Gemeente Hilversum Accountantsverslag 2020 (toegevoegd 22 juni 2021)
Tekst van het document
Accountantsverslag 2020 Gemeente Hilversum
Aan de raad van de gemeente Hilversum Postbus 9900 1201 GM HILVERSUM
Geachte leden van de raad,
Onderwerp Accountantsverslag 2020
Bij de jaarrekening 2020 hebben wij op 11 juni 2021 een goedkeurende controleverklaring afgegeven, zowel voor het aspect getrouwheid als voor het aspect rechtmatigheid.
Datum 16 juni 2021
Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2020. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole.
Kenmerk 312018008.21.120
Wij hebben de controle van de jaarrekening 2020 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Hilversum is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 20 mei 2021 hebben wij een aantal controlebevindingen reeds besproken met de Audit en Rekeningcommissie.
Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag (de was getekend-versie) te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. Was getekend: A. Booij RA
Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.
Inhoudsopgave
Contact
De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag: Arie Booij
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 2 2. Financiële positie en resultaat ................................................. 7 3. Bevindingen eindejaarscontrole ............................................. 12
Tel: 06 – 1509 2689
4. Interne beheersing ................................................................ 24
Arjan Sallehart
5. Overige aangelegenheden ..................................................... 27
Tel: 06 – 1509 2694 Remco Korhorn Tel: 06 – 1099 9195
Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij
312018008.21.120 - 1
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle
Met de opdrachtbevestiging van 14 juli 2020 (kenmerk 312018008.20.212) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2020. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeente Hilversum. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle wordt verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden en de Regeling Controleprotocol WNT 2020. Tijdens de uitvoering van de oorspronkelijke controleplanning hebben zich geen wijzigingen van materieel belang in de reikwijdte voorgedaan. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2020 voldoende voor de doelstelling van onze controle.
Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het vastgestelde controleprotocol
De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben, sluit aan op het Controleprotocol 2019 – 2022 welke is vastgesteld door de gemeenteraad op 29 januari 2020. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (het Bado). In uw controleprotocol heeft u geen lagere marges vastgesteld. De bij onze controle van de jaarrekening 2020 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve:
Bron: jaarrekening 2020 Goedkeuringsmaterialiteit
Fouten
Onzekerheden
€ 3.217.000
€ 9.651.000
De gemeenteraad heeft in het controleprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 125.000.
312018008.21.120 - 2
Onze aanpak is gericht op risico’s
Voor de jaarrekeningcontrole 2020 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed.
De uitvoering en risicobeheersing rondom de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). De waardering en risicoschatting met betrekking tot lopende grondexploitaties, inclusief de geldende regels rondom het tussentijds winstnemen. De actualisatie van beheerplannen (status) ter onderbouwing van de verantwoording en waardering van voorzieningen voor onderhoud aan uw kapitaalgoederen. Bestaan en waardering van activa als gevolg van schattingselementen (inschatting van levensduur en restwaarden) en de relatief grote omvang van uw activaportefeuille. Naleving van de (Europese) aanbestedingsregels, mede in relatie tot fouten in voorgaande jaren. De verantwoording en waardering van openstaande vorderingen (regulier, belastingen en bijstandscliënten). De voortgang en status van de (noodzakelijke en gewenste) verbeteringen met betrekking tot de kwaliteit van de interne beheersing in relatie tot de af te geven collegeverantwoording rechtmatigheid (over 2021). Uw fiscale positie in het kader van de Vennootschapsbelasting (Vpb). Risico’s en onzekerheden in het sociaal domein, waaronder de afwikkeling van de over 2019 gerapporteerde onzekerheden ad € 1.757.000 (totaal). De beheersing van investeringskredieten, inclusief de toerekening van lasten aan het juiste jaar. “ Veronderstelde risico’s” vanuit de voorschriften voor de accountantscontrole.
Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces en de opbrengstverantwoording. De specifieke aandacht voor deze risico’s is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor de gemeente Hilversum. De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. De actualisatie van de (fraude-)risicoanalyse.
Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘belangrijke bevindingen’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.
Aandachtspunten Raad en Audit- en rekeningcommissie
Op 17 november 2020 hebben wij, in een pre-auditmeeting, de focus van de controle 2020 met de Audit- en rekeningcommissie afgestemd. Op basis van de uitkomsten van deze bespreking, de aandachtspunten uit voorgaande controles en de actuele ontwikkelingen zijn de speerpunten voor de uitvoering van onze controle over het jaar 2020 bepaald.
312018008.21.120 - 3
U heeft ons voor het jaar 2020 verzocht om specifiek aandacht te besteden aan de volgende punten:
De rechtmatigheid van de verantwoorde bestedingen in het kader van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). De voortgang van het proces inzak de collegeverantwoording rechtmatigheid (over 2021). Prestatielevering uitgaven sociaal domein. Tussentijdse informatievoorziening vanuit de Regio Gooi & Vechtstreek met betrekking tot de bestedingen sociaal domein, de rechtmatigheid van de bestedingen en de nauwkeurigheid van het voorspellend karakter van de restprognoses. De beoordeling van de risicoanalyse van uw gemeenten met betrekking tot het project Crailo. Risicomanagement binnen de gemeente en de relatie daarvan met het weerstandsvermogen.
Over onze bevingen met betrekking tot een aantal onderwerpen hebben wij u reeds in onze managementletter geïnformeerd (waaronder Tozo, de collegeverantwoording rechtmatigheid en het sociaal domein). In hoofdstuk 3 en 4 van dit accountantsverslag komen wij daar nog kort op terug en informeren wij u over onze bevindingen met betrekking tot het project Crailo, het systeem van risicomanagement en de gevolgen daarvan voor het weerstandsvermogen.
De baten en lasten, alsmede Op basis van uw accountantsprotocol hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente gecontroleerd. Hierbij zijn geen materiële bijzonderheden geconstateerd. Op de programma’s 3. Werken, 4. Bestuur en 5. Financiën balansmutaties, zijn in en grondexploitaties is sprake van een overschrijding van de begroting (lasten). Deze begrotingsrechtmatigheidsfouten werken voor materiële zin rechtmatig een bedrag van € 81.000 door in ons rechtmatigheidsoordeel. Daarnaast is sprake van fouten als gevolg van niet rechtmatig aanbestede contracten voor een bedrag van € 541.000. De aanbestedingsfouten waren intern reeds geconstateerd door de Interne Audit Functie (IAF).
