CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Hilversum-Beleidsagenda-WMO-2024-2030

GEMEENTERAAD 6 december 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Beleidskader Wmo-Samenleving 2024-2030 (1367408)12.622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De mentale gezondheid van ouderen heeft daarom onze aandacht, zowel in de regionale plannen omtrent het IZA als in het beleidskader Volksgezondheid dat in 2024 wordt opgeleverd.. b. Momenteel voldoet 34,1% van de inwoners van 65+ zich aan de beweegrichtlijnen (bron: GGD, CBS en RIVM, 2022). We willen een actieve leefstijl bij ouderen sitmuleren. Zo hopen we de kans op vallen te voorkomen. Tevens willen we ouderen goed informeren over valrisico’s en hen duidelijk maken waar zij informatie kunnen vinden.

23

25

I<

c. Momenteel doet 27,6% van de inwoners van 65+ vrijwilligerswerk (bron: GGD, CBS en RIVM, 2022). Dit willen we stimuleren: het draagt bij aan zingeving, zorgt voor nieuwe contacten en de oudere blijft actief. Ook na een pensioen is het mogelijk om midden in de maatschappij te staan. Hiernaast draagt vrijwilligerswerk bij aan sociale contacten en dit voorkomt dat ouderen in een sociaal isolement terechtkomen. d. Langer zelfstandig wonen: we richten ons op geschikte woonvoorzieningen voor ouderen, zoals levensloopbestendige woningen en een toegankelijke uitnodigende omgeving rondom de woning. Passende woningen hebben daarom onze aandacht bij het opstellen van de Woonzorgvisie25. e. Momenteel biedt 14,2% van de inwoners van 65+ mantelzorg (bron: GGD, CBS en RIVM, 2022). Mantelzorgers willen we ondersteunen. We bieden voorzieningen om mantelzorgers te ondersteunen. Er vinden al activiteiten plaats in het kader van ouder worden, zoals markten om langer thuis wonen te stimuleren en ondersteuning aan mantelzorgers.

25

Zie ook Zie doelstelling 4.5, speerpunt a: Beschikbaarheid passende woningen voor Wmo-doelgroep 26

I<

4.4 HILVERSUMMERS ZIJN DUURZAAM AAN HET WERK EN/OF HEBBEN EEN ZINVOLLE DAGINVULLING Mensen voelen zich gelukkiger als zij voldoende (waardevolle) sociale contacten en vrienden hebben. Vrijwillige inzet draagt hieraan bij. Het is alleen niet voor alle inwoners mogelijk om vrijwilligerswerk te doen. Om deze reden bieden we dagactiviteiten voor Hilversummers voor wie dagactiviteiten zonder begeleiding niet vanzelfsprekend zijn. Buurthuizen in de sociale basis zijn voorliggend aan deze algemene voorziening. Vanuit deze beleidsagenda is onderstaand speerpunt geformuleerd, dat ook in de andere beleidsagenda's terugkomt.

In tegenstelling tot een individuele voorziening, die gericht is op specifieke personen met een bepaalde zorg- of ondersteuningsbehoefte, is de algemene voorziening bedoeld voor een grotere doelgroep. Het is een bredere en meer toegankelijke vorm van ondersteuning die beschikbaar is voor iedereen die er gebruik van wil maken. Ten opzichte van de huidige werkwijze vinden daarom enkele wijzigingen plaats. Zie hieronder: Van

Naar

Individuele begeleiding door professional

Begeleiding met vrijwilligers en een professional voor meerdere deelnemers Toegang tot algemene voorzieningen Subsidie of inkoop voor groepen Activiteiten, meedoen en/of meewerken

