Gunning WKO Stationsgebied - Raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL zaaknummer:
1959266
afdelingsnaam:
Ruimtelijke Ontwikkeling
steller:
Mark Koolhaas
telefoonnummer
+31356292375
onderwerp:
Wensen en bedenkingen gunning WKO Stationsgebied
Voorstel I. Geen wensen en bedenkingen te uiten bij de voorgenomen besluiten van het college om: 1. De concessie ‘Collectief Bodemenergiesysteem Stationsgebied Hilversum’ definitief te gunnen aan Hezon BV; 2. De participatie BV op te richten middels de akte van oprichting 'Hilversum Participatie BV', zoals opgenomen in Bijlage 1; 3. De 'Gebiedsvereniging Warmtesysteem Stationsgebied Hilversum’ op te richten middels de akte van oprichting, zoals opgenomen in Bijlage 2; 4. De 'Driepartijenovereenkomst Warmtesysteem Stationsgebied Hilversum’, zoals opgenomen in Bijlage 3, aan te gaan; 5. Per kavel een hoofdopstalrecht voor het (aan te leggen) warmtesysteem te vestigen ten behoeve van voormelde gebiedsvereniging, middels de akte vestiging zelfstandig (hoofd)opstalrecht zoals opgenomen in Bijlage 5.
Planning Titel
Toelichting
BEELD-VORMING
OORDEELSVORMING
BESLUIT-VORMING
Wensen en bedenkingen gunning WKO
Voorliggend voorstel
Commissie RO en Projecten dd. 27-5-2026
Commissie RO en Projecten dd. 27-5-2026
Gemeenteraad dd. 10-6-2026
1
Samenvatting Het is gelukt om via een aanbesteding een geschikte partij te vinden die het gewenste collectieve warmtesysteem in het Stationsgebied kan ontwerpen, realiseren en exploiteren. De concessie kan worden gegund: een belangrijke stap voor de duurzame ambities van het project. Om de opdracht daadwerkelijk te starten moet een juridische structuur worden opgezet waarin het eigendom van het warmtesysteem wordt ondergebracht en moeten langjarige overeenkomsten worden gesloten. Voordat het college deze besluiten kan nemen, en de concessie definitief kan gunnen, wordt de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
Inleiding Op 29 januari 2025 heeft de gemeenteraad krediet beschikbaar gesteld ter voorbereiding op het aan te leggen duurzame systeem waarmee warmte en koude wordt geproduceerd, getransporteerd en geleverd ten behoeve van afnemers in het Stationsgebied ("Warmtesysteem"). Eén van de afgesproken vervolgstappen was om de (juridische) structurering van het project verder uit te werken. Over deze door Houthoff uitgewerkte eigendomsstructuur is de gemeenteraad op 1 juli 2025 geïnformeerd. Deze structuur is vervolgens meegenomen in de aanbesteding voor het ontwerp, de aanleg en de exploitatie van het warmtesysteem en verder uitgewerkt in overeenkomsten en concepten van notariële akten.
