CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeente Hilversum - Accountantsverslag 2021 (toegevoegd 22 juni 2022)

GEMEENTERAAD 6 juli 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Jaarstukken 2021 Resultaatbepaling (1110428)12.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Accountantsverslag 2021 Gemeente Hilversum

Aan de raad van de gemeente Hilversum Postbus 9900 1201 GM HILVERSUM

Onderwerp Accountantsverslag 2021 Datum 21 juni 2022 Kenmerk 312018008.22.212

Geachte leden van de raad, Wij hebben de controle van de jaarrekening 2021 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Hilversum is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 20 juni 2022 hebben wij onze bevindingen met de wethouder financiën en het CMT besproken en op 23 juni 2022 bespreken wij onze controlebevindingen met de Audit en Rekeningcommissie. Bij de jaarrekening 2021 hebben wij op 21 juni 2022 een goedkeurende controleverklaring afgegeven, zowel voor het aspect getrouwheid als voor het aspect rechtmatigheid. Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2020. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.

Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag (de was getekend-versie) te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. Was getekend: A. Booij RA

ValidSigned door A. Booij RA op 21-06-2022 Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.

Inhoudsopgave

Contact

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 2 De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag: Arie Booij

2. Financiële positie en resultaat ................................................. 7 3. Bevindingen eindejaarscontrole ............................................. 12

Tel: 06 – 1509 2689

4. Interne beheersing ................................................................ 28

Arjan Sallehart

5. Overige aangelegenheden ..................................................... 33

Tel: 06 – 1509 2694 Jan Scholten Tel: 06 – 2832 1383

1.

Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij

312018008.22.212 - 1

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle

Met de opdrachtbevestiging van 20 augustus 2021 (kenmerk 312018008.21.238) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2021. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeente Hilversum. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle wordt verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het Controleprotocol 2019 – 2022 welke is vastgesteld door de gemeenteraad op 29 januari 2020 en de Regeling Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2021. Tijdens de uitvoering van de oorspronkelijke controleplanning hebben zich geen wijzigingen van materieel belang in de reikwijdte voorgedaan. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2021 voldoende voor de doelstelling van onze controle.

Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het vastgestelde controleprotocol

De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben, sluit aan op het Controleprotocol 2019 – 2022 welke is vastgesteld door de gemeenteraad op 29 januari 2020. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (het Bado). In uw controleprotocol heeft u geen lagere marges vastgesteld. De bij onze controle van de jaarrekening 2021 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve:

Bron: jaarrekening 2021 Goedkeuringsmaterialiteit

Fouten

Onzekerheden

€ 3.030.000

€ 9.090.000

De gemeenteraad heeft in het controleprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 125.000.

312018008.22.212- 2

Onze aanpak is gericht op risico’s

Voor de jaarrekeningcontrole 2021 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

De waardering van de vordering op de GEM Crailo B.V. in verband met de uitgestelde betalingsverplichting van de GEM. De voortgang van de investeringsplanning en beheersing van investeringskredieten. Voortgang en status ontwikkeling grondexploitaties: Financiële ontwikkeling Anna’s Hoeve Waardering en presentatie van eventuele nieuw geopende grondexploitaties in 2021. Naleving van de (Europese) aanbestedingsregels, mede in relatie tot fouten in voorgaande jaren (2020 € 541.000). Het beheer van vorderingen (uitvoering invorderingsbeleid en bepaling voorziening oninbaarheid). De verantwoording en waardering van voorzieningen in relatie tot de aanwezigheid van actuele onderbouwingen (vanwege schattingselementen). “Veronderstelde risico’s” vanuit de voorschriften voor de accountantscontrole. Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces en de opbrengstverantwoording. De specifieke aandacht voor deze risico’s is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor de gemeente Hilversum. De uitvoering van de Tozo in 2021, waaronder de werking van het M&O-beleid. Risico’s en onzekerheden in het sociaal domein, waaronder de afwikkeling van de over boekjaar 2020 gerapporteerde onzekerheden (€ 481.000) rondom de prestatielevering Wmo en Jeugd.

De verantwoording van lasten (investeringen, w.o. SAAS-oplossingen versus exploitatie en juiste boekjaar) en baten (juiste boekjaar) De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. De actualisatie van de (fraude-)risicoanalyse. De voortgang en status van de (noodzakelijke en gewenste) verbeteringen met betrekking tot de kwaliteit van de interne beheersing in relatie tot de af te geven collegeverklaring rechtmatigheid (over boekjaar 2022).

Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘belangrijke bevindingen’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.

312018008.22.212 - 3

Aandachtspunten Raad en Audit- en rekeningcommissie

Op 26 oktober 2021 hebben wij, in een pre-auditmeeting, de focus van de controle 2021 met de Audit- en rekeningcommissie afgestemd. Op basis van de uitkomsten van deze bespreking, de aandachtspunten uit voorgaande controles en de actuele ontwikkelingen zijn de speerpunten voor de uitvoering van onze controle over het jaar 2021 bepaald. U heeft ons voor het jaar 2021, in aanvulling op de hiervoor opgenomen onderwerpen, verzocht om specifiek aandacht te besteden aan de volgende punten: ▪ ▪ ▪

De grip op de verbonden partij GEM Crailo B.V., inclusief de beoordeling van de potentiële risico’s en de verwachte resultaatontwikkeling. Verantwoording en waardering van de grondexploitatie Stationsplein. De voortgang van de realisatie van grote projecten.

Over een aantal onderwerpen hebben wij u reeds in onze managementletter gerapporteerd (waaronder de GEM Crailo en de grondexploitatie Stationsplein). In dit accountantsverslag informeren wij u onze aanvullende bevindingen over deze onderwerpen en de voortgang van de realisatie van de grote projecten.

De baten en lasten, alsmede Op basis van uw accountantsprotocol hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente gecontroleerd. Hierbij zijn geen materiële bijzonderheden geconstateerd. Op de programma’s 1. Wonen en leven, 4. Bestuur en 5. balansmutaties, zijn in Financiën en grondexploitaties is sprake van een overschrijding van de begroting (lasten). Deze begrotingsrechtmatigheidsfouten materiële zin rechtmatig werken echter niet door in ons rechtmatigheidsoordeel. Daarnaast is sprake van fouten als gevolg van niet rechtmatig aanbestede contracten voor een bedrag van € 518.500. De aanbestedingsfouten waren intern reeds geconstateerd door de Interne Audit Functie (IAF). Onze conclusie is op basis van voorgaande derhalve dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties, in materiële zin, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2021.