SPEERPUNT A. HET BIEDEN VAN EEN ZINVOLLE DAGINVULLING Er zijn veel verschillende aanbieders van zinvolle daginvulling in Hilversum. Momenteel is zinvolle daginvulling licht nog een voorziening waarvoor een indicatie vanuit de Wmo noodzakelijk is. De opdracht vanuit de raad is om de lichte vorm van dagbesteding laagdrempelig toegankelijk te maken voor een bredere groep Hilversummers en daarom vanaf 2025 als algemene voorziening aan te bieden. Dit betekent dat ontmoeten er als volgt uit gaat zien. De kernboodschap die deze opgave samenvat is: ‘Voor Hilversummers voor wie dagactiviteiten zonder begeleiding niet vanzelfsprekend zijn, bieden wij dagactiviteiten om hun sociaal isolement te doorbreken of te voorkomen, een actieve invulling te geven aan hun vrije tijd of stappen te zetten richting werk. Deze dagactiviteiten zijn divers, dichtbij en makkelijk te vinden’.

Wmo-Indicatie licht Individuele facturatie Wmo-dagbesteding licht

De verschillende maatschappelijke opgaven en de kernwaarden ‘eenvoud, vertrouwen en betrokken’ geven deze opdracht richting. Door dit in samenhang invulling te geven, dragen we zorg voor dagactiviteiten met meer eenvoud en vertrouwen, minder indicaties en daardoor minder regeldruk. Zo bereiken we meer mensen zonder kostenverhoging.

In andere regio’s waar de zinvolle daginvulling al een algemene voorziening is – zoals in Utrecht, Apeldoorn, Zwolle – wordt gewerkt met verschillende doelen; activiteiten, meedoen en meewerken. Voor Hilversummers geldt ook dat verschillende behoeften bepalend zijn voor het gebruik van een algemene voorziening. Denk aan het voorkomen van sociaal isolement, van waarde zijn voor de eigen wijk of het gevoel hebben erbij te horen. Samen met de bestaande aanbieders zetten we in op het organiseren van dagactiviteiten die aansluiten bij de behoefte en wensen van de Hilversummers. Hilversummers die ondersteuning wensen bij het invullen van hun dag kunnen zich vanaf 2025 zonder indicatie direct melden bij een aanbieder van dagbesteding. Het beoogde resultaat is de bevordering van sociale participatie, zelfredzaamheid en het welzijn van inwoners.

SAMENSPEL FORMELE EN INFORMELE ZORG Bij deze voorziening ligt er een belangrijke rol voor de samenwerking tussen formele en informele zorg. Formele zorgverleners gaan de informele zorg nodig hebben om de voorziening op de juiste manier in te richten. Hiervoor heeft de informele zorggever de juiste handvaten nodig. Zowel het stimuleren als het ondersteunen van vrijwilligers krijgt een plek in het Actieplan Vrijwilligers26.

26

Zie doelstelling 4.1, speerpunt b: Versterken van vrijwillige inzet 27

I<

4.5 HILVERSUMMERS KRIJGEN ONDERSTEUNING OM ZO LANG MOGELIJK ZELFSTANDIG TE WONEN Uitgangspunt van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is dat inwoners zo veel als mogelijk in de eigen buurt blijven wonen. Dat is ook het beleid van de gemeente Hilversum. Een toereikend aanbod van voorzieningen is van belang. Daarnaast moet ook de woning zelf geschikt zijn voor normaal gebruik door een persoon met chronische fysieke beperkingen en/of psychische aandoeningen.

SPEERPUNT A. BESCHIKBAARHEID PASSENDE WONINGEN VOOR WMO-DOELGROEP Het is essentieel om ervoor te zorgen dat iedereen, ongeacht de ondersteuningsvraag, toegang heeft tot veilige, comfortabele en geschikte huisvesting. Het hebben van een woning draagt bij aan het vergroten van de zelfstandigheid en de kwaliteit van leven van de Wmo-doelgroep en hun mantelzorgers. Om dit te realiseren, willen we een Woonzorgvisie schrijven. Hierbij nemen we de volgende punten mee: • Diversiteit in huisvesting: inzetten op het beschikbaar stellen van een breed scala aan geschikte woningen, waaronder voor woningen voor beschermd thuis, rolstoelwoningen, levensloopbestendige woningen (nultredenwoningen) en geclusterde woningen (combinatie van wonen met ondersteunings- en ontmoetingsfunctie). • Bevorderen van doorstroming: we willen doorstroming naar levensloopbestendige en geclusterde woningen aanmoedigen. Op deze manier komen gezinswoningen vrij voor starters en gezinnen. Als onderdeel hiervan wordt de senioren-wooncoach gecontinueerd. • Voorkomen van woningaanpassingen: onderzoeken in hoeverre we woningen waarbij (kostbare) individuele woonaanpassingen zijn gedaan, beschikbaar kunnen stellen aan bijzondere doelgroepen zoals bedoeld met de huisvestingsverordening.

