CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeentelijk Onderwijshuisvestingsbeleid (Integraal Huisvestingsplan 2024-2039) - Raadsvoorstel

GEMEENTERAAD 3 april 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Gemeentelijk Onderwijshuisvestingsbeleid (Integraal Huisvestingsplan 2024-2039) (1367100)6.809 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL zaaknummer:

1367100

afdelingsnaam:

Beleid Sociaal Domein

steller:

Nina van Dijk

telefoonnummer

06-34519310

onderwerp:

Gemeentelijk Onderwijshuisvestingsbeleid (Integraal Huisvestingsplan 2024-2039)

Voorstel 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Het Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 vast te stellen. De investeringskredieten beschikbaar te stellen, zoals opgenomen in het financieel overzicht voor de periode 2024-2027. Kennisnemen van het overzicht met voornemens voor de voorzieningen in de onderwijshuisvesting in de periode 2028-2039 met inbegrip van de conclusie dat de gemeente nu geen besluit neemt over deze periode en bijbehorende financiën. Voor de periode 2024-2039 per jaar een extra bedrag ter beschikking te stellen van €182.000,- voor het onderhoud van monumentale schoolgebouwen, €130.000,- voor extra huurkosten en €164.000,- voor personele kosten. De sterretjespost voor betere ventilatie op scholen (coalitieakkoord) à €500.000,- vrij te geven om in te zetten voor de realisatie van het Integraal Huisvestingsplan in de periode 2024-2027. De kredieten jaarlijks te indexeren op basis van de BDB-index overeenkomstig Integraal Huisvestingsplan 2020. De financiële consequenties mee te nemen in de voorjaarsnota 2024 conform beslispunt 2. Een bestemmingsreserve genaamd ‘Onderwijshuisvesting’ in te stellen.

Planning Titel

Integraal Huisvestingsplan 2024-2039

Toelichting

BEELDVORMING

OORDEELSVORMING

BESLUITVORMING

Onderwijshuisvesting

10 januari 2024 & 13 maart 2024

20/27 maart 2024

3 april 2024

Samenvatting

In mei 2020 heeft de gemeenteraad een besluit genomen over een het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting (“IHP”) voor de periode 2020-2035 met de bijbehorende financiën (€ 128.294.000) voor de gehele periode. In lijn met wetgeving én de ‘Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Hilversum 2022’ wordt het IHP elke vier jaar geactualiseerd. Bijlage 1 geeft inzicht in het geactualiseerde IHP 2024-2039. Deze actualisering sluit aan bij de gestelde eisen vanuit de ‘Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Hilversum 2022’ en bevat een vermelding van de voorzieningen in de onderwijshuisvesting in de periode 2024-2027 inclusief de bijbehorende budgetvraag. We maken hiermee de keuze om de financiële kaders voor de aankomende 4 jaar vast te stellen. Tevens geeft het plan een doorkijk naar de periode van 12 jaar volgend op de periode van vier 1

jaar waarvoor dit plan geldt (2028-2039). Hierbij merken we op dat het IHP over vier jaar, in 2027, weer geactualiseerd zal worden en dat het plan dan mogelijk zal wijzigen op basis van de inzichten van dat moment. In 2027 wordt er met de actualisatie van het IHP wederom een investeringsschema vastgesteld voor de opvolgende 4 jaar. De gemeenteraad heeft in 2020 ook besloten over financiën voor projecten in de periode 2024-2035, deze middelen blijven beschikbaar voor onderwijshuisvestingsprojecten. De aankomende 4 jaar, de periode 2024-2027, wordt ca. 20% van het totaal aantal onderwijsgebouwen in Hilversum aangepakt. Zo worden constructiefouten hersteld, worden scholen gerenoveerd, worden er nieuwe scholen gebouwd en worden gymzalen aangepakt. In totaal staan er 22 projecten op het projectoverzicht. Daarvan zijn 8 projecten nieuw ten opzichte van het aantal uit het IHP van 2020 in dezelfde periode. Er is in dit plan sprake van een passende kwaliteit (o.a. binnenklimaat, energie, circulair etc.) en realistische kostenbepaling. We gaan uit van een normbedrag van € 3.488 per m2 Brutovloeroppervlakte (“BVO”). Dat betreft een stijging van €182,- per m2 BVO (5,51%) ten opzichte van het geïndexeerde bedrag conform IHP 2020.

Door te kiezen voor een normbedrag van €3.488,- per m2 BVO is sprake van een toekomstgerichte en realistische kostenbepaling die ook de instemming heeft van de schoolbesturen. Bovendien sluit Hilversum dan in grote mate aan bij de nationale opgaven die er liggen vanuit het klimaatakkoord, grondstoffenakkoord en de benodigde verbeteringen op het gebied van binnenklimaat van scholen. Ook is er is een duidelijke koppeling met de sectorale routekaart voor verduurzaming schoolgebouwen, het programma Frisse Scholen en Scholen op Koers naar 2030. Daarnaast kent de actualisering een aantal extra posten op het gebied van monumentenvergoeding, tijdelijke huisvesting, een stelpost tegen vertraging, IKC-vorming en kosten voor sloop en bouwrijp maken van grond. Dat brengt het geheel van extra investeringskosten voor de uitvoering van het IHP in de periode 2024-2027 op € 32.642.000, - en de totaal benodigde investeringsruimte voor de uitvoering van het IHP in de periode 2024-2027 op € 87.404.000, -. Met de actualisatie wordt de uitvoering van het IHP stabieler, toekomstzekerder en goed aan te sturen vanuit de regieverantwoordelijkheid van de gemeente en de uitvoeringsverantwoordelijkheid van de schoolbesturen. De tabel hieronder geeft inzicht in de kapitaallasten per kalenderjaar en het effect op de exploitatie. Bijlage 2 geeft een uitgebreider financieel overzicht.