Probleemstelling/doel Ambitie van de gemeente is om in het Stationsgebied één collectief warmtesysteem te ontwikkelen waar de zeven toekomstige bouwblokken op worden aangesloten. Dit is de meest duurzame en efficiënte oplossing om de gebouwen te koelen en te verwarmen én een goede basis voor de energietransitie in de stad. Om dit mogelijk te maken heeft de gemeenteraad op 29 januari 2025 besloten dat de gemeente hier actief regie in neemt. De aanbesteding die de gemeente vervolgens is gestart heeft geleid tot één geldige en passende inschrijving van (warmtebedrijf) HeZon BV. Dit betekent dat de aanbesteding is geslaagd, een belangrijke stap in de ontwikkeling van het Stationsgebied en de hoge duurzaamheidsambities van het project. Concessie Na gunning krijgt HeZon het exclusieve recht om het Warmtesysteem in het Stationsgebied te ontwerpen, financieren, realiseren, onderhouden, beheren en exploiteren. Aangezien de zeven bouwblokken in het Stationsgebied, waar het warmtesysteem voor is bedoeld, nog gerealiseerd moeten worden, is er gekozen voor een ingroeiperiode. De ingroeiperiode vangt aan bij ingang van de concessieovereenkomst en eindigt op de dag waarop de (te realiseren) nieuwbouw 2
volledig op het warmtesysteem is aangesloten, doch uiterlijk na 11 jaar na de ingangsdatum. Na deze periode start aansluitend de exploitatieperiode van 30 jaar. Dit betekent dat er nu afspraken worden vastgelegd voor een periode van maximaal 41 jaar. Juridische constructie Conform de op 1 juli 2025 gedeelde eigendomsstructuur wordt bij start van de concessie door de gemeente, samen met een door de gemeente op te richten participatie BV, een gebiedsvereniging opgericht. In de gebiedsvereniging zullen later de eigenaren van de zeven kavels dan wel gebouweigenaren dan wel VvE’s van de zeven bouwblokken toetreden. De participatie BV kan uittreden zodra de eerste gebouweigenaar/VvE is toegetreden. De gebiedsvereniging wordt eigenaar van het warmtesysteem doormiddel van door de gemeente te vestigen hoofdopstalrechten. De gebiedsvereniging zal vervolgens onderopstalrechten ten behoeve van de concessiehouder vestigen, waardoor de eigendom van het warmtesysteem uiteindelijk bij de concessiehouder belandt. De concessiehouder is geheel verantwoordelijk voor het warmtesysteem, van de bronnen tot en met de warmte en koude levering in de gebouwen. De concessiehouder ontwerpt het warmtesysteem en maakt met de vastgoedontwikkelaar per bouwblok afspraken over de warmte- en koudelevering middels aansluitovereenkomsten.
Op dit moment is de gemeente reeds leidingen van het hoofdtracé aan het aanleggen. De gemeente draagt de reeds gerealiseerde leidingen (middels de vestiging van een opstalrecht) over aan de concessiehouder. De concessiehouder zal overeenkomstig de inschrijvingseisen uit de aanbesteding jaarlijks aan de gebiedsvereniging rapporteren op energieprestatie, onderhoudsconditie, storingsafhandeling en klanttevredenheid. Op de einddatum van de concessieovereenkomst of op de datum dat de concessie voortijdig eindigt, vindt overdracht van een up to date onderhouden en bedrijfszeker warmtesysteem door concessiehouder aan de gebiedsvereniging plaats. De gebiedsvereniging wordt zo eigenaar en kan vervolgens een nieuwe concessiehouder selecteren. Akte(s) Er zijn diverse notariële aktes nodig om de hierboven beschreven juridische structuur te realiseren. Om de participatie BV en de gebiedsvereniging op te richten zijn er oprichtingsaktes (bijlage 1 en 2) nodig waarin onder andere de statuten worden vastgelegd. Naast deze twee aktes is er een (model) akte vestiging zelfstandig (hoofd)opstalrecht (bijlage 5) opgesteld waarmee de gebiedsvereniging eigenaar wordt van het warmtesysteem. Om het eigendom vervolgens voor de duur van de concessie bij het warmtebedrijf te krijgen, vestigt de gebiedsvereniging tijdelijke onderopstalrechten per kavel ten behoeve van de concessiehouder.
3
De conceptakte die de gebiedsvereniging daartoe gebruikt is ter informatie bijgevoegd bij dit voorstel (bijlage 6). Overeenkomsten De afspraken tussen de betrokken partijen worden in twee overeenkomsten vastgelegd: -
Driepartijenovereenkomst (bijlage 3): de gemeente sluit deze overeenkomst met de gebiedsvereniging en concessiehouder om een regeling vast te leggen voor de rol van de gemeente bij de concessie en voor een vergoeding van een aantal specifieke onzekerheden die in de invloedssfeer van de gemeente liggen.
