CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Gedragscode Integriteit College B&W Paragraaf 2 ‘Voorkomen van belangenverstrengeling’

Raadscommissie 10 maart 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Toevoegen 'procedure rondom nevenfuncties van bestuurders' aan Gedragscode Integriteit college van burgemeester en wethouders in de gemeente Hilversum (735733)1.758 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Paragraaf 2 Voorkomen van belangenverstrengeling Wettelijk kader: Afleggen eed of belofte (artikelen 41a en 65 Gemeentewet) Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt de bestuurder de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot het ambt benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen.” Persoonlijke belangen 1. Een bestuurder neemt niet deel aan de stemming over  een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;  de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 58 jo artikel 28 Gemeentewet). 2. Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).

Incompatibiliteiten en nevenfuncties  Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de gemeente (het gemeentebestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend; (artikelen 41c, eerste lid, en 69, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet).  Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikelen 36b en 68 Gemeentewet).  Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de sanctie van ontslag (artikelen 46, tweede lid, en 47 Gemeentewet).  Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor burgemeesters is daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie aan de volksvertegenwoordiging. Voor de burgemeester geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve of ‘qualitatie qua’ (q.q.-)nevenfuncties (artikelen 41b en 67 Gemeentewet).

 Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. Voor burgemeesters zijn ambtshalve (q.q.-)nevenfuncties daarvan uitgezonderd. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis (artikelen 41b en 67 Gemeentewet).  Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken hun inkomsten uit nevenfuncties openbaar; de opgave van neveninkomsten wordt ter inzage gelegd op het gemeentehuis, uiterlijk 1 april na het jaar waarin de inkomsten zijn genoten (artikelen 41b en 67 Gemeentewet).  Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve (q.q.-)nevenfuncties; die worden in de gemeentekas gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekeningssystematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikelen 44 en 66 Gemeentewet).

Artikel 2.1.1 1. De burgemeester levert de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt. Als gaande het lidmaatschap een nieuwe nevenfunctie aanvaard wordt of de omstandigheden met betrekking tot een bestaande nevenfunctie wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aangeleverd bij de gemeentesecretaris. 2. De informatie betreft in ieder geval: a) de omschrijving van de nevenfunctie; b) de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht; c) of het al dan niet een nevenfunctie betreft uit hoofde van het ambt; d) of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is; en e) indien bezoldigd wat de inkomsten daaruit zijn. 3. De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Artikel 2.1.2 1. De wethouder levert de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het ambt. Als gaande de uitoefening van het ambt een nieuwe nevenfunctie aanvaard wordt of de omstandigheden met betrekking tot bestaande nevenfuncties wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aangeleverd bij de gemeentesecretaris, 2.

De informatie betreft in ieder geval: a) de omschrijving van de nevenfunctie; b) de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht; c) of het al dan niet een nevenfunctie betreft uit hoofde van het ambt; d) of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is; en e) indien bezoldigd – voor zover deze openbaar gemaakt moeten worden - wat de inkomsten daaruit zijn. 3. De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Artikel 2.1.3 1. Een collegelid die een niet-ambtshalve nevenfunctie wil vervullen bespreekt dit voornemen in het college. Het college weegt af of de uitoefening gewenst is met het oog op een goede vervulling van het politieke ambt. Het college adviseert de betreffende bestuurder hierover. 2. Het collegelid meldt middels een brief het voornemen tot aanvaarding van een niet-ambtshalve nevenfunctie aan de raad. (Dit moet in ieder geval dusdanig op tijd worden gemeld dat de commissie tijd heeft om de betreffende wethouder hierover in vergadering over te kunnen bevragen). 3. Binnen een week nadat het collegelid de niet-ambtshalve nevenfunctie feitelijk aanvaard heeft, stuurt deze een bericht naar de gemeentesecretaris, die zorgt voor openbaarmaking op de website van Hilversum van de niet-ambtshalve nevenfunctie.