Tevens is vastgesteld dat in 2021 een aantal inkoopfacturen ter hoogte van in totaal € 212.000 is ontvangen met betrekking tot 2020 waarvoor geen verplichting is opgenomen in de jaarrekening 2020. Ook deze fouten waren ook door de IAF geconstateerd, maar niet verwerkt door het college wegens de impact die de verwerking op diverse plekken in de jaarrekening op uw proces zou hebben. Verder is in de jaarrekening onder de materiële vaste activa een bedrag van € 327.000 aan SaaS-oplossingen (Software-as-a-Service) geactiveerd, terwijl deze SaaS-oplossingen niet voldoen aan de activeringscriteria. Deze fout was intern nog niet geconstateerd. Dit aspect verdient de aandacht, temeer omdat dit soort SaaS-oplossingen steeds vaker voorkomt en deze bevinding dus ook effect kan hebben op uw meerjaren-investeringsplanning. Beide afwijkingen betreffen fouten inzake de getrouwheid en daarmee ook rechtmatigheidsfouten. Onze conclusie is op basis van voorgaande derhalve dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties, in materiële zin, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2020.
312018008.21.120 - 4
De jaarrekening voldoet aan het BBV
Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Hilversum. Daarnaast vereisen zij van het college van burgemeester en wethouders het toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn. De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Hilversum zijn uiteengezet in de jaarstukken in onderdeel 5.2.1 ‘Waarderingsgrondslagen”. In de jaarrekening 2020 hebben zich ten opzichte van 2019 geen wijzigingen van materieel belang voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die een aanzienlijke invloed hebben gehad op de baten en lasten en/of de financiële positie van de gemeente. Wij hebben het door het college van burgemeester en wethouders toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld.
Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het BBV (Besluit begroting en verantwoording).
Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken
Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.
Goedkeurende controleverklaring
Wij zijn van oordeel dat de jaarrekening 2020 van de gemeente Hilversum een getrouw beeld geeft van het eigen vermogen op 31 december 2020 en het resultaat over 2020. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in normenkader 2020 welke ter kennisgeving is aangenomen door de gemeenteraad op 9 december 2020. Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door voorzitter en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.
312018008.21.120 - 5
Financiële positie en resultaat
312018008.21.120 - 6
2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt in absolute en relatieve zin af
In het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten 2020 bedraagt € 2.699.000 nadelig. Per saldo is tussentijds € 6.928.000 aan de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2020 € 4.229.000 voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen. Eigen vermogen (in € 1.000)
2020
2019
2018
2017
Eigen vermogen per 1 januari
80.155
92.350
96.048
98.096
-/- 6.928 -/- 11.104
-/- 9.324
-/- 7.797
-/- 1.091
3.650
5.747
-/- 2.699 -/- 12.195
-/- 5.674
-/- 2.049
Tussentijdse resultaatbestemming Gerealiseerd resultaat (-/- = nadelig) Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)
4.229
Rechtstreekse vermogensmutatie i.v.m. verantwoording revolverende fondsen Eigen vermogen per 31 december
1.976
77.457
80.155
92.350
96.048
NB: door afronding op € 1.000 kunnen geringe afrondingsverschillen of afwijkingen van de jaarstukken ontstaan.
De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de stortingen in en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw gemeenteraad.
312018008.21.120 - 7
De algemene reserve is per saldo voor € 10.918.000 aangewend voor: Bestemming resultaat 2019 € 6.192.000 Dekking begroting 2020 € 2.026.000 Instellen Covid-19 reserve € 2.700.000 De bestemmingsreserves nemen per saldo met € 2.899.000 toe. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2020 circa 23 % van het balanstotaal (2019: circa 24 % van het balanstotaal). Zowel in absolute als in relatieve zin is het vermogen dus gedaald. In de toelichting op balans (paragraaf 5.2.5) bij het onderdeel eigen vermogen van de jaarrekening alsmede in het onderdeel Staat van reserves (paragraaf 5.4) geeft het college een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2020. Wij verwijzen u naar deze toelichting.
Resultaat 2020 is beïnvloed door reservemutatie(s)
Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Hilversum ook het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse stortingen in reserves. De stortingen in dan wel onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende: Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten
310.605
Totale lasten
313.304
Gerealiseerde saldo van baten en lasten (nadelig)
-/- 2.699
Af: stortingen in reserves
8.453
Bij: onttrekkingen aan reserves
15.381
Saldo mutaties reserves
6.928
Gerealiseerd resultaat (voordelig)
4.229
312018008.21.120 - 8
De exploitatie over 2020 laat een nadelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 2.699.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van € 15.234.000 nadelig. Het werkelijke resultaat valt derhalve voor een bedrag van € 12.535.000 minder nadelig uit. Het gerealiseerde voordelig resultaat ad € 4.229.000 is afzonderlijk op de balans opgenomen onder het eigen vermogen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. Wij verwijzen u hiervoor naar hoofdstuk 4.2. Voor de verschillenanalyse verwijzen wij u tevens naar de toelichting op de programmaverantwoording (onderdeel “Financiële analyse”) waarin per thema de belangrijkste verschillen nader zijn geanalyseerd. Het nadelige resultaat 2020 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen.
In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is in hoofdstuk 4.3 inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting.
Het college van burgemeester en wethouders kwalificeert het weerstandsvermogen als uitstekend om de onderkende risico’s af te kunnen dekken
Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing) heeft het college bepaald op € 82,2 miljoen. In 2019 bedroeg deze € 95,6 miljoen. De beschikbare weerstandscapaciteit is derhalve gedaald ten opzichte van 2019. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft het college een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s. Deze cumuleren voor 2020 tot een bedrag van € 3,7 miljoen (2019: € 3,9 miljoen). Ten opzichte van 2019 is sprake van een daling van de gekwantificeerde risico’s. De inventarisatie van risico’s geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, om zo de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen. Daarbij wordt een inzicht gegeven in de (naar de inschatting van het college) belangrijkste risico’s voor uw gemeente. Ook zijn de aan deze risico’s gekoppelde beheersingsmaatregelen opgenomen en wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op nieuw gedefinieerde en gewijzigde risico’s in de top van grootste risico’s. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn de toelichting op het risicoprofiel, de top 10 risico's en de ontwikkelingen in het risicoprofiel opgenomen.
