Gebiedsagenda 1221 (versie 26 nov)
Tekst van het document
zijn aanvullend op omliggende gebieden, zoals Seinhorst, Jumbo en het Centrum en hebben primair een functie voor de wijk zelf. Bakker Matthijs Boon is een goed voorbeeld. Een (forse) uitbreiding van het aanbod is hier niet voorzien, wel een stevige kwaliteitsimpuls.
Inzet op korte en lange termijn We gaan met bewoners, ondernemers, eigenaren en andere partijen een ontwikkelkader opstellen dat zicht zal geven op de gewenste toekomst en op maatregelen die op korte en langere termijn genomen kunnen worden.
Opgave reikt verder dan het plein De opgave is breder dan het plein. Het strekt zich uit over het gehele entreegebied: tot en met de driehoek Larenseweg – Zuiderweg – Kleine Drift. Diverse kruispunten staan op de prioriteitenlijst om aan te pakken. Het voorzieningenaanbod (winkels, horeca) in deze straten biedt doorgaans weinig kwaliteit en wisselt snel. Ook is sprake van ondermijning; vermenging van de onderwereld en de bovenwereld. De aanpak van ondermijning is een serieus probleem en taaie kost. Het heeft al wel zichtbaar resultaat opgeleverd. Zo zijn op last van de burgemeester panden gesloten vanwege illegaal gokken en drugshandel.
Huidige Oosterspoorplein
Aanzet voor aantrekkelijk, bruisend hart aanwezig. Gelukkig zijn er ook positieve ontwikkelingen, zoals bakker Matthijs Boon en Theater Santbergen. Dit soort functies vormt een goede aanzet voor een aantrekkelijk, bruisend hart voor Oost met functies (winkels, horeca, maatschappelijke voorzieningen, flexwerklocaties) die het een aantrekkelijk en levendig entreegebied voor Oost maken. Met een mix van wonen en werken wordt bijgedragen aan de levendigheid. Het hart van Oost vraagt verder om een goede mix van winkels, horeca en andere voorzieningen. De (nieuwe) winkels en horecazaken
Een bruisend hart voor Oost
Gebiedsagenda 1221
39
4
Leefbaarheid, ontmoeten en spelen
Gezondheidspeiling 2016 GGD Gooi en Vechtstreek
40
Gebiedsagenda 1221
Inzet: aantrekkelijke ontmoetingsplekken maken Het versterken van de sociale cohesie vraagt een continue inspanning van bewoners, maatschappelijke organisaties en de gemeente. Ontmoetingsplekken, formeel en informeel, spelen daar een belangrijke rol in. We zorgen voor aantrekkelijke plekken die uitnodigen om elkaar te ontmoeten.
Activiteiten: •
We zien kansen in het realiseren van een groenere omgeving die bewoners stimuleert om meer te bewegen, sporten en spelen. Deze omgeving zal de fysieke en psychische gezondheid helpen versterken. We zetten in op een sociaal veilige en verkeersveilige openbare ruimte, die toegankelijk is voor mindervaliden. Vanuit het Integraal Veiligheidsplan 2018-2022 besteden we komende jaren extra aandacht aan jeugd en veiligheid, drugsoverlast, ondermijning, personen met verward gedrag en verkeersveiligheid. We zetten in op een aantrekkelijke entree voor Oost. We hebben daarbij oog voor ontwikkeling op de langere termijn, maar ook voor verbeteringen die nu al in gang gezet kunnen worden.
•
•
•
•
•
•
•
Een verkenning naar de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen (ontmoetingsplekken, onderwijs, kinderopvang, e.d.) geeft meer zicht op de voorzieningen die in 1221 gerealiseerd kunnen en moeten worden. Daarbij wordt niet sec naar 1221 gekeken, maar ook naar omliggende wijken. Kwintes, Philadelphia en Versa Welzijn werken in overleg met gemeente en andere partijen een voorstel uit voor een maatschappelijke voorziening voor ontmoeten en arbeidsmatige activiteit in 1221. We doen een verkenning voor een nieuwe locatie voor Jeugd en Gezin Gooi en Vechtstreek (en de Speelotheek) met zicht op kansen voor de achter te laten locatie aan de Edisonstraat. We doen een verkenning naar de behoefte aan een ontmoetingsplek in de Kleine Driftbuurt. Mogelijk ligt hier een relatie met de twee hiervoor genoemde verkenningen van maatschappelijke organisaties. We werken uit hoe het netwerk aan speelplekken er uit kan zien in 1221 (doelgroep, gebruik, wensen, ideeën en prioritering). We vernieuwen op initiatief van de buurt (buurtactiviteitenplan) de speelplekken Leeghwaterstraat en Galvanistraat als eerste pilotprojecten. We stellen een ontwikkelkader op voor entree Oost (Oosterspoorplein met driehoek Kleine Drift, Larenseweg, Zuiderweg), zowel ruimtelijk-economisch als verkeerskundig. We breiden op korte termijn de fietsparkeercapaciteit uit.
Dat doen we tijdelijk op de voormalige GAK-locatie en permanent ondergronds, waardoor handhaving op het Oosterspoorplein mogelijk wordt.
Gebiedsagenda 1221
41
5
Groen en duurzaamheid
In Hilversum zijn groen en bebouwing samen bepalend voor de kwaliteit van de stad. In 1221 ontbreekt het aan die balans tussen groen en bebouwing. Vanwege de klimaatverandering is ‘vergroening’ belangrijker dan ooit. Hoe zorgen we dat 1221 meer groen krijgt? Hoe kan groen helpen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen? En welke kansen biedt duurzame energie hierbij?
42 42
Gebiedsagenda 1221
Foto Fotogemaakt gemaaktdoor doorRoger RogerTouissant Touissant
Opgave: duurzaam vergroenen van de wijk Kwalitatief groen van formaat ontbreekt Het postcodegebied 1221 is een bijzonder gebied in Hilversum. Ooit gegroeid als industrie- en arbeiderswijk staan de woningen dicht op elkaar en is ruimte voor groen niet vanzelfsprekendheid. Hoewel de Kleine Driftbuurt enkele monumentale groene lanen heeft, zoals de Lorentzweg, Liebergerweg en Lijsterweg, ontbreekt het elk van de drie de buurten aan goede groene plekken van formaat. Cijfers van het CBS bevestigen dit. De afstand tot openbaar groen in de drie buurten met een factor van 1,5 tot 2 aanzienlijk groter dan gemiddeld in Hilversum. Op sommige plekken wordt bovendien gebroken met de Hilversumse traditie van groene invalswegen (radialen). Belangrijke invalswegen, zoals de Larenseweg, zijn daardoor onvoldoende herkenbaar.
de vaak geuite wens voor een grotere groenstructuur op loopafstand van huis of werk. Kleinschalige en incidentele vormen van groen zijn wel essentieel voor waterinfiltratie en het tegengaan van opwarming van de straat. De huidige mate van bebouwing en verharding in het gebied zorgt namelijk niet alleen voor problemen bij intensieve regen maar leidt in de heter wordende zomers ook tot stukken wijk waar warmte niet meer weg kan. Deze zogenaamde urban heat islands zijn slecht voor mens en natuur. Onder ouderen kan hitte tot vroegtijdige sterfte leiden, maar ook voor kinderen en andere volwassenen vormt hitte een gevaar voor de gezondheid. Kleine toevoegingen van groen, in openbare ruimte of in tuinen, op daken of parkeerterreinen, kunnen de effecten van de klimaatverandering verzachten.
Groen draagt bij aan welbevinden Steeds duidelijker wordt dat groen bijdraagt aan het welzijn van mensen. Groen staat hoog op de prioriteitenlijst van de verschillende buurten. De berg van Anna’s Hoeve en het Laarder Wasmeer liggen op fietsafstand. Schitterende plekken voor wie de tijd heeft en even wil ontsnappen aan de levendigheid van de stad. Voor wie minder tijd heeft, of de behoefte heeft om in de directe omgeving van groen te genieten, is een klein parkje in de straat en groter park binnen loopafstand van huis of werk gewenst. Dit zijn plekken waar buurtbewoners elkaar ontmoeten. Je kan ontsnappen aan de drukte van de dag en er wellicht ’s avonds sporten. Groen speelt daarmee een belangrijke rol in het welbevinden van mensen. Ruimte voor groen is ook nog eens essentieel voor (beschermde) planten en dieren.