Verloop Verloop Effect Totaal Kapitaal- KapitaalOverige kapitaal effect lasten lasten Jaar lasten effecten exploitatie Investering Investering (nieuw -/- exploitatie (- voordeel plan plan oud) + nadeel) (oud) (nieuw) 0 2024 380.000 234.000 -146.000 -1.050.000 -1.196.000 2025 867.000 889.000 22.000 2.821.000 2.843.000 2026 1.531.000 2.867.000 1.336.000 -43.000 1.293.000 2027 2.189.000 3.429.000 1.240.000 -154.000 1.086.000

Totaal exploitatie mutaties met reserve gebruik Bestemmin gsreserve 1.592.000 -1.592.000

396.000 1.251.000 1.293.000 1.086.000

Inleiding

In Hilversum wordt aan 17.000 leerlingen onderwijs gegeven in 63 schoolgebouwen, waaronder een groot aantal monumenten. Een aanzienlijk deel van deze schoolgebouwen is ouder dan 40 jaar. Hoewel leeftijd niet alles zegt, geeft het wel een indicatie voor de matige kwaliteit, beperkte duurzaamheid en de dringende noodzaak om te investeren in deze gebouwen. Kinderen ontwikkelen optimaal in goede schoolgebouwen. Geconfronteerd met veranderende eisen en verwachtingen, staan we voor de 2

uitdaging om achterstallige schoolgebouwen te upgraden naar standaarden van deze tijd. Met dit ambitieuze plan realiseren we de aankomende 4 jaar renovatie en nieuwbouw, zodat steeds meer kinderen onderwijs krijgen in goede schoolgebouwen. Aanleiding actualisatie Vier jaar geleden is het Integraal Huisvestingsplan 2020-2035 (“IHP 2020”) tot stand gekomen. Het IHP is gerealiseerd door een nauwe samenwerking tussen schoolbesturen en de gemeente Hilversum. Zoals het IHP2020 stelt: Dit IHP biedt de gemeente en schoolbesturen een dynamisch beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren Meerjarig Huisvestingsplan. (IHP2020, p.5). Ook het coalitieakkoord ‘Hilversum koesteren 2022-2026’ benadrukt het belang van een blijvende investering in goede onderwijshuisvesting. Periode 2020-2023: terugblik Meerdere projecten uit IHP2020 hebben vertraging opgelopen in de planvorming en uitvoering. Bijvoorbeeld door onvoorziene omstandigheden zoals aanvullende eisen of vertraging in gebiedsontwikkeling op het Arenapark. Het in 2020 vastgestelde IHP ging uit van minimumscenario’s. Dit is niet altijd meest toekomstbestendige oplossing en er is sprake geweest van een scenariowijzigingen. Zoals bij het Montessori Centrum, Villa Vrolik, Paulusschool en de gymzalen voor AT College.

Bij de uitvoering van het IHP 2020 is er een werkwijze ontwikkeld met businesscases en meerdere scenario’s die het opstarten en uitvoeren van ontwikkel- en bouwinitiatieven onnodig complex en tijdrovend heeft gemaakt. Het gevolg is dat de uitvoering van het IHP achterloopt bij de afgesproken planning. Daarnaast zijn zowel gemeente en schoolbesturen het eens dat door de eerder gekozen werkwijze zowel de gemeente als de schoolbesturen te weinig regie hebben op de uitvoering. Daardoor is een integrale aansturing van het onderwijshuisvestingsprogramma niet van de grond gekomen. Voorts kreeg de uitvoering van het IHP2020 te maken met ingrijpende ontwikkelingen. De gevolgen van de coronacrisis en de toestroom van leerlingen door de oorlog in Oekraïne. Dit heeft druk gelegd op de samenwerkingsrelatie waardoor de focus op het meerjarenperspectief van het IHP uit beeld was. Nieuwkomersonderwijs zal in Hilversum echter blijvende aandacht vragen. In het Regionale plan onderwijsvoorzieningen Gooi en Vechtstreek, gepubliceerd in de Staatscourant op 4 juni 2021, is besloten over de zorgplicht die per 1 augustus 2027 ingaat voor de huisvesting van de ISK met ongeveer 300 leerlingen in Hilversum. Wetgeving én de Verordening De taken en verantwoordelijkheden van gemeente en schoolbestuur zijn wettelijk bepaald.

De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het onderwijs. De gemeente is verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. De gemeente heeft sinds het IHP 2020 ook verantwoordelijkheid voor renovatie. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de instandhouding van het schoolgebouw. Op dit moment ligt er een wetsvoorstel om te komen tot een meer planmatige en doelmatige aanpak van onderwijshuisvesting. Het wetsvoorstel zal vrijwel zeker worden aangenomen, want over de uitganspunten en de inhoud van het wetsvoorstel bestaat maar beperkt discussie. Het IHP2024-2039 sluit aan bij ontwikkelingen op het gebied van deze wetgeving. Tevens sluit IHP2024-2039 aan bij de in de ‘Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Hilversum 2022’ gestelde eisen. Urgentie, Toekomstbestendigheid en Regie Om onderwijshuisvesting toekomstbestendig te maken is het noodzakelijk (tevens in lijn met de verordening, naderende wetgeving en beschrijving in IHP2020) om het IHP eens in de vier jaar te actualiseren door te kijken naar de meeste recente ambities op het gebied van onderwijs, naar 3

maatschappelijke ontwikkelingen die het onderwijs raken en naar veranderde wet- en regelgeving. Daarnaast is een actualisatie ook een goed moment om de werkwijze die de gemeente en de schoolbesturen hebben ontwikkeld onder de loep te nemen. Kortom de actualisatie is nodig om een aantal knellende problemen op te lossen en om het IHP transparant, stabiel en toekomstbestendig te maken. Met de actualisatie wordt de uitvoering van het IHP stabieler. Deze actualisatie voorziet in een aanpak om te komen tot de gewenste integrale aanpak voor de lange termijn, waarbij de gemeente de integrale regie heeft en schoolbesturen primair verantwoordelijk zijn voor de realisering van de projecten.

Probleemstelling/doel

Het doel is kwalitatief goede schoolgebouwen voor de kinderen en leerkrachten in Hilversum, zodat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Om tot een samenhangende actualisering te komen hebben de schoolbesturen en de gemeente besloten tot het formuleren van drie ambitielijnen: • • •

Ambitielijn 1 Nieuwe werkwijze gericht op eenvoud, transparantie en gezamenlijkheid Ambitielijn 2 Ruimte geven aan het opgroeien van kinderen Ambitielijn 3 Hilversums kwaliteitskader, cofinanciering en innovatie

De inhoud van de ambities is het gemeenschappelijk resultaat van intensieve gesprekken tussen schoolbesturen en gemeente. De gehanteerde werkwijze om IHP2020 uit te voeren bleek te ingewikkeld en is aan herziening toe. IHP2024-2039 doet daar voorstellen voor (ambitielijn 1). Daarnaast hebben we oog voor de ambities uit het onderwijsveld op het gebied van doorlopende leerlijnen voor kinderen (ambitielijn 2). Verder is het Kwaliteitskader van de VNG vertaald naar de opgave voor Hilversum (ambitielijn 3) en is dit ook financieel doorgerekend. Naast de 3 ambitielijnen kent deze actualisatie ook een aantal hoofdstukken met belangrijke onderwijshuisvestingsopgaven, die van grote invloed zijn op het IHP. We noemen: Het monumentale karakter van schoolgebouwen, de balans tussen leerlingaantallen en huisvestingscapaciteit, aansluiten bij stedenbouwkundige ontwikkeling op het Arenapark, Internationalisering en een strategie voor tijdelijke huisvesting.