De doorontwikkeling van het risicomanagement in de gemeente is vanaf het voorjaar 2020 geïntensiveerd. Om de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing compacter en leesbaarder te maken, is meer op hoofdlijnen in deze paragraaf gerapporteerd en zijn gedetailleerdere risico’s in een bijlage (hoofdstuk 9 van de jaarstukken) opgenomen. De focus van risicomanagement binnen de gemeente is daarmee verschoven van de details van individuele risico’s naar een overkoepelende blik op en analyse van het risicoprofiel. Dit maakt de ingezette ontwikkeling van risico-inventarisatie naar strategisch risicomanagement transparanter.
312018008.21.120 - 9
Als onderdeel van de doorontwikkeling van het risicomanagement is in het voorjaar 2020 de software van Naris in gebruik genomen. Naris maakt een zogenaamde “Monte Carlo” analyse van de risico’s. De analyse baseert zich op de risico-kwantificering zoals die naar aanleiding van de risicogesprekken in Naris zijn ingevoerd. Ten behoeve van de jaarstukken 2020 heeft het college ingeschat dat, op basis van de geactualiseerde risicoanalyse, het benodigde weerstandsvermogen € 3,7 miljoen bedraagt (kwantificering van het optreden van de meest waarschijnlijke risico’s). Ten opzichte van de beschikbare weerstandscapaciteit (deze is door het college vastgesteld op € 82,2 miljoen) kwalificeert het college het weerstandsvermogen in de jaarstukken 2020 als “uitstekend”. Voor meer gedetailleerde informatie over uw weerstandspositie, de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan verwijzen wij u naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van uw jaarstukken 2020. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.
312018008.21.120 - 10
Bevindingen eindejaarscontrole
312018008.21.120 - 11
3. Bevindingen eindejaarscontrole Oplevering was voldoende, wij zullen het jaarrekeningtraject met de direct betrokken medewerkers evalueren
Bij de start van de controle waren de jaarstukken grotendeels gereed. Het opsteldossier was bij de start van de controle niet geheel gereed en is gedurende de controle, op basis van herziene afspraken, aangevuld. Wij hebben op basis daarvan onze controle in een grotere doorlooptijd moeten uitvoeren. Zoals initieel was afgesproken, zouden wij de controle van het sociaal domein af ronden na ontvangst van de verantwoording van de Regio. Deze was gepland in beging mei, maar is uiteindelijk uitgesteld naar begin juni. Wij zijn begin mei geïnformeerd dat er vanuit de Regio momenteel geen langer tijdspad werd verwacht, maar mogelijk wel meer onzekerheden. Hierover rapporteren wij in dit accountantsverslag De onderbouwing van de jaarrekeningposten (opsteldossier) was over het algemeen van een meer dan acceptabel niveau. Ten opzichte van 2019 vinden wij dat de kwaliteit van de oplevering weer verbeterd is. Een belangrijk aandachtspunt is nog de tijdigheid en volledigheid van de aanlevering van controle-informatie. Bij onze controle hebben wij tevens de volledige medewerking gekregen en hebben wij op een constructieve manier met uw organisatie en medewerkers samengewerkt. Wij zullen het jaarrekeningtraject op een later moment met uw college en medewerkers evalueren om samen scherp te krijgen waar nog (aan beide kanten) ruimte voor verbetering mogelijk is.
Overdracht gronden Crailo
In 2020 zijn de gronden Crailo verkocht en ook geleverd aan de GEM Crailo B.V. Overeenkomstig de notitie Materiële vaste activa van de commissie Bbv is deze transactie via het overzicht van baten en lasten verwerkt: de boekwaarde van de over gedragen gronden ad € 16,1 miljoen is als last in de exploitatie geboekt, met vervolgens een opbrengst voor eenzelfde bedrag. De GEM Crailo BV heeft de koopsom nog niet voldaan, omdat er een uitgestelde betaling is overeengekomen. Derhalve is een vordering van € 16,1 miljoen op de GEM Crailo BV onder de Financiële vaste activa verantwoord. Het college heeft ingeschat dat vooralsnog sprake is van een volwaardige vordering, omdat de meest actuele grondexploitatie Crailo een positief resultaat toont. Wij adviseren u om de financiële ontwikkelingen van de grondexploitatie Crailo te blijven volgen en op basis van de uitkomsten de volwaardigheid van de vordering te blijven beoordelen.
3120218008.21.120 - 12
Spaarvoorziening riolering ook in 2020 ingezet
In de jaarrekening 2020 is de geraamde toevoeging aan de spaarvoorziening riolering ad € 2.804.000 geheel ingezet ter dekking van investeringsuitgaven ad € 2.654.000. Het resultaat hiervan is dat investeringen GRP niet geactiveerd worden en de kapitaallasten (positief effect op tarief) lager zijn.
Uw grondexploitaties zijn geactualiseerd
Een belangrijk risico dat wij onderkennen in het kader van de jaarrekeningcontrole is de waardering van de grondexploitaties. De grondexploitaties hebben ultimo 2020 een (netto) boekwaarde van circa € 6,9 miljoen en zijn daarmee ten opzichte van 2019 circa € 1,1 miljoen afgenomen. De afname van de boekwaarde (mutatie onderhanden werk) is het saldo van de gerealiseerde verkopen in 2020 ad € 7,0 miljoen en de gemaakte kosten in 2020 (inclusief tussentijdse winstneming) ad € 6,0 miljoen. Omdat de waarde van de verkopen in 2020 hoger is dan de gemaakte kosten neemt de boekwaarde van de voorraad grond af (positieve ontwikkeling). De grootste mutaties zien we bij het complex Anna’s Hoeve. De grondexploitatie is één van de posten die het meest gevoelig is voor de economische ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld een stagnerende vraag of dalende prijzen. Hierdoor kan het verwachte resultaat van een project (fors) afnemen of zelfs omslaan in een verwacht verlies, maar bij een voorspoedige realisatie van verkopen (voorlopen op plan) is juist weer sprake van een voordelig effect. Voor een nadere onderbouwing van de ontwikkelingen met betrekking tot de grondexploitaties verwijzen wij naar de paragraaf “Grondbeleid” in het jaarverslag. Daarin worden ontwikkelingen in de complexen, de prognoses voor de komende jaren en de mogelijke risico’s nader toegelicht.