Opgaven: •
Versterken van groenstructuren, klein en groot
•
Voorkomen van hittestress en wateroverlast
•
Overgang naar duurzame vormen van energie
Focus op grote groenstructuur naast kleine toevoegingen Het realiseren van nieuw groen en behoud van de diversiteit aan groen is een uitdaging in deze wijk. Het gebied 1221 is sterk versnipperd en kent veel privaat eigendom. Achtertuinen en voortuinen zijn klein en vaak sterk versteend. De druk op de bestaande openbare ruimte is, mede door de hoeveelheid geparkeerde auto’s en smalle straten, groot. Het sporadisch en kleinschalig toevoegen van groen is zinvol en noodzakelijk maar biedt geen antwoord op
Gebiedsagenda 1221
43
5
Groen en duurzaamheid
Veel asfalt en verharding in het gebied
44
Gebiedsagenda 1221
Opgave: duurzaam vergroenen van de wijk Aardgasloos en CO2 neutraal Een verdere preventie van klimaatverandering blijft onverminderd belangrijk. Voor dit mondiale probleem zijn alle bijdragen noodzakelijk. De gemeente heeft uitgesproken dat energie duurzaam opgewekt moet gaan worden en CO2 uitstoot moet worden gereduceerd. In 2040 is de gemeente aardgasloos en in 2050 zelfs CO2 neutraal. Dit vraagt om slim omgaan met energie. Niet alleen bij nieuwe ontwikkelingen, maar zeker ook in bestaande situaties.
Structurerende principes: 1. Groene loper ontwikkelen 2. Klimaatadaptief maken van de wijk 3. Kansen voor duurzame energie benutten
In 1221 een uitdagende opgave Veel van de bestaande gebouwen in 1221 zijn gerealiseerd in het begin van de vorige eeuw. Door de doorgaans slechte isolering van deze woningen en bedrijfspanden gaat veel energie verloren. Daarnaast worden nagenoeg alle panden nu nog middels gas verwarmd. In de nabije toekomst zal ook deze wijk van het gas af moeten.
Duurzame mobiliteit De overgang naar andere vormen van energie is niet alleen van belang voor gebouwen. Ook in onze mobiliteit moeten we andere keuzen maken om de overgang naar duurzame energie mogelijk te maken. De beste keuze is lopen of fietsen. Wat ook al helpt is de auto wat vaker laten staan of met het openbaar vervoer gaan. Waar dit niet kan is elektrisch rijden een oplossing. Dit vraagt wel een goede infrastructuur met laadvoorzieningen in de wijk.
Gebiedsagenda 1221
45
5
Groen en duurzaamheid
Gebiedsagenda 1221 - Groen en duurzaam Groene loper ontwikkelen
Ligging van de Groene loper zoals getekend is indicatief
46
Gebiedsagenda 1221
Principe 1:
Groene loper ontwikkelen Groenstructuur van formaat
Samenwerking publiek en privaat
De behoefte aan meer groen is groot in alle buurten in 1221. Wellicht nog wel het meest urgent in de Geuzenbuurt. Inzet op het herstel van de groenstructuren langs de oude radialen blijft noodzakelijk. Daarnaast kiezen we bij het toevoegen van groen voor een investering in een nieuwe groenstructuur van formaat die meerwaarde heeft voor de hele wijk of zelfs stad. Hoewel het spreiden van investeringen in groen over de hele wijk ook bijdraagt aan het opvangen van klimaatgevolgen bestaat behoefte aan een grotere structuur, met meerwaarde voor de hele wijk. Wanneer deze wordt doorgetrokken naar omliggende wijken kan deze zelfs van betekenis worden voor de hele stad.
Zoals aangegeven is het realiseren van nieuw groen in verstedelijkt gebied een grote uitdaging. Dit kan alleen als private eigenaren en gemeente samenwerken. Gezien het sterk versnipperd eigendom is overheidssturing gewenst. De realisatie van een groene loper is alleen mogelijk als alle partijen bijdragen. Dit kan zijn in onderhoud, het verwijderen van verharding in voortuinen of met een financiële bijdrage. Om de groene loper financieel mogelijk te maken richt de gemeente een groenfonds op, waaraan ontwikkelende partijen naar rato van hun ontwikkeling afdragen. Dit geldt ook voor eigenaren die een woning of ander pand verbouwen tot meerdere appartementen (meervoudige bewoning). Van bewoners wordt, wellicht niet financieel, maar dan op andere wijze (bijvoorbeeld onderhoud) een bijdrage gevraagd. Het groenfonds vraagt verdere uitwerking. Een uitgangspunt kan zijn dat ontwikkellocaties die onderdeel van de groene loper zijn niet hoeven af te dragen, omdat deze immers op de eigen locatie bijdragen aan de groene loper. Mogelijk dat zij ook aanspraak kunnen maken op een bijdrage uit het groenfonds om hun locatie nog extra te vergroenen.
Locaties met potentie aanwezig Hoewel het aandeel groen in 1221 beperkt is zijn er wel locaties met potentie om te vergroenen. In de plannen voor het Venetapark en voor de locatie Hunkemöller wordt nagedacht over een gedeeltelijke groene invulling. Met het groene terrein van IFF ertussen ligt hier een goede aanzet voor een groene loper. Dit betekent wel dat het terrein van IFF, net als vroeger, weer geheel of gedeeltelijk toegankelijk zou moeten worden voor de omgeving. Ook in andere delen van de wijk bestaat de mogelijkheid om groen toe te voegen. Zo bestaat op het Jac. P. Thijsseplein en in de Swammerdamstraat voldoende maat om een meer parkachtige sfeer te realiseren. Zeker als dit ook gebeurt in omliggende tuinen. Deze plekken, zogenaamde stapstenen, moeten onderling verbonden worden om tot een groene loper te komen. Dit vraagt het nodige van de inrichting van zowel de openbare ruimte als die van de private percelen, zoals tuinen. Hiermee ontstaat een nieuwe soort stadspark. Een park waar men woont, werkt en verblijft in het groen. De grens van het groen gaat daarbij over de grens van publiek / privaat heen. Een generatietuin, een tuin waar verschillende generaties elkaar kunnen ontmoeten, past naadloos in de ambitie terwijl deze niet persé in de openbare ruimte hoeft te worden gerealiseerd.
Sfeerimpressie van de Groene loper
Gebiedsagenda 1221
47
5
Groen en duurzaamheid
Gebiedsagenda 1221 - Groen en duurzaam Klimaatadaptief maken van de wijk
Seinhorst
48
Gebiedsagenda 1221
Monnikenberg
Principe 2:
Klimaatadaptief maken van de wijk Beperken wateroverlast en hittestress
Right to challenge
Het toevoegen van groen en water is niet alleen belangrijk voor het welzijn van mensen, maar ook voor het beperken van wateroverlast en hittestress. Bij doorgaande lanen, zoals de Larenseweg, kan kleinschalig groen bovendien de gewenste Hilversumse traditie in ere herstellen. Net als bij de groene loper geldt dat het toevoegen van groen (en water) in zowel de openbare ruimte als in de tuinen, parkeerterreinen bij bedrijven en op de daken van gebouwen gewenst is om uiteindelijk een fijnmazig netwerk van kleinschalige groene plekken te realiseren. Deze plekken hoeven niet altijd op de grond worden vormgegeven. Daken en gevels bieden ook mogelijkheden voor het realiseren van groen. Uitdaging bij het vergroenen van tuinen is de mogelijke vervuiling van de bodem met metalen. In 1221, met van oudsher veel industriële bedrijvigheid, zal daar een passend antwoord op moeten worden gevonden.
Meer groen leidt vaak tot hogere onderhoudskosten. Bewoners zijn steeds vaker bereid om het beheer van groen te verzorgen. Dit geeft bewoners eigenaarschap en de mogelijkheid het beheer van groen te intensiveren zonder dat het de gemeenschap aanvullend geld hoeft te kosten. Voor de groene loper en voor andere groenvoorzieningen in 1221 is deze ‘right to challenge’ een interessante gedachte om de leefomgeving te versterken.
Hemelwater en afkoppelen Waar mogelijk zal de gemeente hemelwater afkoppelen. Bij grote buien staat grote druk op het gemeentelijke rioleringssysteem terwijl hemelwater vaak uitstekend ter plekke kan worden afgevangen. In gebieden met veel verharding is kleinschalig groen niet altijd voldoende. Soms kan wateroverlast alleen worden voorkomen door nieuwe manieren van het vasthouden van water. Rotterdamse voorbeelden van waterpleinen en ondergrondse vormen van waterberging zijn ook voor Hilversum aantrekkelijk. Voor ontwikkellocaties wordt de eis gesteld dat deze heftige regenbuien op eigen terrein kunnen laten infiltreren. In het gemeentelijke rioleringsplan is al vastgelegd dat deze eis geldt voor zogenaamde T=100 buien: buien die in principe maar één keer per 100 jaar voor komen.
