CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Godelindeweg 15_ontwerp_1

GEMEENTERAAD 6 oktober 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Godelindeweg 15 (1045043)22.726 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Godelindeweg 15 gebruiksfase

Situatie 1

Rt8nYknnXh2E (23 april 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

11,06 kg/j

Rt8nYknnXh2E (23 april 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Resultaten

Bron 1 141808, 472057 11,06 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

23,8 / etmaal NOx NH3

11,06 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

Rt8nYknnXh2E (23 april 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

Rt8nYknnXh2E (23 april 2020) pagina 5/5

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RRzqoX5VngPn (23 april 2020) pagina 1/7

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

-

Delftseplein, 27b, 3013 AA Rotterdam

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Godelindeweg 15 aanlegfase

RRzqoX5VngPn

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

23 april 2020, 21:24

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

54,20 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Godelindeweg 15 aanlegfase

Situatie 1

RRzqoX5VngPn (23 april 2020) pagina 2/7

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Bron 2 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

2,64 kg/j

-

51,56 kg/j

RRzqoX5VngPn (23 april 2020) pagina 3/7

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Situatie 1

Bron 1 141808, 472057 2,64 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

300,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Zwaar vrachtverkeer

142,0 / jaar NOx NH3

2,26 kg/j < 1 kg/j

RRzqoX5VngPn (23 april 2020) pagina 4/7

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx

Resultaten

Situatie 1

Bron 2 139943, 471803 51,56 kg/j

RRzqoX5VngPn (23 april 2020) pagina 5/7

Resultaten

Voertuig

Resultaten

Omschrijving

Brandstof verbruik (l/j)

STAGE III B, 130 – Sloopkraan 560 kW, bouwjaar 2011/01, Cat. L

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

240

NOx

2,66 kg/j

STAGE III B, 130 – Betonmixer 560 kW, bouwjaar 2011/01, Cat. L

360

NOx

3,99 kg/j

STAGE III B, 130 – Betonstorter/pomp 560 kW, bouwjaar 2011/01, Cat. L

360

NOx

3,99 kg/j

STAGE III B, 130 – Graafmachine 560 kW, bouwjaar 2011/01, Cat. L

945

NOx

10,48 kg/j

STAGE III B, 130 – Heistelling 560 kW, bouwjaar 2011/01, Cat. L

90

NOx

< 1 kg/j

STAGE III B, 130 – Kiepbak 560 kW, bouwjaar 2011/01, Cat. L

945

NOx

10,48 kg/j

STAGE III B, 130 – Hijskraan 560 kW, bouwjaar 2011/01, Cat. L

1.080

NOx

11,98 kg/j

STAGE III B, 130 – Ruw terrein heftruck 560 kW, bouwjaar 2011/01, Cat. L

360

NOx

3,99 kg/j

STAGE III B, 130 – Minigraver 560 kW, bouwjaar 2011/01, Cat. L

270

NOx

2,99 kg/j

Situatie 1

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

RRzqoX5VngPn (23 april 2020) pagina 6/7

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

RRzqoX5VngPn (23 april 2020) pagina 7/7

bestemmingsplan Godelindeweg 15

Bijlage 2

ontwerpplan, versie 1

Quickscan flora en fauna

bestemmingsplan Godelindeweg 15

ontwerpplan, versie 1

RAPPORT betreffende een flora- en faunaonderzoek Godelindeweg 15 te Hilversum

Datum Kenmerk

: 12 februari 2019 : 1809L803/RSL/rap2

Opdrachtgever

: Rho Adviseurs B.V. : Mevr. J. Breukelman : Postbus 150 : 3000 AD Rotterdam

Goedkeuring

Datum

Dhr. R.F.M. Sluijs, (Ecoloog)

Opsteller, auteur

12-02-2019

Dhr. J. van Haaster BBE (Adviseur)

2e lezerschap, controle

12-02-2019

Dhr. C. Brouwer BBA (Projectleider)

Vrijgave rapportage

12-02-2019

Handtekening

INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding ........................................................................................................................................................................ 3

1.1 Aanleiding .............................................................................................................................................. 3 1.2 Doel van het onderzoek ........................................................................................................................ 3 1.3 Leeswijzer .............................................................................................................................................. 3 2. Opzet en uitvoering van het onderzoek ........................................................................................................................ 4