Argumenten

1. De nieuwe werkwijze (ambitielijn 1) zorgt voor eenvoud en transparantie. De werkwijze uit IHP 2020 werd als complex ervaren door zowel gemeente als schoolbesturen. Er werd gewerkt met scenario’s die moesten worden voorzien van een business case. Bovendien was in de financiering die was vastgesteld door de gemeenteraad ingezet op het financieel minimale scenario. Dat bleek in de praktijk niet toereikend. De kern van de nieuwe werkwijze is het loslaten van scenario’s waarbij wordt uitgegaan van reëel prijsniveau voor nieuwbouw en renovatie. Bij schoolgebouwen wordt een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd om te bepalen wat de best passende aanpak is: noodzaak voor nieuwbouw of renovatie. De werkelijke kosten voor een schoolgebouw zijn project specifiek (onder andere vorm en locatie-gebonden eisen) en zullen vrijwel altijd afwijken. Door het opnemen van een stelpost voor de eerste 4 jaar à 2,5% van het investeringsbedrag voorkomen we dat de uitvoering wordt vertraagd door onvoorziene tegenvallers. 2. Onderwijshuisvesting in lijn met onderwijsbeleid: ruimte geven aan het opgroeien van kinderen (ambitielijn 2) Vorming van Integrale Kindcentra (“IKC’s) is een landelijke ontwikkeling ingegeven door pedagogische inzichten in het onderwijs, in de kinderopvang en in de politiek.

Ook in Hilversum werken een substantieel aantal besturen van onderwijs en kinderopvang samen aan de (door) ontwikkeling van IKC’s. Het bieden van een rijk dagprogramma met een aansluitende leer- en ontwikkelomgeving vergroot de kansen van kinderen. De organisatie van een IKC gebeurt niet 4

onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Wel vraagt IKC-vorming van de gemeente een ondersteunende rol, met name om integrale benadering vanuit de gemeentelijke organisatie. Door de huisvestingsambities van Hilversum aan te laten sluiten bij de geformuleerde onderwijskundige en sociale ambities wordt het beleid op het gebied van onderwijs versterkt. 3. Het Hilversumse kwaliteitskader is toekomstgericht – frisse scholen B (ambitielijn 3)

De VNG, PO-raad en VO-raad hebben een kwaliteitskader opgesteld voor onderwijshuisvesting. Dit landelijke kwaliteitskader is tot stand gekomen in afstemming met schoolbesturen, gemeenten, het onderwijsveld en professionals. Hierin staat wat gezamenlijk wordt verstaan onder de basiskwaliteit van de schoolgebouwen. Het kwaliteitskader biedt inzicht en houvast voor alle partijen om afspraken te maken over het gewenste kwaliteitsniveau. De kwaliteitscriteria zijn richtinggevend, geen norm. De kaders houden rekening met de wettelijke minimale eisen uit het Bouwbesluit en met de kwaliteitscriteria op het terrein van duurzaamheid, gebruik (functioneel), beleving (architectonisch) en techniek. Het verbindt de bestaande afspraken over duurzaamheid, energie en wettelijke eisen die gelden voor onderwijshuisvesting. Het landelijke kwaliteitskader gaat uit van een basisbedrag (stichtingskosten) van € 2.774, - per m2 BVO. Daarbij gaat de VNG ervan uit dat schoolgebouwen voldoen aan de wettelijke eisen, aangevuld met de minimale eisen om een school redelijkerwijs te kunnen laten functioneren. Naast het bedrag van € 2.774, - noemt de VNG ook aanvullende kosten per thema. Daarbij gaat het om energieneutraal, duurzaamheid, frisse scholen B, ICT, exploitatie, kwaliteit buitenruimte (groene schoolpleinen) en overige kwaliteitseisen op het gebied van toegankelijkheid.

Een keuze voor de extra thema’s betekent een toename van de kosten met €901,- per m2 BVO, waarmee het totale bedrag uitkomt op €3.675,- per m2 BVO. Het kwaliteitskader is een landelijk ontwikkeld model dat als basis dient voor het Hilversumse model. Een belangrijk uitgangspunt in Hilversum is een fris binnenklimaat voor leerlingen. De gemeente Hilversum kiest ervoor om ambities en kwaliteit van onderwijshuisvesting te verhogen t.o.v. IHP 2020 én om de samenwerking met schoolbesturen bij verduurzaming van panden en de financiering hiervan te intensiveren. De aanvullende kosten voor duurzaamheid bieden een mogelijk terugverdieneffect. Dit levert voordeel in de exploitatie van schoolgebouwen op. De aanvullende post uit het kwaliteitskader bedraagt €430,- (van de €910,- totaal aan aanvullende thema’s) en wordt in het Hilversumse kwaliteitskader niet volledig door de gemeente gefinancierd, uitgegaan wordt van €300 i.p.v. €430 per BVO m2. Tevens wordt de uit het 5

landelijke kwaliteitskader aanvullende post exploitatie à €57,- in het Hilversumse model niet vergoed. De aanvullende kosten voor exploitatie dragen bij aan een betere en mogelijk goedkopere bedrijfsvoering van scholen. Het landelijke kwaliteitskader maakt onderscheid tussen een normbedrag voor primair onderwijs (“PO”) en Voortgezet Onderwijs (“VO”). Dat verschil is gebaseerd op de aanname dat VOscholen, gezien hun gemiddelde grootte, een schaalvoordeel hebben ten opzichte van POscholen. We kiezen in Hilversum voor 1 normbedrag voor zowel PO als VO. Wanneer we naar Hilversum kijken zien we deze schaalvoordelen niet in vergelijking met het landelijke beeld. Het normbedrag voor het Hilversumse kwaliteitskader voor PO & VO komt neer op €3.488,- per m2 BVO, prijspeil 2024. Door te kiezen voor een normbedrag van op €3.488,- per m2 BVO is sprake van een toekomstgerichte en realistische kostenbepaling die ook de instemming heeft van de schoolbesturen. Het betreft een stijging van 5,51% (€182,-) per m2 BVO ten opzichte van de door de raad bepaalde vergoeding bij vaststelling van het IHP 2020 (IHP 2020 ging uit van € 2.100 normvergoeding + € 600,- BENG bekostiging + jaarlijkse indexatie op basis van de BDBindex = €3.306,- prijspeil 2024).