Verharde openbare ruimte
Hemelwater opvangen in de straat
Gebiedsagenda 1221
49
5
Groen en duurzaamheid
Gebiedsagenda 1221 - Groen en duurzaam Kansen voor duurzame energie benutten
Warmtenet
W ar
m te n
et
50
Gebiedsagenda 1221
Principe 3:
Kansen voor duurzame energie benutten Duurzame energie We werken aan zuinige, slimme en duurzame energieoplossingen in de wijk. Waar de wijk vroeger volledig afhankelijk was van fossiele brandstoffen willen we steeds meer ruimte gaan bieden aan duurzame energiesoorten. Daarbij is het noodzakelijk dat de energievraag ook wordt verminderd. Dit kunnen we doen door woningen en bedrijfspanden beter te isoleren en meer gebruik te maken van elektrische vormen van vervoer.
Strengere eisen Op dit moment wordt 42% van het totale energieverbruik in Hilversum veroorzaakt door wonen, 25% door werk en 21% door mobiliteit. Daarmee zorgen wonen, werken en mobiliteit samen voor het leeuwendeel van de benodigde energie. De rijksoverheid zal voor nieuwe woningen binnenkort met nieuwe eisen komen rondom energieverbruik (Bijna Energie Neutraal Gebouw). Nieuwe woningen krijgen nu al geen gasaansluiting meer. Maar ook voor bedrijfspanden worden de eisen steeds scherper. Zo zal per 2023 een kantoor een energielabel C moeten hebben. Dit soort eisen zal naar verwachting richting 2030 verder worden aangescherpt.
Bestaande gebouwen en nieuwbouw verduurzamen
Wijkgerichte aanpak Extra inzet, om bijvoorbeeld woningen energieleverend te krijgen, is heel interessant en wordt aangemoedigd. Voor huizen die bijna 100 jaar oud zijn is dat wel een extra uitdaging, waar passende ondersteuning bij hoort. Niet alleen de vermindering van energieverbruik maar ook de transitie van gas naar andere vormen van energie vragen een wijkgerichte aanpak. Een aanpak waarin samen met leveranciers, grote gebruikers en bewoners specifieke afspraken worden gemaakt.
Duurzame energie in 1221
Gebiedsagenda 1221
51
5
Groen en duurzaamheid
Referentiebeelden voor een groene en duurzame wijk
52
Gebiedsagenda 1221
Inzet: werken aan duurzaam groen en energie Fonds voor groene loper
Dialoog over ontwikkellocaties
De gemeente neemt de regie voor het realiseren van de groene loper. Er wordt een fonds opgericht waar ontwikkelende partijen en gemeente geld zullen inleggen om de groene loper te realiseren. Gelijktijdig wordt het beoogde tracé van de groene loper verder onderzocht. In dit onderzoek nemen wij ook kansen voor een energievoorziening mee. Zo slaan we mogelijk twee vliegen in één klap. Bij elke herinrichting van openbaar gebied wordt, waar dat kan, extra groen gerealiseerd. Samen met bewonersorganisaties verkent de gemeente de mogelijkheden om ook op particulier terrein meer groen te realiseren. Operatie Steenbreek is hiervan een uitstekend voorbeeld. Hiervoor zal wel eerst meer over de bodemkwaliteit in de verschillende buurten bekend moeten zijn.
Naast het bijdragen in het aanjagen van het duurzamer maken van bestaand vastgoed zijn de ontwikkellocaties zelf ook essentieel voor het behalen van de duurzaamheidsambities. De wettelijke eisen gelden, vanzelfsprekend, als ondergrens. Aanvullend op deze eisen wil de gemeente samen met ontwikkelende partijen zoeken naar mogelijkheden voor verdere verduurzaming. Voor deze dialoog stelt de gemeente het instrument GPR Stedenbouw beschikbaar.
Activiteiten: •
Energietransitieplan De urgentie voor de energietransitie en duurzaamheid is groot. Dit vraagt een concrete aanpak. Samen met bewoners en ontwikkelende partijen gaan we werken aan een energietransitieplan voor de wijk. Een plan waarin ook de kansen voor het koppelen van bestaande woningen aan de energievoorziening voor ontwikkellocaties wordt onderzocht, bijvoorbeeld via een warmtenet. De voorbereidingen voor dit plan worden in 2019 gestart. Maar wachten tot de uitkomst van dit plan kunnen we ons niet veroorloven. Zo biedt de gemeente nu al mogelijkheden aan bewoners en maatschappelijke organisaties om voordelig geld te lenen voor verduurzaming. Bewoners kunnen hiermee aan de slag met het zuiniger, comfortabeler en energie neutraler maken van woningen, bijvoorbeeld door te isoleren of door het plaatsen van zonnepanelen. Samen met Hilversumse Energie Transitie (HET) worden op dit moment locaties geïnventariseerd waar elektrische deelauto’s kunnen komen. Ook voert de gemeente overleg over de realisatie van meer laadpalen in de wijk.
• •
• •
• •
•
Samen met ontwikkelende partijen en bewoners wordt de Groene Loper verder uitgewerkt en zetten we in op stapsgewijze realisatie van de Groene Loper. We richten een groenfonds op voor de realisatie van de Groene Loper. We planten bij herinrichting, zeker langs radialen, waar mogelijk extra groen (bomen) aan en we vragen bewoners en andere eigenaren hetzelfde te doen. Gemeente en bewoners experimenten, waar dat kan, met nieuwe vormen van beheer. We stellen een energietransitieplan voor 1221 op, waarin we invulling geven aan de ambitie om aardgasloos te zijn in 2040 en CO2 neutraal in 2050. We realiseren een netwerk van laadpalen in de wijk, dit kan op ontwikkellocaties en in de openbare ruimte. De gemeente brengt de mogelijkheden onder de aandacht die bewoners en maatschappelijke organisaties hebben om voordelig geld te lenen voor het verduurzamen van bestaande panden. Gemeente en ontwikkelende partijen gaan met behulp van het instrument GPR stedenbouw in gesprek hoe nieuwe ontwikkelingen nog duurzamer kunnen worden gerealiseerd.
Gebiedsagenda 1221
53
6
Verkeer, verbinding en parkeren
De druk op de openbare ruimte in 1221 is groot. Straten en wegen zijn vaak smal, de parkeerdruk is hoog. Voor voetgangers, fietsers en spelende kinderen blijft weinig ruimte over. Hoe gaan we om met mobiliteit in de komende jaren? We zien een toekomst voor ons waarin de auto niet meer dominant aanwezig is. En 1221 beter is verbonden met de rest van Hilversum. Hoe komen we van het hier en nu naar deze toekomst?
54 54
Gebiedsagenda 1221
Foto Fotogemaakt gemaaktdoor doorRoger RogerTouissant Touissant
Opgave: duurzame mobiliteit en verbindingen Verbinden met Hilversum Het spoor is belangrijk voor de bereikbaarheid van Hilversum. Met drie stations is Hilversum goed bedeeld. Het spoor wordt echter ook ervaren als een barrière. In de aanloop naar deze Gebiedsagenda is dit thema, weliswaar beperkt, genoemd als aandachtspunt. In regionaal verband vragen we aandacht voor de negatieve effecten van de doorsnijding. Op lange termijn is het verdiepen van het spoor de ambitie. Bij ontwikkelingen langs het spoor wordt rekening gehouden met deze lange termijn ambitie. Binnen de planhorizon van deze Gebiedsagenda is het spoor een vast gegeven en wordt gewerkt aan het verkleinen van de negatieve effecten ervan.