De jaarrekening voldoet aan het BBV

Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Hilversum. Daarnaast vereisen zij van het college van burgemeester en wethouders het toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn. De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Hilversum zijn uiteengezet in de jaarstukken in onderdeel 5.2.1 ‘Waarderingsgrondslagen”. In de jaarrekening 2021 hebben zich ten opzichte van 2020 geen wijzigingen van materieel belang voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die een aanzienlijke invloed hebben gehad op de baten en lasten en/of de financiële positie van de gemeente. Wij hebben het door het college van burgemeester en wethouders toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, 312018008.22.212 - 4

de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het BBV (Besluit begroting en verantwoording).

Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken

Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.

Goedkeurende controleverklaring

Wij zijn van oordeel dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2021 als van de activa en passiva van de gemeente Hilversum op 31 december 2021 geeft in overeenstemming met het BBV. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2021 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder de verordeningen van de gemeente, opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader, welke ter kennisgeving met de raadsinformatiebrief van 13 januari 2022 aan de raad is aangeboden. Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de raad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door voorzitter en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.

312018008.22.212 - 5

2.

Financiële positie en resultaat

312018008.22.212 - 6

2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt in absolute en relatieve zin af

In het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten 2021 bedraagt € 2.578.000 nadelig. Per saldo is tussentijds € 4.166.000 aan de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2021 € 1.587.000 voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen.

Eigen vermogen (in € 1.000)

2021

2020

2019

2018

2017

Eigen vermogen per 1 januari

77.757

80.155

92.350

96.048

98.096

-/- 6.928 -/- 11.104

-/- 9.324

-/- 7.797

-/- 1.091

3.650

5.747

-/- 2.699 -/- 12.195

-/- 5.674

-/- 2.049

Tussentijdse resultaatbestemming

-/- 4.166

Gerealiseerd resultaat (-/- = nadelig)

1.587

Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)

-/- 2.579

4.229

Rechtstreekse vermogensmutatie i.v.m. verantwoording revolverende fondsen Eigen vermogen per 31 december

1.976

74.878

77.457

80.155

92.350

96.048

NB: door afronding op € 1.000 kunnen geringe afrondingsverschillen of afwijkingen van de jaarstukken ontstaan.

De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2021 circa 22 % van het balanstotaal (2020: circa 23 % van het balanstotaal). Zowel in absolute als in relatieve zin is het vermogen dus gedaald.

312018008.22.212 - 7

De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de stortingen in en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw gemeenteraad. De algemene reserve is per saldo voor € 2.694.000 aangewend voor: ▪ Bestemming resultaat 2020 € 2.532.000 ▪ Corona herstelagenda (per saldo) € 162.000 De bestemmingsreserves nemen per saldo met € 2.757.000 toe, waarvan een belangrijk deel ook verband houdt met coronasteunpakketten. In de toelichting op balans (paragraaf 5.2.5) bij het onderdeel eigen vermogen van de jaarrekening alsmede in het onderdeel Staat van reserves (paragraaf 5.4) geeft het college een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2021. Wij verwijzen u naar deze toelichting.

Resultaat 2021 is beïnvloed door reservemutatie(s)

Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Hilversum ook het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse stortingen in reserves. De stortingen in dan wel onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende: Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten

291.696

Totale lasten

294.275

Gerealiseerde saldo van baten en lasten (nadelig)

-/- 2.579

Af: stortingen in reserves

9.136

Bij: onttrekkingen aan reserves

13.301

Saldo mutaties reserves

4.166

Gerealiseerd resultaat (voordelig)

1.587

312018008.22.212 - 8

De exploitatie over 2021 laat een nadelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 2.579.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van € 7.199.000 nadelig. Het werkelijke resultaat valt derhalve voor een bedrag van € 4.620.000 minder nadelig uit. Het gerealiseerde voordelig resultaat ad € 1.587.000 is afzonderlijk op de balans opgenomen onder het eigen vermogen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. Wij verwijzen u hiervoor naar hoofdstuk 4.2. Voor de verschillenanalyse verwijzen wij u tevens naar de toelichting op de programmaverantwoording (onderdeel “Financiële analyse”) waarin per thema de belangrijkste verschillen nader zijn geanalyseerd. Het nadelige resultaat 2021 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen.

In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is in hoofdstuk 4.3 inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting.

Het college van burgemeester en wethouders kwalificeert het weerstandsvermogen als uitstekend om de onderkende risico’s af te kunnen dekken

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing) heeft het college bepaald op € 64,3 miljoen. In 2020 bedroeg deze € 82,2 miljoen. De beschikbare weerstandscapaciteit is derhalve gedaald ten opzichte van 2020, wat hoofdzakelijk het gevolg is van de nieuwe berekeningsmethodiek om de beschikbare weerstandscapaciteit te berekenen. Op basis van de Nota Financieel Beleid 2022 worden bestemmingsreserves (deze bedragen € 10,6 miljoen, toegelicht in 5.4 Staat van reserves van deze jaarstukken) en de onbenutte belastingcapaciteit niet meer in meegerekend. Daarnaast geeft het college in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing inzicht in de “potentiële” weerstandscapaciteit. Hierbij geeft het college aan dat de potentiële weerstandscapaciteit niet direct beschikbaar is, maar dat deze wel inzicht geeft in de ruimte die er is om de beschikbare weerstandscapaciteit te verhogen. Dit kan van belang zijn om u te ondersteunen bij het maken van toekomstige keuzes waarbij sprake kan zijn van grote financiële risico’s.