• Toegankelijkheid: inzetten op toegankelijke huisvesting en woonomgeving voor mensen met verschillende mobiliteitsniveaus en ondersteuningsvragen. • Bevorderen van ontmoeting: de leefomgeving zodanig inrichten dat inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Zo is het mogelijk om sociale banden op te bouwen en actief aan de samenleving deel te nemen. Vanuit het Programma Groen zetten we in op het vlak naast de deur elkaar kunnen ontmoeten in het groen of bewegen en spelen. Het is leuk, gezellig en gezond. Een groene en uitnodigende omgeving versterkt een goed humeur bij jong en oud.

28

I<

5. THEMA'S UITGELICHT: VERBINDING MET ANDERE DOMEINEN Veel beleidsterreinen raken de Wmo. In dit hoofdstuk leggen we de verbinding met deze domeinen.

WMO – INCLUSIE EN DIVERSITEIT

WMO - JEUGD

In de Wmo staat dat er uitvoering moet worden gegeven aan het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Hiernaast streeft de Wmo er in brede zin naar dat iedere inwoner kan meedoen. Dit is niet voor iedere inwoner vanzelfsprekend. Dat kan komen door een gebrek aan vaardigheden, door een beperking, discriminatie of sociale omstandigheden.

In Nederland krijgt iedereen vanaf zijn achttiende verjaardag meer verantwoordelijkheden. Bij de meeste jongeren gaat dat – met steun uit hun omgeving – prima, met zo nu en dan hobbels. Als een jongere jeugdhulp heeft gekregen, kan hij of zij als er nog een ondersteuningsvraag is vanaf 18 jaar hulp krijgen vanuit de Wmo. Dit doen we middels een warme overdracht. Zo kijken we welke jeugdigen er na hun achttiende nog ondersteuning nodig hebben.

Het kan ook voorkomen dat gebouwen, de openbare ruimte of algemene voorzieningen niet toegankelijk genoeg zijn. In Hilversum zetten we middels specifieke beleidsagenda's (Agenda Lokale Inclusie en Beleidsplan LHBTI) in op het stimuleren van activiteiten om vaardigheden en sociale acceptatie te vergroten. Daarnaast willen we hiermee discriminatie bestrijden en voorkomen.

Is dit het geval, dan treffen we een half jaar voor de achttiende verjaardag voorbereidingen voor de overdracht naar de Wmo. Voor de groep 18-23 jaar kijken we of geïndiceerde ondersteuning vanuit de Wmo passend is. Om de overgang zo goed als mogelijk te laten verlopen zetten we in op:

WMO - PARTICIPATIE/WERK EN INKOMEN Zowel de Wmo als de Participatiewet is gericht op meedoen. Participatie is de kern van beide wetten. Daarbij is de Wmo meer gericht op de belemmeringen en het opheffen ervan, terwijl de Participatiewet benadrukt dat mensen een plicht hebben om zich in te zetten. Anders gezegd: in de Wmo is weinig aandacht voor het positieve effect van participeren. De Wmo is de wet van kunnen en mogen; de Participatiewet is de wet van willen en moeten. Deze wetten kunnen elkaar versterken. De komende periode zetten we in op:

• Kwartaaloverleg met uitvoering Jeugd en Wmo over verbeteren samenwerking. • Informatieve 18-/18+-kaart meesturen met beschikkingen en als jongeren 18 jaar worden. • Bij jongeren die rond hun zestiende of zeventiende voor het eerst hulp krijgen, selecteren we in principe een zorgaanbieder die zowel jeugd- als Wmoondersteuning biedt, zoals begeleiding of dagbesteding. • Jeugdconsulent die de zorgaanbieder verzoekt een Toekomstperspectiefplan op te stellen bij 16,5 jaar.