Visuele en fysieke verbinding De verkeersveiligheid en doorstroming op diverse overgangen en onderdoorgangen kan beter. Lopende projecten en nieuwe ontwikkelingen langs het spoor bieden kansen, zowel voor betere visuele als fysieke verbindingen. De werking van het spoor als barrière is niet alleen een fysiek thema, maar tot op zekere hoogte ook een sociaaleconomisch vraagstuk. Over ’t Spoor is een benaming voor de drie buurten in postcodegebied 1221. Deze naam wijst op de ligging direct bij het spoor. In het verleden werd het gebied gezien als de mindere zijde van Hilversum. Met ontwikkelingen als de Melkfabriek, Villa Industria, Lucent en Anna’s Hoeve neemt de waardering voor dit gebied en de trots op de eigen wijk echter steeds verder toe. De ligging nabij zowel station als Anna’s Hoeve (Anna’s Berg, Laarder Wasmeer) en de nog relatief gunstige woningprijzen spelen hierbij een rol. De investeringen die volgen uit de Gebiedsagenda 1221 zullen de waardering verder laten toenemen en 1221 nog meer dan nu een aantrekkelijk onderdeel maken van Hilversum.
Voetgangers en fietsers Met de verwachte groei van bewoners en mogelijk ook werknemers in 1221 neemt de mobiliteit naar en binnen de wijk toe. Ook in de directe omgeving wordt veel ontwikkeld. Met de ontwikkelingen op Anna’s Hoeve en Philipsterrein neemt het inwonertal in de rest van Oost substantieel toe en daarmee
bijvoorbeeld ook het fietsverkeer van en naar het station. De buitenring kan een dergelijke groei van het autoverkeer aan, maar de verkeersstructuur in de drie buurten, met vaak smalle straten, maakt dat verplaatsing te voet, op de fiets of met het openbaar vervoer sterk de voorkeur verdient boven de auto. Ook vanuit het perspectief van duurzaamheid en gezondheid is dit een goede ontwikkeling. Opgave is om het voor voetgangers en fietsers makkelijker, veiliger en aangenamer te maken om zich door de wijk te bewegen en zo de groei van mobiliteit op duurzame wijze op te vangen.
Goed verbonden wijk De wegenstructuur, in een waaier met weinig dwarsverbindingen, maakt afstanden soms onnodig lang. Daarmee zijn achterburen soms ver weg en ontstaat te veel druk op de enkele verbindingen die er wel zijn. Ook worden op verschillende plekken kruisingen als onvoldoende veilig ervaren. Investeren in een verkeersveilige, voor voetgangers en fietsers goed verbonden wijk, is belangrijker dan het inzetten op infrastructuur voor de auto. De keuze voor de voetganger en fietser is duurzaam en wordt ondersteund door de ambitie om de openbare ruimte in de wijk beweegvriendelijker te maken. Als het lukt om door inzet op voetgangers, fietsers en bijvoorbeeld deelautosystemen het autobezit omlaag te brengen ontstaat in de openbare ruimte ook meer ruimte voor groen, ontmoeten en spelen.
Opgaven: •
Verbeteren van verbindingen met centrum en andere delen van Hilversum
•
Langzaam verkeersverbindingen tussen de buurten onderling verbeteren
•
Verduurzamen van (gedrag in) mobiliteit en nieuwe mobiliteitsvormen
Gebiedsagenda 1221
55
6
Verkeer, verbinding en parkeren
De Hartslag van Oost - Meerwaardekaart Hilversum Oost
Trekker Heilige Hartkerk
NieuwApostolische kerk
Spoorlijn Autoverkeer
Basischool de Wilge
Bestaande en nieuwe ondergrondse parkeergarage
Kapster Theetuin Jumbo
Kringloper en creatieve Hub Moskee El Fath
Nieuwe informele wandelroute
Winkelcentrum Seinhorst
Sterrenschool College de Opmaat
Café ‘t Hoekje
Melkfabriek
Wijkcentrum de Geus
Café Brabant
Mevlana moskee
Chinees restaurant
Busremise Pizzeria
Theater Achterom Santbergen Café Dudok
Lidl
Zwembad De Lieberg
Coffeeshop Station
Snackbar
Vergroende autoluwe straten
Snackbar ‘t Perronnetje Massage Villa Industria Sint-Josephkerk IPS School
Jac. P. Thijsseplein
Buurthuis
Trekker
10 min
Trekker
ca. 700 meter
3 min
N
Mede mogelijk gemaakt door Stadsfonds Hilversum
Uitgevoerd door Roodbeen Architectuur Urban Opportunities Tangram Architekten Dudok Architectuur Centrum
Kaart volgt uit onderzoek Hartslag Oost van Dudok Architectuur Centrum. Aan dit onderzoek hebben TANGRAM Architekten, Frank Roodbeen, Urban Opportunities, DubbelLL, MBO College Hilversum en Hogeschool van Amsterdam meegewerkt.
56
Gebiedsagenda 1221
Opgave: duurzame mobiliteit en verbindingen Duurzame vormen van mobiliteit De wijk is niet gebouwd voor en niet berekend op het aanwezige aantal auto’s. De woon- en leefkwaliteit in bestaande woonstraten staat hierdoor fors onder druk. Met een gemiddelde van één auto per woning ligt de parkeerdruk in grote delen van de wijk (ver) boven de 80%. Bij een parkeerdruk boven de 80% wordt gesproken over een hoge parkeerdruk en boven de 90% is sprake van een problematische parkeerdruk. De verwachting is dat het autobezit in Hilversum komende jaren nog zal toenemen. We zien gelukkig tegelijkertijd een landelijke ontwikkeling, waarbij meer bewoners kiezen voor alternatieve, duurzame vormen van mobiliteit. Het gebruik van deelauto’s neemt toe. In 1221 is dit (nu nog) beperkt waarneembaar. Ook pakken meer mensen de elektrische fiets voor afstanden tot circa 15-20 kilometer. De ligging nabij het trein- en busstation maakt het voor bewoners en werknemers aantrekkelijk om voor grotere afstanden de trein of bus te nemen in plaats van de auto.
Structurerende principes: 1. Informele verbindingen tussen de buurten 2. Collectief parkeren op centrale plekken 3. Parkeerregime voor centrum en schil
Investeringen en gedragsverandering Streven is om het autobezit in de wijk in 2030, ondanks een intensivering van het gebied, op hetzelfde niveau te hebben als in 2019. Dat is een forse ambitie. Het betekent dat we komende jaren nog rekening houden met een autonome groei van autobezit onder bestaande bewoners en een toename van auto’s door bewoners in nieuwe ontwikkelingen, maar vol inzetten op een afname van autobezit en -gebruik daarna. Dit vergt naast (fysieke) investeringen een forse gedragsverandering bij de (toekomstige) bewoners van het gebied. Slimme toepassingen (Smart Mobility) kunnen aan dit vraagstuk bijdragen.
Gebiedsagenda 1221
57
6
Verkeer, verbinding en parkeren
Gebiedsagenda 1221 - Verkeer, verbinding en parkeren Informele verbindingen tussen de buurten
58
Gebiedsagenda 1221
Principe 1:
Informele verbindingen tussen de buurten Verbindingen herstellen en toevoegen De verkeersstructuur van de wijk is te karakteriseren als een waaier met wijkontsluitingswegen die gericht zijn op het trein- en busstation. Het aantal dwarsverbindingen (noord/zuid) tussen deze wegen is beperkt. Deels zijn deze verbindingen nooit aangelegd, deels zijn ze afgesloten of verdwenen in de loop der tijd. Dit maakt dat voetgangers en fietsers moeten omrijden om op hun plaats van bestemming, zoals een speeltuin, ontmoetingsplek of winkel, te komen. Karakteristiek voorbeeld is wijkcentrum De Geus en de busremise. Om vanaf de Larenseweg naar De Geus te gaan, hemelsbreed niet meer dan 30 meter, moet al snel een afstand van 250 meter worden afgelegd. De busremise ligt ‘in de weg’. Door bestaande verbindingen (noord/zuid) tussen de buurten te verbeteren en ontbrekende routes (opnieuw) te realiseren wordt het, voor jong en oud, makkelijker om zich door de wijk te verplaatsen. Plannen, zoals die zich aftekenen voor herontwikkeling van de busremise en een ambitie als de groene loper, sluiten hier goed op aan. Ook liggen er kansen in het verbinden van de omgeving Oude Amersfoortseweg en Liebergerweg (omgeving Hunkemöller en H-gebouw) aan weerszijden van het spoor.
naar hun aard geen forse hoeveelheid vrachtverkeer met zich meebrengen. Gedachten over een stedelijk distributiecentrum elders in of aan de rand van Hilversum zou op dit gebied ook een positieve ontwikkeling kunnen betekenen.
