Godelindeweg 15_ontwerp_1
Tekst van het document
GODELINDEWEG 15 HILVERSUM bestemmingsplan 19 maart 2021
1/2
2/2
DATUM KENMERK
19 maart 2021 NL.IMRO.0402.05bpgodelinde15-on01
PROJECT PROJECTLEIDER
Bestemmingsplan Godelindeweg 15 ing. W.IJ. Groenen
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Schogt 44001683.20191750
AUTEUR STATUS
ing. E.E. Barendregt ontwerp
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
Inhoudsopgave Toelichting
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling 1.3 Functie van het bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 Begrenzing plangebied en vigerende bestemmingsplannen 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Vigerende bestemmingsplannen Hoofdstuk 3 Karakteristieken plangebied 3.1 Ruimtelijke structuur 3.2 Verkeer 3.3 Groen, blauw en natuur 3.4 Duurzaamheid en leefbaarheid 3.5 Cultuurhistorische waarden 3.6 Bodem en watersysteem 3.7 Kabels en leidingen 3.8 Veiligheid 3.9 Beheer Hoofdstuk 4 Relevante beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid Hoofdstuk 5 Ruimtelijk plan 5.1 Ruimtelijke structuur 5.2 Verkeer 5.3 Groen, blauw en natuur 5.4 Duurzaamheid en leefbaarheid 5.5 Cultuurhistorische waarden 5.6 Bodem en watersysteem 5.7 Kabels en leidingen 5.8 Veiligheid 5.9 Beheer Hoofdstuk 6 Implementatie 6.1 Planmethodiek 6.2 Bestemmingsregeling 6.3 Handhaving 6.4 Economische uitvoerbaarheid 6.5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bijlagen toelichting
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Memo stikstofberekening Quickscan flora en fauna Akoestisch onderzoek Archeologisch onderzoek Verkennend bodemonderzoek
7 7 7 8 8 9 9 9 11 11 12 12 13 15 16 18 18 18 19 19 20 21 25 25 26 27 31 34 36 39 39 41 43 43 43 51 52 53
bestemmingsplan Godelindeweg 15
Regels
ontwerpplan, versie 1
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Tuin Artikel 4 Wonen - 3 Artikel 5 Wonen - 4 Artikel 6 Waarde - Archeologie - Hoog Artikel 7 Waarde - Cultuurhistorie Artikel 8 Waarde - Natuur en landschap Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Artikel 10 Algemene bouwregels Artikel 11 Algemene gebruiksregels Artikel 12 Algemene afwijkingsregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht Artikel 14 Slotregel
Bijlagen regels Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
67 69 69 73 75 75 76 78 80 81 83 85 85 86 87 89 91 91 92
TOELICHTING
bestemmingsplan Godelindeweg 15
Hoofdstuk 1 1.1
ontwerpplan, versie 1
Inleiding
Aanleiding
Op het perceel Godelindeweg 15 in het beschermd stadsgezicht 'Noordwestelijk Villagebied' in Hilversum staat een kantoorpand (figuur 1.1). Dit pand is nog slechts gedeeltelijk in gebruik. Het voornemen is om dit kantoorpand te slopen en op deze locatie drie nieuwe woningen te realiseren. De ontwikkeling bestaat uit de bouw van twee geschakelde villa's met drie bouwlagen en een vrijstaande villa van twee bouwlagen. Het ontwerp houdt rekening met de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing en de gemeentelijke randvoorwaarden.
Figuur 1.1 Ligging plangebied (ondergrond: Luchtfoto Kadaster, 2017; bewerking Rho) Op de locatie is het bestemmingsplan “Media Park” vigerend. Het perceel is als 'Kantoor' bestemd. De bouw van woningen is niet mogelijk binnen deze bestemming. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Doelstelling
Het doel van het bestemmingsplan is het tot stand brengen van een planologische regeling die voorwaarden schept voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling en bescherming van de ruimtelijke kwaliteit. Het bestemmingsplan omvat derhalve een toetsingskader en biedt tegelijkertijd rechtszekerheid voor alle betrokkenen.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
1.3
ontwerpplan, versie 1
Functie van het bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan regelt de bestemmingen en het gebruik van en de bouwmogelijkheden op de gronden voor het betreffende gebied. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (kaart), regels en een toelichting. De verbeelding en de daarop aangewezen bestemmingen en regels vormen tezamen het juridische plan. De plantoelichting heeft geen rechtskracht. De regels bestaan uit omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemmingen. Een bestemmingsplan wordt met de daarbij behorende toelichting langs elektronische weg vastgelegd. Het bestemmingsplan wordt in die vorm vastgesteld. Een volledige papieren versie van het bestemmingsplan wordt gelijktijdig vastgesteld. Indien de inhoud van het langs elektronische weg vastgelegde bestemmingsplan na vaststelling en die van de papieren versie daarvan tot een verschillende uitleg aanleiding geeft, is de eerstbedoelde inhoud beslissend.
1.4
Leeswijzer
De toelichting is opgebouwd uit zes hoofdstukken. In het inleidende hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding, doelstelling en functie van het bestemmingsplan. Het inleidende hoofdstuk omvat tevens de leeswijzer. In hoofdstuk 2 wordt aangegeven waar het plangebied ligt en wat de exacte plangrenzen zijn. In hoofdstuk 2 wordt ook aangegeven welke bestemmingsplannen voor het plangebied gelden tot het verkrijgen van rechtskracht van het nieuwe bestemmingsplan. De hoofdstukken 3-5 vormen de kern van de toelichting. In hoofdstuk 3 worden de karakteristieken van het plangebied beschreven. Dit is een beschrijving van de bestaande situatie. Relevante beleidskaders van Rijk, provincie/regio/waterschap en gemeente staan centraal in hoofdstuk 4. De voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen en bijbehorende facetten worden behandeld in hoofdstuk 5. Per planaspect wordt hierbij gemotiveerd aangegeven wat er komt. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de bestemmingsregeling, de (economische) uitvoerbaarheid, de inspraak en het ambtelijk overleg, en op de externe communicatie. Er wordt aangegeven hoe de regels gelet op de toelichting gelezen moeten worden en hoe bij de formulering van de bestemming en de regels rekening wordt gehouden met de handhaafbaarheid daarvan. Deze paragraaf vormt de relatie tussen het juridische plan en de toelichting.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
Hoofdstuk 2 Begrenzing plangebied en vigerende bestemmingsplannen 2.1
Begrenzing plangebied
Aan de Godelindeweg 15 in Hilversum staat een kantoorpand. Dit pand is slechts gedeeltelijk in gebruik als zodanig en staat voor een deel leeg (figuur 2.1). Het pand is een voormalig 'koetshuis' en ligt op een groot perceel van circa 1.400 m2. Het plangebied ligt in het noordwestelijk deel van Hilversum aan de rand van de villawijk Trompenberg, ten westen van het Media Park.