Wanneer Hilversum kiest voor dit normtarief sluiten we op het punt van onderwijshuisvesting in grote mate aan bij de nationale opgaven die er liggen vanuit het klimaatakkoord, grondstoffenakkoord en de benodigde verbeteringen op het gebied van binnenklimaat van scholen. Ook is er is een duidelijke koppeling met de sectorale routekaart voor verduurzaming schoolgebouwen, het programma Frisse Scholen en Scholen op Koers naar 2030. 4. Er wordt bij renovatie en onderhoud rekening gehouden met het monumentale karakter van scholen in Hilversum (hoofdstuk 5 IHP) In de gemeente Hilversum bevindt zich een groot aantal scholen die zijn gehuisvest in monumentale gebouwen, wat een unieke uitdaging en hoge kosten met zich meebrengt voor de gemeente en de scholen. Deze monumentale gebouwen zijn van historische en culturele waarde, maar vereisen vaak speciale aandacht en zorg bij renovatie en onderhoud om hun erfgoedwaarde te behouden. Het evenwicht tussen het behoud van deze historische schatten en het voldoen aan de moderne onderwijsbehoeften is in Hilversum punt van aandacht bij renovatie én onderhoud. Voor wat betreft renovatie van monumenten wordt in de begroting uitgegaan van 95% van de nieuwbouwkosten, waarbij bij niet-monumentale panden 70% wordt gerekend voor renovatie. In IHP2020 werd uitgegaan van 91% van de nieuwbouwkosten voor renovatie van een monumentale school.

Het aanpassen van een monumentaal schoolgebouw vraagt altijd om maatwerk. Standaardoplossingen kunnen vaak niet worden toegepast waardoor extra investeringen ten opzichte van reguliere schoolgebouwen noodzakelijk zijn. Uit ervaringscijfers in Hilversum en andere gemeenten blijkt dat het hanteren van 91% van de nieuwbouwkosten doorgaans niet toereikend is. Daarom willen wij voor renovatie van monumentale panden 95% van het nieuwbouwtarief hanteren. Voor wat betreft de bijdrage onderhoud, dat is het reguliere onderhoud voor rekening van de scholen, wordt landelijk gewerkt met de aanname dat het onderhoud aan monumenten gemiddeld 30% duurder is dan onderhoud aan niet-monumentale gebouwen. De gelden die de schoolbesturen ontvangen van het Rijk voor het onderhoud aan monumentale scholen (Materiele Instandhouding) is beperkt en gebaseerd op een modern schoolgebouw. Een bijdrage aan het onderhoud behoort niet tot de gemeentelijke zorgplicht. Echter, scholen zitten al lang in deze schoolgebouwen en zullen daar naar verwachting ook blijven. Bovendien hecht de gemeente Hilversum aan de monumentale waarde en de ruimte voor nieuwbouw is beperkt. Om te voorkomen dat de kwaliteit van deze monumentale panden de komende jaren steeds verder 6

achteruitgaat is door de gemeenteraad bij de vaststelling van het IHP2020 besloten over een financiële tegemoetkoming. Voor het IHP 2024-2039 wordt voorgesteld om het jaarlijks bedrag voor de regeling te zetten op €327.000 per jaar (€182.000,- meer dan reeds begroot). 5. Er is rekening gehouden met balans tussen leerlingaantallen en huisvestingscapaciteit (hoofdstuk 6 IHP) De prognose van leerlingaantallen laat een groei zien. Voor het voortgezet onderwijs wordt in 2042 een groei van 293 leerlingen ten opzichte van 2022 (+3,5 %) verwacht. Voor het primair onderwijs wordt in 2042 een groei van 415 leerlingen ten opzichte van 2022 verwacht (+5,2 %). Voor de groei van de leerlingaantallen is de verwachting dat het absorptievermogen van de bestaande scholen deze op korte en middellange termijn kunnen opvangen. Dit gaan we gemeente breed monitoren, zodat we tijdig kunnen inspelen wanneer dit nodig is. Door schoolbesturen is aangegeven dat zij een mogelijk knelpunt zien in wijk Oost. Niet uitsluitend, maar voor deze wijk in het bijzonder dient in samenhang met alle aanwezige scholen gekeken te worden naar de beschikbare en op termijn benodigde onderwijscapaciteit. Hierbij houden we rekening met het absorptievermogen van bestaande scholen en de gebruiksmogelijkheden die schoolgebouwen die vrij komen te vallen als gevolg van nieuwbouw kunnen bieden. 6.

Er wordt aangesloten bij stedenbouwkundige ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het Arenapark waarmee wordt voorgesorteerd op de verdere ontwikkeling op het gebied van internationaal onderwijs (hoofdstuk 7 IHP) De gemeente Hilversum streeft naar een optimale benutting van de beperkte fysieke ruimte. Waar mogelijk wordt de beschikbare fysieke ruimte multifunctioneel ingezet. Bij onderwijshuisvestingsprojecten zal worden gekeken naar een bredere benutting van de kavel, bijvoorbeeld om opgaven op het gebied van wonen en werken te verbinden. Ook bij gebiedsontwikkelingen wordt het belang van onderwijs voor kinderen meegenomen, bijvoorbeeld op het Sportpark. In juli 2023 heeft de gemeenteraad van Hilversum het nieuwe Stedenbouwkundige Plan Sportpark vastgesteld. Met de ondertitel ‘Sport in elke vezel’ is duidelijk dat het doel is om van het huidige kantorenpark, de sportiefste woon-, werk-, ontspannings- en leerwijk te maken. Er wordt gewerkt aan een stadsdeel met een hoog voorzieningenniveau en de gemeente heeft ‘stevige ambities’ op gebied van mobiliteit, internationaal onderwijs, natuur, economie, sport en horeca.