2.1 Bureaustudie ......................................................................................................................................... 4 2.2 Veldonderzoek ...................................................................................................................................... 4 2.3 Effectenbeoordeling .............................................................................................................................. 4 3. Beschrijving van het plangebied ................................................................................................................................... 5

3.1 Ligging ten opzichte van beschermde gebieden ................................................................................... 5 3.2 Algemene beschrijving van het plangebied .......................................................................................... 6 4. Wettelijk kader .............................................................................................................................................................. 7

4.1 Wet natuurbescherming, onderdeel soorten ....................................................................................... 7 4.2 Provincie Noord-Holland; Verordening vrijstellingen soorten Noord-Holland ..................................... 8 5. Resultaten en effectenbeoordeling ............................................................................................................................... 9

5.1 Vleermuizen .......................................................................................................................................... 9 5.2 Grondgebonden zoogdieren ............................................................................................................... 10 5.3 Vaatplanten ......................................................................................................................................... 10 5.4 Vogels .................................................................................................................................................. 10 5.5 Amfibieën en reptielen........................................................................................................................ 11 5.6 Overige beschermde soorten .............................................................................................................. 11 6. Samenvatting conclusie en overzichtstabel ................................................................................................................ 12

6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 ................................................................................. 12 6.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 ................................................................................ 12 6.3 Tabel: Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied ......... 13 7. Aanbevelingen ............................................................................................................................................................ 14

Bijlage: Detailfoto's ................................................................................................................................... 16 Bijlage: Literatuur en bronvermelding ...................................................................................................... 19

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 2 / 19

1. Inleiding 1.1 Aanleiding In opdracht van Rho Adviseurs B.V. is een flora - en faunaonderzoek uitgevoerd op de locatie Godelindeweg 15, te Hilversum. Aanleiding tot het uitvoeren van dit flora- en faunaonderzoek zijn de voorgenomen plannen van totaal sloop en nieuwbouw op locatie. 1.2 Doel van het onderzoek Deze quickscan flora en fauna heeft ten doel de voorgenomen plannen te toetsen aan de huidige natuurwetgeving zodat duidelijk wordt welke maatregelen moeten worden getroffen om overtreding van deze wet te voorkomen. Het plangebied is onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van en betekenis voor door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. Indien overtreding niet kan worden vermeden, is in het onderhavige rapport aangegeven voor welke soorten en met welke onderbouwing ontheffing dient te worden aangevraagd. Indien aanvullend onderzoek noodzakelijk blijkt, kan op basis van de quickscan een gedegen planning daarvan worden gemaakt. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de opzet van het onderzoek besproken en in hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op het plangebied. In hoofdstuk 4 is de reikwijdte en de doelstelling uit de Wet natuurbescherming beschreven. In hoofdstuk 5 worden conclusies getrokken uit de resultaten van het bureauonderzoek en het veldbezoek, waarna in hoofdstuk 6 de conclusies zijn samengevat.

Tot slot worden in hoofdstuk 7 aanbevelingen en in de bijlage een overzicht van de geraadpleegde literatuur gepresenteerd.

Aanzicht plangebied

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 3 / 19

2. Opzet en uitvoering van het onderzoek Het onderhavige flora- en faunaonderzoek bestaat uit twee onderdelen, te weten: een bronnen- en literatuuronderzoek (bureaustudie) en een biotooptoets (veldbezoek). De biotooptoets is door een ecoloog uitgevoerd op 14 januari in de middag bij windkracht 3, zware bewolking en circa 7 graden Celsius. 2.1 Bureaustudie Het bronnen- en literatuuronderzoek omvat een bureaustudie, waarbij kaarten zijn geraadpleegd (kenmerken van het landschap waarin het plangebied zich bevindt) en de reeds bekende verspreidingsgegevens van voorkomende beschermde soorten in de regio zijn geraadpleegd. In het bronnen- en literatuuronderzoek zijn het plangebied en het omliggende gebied in een straal van ongeveer 1,5 kilometer onderzocht. Er zijn diverse bronnen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de verspreiding en mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied. Aan de hand van deze informatie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen, gezien de habitatvoorkeur van de betreffende soorten. Een overzicht van de gebruikte literatuur is opgenomen in de literatuurlijst, die is opgenomen in de bijlage van deze briefrapportage. 2.2 Veldonderzoek Naast een bureaustudie is een biotooptoets uitgevoerd.

