E-mail functionaris gegevensbescherming naar aanleiding van commissiebehandeling jaarverslag 2021
Tekst van het document
Beste wethouder en raadsleden, Naar aanleiding van wat er gezegd is in de vergadering van de Raadscommissie Bestuur en Economie van 7 september over het FG-verslag, zou ik toch nog een paar punten willen verhelderen. Als FG is het onder meer mijn taak om u te informeren en adviseren in privacyzaken, dus ook bij dezen: Dank voor de feedback In de eerste plaats dank voor de feedback op het FG-verslag. Voor mij is het de uitdaging om complexe materie voor het gemeentebestuur hanteerbaar te maken. Met alle plezier spreken we af dat de raad mij nog om verduidelijking mag vragen, wat kan leiden tot bijvoorbeeld een toevoeging, zoals D66 verzocht. Het definitieve FG-verslag kan ik ook daarna vaststellen. Technische / inhoudelijke vragen over het FG-verslag horen in ieder geval rechtsreeks aan de FG te worden gesteld. Wat en wie is die FG? Het FG-schap is sinds de invoering van de AVG een ambt op basis van een aanwijzingsbesluit, zij het onafhankelijk van de rest van de gemeente. Onvriendelijk gezegd ben ik jullie privacyscheidrechter al tref je mij bij voorkeur niet in die modus aan. Ik denk het liefst mee en heb een ombudsfunctie. Maar soms moet ik streng zijn. Over de wijze waarop ik werk heb ik een handreiking geschreven over goed FG-schap. Landelijk zet ik mij in voor een FG-kwaliteitssysteem - vergelijkbaar met hoe de advocatuur en de accountancy zich hebben georganiseerd.
Mijn achtergrond is 30 jaar juridische expertise op wetgevingsniveau en vooral - praktijkervaring met complexe vraagstukken zoals bijvoorbeeld het OV-chipkaartsysteem. Kortom; ik doe dit al wat langer en weet waarom ik iets zeg. Tegelijk hoef ik niet per se gelijk te hebben - kom binnen de spelregels die ook weer voor mij gelden (het EU-publiekrecht), met valide argumenten. Het FG-schap is qua expertiseniveau, taken en positie wettelijk geregeld (zie artikel 37-39 AVG). Daarnaast heeft gemeente Hilversum deze ook grotendeels overgenomen in het Privacy Beleid Gemeente Hilversum. Vergelijkbaar met een scheidsrechter tijdens een sportwedstrijd, hebben we afgesproken dat je niet in discussie gaat met de FG; zijn zienswijze geldt als de geëigende uitleg, en die is apolitiek ('De zienswijze van de FG is zwaarwegend en geldt als de geëigende wijze voor naleving van de AVG’). Dit laatste heeft alles te maken met de juiste checks & balances binnen de gemeente. Ik hoop dat het onderstaande schema voldoende voor zich spreekt, en anders licht ik het graag nog eens toe. Let in het bijzonder op de scheiding tussen de 1e- en 2e-lijn enerzijds, en de 3e- en 4e-lijn anderzijds. RASCI R – Operationeel verantwoordelijk A – Bestuurlijk verantwoordelijk S - Ondersteunend C - Toezicht I - Geïnformeerd
3/4lines 1 1
2 3 4
Eigenaarschap Directie / MT (‘proceseigenaren’, ook bij uitbesteding van taken aan bijvoorbeeld Gooi en Vechtstreek) College, Raad, Burgemeester (de bestuursorganen) Informatiebeheer, risico management, inkoop, communicatie, juridische zaken, … (staffuncties, vooral via het PIT) FG Raad (t.b.v. horizontaal toezicht) Inwoners Landelijk toezicht, met name de Autoriteit Persoonsgegevens
Gele kaart We hebben het gehad over de gele kaart. Deze heb ik gegeven voor het afvallen van de FG en bagatellisering van het punt dat ik maak. Zonder het willen dramatiseren, is zoiets voor mij symptomatisch voor het nog niet ‘doorleven' van het verschil tussen 1e/2e en 3e lijn. Het doet er niet toe wat ‘andere FG’s’ zeggen - zij zijn niet de FG van Gemeente Hilversum. Ook wat ‘de juristen’ zeggen, doet er niet toe. Zij zijn ‘2e lijn’ en vanuit mijn optiek part of the problem als ik tegen ze in moet gaan (wat ik in eerste instantie juist tracht te voorkomen). Wees er ook graag van verzekerd dat ik niet lichtzinnig positie bepaal, laat staan gele kaart geef. Maar de checks & balances volgens het Hilversumse privacybeleid werken niet als de FG Hilversum niet de ruimte wordt gelaten om te zeggen ‘en toch klopt het niet’. Gelet op alle weerstand is dat is geen leuk werk, maar it comes with the job.