• Het verbinden van de financiële spreekuren in de wijk. • De verbinding in het kader van de algemene voorziening zinvolle daginvulling. 29

I<

WMO - OMGEVINGSVISIE Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingsvisie in werking. De Omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie voor de hele fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie biedt kansen om gezondheid en ruimte aan elkaar te verbinden. Zo moet in de Omgevingsvisie een belangrijke verbinding worden gelegd met langer zelfstandig wonen, zelfredzaamheid en participatie, gezondheid en de inclusieve samenleving. Vanuit de Wmo ligt de focus op hoe we komen tot een goede mix aan (buurt)voorzieningen. Het gaat om keuzes over prioritering en spreiding van voorzieningen, en een goede dekking van het aanbod. Onderzoek doen naar dit ruimtevraagstuk staat genoemd in de ontwerp-Omgevingsvisie. Het is de bedoeling om in te zetten op onderzoek doen naar de benodigde voorzieningen per wijk, met het oog op de demografische ontwikkeling. Hierbij heeft inzicht in de benodigde onderwijsvoorzieningen per wijk een hoge prioriteit. Verder willen we: • Richtinggevende normen ontwikkelen per (maatschappelijke) voorziening. Deze normen geven aan hoeveel m2 voor bepaalde voorzieningen nodig wordt geacht. Een referentie is bijvoorbeeld te vinden bij gemeente Utrecht; • Deze richtinggevende normen in de gebiedsagenda opnemen als basis voor het ‘maatwerk’ in de gebiedsagenda’s; • Het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid van de voorzieningen periodiek evalueren en maatregelen nemen indien nodig.

Vanuit deze beleidsagenda volgen we deze ontwikkeling. Daarbij zetten we in op een fysieke welzijnsinfrastructuur die aansluit op de beweging naar de sociale basis.

WMO EN WONEN Vanuit de Woonvisie werken we aan voldoende woningen, samenwerking met partijen en een goede benutting van de bestaande woningvoorraad. Hoofdstuk 3 van de Woonvisie gaat specifiek in op langer en weer zelfstandig thuis wonen van mensen met een zorgvraag. Daarvoor zijn levensloopgeschikte en geclusterde woonvormen nodig. 30

I<

Uitgangspunt van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is dat inwoners zo veel als mogelijk in de eigen buurt kunnen blijven wonen. Het sturen op de beschikbaarheid van passende woningen voor de Wmo doelgroep en geclusterde woningen dient een plek te krijgen in de Woonzorgvisie27. Vooruitlopend op het opstellen van een lokale woonzorgvisie brengt de regio nu de behoefte van die doelgroepen in kaart. Zodra dit beeld er ligt, gaan we lokaal aan de slag met de Woonzorgvisie. In de prestatieafspraken met de corporaties vanuit wonen is afgesproken dat de corporaties en de zorgpartijen hierin met de gemeente samenwerken.

WMO – MOBILITEITSVISIE De Wmo is erop gericht dat alle inwoners kunnen meedoen. Ouderen met een rollator hebben een actieradius van ongeveer 400 meter. Wanneer we de zelfredzaamheid willen vergroten, betekent dit dat óf alle voorzieningen in een straal van 400 moeten zijn óf dat er een fijnmazig vervoersnetwerk is. Vanuit de Wmo juichen we vrijwilligersinitiatieven zoals een vervoerservice waarbij vrijwillige chauffeurs minder mobiele plaatsgenoten vervoeren van harte toe. Denk hierbij aan de De Buurtmobi in Kerkelanden. In de Mobiliteitsvisie staat ook het initiatief ‘Voor Nixx met de bus’. Deze pilot gaat eind 2024 in en is bedoeld om ouderen met een minimuminkomen gratis met de bus te laten reizen.