De controle van de grondexploitatie vraagt veel aandacht, vanwege de (hoge mate van) schattingsonzekerheid die met de (waardering van de) jaarrekeningpost samenhangt. Wijzigingen in de uitgangspunten die bij het doorrekenen van grondexploitaties gehanteerd zijn veelal van (substantiële) invloed op de financiële uitkomst van de grondexploitatie. Ook hebben (op projectniveau) de nog te maken kosten en de nog te realiseren opbrengsten, inclusief de timing daarvan, mogelijk invloed op de waardering. Op basis van onze controle brengen wij het volgende onder uw aandacht: Exploitatie Anna’s Hoeve verloopt positief Anna’s Hoeve zal, op basis van de huidige inschatting van het college, doorlopen tot en met 2023. De einddatum is hiermee, ten opzichte waarvan in de jaarrekening 2019 nog werd uitgegaan, met één jaar verlengd. In 2020 is sprake geweest van een omvangrijke opbrengst aan grondverkopen van € 7.020.000. Dit heeft een positief effect op de boekwaarde. Ultimo 2020 is circa 97% van de totale verwachte kosten gerealiseerd. Het college schat in dat de komende jaren nog voor een bedrag van € 1.055.000 aan kosten gemaakt wordt. Van de totale verwachte grondverkopen is ultimo 2020 75% gerealiseerd en heeft het college ingeschat dat nog voor een bedrag van € 13.454.000 aan opbrengsten gerealiseerd zal worden.
312018008.21.120 - 13
Op basis van de voortgang is ultimo 2020 in totaal € 14.726.000 aan tussentijdse winst gerealiseerd. Tot en met 2019 was hiervan reeds € 9.359.000 genomen, zodat de tussentijdse winst 2020 € 5.367.000 bedraagt. De totale verwachte winst bedraagt € 20.183.000. Het restant (€ 5.457.000) zal in de komende jaren gerealiseerd worden en is vooral afhankelijk van de realisatie van de grondverkopen. Wij adviseren u de financiële voortgang van de exploitatie te blijven volgen. Egelshoek afgesloten in 2020 In 2020 zijn de laatste investeringen in Egelshoek gedaan. Het volgende overzicht kan gegeven worden: Boekwaarde 1-1-2020
3.139.000
Investeringen 2020
263.000
Totaal investeringen Egelshoek
3.402.000
Voorziening nadelig resultaat
3.129.000
Restant boekwaarde
273.000
De resterende boekwaarde heeft betrekking op de kavels die niet verkocht zijn, maar momenteel verhuurd worden. In de jaarrekening 2020 is de boekwaarde van deze kavels onder de materiële vaste activa (gronden en terreinen) verantwoord. Wij adviseren u om regelmatig vast te stellen dat de marktwaarde van deze kavels niet lager wordt dan de boekwaarde, bijvoorbeeld door het uitvoeren van taxaties. Wanneer de marktwaarde “duurzaam” lager is dan de boekwaarde, moet namelijk worden afgewaardeerd.
Blijf de volwaardigheid van de openstaande vorderingen volgen
Onder de uitzettingen zijn vorderingen opgenomen op bijstandscliënten, op belastingdebiteuren en op overige natuurlijke personen. Op basis van de ouderdom van de openstaande vorderingen, schat het college jaarlijks de volwaardigheid van de vorderingen in. In de concept-jaarrekening waren de vorderingen als volgt gewaardeerd:
De post debiteuren algemeen is ten opzichte van 2019 significant toegenomen, waarbij opvalt dat de voorziening afneemt af. Het college heeft de waardering van ze vorderingen “statisch” bepaald, wat inhoudt dat op vordering niveau de volwaardigheid is bepaald. De belastingdebiteuren nemen toe als gevolg van een “voorzichtiger” invorderingsbeleid in verband met Corona. Het 312018008.21.120 - 14
college heeft ingeschat (met collegevoorstel 751773) dat het vooralsnog niet noodzakelijk was om een hoger bedrag te voorzien. Het collegevoorstel biedt de mogelijkheid om aan de belastingplichtigen uitstel tot betaling te verlengen tot 1 juli 2021. Tot dan worden geen vorderingen oninbaar verklaard of kwijtgescholden. Na 1 juli zal meer duidelijk worden of dit noodzakelijk wordt. De stijging van de debiteuren bijstand wordt met name bepaald door lagere aflossingen (economische situatie als gevolg van Covid-19) en een wetswijziging waardoor BBZ vorderingen anders gewaardeerd moeten worden. Wij adviseren u de volwaardigheid van de vorderingen te blijven volgen en, wanneer noodzakelijk, tijdig maatregelen te treffen als blijkt dat de huidige inschatting niet langer valide blijkt te zijn.
Volg de komende jaren de ontwikkeling van het werkelijke onderhoud ten opzichte van het plan
De meerjarige onderhoudsplannen die ten grondslag liggen aan de onderhoudsvoorzieningen voor het vastgoed zijn in 2020 geactualiseerd. Het MOP 2020-2034 is op 7 oktober 2020 door de raad goedgekeurd. Op basis hiervan en de uitgangspunten van de nota Grond- en vastgoedbeleid 2020-2023, zoals vastgesteld door de raad op 11 december 2019, zijn de standen van en dotaties aan de onderhoudsvoorzieningen in de jaarrekening bepaald. Daarmee zijn de voorzieningen gebaseerd op de actuele inzichten in de vastgoedportefeuille. In de jaarrekening is de voorziening Onderhoud maatschappelijk vastgoed opgeheven en is het saldo van deze voorziening herverdeeld over diverse voorzieningen. Voor de komende jaren adviseren wij u de ontwikkeling van de werkelijke onderhoudslasten ten opzichte van het plan te volgen om zo tijdig vast te kunnen stellen of een bijsturing nodig is.
Risico’s en onzekerheden in het Sociaal domein
Lasten via de Regio Belangrijke (administratieve) onderdelen van de WMO en Jeugdwet worden voor uw gemeente door de Regio Gooi- en Vechtstreek (hierna: de Regio) uitgevoerd. De Regio heeft op 29 mei 2021 de eindverantwoording 2020 aan uw gemeente verstrekt over de bestedingen. Bij deze verantwoording is een controleverklaring opgenomen dat de in deze verantwoording opgenomen bedragen (in materiële zin) zijn verantwoord in overeenstemming met de tussen uw gemeente en de Regio gemaakte afspraken. Er is door de accountant een bedrag als onzeker aangemerkt van € 481.000 als gevolg van enkele aspecten waar de accountant van de Regio nog onvoldoende informatie kon verkrijgen om de uitgaven goed te keuren. Dit wordt de komende maanden nog verder uitgezocht in overleg met de aanbieders. Om het proces niet op te houden, en ook gezien de relatief geringe omvang, zijn deze uitgaven vooralsnog als onzeker aangemerkt. Dit bedrag hebben wij ook meegewogen als onzekerheid in onze oordeelsvorming. Dit past ruimschoots binnen de daarvoor geldende marges. Zowel de timing van de rapport als de omvang van de onzekerheden zijn vergelijkbaar met die in 2019. De eerder geuite zorg dat in verband met de Covid-pandemie en de daarmee gepaard gaande druk bij de zorginstellingen de onzekerheden over 2020 fors hoger zouden kunnen zijn, is daarmee gelukkig niet uitgekomen.