Bestaande barrières in 1221
Verkeersveiligheid verbeteren Verkeersveiligheid is voor bewoners een belangrijk thema. Inventarisatie levert diverse knelpunten op. Prioriteit heeft de omgeving Oosterspoorplein, met de kruisingen Kleine Drift/Zuiderweg en Kleine Drift/Minckelersstraat. In overleg met bewoners wordt, mede vanuit de ambities voor het bruisend hart, gekeken hoe met (kleine) aanpassingen bestaande knelpunten kunnen worden opgelost. Bij herinrichting stellen we de voetganger en fietser centraal. Zo vergroten we de verblijfskwaliteit en stimuleren we de meest duurzame vorm van vervoer: wandelen en fietsen. De verkeersveiligheid zal op termijn ook verbeteren door het verplaatsen van het distributiecentrum van Hunkemöller en het verplaatsen van de busremise. Nieuwe bedrijven in 1221 zullen passen in centrum stedelijk gebied en
Informele verbindingen tussen de buurten
Gebiedsagenda 1221
59
6
Verkeer, verbinding en parkeren
Gebiedsagenda 1221 - Verkeer, verbinding en parkeren Collectief parkeren op centrale plekken
60
Gebiedsagenda 1221
Principe 2:
Collectief parkeren op centrale plekken Auto minder dominant Om de woon- en leefkwaliteit in bestaande woonstraten te verbeteren is ruimte nodig. Ruimte voor voetgangers en fietsers. Ruimte voor groen. Ruimte om te spelen, te bewegen en elkaar te ontmoeten. Ruimte is schaars in 1221. De auto is dominant in het straatbeeld. Het aantal auto’s zal komende jaren (nog) niet afnemen en is daarmee op dit moment een gegeven. Het belang van prettige en leefbare woonstraten wordt echter breed onderschreven. Alleen wanneer de auto minder dominant in het straatbeeld aanwezig is, ontstaat ruimte voor voetgangers, spelende kinderen, fietsers en groen. Een deel van de straten is voor hulpdiensten, zoals de brandweer, steeds lastiger toegankelijk omdat door het autoparkeren de ruimte ontbreekt om een doorgang te vinden.
kansen gezien voor het toevoegen van extra openbare parkeerplaatsen, waarbij rekening gehouden wordt met het later kunnen omzetten van parkeerplaatsen naar groen of andere functies. Het verbeteren van informele verbindingen ondersteunt deze ambitie, omdat looproutes hierdoor korter en prettiger worden.
Deel parkeren op centrale locaties Door te zoeken naar mogelijkheden om in het gebied, op een aantal centraal gelegen locaties, nieuwe parkeerplaatsen te realiseren, kunnen in woonstraten een aantal parkeerplaatsen vervallen. Ten gunste van ruimte voor voetgangers, fietsers, groen en hulpdiensten. Dit kan betekenen dat bewoners iets verder zullen moeten lopen. Dat is niet anders dan bij speel- en ontmoetingsplekken. Hier tegenover staat een prettigere en groenere woonomgeving met ruimte voor ontmoeting. Dit vraagt een verandering van gedrag. Met een pilot zal de vraag beantwoord worden of bewoners bereid zijn om, voor een prettigere woon- en leefomgeving, verder te lopen om hun auto te parkeren. Het is logisch om een koppeling te leggen met de ambitie van de groene loper (auto eruit, groen erin).
Betaalbare oplossingen
Auto dominant in de wijk aanwezig
Auto minder dominant in de wijk aanwezig
Met het oog op de toekomst, een toekomst met naar verwachting minder autobezit en –gebruik is het niet logisch om als gemeente te investeren in openbare parkeergarages in het gebied. Om toch meer ruimte te krijgen in woonstraten moet gekeken worden naar locaties waar op minder kostbare manieren geclusterd parkeerplaatsen kunnen worden toegevoegd. Op ontwikkellocaties worden
Gebiedsagenda 1221
61
6
Verkeer, verbinding en parkeren
Gebiedsagenda 1221 - Verkeer, verbinding en parkeren Parkeerregime voor centrum én schil
62
Gebiedsagenda 1221
Principe 3:
Parkeerregime voor centrum én schil Wat minder gericht op de auto Op de verschillende ontwikkellocaties zullen appartementen voor 1- en 2-persoonshuishoudens worden gerealiseerd. Het is logisch dat die zich in verhouding meer nabij het trein- en busstation bevinden. Het accent kan liggen op een jongere doelgroep, maar ook voor ouderen voorzien deze appartementen in een behoefte. Deze groepen zullen naar verwachting wat minder gericht zijn op de auto dan andere bewoners. Ook voor bewoners elders in de wijk zijn trein- en busstation echter maar een kort fietsritje.
Duurzaam gedrag bevorderen Met de juiste inspanningen bevorderen we duurzaam gedrag. Ontwikkelende partijen stellen een mobiliteitsplan op, waar goede fietsparkeervoorzieningen en deelautosystemen een plek in zullen krijgen en parkeerplaatsen gekoppeld zijn aan de woningen. Met goede fietsparkeervoorzieningen en deelautosystemen is de behoefte aan parkeerplaatsen lager. Uitgangspunt is een parkeernorm van 1 parkeerplaats per woning zijn. Net als nu zal deze voor sociale huurwoningen wat lager liggen en voor dure woningen wat hoger. Deze parkeernorm kan naar de toekomst toe, als autobezit en autogebruik verder afnemen, naar beneden worden bijgesteld. Hierdoor komt ruimte beschikbaar voor groen of andere functies. Voor de directe omgeving van het station (weerszijden) wordt de parkeernorm nog nader uitgewerkt.
ontwikkellocaties als aparte parkeergebieden te benoemen lijkt dit mogelijk.
Uitbreiding vergunningparkeren Afwentelen van parkeerdruk in gebieden waar gratis geparkeerd kan worden is een risico. Dit kan worden voorkomen door verdere uitbreiding van vergunningparkeren. Dat is geen makkelijk genomen besluit. We zien nu echter al dat in omliggende gebieden draagvlak voor vergunningparkeren toeneemt. Het is de enige manier om in deze gebieden bewoners parkeerruimte te blijven bieden. Bewoners op de ontwikkellocaties, werknemers uit het centrum, mensen die werken op Schiphol of vakantiegangers die hun auto hier parkeren en met de trein verder reizen worden daarmee geweerd. Door de halvering van het vergunningtarief voor de eerste auto (sinds januari 2019) lijkt het draagvlak voor vergunningparkeren toegenomen te zijn.
Ontwikkellocaties uitsluiten van parkeervergunning Met het uitsluiten van bewoners van ontwikkellocaties voor een parkeervergunning wordt voorkomen dat elders in gereguleerd gebied onterecht parkeerdruk ontstaat. Dit kan niet voorkomen worden in buurten waar betaald parkeren niet is ingevoerd. Verdere regulering lijkt zonder deze ontwikkeling echter al onontkoombaar. De nabijheid van gebieden waar niet betaald hoeft te worden kan uitwijkgedrag uitlokken.
Rekening houden met de toekomst Door bij de ontwikkeling al rekening te houden met een te verwachten afname van autobezit, bijvoorbeeld door modulair te bouwen, hebben we op termijn niet te maken met leegstaande gebouwde parkeervoorzieningen. Salderen (uitruilen) kan daarbij ook helpen. Vertrekpunt voor de gemeente zijn centrumparkeernormen voor de zone tot 300 meter vanaf het trein- en busstation en schilparkeernormen voor de rest van 1221. Tarieven kunnen wel hetzelfde blijven. Insteek is dat bewoners en werknemers op de ontwikkellocaties geen aanspraak kunnen maken op een parkeervergunning voor parkeren in de openbare ruimte. Dit is in Hilversum nog niet gebruikelijk, maar komt in andere steden wel voor. Door de
Duurzame parkeeroplossingen stimuleren in 1221
Gebiedsagenda 1221
63
6 •
•
•
•
• •
•
•
64
Inzet: knelpunten, verbinden en parkeren
We zetten in op het verbeteren van de verkeersveiligheid en het vergroten van de doorstroming van overgangen en onderdoorgangen van het spoor. We benutten kansen die zich voor doen om de gebieden aan beide zijden van het spoor verder te verbinden, bijvoorbeeld via een groene verbinding voor langzaam verkeer nabij Hunkemöller. We bieden treinreizigers een goed welkom door nieuwe bebouwing ook te richten naar het spoor en houden rekening met de lange termijn ambitie voor het spoor. We vergroten de verkeersveiligheid voor voetgangers en fietsers door aanpak van verkeersknelpunten in de wijk, waaronder die rond het Oosterspoorplein. Bij herinrichting van straten stellen we de voetganger en fietser centraal om zo de meest duurzame vormen van vervoer te stimuleren. We gaan op zoek naar locaties om collectieve parkeervoorzieningen te realiseren, om zo een deel van de parkeerplaatsen in woonstraten weg te kunnen halen, ten gunste van ruimte voor voetganger, fietser, groen, spelen, ontmoeting en verblijf. We starten met een pilot, bij voorkeur gekoppeld aan de groene loper, waarbij draagvlak in de buurt een nadrukkelijke voorwaarde is. We verwachten van nieuwe en bestaande bewoners en werknemers dat ze gaan kiezen voor duurzame vormen van vervoer. Dit realiseren we alleen als we vol inzetten op mobiliteitsmanagement voor nieuwe, maar ook voor bestaande bewoners.