Figuur 2.1 Impressie huidige situatie kantoorpand (bron: Google Streetview, 2018)
2.2
Vigerende bestemmingsplannen
Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan 'Media Park' vigerend (figuur 2.2). Dit plan is 15-12-2010 onherroepelijk verklaard. Het betreffende perceel is bestemd als 'Kantoor'. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor kantoren. De beoogde woningen zijn niet mogelijk op basis van dit bestemmingsplan. Ook passen de woningen niet binnen het vastgestelde bouwvlak. Hiervoor wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
Figuur 2.2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Media Park' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
bestemmingsplan Godelindeweg 15
Hoofdstuk 3 3.1
ontwerpplan, versie 1
Karakteristieken plangebied
Ruimtelijke structuur
Het plangebied ligt aan de rand van de wijk Trompenberg. Trompenberg is een ruim opgezette villawijk met veel ruimte voor groen. Ten noorden bevindt zich de tennisvereniging Hoogerheide (Hltc). Ten oosten van het plangebied ligt het Mediapark Hilversum. De Godelindeweg is onderdeel van de buitenring van Hilversum.
Figuur 3.1 Ligging plangebied en omgeving Het gezicht van het Noordwestelijk Villagebied is heel gedifferentieerd doordat er zowel kleinschalige geleidelijk ontwikkelde villabuurten als ruime planmatig opgezette villaparken zijn. Desondanks kent het gebied een duidelijke ruimtelijke samenhang door de stedenbouwkundige structuur, het groene karakter en de harmonische aansluiting van de wijken en parken onderling. Daarbij vormt het Noordwestelijk Villagebied een geleidelijke overgang van het verstedelijkte centrum naar de bosgebieden Spanderswoud en Corversbos.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
3.2
ontwerpplan, versie 1
Verkeer
Gemotoriseerd verkeer Ontsluiting vindt plaats via de Godelindeweg, een onderdeel van de ringstructuur van Hilversum. In oostelijke richting wordt via de Insulindelaan en de Mies Bouwman-boulevard de N524 bereikt. Via de N524 wordt het naastliggende dorp Bussum bereikt. Via de zuidoostelijke kant van de ringstructuur is tevens de A27 te bereiken. Openbaar vervoer Het plangebied is eveneens te bereiken met het openbaar vervoer. Op circa 880 meter loopafstand is het treinstation Hilversum Media Park gelegen. Op dit station halteren sprinters in de richting van Weesp, Hilversum, Amsterdam Centraal en Amersfoort Vathorst met een frequentie van 2 per uur. Langzaam verkeer Op de omliggende erftoegangswegen rond het plangebied heeft het fietsverkeer een vrijliggend fietspad. De omliggende wegen van het plangebied zijn daarnaast voorzien van trottoirs voor voetgangers.
3.3
Groen, blauw en natuur
3.3.1
Groen
Het plangebied en omgeving hebben een groen en natuurrijk karakter. De tuin beslaat het grootste deel van het plangebied, met daarin veel groenstructuren zoals bomen, planten en gras.
Figuur 3.2 Huidige groenstructuur in de omgeving
bestemmingsplan Godelindeweg 15
3.3.2
ontwerpplan, versie 1
Blauw
Algemeen In de huidige situatie is geen oppervlaktewater aanwezig. Het dakoppervlak bedraagt in de huidige situatie 203 m2. Bodem en grondwater Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse uit grof zand. Ter plaatse is sprake van grondwatertrap VIII. Dat wil zeggen dat de gemiddelde hoogste waterstand meer dan 1,4 meter beneden maaiveld ligt en de gemiddelde laagste waterstand meer dan 1,6 meter. Waterkwantiteit Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen watergangen aanwezig. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt niet binnen de kern- en beschermingszone van een regionale/primaire waterkering. 3.3.3
Natuur
Het plangebied omvat uitsluitend eigen terrein, er is geen openbare ruimte in de vorm van groen aanwezig. Binnen het plangebied staan enkele bomen en struiken. Het dichtstbijzijnde gebied van Natuurnetwerk Nederland (NNN) bevindt zich op ongeveer circa 650 meter afstand van het plangebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 3,3 km gelegen en betreft het gebied Oostelijke Vechtplassen.
3.4
Duurzaamheid en leefbaarheid
3.4.1
Duurzaamheid
Duurzaamheid is gericht op drie kwaliteitsaspecten: people, planet en profit/prosperity. De pijler 'people' richt zich op aspecten van sociale kwaliteit en proceskwaliteit: de leefbaarheid van de omgeving, sociale veiligheid en de betrokkenheid van bewoners, bedrijven en overheden (sociale duurzaamheid). De pijler 'planet' is direct gerelateerd aan de milieukwaliteit en thema's als energie, ecologie en water, maar ook aan gezondheid, verkeer en afval, en daarmee aan verschillende grote milieuproblemen zoals verlies aan biodiversiteit, klimaatsverandering, bedreigingen van de gezondheid en aantasting van de leefomgeving (fysieke duurzaamheid). Uitgangspunten zijn een brongerichte benadering, het sluiten van kringlopen en behoud en versterking van de kwaliteit van de leefomgeving. De pijler 'profit/prosperity' richt zich op de aanwezigheid van voorzieningen, voldoende werkgelegenheid en inkomensdifferentiatie en dragen bij aan het functioneren van de leefomgeving (economische duurzaamheid). De essentie van deze zogenaamde Triple P-benadering is een evenwichtige integrale ontwikkeling van de kwaliteitsaspecten. De huidige bebouwing op het plangebied bestaat uit een kantoorpand, gebouwd in 1900. Hier zijn geen duurzaamheidsmaatregelen getroffen.
bestemmingsplan Godelindeweg 15 3.4.2
ontwerpplan, versie 1
Leefbaarheid
3.4.2.1 Luchtkwaliteit De huidige situatie in het plangebied voldoet aan de Europese normen voor luchtkwaliteit, dit wordt toegelicht in paragraaf 5.4.2.1. 3.4.2.2 Geluid Een (geluids)zone is een aandachtsgebied waarbinnen, indien er geluidsgevoelige bestemmingen zijn of kunnen worden gerealiseerd, moet worden getoetst aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder (Wgh). Geluidsgevoelige bestemmingen zijn onder andere woningen, scholen en gebouwen voor de gezondheidszorg. De voorkeursgrenswaarde voor geluidsgevoelige bestemmingen ten gevolge van wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB. De voorkeursgrenswaarde ten gevolge van spoorweglawaai bedraagt voor woningen 55 dB en voor andere geluidsgevoelige gebouwen 53 dB. In geval van industrielawaai bedraagt de voorkeursgrenswaarde ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen 50 dB(A). Als er in de directe omgeving van het plangebied industrieterreinen, inrichtingen en/of (spoor)wegen aanwezig zijn met geluidszones die (deels) in het plangebied liggen, dienen ook deze gedefinieerd te worden. Mogelijk bevinden zich in of nabij het plangebied ook gebieden die zijn aangewezen als geluidszone zoals bedoeld in artikel 108 van de Wgh (andere geluidszones) of hoofdstuk IV van de Luchtvaartwet (luchtvaartterreinen). Ook op deze gebieden moet nader worden ingegaan.