312018008.21.120 - 15
Covid-19 in de jaarrekening 2020
Het college gaat op diverse plekken in de jaarstukken in op de impact van Corona op de jaarstukken 2020. In onderdeel 1. Beschouwingen is een uitvoerige en informatieve paragraaf (1.2) in de jaarstukken opgenomen waar wordt ingegaan op de impact van Corona op de jaarstukken 2020. De paragraaf geeft inzicht in de Corona-aanpak en de financiële gevolgen daarvan. Graag verwijzen wij u naar deze paragraaf. Ter dekking van (toekomstige) uitgaven als gevolg van Covid-19 die niet door het Rijk vergoed worden, is de reserve Covid-19 gevormd. Vanuit de algemene reserve heeft uw raad € 2.700.000 beschikbaar gesteld en daarnaast is een vergoeding vanuit het Rijk (€ 3.345.000) ontvangen, welke eveneens aan de reserve is toegevoegd. De reserve is/wordt aangewend voor uitgaven waar geen compensatie tegenover staat (deze zijn afzonderlijk door het college geadministreerd) en is ter dekking van gederfde inkomsten ( begrote inkomsten minus realisatie). In paragraaf 1.2 en in onderdeel 5.4 van de jaarstukken geeft het college gedetailleerd inzicht in de financiële gevolgen van Covid-19 en de aanwending van de reserve. Wij adviseren u te laten blijven informeren over de uitnutting van reserve Covid-19.
Tijdelijke ondersteuningsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) rechtmatig uitgevoerd
Sinds 1 maart 2020 is de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) in werking getreden. Gemeenten hebben als taak deze regeling en het toezicht en handhaving op rechtmatig gebruik van de regeling uit te voeren. U voert de Tozo tevens uit voor gemeenten in de regio. Op basis van onze controle hebben wij, vastgesteld dat de uitkeringen voor Tozo levensonderhoud en de Tozo kapitaalverstrekkingen, in materiële zin, juist en rechtmatig zijn verstrekt. Het volgende financieel overzicht kan worden gegeven:
312018008.21.120 - 16
De bestedingen (uitkeringen levensonderhoud) en kapitaalverstrekkingen worden het Rijk voor 100% vergoed. Hier zijn voorschotten voor ontvangen. Het ontvangen voorschot wordt ter hoogte van gemaakte kosten als bate verantwoord. Het restant moet worden terugbetaald aan het Rijk. Voor uw gemeente betreft dit een bedrag van € 3,9 miljoen, voor de regiogemeenten een bedrag van € 15,9 miljoen. De uitvoeringskosten worden afgerekend op basis van aantal genomen besluiten. Deze bate is in 2020 “genomen”. Ook hier zijn voorschotten voor ontvangen. Te veel ontvangen voorschotten moeten worden terug betaald, ontvangen voorschotten op basis van het aantal genomen besluiten worden in 2020 en latere jaren ingezet als dekking voor werkelijk gemaakte kosten. In uw geval is geen sprake van terug te betalen voorschotten met betrekking tot de uitvoeringskosten. Voor uw gemeente wordt voorgesteld een bedrag van € 1,1 miljoen te reserveren ter dekking van in de toekomst nog te maken kosten en voor de regiogemeenten betreft dat een bedrag van € 1,5 miljoen. Net als bij andere uitkeringen is het van belang dat alleen mensen die daar recht op hebben Tozo ontvangen en dat misbruik en oneigenlijk gebruik wordt tegengegaan.
Vanwege het urgente karakter van de regeling mocht u bij de aanvraag in eerste instantie uitgaan van de betrouwbaarheid van de informatieverstrekking, middels een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, door de aanvrager. Doordat er snel gehandeld diende te worden, vindt de interne controle op de rechtmatigheid voornamelijk achteraf plaats. Ook wordt achteraf vastgesteld of geen sprake is (geweest) van misbruik en oneigenlijk gebruik. De rechtmatigheidscontroles achteraf betreffen in uw geval vooral dossiercontroles door middel van steekproeven, het afwikkelen van zogenaamde “IB-signalen” via de signaleringslijsten die u van het inlichtingenbureau ontvangt en door middel van data-analyses. Voor wat betreft het vaststellen of wel of geen sprake is van misbruik en oneigenlijk gebruik heeft u beleid geformuleerd op basis waarvan u naar de ontvangers van uitkeringen levensonderhoud en kapitaalverstrekkingen actief het nakomen van de inlichtingenplicht bevordert, pakt u actief en gericht signalen van het inlichtingenbureau op (gericht op inkomsten, KvK-inschrijvingen, detentie et cetera) en voert u controles achteraf (bijvoorbeeld op basis van belastingaangiften 2020) uit. In een aantal gevallen heeft dit inmiddels geresulteerd in het terugvorderen van verstrekte uitkeringen levensonderhoud en kapitaalverstrekkingen.
Mogelijk zal, op grond van de werkzaamheden die u dus achteraf uitvoert, ook in de komende jaren blijken dat niet rechtmatig verstrekte uitkeringen levensonderhoud en kapitaalverstrekkingen (deels) moeten worden teruggevorderd. Wij adviseren u om periodiek, bijvoorbeeld in uw reguliere P&C-documenten zoals de voor- en najaarsnota, te rapporteren over de resultaten van de controles die u tot dan heeft uitgevoerd.