De eventuele daaraan verbonden inkomsten meldt betrokkene aan de gemeentesecretaris. Artikel 2.1.4 1. In het college wordt de wens om een wethouder een ambtshalve (q.q.-)nevenfunctie te laten vervullen besproken. Het college weegt af of de uitoefening niet ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn wethouderschap. Het college besluit hierover en draagt de wethouder zo nodig voor ter benoeming bij het bevoegde orgaan. 2. Het college meldt middels een collegebrief aan de raad dat het voornemens is een bepaalde wethouder voor te dragen voor een ambtshalve (q.q.-)nevenfunctie c.q. dat een wethouder namens het college voornemens is een ambtshalve (q.q.-)nevenfunctie aan te nemen. Bij

aanvaarding van een ambtshalve (q.q.-)nevenfunctie bij een private partij, zal het college bij de melding beargumenteren waarom het college dit wenselijk en passend vindt. 3. Binnen een week nadat de wethouder is benoemd en de functie is aanvaard, stuurt de wethouder een bericht naar de gemeentesecretaris, die zorgt voor openbaarmaking van de ambtshalve (q.q.-)nevenfunctie op de website van Hilversum. Artikel 2.2 1. De burgemeester en de wethouder handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden. 2. De wethouder bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden, met de burgemeester. Artikel 2.3 1. Burgemeester en wethouders sluit de burgemeester en een wethouder gedurende een jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente. 2. De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente waar hij burgemeester, onderscheidenlijk wethouder was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de gemeente zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.4 1. Burgemeester en wethouders dragen de burgemeester en een wethouder niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. 2.

Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten Toelichting Artikelen 2.1.1 en 2.1.2 Zoals uit het opgenomen wettelijk kader blijkt, zijn er enkele verschillen in de wetgeving t.a.v. de openbaarmaking van (inkomsten uit) nevenfuncties tussen de burgemeester enerzijds en wethouders anderzijds. De nadere invulling daarvan in 2.1.1 en 2.1.2 is in lijn hiermee dan ook niet exact gelijk. Artikelen 2.1.3 en 2.1.4 Aan de hand van de volgende criteria kan worden bepaald of een nevenfunctie een ambtshalve (q.q.-)nevenfunctie is: 1. Er is een aantoonbaar belang voor de gemeente Hilversum. De bestuurder behartigt (in)direct de belangen van de gemeente. 2. De nevenfunctie is gekoppeld aan de inhoud en duur van het politieke ambt. Wordt dat beëindigd, dan moet de nevenfunctie ook worden neergelegd. Het kan voorkomen dat niet duidelijk is of er sprake is van een ambtshalve (q.q.-)nevenfunctie. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de statuten van een stichting geen grenzen stellen aan de termijn waarin een commissariaat of bestuursfunctie wordt vervuld. Echter, als er ook bestuurders van andere overheden in hetzelfde stichtingsbestuur zitting hebben, dan kan er wel degelijk sprake zijn van een ambtshalve (q.q.-)nevenfunctie.

Het college beslist of deze functie kan worden gezien als ambtshalve (q.q.-)nevenfunctie of niet ambtshalve nevenfunctie. Daarna beslist de bestuurder of de nevenfunctie wordt aanvaard. Artikelen 2.3 en 2.4 In deze bepalingen is de zogenaamde ‘draaideurconstructie’ geregeld. In 2.3 gedurende 1 jaar na aftreden de uitsluiting van betaalde werkzaamheden ten behoeve van de gemeente en in 2.4 de uitsluiting van benoeming als commissaris of bestuurslid van een ‘verbonden partij’, ofwel, kort samengevat, van een

organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Hiermee wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden. Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie is waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisatie ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien die organisatie failliet gaat, onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar verplichtingen niet nakomt. En onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Aanvaarding van een dienstbetrekking bij de voormalige gemeente is niet uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het kader van de re-integratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor de gemeente. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de gemeente gaat solliciteren. De draaideurconstructie geldt natuurlijk niet bij aanvaarding van het raadslidmaatschap.

Het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid, (vooruitlopen op een nieuwe functie na aftreden) geldt uiteraard evenzeer voor een functie bij de voormalige gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=59edcfe0-27da-4702-8c8e-aa3acf34e246