Dit betreft een veldbezoek met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnenen literatuuronderzoek worden in het veld getoetst en indien nodig aangevuld. Op het moment dat een biotooptoets wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefomgeving stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratierouten vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets, maar desondanks toch mogelijk kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied. De resultaten van de biotooptoets betreffen uitsluitend waarnemingen binnen het plangebied. 2.3 Effectenbeoordeling Op basis van de veldkenmerken van het plangebied en de verspreiding van beschermde soorten, is beoordeeld voor welke beschermde soorten het plangebied van betekenis kan zijn. Bij deze toetsing is alleen gekeken naar de beschermde soorten uit de Wet Natuurbescherming. Deze soorten hebben een Nederlandse of Europese bescherming en moeten worden getoetst op voorkomen en effect.

Wanneer effecten optreden of verbodsbepalingen worden overtreden, dan zijn er mogelijk maatregelen nodig om de effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Algemene soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in Nederland dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt door de meeste projecten. Bovendien geldt voor deze soorten een vrijstelling van de verbodsbepalingen zoals weergegeven in artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet Natuurbescherming. Wel geldt de zorgplicht ex artikel 1.11.

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 4 / 19

3. Beschrijving van het plangebied 3.1 Ligging ten opzichte van beschermde gebieden Het plangebied is gesitueerd binnen de bebouwde kom van Hilversum. Het ligt aan een drukke doorgaande weg, nabij het mediapark Hilversum. Op de onderstaande kaart is te zien dat het plangebied geen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland. Het gebied maakt eveneens geen onderdeel uit van een ander beschermd gebied, zoals Natura 2000, belangrijk weidevogelgebied of strategische reservering natuur. Binnen een straal van 10 kilometer liggen de volgende Natura 2000-gebieden: Oostelijke Vechtplassen, Naardermeer, Eemmeer & Gooimeer Zuidoever.

Ligging plangebied (rode cirkel midden) in relatie tot de omgeving. NNN = lichtgroen. De Natura-2000 gebieden worden niet weergegeven op deze kaart. Bron: Provincie Noord-Holland, https://noord-holland-extern.tercera-ro.nl/MapViewer/

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 5 / 19

3.2 Algemene beschrijving van het plangebied In het plangebied staat een pand van 2 woonlagen. Rondom het pand staan enkele grote bomen. Aan de achterzijde bevindt zich een ruime parkeerplaats. Het pand is voorzien van dakpannen. Het pand is in gebruik als kantoorruimte.

Foto-impressie plangebied

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 6 / 19

4. Wettelijk kader 4.1 Wet natuurbescherming, onderdeel soorten Voor soortenbescherming geldt voor deze wet dat deze gericht is op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van deze soorten. De wet maakt hiervoor een programmatische aanpak mogelijk. Binnen deze wet wordt de soortbescherming opgedeeld in drie categorieën: 1. De bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogels van soorten die voorkomen in de EU als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en de niet in die bijlage genoemde geregeld voorkomende trekvogelsoorten (art. 3.1 – 3.4). 2. De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV, V) en natuurbeschermingsverdragen (art. 3.5 - 3.9). 3. De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (art. 3.10 - 3.11). Voor de zoogdier- amfibieen reptielsoorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd.

Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantsoorten te beschermen. Verbodsbepalingen: Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Uitbreiding verbodsbepalingen en mogelijkheid tot ontheffing of vrijstelling: Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a.

in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. t/m h. (niet van toepassing, zie wettekst).

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 7 / 19

3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. 4.2 Provincie Noord-Holland; Verordening vrijstellingen soorten Noord-Holland De provincie Noord-Holland acht het wenselijk vrijstellingen te verlenen van verboden ter bescherming van soorten dieren op grond van de Wet natuurbescherming voor de volgende diersoorten: Aardmuis, Bosmuis, Dwergmuis, Dwergspitsmuis, Egel, Gewone bosspitsmuis, Haas, Huisspitsmuis, Konijn, Ondergrondse woelmuis, Ree, Rosse woelmuis, Tweekleurige bosspitsmuis, Veldmuis, Vos, Woelrat, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Meerkikker en Middelste groene kikker. Bovenstaande soorten zijn derhalve niet beschermd bij de voorgenomen werkzaamheden, wel geldt de zorgplicht.