De FG staat alleen in zijn zienswijze In de commissievergadering werd uitgesproken dat de FG alleen staat in zijn zienswijze over Regio Gooi en Vechtstreek. Dat is onjuist. Onder mijn peers wordt ik heel goed begrepen, ik mis alleen de support van de FG’s van de buurgemeenten - maar dat is hun eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast handel ik in lijn met afspraken in VNG-verband en uitleg van de AVG van het EU-coördinatieorgaan EDPB. Bovenal breng ik het EU-publiekrecht in de praktijk, waaronder de AVG.
Hoe zit het met de rechtszaak? Het beeld wordt gecreëerd dat de FG door de rechter in het ongelijk is gesteld. Maar ook dat is onjuist. De rechtbank is niet ingegaan op mijn argumenten. Sla het vonnis er nog maar eens op na. Eerst vindt de rechter het zelf ook allemaal onduidelijk, om vervolgens op het gebied van AVGketenregie lukraak te vinden dat delegatie aan Regio Gooi en Vechtstreek zou hebben plaatsgevonden. Nauwkeurige lezing van de gemeenschappelijke regeling (de oprichtingsstukken en opdrachtverlening) laat echter zien dat het bestuurlijk eigenaarschap toch echt nog steeds bij het college en de raad berust. Vooral is de rechter voorbij gegaan aan de wettelijke taakstelling in de RMC-wetgeving. Ik heb de gemeente aangegeven dat het vonnis daarom te mager is om er zekerheid aan te kunnen ontlenen. De bijstandsmoeder heeft hoger beroep ingesteld. Het zou sterk staan om haar hierin bij te staan in plaats van Regio Gooi en Vechtstreek te supporten. Zorgvuldigere reflectie op de gang van zaken is in ieders belang - het gaat niet alleen om bescherming van grondrechten maar ook over het betrachten van eigenaarschap over gemeentelijke informatieketens. Ik heb daarom de Autoriteit Persoonsgegevens gevraagd om er toch ook iets van te gaan vinden. Helaas loopt dat niet hard. ‘We liggen op de stapel’.
Met vriendelijke groet, Sergej Katus mr. S.H. Katus Functionaris Gegevensbescherming
PMP Vondellaan 58, 3521 GH Utrecht E: sergej.katus@pmpartners.nl T: 085 401 38 66 | M: 06 52 41 03 88 W: www.pmpartners.nl
Autoriteit Persoonsgegevens T.a.v. xxxx xxxx@autoriteitpersoonsgegevens.nl
Privacy Management Partners Coöperatie UA adres
Vondellaan 58 3521 GH Utrecht telefoon
+31 85 401 38 66 e-mail
info@pmpartners.nl website
Utrecht, 25 mei 2022
www.pmpartners.nl kvk
58176691
Betreft Verzoek om zienswijze
Geachte xxxx, Bijgevoegd vonnis is een nieuwe fase in de discussie over verwerkingsverantwoordelijkheid van gemeenten bij uitbesteding van taken aan regionale uitvoeringsorganisaties (gemeenschappelijke regelingen). Ik verzoek de Autoriteit Persoonsgegevens om op korte termijn op dit vonnis te reageren in de vorm van een zienswijze. Dit niet alleen ter ondersteuning van mijn werk als FG, maar vooral omdat beroep bij de Raad van State wordt overwogen en wellicht ook het laten stellen van prejudiciële vragen bij het EU Hof van Justitie. Een AP-zienswijze is extra belangrijk omdat het vonnis afbreuk doet aan de AVG. Het probleem is dat de rechter niet onderkent dat een bestuursorgaan (in dit geval het college van B&W van de gemeente Hilversum), óók verantwoordelijk blijft voor AVGrechtsbescherming bij uitbesteding van taken. Althans; voor zover sprake is van delegatie van verantwoordelijkheden die wettelijk bij dat bestuursorgaan zijn belegd. De EDPB spreekt in dit verband van de expliciet of impliciet bij wet geregelde verwerkingsverantwoordelijkheid. In de klachtbeoordeling die mede de aanleiding vormde voor het starten van deze rechtszaak, spreek ik voor de duidelijkheid liever van bestuurlijk eigenaarschap. Als inwoners daar niet op kunnen rekenen, desnoods via de FG, AP en de rechter, is AVG-rechtsbescherming uiteindelijk een luchtkasteel.