Naar onze mening draagt dit bij aan de kwalitatieve en kwantitatieve beoordeling van uw financiële speelruimte en risicoprofiel op financieel-strategisch gebied. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft het college een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s. In Hoofdstuk 9 van de jaarstukken worden deze inhoudelijk verder uitgewerkt. Deze cumuleren voor 2021 tot een bedrag van € 3,5 miljoen (2020: € 3,7 miljoen). Ten opzichte van 2020 is sprake van een daling van de gekwantificeerde risico’s. De inventarisatie van risico’s geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, om zo de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen. Daarbij wordt een inzicht gegeven in de (naar de inschatting van het college) belangrijkste risico’s voor uw gemeente. Ook zijn de aan deze risico’s gekoppelde beheersingsmaatregelen opgenomen en wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op nieuw gedefinieerde en gewijzigde risico’s in de top van grootste risico’s. 312018008.22.212 - 9

In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing en hoofdstuk 9 zijn de toelichting op het risicoprofiel, de top 10 risico's en de ontwikkelingen in het risicoprofiel opgenomen. De doorontwikkeling van het risicomanagement in de gemeente is vanaf het 2020 geïntensiveerd. Om de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing compacter en leesbaarder te maken, is meer op hoofdlijnen in deze paragraaf gerapporteerd en zijn gedetailleerdere risico’s in een bijlage (hoofdstuk 9 van de jaarstukken) opgenomen. De focus van risicomanagement binnen de gemeente is daarmee verschoven van de details van individuele risico’s naar een overkoepelende blik op en analyse van het risicoprofiel. Dit maakt de ingezette ontwikkeling van risico-inventarisatie naar strategisch risicomanagement transparanter. Ten behoeve van de jaarstukken 2021 heeft het college ingeschat dat, op basis van de geactualiseerde risicoanalyse, het benodigde weerstandsvermogen € 3,5 miljoen bedraagt (kwantificering van het optreden van de meest waarschijnlijke risico’s). Ten opzichte van de beschikbare weerstandscapaciteit (deze is door het college vastgesteld op € 64,3 miljoen) kwalificeert het college het weerstandsvermogen in de jaarstukken 2021 als “uitstekend”.

Voor meer gedetailleerde informatie over uw weerstandspositie, de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan verwijzen wij u naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing en hoofdstuk 9 van uw jaarstukken 2021. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.

312018008.22.212 - 10

3.

Bevindingen eindejaarscontrole

312018008.22.212 - 11

3. Bevindingen eindejaarscontrole Sloopkosten GAK kunnen impact hebben op waardering van de grondexploitatie Stationsgebied

Op de balans zijn per 31 december 2021 onder de immateriële vaste activa kosten van onderzoek en ontwikkeling (voorbereidingskosten) geactiveerd voor een bedrag van in totaal € 877.000. Hiervan heeft € 843.000 betrekking op de sloopkosten van het voormalige GAK-gebouw. Op de geactiveerde kosten wordt vooralsnog niet afgeschreven, omdat u voornemens bent deze kosten in te brengen in grondexploitatie Stationsgebied. Het Bbv staat het activeren van voorbereidingskosten toe, wanneer voldaan wordt aan de volgende voorwaarden uit de notitie grondexploitatie van de commissie Bbv: 1. de kosten moeten passen binnen specifieke (wettelijke) definities; en 2. de kosten mogen maximaal 5 jaar geactiveerd blijven staan onder de immateriële vaste activa; na maximaal 5 jaar moeten de kosten hebben geleid tot een actieve grondexploitatie en kunnen dan daarin worden ingebracht, dan wel worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat; en 3. plannen tot ontwikkeling van de grond waarvoor de voorbereidingskosten worden gemaakt, moeten bestuurlijke instemming hebben, blijkend uit een raadsbesluit. De sloopkosten van het voormalige GAK-gebouw zijn in 2019 geactiveerd. Dat houdt in dat uiterlijk 2023 de kosten ten laste van de grondexploitatie Stationsgebied gebracht moeten worden, ofwel alsnog ten laste van het resultaat gebracht moeten worden.

In de jaarrekening 2021 is de grondexploitatie Stationsgebied inmiddels geopend. Omdat het college hier een verlies voorziet, is een voorziening ter grootte van € 345.000 getroffen. Mocht het financiële beeld van deze exploitatie niet veranderen, dan dient bij inbreng van de geactiveerde sloopkosten in de grondexploitatie Stationsgebied, de verliesvoorziening aangevuld te worden.

Jaarlijks wordt gespaard om de kosten van gerealiseerde investeringen in de riolering te kunnen dekken. Het resultaat hiervan is dat Saldo spaarvoorziening riolering nog niet toereikend investeringen in het GRP niet geactiveerd worden en de kapitaallasten (positief effect op tarief) lager zijn. Uiteindelijk is het de bedoeling dat een “ideaalcomplex” ontstaat, waarbij de jaarlijkse investeringsuitgaven en het spaarbedrag aan elkaar gelijk zijn. om gerealiseerde investeringen te dekken In de jaarrekening 2021 is de geraamde toevoeging aan de spaarvoorziening riolering ad € 3.029.000 geheel ingezet ter dekking van investeringsuitgaven ad € 3.202.000. Omdat de kosten van de investeringen hoger zijn dat het spaarbedrag, is het ideaalcomplex nog niet bereikt. Het college verwacht de resterende boekwaarde van de investeringen uit 2021, die nu per saldo geactiveerd zijn, in 2022 af te boeken.

3120218008.21.120 - 12

Vordering inzake overdracht In 2020 zijn de gronden Crailo verkocht en ook geleverd aan de GEM Crailo B.V. Bij de transacties is een uitgestelde betaling overeengekomen, op basis waarvan de GEM Crailo BV de koopsom pas in de toekomst (uiterlijk 31 december 2029) hoeft te gronden Crailo nominaal voldoen. Omdat de looptijd van deze vordering langer dan één jaar is, is de vordering van € 16,1 miljoen op de GEM Crailo BV onder gewaardeerd de Financiële vaste activa verantwoord. Bij het opstellen van de jaarrekening 2021 heeft het college ingeschat dat vooralsnog sprake is van een volwaardige vordering, omdat de meest actuele grondexploitatie Crailo (per 1-1-2022) een positief resultaat van € 4,5 miljoen (netto contante waarde_ toont. Uit de jaarrekening van de GEM Crailo B.V. blijkt dat tot en met 31 december 2021 voor een bedrag van € 12,9 miljoen aan kosten is gemaakt en dat de directie verwacht dat nog voor een bedrag van € 72,5 miljoen aan kosten gemaakt zal worden. Er zijn nog geen opbrengsten gerealiseerd. In de komende jaren verwacht de directie tevens dat voor een bedrag van circa € 87,8 miljoen aan opbrengsten gerealiseerd gaat worden. Per saldo is derhalve momenteel sprake van een winstgevende exploitatie. In de jaarrekening over 2021 van de GEM Crailo B.V. lezen wij dat de nog te realiseren grondopbrengsten met 1,5% geïndexeerd zijn en de nog te maken kosten met 2,5%.