-
Concessieovereenkomst (bijlage 4): in deze overeenkomst tussen gebiedsvereniging en concessiehouder worden de rechten en plichten voor de ingroei- en exploitatieperiode (maximaal 41 jaar) vastgelegd. De concessiehouder zal het warmtesysteem voor eigen rekening en risico ontwerpen, financieren, realiseren, onderhouden, beheren en exploiteren. Voorwaarden hierbij zijn dat de overeengekomen energieprestatie wordt behaald en dat alle benodigde warmte en koude aan de afnemers geleverd wordt. In het Programma van Eisen (PvE, bijlage bij concessieovereenkomst) zijn de technische en proceseisen opgenomen waaraan het warmtesysteem en de concessiehouder gedurende de ingroei- en exploitatieperiode moet voldoen. De concessieovereenkomst wordt aangegaan door de gebiedsvereniging, de gemeente is hierbij geen partij. De overeenkomst is ter informatie bijgevoegd (bijlage 4).
Wensen en bedenkingen Het college heeft de gunningsbeslissing vastgesteld, waarmee de wettelijke standstill-periode voor de aanbesteding is gestart. Gelijktijdig heeft het college zich voorgenomen om de concessie definitief aan HeZon te gunnen, de participatie BV en de gebiedsvereniging op te richten en de driepartijenovereenkomst aan te gaan, zodat het warmtesysteem in het Stationsgebied door HeZon kan worden gerealiseerd. Indien deze voorgenomen besluiten definitief worden genomen gaat de gemeente een langjarige verbintenis aan. Daarnaast worden er dan door de gemeente diverse rechtspersonen opgericht. Het doel van dit voorstel is om de gemeenteraad daarover conform artikel 160, lid 2 en 169, lid 4 van de gemeentewet vooraf te informeren en in de gelegenheid te stellen om wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
Argumenten I.1.1 – HeZon heeft de aanbesteding gewonnen HeZon is de enige partij die een geldige en passende aanbieding heeft gedaan in de aanbesteding voor het Collectief Bodemenergiesysteem Stationsgebied. In deze aanbieding is 4
onder andere een plan opgeleverd met 3 onderwerpen: (ontwerpkeuzes en -optimalisaties in) het Energieconcept dat HeZon voorstelt, dat bijdraagt aan een energie-efficiënt systeem met hoge leveringszekerheid en een zo laag mogelijke total cost of ownership (1), de top 3 risico’s en top 3 kansen met beheers-/benutmaatregelen (2) en de wijze waarop de samenwerking met alle stakeholders (Gebiedsvereniging, Vastgoedontwikkelaars, nevenaannemers, afnemers, etc.) in de verschillende fasen van het project wordt ingericht (3). Dit plan is door Republiq beoordeeld en getoetst op de criteria in de gunningsleidraad en positief beoordeeld. I.1.2 – De voorinvestering door de gemeente is niet meer nodig Omdat recent in andere gemeentes diverse soortgelijke aanbestedingen zijn mislukt is voorafgaand aan de aanbesteding gepoogd de opgave zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor marktpartijen. Mede daarom heeft de raad besloten € 1,5 miljoen euro beschikbaar te stellen als voorinvestering,welke later zou worden verhaald op de ontwikkelaars van de bouwblokken. De huidige inschrijver heeft deze kosten opgenomen in haar Business case. De voorinvestering is daarom niet meer nodig, het krediet wordt hierop aangepast bij de voorjaarsnota 2026.
I.1.3 – Het Stationsgebied krijgt hiermee het meest geschikte energiesysteem Door de concessie te gunnen wordt het gewenste collectieve warmtesysteem daadwerkelijk gerealiseerd. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het raadsbesluit van 29 januari 2025. Een belangrijk risico uit het raadsvoorstel is daarmee weggenomen: diverse soortgelijke aanbestedingen in andere gemeenten zijn recent mislukt, maar hier is de aanpak geslaagd. I.1.4 – De gemeente en gebruikers krijgen vroegtijdig financiële zekerheid In grotere concessies wordt vaak gewerkt met een uitgebreid financieel model dat gedurende de exploitatieperiode verschillende keren aangepast wordt. In dit geval is in de aanbesteding gekozen voor een inschrijfmodel, waarin alle kosten en opbrengsten over de gehele exploitatieperiode al tijdens aanbesteding opgegeven worden. Om de betaalbaarheid te garanderen voor eindgebruikers is er daarbij gestuurd op de totaalkosten voor de eindgebruikers. In het inschrijfmodel hebben inschrijvers hun BAK (bijdrage aansluitkosten), vaste en variabele tarieven (ACM-gereguleerd), investeringen en herinvesteringen en een aantal vergoedingen (tijdelijke installatie, hoofdtracé, gederfde winst, indexering) opgegeven. De BAK, vaste en variabele tarieven, (her)investeringen en vergoedingen gelden voor de gehele (ingroeien) exploitatieperiode.