Indien er sprake is van geluid dat afkomstig is van 'lawaaisporten' (schieten, autosport, karten, motorcross, modelvliegtuigen en dergelijke) en/of evenementen dan dient dat ook aangeven te worden. De regelgeving die betrekking heeft op geluidshinder staat in een aantal wetten. De Wgh voorziet in een zonering van wegen, spoorwegen en industrieterreinen waar 'grote lawaaimakers' zijn of kunnen worden gevestigd, en stelt eisen aan de geluidsbelasting binnen de zones rond en langs die (spoor)wegen en industrieterreinen. De geluidshinder die afkomstig is van inrichtingen (met name bedrijven) wordt gereguleerd op basis van de Wet milieubeheer (Wm).
Zones rond industrieterreinen (hoofdstuk V Wgh) Industrieterreinen waarop zich bedrijven bevinden (of kunnen vestigen) met een hoge geluidsbelasting kennen een geluidszone zoals bedoeld in artikel 40 van de Wgh.
Zones langs wegen (hoofdstuk VI Wgh) Wegen waarop een 30 km/u-regime van toepassing is en wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied, hebben op basis van artikel 74 van de Wgh geen geluidszone. Voor overige autowegen gelden de volgende zones: 350 m voor een weg bestaande uit drie of meer rijstroken (stedelijk gebied); 200 m voor een weg bestaande uit één of twee rijstroken (stedelijk gebied); 600 m voor een weg bestaande uit vijf of meer rijstroken (buitenstedelijk gebied); 400 m voor een weg bestaande uit drie of vier rijstroken (buitenstedelijk gebied); 250 m voor een weg bestaande uit één of twee rijstroken (buitenstedelijk gebied).
Plangebied In de directe omgeving van het plangebied liggen geen industrieterreinen, inrichtingen en/of (spoor)wegen.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
In en direct rondom het plangebied is sprake van 30 km/uur-wegen waaraan wettelijk gezien niet getoetst hoeft te worden aan de Wet geluidhinder. Maar die in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel in het onderzoek zijn betrokken. Tevens liggen ten zuiden van het plangebied de Godelindeweg en de Insulindeweg. Dit zijn wegen met een maximum toegestane snelheid van 50 km/uur. Het plangebied valt binnen de wettelijke geluidzone van deze wegen. In paragraaf 5.4.2.2 zijn de resultaten van het akoestisch onderzoek weergegeven.
3.4.2.3 Bedrijven en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Voor de afstemming tussen milieugevoelige en milieuhinderlijke functies, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen. Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn.
Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft. Plangebied Nabij het plangebied ligt het Mediapark, hier zijn verschillende kantoren en studio's aanwezig.Iin paragraaf 5.4.2.3 wordt aan de richtafstanden getoetst.
3.5
Cultuurhistorische waarden
3.5.1
Historisch-geografische waarden
Beschermde stads- en dorpsgezichten zijn aangewezen door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het betreft objecten in gebieden die van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde, en in welke zich één of meerdere monumenten bevinden. Als een gebied is aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht, dan dient dit in het bestemmingsplan opgenomen te zijn. Informatie over beschermde stads- en dorpsgezichten is te verkrijgen bij het ministerie, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
Plangebied In het plangebied bevinden zich geen waardevolle objecten, bouwkundige monumenten, dan wel waardevolle bouwwerken. Het plangebied ligt in het 'Noordwestelijk Villagebied'. Dit gebied is op 21 februari 2007 aangewezen als rijksbeschermd stadsgezicht. De aanwijzing tot beschermd stadsgezicht heeft als doel 'de karakteristieke, met de historie samenhangende, structuur en ruimtelijke kwaliteit van het gebied te onderkennen als zwaarwegend belang bij verdere ontwikkeling binnen het gebied'. Hierbij gaat het om restanten uit de periode tussen 1850 en 1950. Het ontwerp van het kantoorgebouw uit 1988 valt buiten deze periode. Hier wordt in paragraaf 5.5.1 nader op ingegaan. 3.5.2
Archeologische waarden
In 1992 is het zogenoemde "Verdrag van Malta" door de Europese lidstaten (waaronder Nederland) aangenomen. Het Verdrag is gericht op bescherming en behoud van het archeologisch erfgoed in de lidstaten. Dit verdrag vormt de basis voor de omgang met archeologie in de Erfgoedwet. Deze wetgeving gaat over de bescherming van ons cultureel erfgoed. De gemeente is bevoegd gezag en verantwoordelijk voor het opstellen van een zogenaamde archeologische verwachtingskaart. Hierop staat aangegeven welke archeologische beschermde monumenten, bekende waarden, en welke archeologische verwachtingen in Hilversum aanwezig zijn. De kaart is in 2005 vervaardigd door het Archeologisch Centrum van de Vrije Universiteit. Plangebied Volgens de archeologische verwachtingskaart is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend. In paragraaf 5.5.2 wordt nader ingegaan op de archeologische waarden van het plangebied en het archeologisch onderzoek.