Door parkeren in nauwe straten te verminderen zorgen wij voor een betere bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten.
Gebiedsagenda 1221
Inzet: knelpunten, verbinden en parkeren Op gebied van verkeer en infrastructuur zoeken we een goede afstemming met belangrijke, lopende projecten.
Activiteiten:
Binnen het project HOV wordt komende jaren ter hoogte van de Oostereng een onderdoorgang van het spoor gerealiseerd. Dit betekent op termijn een veiligere situatie en betere doorstroming. De bouwwerkzaamheden zorgen komende jaren wel voor overlast voor de omgeving. Ook is afstemming met ontwikkelingen op de locaties Venetapark en Hunkemöller relevant.
•
Met het project Stationsgebied worden centrum en stationsgebied meer met elkaar verbonden. Binnen het project worden de voorzieningen voor fietsparkeren uitgebreid en ondergronds gebracht. De overlast van fietsen op het Oosterspoorplein verdwijnt hiermee. Door het realiseren van een Kiss & Ride aan het Oosterspoorplein neemt de overlast van tijdelijk geparkeerde auto’s hier af. Ook wordt de fietstunnel aangenamer door de ingangen te verbreden en de helling minder steil te maken.
•
•
Opstellen en realiseren integraal mobiliteitsmanagement voor 1221 met mobiliteitsplannen voor ontwikkellocaties en pilots op het gebied van deelauto’s in bestaande woonstraten. Uitwerken van het plan voor te herstellen of nieuw te realiseren informele verbindingen, zoals die tussen Geuzenweg en Larenseweg over het terrein van de busremise. Verkenning van de mogelijkheden van een nieuwe groene verbinding over het spoor voor voetgangers en fietsers, zoekgebied is de omgeving Liebergerweg en Oude Amersfoortseweg
Binnen het project Fietsparkeren Stationsgebied wordt voor de zomer van 2019 een fors aantal extra fietsparkeervoorzieningen op het Stationsplein toegevoegd, waardoor reizigers meer stallingsmogelijkheden krijgen en aan beide zijden van het station gehandhaafd kan worden op verkeerd gestalde fietsen. Project Kleine Spoorbomen zet in op het verkeersveiliger maken van de spoorwegovergang door herinrichting. Aanpassingen aan de Kleine Spoorbomen hebben effect op de omgeving, waaronder op 1221. Inzet van de gemeente is de effecten hiervan zoveel als mogelijk te verzachten. Tevens worden prioritaire verkeersknelpunten aangepakt nabij het Oosterspoorplein, met de kruisingen Kleine Drift/Zuiderweg en Kleine Drift/ Minckelersstraat.
Gebiedsagenda 1221
65
7
Samenwerken
De Gebiedsagenda is het resultaat van een bijzonder gebiedsproces. Een intensief proces waarin bewoners, ontwikkelende partijen, maatschappelijke organisaties en gemeente open en transparant de dialoog met elkaar zijn aangegaan. Zonder plan vooraf. De basis zijn de gedeelde zorgen en ambities. Doel is het ontwikkelen van een gezamenlijk toekomstperspectief. Dat maakt deze Gebiedsagenda van ons allemaal: een agenda voor samen werken en uitvoeren.
66
Gebiedsagenda 1221
Foto gemaakt door Roger Touissant
Gebiedsproces: organiseren van verbinding Veranderende rollen, nieuwe inzet
Actief organiseren van verbinding
Deze Gebiedsagenda is de afronding van een ongebruikelijk samenwerkingsproces. Was de gemeente voorheen leidend in planvorming, nu staan alle partijen in 1221 hiervoor samen aan de lat, vanuit gelijkwaardigheid. Dit heeft geleid tot een constructief, pittig gebiedsproces tussen bewoners, ontwikkelende partijen, organisaties en overheden waarin een gezamenlijk toekomstperspectief is gegroeid. In dit proces hebben bewoners hun stem duidelijk laten horen. Leerden ontwikkelende partijen zich meer te verbinden met de buurt en bewoners. En was de gemeente niet zozeer sturend, maar juist faciliterend en gaf deze globale kaders mee. Door de gelijkwaardige dialoog tussen partijen, ieder vanuit verschillende belangen, leerden mensen elkaar beter kennen en groeide wederzijds het begrip. Hierdoor is een constructieve basis ontstaan voor de gemeenschappelijke ambities van deze Gebiedsagenda.
De kern is het organiseren van verbinding: activeren dat partijen samen iets (anders) doen. Op allerlei momenten brachten we partijen bij elkaar die in het gebied wonen, werken of eigendom hebben of konden bijdragen met kennis, ervaring en inspiratie. Maar bij elkaar brengen is niet genoeg: wederzijds uitdagen en actief mobiliseren om aan de slag te gaan was de inzet. Zo bepaalden we samen in de eerste Gebiedstafel welke opgaven wezenlijk van belang zijn voor de wijk. In de Werkplaatsen stroopten we de mouwen op. Ontwikkelende partijen gingen in gesprek over elkaars plannen. Bewoners en maatschappelijke organisaties brachten hun behoeften en wensen in beeld. De gemeente stelde de kaders en boog zich over de consistentie en samenhang. In de tweede Gebiedstafel bespraken we de principes die richting geven aan de ontwikkeling van het gebied. En tal van andere activiteiten, zoals buurtschouwen, een fietstocht met raadsleden, de commissiebehandeling over de gemeentelijke inzet en vele kleinschalige werksessies met ontwikkelende partijen en met bewoners. Steeds stonden de zes opgaven centraal en verkenden we wederzijds de (on) mogelijkheden om tot een gezamenlijk perspectief te komen.
Meerstemmigheid: mix van signalen, kennis en inspiratie Het gebiedsproces is gericht op het bij elkaar brengen en ‘verbinden’ van alle relevante partijen die het verschil kunnen maken in de gebiedsontwikkeling. Het gaat hierbij niet om zo compleet mogelijk alles en iedereen met elkaar te laten praten. Dat lukt praktisch moeilijk met bijna 9.000 bewoners en meer dan 750 bedrijven. Een Poolse landdag leidt niet tot actie. Het gebiedsproces is gericht op een goede ‘meerstemmigheid’: het borgen van de signalen en geluiden van de diverse groepen in 1221. Zonder compleet te zijn. Deze meerstemmigheid legt de basis voor een productief werkproces, gericht op actieve samenwerking. Niet alleen je mening ventileren, maar gericht samen werken. Vanuit deze ‘meerstemmigheid’ hebben ook andere organisaties dan gebruikelijk bijgedragen door kennis over de thema’s en inspiratie elders in te brengen. Organisaties als Versa Welzijn, politie, GGD Gooi en Vechtstreek, RIVM, Albertus Perk, het Dudok Architectuur Centrum en Firan.
Gebiedsproces: •
Veranderende rollen en nieuwe inzet
•
Groeiend wederzijds begrip en vertrouwen
•
Niet compleet maar meerstemmig
•
Actief organiseren van de verbinding
Gebiedsagenda 1221
67
7
Samenwerken
Wonen en werken
Leefbaarheid, ontmoeten en spelen
Kernopgave:
Nevendoel:
Nevendoel: vergroenen, klimaat
?
Initiatief: gemeente Partners: bewoners, ondernemers, corporaties, NS/ProRail, e.a.
-
Nevendoel: ontmoeten
Kernopgave: vergroenen, klimaatadaptatie, waterberging, duurzame energie
Nevendoel: Minder parkeerdruk, Informele routes
Initiatief: bewoners Partners: gemeente, RIVM, Firan, Hilverzon, e.a.