De onderhavige zaak illustreert op welke manier. Een Hilversumse bijstandsmoeder loopt tegen een muur aan bij uitoefening van AVG-rechten (zij beroept zich vooral op het recht op gegevenswissing). Weliswaar neem ik de kwestie in behandeling maar omdat het bestuurlijk eigenaarschap wordt betwist, komt zij toch de kou te staan.
Vandaar haar gang naar de rechter. Alleen doorziet de rechter niet het fundamentele discussiepunt. In het vonnis ontslaat de rechter het college van B&W van haar wettelijke verwerkingsverantwoordelijkheid, door een verwerker te erkennen als de nieuwe verwerkingsverantwoordelijke. En dat op basis van summiere motivatie. Als dit vonnis stand houdt, doet dat ernstig afbreuk aan AVG-rechtsbescherming door gemeenten. Inwoners blijken geen inwoners meer te zijn maar vallen voortaan onder het bewind van de directies van gemeenschappelijke regelingen. Gemeentebesturen zijn niet langer verantwoordelijk. Inwoners kunnen niet meer rekenen op de gemeentelijke mechanismes voor naleving van de AVG. De uitspraak van de rechter is koren op de molen is van de voorstanders van het ‘wegdelegeren’ van bestuurlijke verantwoordelijkheid. Mijn standpunt blijft evenwel dat er bestuurlijke verantwoordelijkheden zijn die zich hier naar hun aard niet toe lenen volgens de beginselen van behoorlijk bestuur (vgl. Gemeentewet en Algemene wet bestuursrecht). AVG-rechtsbescherming is er zo een. De discussie miskent de noodzaak voor een nieuwe bestuurscultuur in het huidig tijdsgewricht en het hervinden van de menselijke maat (publieke waarden). De AVG reikt daarvoor handvatten aan, maar dat vereist wel juiste toepassing.
Gelet op onze taakverdeling en in het bijzonder de werking van 57.1a AVG, is een APzienwijze gewenst om één lijn te trekken. Dat versterkt niet alleen de AVGhandhaving maar draagt in dit geval ook bij aan de ontwikkeling van de rechtspraak. Vanzelfsprekend ben ik beschikbaar voor overleg.