3.6
Bodem en watersysteem
3.6.1
Bodem
De provincie Noord-Holland heeft een bodemtoets ontwikkeld voor de afweging van bodemaspecten in bestemmingsplannen. Het gaat om de aspecten bodemopbouw, bodemkwaliteit, milieubeschermingsgebieden en archeologie. Deze aspecten zijn met uitzondering van archeologie opgenomen in deze bodemparagraaf. Archeologie is in een aparte paragraaf in het bestemmingsplan. In onderstaande paragraaf is ook het grondwatersysteem en daarin eventueel voorkomende verontreinigingen meegenomen. Bodemopbouw en geohydrologische situatie De gemeente Hilversum maakt deel uit van de geografische eenheid het Gooise stuwwallencomplex met onder andere fysisch geografische eenheden zoals stuwwallen. De bodem van Hilversum bestaat hoofdzakelijk uit matig fijne tot zeer grove zanden. De zanden maken deel uit van het watervoerende pakket, dat haar basis heeft op een diepte van N.A.P. -160 meter. Naast de genoemde zanden bevat de bodem grindbestanddelen. Tot een diepte van 50 meter onder het maaiveld is gestuwd materiaal aanwezig. Hierin kunnen plaatselijk fijnzandige, lemige en slibhoudende lagen voorkomen. De stuwwal is een inzijgingsgebied.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
Volgens het verkennend bodemonderzoek (bijlage 5) bestaat de bodem tot een diepte van 4 m onder maaiveld uit zand (antropogeen of fijn). Hieronder is zandige klei aanwezig. Op de locatie zijn geen gedempte sloten of opgehoogde terreindelen aanwezig. Functies en bestemmingen moeten afgestemd worden op de bodemopbouw. De bodemopbouw binnen het plangebied stelt echter geen bijzondere eisen aan de functies en bestemmingen. Grondwaterbeschermingsgebied In Hilversum liggen grondwaterbeschermingsgebieden van een tweetal grondwaterwinningen voor drinkwatervoorziening; waterwinning Laren en waterwinning Loosdrecht. Om de waterwinningen te beschermen zijn zones met grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen. Binnen de grondwaterbeschermingsgebieden wordt een drietal beschermingsniveaus onderscheiden. Vanaf de onttrekking worden de volgende beschermingsgebieden onderscheiden: 1. Waterwingebied; 2. Grondwaterbeschermingsgebied I, een groot aantal activiteiten, zoals benzinestations, afvalstort en lozingen, ontgrondingen, sport- en recreatievoorzieningen, parkeerterreinen en woonbebouwing worden geweerd; 3. Grondwaterbeschermingsgebied II, een beperkt aantal activiteiten, zoals benzinestations, boringen, afvalstort en lozingen worden geweerd. Het plangebied maakt geen grondwaterbeschermingsgebied. 3.6.2
onderdeel
uit
van
een
waterwin-
of
Watersysteem
Grondwater De grondwaterstand is in het plangebied niet gekarteerd. Op basis van extrapolatie, in combinatie met de waarschijnlijke aanwezigheid van een haarpodzolgrond in de bodem, heeft het plangebied waarschijnlijk een grondwatertrap VIII. Dit wil zeggen, een gemiddelde hoge grondwaterstand van in ieder geval dieper dan 140 cm-mv. Watersysteem In nagenoeg de gehele bebouwde kom van Hilversum komt door de diepe grondwaterstanden en de zandige bodemopbouw van nature geen oppervlaktewater voor. De bodem bestaat voornamelijk uit goed doorlatende zandgronden. In extreem natte tijden met hoge grondwaterstanden wordt een ontwateringsdiepte van 1,0 m binnen nagenoeg de gehele bebouwde kom nog gehaald. Zo ook in dit plangebied. Afwateringssysteem In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015 - 2020 is deels het van belang zijnde waterbeleid voor de gemeente opgenomen. De gemeente stelt als eis dat een maximale inspanning wordt gedaan om het hemelwater af te koppelen van het gemengde rioolstelsel. Waar infiltratie mogelijk is moet zoveel mogelijk water worden afgevoerd naar de bodem.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
Hemelwater kwaliteit Om bodem- en grondwaterverontreiniging bij de infiltratiepunten op het eigen terrein te voorkomen is het belangrijk om geen onbehandeld koper, zink, lood, teerhoudende dakbedekking (PAK) en andere uitlogende (bouw)materialen toe te passen op oppervlakken/straatmeubilair die in aanraking komen met het regenwater. Daarnaast dient er géén gebruik te worden gemaakt van (chemische) onkruidbestrijdingsmiddelen. De perceelseigenaar is verantwoordelijk voor de grondwaterkwaliteit onder het perceel en dus voor de kwaliteit van het infiltrerende hemelwater.
3.7
Kabels en leidingen
Het plangebied is aangesloten op het gemeentelijke rioleringssysteem en elektriciteitsnetwerk.
3.8
Veiligheid
3.8.1
Sociale veiligheid
Sociale veiligheid omvat de bescherming tegen elke vorm van criminaliteit en fysieke bedreiging/gevoelens van onveiligheid. Plangebied Het plangebied is niet toegankelijk voor derden en afgeschermd met hekwerken. Er worden diverse maatregelen genomen om criminaliteit tegen te gaan, zoals bijvoorbeeld beveiliging door middel van camera's. Het gevoel van sociale onveiligheid is daarom minimaal. 3.8.2
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, LPG en munitie over weg, water, spoor en door buisleidingen. Gevaarlijke stoffen Het plangebied ligt nabij een spoorlijn en een gasleiding, in paragraaf 5.8.2 wordt hier nader op ingegaan. Er liggen geen inrichtingen, zoals benoemd in het Besluit risico's zware ongevallen (BRZO), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Vuurwerkbesluit en de Circulaire opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik in of nabij het plangebied.
3.9
Beheer
Het plangebied is volledig in eigendom en beheer van de eigenaar van het kantoorgebouw. Het gebied is niet openbaar toegankelijk voor derden.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
Hoofdstuk 4
ontwerpplan, versie 1
Relevante beleidskader
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) (2012)
Voor de periode tot 2040 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd: de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; de bereikbaarheid verbeteren; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Gezien de beperkte schaal van de ontwikkeling en hoge abstractieniveau van de structuurvisie zijn er geen raakvlakken met de beoogde ontwikkeling. Op kleine schaal is de zorg voor een leefbare en veilige omgeving van toepassing. Hier wordt in hoofdstuk 5 nader op ingegaan. 4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012)
Dit Barro (voorheen AMvB Ruimte) bevat inhoudelijke regels van de rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen, provinciale inpassingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, beheersverordeningen en omgevingsvergunningen met ruimtelijke onderbouwing moeten voldoen. Het Barro bevat regels over Project Mainportontwikkeling Rotterdam (Maasvlakte II), Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie (militaire terreinen, munitie, militaire luchtvaart), Erfgoed (Unesco). In de loop van 2012 is het Barro aangevuld met vrijwaringszones rijksvaarwegen (veiligheid), reserveringsgebieden hoofdwegen en hoofdspoorwegen (verbreding en nieuwe wegen), elektriciteitsvoorziening (vestigingsplaatsen elektriciteitscentrales, kernenergiecentrales, hoogspanningsverbindingen), buisleidingen, de ecologische hoofdstructuur (Natuur netwerk Nederland), de veiligheid van primaire waterkeringen en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeergebied. Ook is met deze aanvulling van het Barro een extra motiveringsplicht aan het Bro toegevoegd voor bestemmingsplannen met stedelijke ontwikkelingen in verband met het onderwerp duurzame verstedelijking. Om een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte te bevorderen, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd.
Dat betekent: eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en mocht nieuwbouw echt nodig zijn, dan altijd zorgen voor een optimale inpassing en bereikbaarheid.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
4.1.3
ontwerpplan, versie 1
Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro)
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor onder meer bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk maken, de behoefte moet worden beschreven. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De beoogde ontwikkeling bestaat uit 3 woningen. Dit aantal woningen wordt niet gezien als stedelijke ontwikkeling (Uitspraak Raad van State 201501297/1/R4) en hoeft dus ook niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Overigens is de bij de ontwikkeling wel sprake van duurzaam ruimtegebruik aangezien de woningen op een binnenstedelijke locatie komen.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie NH2050 (2018)
Op 19 november 2018 is de Omgevingsvisie voor de provincie Noord-Holland vastgesteld. De hoofdambitie in de Omgevingsvisie is als volgt: “Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richten we ons op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven”.