Gelet op de huidige ontwikkeling van prijzen van grondstoffen en aannemers kan de indexering van de kosten aan de lage kant zijn. Bij de actualisatie van Anna’s Hoeve rekent het college bijvoorbeeld al met een kostenstijgingspercentage van 3%, waar wij elders zelf nog hogere percentages zien. Omdat vooralsnog sprake is van een positief verwacht resultaat, is geen voorziening opgenomen wegens te verwachten verliezen op onderhanden werk. Bij de bepaling van de netto contante waarde heeft het management van de GEM Crailo B.V. een inschatting gemaakt van de verwachte kosten, de fasering en de (toekomstige) verkoopwaarde van de gronden mede aan de hand van een marktscan. In de grondexploitatie is een aantal stelposten opgenomen, welke voorlopig taakstellend zijn. Deze kunnen echter, zo staat in de jaarrekening van de GEM Crailo B.V. mogelijk leiden tot “substantiële bijstellingen van het geraamde budget”. Het betreft de volgende stelposten: ▪ Duurzaamheid (5 miljoen euro) ▪ Kwaliteitsimpuls (2 miljoen euro) De stelposten zullen in de toekomst nog nader worden uitgewerkt. Daarnaast is, zo lezen wij in de jaarrekening 2021 van de GEM Crailo B.V., een deel van de civieltechnische en saneringskosten nog op hoofdlijnen uitgewerkt. Een nadere uitwerking kan tevens leiden tot substantiële bijstellingen in het geraamde budget.

Hoewel vooralsnog sprake is van een positieve ontwikkeling, is sprake van enkele onzekerheden met betrekking tot het uiteindelijke te verwachten resultaat. Wij adviseren u om de financiële ontwikkelingen van de grondexploitatie Crailo te blijven volgen en op basis van die uitkomsten de volwaardigheid van de vordering te blijven beoordelen.

312018008.22.212 - 13

Uw grondexploitaties zijn geactualiseerd

Een belangrijk risico dat wij onderkennen in het kader van de jaarrekeningcontrole is de waardering van de grondexploitaties. De grondexploitaties hebben ultimo 2021 een (netto) boekwaarde van circa € 5,3 miljoen en zijn daarmee ten opzichte van 2020 circa € 1,6 miljoen afgenomen. De afname van de boekwaarde (mutatie onderhanden werk) is het saldo van de gerealiseerde verkopen in 2021 ad € 3,9 miljoen en de gemaakte kosten in 2021 (inclusief tussentijdse winstneming) ad € 2,6 miljoen. Daarnaast is een verliesvoorziening getroffen van € 0,3 miljoen voor het verwachte nadelige resultaat op de exploitatie Stationsgebied (zie ook hierna). De grondexploitatie is één van de posten die het meest gevoelig is voor de economische ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld een stagnerende vraag of dalende prijzen. Hierdoor kan het verwachte resultaat van een project (fors) afnemen of zelfs omslaan in een verwacht verlies, maar bij een voorspoedige realisatie van verkopen (voorlopen op plan) is juist weer sprake van een voordelig effect. Voor een nadere onderbouwing van de ontwikkelingen met betrekking tot de grondexploitaties verwijzen wij naar de paragraaf “Grondbeleid” in het jaarverslag. Daarin worden ontwikkelingen in de complexen, de prognoses voor de komende jaren en de mogelijke risico’s nader toegelicht.

De controle van de grondexploitatie vraagt veel aandacht, vanwege de (hoge mate van) schattingsonzekerheid die met de (waardering van de) jaarrekeningpost samenhangt. Wijzigingen in de uitgangspunten die bij het doorrekenen van grondexploitaties gehanteerd zijn veelal van (substantiële) invloed op de financiële uitkomst van de grondexploitatie. Ook hebben (op projectniveau) de nog te maken kosten en de nog te realiseren opbrengsten, inclusief de timing daarvan, mogelijk invloed op de waardering. Op basis van onze controle brengen wij het volgende onder uw aandacht: Exploitatie Anna’s Hoeve verloopt positief Anna’s Hoeve zal, op basis van de huidige inschatting van het college, doorlopen tot en met 2025. De einddatum is hiermee, ten opzichte waarvan in de jaarrekening 2020 nog werd uitgegaan, met twee jaar verlengd. De oorzaak hiervan houdt verband met de beroepsprocedure die in verband met de omgevingsvergunning voor bouwveld 5.2 is afgerond. Een gevolg daarvan bijvoorbeeld was dat grondverkopen die in 2021 waren voorzien, nu eerst in 2022 gerealiseerd kunnen worden en dat de tussentijdse winstneming over 2021 lager is uitgevallen. Het college verwacht overigens (in 2025) dat de grondexploitatie Anna’s Hoeve kan worden afgesloten met een resterend positief resultaat van € 4,4 miljoen. Ultimo 2021 is circa 94,7% van de totale verwachte kosten gerealiseerd.

Het college schat in dat de komende jaren nog voor een bedrag van € 1.868.000 aan kosten gemaakt wordt. Van de totale verwachte grondverkopen is ultimo 2021 81,9% gerealiseerd en heeft het college ingeschat dat nog voor een bedrag van € 9.911.000 aan opbrengsten gerealiseerd zal worden. Op basis van de voortgang is ultimo 2021 in totaal € 14.726.000 aan tussentijdse winst gerealiseerd. Tot en met 2020 was hiervan reeds € 14.319.000 genomen, zodat de tussentijdse winst 2021 € 407.000 bedraagt. De totale verwachte winst bedraagt € 19,5 miljoen. Het restant zal in de komende jaren gerealiseerd worden en is vooral afhankelijk van de realisatie van de grondverkopen. Wij adviseren u de financiële voortgang van de exploitatie te blijven volgen. Stationsplein geopend in 2021 In 2021 is de grondexploitatie Stationsplein geopend en is voor in totaal € 1.918.000 aan kosten gemaakt. Dit bestaat voor een