I.1.5 – Met deze werkwijze wordt innovatie gestimuleerd Door de concessiehouder de verantwoordelijkheid te geven voor het ontwerpen, financieren, realiseren, onderhouden, beheren en exploiteren van het warmtesysteem wordt innovatie
5
gestimuleerd. De concessiehouder heeft de vrijheid om nieuwe technologieën en methoden te gebruiken om het systeem zo efficiënt mogelijk te maken. I.1.6 – De afgesproken structuur past binnen de kaders van de nieuwe warmtewet In de Wet Collectieve Warmte (Wcw, nieuwe warmtewet) is bepaald dat het college van burgemeester en wethouders warmtekavels vaststelt en daarvoor een warmtebedrijf aanwijst, welk warmtebedrijf verantwoordelijk is voor de collectieve warmte- en koudevoorziening. Een aangewezen warmtebedrijf moet in meerderheid in handen zijn van één of meerdere publieke partijen. Een uitzondering op het verbod om zonder aanwijzing warmte te leveren (en daarmee op het vereiste van publiek meerderheidsbelang) betreft kleine collectieve warmtesystemen (KCW): warmtesystemen met minder dan 1.500 verbruikers. In de concessie is voorgesorteerd op de regeling in de Wcw voor een KCW. Voor een KCW zijn, zeer beknopt weergegeven, twee opties: •
Het College kan op aanvraag van een warmtebedrijf ontheffing verlenen voor een KWC binnen een warmtekavel.
•
Voor een KWC buiten een warmtekavel is geen ontheffing nodig. Daarvoor geldt een meldplicht bij het College.
In beide gevallen wordt door het College en de ACM getoetst of voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Wcw voor ontheffing dan wel vrijstelling. Deze voorwaarden betreffen met name de organisatorische, technische en financiële bekwaamheid. Zowel de ontheffing als de vrijstelling hebben een maximale geldigheidsduur van 30 jaar. Deze zullen tijdens de looptijd dus moeten worden hernieuwd. De concessieovereenkomst kent een regeling voor het geval de hernieuwing om enige reden niet zou slagen. I.2.1 – Deze BV is nodig om de gebiedsvereniging op te kunnen richten Om een vereniging op te richten zijn ten minste twee partijen nodig. Dat kunnen in geval van de gebiedsvereniging alleen eigenaren van de kavels dan wel bouwblokken en de gemeente alsmede aan de gemeente verbonden dan wel gelieerde partijen zijn. Op dit moment zijn er nog geen andere eigenaren dan de gemeente en er is ook geen aan de gemeente verbonden dan wel gelieerde partij die de vereniging mede kan oprichten. Om die reden dient er door de gemeente een participatie BV te worden opgericht, waarmee de gemeente de gebiedsvereniging kan oprichten. Nadat de eerste ontwikkelaar – na levering van de eerste kavel - als lid is toegetreden, zou de participatie BV in principe kunnen uittreden. De Participatie BV zou in de toekomst eventueel ook kunnen worden gebruikt bij soortgelijke projecten met (gebieds-)verenigingen.