De provincie heeft vijf samenhangende bewegingen geschetst. Deze bewegingen laten zien hoe de provincie omgaat met opgaven die op onze samenleving afkomen en die ze willen faciliteren. Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: Dynamisch schiereiland: hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. Metropool in ontwikkeling: hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem wordt de agglomeratiekracht vergroot. Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie: in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.
De bewegingen verbinden deze economische kansen aan het versterken van de leefbaarheid, juist met het oog op duurzame economische groei. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van het metropolitane landschap nadrukkelijk onderdeel te maken van het gehele metropolitane systeem, inclusief de verstedelijking, alsook om de agrifoodsector te ondersteunen als partner om de biodiversiteit te vergroten.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
Voor de beoogde ontwikkeling zijn een aantal randvoorwaarden die binnen deze bewegingen geschetst zijn van belang: Wonen en werken worden zoveel mogelijk binnenstedelijk gerealiseerd en geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten). Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen zich naar de vraag op basis van de meest actuele cijfers. Uitgangspunt bij dit principe is dat ontwikkelingen zo veel mogelijk binnenstedelijk en –dorps plaatsvinden. De beoogde ontwikkeling vindt plaats in het bestaand bebouwd gebied van Hilversum. Er worden drie nieuwe woningen toegevoegd in het bestaande villagebied. Dit sluit aan bij de visie van de provincie om in te zetten op verdichting. Deze nieuwe ontwikkeling vindt plaats in de kern Hilversum en sluit aan bij de functies en het karakter van de omgeving. De ontwikkeling is dus in overeenstemming met de uitgangspunten uit de omgevingsvisie. 4.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening (geconsolideerde versie januari 2019) In tegenstelling tot de Omgevingsvisie NH2050 is de verordening bindend voor ruimtelijke ontwikkelingen. De PRV is één van de instrumenten waarmee de provincie uitwerking geeft aan haar ruimtelijk beleid.
In de provinciale ruimtelijke verordening (PRV) is geregeld dat bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling de wettelijke toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt gevolgd zoals geformuleerd in het Besluit ruimtelijke ordening. In paragraaf 3.1.2. is geconcludeerd dat de ontwikkeling niet getoetst hoeft te worden aan de ladder voor duurzame ontwikkeling.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Structuurvisie Hilversum 2030 (2015)
In 2015 is de Structuurvisie voor Hilversum vastgesteld waarin de visie in 2030 geschetst wordt. De speerpunten van de gemeente zijn: Goede woongemeente Groen buitengebied Mediastad & creatieve sector Centrumgemeente Stedenbouw en architectuur Voor de beoogde ontwikkeling is vooral de speerpunt 'goede woongemeente' van belang. De visie van de gemeente is om in 2030 een gewilde en aantrekkelijke plaats om te wonen te zijn, waarbij voor elk wat wil is, van dorps en lommerrijk tot meer groen stedelijk en centrumstedelijk. Bij woningbouw ligt de nadruk op consumentgerichtheid, flexibiliteit, aanpasbaarheid en duurzaamheid. In 2030 zijn er tussen de 3.600 en 4.500 woningen toegevoegd, dit beteken teen toename van gemiddeld 200 tot 250 nieuwe woningen per jaar. Daarvan wordt een deel gevonden in het bestaand stedelijk gebied door inbreiding, herontwikkeling van leegstaande panden of vrijkomende locaties. Inpassing in bestaand stedelijk gebied gebeurt met respect voor de stedenbouwkundige kwaliteiten en bestaande woonmilieus. Ook is er in Hilversum aandacht voor stedenbouw. Zo ligt in de beschermde stads- en dorpsgezichten de nadruk op de bescherming van de stedenbouwkundige structuren, de eenheid in het stedenbouwkundig beeld en de combinatie van gebouw en (openbare) ruimte. Het Noordwestelijk Villagebied
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
heeft oorspronkelijke karakteristieken als vrijstaande, individueel vormgegeven villa's op grote, lommerrijke kavels langs gekromde wegen. De beoogde ontwikkeling van drie villa's sluit aan bij de visie van de gemeente. De ontwikkeling ligt in het bestaand stedelijk gebied, en gaat uit van hergebruik van een vrijgekomen perceel, waar momenteel een leegstaand kantoorpand staat. Met de ontwikkeling kan voorzien worden in de woningbehoefte in de gemeente. Ook wordt met het ontwerp rekening gehouden met de stedenbouwkundige inpassing. De woningen zijn individueel vormgegeven villa's die met verschillende rooilijnen op de kavel staan. Ook wordt in het gebruik van materialen en daken aangesloten bij de villa's in de omgeving. 4.3.2
Woonvisie gemeente Hilversum 2016-2020
De woonvisie is door de gemeente Hilversum opgesteld met als doel om als input te dienen vanuit Hilversums perspectief voor de regionale woonvisie. In de begroting van 2016 is, in navolging van de opgave in de Structuurvisie Hilversum 2030, vastgelegd dat Hilversum zich inzet om jaarlijks 200 en vanaf 2018 250 extra woningen te realiseren. In het coalitieakkoord is verder afgesproken om 100 extra sociale huurwoningen te realiseren. De totaal bekende plancapaciteit voor Hilversum bedraagt op dit moment ruim 3.000 woningen en is daarmee ten opzichte van de hierboven geformuleerde kwantitatieve opgave ruim voldoende. Hilversum kiest voor behoud en versterking van haar kwalitatief goede woonklimaat. Om die reden wil Hilversum de haar beschikbare plancapaciteit niet volledig benutten en ruimte houden om per locatie een afweging te kunnen maken voor kwaliteit in termen van dichtheden, kansen voor groen, openbare ruimte, duurzaamheid en (her)gebruik van erfgoed. De ontwikkeling realiseert 3 ruime woning aan de rand van de bestaande villawijk en past hiermee binnen de omgeving. Door middel van een groene inrichting worden de kansen voor de herontwikkeling van deze locatie goed benut. 4.3.3
Groenbeleidsplan Hilversum 2030
Het groenbeleidsplan is opgesteld met als doel 'de verouderde Hilversumse groenbeleidsnota's te herzien tot een actuele nota die al het groenbeleid voor het gehele grondgebied van Hilversum op hoofdlijnen beschrijft'. In het plan is onder andere aandacht voor versterking van de Ecologische Hoofd Structuur (EHS), het veiligstellen van de groenstructuur die het groene imago van Hilversum bepaalt, groen in bouwplannen, de aanpak van de stadranden, versterking van groen in het centrum, kleine groenplannen op buurtniveau en spelen in het groen. Het groenbeleidsplan beschrijft een integraal, samenhangend en geactualiseerd beleid rond het thema groen voor de gehele gemeente. In dit plan wordt de visie op het groen van Hilversum beschreven aan de hand van vijf deelvisies en één totaalvisie: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Landschap en cultuurhistorie; Ecologie en water; Gebruik; Beheer en eigendom; Bomen; Integrale visie op groen.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
Het groen in en rondom Hilversum staat onder druk en de verwachting is dat deze druk de komende jaren verder zal toenemen. Bijvoorbeeld door de toenemende verstedelijkingsdruk, decentralisatie van groenbeleid en bezuinigingen. Dit maakt het noodzakelijk om actief groenbeleid te voeren. Hiertoe zijn vijf speerpunten geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5.