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 8 / 19

5. Resultaten en effectenbeoordeling 5.1 Vleermuizen Resultaten bureauonderzoek In het plangebied staat één opstal, waardoor gebouwbewonende soorten kunnen worden verwacht. Hieronder vallen volgens verspreidingsgegevens de gewone dwergvleermuis (pipistrelllus pipistrelllus), ruige dwergvleermuis (pipistrelllus nathusii) en laatvlieger (eptesicus serotinus). Bomen van voldoende grootte zijn in het plangebied aanwezig, waardoor de aanwezigheid van boombewonende soorten kan worden verwacht. De ruige dwergvleermuis en meervleermuis (myotis dasycneme) zijn boombewonende soorten die volgens verspreidingsgegevens kunnen voorkomen. Zomerverblijven bevinden zich vaak in (oude) bomen met holten. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger kunnen holten gebruiken als paarverblijf. Watervleermuis (myotis daubentonii) en rosse vleermuis (Nyctalus noctula), beide boombewonende soorten, komen volgens verspreidingsgegevens niet voor. De bomen in het plangebied moeten worden onderzocht op holtes die voor vleermuizen geschikt zijn om in te verblijven, zoals ingerotte boomdelen, ingescheurde takken en loshangend schors. Resultaten veldbezoek Het gebouw beschikt niet over open stootvoegen. De gevel is geheel zonder scheuren of andere invliegopeningen. Tussen dak en muur zit geen ruimte. Er zijn geen kierende kozijnen aangetroffen. De dakpannen sluiten alle nauw aan.

Invliegopeningen in het gebouw zijn niet gevonden. Zie bijlage voor detailfoto's. In één van de bomen in het plangebied bevinden zich meerdere holtes die voor vleermuizen geschikt kunnen zijn. Voor een kraamverblijf blijken deze holtes na inspectie te klein zijn, maar een paarverblijf kan wel. Vanwege de ligging in het centrum van Hilversum en het ontbreken van een laanstructuur, maakt het plangebied geen onderdeel uit van een lijnelement. Als foerageergebied heeft het plangebied vanwege de beperkte hoeveelheid groen geen essentiële functie. Bovendien bevindt zich in de omgeving het Corversbos, waar voldoende dikke oude bomen met holtes aanwezig zijn en dat tevens foerageergebied is. Conclusie vleermuizen In het plangebied ontbreken invliegopeningen in het pand. Verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen worden uitgesloten in het pand. Het gebied maakt geen deel uit van een lijnelement en wordt daardoor niet gebruikt als vaste vliegroute van vleermuizen. Als foerageergebied heeft het plangebied geen essentiële functie. In de boom tegen de Godelindeweg bevinden zich meerdere holtes die als paarverblijf dienst kunnen doen. Deze boom ligt langs een drukke weg, waardoor verstoring door verkeer vrijwel continu aan de orde is. De werkzaamheden zullen niet leiden tot dusdanige extra verstoring dat eventueel aanwezige vleermuizen hun paarverblijf zullen verlaten.

Wel moet rekening worden gehouden met kunstmatige verlichting. Door overdag te werken wordt dit voorkomen. In de winterperiode zullen vleermuizen vanwege winterrust niet in de holtes zitten, waardoor wel gewerkt kan worden met kunstmatige verlichting. Mocht de boom worden gekapt, dan is een vleermuisonderzoek noodzakelijk voorafgaand aan de kap. Tevens is een kapvergunning nodig. Met inachtneming van het bovenstaande is het uitgesloten dat de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten hebben op vaste rust- en/of verblijfplaatsen, vaste vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen.