De buurtsportcoaches kunnen hierin een rol spelen door doelgroepen te bereiken die nu niet of weinig sporten of bewegen. Mooie voorbeelden waarbij verbinding wordt gezocht tussen Wmo, sport en kunst & cultuur zijn bijvoorbeeld: De Derde Helft in het clubhuis van SV Olympia ’25, waarbij sportieve activiteiten voor ouderen worden georganiseerd. Maar ook het Participatiekoor waar professionele zangers, mantelzorgers en mensen met dementie samen zingen.

WMO – BUURTEN Buurten 3.0 gaat over de interactie en samenwerking tussen de gemeente en inwoners. De notitie heeft als doel dat inwoners zich meer verbonden met en verantwoordelijk voelen voor hun omgeving. De gemeente wil hierbij faciliteren en meer los durven laten. De wijkregisseurs hebben hierin een belangrijke rol. Werken vanuit onze doelen in plaats van de regels die we stellen. In de praktijk zijn het voornamelijk zelfredzame inwoners die initiatieven opzetten. De Wmo zet ook in op het ondersteunen van de inwoners voor wie dit (tijdelijk) niet mogelijk is.

WMO - SPORT EN KUNST & CULTUUR Wmo, sport en kunst & cultuur versterken elkaar voor een deel. Sport en kunst & cultuur bieden activiteiten die zijn gericht op lichamelijke en/of mentale gezondheid. Sport en kunst & cultuur dragen bij aan ontspanning, verbeteren het welzijn en de verbondenheid van mensen. Vanuit de Wmo streven we ernaar dat inwoners zo lang mogelijk op normale wijze kunnen meedoen, bijvoorbeeld bij hun eigen sportclub of orkest.

27

Zie doelstelling 4.5, speerpunt a: Beschikbaarheid passende woningen voor Wmo-doelgroep, waaronder levensloopbestendige woningen voor ouderen in de wijk en speerpunt b: aanbod groepsvoorzieningen in geclusterde woningen 31

I<

6. UITVOERING, MONITORING EN STURING Dit hoofdstuk gaat in op de cruciale aspecten van uitvoering, monitoring en sturing. In de wereld van beleidsontwikkeling en uitvoering is het van groot belang om te begrijpen hoe we onze doelen kunnen verwezenlijken, en hoe we de voortgang kunnen meten en bijsturen waar nodig.

zogeheten Doelen-Inspanningen-Netwerk (DIN) voor het gehele sociaal domein inclusief WmoSamenleving. Hierin staan per doel indicatoren opgenomen aan de hand waarvan we de voortgang in het realiseren van deze doelen gaan volgen. Binnen het DIN gaat het om twee type indicatoren:

6.1 UITVOERING

Maatschappelijk effect-indicatoren Deze indicatoren meten de maatschappelijke ontwikkelingen die een verband hebben met onze doelstellingen uit de Visie Sociaal Domein. Het gaat om indicatoren die weliswaar aangeven of we op de goede weg zijn, maar waarop onze invloed vanuit de gemeente tegelijkertijd beperkt is. Het percentage Hilversummers dat zich eenzaam voelt is een voorbeeld van een maatschappelijk effect-indicator. Deze indicator geeft aan hoe het met eenzaamheid gesteld is per wijk en door de tijd heen. Daarmee bevat deze indicator belangrijke beleidsinformatie. Maar omdat de mate van eenzaamheid voor een groot deel afhankelijk is van externe factoren, zoals vergrijzing en individualisering, is onze invloed daarmee beperkt.