Vastleggen groenbeleid en streefbeelden; Behoud en versterking natuurgebieden in het buitengebied; Verbeteren samenhang tussen stadsrand en buitengebied; Inzetten op kwaliteit en beleving van groen in de stad; Mensen betrekken bij groen en profileren Hilversum als groene stad. Plangebied Er vindt een geringe afname van het (privaat) groen plaats. Voor de ontwikkeling is een inrichtingsplan opgesteld. In paragraaf 5.3.1 wordt hier nader op ingegaan. 4.3.4
Visie noordwestelijk villagebied (2002)
Bij het opstellen van de visie is uitgegaan van de beschermingswaardigheid van het gebied, de kansen en risico's worden benoemd en aangegeven hoe veranderingen/ontwikkelingen kunnen voortbouwen op de karakteristieken van het gebied. Plangebied Voor het plangebied geldt dat de overgang van de villawijk naar het mediapark aandacht krijgt. Verbindingen en doorgaande lijnen dienen voor zover mogelijk te worden hersteld. Door de groene inrichting van het plangebied wordt een rustige overgang naar het mediapark gecreëerd.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
bestemmingsplan Godelindeweg 15
Hoofdstuk 5 5.1
ontwerpplan, versie 1
Ruimtelijk plan
Ruimtelijke structuur
Het voornemen is om op het perceel 3 woningen te realiseren (figuur 5.1). Dit zullen twee geschakelde woningen zijn en één vrijstaande woning. De geschakelde woningen bestaan uit twee bouwlagen met een kap, de vrijstaande woning bestaat uit één bouwlaag met een kap. Stedenbouwkundige inpassing Het perceel is gelegen binnen het beschermd stadsgezicht 'Noordwestelijk Villagebied'. De situering van de beoogde bebouwing past vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk en cultuurhistorisch oogpunt bij het karakter van het villagebied. Gelet op de criteria vanuit het welstandsbeleid wordt een aantal ontwerpprincipes gevolgd. Zo wordt het parkachtige karakter van de villawijk versterkt door het bestaande groen te handhaven en geen harde scheidingen tussen de openbare weg en de woningen op te nemen. Ook is gelet op de afwisselende, gedifferentieerde situering van de gebouwen, dit is toegepast bij de afwisselende afstanden van de rooilijnen van de gebouwen. De situering en bouwhoogte sluiten aan bij de woningen in de omgeving. Door middel van de afstand, situering en bouwhoogte van het plan is geen sprake van aantasting van omliggende functies zoals woningen. Met de beoogde ontwikkeling wordt dus aangesloten op de stedenbouwkundige uitgangspunten uit het aangrenzende bestemmingsplan 'Noordwestelijk Villagebied'.
Figuur 5.1 Verkaveling beoogde situatie (bron: sumarchitecten)
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
De gebouwen worden ten opzichte van de huidige situatie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, naar achteren geschoven en sluiten meer aan op de huidige rooilijnen van naastgelegen wijk.
5.2
Verkeer
Toetsingskader Parkeernota Hilversum 2017: De parkeernormen van de gemeente Hilversum zijn gebaseerd op de gemiddelde parkeerkencijfers van het CROW (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317). De parkeerkencijfers zijn genoemd in bijlage 1 van de parkeernota. Parkeren De parkeerbehoefte is bepaald aan de hand van het voorgenomen programma en wordt voorzien binnen het plangebied. Het parkeerterrein wordt via belendende percelen ontsloten (parkeerterrein Ceintuurbaan en Hoge Naarderweg nr. 199). Op basis van de parkeernormen genoemd in de Parkeernota Hilversum 2017 is de parkeerbehoefte bepaald. Tabel 5.1 Parkeerbehoefte Functie benaming Hoeveelheid Parkeerkencijfer Parkeerbehoefte norm Koop, vrijstaand 1 woning 2,2 per woning 2,2 pp
Vrijstaande woning 2-onder-een-kap Koop, 2-onder-1-kap Totaal
2 woningen
2,1 per woning
4,2 pp 6,4 pp
In totaal zijn er in de toekomstige situatie 7 parkeerplaatsen benodigd om te kunnen voorzien in de normatieve parkeerbehoefte. De parkeerbehoefte wordt binnen het plangebied opgevangen. De bereikbaarheid van de parkeerplaatsen via belendende percelen is gewaarborgd door de afgesloten akte van erfdienstbaarheid. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie op basis van de gemiddelde kengetallen van het CROW (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317), hierbij zijn de kenmerken 'zeer stedelijk' en 'rest bebouwde kom' gehanteerd. De verkeersgeneratie is opgenomen in tabel 5.2. Tabel 5.2 Verkeersgeneratie in mvt/etmaal Functie benaming Hoeveelheid Mvt/hoeveelheid CROW Koop, vrijstaand 1 woning 8,2 per woning
Losstaande woning 2-onder-een-kap Koop, 2 woningen 7,8 per woning twee-onder-een-kap Totaal
Verkeersgeneratie 8,2 mvt/etmaal 15,6 mvt/etmaal 23,8 mvt/etmaal
De verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling bedraagt circa 23,8 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. De verkeersafwikkeling wordt beoordeeld in het drukste uur van de dag, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalwaarde wordt afgewikkeld. Op het drukste moment van de dag zullen de ontsluitende wegen een verkeerstoename van circa 2 mvt ondervinden. Deze verkeerstoename zal naar verwachting geen negatieve gevolgen hebben op de
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
omliggende ontsluitingswegen. Conclusie Het plangebied is goed bereikbaar voor zowel gemotoriseerd verkeer en het fietsverkeer. De parkeerbehoefte wordt voorzien binnen het plangebied. De verkeerstoename is zodanig minimaal dat deze niet tot problemen zal leiden in de verkeersafwikkeling. De aspecten verkeer en parkeren staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg.
5.3
Groen, blauw en natuur
5.3.1
Groen
Voor de beoogde ontwikkeling is een inrichtingsplan opgesteld, zie figuur 5.2. Hierbij is rekening gehouden met de huidige natuurwaarden van het plangebied. Om de waarden in het gebied te waarborgen wordt de dubbelbestemming 'Waarden - Natuur en landschap' overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan.