Europese aanbestedingen: rechtmatigheidsfouten van in totaal € 541.000
Het normenkader voor de rechtmatigheidscontrole bevat onder andere de Europese aanbestedingswetgeving. Bij onze jaarrekeningcontrole hebben wij aan de hand van een door uw gemeente uitgevoerde crediteurenanalyse (spendanalyse) gecontroleerd of de Europese aanbestedingswetgeving gedurende het boekjaar 2020 is nageleefd. Op basis van de spendanalyse constateren wij dat voor 6 dossiers de Europese aanbestedingsregels niet zijn nageleefd. Wij merken op dat de bevindingen ook zijn geconstateerd door uw gemeente en deels voortkomen uit financiële beheershandelingen van voor 2020. De onrechtmatigheidsfout komt uit op een bedrag van € 541.000. Gelet op de omvang van dit bedrag heeft deze rechtmatigheidsfout geen effect op de strekking van de controleverklaring. De fouten hebben betrekking op contracten welke Europees aanbesteed hadden moeten worden, die (in voorgaande jaren) zijn aangegaan of 312018008.21.120 - 17
uitgaven waar geen contract aan ten grondslag ligt, maar waar uw gemeente al geruime tijd leveringen en diensten afneemt van derden. De rechtmatigheid van aanbestedingen is voor wat betreft het tijdig signaleren van doorlopende opdrachten die boven de drempelwaarde dreigen uit te komen nog niet voldoende preventief geborgd. Wel zien wij dat er belangrijke stappen gezet worden, hetgeen ook resulteert in lagere fouten dan in voorgaande jaren het geval was. Het college dient in de huidige werkwijze achteraf (nog) vast te stellen of de inkopen rechtmatig zijn aanbesteed. Een spendanalyse vooraf door uw centrale inkoop kan een verdere versteviging bieden in uw proces. Wij benadrukken de urgentie om het proces van Europese aanbesteding van diensten en leveringen strikter te borgen. Het gaat hierbij vooral om het in kaart brengen en tijdig uitzetten van acties op oudere - vaak stilzwijgend doorlopende - contracten met leveranciers en het nauwkeurig en reëel ramen van de verwachte contractprijs voordat het aanbestedingsproces wordt opgestart. Wanneer preventie maatregelen zijn getroffen en ook werken, heeft u meer zekerheid op goede uitkomsten dan wanneer u moet blijven steunen op controles achteraf.
Overschrijding drempelbedrag schatkistbankieren
Sinds de invoering van de ‘Regeling schatkistbankieren decentrale overheden’ per 15 december 2013 zijn gemeenten verplicht de overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Overtollige middelen betreffen in het algemeen alle saldi op bankrekeningen en contant geld (kassaldi), met uitzondering van uitgezonderde middelen zoals het drempelbedrag. Het drempelbedrag dient jaarlijks op basis van het begrotingstotaal te worden bepaald, in overeenstemming met de regeling schatkistbankieren. Bij uw gemeente is tot huidige verslagperiode geen sprake geweest van overtollige middelen die in de schatkist moesten worden aangehouden. Echter, vanaf het tweede kwartaal van huidige verslagperiode ontvangt uw gemeente voorschotten in het kader van de Tozo-regeling. Deze voorschotten hebben ertoe geleid dat overtollige middelen in de schatkist moesten worden aangehouden. Het college heeft deze overtollige middelen in het tweede en derde kwartaal van 2020 echter niet in de schatkist aangehouden. Daarom is formeel sprake geweest van een overtreding van de regeling schatkistbankieren, en heeft dit geleid tot een onrechtmatigheid. Dergelijke onrechtmatigheden dienen wij in overeenstemming met de Kadernota Rechtmatigheid (van de commissie Bbv) als accountant aan u te rapporteren. In de managementletter informeerden wij u hier reeds over.
De onrechtmatigheid weegt (op grond van de Kadernota Rechtmatigheid) echter niet mee in ons oordeel. Daarnaast zijn aan dergelijke overtredingen geen (directe) financiële gevolgen verbonden. Inmiddels heeft het college maatregelen getroffen, zoals het automatisch afromen van overtollige middelen door de BNG bank, om dergelijke overtredingen in de toekomst te voorkomen.
Begrotingsrechtmatigheid is Naast de controle op de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening 2020, hebben wij de begrotingsrechtmatigheid gecontroleerd. adequaat toegelicht in de jaarrekening In totaal heeft uw gemeente € 287,2 miljoen aan lasten begroot na wijziging, tegenover € 313,3 miljoen aan werkelijke lasten in 2020. Dit is in totaal een overschrijding van € 26,1 miljoen (9,1%). De overschrijdingen houden vooral verband met de uitvoering van 312018008.21.120 - 18
de Tozo en de verkoop van de gronden Crailo. Hierover heeft het college u reeds op eerdere momenten geïnformeerd. Aan baten had uw gemeente een bedrag van € 271,9 miljoen begroot na wijziging, tegenover € 310,6 miljoen aan werkelijke baten in 2020. In totaal gaat het om een overrealisatie van baten van € 38,7 miljoen (14,2%). Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten komt daarmee op € 2,7 miljoen nadelig. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid moet gekeken worden naar de lastenoverschrijdingen op het niveau waarop de gemeenteraad de begroting autoriseert. In uw geval is dat op programmaniveau, waarbij sprake is van een overschrijding van op programma 3 Werken, programma 4. Bestuur en programma 5. Financiën en grondexploitaties. De begrotingsrechtmatigheid is door het college toegelicht in hoofdstuk 4.2.7 van de jaarstukken. De overschrijding van de lasten kan als volgt gespecificeerd worden:
Programma 3 Werken € 11.874.000 Programma 4 Bestuur € 971.000 Programma 5 Financiën en grondexploitaties € 17.376.000
De overschrijding op Programma 3 houdt verband met de uitvoering van de TOZO en wordt gecompenseerd door de Rijksbijdrage. Deze lasten konden niet eerder worden voorzien en zijn het gevolg van uw noodzakelijke inzet voor de uitvoering van deze regeling. De overschrijding op Programma 5 houdt verband met de transactie van de gronden Crailo en wordt gecompenseerd door de verkoopopbrengst ervan. Zie daarvoor ook elders in ons verslag. Wij zijn het eens met de analyse van het college, zodat een totale rechtmatigheidsfout van € 81.000 doorwerkt in ons rechtmatigheidsoordeel. Naast overschrijdingen van lasten per programma, zijn ook op onderdelen meer baten gerealiseerd dan begroot. Over de baten rapporteren wij in deze paragraaf niet, omdat dit geen onderdeel uitmaakt van het criterium begrotings-rechtmatigheid zoals de richtlijnen voorschrijven. Wij verwijzen voor een inhoudelijke en meer specifieke analyse van deze overschrijdingen naar de toelichting op het overzicht van baten en lasten, waar het college in paragraaf 4.2.6 een analyse van de begrotingsafwijkingen en de begrotingsrechtmatigheid 2020 heeft opgenomen. De begrotingsrechtmatigheid omvat ook de overschrijdingen op investeringskredieten. Deze heeft zich in 2020 voor een totaalbedrag van € 283.000 voorgedaan. Deze werken op grond van uw financiële verordening niet door in ons oordeel.