In het Stedenbouwkundige Plan is een eerste inpassingsstudie opgenomen voor voorzieningen op het gebied van onderwijs en kinderopvang van 9.000 m2 met daarboven een bouwlaag van circa 1.500 m2 met een gemengde functie (zodat dit als flexibele laag gebruikt kan worden, mocht er op termijn meer onderwijs nodig zijn). Er dient medio 2024 invulling te worden gegeven aan deze opgenomen m2, met bijzondere aandacht voor internationaal onderwijs. Dit dient in het licht bezien te worden van de planontwikkelingen op het gebied van internationaal onderwijs. Hierover wordt in 2024 een gesprek georganiseerd met de onderwijsbesturen dat richting moet geven aan de toekomst van internationaal onderwijs in Hilversum. 7. Het projectenoverzicht (hoofdstuk 8 IHP) geeft inzicht in de onderwijshuisvestingsinitiatieven in de periode 2024-2027 Hilversum heeft 60 scholen verspreid over 63 schoolgebouwen (verdeling schoolgebouwen: 40 PO/14 VO/9 (V)SO) die onderdak bieden aan ca. 17.000 leerlingen die zich optimaal willen ontwikkelen in passende schoolgebouwen. Het overzicht van onderwijshuisvestingsprojecten geeft de geplande initiatieven weer voor de periode 2024-2027 in Hilversum. Aan deze actualisatie liggen de eerdere afspraken uit het IHP 2020 ten grondslag, waarin hoog en gemiddeld urgente projecten zijn opgenomen. Ook geeft het overzicht de prioritering van projecten weer.

Het recht op en de noodzaak van een voorziening vanuit onderwijshuisvesting wordt bepaald op basis van heldere criteria die zijn omschreven in de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Hilversum uit 2022. 7

8. Het geactualiseerde IHP is toekomstgericht en geeft daarom een doorkijk naar de voornemens voor de voorziening in onderwijshuisvesting in de periode 2028-2039 (hoofdstuk 9 IHP) Het geactualiseerde IHP beslaat een plan met projecten voor de periode 2024-2027. Daarnaast dienen we op basis van de verordening en het nieuwe wetsvoorstel een doorkijk te geven voor de 12 jaar daarna (2028-2039). Het betreft een vermelding van de voornemens voor de voorziening in de onderwijshuisvesting. Hierbij merken we op dat het IHP over vier jaar, weer geactualiseerd dient te worden en dat het aannemelijk is dat de inzichten wijzigen op basis van de situatie op dat moment. De gemeenteraad heeft in 2020 ook besloten over financiën voor projecten in de periode 2024-2035, dit besluit komt met deze actualisering niet te vervallen. 9. Stabiele aanpak wissellocaties: kostenbeheersing en voorspelbaarheid (hoofdstuk 10 IHP). Wanneer werkzaamheden plaatsvinden bij scholen is het nodig om een tijdelijk alternatief te organiseren waar kinderen onderwijs kunnen volgen. Analyse van de projecten en locaties heeft uitgewezen dat het van strategisch belang is om een wissellocatie in Zuidwest en een in Noordoost Hilversum te gaan gebruiken. Vanwege kostenbeheersing wordt zoveel mogelijk gewerkt met vaste wissellocaties; gebouwen waar onderwijs gegeven kan worden aan verschillende scholen.

Dit kan plaatsvinden door de inzet van gebouwen die al in bezit zijn van de gemeente of aangehuurd worden door de gemeente als onderwijsgebouw, zoals de Jan Blankenlaan, Jan van Ghentlaan, Frans Halslaan en het STER-gebouw dat gereed gemaakt wordt voor onderwijs. Daarnaast zal er omwille van de voortgang van de uitvoering van het IHP 2024-2039 en door excentrische ligging van scholen, in bepaalde gevallen gebruik gemaakt moeten worden van aan te huren of te kopen tijdelijke units. Zoals dat nu ook het geval is voor de Paulusschool aan de Neuweg en Villa Vrolik aan de Harry Banninkstraat. Een hybride variant van vaste wissellocaties, tijdelijke locaties en tijdelijke units is benodigd omwille van kostenefficiëntie, voortgang in de uitvoering van de projecten in het IHP 2024-2039 en om belasting en overlast voor ouders, kinderen en onderwijspersoneel zoveel mogelijk te beperken. Directe nabijheid van wissellocaties ten opzichte van de school die wordt gerenoveerd of nieuwbouw krijgt, heeft sterk de voorkeur. De Jan Blankenlaan wordt de vaste wissellocatie voor het Noordoosten, De Jan Van Ghentlaan wordt de vaste wissellocaties voor het Zuidwesten en het STER-gebouw wordt permanent ingezet om de Taalschool te huisvesten.

Mocht er toch vanwege ruimtegebrek, frictie in tijd of excentrische locaties extra tijdelijke huisvesting nodig zijn, dan wordt dat voor de komende jaren op basis van maatwerk geregeld. 10. De raad is bevoegd om een bestemmingsreserve ‘Onderwijshuisvesting’ in te stellen die grote schommelingen in de lasten per jaar voorkomt. In de periode 2024-2027 zijn diverse incidentele lasten opgenomen, zoals tijdelijke huisvesting en het afwaarderen van boekwaardes. Deze uitgaven zorgen voor schommelingen in de hoogte van de lasten per jaar. Om dit te voorkomen wordt voorgesteld te werken met een bestemmingsreserve om de lasten gelijkmatig over de jaren te verdelen. Volgens artikel 11 van de financiële verordening van de gemeente Hilversum in 2022 heeft de raad de bevoegdheid om een bestemmingsreserve in te zetten. Dit vereist een specifiek doel voor de reserve, informatie over financiering, een maximale reservegrootte en een bestedingsperiode. Bestedingsdoel

Het doen van incidentele uitgaven die gerelateerd zijn aan onderwijshuisvesting, zoals tijdelijke huisvesting en het afwaarderen van boekwaardes. Door de inzet van de reserve worden de lasten gelijkmatig over de jaren verdeeld. 8

Voeding van de reserve Maximale hoogte van de reserve Maximale bestedingstermijn Onttrekking van de reserve

De voeding komt uit de exploitatie van onderwijshuisvesting en bestaat uit een jaarlijkse bijdrage. De hoogte van de reserve is mede afhankelijk van de uitvoering van het IHP 2024-2039. Hierdoor is op voorhand geen maximale hoogte te noemen. Op basis van de huidige planning wordt deze ingeschat op € 4.000.000. De reserve wordt ingesteld op het moment van vaststelling van dit Integraal Huisvestingprogramma en wordt in principe opgeheven na afloop van het IHP 2024-2039. Onttrekking vindt plaats tot de maximale hoogte van de reserve maar niet meer dan maximaal de werkelijk gemaakte extra kosten. Indien van toepassing worden, ondanks hoger begrote onttrekkingen, alleen de gerealiseerde extra uitgaven conform het bestedingsdoel onttrokken. Hogere begrote onttrekkingen leiden zodoende niet tot vrijval van (delen) van de reserve ten gunste van het rekening resultaat. De onttrekkingen zullen met de voorjaarsnota 2024 worden verwerkt in de begroting.