6
I.3.1 – De gebiedsvereniging is nodig om de overeenkomsten met HeZon te sluiten De concessieovereenkomst wordt door de gebiedsvereniging, waarvan de eigenaren van de kavels/bouwblokken lid moeten worden, gesloten met HeZon. Op dit moment is er nog geen vereniging, deze moet worden opgericht. I.3.2 – De gebiedsvereniging wordt het centrale aanspreekpunt Het voordeel van deze juridische constructie is dat niet de Gemeente, maar de gebiedsvereniging, waarin de eigenaren van de bouwblokken zijn vertegenwoordigd, het centrale aanspreekpunt is voor: a. de concessiehouder als het de exploitatie en eigendom van het warmtesysteem betreft; en b. de gebouweigenaars en afnemers indien er afspraken moeten worden gemaakt met de concessiehouder wanneer er problemen zijn met het warmtesysteem. I.3.3 – Het oprichten van de gebiedsvereniging en de participatie BV past in de ‘Visie op Samenwerking en Governance’ Zowel de gebiedsvereniging als de participatie BV worden gekwalificeerd als een verbonden partij in de zin van artikel 1, onder b, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten ("BBV"). De gemeente heeft bij beide entiteiten namelijk zowel een bestuurlijk als een financieel belang.
Op basis van de door de raad van Hilversum vastgestelde Visie op Samenwerking en Governance (2022) is getoetst of deze nieuwe samenwerkingsvormen wenselijk zijn en in welke vorm dat zou moeten gebeuren. Een onderbouwing hiervoor vindt u in bijlage 7. I.4.1 – Met de driepartijenovereenkomst worden evenwichtige afspraken gemaakt over samenwerking en risicoverdeling Er worden duidelijke afspraken gemaakt over de verdeling van verantwoordelijkheden en risico’s tussen de gemeente, de gebiedsvereniging en de concessiehouder. Dit bevordert een efficiënte en effectieve uitvoering van het project. De gemeente draagt hierbij alleen de risico’s die de gemeente zelf kan beheersen en waar de markt geen invloed op heeft of kan uitoefenen. I.5.1 – Met de gekozen structuur in deze aktes vervult de gebiedsvereniging een vangnetfunctie Middels het hoofdopstalrecht wordt de gebiedsvereniging eigenaar van het warmtesysteem en kan de gebiedsvereniging vervolgens per kavel een onderopstalrecht voor bepaalde tijd (gelijk aan de overeengekomen exploitatieperiode) vestigen ten behoeve van de concessiehouder. Het voordeel van de structuur met hoofd- en onderopstalrechten via een gebiedsvereniging is dat deze vereniging als hoofdopstaller een vangnetfunctie vervult. Wanneer de onderopstalrechten 7
eindigen in verband met beëindiging van de concessieovereenkomst, valt de eigendom van het warmtesysteem terug naar de gebiedsvereniging als hoofdopstaller (waarin alle verenigingen van eigenaars en eigenaren van de kavels/bouwblokken zijn vertegenwoordigd). Binnen de gebiedsvereniging kunnen afspraken worden gemaakt tussen de verenigingen van eigenaars en eigenaars om de gebiedsvereniging van voldoende geldmiddelen te voorzien om het warmtesysteem in dat geval over te nemen. Vervolgens kan de gebiedsvereniging door het vestigen van onderopstalrechten ervoor zorgdragen dat een nieuwe concessiehouder eigenaar wordt van het warmtesysteem.
Kanttekeningen I.1 – De concessie kent risico’s voor de gemeente Door de gekozen werkwijze (vroegtijdige financiële zekerheid) zijn er onzekerheden voor de realisatie van het Warmtesysteem. De aanbesteding is gebaseerd op het programma en de fasering van de zeven bouwblokken in het Stationsgebied zoals deze op dit moment bekend zijn. Aanpassingen van planning en/of programma kunnen effect hebben op de businesscase van het Warmtesysteem. Als de volgende situaties zich voordoen, zal de gemeente middels een vergoeding de concessiehouder compenseren: 1. later aansluiten van bouwblokken (vertragingen) 2. niet aansluiten van bouwblokken 3. wijzigingen in het bouwprogramma van bouwblokken die leiden tot significante afname van de vraag naar warmte en koude 4. tijdelijke installatie nodig. Deze risico's liggen bij de gemeente omdat niet de concessiehouder maar de gemeente hier invloed op heeft. Overige risico’s liggen bij de concessiehouder, zo wordt de gemeente bijvoorbeeld gevrijwaard tegen claims van derden die verband houden met het Warmtesysteem. Het totaal van de genoemde compensaties wordt in de Driepartijenovereenkomst beperkt tot maximaal 1 miljoen euro. Ter indicatie: bij een vertraging van 1 jaar voor bijvoorbeeld bouwblok 1 (150 appartementen) kunnen de kosten oplopen tot ca €100.000 euro. Dit is als risico betrokken bij de actualisatie van de grondexploitaties.