Figuur 5.2 Inrichtingsplan De gebouwen worden meer naar achteren geplaatst om aan te sluiten op de directe omgeving. Hierdoor ontstaat er een brede groene zone wat meer waarde geeft aan de straat en omgeving. Dit verhoogt de waarde van beleving. De huidige bomenlaan blijft behouden en wordt versterkt door de groene zone. 5.3.2
Blauw
Er is geen oppervlaktewater in het plangebied aanwezig. In paragraaf 5.6.2 wordt nader ingegaan op de watersystemen en de eisen van het waterschap.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
5.3.3
ontwerpplan, versie 1
Natuur
Toetsingskader Bij de voorbereiding van ruimtelijke ontwikkelingen dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met de ruimtelijke onderbouwing mogelijk worden gemaakt. Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Onderzoek Gebiedsbescherming De bouw van de woningen vindt plaats in een woonwijk buiten de ring van Hilversum (dichtbij het Media Park). Het dichtstbijzijnde gebied van Natuurnetwerk Nederland (NNN) bevindt zich op ongeveer circa 650 meter afstand van het plangebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 3,3 km gelegen en betreft het gebied Oostelijke Vechtplassen. Gezien de ligging op korte afstand van een Natura 2000-gebied is een stikstofberekening uitgevoerd die is opgenomen in bijlage 1.
Zowel voor de gebruiksfase als voor de aanlegfase is geen depositiebijdrage zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar berekend. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot significante negatieve effecten. Er is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming vereist. Het plangebied ligt niet in beschermde natuurgebieden. Directe effecten als areaalverlies en versnippering kunnen daarom worden uitgesloten. Gezien de afstand kunnen tevens effecten als verstoring en effecten op de waterhuishouding worden uitgesloten. De ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor de kwalificerende soorten en typen uit Natura 2000-gebieden. Gezien bovenstaande conclusies staat de Wet natuurbescherming 2017 en het beleid van de provincie, de uitvoering van de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
Figuur 5.3 Ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. Natura 2000-gebied (geel gebied)
Figuur 5.4 Ligging plangebied (rode cirkel) tov NNN-gebied
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
Soortenbescherming Voor de beoogde ontwikkeling wordt het huidige kantoorpand gesloopt. In het kader van de Wet natuurbescherming is een quickscan ecologie uitgevoerd (bijlage 2). Uit deze quickscan wordt het volgende geconcludeerd ten aanzien van de verschillende beschermde soorten: Vleermuizen: In het plangebied ontbreken invliegopeningen in het pand. Verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen worden uitgesloten in het pand. Het gebied maakt geen deel uit van een lijnelement en wordt daardoor niet gebruikt als vaste vliegroute van vleermuizen. Als foerageergebied heeft het plangebied geen essentiële functie. In de boom tegen de Godelindeweg bevinden zich meerdere holtes die als paarverblijf dienst kunnen doen. Deze boom ligt langs een drukke weg, waardoor verstoring door verkeer vrijwel continu aan de orde is. De werkzaamheden zullen niet leiden tot dusdanige extra verstoring dat eventueel aanwezige vleermuizen hun paarverblijf zullen verlaten. Wel moet rekening worden gehouden met kunstmatige verlichting. Door overdag te werken wordt dit voorkomen. In de winterperiode zullen vleermuizen vanwege winterrust niet in de holtes zitten, waardoor wel gewerkt kan worden met kunstmatige verlichting. Deze boom blijft behouden voor de beoogde ontwikkeling.
Met inachtneming van het bovenstaande is het uitgesloten dat de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten hebben op vaste rust- en/of verblijfplaatsen, vaste vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen. Grondgebonden zoogdieren: Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten zoogdieren aangetroffen. Deze worden gezien de verspreidingsgegevens en de ligging van het plangebied in stedelijk gebied ook niet verwacht in de toekomst. Voor eventueel aanwezige algemene zoogdieren geldt de zorgplicht. Vaatplanten: Geconcludeerd kan worden dat de aanwezige vaatplanten geen beschermde status hebben en ontwikkelingen niet in de weg staan. Vogels: Het plangebied heeft geen functie voor broedvogels waarvan het nest jaarrond beschermd is. In het gebied zijn geen (overblijfselen van) nesten aangetroffen. Huismussen zijn in het gebied niet gesignaleerd, noch doet het plangebied dienst als (essentiële) foerageerplaats of schuilplaats voor huismussen. Het is echter niet uit te sluiten dat algemene soorten in het plangebied gaan broeden, voor deze soorten geldt de algemene zorgplicht. Amfibieën en reptielen: Beschermde amfibieën en reptielen kunnen op basis van verspreidingsgegevens en biotoop worden uitgesloten.
Vanwege de afwezigheid van de beschermde amfibieën en reptielen zijn nader onderzoek naar het voorkomen van en maatregelen met betrekking tot amfibieën en reptielen niet noodzakelijk. Overige beschermde soorten: Met beschermde ongewervelde diersoorten hoeft op grond van biotoop en verspreidingsgegevens geen rekening gehouden te worden. Natuurinclusief bouwen Uit het veldonderzoek zijn enkele aanbevelingen gekomen voor natuurinclusief bouwen: voor vleermuizen zouden open stootvoegen aangebracht kunnen worden in muren, of vleermuiskasten kunnen worden geplaatst in de spouw of tegen de muur op >2,5 meter hoogte in nieuw te bouwen woningen. Eveneens kunnen vleermuisstenen worden ingemetseld. het planten van bomen en struwelen voor vogels en vleermuizen verdient aanbeveling. Het beste zijn, ecologisch gezien, inheemse bes- en bloemdragende struiken en planten. er kunnen nestpannen of neststenen worden aangebracht ten behoeve van huismussen en gierzwaluwen. voor huismussen blijken uit onderzoek zogenaamde mussenvides (onderste foto's) uitstekend te functioneren als nestplaats. Deze zijn gemakkelijk en relatief
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
goedkoop in te bouwen in nieuwe woningen. Verstedelijking draagt bij aan het verlies van biodiversiteit, maar de bouw biedt ook kansen. Voor sommige dieren zijn onze steden en dorpen zelfs het belangrijkste leefgebied. Daar kan iedereen een steentje aan bijdragen. Met de Checklist Groen Bouwen kan iedere bouwonderneming, architect of projectontwikkelaar zijn projecten en ontwerpen natuurvriendelijker maken. In de aanvraag voor de bouwvergunning worden de toe te passen maatregelen met betrekking tot natuurinclusief bouwen nader uitgewerkt. Conclusie De beoogde ontwikkeling leidt niet tot nadelige gevolgen op beschermde natuurgebieden. Bovendien heeft de beoogde ontwikkeling ook geen effecten op foerageergebieden, rust- of paarplaatsen van beschermde soorten.