Kanttekeningen

1. Het IHP is opgesteld met duidelijke doelstellingen, prioriteiten en een financieel kader. Echter, in de praktijk kan de uitvoering beïnvloed worden door diverse veranderingen, zoals vertraging van bouwprojecten, de invloed van vertraging op het plan met betrekking tot de tijdelijke wissellocaties, stijging van bouwkosten, demografische veranderingen, en onverwachte gebeurtenissen. Deze veranderingen kunnen leiden tot aanpassingen in de planning en financiering. Het IHP is een dynamisch document dat periodieke evaluatie en herziening vereist om de kloof tussen theorie en werkelijkheid te overbruggen. Het vermogen om te reageren op veranderende omstandigheden en prioriteiten is cruciaal voor een effectieve uitvoering van het plan en om ervoor te zorgen dat de doelstellingen worden behaald ondanks eventuele obstakels die in de praktijk kunnen ontstaan. Dit benadrukt het belang van voortdurende betrokkenheid en aanpassing om de impact van veranderende omstandigheden te minimaliseren en de oorspronkelijke doelstellingen te verwezenlijken. Het beheer van deze veranderende omstandigheden is essentieel om het IHP succesvol te implementeren en de gewenste resultaten te bereiken. 2. De kosten voor onderwijshuisvesting zijn aanzienlijk.

Er zijn diverse mogelijkheden onderzocht om de (jaarlijkse) kosten op het gebied van onderwijshuisvesting te beperken, deze opties zijn zoveel mogelijk in het plan doorgevoerd. Echter niet alle onderzochte opties zijn doorgevoerd in het plan dat voorligt. Gebouwen worden door de gemeente afgeschreven tot een percentage van 15% van de stichtingskosten. Door dit percentage te verhogen voor de gebouwen die zijn opgenomen in IHP2024-2039 naar 25% hoeft er minder afgeschreven te worden. Overwegingen zijn dat circulair bouwen wordt toegepast waarmee te verwachten is dat de restwaarde toeneemt. Het is in lijn met de financiering van 70% van de kosten bij renovatie van nietmonumentale gebouwen. Hierdoor zou het beslag op de gemeentelijke begroting dalen. Dit vraagt nader onderzoek om deze afweging zorgvuldig te maken en past binnen de actualisatie van het gemeentelijk vastgoedbeleid. Een beluit hieromtrent zal op een later moment aan de gemeenteraad worden voorgelegd. 3. De Internationale Schakel Klas Het Gooi (ISK) verzorgt voor de gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek nieuwkomersonderwijs aan 12- tot 18-jarigen op twee locaties: in College de Brink in Laren en in een kantoorpand in Naarden. De inkomsten uit het gemeentefonds voor de gastgemeente dekken de daadwerkelijke kosten van deze regionale voorziening niet.

De verwachting is dat structureel aanvullende financiering door de regiogemeenten nodig is om deze voorziening in onze regio tot stand te houden. De exacte omvang van deze aanvullende 9

kosten zijn (nog) niet bekend en er heeft (nog) regionale besluitvorming plaatsgevonden over de gezamenlijke financiering. De financiële consequentie van een eventueel surplus maakt om deze reden geen onderdeel uit van dit voorstel. 4. De gemeente Hilversum gebruikt 63 gebouwen voor onderwijshuisvesting. 56 gebouwen zijn in eigendom van de gemeente en 7 gebouwen worden gehuurd van diverse partijen. Huurstijgingen zijn aangekondigd en liggen in de lijn der verwachting, de exacte omvang van deze aanvullende kosten zijn (nog) niet bekend. De financiële consequentie ligt om deze reden buiten de scope van dit IHP. 5. Een van de onderwijsgebouwen die niet in bezit is van de gemeente Hilversum wordt gehuurd van Merem Medisch Revalidatie. Merem wil het terrein, waar onder andere De kleine Prins Onderwijsgroep is gevestigd, verkopen. Wanneer de gemeente Hilversum besluit om dit gebouw aan te kopen vraagt dit een investering. De jaarlijkse kapitaallasten wegen naar verwachting op tegen de jaarlijkse huurkosten, het effect op de exploitatiebegroting is dus naar verwachting neutraal. De aankoop van dit schoolgebouw ligt in de lijn der verwachting, de exacte omvang van deze investering is (nog) niet bekend en er heeft (nog) geen besluitvorming plaatsgevonden over de aankoop. De financiële consequentie ligt om deze reden buiten de scope van dit IHP.

Financiën, middelen & capaciteit

Er zit spanning op de kwaliteit van onze gebouwen en de betaalbaarheid, dit is in lijn met het landelijke beeld. De recente brief van de VNG, PO raad en VO-raad aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap benadrukt dit en geeft aan dat er substantieel extra geïnvesteerd zal moeten worden in onderwijshuisvesting door de rijksoverheid. In dit IHP wordt nadrukkelijk samenwerking gezocht met schoolbesturen over de cofinanciering van onderwijsgebouwen. Zoals eerder beschreven is dit een van de uitgangspunten waarop het Hilversumse kwaliteitskader en de bijbehorende vergoeding is gebaseerd. Ook is er contact tussen de gemeente en het onderwijs over helpende regelingen en financieringsconstructies. Te denken valt aan de toekomstige Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed regeling (DuMaVa) die heropent in april 2024 en de Specifieke Uitkering Ventilatie In Scholen (SUVIS). In de context van gemeentelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting is het onderscheid tussen investeringen en exploitatiebegroting van belang. De investeringsbegroting heeft betrekking op de financiële langetermijnplanning voor investeringen in schoolgebouwen die nodig zijn. Hieronder eerst de investeringsbegroting 2024-2027, daarna volgt inzicht in het effect van deze actualisatie op de gemeentelijke exploitatiebegroting.

Bijlage 2 geeft een financieel overzicht van de jaarlijkse financiële lasten en het investeringsoverzicht. Ook zijn de benodigde budgetten voor het IHP inzichtelijk gemaakt. Investeringsbegroting 2024-2027 De totaal benodigde investeringsruimte voor de uitvoering van in periode 2024-2027 bedraagt € 87.404.000, - voor de periode van 4 jaar.