I.2 & I.3 – De gemeente heeft nog geen beleid op (participatie) in collectieve warmtesystemen Het Warmtesysteem in het Stationsgebied is de eerste waarin de gemeente de regie pakt en actief in participeert. Specifiek voor dit warmtesysteem is daarom een eigendomsstructuur opgesteld. Dit moet komende tijd ook worden ingebed in de gemeentelijke organisatie. Naar verwachting worden er in de toekomst in Hilversum meer van dit soort collectieve warmtesystemen gerealiseerd. Voor de rolneming van de gemeente in de opgave wordt 8
momenteel beleid uitgewerkt, als onderdeel van het gemeentelijke warmteprogramma. Op 4 maart 2026 heeft de gemeenteraad daartoe de ‘richtinggevende notitie Warmteprogramma’ vastgesteld. Wanneer er, in lijn met deze notitie, een publiek warmtebedrijf is opgericht, is het de verwachting en bedoeling dat dit publieke warmtebedrijf dergelijke collectieven realiseert en exploiteert. In ieder geval wanneer het collectief in een deel van de gemeente ligt waar ook de omliggende bebouwing in de toekomst met een collectieve oplossing van het gas af gaat. Aangezien dit publieke warmtebedrijf niet voor 2027 wordt opgericht, is gekozen om op deze manier vooruitlopend hierop het project te realiseren. I.3.2 – Gemeentewet en beleid terughoudend bij oprichting BV Op grond van artikel 160 tweede lid Gemeentewet en de Visie Governance is terughoudendheid geboden bij de oprichting van dan wel deelname in privaatrechtelijke rechtspersonen en heeft uitvoering in eigen beheer of een publiekrechtelijke samenwerking de voorkeur. Het oprichten van een aparte entiteit leidt in de regel ook tot extra bestuurlijke drukte en administratieve lasten. Toch wordt het oprichten van een gebiedsvereniging, en de daarvoor benodigde participatie BV, in dit geval als het meest aangewezen geacht om het functioneren van het collectieve warmtesysteem voor de bewoners en andere eindegebruikers te borgen.
Deze structuur zorgt ervoor dat de gebruikers van het warmtesysteem niet volledig afhankelijk van zijn van een marktpartij. De gebiedsvereniging houdt zeggenschap over het warmtesysteem en wanneer de concessieovereenkomst eindigt (hetzij na verloop van de concessieperiode dan wel om andere reden, waaronder tekortschieten of faillissement van het warmtebedrijf) eindigt ook de concessieovereenkomst en krijgt de gebiedsvereniging het volledige eigendom van het warmtesysteem en kan de gebiedsvereniging indien nodig een (concessie)overeenkomst met een nieuwe exploitant sluiten. I.4 – De gemeente gaat hiermee een langjarige verbintenis aan Met de gunning en het afsluiten van de overeenkomsten worden afspraken gemaakt over de ingroeiperiode (maximaal 11 jaar) én de exploitatieperiode (30 jaar). Er worden dus afspraken gemaakt voor een looptijd van maximaal 41 jaar, waar de gemeente (of de gebiedsvereniging) niet zomaar onderuit kan. Maar omdat het warmtesysteem volledig voor rekening en risico van de concessiehouder wordt gerealiseerd, is een dergelijke langlopende verbintenis logisch, alleen op die manier heeft de concessiehouder zicht op een rendabele investering. Bij einde van de concessieovereenkomst dient de gebiedsvereniging aan de concessiehouder dan ook een restwaardevergoeding te betalen en in sommige gevallen ook een vergoeding voor gederfde winst.