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 9 / 19

5.2 Grondgebonden zoogdieren Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens en biotoop zijn geen beschermde soorten zoogdieren te verwachten in het plangebied. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren of sporen daarvan waargenomen. Deze worden gezien het biotoop langs een drukke weg eveneens niet verwacht in het plangebied. Conclusie grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten zoogdieren aangetroffen. Deze worden gezien de verspreidingsgegevens en het ligging van het plangebied in stedelijk gebied ook niet verwacht in de toekomst. Voor eventueel aanwezige algemene zoogdieren geldt de zorgplicht (zie §6.1). 5.3 Vaatplanten Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens kan de aanwezigheid van beschermde soorten vaatplanten worden uitgesloten. Resultaten veldbezoek Beschermde vaatplanten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. De meeste beschermde planten zijn afhankelijk van een zeer specialistisch biotoop. Geconstateerd is dat het biotoop in het plangebied hiervoor niet geschikt is. Een andere soortgroep vormen de muurplanten. Beschermde planten die op muren voorkomen zijn niet gevonden. Conclusie vaatplanten Geconcludeerd kan worden dat de aanwezige vaatplanten geen beschermde status hebben en ontwikkelingen niet in de weg staan.

5.4 Vogels Resultaten bureauonderzoek In de verspreidingsgegevens worden over de afgelopen drie jaar meerdere vogelsoorten genoemd. Huismus, gierzwaluw en andere soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is, worden gemeld en zijn aanwezig in het centrum van Hilversum. Resultaten veldbezoek In de nabijheid van het gebied zijn geen huismussen waargenomen. De dakpannen sluiten overal goed aan, kieren of andere plaatsen waar mussen kunnen broeden zijn niet aanwezig. De dakgoten zitten vol met blad en onder de goten zijn geen invliegmogelijkheden. Het plangebied is geen broed- of foerageergebied voor huismussen. Jaarrond beschermde nesten van broedvogels zijn niet gevonden in de bomen in het plangebied. Conclusie vogels Het plangebied heeft geen functie voor broedvogels waarvan het nest jaarrond beschermd is. In het gebied zijn geen (overblijfselen van) nesten aangetroffen. Huismussen zijn in het gebied niet gesignaleerd, noch doet het plangebied dienst als (essentiële) foerageerplaats of schuilplaats voor huismussen. Het is echter niet uit te sluiten dat algemene soorten in het plangebied gaan broeden. De Wet natuurbescherming biedt bescherming aan alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

De nestbescherming geldt voor alle in gebruik zijnde nesten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Iedere in gebruik zijnd nest is beschermd. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode, globaal wordt uitgegaan van half maart tot half augustus. 1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 10 / 19

5.5 Amfibieën en reptielen Resultaten bureauonderzoek Wat betreft in Noord-Holland beschermde amfibieën komen in de verre omgeving van het plangebied alleen de rugstreeppad (bufo calamita) en heikikker (rana arvalis) voor. Beide soorten zijn de afgelopen 3 jaar niet waargenomen in het 5x5 kilometerhok waarin het plangebied ligt en worden daardoor niet verwacht. Reptielen kunnen op basis van verspreidingsgegevens en biotoop worden uitgesloten. Resultaten veldbezoek In het plangebied zijn, mede vanwege de tijd van het jaar, geen amfibieën waargenomen. Het plangebied beschikt niet over watergang. Poeltjes of plaatsen waar regenwater kan blijven staan wat dienst kan doen als voortplantingswater zijn niet aanwezig in het plangebied. Het plangebied is grotendeels betegeld en verhard. Het plangebied biedt geen geschikt biotoop voor rugstreeppad of andere soorten amfibieën. Conclusie amfibieën en reptielen Beschermde amfibieën en reptielen kunnen op basis van verspreidingsgegevens en biotoop worden uitgesloten. Vanwege de afwezigheid van de beschermde amfibieën en reptielen zijn nader onderzoek naar het voorkomen van en maatregelen met betrekking tot amfibieën en reptielen niet noodzakelijk. 5.6 Overige beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Vissen zijn niet onderzocht, omdat watergang ontbreekt.

De verschillende soorten libellen, vlinders, insecten en andere ongewervelden die vermeld worden in de Wet natuurbescherming zijn aanwezig in een ander verspreidingsgebied en biotoop dan het plangebied. Meldingen van deze soorten in het plangebied zijn er niet, het verspreidingsgebied ligt buiten het plangebied. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het biotoop ongeschikt is voor beschermde soorten libellen en vlinders, vanwege het ontbreken van poeltjes of specifieke waardplanten. Conclusie overige beschermde soorten Met beschermde ongewervelde diersoorten hoeft op grond van biotoop en verspreidingsgegevens geen rekening gehouden te worden.