Wet normering topinkomens (WNT)
De Wet normering topinkomens (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2020 van € 201.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te 312018008.21.120 - 19
maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. Met ingang van boekjaar 2018 dienen ook de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNT-verantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in het Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren. In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht. De naleving van de anticumulatiebepaling maakt derhalve geen onderdeel uit van de controle van de accountant. De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. In 2020 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. Bij de controle van de WNT-verantwoording 2020 stelden wij wel vast dat geen sprake was van (zichtbare) interne controle op de opgestelde WNT-verantwoording. Wij adviseren u om in het vervolg voordat de WNT-verantwoording voor controle wordt aangeboden zichtbaar interne controle uit te laten voeren.
In 2020 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2021 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2020 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking.
Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage
Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2020 onder SiSa vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. Hierna treft u deze tabel aan. Nr.
Specifieke uitkering of overig
FIN B1
Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek Regeling specifieke uitkering Reductie Energiegebruik
BZK C1
Fout of onzekerheid N.v.t.
Financiële omvang in euro's N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Toelichting fout/onzekerheid N.v.t. N.v.t.
312018008.21.120 - 20
BZK C30 BZK C31
BZK D1 OCW D10 OCW D11 OCW D12 OCW D12A OCW D1A OCW D8 IenW E20 IenW E27B IenW E3 EZK F11 SZW G2 SZW G3
SZW G4
Specifieke uitkeringen proeftuinen aardgasvrije wijken 2e ronde Regeling vaststelling regels verstrekken eenmalige specifieke uitkering aan gemeenten huisvesting kwetsbare doelgroepen Regionale meld- en coördinatiecentra voortijdig schoolverlaten Volwasseneneducatie
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2024 Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2024 Regionale maatregelen voortijdig schoolverlaten 2016-2021 Onderwijsachterstandenbeleid 2019-2022 (OAB) Regeling stimulering verkeersmaatregelen 2020-2021 Brede doeluitkering verkeer en vervoer (SiSa tussen medeoverheden) Subsidieregeling sanering verkeerslawaai
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Regeling specifieke uitkering MKB Deals 1e tranche Gebundelde uitkering op grond van artikel 69 Participatiewet_gemeentedeel 2020 Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (exclusief levensonderhoud beginnende zelfstandigen)_gemeentedeel 2020 Tozo 1_geen identificatie volgens artikel 17, lid 3 Participatiewet en geen identificatie DigiD in combinatie met BRP of Suwinet
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
312018008.21.120 - 21
SZW G4
SZW G4 SZW G4
SZW G4 SZW G4
SZW G4 SZW G4
VWS H4 VWS H7 VWS H8
Tozo 1_fundamentele rechtmatigheidseisen exclusief identificatie volgens artikel 17, lid 3 Participatiewet Tozo 1_belangrijke rechtmatigheidseisen (toepassing artikel 21, lid 3 Besluit 17 april)
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Tozo 2_geen identificatie volgens artikel 17, lid 3 Participatiewet en geen identificatie DigiD in combinatie met BRP of Suwinet Tozo 2, exclusief identificatie volgens artikel 17, lid 3 Participatiewet Tozo 3_geen identificatie volgens artikel 17, lid 3 Participatiewet en geen identificatie DigiD in combinatie met BRP of Suwinet Tozo 3, exclusief identificatie volgens artikel 17, lid 3 Participatiewet Omvang vorderingen levensonderhoud (jaar T) Tozo 1 (i.v.m. verstrekte voorschotten op Tozoaanvragen levensonderhoud welke zijn ingediend vóór 22 april 2020) Regeling specifieke uitkering stimulering sport
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Regeling specifieke uitkering aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Regeling Sportakkoord
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Strekking controleverklaring rechtmatigheid: goedkeurend Strekking controleverklaring getrouwheid: goedkeurend
312018008.21.120 - 22
Interne beheersing
312018008.21.120 - 23
4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Naar aanleiding van de interim-controle een managementletter hebben uitgebracht. Voor een nadere duiding van onze opmerkingen en aanbevelingen uit de managementletter 2020 verwijzen wij daarnaar. De managementletter is op 21 januari 2021 controle 2020 met de Audit- en Rekeningcommissie besproken. Hieronder hebben wij de managementsamenvatting uit de managementletter opgenomen.
312018008.21.120 - 24
Rechtmatigheidsverantwoording 2021: het college ligt op koers. Aandachtspunt is de realisatie van de planning (tijdige uitvoering VIC)
Rechtmatigheidsverantwoording 2021 In de meicirculaire 2018 heeft het ministerie van BZK aangegeven dat met ingang van het boekjaar 2021 het college zelf een rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening moet afgeven. Met deze verantwoording verklaart het college dat de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dat wil zeggen in overeenstemming met de begroting en met de relevante wet- en regelgeving, waaronder uw verordeningen. Deze verantwoording gaat onderdeel uitmaken van de jaarrekening van de gemeente en als zodanig object van onderzoek worden voor de accountant in zijn opdracht om een getrouwheidsoordeel bij de jaarrekening af te geven. De raad dient de materialiteits- en rapporteringsgrens te bepalen, mogelijk wel binnen een bepaalde wettelijke bandbreedte. De aanstaande wetswijziging (deze is nog steeds niet definitief vastgesteld door het ministerie) veroorzaakt dat de bewijslast om aan te tonen dat de gemeente primair in control is op gebied van financiële rechtmatigheid en getrouwheid wordt verlegd van de accountant naar het college. De intentie is dat de accountant hierbij als “vierde lijn” gaat functioneren. In dit verband is het van belang dat het zelfcontrolerend vermogen in de 1e, 2e en 3e lijn binnen uw mogelijkheden en ambities optimaal is ingeregeld en ook werkt.
In onze managementletter hebben wij daarom ook veel aandacht voor uw intern beheers instrumentarium gehad en met uw college meegedacht over de mogelijk verbeteringen die daarin aangebracht konden worden. Wij merken in de gesprekken die wij hierover voeren met uw college en uw betrokken medewerkers en de documenten die hieraan ten grondslag liggen, dat hier voldoende aandacht voor is binnen uw organisatie. In onze voorgaande rapportages (waaronder de managementletters 2019 en 2020 en ons accountantsverslag 2019) hebben wij u aangegeven hoe u kunt borgen dat u in 2022 in staat bent om de rechtmatigheidsverantwoording over het boekjaar 2021 op te stellen. Onder meer adviseerden wij u om een plan van aanpak op te stellen om te komen tot een collegeverantwoording over de rechtmatigheid vanaf het boekjaar 2021. In de afgelopen periode heeft het college een aantal stappen gezet die ervoor moeten zorgen dat zij in de jaarrekening 2021 de eerste rechtmatigheidsverantwoording op kan nemen. Vooralsnog heeft het college ervoor gekozen om voor 2021 te gaan voor een minimale variant, waarbij de focus zal liggen op de financiële rechtmatigheid. Vanuit die situatie zult u overwegen om de organisatie verder door te ontwikkelen naar mogelijk een breder “in control statement”.