Wanneer de concessieovereenkomst eindigt, eindigen ook de onderopstalrechten voor het warmtesysteem, waardoor de eigendom van het warmtesysteem terugvalt naar de gebiedsvereniging als hoofdopstaller. 9
Financiën, middelen & capaciteit De raad heeft op 29 januari 2025 een gedeeltelijk rendabel krediet van € 1,8 mln. beschikbaar gesteld en vrijgegeven, opgebouwd uit een voorinvestering van € 1,5 mln. en € 300.000 juridische en onderzoekskosten. Doordat voor een andere manier van aanbesteden is gekozen, wordt de investering in het warmtesysteem volledig door de concessiehouder gedaan. Voor het investeringsprogramma betekent dit dat de geplande uitgaven van € 1,5 mln. en het daarna verhalen van deze kosten op de ontwikkelaar(s) niet meer nodig is. De juridische en onderzoekskosten zullen wel hoger uitvallen dan de in het raadsvoorstel genoemde € 300.000. Omdat voor de aanleg van het warmtesysteem een subsidie is verstrekt door de provincie Noord-Holland van maximaal € 154.000 is de verwachting dat de nettoinvestering binnen de € 300.000 zal blijven. In de voorjaarsnota 2026 wordt voorgesteld om het krediet hierop aan te passen. Wanneer besloten wordt conform de voorgenomen besluiten dan betekent dat voor de gemeentelijke organisatie dat de afspraken moeten worden ingebed. De overeenkomsten en de daaruit voorvloeiende taken en verantwoordelijkheden moeten binnen de gemeente worden ondergebracht, beheerd en uitgevoerd.
Daarbij horen ook deelname in de gebiedsvereniging, het beheer van de contractafspraken en het uitvoeren van vennootschappelijke taken met betrekking tot de gebiedsvereniging en de participatie BV. Op dit moment verwachten we dit binnen de huidige formatie van de gemeentelijke organisatie te kunnen opvangen.
Communicatie Na het raadsbesluit en de definitieve collegebesluiten wordt er een persbijeenkomst georganiseerd waar HeZon als concessiehouder wordt gepresenteerd en het voorgenomen plan inhoudelijk wordt toegelicht.
Uitvoering Indien de gemeenteraad besluit geen wensen en/of bedenkingen te uitten wordt het college voorgesteld de voorgenomen besluiten definitief te nemen en daarmee de concessie definitief te gunnen. Na gunning van de concessie, oprichting van de participatie BV en gebiedsvereniging en ondertekening van de overeenkomsten door de gebiedsvereniging en de gemeente wordt het ontwerpproces van het warmtesysteem door de concessiehouder opgestart. Uitgangspunt is dat het systeem uiterlijk eind 2029 gereed moet zijn om warmte en koude aan de bouwblokken 2 en 3 te leveren. Gefaseerd zullen vervolgens de overige bouwblokken aangesloten worden op het warmtesysteem. 10
Burgemeester en wethouders van Hilversum, 14 april 2026 de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top
Bijlage(n) 1- Akte van oprichting ‘Hilversum Participatie BV’ 2- Akte van oprichting ‘Gebiedsvereniging Warmtesysteem Stationsgebied Hilversum’. 3- Driepartijenovereenkomst Warmtesysteem Stationsgebied Hilversum 4- Concessieovereenkomst Warmtesysteem Stationsgebied Hilversum
a. Programma van Eisen concessie Warmtesysteem Stationsgebied Hilversum 5- Akte vestiging zelfstandig (hoofd)opstalrecht ten behoeve van de Gebiedsvereniging
Warmtesysteem Stationsgebied Hilversum 6- Conceptakte vestiging zelfstandig onderopstalrecht ten behoeve van de Exploitant
Warmtesysteem Stationsgebied Hilversum 7- Onderbouwing beslisboom ‘Visie op samenwerking en Governance’ Hilversum
11