitoring resultaatafspraken Speerpunt d: ‘Doorgaande leerlijn van voorschool naar basisschool.’ Om de beste resultaten te boeken in het bestrijden van ontwikkelachterstanden zijn de doorgaande leerlijn en een goede overdracht van de voorschool (kinderdagverblijf, peuterspeelzaal) naar de basisschool essentieel. De overdracht tussen voorschool en basisschool is nog niet overal op orde.

We organiseren de komende jaren verschillende bijeenkomsten waar betrokken professionals elkaar ontmoeten en afspraken kunnen maken om hier structureel verbetering in aan te brengen. Activiteiten bij speerpunt d:  Formuleren van resultaatafspraken eind groep 2  Samenwerkingsafspraken kinderopvang / basisonderwijs, o.a. op ouderbetrokkenheid, bereik voorschoolse voorzieningen en deskundigheidsbevordering Speerpunt e: ‘Samenwerken aan een veilig en stimulerend opvoedklimaat in de thuissituatie.’ Een veilige en stimulerende thuissituatie van kinderen is een belangrijke voorwaarde voor een goede start in het onderwijs. Niet alleen de kinderen maar ook de ouders moeten hiervoor veiligheid, rust en stabiliteit ervaren. In Nederland worden jaarlijks 119.000 kinderen geconfronteerd met een onveilig thuis. Ook in Hilversum zijn er kinderen die onder moeilijke omstandigheden opgroeien: bijvoorbeeld kinderen die worden verwaarloosd, mishandeld of misbruikt, die opgroeien met een ouder met ernstige psychische- of verslavingsproblemen of bij wie de scheiding van hun ouders met veel geschreeuw en geweld gepaard gaat. Allemaal omstandigheden die stressvol zijn voor kinderen en negatieve gevolgen kunnen hebben voor hun ontwikkeling. Op school of de kinderopvang kunnen zij last hebben van de gevolgen en kan het zijn dat zij onvoldoende aan leren en ontwikkelen toekomen.

Kinderopvang en scholen hebben zeer regelmatig contact met kinderen en hun ouders en spelen een belangrijke rol in het signaleren van een onveilige thuissituatie. Steun van een betrouwbare volwassene is cruciaal om schade te helpen voorkomen en de natuurlijke veerkracht van kinderen te versterken. Sinds 2013 zijn de kinderopvang en het onderwijs ook wettelijk verplicht om te werken met de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. Het blijkt dat de meldcode in de praktijk van alledag nog lang geen ingeslepen handelingsprotocol is. Zo is er bijvoorbeeld nog sprake van handelingsverlegenheid bij het doorlopen van de stappen van de meldcode, en is het opleiden van professionals nog onvoldoende ingebed. _________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

12

Armoede in een gezin heeft ook impact op het leven van kinderen. Opgroeien in armoede is meer dan het niet hebben van spullen. Deze kinderen lopen op verschillende vlakken in hun leven achterstand op en hebben minder kansen om zich goed te ontwikkelen. In Hilversum gaan we daarom vanaf 2021 samenwerken met het Jeugdeducatiefonds (www.jeugdeducatiefonds.nl). Dit fonds helpt om de ontwikkelingskansen van kinderen die opgroeien vanuit een achterstand te vergroten. Waar geldgebrek een belemmering is voor de ontwikkeling van een kind, kan de school een beroep doen op het Jeugdeducatiefonds. Scholen met een leerling populatie (50% of meer) die bestaat uit leerlingen uit gezinnen op of onder de armoedegrens, kunnen een aanvraag indienen bij het Jeugdeducatiefonds. Indien de aanvraag wordt gehonoreerd dan co-financiert de gemeente € 4.500, - per aanvraag. De verwachting is dat maximaal 6 Hilversumse basisscholen voor deze regeling in aanmerking komen. Activiteit bij speerpunt e:  Ondersteuning van de deelname van zes scholen aan het Jeugdeducatiefonds. 4.2 Ambitie ‘Een passende plek en tijdig de juiste hulp’ Budget: 2021 €216.000; 2022 €216.000; 2023 €216.000; 2024 €216.000