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 11 / 19

6. Samenvatting conclusie en overzichtstabel Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het mogelijk is dat met de plannen vaste rusten verblijfplaatsen of belangrijk leefgebied wordt aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Er moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen in een van de bomen in het plangebied. Dit kan door rekening te houden met kunstmatige verlichting. Mocht de boom gekapt worden, dan is nader onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk. Dit onderzoek naar paarverblijven zal bestaan uit 2 veldbezoeken in de periode half augustus tot eind september. In het geval daadwerkelijk vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied, dan is een ontheffing noodzakelijk, deze moet worden aangevraagd. Hiervoor dienen ten eerste tijdelijke (mitigerende) maatregelen genomen te worden. Elke verblijfplaats dient minimaal één jaar voor het ingaan van de werkzaamheden in viervoud te worden gecompenseerd. Een paarverblijf in een boom die wordt gekapt moet worden gemitigeerd door het ophangen van 4 paarverblijfkasten in de nabijheid van het plangebied. Ten tweede moeten in de nieuwbouw permanente (compenserende) maatregelen worden genomen. Ook dit dient in viervoud te geschieden. Het nader onderzoek loopt tot september. In oktober wordt de vergunning aangevraagd.

Tevens worden in oktober de mitigerende maatregelen genomen. De daadwerkelijke werkzaamheden in het plangebied kunnen dan, indien de vergunning wordt verleend, plaatsvinden vanaf oktober het jaar daarna. De zorgplicht van de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing. Hieronder wordt geadviseerd hoe aan deze zorgplicht invulling kan worden gegeven. 6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Zodra een in het wild levend dier wordt aangetroffen tijdens de werkzaamheden kan deze worden gevangen en direct worden overgeplaatst naar een geschikte habitat in de nabijheid van het plangebied.

Vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen en dergelijke) moet gefaseerd en niet machinaal worden verwijderd, waardoor aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren gelegenheid wordt gegeven te vluchten. 6.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 12 / 19

Invulling zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 Geadviseerd het groen in het plangebied, voor zover noodzakelijk, te verwijderen voor aanvang broedseizoen (half maart) of na augustus. Indien de werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, mogen deze pas uitgevoerd worden indien vooraf door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat geen verstoring van broedvogels zal plaatsvinden. 6.3 Tabel: Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied Soort(groep) Ingreep Nader Ontheffing Bijzonderheden/ verstorend onderzoek opmerkingen Vleermuizen Mogelijk* Nee, tenzij Mogelijk* *Werk volgens §5.1 kap boom. Grondgebonden Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. zoogdieren Vogels Nee* Nee Nee * zie zorgplicht vogels hoofdstuk 6. Amfibieën en Nee Nee Nee Geen soorten aanwezig. reptielen Vaatplanten Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. Overige soorten Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies.

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 13 / 19

7. Aanbevelingen Naast de consequenties die voortkomen uit de Wet Natuurbescherming geven wij in relatie tot de voorgenomen nieuwbouw de volgende aanbevelingen met als doel de ecologische structuren in de omgeving te versterken. - voor vleermuizen zouden open stootvoegen aangebracht kunnen worden in muren, of vleermuiskasten kunnen worden geplaatst in de spouw of tegen de muur op >2,5 meter hoogte in nieuw te bouwen woningen. Eveneens kunnen vleermuisstenen worden ingemetseld (foto links boven). Zie literatuurlijst voor vermelding naar brochure vleermuisvriendelijk bouwen.

Vrijwel onzichtbare inbouw van vleermuisstenen en technische informatie over de plaatsing daarvan.

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 14 / 19

- het planten van bomen en struwelen voor vogels en vleermuizen verdient aanbeveling. Het beste zijn, ecologisch gezien, inheemse bes- en bloemdragende struiken en planten.