Totaal benodigde investeringsruimte voor de uitvoering van het IHP in de periode 2024-2027

Bedrag € 87.404.000, -

Op 6 mei 2020 heeft de gemeenteraad een besluit genomen waardoor €128.294.000,investeringsruimte ter beschikking is gesteld voor de uitvoering van het IHP 2020. Tevens is destijds besloten om jaarlijkse indexatie op de basis van de BDB-index toe te passen.

10

Sinds IHP2020 zijn kosten gemaakt voor uitvoering van projecten. Ook waren voor de periode 2020 – 2023 investeringen gepland die niet volgens plan zijn gerealiseerd. Hierdoor resteert uit 2020-2023 nog €13.457.000,- budget dat we in de periode 2024-2027 inzetten. Tevens is een eenmalige sterretjespost a €500.000,- uit het coalitieakkoord beschikbaar voor de verbetering van de ventilatie op scholen. En er is reeds €250.000 beschikbaar voor de renovatie van het STER-gebouw. Het totaalbedrag dat reeds beschikbaar is gesteld voor de uitvoering van IHP 2024-2027 bedraagt € 54.762.000, -.

Beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het IHP2020-2035 Waarvan beschikbaar voor de uitvoering van projecten in periode 2024-2027 (Besluit IHP2020 + jaarlijkse indexatie – uitgaven) + €250.000 renovatie STER-gebouw + €500.000 sterretjespost voor betere ventilatie op scholen (coalitieakkoord)

Bedrag € 128.294.000, € 54.762.000, -

Om de projecten in de periode 2024-2027 uit dit IHP te realiseren is de reeds door de gemeenteraad beschikbare investeringsruimte voor deze periode niet toereikend. Er is een tekort van € 32.642.000, voor de periode 2024-2027. Het tekort komt voor uit: 1. Toepassen van het Hilversumse kwaliteitskader op projecten We gaan uit van realistische bedragen passend bij de ambities en hanteren het in hoofdstuk 4 beschreven Hilversumse-kwaliteitskader voor de projecten die zijn beschreven in hoofdstuk 8. Er wordt gekozen voor dezelfde vergoeding voor zowel PO als VO en gaan uit van een normbedrag van € 3.488, - per m2 BVO. Het betreft een stijging van 5,51% (€182,-) per m2 BVO ten opzichte van de door de raad bepaalde vergoeding bij vaststelling van het IHP 2020 (IHP 2020 ging uit van € 2.100 normvergoeding + € 600,- BENG bekostiging + jaarlijkse indexatie op basis van de BDBindex = €3.306,- prijspeil 2024). Dit leidt tot een totaalbedrag € 3.953.000,- voor de periode 2024-2027. 2. Door schoolbesturen nieuw aangedragen projecten of gewijzigd t.o.v. IHP2020 We sluiten met de financiën aan bij het projectoverzicht uit hoofdstuk 8. Er zijn 9 nieuwe projecten opgenomen in het projectoverzicht voor de periode 2024-2027 t.o.v. IHP 2020. Bij de samenstelling van het IHP2020 waren bijvoorbeeld nog niet alle projecten in beeld, zijn uitgangspunten gewijzigd of is er sprake van leerling toename.

Dit leidt tot een totaalbedrag € 20.857.000, - voor de periode 2024-2027. 3. Redelijke vergoeding bij renovatie van monumenten We sluiten met de financiën aan bij het monumentale karakter van schoolgebouwen zoals in hoofdstuk 5 beschreven. Voor wat betreft renovatie van monumenten wordt in de begroting uitgegaan van 95% van de nieuwbouwkosten, waarbij bij niet monumentale panden 70% wordt gerekend voor renovatie. In IHP2020 werd uitgegaan van 91%. Dit leidt tot een totaalbedrag € 1.024.000, - voor de periode 2024-2027. 4. Investeringskosten voor de tijdelijke huisvestingsstrategie We sluiten met de financiën aan op de tijdelijke huisvestingsstrategie zoals beschreven in hoofdstuk 10. Er dient rekening gehouden te worden met extra investeringskosten voor de aanpassingskosten en mogelijke aanhuur van wissellocaties. Er dient ook rekening gehouden te worden met de exploitatiekosten voor de aan te huren/kopen tijdelijke units voor onderwijshuisvesting, verhuiskosten en mogelijk benodigd leerlingenvervoer voor gymonderwijs. Dit leidt tot een totaalbedrag van € 1.000.000 (investeringen) en € 218.000 (minder exploitatie) (extra exploitatie) in periode 2024-2027. 11

5. Invoering van een stelpost die vertraging tegengaat en onvoorziene prijsverhoging kan opvangen We sluiten met de financiën aan bij ambitielijn 1 (hoofdstuk 2) door het opnemen van een stelpost. De werkelijke kosten voor een schoolgebouw zijn project specifiek (onder andere vorm, locatie-gebonden eisen) en zullen vrijwel altijd afwijken van het kwaliteitskader. De werkelijke kosten bevinden zich in een indicatieve bandbreedte van -/- 5% en + 10% ten opzichte van het referentiebedrag. Er wordt een stelpost ingericht voor de periode 2024-2027 ter hoogte van 2,5%. Deze afwijkingspercentages zijn, evenals het kwaliteitskader, berekend door een onafhankelijk kennisinstituut voor bouwkosten (Bouwkosten Database ‘BDB’) Dit leidt tot een totaalbedrag € 2.096.000, - voor de periode 2024-2027. 6. Stelpost IKC-vorming We sluiten met de financiën aan bij de ambitie 2 (hoofdstuk 3). We onderzoeken de mogelijkheden voor IKC-vorming en creëren een stelpost à € 500.000, - om te kunnen schakelen wanneer IKC-vorming mogelijkheden biedt. In het bedrag is uitgegaan van een nieuwbouwproject met 1 lokaal van 115 m2 per 9 groepen. We gaan uit van het normbedrag per m2. We gaan er in de exploitatie van uit dat de kapitaallasten van de investering in IKC worden gedekt door marktconforme huurvergoeding.