312018008.22.212 - 14

bedrag van € 1.900.000 aan kosten van ingebrachte grond. Het resterende bedrag betreft kosten van planontwikkeling. In 2021 zijn geen opbrengsten gerealiseerd. Omdat de totale nog te maken kosten € 9.067.000 bedragen en de nog te realiseren opbrengsten € 10.597.000, is per saldo sprake van een verlieslatende exploitatie. In uw financieel beleid is bepaald dat verlieslatende grondexploitaties worden gewaardeerd tegen de netto contante waarde. Deze heeft het college per 31 december 2021 bepaald op € 345.000 nadelig, waardoor voor dit bedrag een voorziening is getroffen. Omdat het ingeschatte verlies lager is dan de geactiveerde kosten, is het bedrag geheel in mindering gebracht op de boekwaarde van het onderhanden werk. Blijf alert op ontwikkeling kostenramingen Wat wij momenteel wel breed zien in de praktijk is dat de geraamde kosten van investeringen momenteel niet toereikend zijn, omdat de vraag naar aannemers en het aanbod van bouwmaterialen momenteel voor aanzienlijke prijsstijgingen zorgt. Hoewel de resterende looptijd van de nu lopende exploitaties nog relatief kort is, kan het voorkomen dat de kostenstijgingspercentages die in de huidige plannen zijn opgenomen, in de huidige markt wellicht niet meer passend zijn. Momenteel zien wij namelijk breed dat sprake is van bijvoorbeeld prijsstijgingen als gevolg van schaarste aan materialen en de stijgende brandstofprijzen.

Met name bij de ontwikkeling van het Stationsgebied moet nog voor een aanzienlijk bedrag aan kosten in de nabije toekomst worden gemaakt. Hogere nog te maken kosten betekent dat het toekomstige resultaat nadelig beïnvloed wordt. Wij adviseren u om hier in de komende actualisatie en tussentijdse informatievoorziening ook rekening mee te blijven houden.

Blijf de volwaardigheid van de openstaande vorderingen volgen

Onder de uitzettingen zijn vorderingen opgenomen op bijstandscliënten, op belastingdebiteuren en op overige natuurlijke personen. Op basis van de ouderdom van de openstaande vorderingen, schat het college jaarlijks de volwaardigheid van de vorderingen in. In de concept-jaarrekening waren de vorderingen als volgt gewaardeerd:

De post debiteuren algemeen is ten opzichte van 2020 significant afgenomen, waarbij opvalt dat de voorziening in absolute zin nagenoeg gelijk blijft. Het college heeft de waardering van ze vorderingen “statisch” bepaald, wat inhoudt dat op vordering niveau de volwaardigheid is bepaald. De belastingdebiteuren nemen af als gevolg van intensiever invorderingsbeleid en het feit dat de inschatting over 2020 “voorzichtiger” was in verband met Corona. In de praktijk hebben echter veel belastingplichtigen aan hun verplichtingen voldaan. 312018008.22.212 - 15

Wij adviseren u de volwaardigheid van de vorderingen te blijven volgen en, wanneer noodzakelijk, tijdig maatregelen te treffen als blijkt dat de huidige inschatting niet langer valide blijkt te zijn.

Onzekerheden bij toekomstige dotaties aan onderhoudsvoorzieningen

In de balans zijn diverse voorzieningen voor groot onderhoud opgenomen. Deze voorzieningen zijn bepaald op basis van meerjarenonderhoudsplannen, waarbij jaarlijks onderzocht wordt of planning en uitvoering nog met elkaar in de pas lopen en zo niet, wat dat voor eventuele financiële gevolgen heeft of kan hebben. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen heeft het college aangegeven uit welk jaar het onderliggende plan per soort kapitaalgoederen dateert, wat de looptijd van het plan is en wanneer het plan geactualiseerd wordt en of voor de betreffende soort kapitaalgoederen een onderhoudsvoorziening aanwezig is of niet. Op basis van dit inzicht kan vastgesteld worden dat sprake is beheerplannen die in opzet kunnen dienen ter onderbouwing van de betreffende voorzieningen en dat er in de komende jaren weer een aantal plannen geactualiseerd moet worden. De huidige werkwijze van het college is prima om meerjarig in te schatten wat het noodzakelijk meerjarig grootonderhoud is en wat de inschatting is wat dat gaat kosten. In de praktijk is het zo dat het regelmatig voorkomt dat gepland onderhoud niet of later wordt uitgevoerd of dat niet voorzien onderhoud uitgevoerd moet worden. Doordat het college hier jaarlijks naar kijkt, houdt u grip op de uitvoering van de plannen en kunt u beoordelen wat de eventuele impact is van het niet of later uitvoeren van gepland onderhoud.

Over de hele linie zien we wel dat er in 2021 enige vertraging in de uitvoering van de beheerplannen optreedt. Hierin liggen logische oorzaken aan ten grondslag zoals het (nog) niet beschikbaar zijn van aannemers. Het college verwacht dat dit onderhoud nog wel uitgevoerd zal worden. Omdat de financiële middelen voor het nog uit te voeren onderhoud beschikbaar blijven in de voorzieningen levert niet direct financiële risico’s voor u op. Wat momenteel speelt is dat het college niet goed kan inschatten wat de mogelijke impact is van prijsstijgingen die zich voordoen in de markt voor aannemers en grondstoffen op de meerjarige dotatie aan de voorzieningen en de gewenste omvang van deze voorzieningen. Omdat het college deze impact vooralsnog niet goed kan inschatten, is mogelijk sprake van enige onzekerheid. Wij adviseren u om zich door het college te laten informeren over deze ontwikkelingen in de komende periode. Mocht uit de actualisatie van beheerplannen en de onderbouwing van het totaal benodigde bedrag blijken dat het meerjarig groot onderhoud meer gaat kosten dan waar u nu rekening mee houdt, dan moet dit prospectief, dus in de meerjarige dotatie, worden verwerkt, waarbij tevens geldt dat een voorziening in enig jaar niet negatief mag worden.