Een van de hoofddoelstellingen bij de invoering van Passend Onderwijs in het schooljaar 2014-2015 was dat er voor alle kinderen een passende, thuisnabije, onderwijsplek beschikbaar komt, zodat er geen kinderen meer thuis blijven zitten. Anno 2021 is dit streven nog niet volledig gerealiseerd. Blijvend werken aan het verzorgen van passende onderwijsplekken blijft dan ook een speerpunt binnen het Hilversumse en regionale (passend) onderwijsbeleid. Het reguliere onderwijs is niet voor alle leerlingen toereikend. Soms biedt speciaal onderwijs uitkomst, soms vraagt dit om een combinatie van (speciaal) onderwijs en jeugdhulp. Om een passende plek te realiseren is sprake van intensieve, regionale samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs, gemeente en samenwerkingsverbanden passend onderwijs om te zorgen dat het onderwijsaanbod in onze regio nog beter toereikend wordt. We hebben de onderstaande speerpunten geformuleerd: a) Heldere afspraken tussen onderwijs, gemeenten en beide samenwerkingsverbanden (regionaal). b) Meten en weten. c) Laagdrempelige ondersteuning op scholen en een goede aansluiting op jeugdhulp. d) Specialiseren en samenwerken op het gebied van het school ondersteuningsprofiel.

Speerpunt a: ‘Heldere afspraken tussen onderwijs, gemeenten en samenwerkingsverbanden (regionaal).’ Het onderwijs heeft volgens de Wet Passend Onderwijs de verantwoordelijkheid om ieder kind een passende plek te bieden. De gemeente heeft vanuit de Jeugdwet de plicht om jeugdhulp te organiseren voor kinderen en/of ouders die dit nodig hebben. Door inzet van jeugdhulp en preventie op de scholen bereiken we kinderen eerder en sneller. We werken samen met het onderwijs om in het kader van Passend Onderwijs meer maatwerk te realiseren. Goede afstemming en coördinatie tussen de gemeente (jeugdhulp) en de beide samenwerkingsverbanden (en onderwijsinstellingen) zorgen voor een passend ondersteuningsaanbod. De samenwerking tussen onderwijs en jeugd zorgt _________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

13

voor een meer integrale aanpak en samenhang van beleid en uitvoering. Gezamenlijk werken wij aan een passende plek voor álle leerlingen en streven wij ernaar dat niemand thuis zit. In het regionaal OOGO Passend Onderwijs maken gemeente(n), beide samenwerkingsverbanden en schoolbesturen afspraken over de aansluiting tussen passend onderwijs en jeugdhulp. We zetten daarbij in op een duidelijk onderscheid tussen passend onderwijs en jeugdhulp. We maken afspraken over de aansluiting passend onderwijs en jeugdhulp en over het grijze gebied tussen de beide verantwoordelijkheden. We formuleren gezamenlijke doelen en maken afspraken over de verantwoordelijkheden en de grenzen van onze gezamenlijke zorg in en om de school. Activiteiten bij speerpunt a:  We onderzoeken hoe we het grijze gebied tussen jeugdhulp en onderwijsondersteuning gezamenlijk op kunnen pakken en maken hier afspraken over. Speerpunt b: ‘Meten en weten.’ Omdat we onvoldoende inzicht hebben welke vormen van jeugdhulp geboden worden op onze scholen, gaan we onderzoeken wat de huidige situatie met betrekking tot jeugdhulp in het onderwijs is. Daarbij is inzicht in het aantal leerlingen dat ondersteuning ontvangt (vanuit het onderwijs en jeugdhulp), welke soorten ondersteuning daarin gemeengoed zijn en de effecten van deze (jeugd)hulp op het vergroten van de kansen van de leerlingen nodig.