In de beleidsagenda zijn twaalf speerpunten opgesteld met doelstellingen om aan te werken. Het is niet mogelijk om alle speerpunten tegelijkertijd op te pakken. Om deze reden vertalen we de speerpunten in de beleidsagenda naar concrete taken en acties. Deze activiteiten dragen bij aan het realiseren van onze doelen. Eén van deze activiteiten is het opstellen van subsidieregelingen met subsidieplafonds. Door te werken met subsidiering is er ruimte voor inwoners en partners om met elkaar te werken aan een sterke gemeenschap. Met de P&C-cyclus (planning & control) nemen we de raad mee in de voortgang van onze doelstellingen. Hierdoor blijft tijdig bijsturen mogelijk.

inspanningen. Het aantal activiteiten in buurthuizen kan een prestatie-indicator zijn die meet hoe de gemeente bijdraagt aan meer sociale verbondenheid en minder eenzaamheid. Over deze indicatoren rapporteren we via onze P&Ccyclus.

6.2 MONITORING EN STURING In dit beleidskader zijn speerpunten bepaald die bijdragen aan het realiseren van een deel van de doelen uit de Visie Sociaal Domein. Deze doelen en speerpunten hebben we uitgewerkt in een

Prestatie-indicatoren Deze indicatoren meten hoe we als gemeente bijdragen aan onze doelstellingen. Er is een direct verband tussen deze indicatoren en onze 32

I<

7. FINANCIËN Dit hoofdstuk geeft een beeld van de financiële situatie, waarbij het belangrijk is te beseffen dat deze gegevens aan veranderingen onderhevig kunnen zijn. Indexaties, structurele budgetuitbreidingen, tijdelijke budgettoevoegingen en andere onvoorziene inkomsten en uitgaven kunnen invloed hebben op de cijfers die we hier presenteren. In tabel 2 staan de zorglasten Wmo conform de Programmabegroting 2024. Het totale begrote bedrag van zorglasten Wmo (geïndiceerde zorg) bedraagt € 19.754.000 in 2024. Dit budget is exclusief de middelen voor de sociale basis en algemene voorzieningen. De budgetten in tabel 3 geven een beeld van de middelen sociale basis en algemene voorzieningen, en zijn exclusief de lasten voor geïndiceerde ondersteuning. Tussen 2024 en 2025 is een stijging te zien in het structurele budget. Dit betreft de verschuiving tussen zorglasten Wmo 6.71c ‘Dagbesteding’ naar het bieden van dagactiviteiten op 6.1 ‘Samenkracht en Burgerparticipatie’. Dit is vanwege het feit dat we vanaf dan de algemene voorziening gaan aanbieden. Vanaf 2027 is er een daling te zien in de budgetten. Dit komt omdat de middelen vanuit de SPUK GALA dan mogelijk stoppen. Dit betreft middelen voor: versterken vrijwillige inzet, versterken mantelzorgers, versterken van ontmoeting en binding in de wijk, lokale vertaling B&O en het bieden van een dagactiviteiten. Programma WMO 2024

Zorglasten

Hierover wordt de raad met de voorjaarsnota 2026 geïnformeerd. De budgetten worden over de verschillende speerpunten verdeeld. Van de middelen behouden we een deel activiteiten die we op basis van tijdelijke budgetten hebben uitgevoerd. Voorspelbaarheid en beheersbaarheid Met het Doelen Inspanningen Netwerk volgen we de effecten van onze inzet en of we de gestelde doelstellingen halen. Behalve op effectiviteit is het van belang om te sturen op voorspelbaarheid en beheersbaarheid van onze inzet en activiteiten. Dat doen we door in 2024 randvoorwaarden uit te werken waarbinnen we deze activiteiten uitvoeren, t.a.v. planning, financiën, omvang, capaciteit, kwaliteit, kwantiteit en een datagedreven aanpak. Daarmee creëren we voorspelbaarheid in de uitvoering. Door deze aspecten te volgen en bij te sturen indien nodig, vergroten we daarnaast de beheersbaarheid van onze activiteiten. Zo kunnen we aanpassingen doorvoeren op het moment dat we een forse, moeilijk behapbare toestroom zien van inwoners richting bijvoorbeeld de buurtteams. Zo behouden we de regie en komen we niet voor verassingen te staan.