5.4
Duurzaamheid en leefbaarheid
5.4.1
Duurzaamheid
Duurzaamheid is een belangrijk vertrekpunt bij de ontwikkeling. De gebouwen worden geïsoleerd zodat deze voldoen aan de standaarden die momenteel geëist worden aan nieuwbouwwoningen. Concreet betekent dit dat gevels een isolatiewaarde van 4,5 RC krijgen en het dak een isolatiewaarde van 6 RC. De woningen worden gasloos. De bouw zal verder geschieden met duurzame materialen. 5.4.2
Leefbaarheid
5.4.2.1 Luchtkwaliteit Toetsingskader Grenswaarden uit de Wet milieubeheer en Besluit niet in betekenende mate (nibm). De grenswaarden van de maatgevende stoffen zijn in tabel 5.3 weergegeven. Tabel 5.3 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van Grenswaarde stikstofdioxide jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ (NO2) fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ 24-uurgemiddelde max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie 25 µg /m³
Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 ìg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
Onderzoek Ter plaatse van het plangebied worden 3 woningen gebouwd. Een dergelijke ontwikkeling valt onder het Besluit niet in betekenende mate onder de categorie woningbouw tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg. Dit betekent dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse en dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. NSL-Monitoringstool Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2016 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs de maatgevende weg 'Godelindeweg' ruimschoots onder de grenswaarden lagen. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. 5.4.2.2 Geluid Toetsingskader De Wgh stelt dat op de gevels van nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals de 3 geprojecteerde woningen, voldaan moet worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde is 63 dB. Toetsing In en direct rondom het plangebied is sprake van 30 km/uur-wegen die wettelijk gezien niet getoetst hoeven te worden aan de Wet geluidhinder. Maar die in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel in het onderzoek zijn betrokken. Tevens ligt ten zuiden van het plangebied de Godelindeweg en de Insulindeweg. Dit zijn wegen met een maximum toegestane snelheid van 50 km/uur. Het plangebied valt binnen de wettelijke geluidzone van deze wegen.
Daarom is akoestisch onderzoek noodzakelijk. Het akoestisch onderzoek is opgenomen in bijlage 3. Resultaten Omdat deze wegen in elkaars verlengde liggen, zijn ze als één weg beschouwd voor de berekening van de geluidbelasting. In tabel 5.4 staan de resultaten. Tabel 5.4 Geluidbelasting in 2028, na aftrek art 110g Wgh Nieuwe woning Type A Type B Type C
Geluidbron Geluidbelasting (in dB) Godelindeweg/Insulindeweg 63 Godelindeweg/Insulindeweg 63 Godelindeweg/Insulindeweg 59
Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting op de 3 nieuwe woningen hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Op twee woningen is de geluidbelasting gelijk aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. De nieuwe woningen beschikken allen over een geluidluwe achtertuin. Hier is de geluidbelasting lager dan 48 dB. Voor de omliggende 30 km/uur wegen is geconcludeerd dat deze geen rol van betekenis spelen in de geluidbelasting. Deze zullen gezien de lage intensiteiten en de relatief grote afstand tot de nieuwe woningen naar verwachting voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
In het beschreven onderzoek is niet expliciet onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van geluidreducerende maatregelen om de berekende geluidbelasting aan de gevel te verlagen. Maar maatregelen om de geluidbelasting vanwege de Godelindeweg/Insulindeweg te reduceren, lijken redelijkerwijs niet mogelijk en/of gewenst vanwege overwegende bezwaren van verkeerskundige of vervoerskundige, stedenbouwkundige en financiële aard. De Godelindeweg heeft een gebiedsontsluitende functie waardoor het niet wenselijk is om deze weg te veranderen. Aangezien de uiterste grenswaarde van 63 dB ten gevolge van het wegverkeerslawaai niet wordt overschreden, is aanvraag van een hogere grenswaarde mogelijk. Conclusie Voor de drie nieuw geprojecteerde woningen wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet Geluidhinder. Het vaststellen van hogere grenswaarden door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum is nodig. Voor de nieuwe woningen dienen hogere waarde van 63 dB respectievelijk 59 dB te worden vastgesteld. Het aspect verkeerslawaai staat de ontwikkeling niet in de weg. De bescherming van de geluidbelasting in geluidgevoelige ruimten is geregeld in het Bouwbesluit 2012. Voor de nieuwe woningen is een binnenwaarde van 33 dB verplicht.
5.4.2.3 Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Voor de afstemming tussen milieugevoelige en milieuhinderlijke functies, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Onderzoek Nabij het plangebied bevindt zich het Media Park, in dit gebied zijn verschillende kantoren en studio's aanwezig. Voor studio's geldt volgens de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering een richtafstand van 30 meter voor een rustige woonwijk (en 10 meter in een gemengd gebied) met betrekking op het aspect geluid. De dichtstbijzijnde studio ligt op een afstand van circa 140 meter en valt hiermee buiten de richtafstand.
Voor bedrijven ten behoeve van media geldt een richtafstand van 10 meter in een rustige woonwijk (en 0 meter in een gemengd gebied) ten behoeve van het aspect geluid. Het dichtstbijzijnde bedrijf ligt op een afstand van circa 35 meter en voldoet hiermee aan de richtafstand.
bestemmingsplan Godelindeweg 15
ontwerpplan, versie 1
Het plangebied wordt getypeerd als een rustige 'woonwijk'. Naast het plangebied bevinden zich twee kantoren. Voor kantoren geldt volgens de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering een richtafstand van 10 meter. Gemeten vanaf de bebouwing tot aan de perceelgrens van de beoogde ontwikkeling bedraagt de afstand circa 13 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand. Verder zijn in de omgeving geen bedrijven aanwezig die een belemmering vormen voor de milieusituatie ter plaatse van het plangebied, of die door de beoogde ontwikkeling worden belemmerd in hun bedrijfsvoering. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de beoogde woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat omliggende bedrijven niet in de eigen bedrijfsvoering worden beperkt.
5.5
Cultuurhistorische waarden
De Nederlandse bodem zit vol met archeologische waarden. Met de ondertekening van het Europese verdrag van Valletta in 1992, een verdrag over behoud en beheer van het archeologische erfgoed, hebben de lidstaten zich tot doel gesteld het bodemarchief te beschermen. Met ingang van 1 september 2007 is het Verdrag van Valletta geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving door middel van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), waardoor het verdrag een juridisch fundament kreeg. Deze wijzigingswet heeft onder meer wijzigingen aangebracht in de Monumentenwet 1988. De Monumentenwet is op 1 juli 2016 deels (met een overgangstermijn tot de Omgevingswet) vervangen door de Erfgoedwet. Deze wet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed. Naast de Monumentenwet vervangt de Erfgoedwet ook andere wetten zoals de Wet tot behoud van cultuurbezit. De Erfgoedwet kent een aantal nieuwe bepalingen. Het gaat om het vaststellen van een gemeentelijke erfgoedverordening en het bijhouden van een erfgoedregister. Ook dienen burgemeester en wethouders het voornemen om hun cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekend te maken. De Erfgoedwet bevat bovendien diverse veranderingen met lokale gevolgen, zoals de vervanging van de landelijke aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten door een rijksinstructie aan gemeenten.