De uitkomsten van dit onderzoek bepalen mede de te maken keuzen op het gebied van passende ondersteuning. Samen met het onderwijs wordt de definitie bepaald van basisondersteuning, extra ondersteuning en specialistische ondersteuning. Per ondersteuningsvorm wordt duidelijk wat van een school, een samenwerkingsverband en van de gemeente mag worden verwacht. Als onderdeel van de (regionale) onderwijsagenda Gooi en Vechtstreek ‘Samenwerken voor kansen! 2020 – 2022’ voeren gemeenten en scholen jaarlijks een gezamenlijke enquête uit onder ouders en leerlingen om de behoefte en de verwachtingen over het passend onderwijs aanbod in kaart te brengen. Op basis van de uitkomsten van de jaarlijkse enquête bepalen scholen en gemeenten of de samenwerkingsagenda moet worden bijgesteld en/of er nieuwe initiatieven moeten worden ontplooid om goed aan te sluiten bij de vraag van ouders en kinderen. Activiteit bij speerpunt b:  We onderzoeken het grijze gebied tussen passend onderwijs en de aansluiting op de jeugdhulp. Doel is zicht krijgen op: welke ondersteuning bieden de scholen en wanneer is extra ondersteuning nodig vanuit de gemeente (ambulante jeugdhulp).  Op basis van de resultaten maken we afspraken met alle partijen over wie wanneer en voor wat verantwoordelijk is. Dit doen we op basis van het uitgangspunt: de leerling staat altijd centraal.

De effectiviteit van de ondersteuning wordt gemonitord en bij onvoldoende groei, wordt ingezet op een andere schoolkeuze.  De resultaten uit de regionale onderwijs enquête worden kritisch gevolgd. Speerpunt c: ‘Laagdrempelige ondersteuning op scholen en een goede aansluiting op jeugdhulp.’ We onderzoeken hoe we op scholen effectief laagdrempelig lichte hulp kunnen bieden. Dit doen we door te leren van twee lopende pilots met onderwijs-zorgarrangementen in het speciaal onderwijs (SO) en in het speciaal basisonderwijs (SBO). Het doel van de pilots is het voorkomen van “thuiszitters”: Binnen het onderwijs-zorgarrangement is een jeugdhulpverlener aanwezig binnen de school die wordt bekostigd op basis van FTE bekostiging in plaats van de ‘reguliere’ persoonsvolgende financiering via beschikkingen. De pilot loopt in Hilversum op de SO J.H. Donnerschool in Hilversum _________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

14

in samenwerking met Youké. Door snel en dichtbij hulp en behandeling te bieden op school wordt escalatie en schooluitval voorkomen. Deze pilot is inmiddels geëvalueerd en wordt de komende 4 jaar door de gemeenten van de regio bekostigd. Activiteiten bij speerpunt c:  We volgen de bestaande pilots in het speciaal (basis)onderwijs.  We onderzoeken welke laagdrempelige en lichte ondersteuning gewenst is binnen het reguliere (basis)onderwijs en we realiseren ondersteuning op basis van cofinanciering. We bespreken of we de scholen met veel achterstandsleerlingen kunnen ondersteunen (bron: leerlingentelling gemeente Hilversum 1 oktober 2020).  We monitoren de resultaten van deze pilots op het gewenste effect en zorgen voor een doorontwikkeling. Speerpunt d: ‘Specialiseren en samenwerken op het gebied van het school ondersteuningsprofiel.‘ Dit speerpunt gaat over de doorontwikkeling van de basisondersteuning op de scholen. Uit de evaluatie Passend Onderwijs in 2020 blijkt dat het voor de samenwerkingsverbanden lastig is om voorzieningen te treffen voor kleine groepen leerlingen met een specifieke behoefte. Iedere school heeft zijn eigen expertise(s). We gaan met elkaar inventariseren wat expertise(s) en succesvolle aanpakken zijn van en op scholen en maken afspraken hoe kruisbestuiving plaats kan vinden tussen scholen.