Bevindingen controle Sociaal domein

Lasten via de Regio Belangrijke (administratieve) onderdelen van de WMO en Jeugdwet worden voor uw gemeente door de Regio Gooi- en Vechtstreek (hierna: de Regio) uitgevoerd. De Regio heeft op 13 mei 2022 de eindverantwoording 2021 aan uw gemeente verstrekt over de bestedingen. Bij deze verantwoording is een controleverklaring opgenomen dat de in deze verantwoording opgenomen bedragen (in materiële zin) zijn verantwoord in overeenstemming met de tussen uw gemeente en de Regio gemaakte afspraken. Er is door de accountant een bedrag als onzeker aangemerkt van € 614.000 als gevolg van enkele aspecten waar de accountant van de Regio nog 312018008.22.212 - 16

onvoldoende informatie kon verkrijgen om de uitgaven goed te keuren. Dit wordt de komende maanden nog verder uitgezocht in overleg met de aanbieders. Om het proces niet op te houden, en ook gezien de relatief geringe omvang, zijn deze uitgaven voor dit moment als onzeker aangemerkt. Dit bedrag hebben wij ook meegewogen als onzekerheid in onze oordeelsvorming. Hoewel de onzekerheid iets groter is dan de onzekerheid in 2020 (die was € 481.000) past deze ruimschoots binnen de daarvoor geldende marges. De eindverantwoording van de Regio was dit jaar ruim twee weken eerder in uw bezit. Slotboeking Regio niet juist Ten tijde van het opstellen van de concept-jaarstukken waren de definitieve cijfers van de Regio Gooi- en Vechtstreek nog niet beschikbaar. Deze zijn medio mei 2022 beschikbaar gekomen. Op basis van de definitieve cijfers blijken de werkelijke lasten € 135.000 hoger te zijn ten opzichte van wat er nu in de jaarrekening staat. Deze fout is niet meer gecorrigeerd, waardoor het resultaat te hoog is weergegeven.

Europese aanbestedingen: rechtmatigheidsfouten van in totaal € 518.500 werken niet door in het rechtmatigheidsoordeel

In het kader van de rechtmatigheidscontrole is het onder meer van belang dat u tijdig vaststelt dat aanbestedingen overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving zijn gedaan. Op grond van het normenkader zijn voor de rechtmatigheidscontrole de Europese aanbestedingen van belang. Op basis van de spendanalyse constateren wij dat voor 5 dossiers de Europese aanbestedingsregels niet zijn nageleefd. Wij merken op dat de bevindingen ook zijn geconstateerd door uw gemeente en deels voortkomen uit financiële beheershandelingen van voor 2021. De onrechtmatigheidsfout komt uit op een bedrag van € 518.500. Gelet op de omvang van dit bedrag heeft deze rechtmatigheidsfout geen effect op de strekking van de controleverklaring. De fouten hebben betrekking op contracten welke Europees aanbesteed hadden moeten worden, die (in voorgaande jaren) zijn aangegaan of uitgaven waar geen contract aan ten grondslag ligt, maar waar uw gemeente al geruime tijd leveringen en diensten afneemt van derden.

Begrotingsrechtmatigheid is adequaat toegelicht in de jaarrekening

Naast de controle op de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening 2021, hebben wij de begrotingsrechtmatigheid gecontroleerd. De toe te passen normen voor dit begrotingscriterium zijn gebaseerd op artikel 189, 190 en 191 van de Gemeentewet en moet door de gemeenteraad zelf nader worden ingevuld en geconcretiseerd. Dit gebeurt door middel van de begroting en via de verordening op het financieel beheer ex artikel 212 van de Gemeentewet. Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan de gemeenteraad, zodat deze tijdig (binnen het begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Een systeem met onvoldoende waarborgen voor tijdige melding aan de gemeenteraad van budgetoverschrijdingen heeft het risico in zich dat inbreuk wordt gemaakt op het budgetrecht van de gemeenteraad.

312018008.22.212 - 17

Het begrotingscriterium is verder verfijnd en uitgewerkt in de Kadernota rechtmatigheid 2018 (welke van toepassing is op de jaarrekening 2021) van de Commissie BBV. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid moet gekeken worden naar de lastenoverschrijdingen op het niveau waarop de gemeenteraad de begroting autoriseert. Dat is op programmaniveau, waarbij sprake is van een overschrijding van de lasten op de volgende programma’s: ▪ ▪ ▪

Programma 1 Wonen en leven € 2.307.000 Programma 4 Bestuur € 739.000 Programma 5 Financiën en grondexploitaties € 119.000

De totale overschrijding bedraagt derhalve € 3.165.000 op deze programma’s. Wij verwijzen voor een inhoudelijke en meer specifieke analyse van deze overschrijdingen naar de toelichting op het overzicht van baten en lasten, waar het college in paragraaf 4.2.7 een analyse van de begrotingsafwijkingen en de begrotingsrechtmatigheid 2021 heeft opgenomen. De overschrijdingen zijn in te delen in de diverse categorieën, zoals ook genoemd in de Kadernota Rechtmatigheid van de Commissie BBV. Zoals vermeld is elke lastenoverschrijding op een programma per definitie onrechtmatig, echter hoeft, op basis van uw afwijkingenbeleid, niet elke overschrijding door te werken in het rechtmatigheidsoordeel dat de accountant bij de jaarrekening geeft. Zoals blijkt uit de analyse van het college van burgemeester en wethouders is op de genoemde programma’s een begrotingsoverschrijding op de lasten te constateren, echter werken deze niet door in het accountantsoordeel. Wij hebben de analyses van het college gevalideerd en kunnen ons hiermee verenigen. De begrotingsrechtmatigheid omvat ook de overschrijdingen op investeringskredieten. Deze heeft zich in 2021 voor een totaalbedrag van € 175.000 voorgedaan. Deze werken op grond van uw financiële verordening niet door in ons oordeel.

Wet normering topinkomens (WNT)

De Wet normering topinkomens (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2021 van € 209.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. 312018008.22.212 - 18

Met ingang van boekjaar 2018 dienen ook de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNT-verantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in de Regeling Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren. In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht. De naleving van de anticumulatiebepaling maakt derhalve geen onderdeel uit van de controle van de accountant. De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. In 2021 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2022 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2021 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking.

Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage die gerapporteerd moeten worden

Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2021 onder SiSa vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. Wij merken op dat wij geen fouten of onzekerheden hebben geconstateerd die groter zijn dan € 125.000 (of groter dan de rapporteringsgrens) zoals voorgeschreven via de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa (en de door de gemeenteraad vastgestelde aandachtspunten jaarrekeningcontrole 2021). In overeenstemming met de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa is de tabel leeg als er geen bevindingen zijn. Hierna treft u deze tabel aan. Nr

Specifieke uitkering of overig

A12B

Incidentele bijdrage ondersteuning naleving controle op coronatoegangsbewijzen Incidentele bijdrage ondersteuning naleving controle op coronatoegangsbewijzen Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek

A12B B2 B2

Fout of onzekerheid

Financiële omvang in euro's

Toelichting fout/onzekerheid

312018008.22.212 - 19

C1 C1 C9 C9 C30 C30 C31

Regeling specifieke uitkering Reductie Energiegebruik Regeling specifieke uitkering Reductie Energiegebruik Specifieke uitkering woningbouwimpuls Specifieke uitkering woningbouwimpuls Specifieke uitkeringen proeftuinen aardgasvrije wijken 2e ronde Specifieke uitkeringen proeftuinen aardgasvrije wijken 2e ronde Regeling vaststelling regels verstrekken eenmalige specifieke uitkering aan gemeenten huisvesting kwetsbare doelgroepen

C31

Regeling vaststelling regels verstrekken eenmalige specifieke uitkering aan gemeenten huisvesting kwetsbare doelgroepen

C32 C32 C43 C43 C62

Regeling specifieke uitkering ventilatie in scholen Regeling specifieke uitkering ventilatie in scholen Regeling reductie energiegebruik woningen Regeling reductie energiegebruik woningen Specifieke uitkering aan gemeenten voor de bekostiging van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen van gedupeerden door de toeslagenaffaire Specifieke uitkering aan gemeenten voor de bekostiging van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen van gedupeerden door de toeslagenaffaire Regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten Regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten Onderwijsachterstandenbeleid 2019-2022 (OAB) Onderwijsachterstandenbeleid 2019-2022 (OAB) Volwasseneneducatie

C62

D1 D1 D8 D8 D10

312018008.22.212 - 20

D10 D11 D11 D12 D12 D12A D12A D14 D14 E3 E3 E20 E20 E27B E27B F11 F11 G2 G2 G2

Volwasseneneducatie Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie Regionale meld- en coördinatiefunctie Regionale meld- en coördinatiefunctie Regionaal programma voortijdig schoolverlaten Regionaal programma voortijdig schoolverlaten Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen Subsidieregeling sanering verkeerslawaai Subsidieregeling sanering verkeerslawaai Regeling stimulering verkeersmaatregelen 20202021 Regeling stimulering verkeersmaatregelen 20202021 Brede doeluitkering verkeer en vervoer (SiSa tussen medeoverheden) Brede doeluitkering verkeer en vervoer (SiSa tussen medeoverheden) Regeling specifieke uitkering MKB Deals 1e tranche Regeling specifieke uitkering MKB Deals 1e tranche Gebundelde uitkering op grond van artikel 69 Participatiewet_gemeentedeel 2021 Gebundelde uitkering op grond van artikel 69 Participatiewet_gemeentedeel 2021 Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden gebundelde uitkering Participatiewet in jaar T_gemeentedeel 2021

312018008.22.212 - 21

G2

Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden gebundelde uitkering Participatiewet in jaar T_gemeentedeel 2021

G3

Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (exclusief levensonderhoud beginnende zelfstandigen)_gemeentedeel 2021

G3

Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (exclusief levensonderhoud beginnende zelfstandigen)_gemeentedeel 2021

G3

BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud BBZ in jaar T (exclusief BOB)_gemeentedeel 2021

G3

BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud BBZ in jaar T (exclusief BOB)_gemeentedeel 2021

G3

BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BBZ in jaar T (exclusief BOB)_gemeentedeel 2021

G3

BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BBZ in jaar T (exclusief BOB)_gemeentedeel 2021

G3

BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud BBZ en achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BOB in jaar T_gemeentedeel 2021 BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud BBZ en achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BOB in jaar T_gemeentedeel 2021

G3

312018008.22.212 - 22

G3

G3

G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4

G4

BBZ vanaf 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BBZ in jaar T_gemeentedeel 2021 BBZ vanaf 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BBZ in jaar T_gemeentedeel 2021 Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) _gemeentedeel 2021 Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) _gemeentedeel 2021 Tozo 1_fundamentele rechtmatigheidseisen Tozo 1_fundamentele rechtmatigheidseisen Tozo 1_belangrijke rechtmatigheidseisen Tozo 1_belangrijke rechtmatigheidseisen Tozo 2 Tozo 2 Tozo 3 Tozo 3 Tozo 4 Tozo 4 Tozo 5 Tozo 5 Kwijtschelding schulden Tozo in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud in jaar T Kwijtschelding schulden Tozo in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud in jaar T

312018008.22.212 - 23

G4

G4

G12

G12

G12

G12

G12

G12

H4 H4

Kwijtschelding schulden Tozo in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen op kapitaalverstrekking in jaar T Kwijtschelding schulden Tozo in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen op kapitaalverstrekking in jaar T Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden Bijzondere bijstand in jaar T Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden Bijzondere bijstand in jaar T Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden Wet Inburgering van 13 september 2012 in jaar T Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden Wet Inburgering van 13 september 2012 in jaar T Aantal gedupeerden (zoals omschreven in artikel 1 van de Regeling specifieke uitkering compensatie van de kosten die verband houden met het kwijtschelden van publieke schulden binnen het SZW-domein van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire toeslagen) Aantal gedupeerden (zoals omschreven in artikel 1 van de Regeling specifieke uitkering compensatie van de kosten die verband houden met het kwijtschelden van publieke schulden binnen het SZW-domein van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire toeslagen) Regeling specifieke uitkering stimulering sport Regeling specifieke uitkering

stimulering sport

Fout

Onzekerheid

Fout

Onzekerheid

Fout

Onzekerheid

312018008.22.212 - 24

H7 H7 H8 H8 H12 H12 H16 H16

Regeling specifieke uitkering aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Regeling specifieke uitkering aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Regeling Sportakkoord 2020-2022 Regeling Sportakkoord 2020-2022 Regeling specifieke uitkering lokale preventieakkoorden of preventieaanpakken Regeling specifieke uitkering lokale preventieakkoorden of preventieaanpakken Regeling Specifieke uitkering ijsbanen en zwembaden Regeling Specifieke uitkering ijsbanen en zwembaden

Strekking controleverklaring rechtmatigheid: goedkeurend Strekking controleverklaring getrouwheid: goedkeurend