-
Nevendoel: Kernopgave: vergroenen en klimaat leefbaarheid, ontmoeten faciliteren en bewegen
Nevendoel: veilige routes
Initiatief: bewoners Partners: gemeente, GGD, zorg- en welzijn, RIVM, e.a.
Sleutelproject 1: kwaliteitsverbetering activiteiten, Bruisend Hart plinten, bebouwing en ontmoeten, veiligheid
Groen en duurzaamheid
Verkeer, verbindingen en parkeren
openbare ruimte
Sleutelproject 2: Groene Loper
Sleutelproject 3: Spelen en ontmoeten
Aanzet tot sleutelprojecten
68
Gebiedsagenda 1221
Samenwerken
Uitvoering en projecten Deze Gebiedsagenda is een sluitstuk, maar ook een nieuw begin. We gaan aan de slag. Tempo en daadkracht zijn belangrijk. Gezamenlijk werken we aan realisatie van de ambities in de Gebiedsagenda. Zowel op het niveau van afzonderlijke ontwikkellocaties als op niveau van de wijk als geheel.
Werkgroepen voor de ontwikkellocaties De wijk mag zich verheugen op veel aandacht van ontwikkelende partijen en investeerders. Eerder dan tot nu toe gebruikelijk zijn de bewoners betrokken bij de planontwikkeling van de ontwikkelende partijen. Dat is wennen, maar tegelijkertijd van grote betekenis. Bewoners kennen hun buurt en de behoeften die er leven. Hierdoor kunnen ontwikkelende partijen beter inspelen op de behoeften in de buurt, hetgeen het draagvlak versterkt. Het gebiedsproces heeft geleid tot nieuwe werkrelaties tussen bewoners, ontwikkelende partijen en gemeente en heeft het zelfbewustzijn van partijen versterkt. Zo hebben bewoners in de Kleine Driftbuurt een eigen informatieavond georganiseerd en zijn bewoners in drie werkgroepen actief voor de ontwikkellocaties Venetapark, Hunkemöller en Zuiderweg-Lijsterweg. In andere buurten wordt dit nu ook opgestart. De ontwikkelende partijen zijn aan zet om in dialoog met deze werkgroepen een ontwikkelplan voor hun eigen locatie op te stellen. Met de invoering van de Omgevingswet in 2021 zijn ontwikkelende partijen verplicht een participatieverslag te overleggen bij de vergunningsaanvraag. Hiervoor heeft de gemeente de leidraad ‘Betrek de Omgeving’ gemaakt. De initiatiefnemer is aan zet, de gemeente treedt op als adviseur en weegt de georganiseerde participatie mee in de beoordeling.
Met de leidraad hebben initiatiefnemers een tool in handen om participatie zelf te organiseren. De werkgroepen kunnen als gesprekspartner optreden en ontwikkelende partijen helpen met zo’n breed mogelijke vertegenwoordiging van bewoners in gesprek te komen.
Sleutelprojecten als ‘verbindende’ projecten Naast de ontwikkellocaties in de verschillende buurten worden in deze Gebiedsagenda een aantal buurtoverstijgende ambities geformuleerd die
vertaald zullen worden in concrete projecten. Deze projecten geven vorm en inhoud aan de gezamenlijk ambities voor de wijk als geheel. Wij stellen voor om sleutelprojecten te benoemen waarvoor gericht kennis, menskracht en middelen worden ingezet. Een sleutelproject verbindt de bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in de verschillende buurten. Uit het gebiedsproces komt een aantal sleutelprojecten naar voren. Hier zit energie; bewoners zijn al bezig werkgroepen te vormen. We zien op dit moment drie mogelijke sleutelprojecten.
Sleutelproject: Bruisend Hart Ontwikkelplan voor herstel en kwaliteitsverbetering van het Oosterspoorplein en omgeving. Gericht op herinrichting van de openbare ruimte en omringende bebouwing. Verbeteren van groene kwaliteiten, ontmoetingsfunctie en kwaliteitsniveau van voorzieningen.
Sleutelproject: Groene Loper Ontwerp- en uitwerkingsplan voor het realiseren van de Groene Loper. Concretisering van route, materialisering, beplanting en straatmeubilair. Relatie met gezondheid, klimaatadaptatie en energietransitie. Met strategie voor verwerven van een breed draagvlak bij en inzet van bewoners en verkennen van mogelijkheden voor financiering.
Sleutelproject: Spelen en ontmoeten Herinrichting en kwaliteitsverbetering van speelplekken en ontmoetingsplekken gericht op het op termijn realiseren van een netwerk voor speel- en ontmoetingsplekken. Gericht op leefbaarheid, sociale cohesie, gezondheid en bewegen. Samenwerking met omwonenden, scholen en maatschappelijke organisaties. Verkennen van beheer en handhaving. In sleutelprojecten komen meerdere ambities van deze Gebiedsagenda samen. Het koppelt fysieke kwaliteitsambities met economische of sociale ambities. Of duurzaamheid met gezondheid, leefbaarheid en verbindingen. Sleutelprojecten zijn gelet hierop van groot belang voor de kwaliteitsverbetering van de wijk als geheel.
Gebiedsagenda 1221
69
Aanzet tot uitvoeringsprogramma
70
Gebiedsagenda 1221
Uitvoering en projecten Investeren in kleine pilots als eerste stap Groots denken is goed. Desalniettemin is het zaak om klein te beginnen: gewoon starten met de zichtbare verbetering van plekken en deelgebieden, vooruitlopend op groeiend draagvlak in de buurt en grotere investeringen. Daarom koppelen we kleinschalige pilots aan de sleutelprojecten, waarmee we snel kunnen starten en die binnen afzienbare termijn tot resultaat leiden. Zo is het goed denkbaar dat we voor elk van de sleutelprojecten – naast de uitwerking van het geheel – starten met een concrete pilot. Voor het Bruisend Hart is het denkbaar dat we starten met gerichte vergroeningsacties of activiteiten voor en met de buurt (placemaking). Voor de Groene Loper kunnen we starten met een leefstraat als pilot om de kansen en potenties te tonen. Verder kan het herinrichten van twee concrete speelplekken tot ontmoetingsplek in de wijk als pilot fungeren voor het sleutelproject Spelen en ontmoeten. Welke pilots precies worden opgepakt is nu nog niet vastgesteld. De aanpak zal ook steeds anders zijn. In de komende jaren kunnen pilots veranderen of juist worden toegevoegd. Dat biedt flexibiliteit binnen het uitvoeringsprogramma.
Parallel aan de ontwikkellocaties kan gestart worden met de uitwerking van sleutelprojecten. Dit vraagt vooral tijd en inzet van bewoners, maatschappelijke organisaties en gemeente. Afhankelijk van inzet en capaciteit kunnen werkgroepen (bestaande uit een mix van bewoners, ondernemers, ontwikkelaars, organisaties, gemeente) worden gevormd per sleutelproject, met name voor het Bruisend Hart en de Groene Loper. De werkprocessen voor speelplekken en leefstraten kunnen kleinschaliger worden georganiseerd en meer per locatie worden uitgevoerd. Het is zaak tot een goed gefaseerd uitvoeringsprogramma te komen. In het uitvoeringsprogramma worden alle projecten opgenomen, waarvoor afspraken worden gemaakt over tijd, inzet en middelen van bewoners, ontwikkelende partijen, (maatschappelijke) organisaties en gemeente. Dit uitvoeringsprogramma wordt gemonitord en jaarlijks bijgesteld naar de laatste inzichten.
Slimme fasering in het uitvoeringsprogramma
Uitvoering en projecten:
De ambities van deze Gebiedsagenda zijn groot. De beschikbare capaciteit bij bewoners, ontwikkelende partijen en gemeente is niet oneindig. Niet alles kan tegelijk. Het hoeft ook niet tegelijk.
•
Werkgroepen voor ontwikkellocaties
•
Werkgroepen voor sleutelprojecten met kleine pilots
•
Slimme fasering van het uitvoeringsproces
•
Opstellen, monitoren en jaarlijks bijstellen uitvoeringsprogramma
Voor meerdere ontwikkellocaties is de planvorming gestart. Het tempo van realisatie zal onderling verschillen. Soms is deze, bijvoorbeeld bij de busremise, afhankelijk van andere factoren. In dit geval de nieuwe concessie van het busvervoer in 2021. Ontwikkeling op de locatie Hunkemöller is afhankelijk van het moment van het verplaatsen van het distributiecentrum, waarvoor nog een geschikte locatie gezocht wordt. Andere locaties zoals Korte Noorderweg, Venetapark en Zuiderweg-Lijsterweg zijn al verder in planontwikkeling, maar zoeken naar een breder draagvlak in de buurt. Welke locatie eerst, en welke later ontwikkeld kan worden, valt nu nog niet te bepalen. Dit is geheel afhankelijk van het tempo van ontwikkelende partijen, van de dynamiek met bewoners en de beoordeling en inzet vanuit de gemeente.