Er worden bijeenkomsten georganiseerd waarin dit met elkaar kan worden gedeeld. Met de samenwerkingsverbanden en schoolbesturen onderzoeken we waar welk kind of jongere de best passende ondersteuning kan ontvangen. We maken afspraken met elkaar welke school zich in welke ondersteuningsmogelijkheden gaat ontwikkelen. Daarnaast maken we afspraken over hoe we de doorverwijzing faciliteren. Activiteit bij speerpunt d:  Scholen en gemeente maken afspraken over de verschillende basis ondersteuningsprofielen. Deze afspraken worden geformaliseerd in een samenwerkingsovereenkomst waardoor het commitment van alle partijen wordt gegarandeerd. 4.3 Ambitie ‘Geslaagde doorstroom en uitstroom’ Budget: 2021 €298.000; 2022 €298.000; 2023 €298.000; 2024 €298.000

In Hilversum ontwikkelen kinderen hun talent en nemen zij naar vermogen deel in een educatieve omgeving, zodat ze later als zelfredzame burgers in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en een constructieve bijdrage aan de samenleving kunnen leveren. Voor de meeste kinderen en hun ouders verloopt dit proces zonder al te veel problemen. Soms is dit helaas niet het geval. Uit de staat van het onderwijs (2019) blijkt dat kinderen van laagopgeleide ouders minder succesvol zijn dan kinderen van hoogopgeleide ouders. Het niveau van het kind van laagopgeleide ouders wordt gemiddeld lager ingeschat (bij het afgeven van het basisschooladvies) dan van kinderen van hoogopgeleide ouders. _________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

15

De studiekeuze is niet altijd het resultaat van rationele overwegingen of gebaseerd op inzicht wat jongeren met hun opleiding kunnen bereiken. Er bestaan voorkeuren voor bepaalde beroepsrichtingen. Beeldvorming bij ouders wordt overgedragen op jongeren. De beeldvorming strookt niet altijd met de realiteit en doet onvoldoende recht aan de mogelijkheden en kansen die er in sectoren zijn. We hebben de onderstaande speerpunten geformuleerd: a) Jongeren hebben voldoende (taal)niveau om een startkwalificatie te halen. b) Startkwalificatie voor alle jongeren. c) Perspectief op werk voor alle jongeren. Speerpunt a: ‘Jongeren hebben voldoende (taal)niveau om een startkwalificatie te halen.’ In toenemende mate stromen jongeren in het VO en het MBO in met een te laag taalniveau. Dit betekent dat een aantal leerlingen uit het regulier basisonderwijs ook de school verlaten met een te laag taalniveau. Het versterken van taalonderwijs over de hele breedte is een aandachtspunt. Naast een aantal leerlingen uit het reguliere basisonderwijs, geldt dit met name voor leerlingen van het eerste opvangonderwijs11 (COBO), het ISK en taalaanbieders. We werken samen aan een oplossing van dit groeiende probleem voor nieuwkomers.

Activiteit bij speerpunt a:  Met ingang van schooljaar 2021-2022 treedt het nieuwe convenant eerste opvang onderwijs in werking, hiermee streven we ernaar dat kinderen in het eerste jaar dat ze in Nederland zijn over voldoende Nederlands taalniveau beschikken om in te stromen op regulier basisonderwijs of voortgezet onderwijs.  We werken samen met het voortgezet onderwijs, MBO, de ISK en de taalaanbieders aan het terugdringen van taalachterstanden bij leerlingen die instromen in het MBO (entree onderwijs). In 2024 stromen leerlingen met voldoende taalniveau naar het MBO. Speerpunt b: ‘Startkwalificatie voor alle jongeren.’ Jongeren tot 23 jaar zitten op school, werken, combineren leren en werken of hebben een dagbesteding. Jongeren die er niet in slagen dit zelf, of samen met hun ouders of netwerk te regelen worden geholpen door het onderwijs of de gemeente. Het regionale programma Voortijdig Schoolverlaten Gooi en Vechtstreek 2020-2024 ‘Match op Meedoen 2.0’ - van het Regionaal Bureau Leren (hierna: RBL) Gooi en Vechtstreek - is er op gericht om schooluitval te voorkomen en reeds uitgevallen jongeren (terug) naar een passende plek te begeleiden. Binnen RBL Gooi en Vechtstreek is tevens een structurele (plus) onderwijsvoorziening (Productief Leren PL) waar jongeren met gestapelde problematiek en intensieve persoonlijke begeleiding een startkwalificatie kunnen halen.