- er kunnen nestpannen of neststenen worden aangebracht ten behoeve van huismussen en gierzwaluwen (foto's rechtsboven en links midden). Deze beschermde soorten verliezen steeds meer nestmogelijkheden. - voor huismussen blijken uit onderzoek zogenaamde mussenvides (onderste foto's) uitstekend te functioneren als nestplaats. Deze zijn gemakkelijk en relatief goedkoop in te bouwen in nieuwe woningen. Checklist groen bouwen Verstedelijking draagt bij aan het verlies van biodiversiteit, maar de bouw biedt ook kansen. Voor sommige dieren zijn onze steden en dorpen zelfs het belangrijkste leefgebied. Daar kan iedereen een steentje aan bijdragen. Met de Checklist Groen Bouwen kan iedere bouwonderneming, architect of projectontwikkelaar zijn projecten en ontwerpen natuurvriendelijker maken. Het beantwoorden van enkele simpele ja/nee vragen leidt tot eenvoudige soortbeschermingsmaatregelen. https://www.checklistgroenbouwen.nl/

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 15 / 19

Bijlage: Detailfoto's

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 16 / 19

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 17 / 19

De enige boom in het plangebied met meerdere holtes, die mogelijk geschikt zijn voor vleermuizen. Alle andere bomen in het plangebied beschikken niet over holtes.

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 18 / 19

Bijlage: Literatuur en bronvermelding Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Limpens e.a. KNNV 1997 Bats of Britain and Europe, C. Dietz en A. Kiefer, Bloomsbury 2016 www.vleermuis.net, voor up-to-date kennis van vleermuizen Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0, juli 2017, BIJ12 Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii, versie 1.0, juli 2017, BIJ12 Brochure vleermuisvriendelijk bouwen: Landschapsbeheer Flevoland, Zoogdiervereniging en Tauw bv, 2011 Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON)(Redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland Kennisdocument Rugstreeppad, Bufo calamita, Versie 1.0, juli 2017, BIJ12 Stichting RAVON: www.ravon.nl Nederlandse Oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Weeda e.a. 1985-1994 Verspreidingsatlas planten. 13 mei 2014, http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Sovon Vogelonderzoek Nederland: www.sovon.nl Vereniging Vogelbescherming: www. vogelbescherming.nl Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep, Ministerie van LNV, 2009 Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, Zoogdiervereniging 2016, S. Broekhuizen et al. Nationale Databank Flora en Fauna, www.telmee.nl

1809L803/RSL/rap2: Godelindeweg 15 te Hilversum

Pagina 19 / 19

bestemmingsplan Godelindeweg 15

Bijlage 3

ontwerpplan, versie 1

Akoestisch onderzoek

bestemmingsplan Godelindeweg 15

ontwerpplan, versie 1

Know How Acoustics Fonteinkruidstraat 1 6841 KA Arnhem Tel: (026) 322 91 49 Fax: (026) 322 91 59

AKOESTISCH ONDERZOEK ten aanzien van de ruimtelijke onderbouwing van het woningbouwplan aan de Godelindeweg 15 in Hilversum Het onderzoek heeft betrekking op wegverkeerslawaai. Rapport: KOS-MA/2001/R001

Opgesteld in opdracht van: Otte Vastgoed Advies Groepsekom 3 3831 RG LEUSDEN

Opgesteld door: de heer ing. A.J.M. van Wieren Arnhem, 10 april 2020 E-mail: wr@knowhowacoustics.nl

Contactpersoon: de heer Leen Otte tel. : 035 - 623 36 41 e-mail : info@otteva.nl

Woningbouwplan Godelindeweg 15 in Hilversum KOS-MA/2001/R001

Inhoud 1 2 3 4 4.1 4.2 4.3 5 6

Inleiding ......................................................................................3 Situatie en geluidsnormering ..............................................................4 Indeling en opbouw van het pand .........................................................5 Weggegevens en de berekening van de geluidsbelasting ..............................6 Weggegevens .................................................................................6 Berekeningsmethode en computermodel ................................................6 Geluidsbelasting op geplande woningen .................................................7 Globale gevelmaatregelen .................................................................8 Conclusies .................................................................................. 10

Figuren Figuur 1: huidige situatie Figuur 2: geplande situatie woningen Figuur 3: overzichtsplot rekenmodel met nummering wegvakken Figuur 4: ligging toetspunten (rekenpunten) Figuur 5: geluidsbelasting (Lden), prognose 2030 (excl. aftrek Wgh art 110g)

Bijlagen Bijlage 1: tekeningen woningen type A en B Bijlage 2: tekeningen woningen type C Bijlage 3: invoergegevens rekenmodel Bijlage 4: berekeningsresultaten, Lden

Know How Acoustics

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=3f598317-a13c-4ea3-a53c-f73b32b88548