In opzet heeft uw gemeente hiermee een goede basis gelegd om over boekjaar 2021 tot een onderbouwde rechtmatigheidsverantwoording te kunnen komen. Wij adviseren u te bewaken dat de beoogde planning ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt en dat de gehele organisatie bij deze ontwikkeling betrokken wordt. Wij verwijzen u verder graag naar onze managementletter van 10 december 2020.
312018008.21.120 - 25
Overige aangelegenheden
312018008.21.120 - 26
5. Overige aangelegenheden Geen meningsverschil met het college van burgemeester en wethouders
Er zijn geen meningsverschillen met het college van burgemeester en wethouders geweest en er waren geen beperkingen bij de uitvoering van onze controle. Naar onze mening is ons bij de uitvoering van onze controleopdracht door het college en de medewerkers van uw gemeente de volledige medewerking verleend en hebben wij volledige toegang tot de benodigde informatie gehad.
Bevestigingen van het college van burgemeester en wethouders ontvangen
Wij hebben namens het college van burgemeester en wethouders een ondertekende schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen.
Naleving van wet- en regelgeving
Wij hebben geen kennis van te rapporteren omstandigheden in verband met het niet-naleven van wet- en regelgeving met uitzondering van de bevindingen die elders in het rapport zijn opgenomen ten aanzien van EU-aanbestedingen.
Betrouwbaarheid en continuïteit van de automatiseringsomgeving
Onze jaarrekeningcontrole is gericht op het geven van een oordeel omtrent de jaarrekening zelf en is niet primair gericht op het doen van uitspraken omtrent de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking als geheel of van onderdelen daarvan. Onze bevindingen daaromtrent raken dan ook slechts die onderdelen die wij onderzocht hebben in het kader van de jaarrekening, wat wil zeggen dat wij ter zake geen volledigheid pretenderen. In onze managementletter zijn wij ingegaan op de stappen die het college zet op de betrouwbaarheid van de IT-omgeven verder te verbeteren. Er zijn belangrijke stappen gezet die tot gevolg hebben (gehad) dat de interne beheersmaatregelen in uw IT-omgeving, voor zowel de IT General Controls (ITGC) als de applicatieve controls, verbeterd zijn. De werking van de financiële applicaties was tot en met 2020 nog niet in de controle van de IT-auditor betrokken. Daarom kunnen zowel uw (VIC-)medewerkers als wij op dit moment nog niet steunen op interne beheersingsmaatregelen die zijn ingebed uw IT-omgeving. Dit doet zich bijvoorbeeld voor bij de digitale accordering van facturen door twee verschillende medewerkers in de workflow. Dat is overigens geheel conform uw en onze planning en verwachtingen. Het verder verbeteren van de automatiseringsomgeving behelst meerdere jaren en is in 2020 nog niet volledig afgerond.
Uiteindelijk zal dit project moeten leiden tot een versterking van uw IT-omgeving. Als dit project verder afgerond wordt, kan dit alles bijdragen aan een automatiseringsomgeving die (zichtbaar) ondersteunend is aan de interne controles in uw IT-omgeving. Dan zullen overigens ook de achterliggende controles inhoudelijk aantoonbaar goed moeten worden uitgevoerd (de mens-factor). Op dit 312018008.21.120 - 27
moment bent u nog niet zo ver en voert u interne controles uit, die voornamelijk buiten de geautomatiseerde omgeving omgaan. Dat geldt daarmee ook voor onze controles. Uit de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn geen verdere bijzonderheden gebleken waarop wij u via deze rapportage willen attenderen.
Geen aanwijzingen van fraude
In Nederland is de accountant wettelijk verplicht om alle ontdekte fraudegevallen te rapporteren aan het management van de organisatie. Wij merken op dat onze controle niet specifiek is ingericht op het ontdekken van fraude. De accountant is wel verantwoordelijk voor het betrekken van frauderisico’s in de planning en uitvoering van zijn controleopdracht. Wij hebben een fraudediscussie gevoerd met het controleteam en met het financieel management en de directie van de gemeente Hilversum, waarbij wij de nadruk hebben gelegd op de vermoedens van materiële onjuistheden als gevolg van fraude in de jaarstukken. Van het management en directie hebben wij de bevestiging ontvangen dat er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd waarbij het management of werknemers die een belangrijke rol spelen bij de maatregelen van interne beheersing of anderen in het geval dat de fraude van materieel belang kan zijn op de jaarrekening, zijn betrokken. Tevens hebben wij zelfstandig werkzaamheden uitgevoerd die gericht waren op het risico van het ‘omzeilen’ van de interne beheersingsmaatregelen door het management te detecteren. Wij hebben specifieke controles uitgevoerd op memoriaalboekingen en schattingen en hebben significante en ongebruikelijke transacties met behulp van gegevensanalyses onderzocht.
Hoewel wij op grond van de controle- en overige standaarden een kritische houding moeten hebben ten opzichte van risico’s van fraude in de jaarrekening, merken wij op dat onze controle niet specifiek is gericht op het ontdekken hiervan. Tijdens de uitvoering van onze controle van de jaarrekening 2020 hebben wij geen aanwijzingen verkregen dat er sprake is geweest van materiële fraude. Uit onze controle komt verder naar voren dat het college belang hecht aan het treffen van maatregelen om fraude te voorkomen. In het tweede kwartaal van 2020 is de frauderisicoanalyse / -inventarisatie geactualiseerd. De volgende actualisatie is gepland in 2021. De uitkomsten zijn besproken met de desbetreffende proceseigenaren en worden ook meegenomen in de verbeterplannen bij deze processen. Dit is onderdeel van een gemeente breed bewustwordingsproces. De directeur bedrijfsvoering stuurt (via de regietafel) dit proces de komende periode actief aan. Naar onze mening zijn dit prima stappen die onder verantwoordelijkheid en aansturing van het college zijn genomen en welke ook in de nabije toekomst kunnen leiden tot één overkoepelende gemeente brede frauderisicoanalyse. Een dergelijk document kan dan ook actief met de Audit- en rekeningencommissie gedeeld en besproken worden.