De Gemeente Hilversum heeft een samenwerkingsagenda met het MBO college Hilversum. Samen met het RBL gaan we zorgen voor een soepele door- en uitstroom van VO naar MBO naar een startkwalificatie voor jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt12. De komende periode wordt dit speerpunt samen met het RBL, het VO, het Qinas en het MBO verder geconcretiseerd en geborgd. Dit moet er voor zorgen dat alle jongeren met een startkwalificatie het onderwijs kunnen verlaten en

11 Eerste opvangonderwijs is er voor leerplichtige statushouders en migranten die het Nederlands niet of nauwelijks

beheersen. Dit onderwijs is gericht op het leren van de Nederlandse taal, sociale integratie, burgerschap, kennismaking met de Nederlandse samenleving en voorbereiding van de overgang naar het reguliere onderwijs. Het huidige ‘convenant Eerste Opvangonderwijs’ loopt tot eind schooljaar 2020-2021. Voor die tijd wordt het convenant geëvalueerd en wordt een nieuw plan gemaakt voor het Eerste Opvangonderwijs. In Hilversum heet dit in het basis onderwijs ‘COBO’ en in het voorgezet onderwijs de ‘Internationale schakelklas’. 12 Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger. Met een startkwalificatie heb je meer kans op een baan. _________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024 16

een passende plek op de arbeidsmarkt vinden, of kunnen uitstromen naar een zinvolle vorm van dagbesteding.

Activiteit bij speerpunt b:  De activiteiten bij dit speerpunt worden regionaal uitgevoerd door het RBL en staan beschreven in het programma ‘Match op Meedoen 2.0’. Het aantal jongeren dat zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat is al jaren min of meer stabiel (1,9%). In 2024 willen we een structurele daling bereiken van dit percentage.

Speerpunt c: ‘Perspectief op werk voor alle jongeren.’ In de regio Gooi en Vechtstreek is extra aandacht voor de kwetsbare leerlingen die de overstap maken naar de arbeidsmarkt. Voor leerlingen uit het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO), Praktijkonderwijs (Pro) en Entreeopleidingen wordt specifiek de samenwerking gezocht tussen onderwijs, gemeenten en werkgevers om uitval in deze overstapfase te voorkomen. Voor jongeren die extra ondersteuning nodig hebben, zijn toeleidende werkarrangementen, intensieve stagebegeleiding en job coaching relevant. We zetten daarbij in op duurzame arbeidsplekken. Jongeren vanuit het praktijkonderwijs, productief leren en het voortgezet speciaal onderwijs hebben daarna vaak nog een vorm van structurele ondersteuning nodig (job coaching). Voor leerlingen die uitstromen uit het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel zijn de baankansen zeer beperkt. Ruim 30 procent van deze jongeren zit direct na het VSO thuis zonder werk of uitkering.13 Er ligt een grote maatschappelijke opgave om kwetsbare jongeren naar een passende plek in de samenleving te begeleiden en duurzaam te ondersteunen. Meer aandacht moet uitgaan naar verbetering van de overgangen van school naar school, werk of dagbesteding. Ook is een effectieve samenwerking tussen ketenpartners nodig om doorgaande lijnen te realiseren.

In het regionale programma Voortijdig Schoolverlaten Gooi en Vechtstreek 2020-2024 ‘Match op Meedoen 2.0’ en het regionale arbeidsmarktplan ‘Werken aan werk’ wordt uitgebreid ingegaan op (het verbeteren van) de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Activiteiten bij speerpunt c:  Met het praktijkonderwijs en de VSO scholen werken we samen om de aansluiting van school naar duurzame arbeid structureel te begeleiden en te faciliteren. Er komen oefen arbeidsplekken waar jongeren ervaring op kunnen doen. Dit wordt bekostigd vanuit de regionale impulsgelden baankansen pro en vso.  We zoeken uit of er applicaties inzetbaar zijn om de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen.  Hierdoor brengen we het percentage jongeren dat na school thuis komt te zitten (zonder dagbesteding of werk) terug van 30% naar 15% in de komende vier jaar.