Budget Jaar

Structureel budget

Nieuw beleidskader

Budget coalitie akkoord

Brede SPUK ’24-26’

Totaal per jaar

6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

€ 210.000

6.2

Toegang

€ 105.000

2024

€ 5.719.000

€ 550.000

€ 725.000

€ 322.000 € 7.316.000

6.6

Maatwerkvoorzieningen

€ 3.969.000

2025

€ 6.419.000

€ 550.000

€ 650.000

€ 312.000 € 7.931.000

6.71a

Hulp bij het huishouden

€ 7.115.000

2026

€ 6.424.000

€ 550.000

€ 680.000

€ 210.000 € 7.864.000

6.71b

Begeleiding

€ 7.110.000

2027

€ 6.425.000

€ 550.000

€ 680.000

- € 7.655.000

6.71c

Dagbesteding

€ 1.170.000

2028

€ 6.425.000

€ 550.000

€ 680.000

- € 7.655.000

6.8.1a

Beschermd wonen (PGB)

€ 75.000

2029

€ 6.425.000

€ 550.000

€ 680.000

- € 7.655.000

€ 19.754.000

2030

€ 6.425.000

€ 550.000

€ 680.000

- € 7.655.000

Totaal Tabel 2: Totale zorglasten

Tabel 3: Beschikbaar budget welzijn Beleidsagenda Wmo-Samenleving 2024-2030

33

I<

BIBLIOGRAFIE Amsterdam AMC. (2022, november 9). Retrieved from Psychiatric problems in the elderly often not recognized or identified very late: https://www.amsterdamumc.org/en/research/news/ psychiatric-problems-in-the-elderly-often-not-recognized-or-identified-verylate.htm CBS Statline. (2023, juni 16). Nabijheid voorzieningen; afstand locatie, wijk- en buurtcijfers 2022. Retrieved from CBS Statline: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85560NED/ table?ts=1687351390245

Movisie. (2021). De rol en meerwaarde van ervaringsdeskundigen in sociale wijkteams. Een onderzoek in Utrechtse buurtteams. Utrecht: Movisie. Regio Gooi en Vechtstreek. (2023). Regiobeeld Gooi en Vechtstreek 2023, Integraal Zorgakkoord/IZA. Bussum: Regio Gooi en Vechtstreek. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2023). Retrieved from Trendscenario Gezondheid: https://www.vtv2018.nl/ Vereniging van Ervaringsdeskundigen, het Trimbos-instituut en Kenniscentrum

Ewijk, H. v. (2023, april 21). De buurtmaker als professionele vriend. Retrieved from Buurtwijs: https://www.buurtwijs.nl/content/de-buurtmaker-als-professionele-vriend

Phrenos. (2023). Generieke module Ervaringsdeskundigheid. Utrecht: Akwa GGZ.

Gemeente Hilversum . (2023, juni). Bevolking . Retrieved from Hilversum in cijfers: https://hilversum.incijfers.nl/dashboard/bevolking-3

VZinfo. (2023). Informatie over volksgezondheid en zorg. Retrieved from Eenzaamheid: https://www.vzinfo.nl/eenzaamheid

GGD, CBS en RIVM. (2022). Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022. Bussum: GGD Gooi en Vechtstreek.

Zorgautoriteit, N. (2022, oktober 13). Stand van de zorg 2022 NZa-Magazines 04. Retrieved from 3 Trends in sectoren: https://magazines.nza.nl/nza-magazines/2022/04/3-trends-in-sectoren

GGD, CBS en RIVM. (2022). Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022. Bussum: GGD Gooi en Vechtstreek. Retrieved from Cijfers afkomstig Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022: https://www.monitorgezondheid.nl/ gezondheidsmonitor-volwassenen-en-ouderen I&O Research . (2022). Monitor Hilversum 2021. Amsterdam: Gemeente Hilversum. 34

I<

COLOFON © Gemeente Hilversum 2023 Ontwerp & vormgeving: Studio Pietje Precies bv, Hilversum Meer informatie: Gemeente Hilversum Dudokpark 1 1217 JE Hilversum www.hilversum.nl 35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=5e7bf3d6-c08c-4f44-9db2-af1cef42d474