Uitvoering M&O-beleid Tozo leidt niet tot bijzonderheden

Net als bij andere uitkeringen is het van belang dat alleen mensen die daar recht op hebben Tozo ontvangen en dat misbruik en oneigenlijk gebruik wordt tegengegaan. In de Nota Verwachtingen Accountantscontrole SiSa 2021 (bijlage 1) is opgenomen dat door de accountant over de opzet, het bestaan en de werking van het beleid tegen misbruik en oneigenlijk gebruik van de Tozo gerapporteerd moet worden in het verslag van bevindingen over 2021. Uw gemeente heeft een M&O-beleid vastgesteld, met daarin de getroffen interne beheersmaatregelen, waaronder controlemaatregelen in het primaire proces bij het toekennen van uitkeringen, de steekproefsgewijze controle achteraf en het gebruikmaken van signalen van het Inlichtingenbureau (IB-signalen). Uw gemeente maakt bij het verwerken van de IB-signalen gebruik van Continuous Monitoring Platform (CMP). Het college is momenteel in overleg met de leverancier van het CMP om een SOC1 type 2 rapportage te verkrijgen. Verder is geen sprake van overige aangelegenheden, voor zover relevant voor de uitvoering van de Bbz en de Tozo, die relevant kunnen zijn voor de controle van uw gemeente of overige aangelegenheden waarop uw aandacht gevestigd moet worden. Bij de controle is de opzet en het bestaan van het proces van uitkeringsverstrekkingen beoordeeld en zijn geen tekortkomingen gesignaleerd.

Bij het toetsen van de werking van de procedure van opvolging van IB-signalen zijn geen bijzonderheden

312018008.22.212 - 25

geconstateerd. Bij het niet voldoen aan de regels zijn verstrekte uitkeringen teruggevorderd of is terugvordering in gang gezet. Wij hebben vastgesteld dat de gemeente het M&O beleid naleeft, waarmee is voldaan aan deze kwalitatieve vereiste.

Rechtmatigheidsfouten uitvoering Tijdelijke ondersteuningsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

Uit de interne controle is gebleken dat bij de uitvoering van de Tijdelijke ondersteuningsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) fouten zijn gemaakt voor een totaalbedrag van € 114.000. De fouten houden verband met het niet afgeven van beschikkingen aan een aantal cliënten voor Tozo 3, 4 en 5: Tranche Tozo 3 Tozo 4 Tozo 5

Soort fout Geen beschikking Geen beschikking Geen beschikking

Bedrag fout 37.000 38.000 39.000 114.000

Omdat sprake is van een specifieke uitkering (i.c. lasten Tozo) van meer dan € 1.000.000 hoeft deze fout, omdat deze lager is dan € 125.000, niet te worden gerapporteerd via de SiSa-tabel fouten en onzekerheden.

Vrijval subsidie “Toegankelijk maken bushaltes niet verwerkt

Onder de vooruit ontvangen bedragen met een specifiek bestedingsdoel is ultimo 2021 per saldo een nog te besteden bedrag van € 405.000 op de balans opgenomen. Dit betreft een vooruitontvangen subsidie die besteed moet worden aan het project “Toegankelijk maken bushaltes 2018 – 2020”. In 2021 is voor een bedrag van € 194.000 aan subsidiabele kosten gemaakt voor dit project, welke onder de materiële vaste activa is verantwoord. Omdat de gemaakte kosten subsidiabel zijn, had een bedrag van eveneens € 194.000 van de vooruitontvangen bedragen overgeboekt moeten worden naar de materiële vaste activa. De “vrijval” is echter niet verwerkt in de jaarrekening 2021, zodat de materiële vaste activa en de vooruitontvangen bedragen beide € 194.000 te hoog verantwoord zijn. Dit heeft geen gevolgen voor het resultaat. Wij adviseren u de vrijval alsnog in 2022 te verwerken, zodat u onder meer een zuiver inzicht heeft in de bestedingsruimte voor het project.

312018008.22.212 - 26

4.

Interne beheersing

312018008.22.212 - 27

4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Naar aanleiding van de interim-controle een managementletter hebben uitgebracht. Voor een nadere duiding van onze opmerkingen en aanbevelingen uit de managementletter 2021verwijzen wij daarnaar. De managementletter is op 27 januari 2022 controle 2021 met de Audit- en Rekeningcommissie besproken. Hieronder hebben wij de managementsamenvatting uit de managementletter opgenomen.

312018008.22.212 - 28

Invoering rechtmatigheidsverantwoording (wederom) uitgesteld

Rechtmatigheidsverantwoording Het ministerie van BZK heeft via de nieuwsbrief IBI (nummer 109, juni 2022) aangegeven dat de introductie van de rechtmatigheidsverantwoording uitgesteld wordt tot in ieder geval de jaarrekening 2023. Dit betekent dat vanaf dan onze controleverklaring alleen een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording die door het college in de jaarrekening wordt opgenomen) bevat. In onze managementletter zijn wij, mede omdat toen nog de verwachting was dat de invoering per 2022 zou zijn, ingegaan op wat dit allemaal voor uw gemeente betekent. De belangrijkste punten hebben wij hierna samengevat en, waar noodzakelijk, aangevuld met recente ontwikkelingen: ▪

Vanaf het boekjaar 2023 moet het college van burgemeester en wethouders zichzelf over rechtmatigheid verantwoorden. In de jaarrekening dient daartoe de rechtmatigheidsverantwoording te worden opgenomen. In de paragraaf bedrijfsvoering kan een uitgebreidere toelichting op rechtmatigheidsbevindingen door het college worden gegeven: o Voor de rechtmatigheidsverantwoording heeft de commissie BBV een model tekst ontwikkeld. Met dit verplichte model moet het college zich verantwoorden over de rechtmatigheid, eventuele afwijkingen en onduidelijkheden. Relevant hiervoor is de “verantwoordingsgrens”. Dit is het bedrag, dat ligt tussen 0% en 3% van de lasten, inclusief toevoegingen aan reserves, waarboven afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording moeten worden gerapporteerd door het college van burgemeester en wethouders. Fouten en onduidelijkheden (zie verderop in dit onderdeel) worden niet bij elkaar opgeteld. o In de paragraaf Bedrijfsvoering moet vervolgens een toelichting worden gegeven op de afwijkingen en de maatregelen die het college van burgemeester en wethouders neemt om deze in de toekomst te voorkomen. Een rapporteringsgrens kan gebruikt worden om geconstateerde fouten die onder de verantwoordingsgrens vallen toch inzichtelijk te maken voor de gemeenteraad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=9cc357a3-cabf-457a-a36e-a58944791b2d