13 Bron ‘cohort 2017-2018 doorstromers vervolgonderwijs gepubliceerd in mei 2020.

_________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

17

5. Financiën In dit hoofdstuk geven we inzage in de te verwachten inkomsten en uitgaven van de in deze onderwijsagenda genoemde ambities voor de periode 2021 tot en met 2024: UITGAVEN – ambities

2021

2022

2023

2024

Instapje speerpunt Voor jou en je kind Voorleesexpress JGGV (preventief) Peuterspeelzalen en VVE Maatwerkplannen onderwijs Bereiken alle peuters Kwaliteitsimpuls VVE Verbreding doelgroep VVE Netwerkbijeenkomsten / trainingen

€ 80.000 € 30.000 € 30.000 € 300.000 € 1.400.000 € 300.000 € 25.000 € 25.000 € 25.000

€ 80.000 € 30.000 € 30.000 € 300.000 € 1.400.000 € 300.000 € 50.000 € 50.000 € 25.000

€ 80.000 € 30.000 € 30.000 € 300.000 € 1.400.000 € 300.000 € 75.000 € 75.000 € 25.000

€ 80.000 € 30.000 € 30.000 € 300.000 € 1.400.000 € 300.000 € 100.000 € 100.000 € 25.000

€

10.000

€

10.000

€

10.000

€

10.000

Ombuigen segregatie

IMC Weekendschool Jeugd Educatie Fonds Maatschappelijke stages (VO)

€ € €

17.000 27.000 20.000

€ € €

17.000 27.000 20.000

€ € €

17.000 27.000 20.000

€ € €

17.000 27.000 20.000

Passende onderwijsplek

Schoolmaatschappelijk werk (PO) Meten en weten Goede aansluiting op jeugdhulp

€

16.000

€

16.000

€

16.000

€

16.000

€ €

100.000 100.000

€

200.000

€

200.000

€

200.000

Kansrijke doorstroom / uitstroom

Nieuwkomersonderwijs Extra taalonderwijs Entree Productief leren ‘Gooi on stage’ Stimulering overgang VO-MBO

€ € € € €

145.000 14.000 85.000 6.000 48.000

€ € € € €

145.000 14.000 85.000 6.000 48.000

€ € € € €

145.000 14.000 85.000 6.000 48.000

€ € € € €

145.000 14.000 85.000 6.000 48.000

Overig

Coördinatie Taalondersteuning volwassenen Peutermonitor/CED-monitor

€ € €

160.000 23.000 48.000

€ € €

160.000 10.000 48.000

€ € €

160.000 10.000 48.000

€ € €

160.000 10.000 48.000

Een goede start in het onderwijs

TOTAAL BEGROTE UITGAVEN

€ 3.034.000

€ 3.071.000

€ 3.121.0000

€ 3.171.000

BUDGET Gemeentelijke middelen

€

€

€

€

701.000

701.000

701.000

701.000

(onderwijs budget)

Rijksmiddelen (OAB) Restant OAB middelen

€ 2.166.000

€ 2.166.000

€ 2.166.000

€ 2.166.000

€

980.000

€ 813.000

€ 609.000

€

TOTAAL BESCHIKBAAR BUDGET

€ 3.847.000

€ 3.680.000

€ 3.476.000

€ 3.202.000

SALDO

€

€

€

€

355.000

(Rijksgelden)

813.000

609.000

355.000

51.000

De uitvoering van de geformuleerde ambities leiden tot een afbouw van het restant Onderwijsachterstandsmiddelen uit eerdere jaren. Hierdoor realiseren we een sluitende begroting voor de komende jaren.

_________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

18

Bijlage 1. Toelichting wetgeving en kernbegrippen Om helderheid te geven over de meest gebruikte kernbegrippen in dit rapport zijn de definities van deze kernbegrippen beschreven. Wetgeving Wetgeving

Beschrijving (overgenomen van de Rijksoverheid, tenzij anders aangegeven)

Jeugdwet

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp. Bijvoorbeeld hulp aan huis bij problemen in het gezin, maar ook bij psychische en gedragsproblemen van kinderen en jongeren. Door die verplichting, de jeugdhulpplicht, moeten gemeenten in ieder geval:  de jongere adviseren welke hulp het beste past;  samen met de jongere de goede vorm van jeugdhulp kiezen;  zorgen dat de gekozen jeugdhulp ook echt beschikbaar is.

Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB)

De WEB richt zit op het beroepsonderwijs. Beroepsonderwijs is gericht op de theoretische en praktische voorbereiding voor de uitoefening van beroepen, waarvoor een beroepskwalificerende opleiding is vereist of dienstig kan zijn. Beroepsonderwijs sluit aan op het voorbereidend beroepsonderwijs en het algemeen voortgezet onderwijs. Beroepsonderwijs omvat niet het hoger onderwijs, dus ook niet het hoger beroepsonderwijs.

Wet kinderopvang

De Wet kinderopvang is sinds 2005 van kracht. De wet wil de combinatie arbeid en zorg vergemakkelijken en de kwaliteit van de kinderopvang waarborgen. De Wet IKK regelt met name de kwaliteit en de toegankelijkheid van de kinderopvang. (bron: https://www.nji.nl/nl/Kennis/Dossier/Wet-kinderopvang-en-kwaliteitseisen-peuterspeelzalen)

Leerplichtwet

In de leerplichtwet is geregeld dat leerlingen van 5 tot 16 jaar leerplichtig zijn. Jongeren tussen de 16 en 18 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald zijn kwalificatie plichtig. Een startkwalificatie is (minimaal) een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger). De kwalificatieplicht geldt niet voor jongeren die onderwijs gevolgd hebben in de uitstroomprofielen arbeidsmarktgericht of dagbesteding op het voortgezet speciaal onderwijs.

Wet passend onderwijs

Alle leerlingen moeten een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en hun mogelijkheden. Dit heet passend onderwijs. Deze vorm van onderwijs moet ervoor zorgen dat elk kind het beste uit zichzelf haalt. Scholen bieden daarom extra hulp aan leerlingen die dit nodig hebben, zoals kinderen met leer- of gedragsproblemen.

Wet publieke gezondheid

De Wet publieke gezondheid regelt de organisatie van de openbare gezondheidszorg, de bestrijding van infectieziektecrises en de isolatie van personen/vervoermiddelen die internationaal gezondheidsgevaren kunnen opleveren. Ook regelt de wet de jeugd- en ouderengezondheidszorg.

Wet primair onderwijs

Basisonderwijs is bedoeld voor kinderen vanaf 4 jaar en legt mede de grondslag voor het volgen van aansluitend vervolgonderwijs.

Wet op voortgezet onderwijs

Voortgezet onderwijs omvat het onderwijs dat wordt gegeven na het basisonderwijs en na het speciaal onderwijs. Het omvat niet het VSO.

_________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

19

Kernbegrippen

Kernbegrip

Definitie

Jeugdhulp

De term jeugdhulp omvat alle vormen van hulp en ondersteuning (lvb, opvoedvragen, opvoedhulp, jeugd-lvb en jeugd-ggz) variërend van licht ambulant (vaak vanuit een wijkteam, waaronder mogelijk ook gewone opvoedvragen) tot en met intensieve, zeer gespecialiseerde zorg in een al dan niet gesloten setting (jeugdzorgplus). (https://www.nji.nl/nl/Kennis/Publicaties/Wat-is-hetverschil-tussen-jeugdzorg-en-jeugdhulp)

Kansenongelijkheid

De laatste jaren nemen de verschillen toe tussen leerlingen met lager en hoger opgeleide ouders. Hierdoor krijgen veel kinderen met laag opgeleide ouders niet het onderwijs dat ze aan zouden kunnen en blijft talent onderbenut. Vergelijken we kinderen met dezelfde intelligentie, dan zien we dat leerlingen met laagopgeleide ouders vaker doorstromen naar een lager onderwijsniveau. Ze krijgen lagere basisschooladviezen en deze worden minder vaak bijgesteld op basis van de eindtoets. Ook in de eerste drie jaar van het voortgezet onderwijs stromen deze leerlingen vaker af. Bovendien gaan ze minder vaak naar het hoger onderwijs dan in eerdere jaren. (https://www.onderwijsinspectie.nl/actueel/nieuws/2016/04/13/onderwijsinspectiekansenongelijkheid-groeit)

Lokaal educatieve agenda (LEA)