Daarnaast zal een bedrag moeten worden in gezet om dit projectmatig uit te werken en de nota huur/verhuur op te stellen. 7. Stelpost Bouwrijp en sloopkosten bij nieuwbouw/uitbreiding In IHP2020 is financieel geen rekening gehouden met de kosten van het bouwrijp maken van locaties en eventuele sloopkosten bij nieuwbouw. De kosten hiervoor zitten ook niet in het nieuwe normbedrag. Deze kosten komen voor rekening van de gemeente. Om te voorkomen dat er vertraging optreedt vanwege ontbrekende dekking hanteren wij een stelpost van € 1.000.000, - in periode 2024-2027. 8. Scenariowijzigingen t.o.v. IHP2020 Diverse projecten, die reeds stonden opgenomen in IHP2020, hebben in het nieuwe IHP20242039 andere uitgangspunten. Een voorbeeld is de wijzing van scenario van uitbreiding naar renovatie van het gehele schoolgebouw. Een ander voorbeeld is de wijziging van scenario van renovatie naar nieuwbouw. Dit leidt tot een totaalbedrag € 2.212.000, - in periode 2024-2027.

Opbouw gevraagde investeringsruimte 1. 2. 3. 4. 5.

Toepassen van het kwaliteitskader op projecten Nieuwe en gewijzigde projecten Vergoeding renovatie van monumenten Investeringen tijdelijke huisvestingsstrategie Invoering van een stelpost die vertraging tegengaat en onvoorziene prijsverhoging kan opvangen 6. Stelpost IKC-vorming 7. Stelpost Bouwrijp en sloopkosten bij nieuwbouw/uitbreiding 8. Scenariowijzigingen Totaal:

Bedrag € 3.953.000, € 20.857.000, € 1.024.000, € 1.000.000, € 2.096.000, € 500.000, € 1.000.000, € 2.212.000, € 32.642.000, -

12

Effecten op de exploitatiebegroting 2024-2027 Met de jaarlijkse vaststelling van het Investeringsprogramma (OHP) wordt het investeringskrediet voor Onderwijshuisvesting beschikbaar gesteld door de Raad. Deze investeringen leiden tot kapitaallasten (rente en afschrijving) die ten laste komen van de exploitatiebegroting. De exploitatiebegroting betreft de financiële planning voor de jaarlijkse baten en lasten van de gemeente. De uitgaven voor onderwijshuisvesting staan in taakveld 4.2. De belangrijkste uitgaven zijn deze kapitaallasten. Daarnaast moet rekening worden gehouden met: 1. Exploitatiekosten voor de tijdelijke huisvestingsstrategie in de periode 2024-2027 We sluiten met de financiën aan op de tijdelijke huisvestingsstrategie zoals beschreven in hoofdstuk 10. Er dient rekening gehouden te worden met de exploitatiekosten voor de aan te huren/kopen tijdelijke units voor onderwijshuisvesting, verhuiskosten en mogelijk benodigd leerlingenvervoer voor gymonderwijs. Zoals hierboven beschreven dient ook rekening gehouden te worden met investeringskosten voor de aanpassingskosten en mogelijke aanhuur van wissellocaties. Dit leidt tot een totaalbedrag van € 1.000.000 (investeringen) en € 218.000 (minder exploitatie) in periode 2024-2027. 2.

Vergoeding onderhoud monumenten in de periode 2024-2039 We sluiten met de financiën aan bij het monumentale karakter van schoolgebouwen zoals in hoofdstuk 5 beschreven. Voor wat betreft renovatie van monumenten ondersteunt de gemeente Hilversum scholen in de periode 2021-2023 met €145.000,- per jaar en van 2024-2039 voor in totaal een gemaximeerd bedrag van €327.000,- per jaar. Dit is €182.000,- per jaar meer dan de €145.000,- waarover reeds is besloten bij IHP2020. 3. Extra huurkosten in de periode 2024-2039 Om het aantal thuiszitters te verminderen is er een nieuwe voorziening gecreëerd bij de Kleine Prins. Daarom is het nodig om een extra gebouw aan te huren. Dit leidt tot een totaalbedrag €130.000,- per jaar. 4. Haalbaarheidsonderzoeken en vaststelling aantal m2 BVO per schoolgebouw in 2024 en 2025 In lijn met ambitielijn 1 zullen haalbaarheidsonderzoeken worden uitgevoerd voor een aantal projecten om te bepalen of renovatie of nieuwbouw de beste optie. Ook zal een meting plaatsvinden om het werkelijk aantal m2 BVO per schoolgebouw vast te stellen. Dit leidt tot een totaalbedrag €40.000,- per jaar in 2024 en 2025. 5. Personele kosten in de periode 2024-2039 Voldoende personele capaciteit is een belangrijke randvoorwaarde voor de uitvoering van het IHP. Tijdens IHP2020 is besloten over tijdelijke extra formatie van 2FTE tot medio 2025.

Gezien de opgave uit dit IHP is het noodzakelijk om deze plaatsen structureel in te vullen. Dit leidt tot een totaalbedrag € 164.000, - per jaar.

Extra benodigde exploitatieruimte 1. Vergoeding onderhoud monumenten in de periode 2024-2039 2. Extra huurkosten in de periode 2024-2039 3. Haalbaarheidsonderzoeken en vaststelling aantal m2 BVO per schoolgebouw in 2024 en 2025 4. Personele kosten in de periode 2024-2039

Bedrag € 182.000, - per jaar € 130.000, - per jaar € 40.000, - per jaar € 164.000, - per jaar

13

Uitvoering

In lijn met de ‘Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Hilversum 2022’ artikel 6 lid 3 zal het IHP jaarlijks worden geëvalueerd in samenwerking met de schoolbesturen. Over 4 jaar zal het IHP weer worden geactualiseerd. De nieuwe werkwijze zal wettelijk verankerd worden in de verordening die moet worden geactualiseerd. In 2024 zal de nieuwe VNG-modelverordening worden gepubliceerd. De bestaande Hilversumse verordening wordt dan aangepast aan de relevante bepalingen van de nieuwe modelverordening en aan nieuwe beleidslijnen van de gemeente Hilversum. Tevens nemen we dan in de verordening aankomende wetswijzigingen mee die oog hebben voor renovatie als formele status voor onderwijshuisvesting. De gemeenteraad zal in 2024 besluiten over de aangepaste verordening. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera

dr. ir. G.M. van den Top

Bijlage(n) 1. 2. 3.

Integraal Huisvestingsplan 2024-2039, Regie op Onderwijshuisvesting Financieel overzicht Raadsbesluit Gemeentelijk Onderwijshuisvestingsbeleid (Integraal Huisvestingsplan 24-39)

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=1088d09b-a15a-484a-9acf-5c48d00bd243