Gebiedsagenda 1221
71
GEMEENTE
Bestemmingsplan+ met verbrede reikwijdte
Gebiedsfonds
ONTWIKKELAAR
Verlenen omgevingsvergunning
Op basis van supervisor, ARK en reactie van de buurt
Op basis van locatie ontwikkelplan en nieuw bestemmingsplan
dialoog
dialoog
BUURT
Ontwerp en strategie voor realisatie groene loper samen met buurt en ontwikkelaar
Vaststellen locatie ontwikkelplan
Locatie ontwikkelplan In nauwe samenspraak met buurt, gemeente en supervisor. (ontwikkelplan volgt thematieken Gebiedsagenda)
Aanvraag omgevingsvergunning
Gebiedsfonds (afdracht in € of inzet)
Proces verdere planvorming ontwikkellocaties
72
Gebiedsagenda 1221
Aanpak en organisatie De sleutelprojecten en ontwikkellocaties komen niet vanzelf van de grond. Het uitvoeringsproces vraagt om inzet van verschillende instrumenten en een heldere aanpak van proces en organisatie. De gemeente speelt hierin een centrale, faciliterende rol.
Versterken van het informele gebiedsnetwerk Met het gebiedsproces voor deze Gebiedsagenda is een informeel netwerk van personen en organisaties ontstaan die elkaar niet eerder periodiek ontmoetten. Door het intensieve proces van samen werken in Gebiedstafels en Werkplaatsen hebben betrokken partijen elkaar leren kennen, is begrip voor elkaars belangen ontstaan en groeit wederzijds het respect en vertrouwen. Niet alleen als organisatie, maar ook persoonlijk. Deze ‘software’ van het netwerk willen we in het proces van uitvoering verder ontwikkelen. Naast de betrokkenheid bij specifieke projecten of ontwikkellocaties, vragen we alle partijen om te blijven investeren in het informele gebiedsnetwerk. Door tijd, kennis, energie en ervaringen te delen en samenhangende kwesties tussen projecten te bespreken. Hiervoor zullen we periodiek (bijvoorbeeld elk half jaar) een Gebiedstafel of ander type bijeenkomst organiseren voor de uitwisseling van kennis en ervaringen, voor het actualiseren van het uitvoeringsprogramma, en om samen voortgang te boeken op de sleutelprojecten die ons allen verbinden.
Actieve regie door de gemeente De gemeente speelt een belangrijke rol in het vervolgproces van uitwerking en uitvoering. Zowel inhoudelijk als procesmatig. Niet sturend of dirigerend, maar kaderstellend en stimulerend. De gemeente vervult verschillende rollen. Enerzijds beleidsmatig (door het stellen van doelen en kaders) en uitvoerend (door actieve inzet van instrumenten, menskracht en middelen). Anderzijds op het proces faciliterend (uitwisseling en dialoog tussen partijen) en toetsend/besluitvormend (op de inzet en kwaliteit van concrete plannen). Deze verschillende rollen zijn goed te combineren in diverse fasen van het uitvoeringsproces, als dit duidelijk en transparant wordt aangeven. De gemeente voert regie, maar is – net als afgelopen jaar – slechts één van de vele partijen.
Expertise en menskracht voor uitvoering Voor de organisatie van het uitvoeringsproces kiest de gemeente voor een versterkte inzet. De ambities in de Gebiedsagenda vragen immers om maatwerk in uitwerking en uitvoering. En dus om inzet van instrumenten, menskracht en middelen. Binnen de gemeente wordt een kernteam gevormd van een gebiedsmanager, buurtcoördinator, planbegeleider, stedenbouwkundig supervisor, communicatie adviseur en ondersteuning. Dit team werkt gericht aan de uitvoering van de Gebiedsagenda 1221 en legt intern (binnen de gemeente) en extern de nodige verbanden. Afhankelijk van het soort project wordt expertise vanuit verkeer, planologie, duurzaamheid, economie, wonen, sociaal domein, e.d. ingezet en afgestemd met maatschappelijke partners. We stellen een stedenbouwkundige supervisor aan, voor het bewaken van de samenhang en kwaliteit in uitvoering. Deze supervisor zal verantwoordelijk zijn voor de plannen binnen 1221, maar ook voor die aan de centrumzijde van de Spoorzone. De supervisor bewaakt op deze manier de samenhang en kwaliteit in de hele Spoorzone en weegt deze daarnaast af binnen de context van de gemeente als geheel. De functie van supervisor is onafhankelijk en staat los van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK).
Inzet en organisatie: •
Versterken van informeel netwerk van partijen en personen
•
Actieve regie door gemeente; faciliterend en stimulerend
•
Versterkte inzet met expertise en menskracht
•
Onafhankelijke stedenbouwkundige supervisor
Gebiedsagenda 1221
73
Impressie van de bijeenkomsten.
74
Gebiedsagenda 1221
Inzet van instrumenten Bestemmingsplan-plus met verbrede reikwijdte Voor het realiseren van de doelen en ambities van deze Gebiedsagenda en de realisatie van de ontwikkellocaties in het bijzonder, is vernieuwing van het vigerend bestemmingsplan noodzakelijk. Bij veel ontwikkellocaties gaat het wijzigen van de vigerende bestemming naar een mening van functies onder nieuwe randvoorwaarden. Vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet zal de gemeente werken aan een ‘bestemmingsplan-plus met verbrede reikwijdte’. Dit maakt het mogelijk om (tijdelijk) af te wijken van geldende wet- en regelgeving waardoor alvast geanticipeerd kan worden op de lokale afwegingsmogelijkheden die de Omgevingswet in 2021 gaat bieden. Tevens kunnen vereisten rond duurzaamheid, leefbaarheid en identiteit hiermee beter geborgd worden. Het bestemmingsplan-plus met verbrede reikwijdte is de voorloper van het Omgevingsplan (dat onder de Omgevingswet het bestemmingsplan zal vervangen).
ontwikkelende partijen gevraagd om voor hun eigen locatie een ontwikkelplan op te stellen. Het initiatief hiertoe ligt bij de eigenaren en ontwikkelende partijen om tot een nadere uitwerking te komen van hun ontwikkelambitie. Het ontwikkelplan is meer dan een stedenbouwkundig plan. Het toont niet alleen de ruimtelijke invulling, het programma en de beeldkwaliteit, maar laat ook zien wat de betekenis is van de ontwikkellocatie voor de buurt, de wijk en de stad. Het laat zien hoe vorm en inhoud wordt gegeven aan de identiteit van de buurt, en wat de meerwaarde is voor de ambities van deze Gebiedsagenda in termen van leefbaarheid, groen, ontmoeten, spelen en duurzaamheid. De gemeente staat op afstand van het ontwikkelplan, maar is graag bereid tussentijds het plan in dialoog te verbeteren. De gemeente zal het plan beoordelen en in besluitvorming brengen voor vergunningverlening. De procedure is schematisch weergegeven.
Opzetten van een gebiedsfonds voor 1221 Werken aan Energietransitieplan en Mobiliteitsvisie Naast het opstellen van het bestemmingsplanplus met verbrede reikwijdte neemt de gemeente het initiatief tot het beleidsmatig uitwerken van de ambities voor duurzaamheid en voor verkeer, verbindingen en parkeren. In het licht van verduurzaming wil de gemeente een lokale energiestrategie voor 1221 opzetten, in navolging van de Regionale Energiestrategieën (RES). Hierin worden maatregelen voor verdere verduurzaming in samenhang verkend en uitgewerkt: gasloos bouwen, warmtenetwerk, duurzame energiewinning, afval, materialen en circulariteit. Dit mondt uit in een Energietransitieplan 1221. Op niveau van Hilversum als geheel werkt de gemeente aan een Mobiliteitsvisie, waarin vraagstukken rond verbindingen en parkeren worden geagendeerd. Hierin worden maatregelen uitgewerkt die ook van betekenis zijn voor de uitvoering van de Gebiedsagenda 1221. Vooruitlopend hierop worden de parkeernormen voor de omgeving direct rond het station (weerszijden) nader uitgewerkt.