De Lokale Educatieve Agenda is geïntroduceerd als een instrument om het lokaal onderwijsbeleid vorm en inhoud te geven na de wetswijzigingen in het onderwijs(achterstanden)beleid in 2006. Het is een instrument voor gemeenten, schoolbesturen en overige partners om in ‘nieuwe verhoudingen’ (meer gelijkwaardige verhoudingen) tot gezamenlijke afspraken te komen over het onderwijs- en jeugdbeleid. (https://www.delokaleeducatieveagenda.nl/)

Passend Onderwijs

Alle leerlingen moeten een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en hun mogelijkheden. Dit heet passend onderwijs. Deze vorm van onderwijs moet ervoor zorgen dat elk kind het beste uit zichzelf haalt. Scholen bieden daarom extra hulp aan leerlingen die dit nodig hebben, zoals kinderen met leer- of gedragsproblemen. Met passend onderwijs wil de overheid bereiken dat:

     

Sociaal economische status (SES)

alle kinderen een plek krijgen die past bij de onderwijs ondersteuningsbehoefte; een kind naar een gewone school gaat als dat kan; een kind naar het speciaal onderwijs gaat als intensieve begeleiding nodig is; scholen de mogelijkheden hebben voor onderwijsondersteuning op maat; de kwaliteiten en de onderwijsbehoefte van het kind bepalend zijn, niet de beperkingen; kinderen niet meer langdurig thuis komen te zitten, omdat er geen passende plek is om onderwijs te volgen. (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/passend-onderwijs/doelenpassend-onderwijs)

Sociaaleconomische status is de mate die aangeeft waarin personen, gezinnen, huishoudens en geografische gebieden de mogelijkheid hebben om maatschappelijk gewaardeerde goederen te creëren of consumeren (Miech & Hauser, 2001). (https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/sociaaleconomische-status/cijferscontext/opleiding#definitie--node-wat-sociaaleconomische-status)

Onderwijskansenbe leid

Het onderwijskansenbeleid bestaat in Hilversum nu bijna 20 jaar en is gericht op het bieden van betere kansen aan kinderen en jongeren die vanwege sociaaleconomische, culturele

_________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

20

en/of taalkenmerken het risico lopen op achterstanden in het onderwijs. Een goed onderwijskansenbeleid is, behalve een wettelijke verplichting, vooral van belang voor de ontwikkeling van zowel kinderen als de samenleving in zijn geheel. De uitvoering vindt plaats binnen de wettelijke kaders die door het Rijk zijn opgesteld. (Gemeente Hilversum, 2018)

Voor- en vroegschoolse educatie (VVE)

Voor- en vroegschoolse educatie (vve) is een onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Het doel van voor- en vroegschoolse educatie is kinderen met een risico op onderwijsachterstand, vanwege kenmerken in hun omgeving, een betere start te geven in groep 3 van de basisschool. Voorschoolse educatie (ve) is gericht op kinderen tussen 2,5 en 4 jaar oud met (risico op) onderwijsachterstand en wordt verzorgd op een voorschoolse voorziening, zoals een voorschool of kinderdagverblijf. Vroegschoolse educatie is voor het bevorderen van onderwijskansen van doelgroepkinderen in groep 1 en 2 van de basisschool. Voor- en vroegschoolse educatie heeft betrekking op de volgende aspecten:

    

Gerichte toeleiding (vooral via consultatiebureaus) van doelgroepkinderen naar voorschoolse voorzieningen. Extra kindplaatsen in voorschoolse voorzieningen voor kinderen die anders niet aan zo'n voorziening zouden deelnemen. Verbetering van de structurele kwaliteit (gunstiger staf-kindratio, professionalisering). Verbetering van de proceskwaliteit, onder meer door gebruik te maken van een methode voor voor- en vroegschoolse educatie. Bevorderen van de ouderbetrokkenheid (bij voorschoolse voorziening/school en thuis). (https://www.nji.nl/nl/Kennis/Dossier/Voor-en-vroegschoolse-educatie-(vve)/Wat-is-voor-envroegschoolse-educatie)

_________________________________________ Hilversumse Educatieve agenda 2021 t/m 2024

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=3831da5a-0c4c-4bd7-a2b3-9582f7cb6cc8