Met vriendelijke groet,
Sergej Katus FG Hilversum
Bijlagen – Vonnis Rechtbank Midden-Nederland van 12 mei 2022 (separaat toegestuurd) – Achtergrondinformatie (zie hierna) – Noot bij het vonnis vanuit FG-perspectief (zie hierna) – FG-klachtbeoordeling van 15 december 2021 (separaat toegestuurd) – Advies advocatuur over beroep bij de Raad van State (separaat toegestuurd) – VNG-factsheet AVG-positie gemeenten (separaat toegestuurd)
2/8
Achtergrondinformatie Over de klager De klager is een bijstandsmoeder met een zoon met downsyndroom waarvan zij de bewindvoerder is. Ze geeft aan dat haar zoon geen enkel ontwikkelperspectief heeft op het gebied van beroepsonderwijs. Toch blijft het bureau leerlingzaken hen lastig vallen. Ze wenst dat het bureau leerlingzaken hen vergeet, zodat zij voortaan met rust worden gelaten. Bureau leerlingzaken had eerst met de zoon te maken vanwege de Leerplichtwet. Nu de zoon meerderjarig is, is de Wet op het voortgezet onderwijs van toepassing en aanverwante wetten, waar bureau leerlingzaken taken uitvoert op het gebied van beroepsonderwijs – met name voor de categorie kwetsbare jongeren (RMC-taken). Bureau leerlingzaken stelt zich op het standpunt dat het de zoon daarom moet kennen en benaderen, bijvoorbeeld voor begeleidingsgesprekken. Gelet op de gesteldheid van haar zoon, vindt de klager dat pijnlijk en kafkaësk. Over RGV Bureau leerlingzaken is een afdeling van Regio Gooi- en Vechtstreek (RGV). RGV is een rechtspersoon naar publiek recht onder de Wet gemeenschappelijke regelingen. In de relevante onderwijswetgeving, zijn verantwoordelijkheden opgedragen aan colleges van B&W. In de mogelijkheid van delegatie is in deze materiewetgeving niet voorzien.
Het college van B&W van de gemeente Hilversum, net zoals de colleges van andere gemeente, nemen deel in gemeenschappelijke regeling RGV als een vorm van krachtenbundeling. In de gemeenschappelijke regeling (zie instellingsbesluit) behouden gemeenten zich het bestuurlijk eigenaarschap voor door te verduidelijken dat RGV is belast met beleidsvoorbereiding en uitvoering. Eindverantwoordelijkheid / bestuurlijk eigenaarschap wordt niet overgedragen. Uitoefening van rechten De klager heeft bij RGV aangeklopt om inzage en correctie van en bezwaar tegen de verwerking van persoonsgegevens. Uiteindelijk oefent zij ook het recht op gegevenswissing uit. RGV weigert voornamelijk, waardoor de klager in de bezwaaren beroepsprocedure volgens de Algemene wet bestuursrecht belandt. Tegelijk heeft zij zich ook gewend tot de FG Hilversum, wat voor mij reden was om in het najaar haar klacht te onderzoeken. Verloop klachtonderzoek Omdat RGV ook over een eigen FG beschikt, kon ik afgaan op zijn inlichtingen (we hebben intensief overlegd), correspondentie met de klager en de stukken van de bezwaarschriftencommissie die RGV had ingesteld. Het bleek al snel dat RGV er van uitgaat dat de FG Hilversum niet bevoegd is omdat de gegevensverwerking niet meer zou vallen onder de verwerkingsverantwoordelijkheid van Gemeente Hilversum.
3/8
In mijn klachtbeoordeling schrijf ik dat niet ter discussie staat dat RGV een nuttige functie vervult. Maar gelet op de gemeenschappelijke regeling RGV, de AVG, Richtsnoeren 07/2020 en de aard van de wettelijk opgedragen taken (bescherming van het grondrecht op onderwijs en arbeidsparticipatie van kwetsbare jongeren), heeft geen overdracht van bestuurlijk eigenaarschap van colleges van B&W plaatsgevonden (er is geen sprake van delegatie). Inwoners van Hilversum zoals de klager, kunnen daarom terugvallen op de FG Hilversum.
4/8
Noot bij het vonnis vanuit FG-perspectief
Knelpunten AVG Het vonnis is op de volgende AVG-punten problematisch: • Voorbijgaan aan de directe werking van artikel 12, 16-17 en 21 AVG, met inbegrip van de gestelde termijn in artikel 12.4 en de te volgen procedure bij weigering.1 • Onjuiste toepassing van artikel 24 en 28 AVG. De rechter behoorde op z’n minst te onderkennen dat verwerkingsverantwoordelijkheid in dit geval in de wet is vastgelegd.2 Op de samenwerking van gemeenten is artikel 26 AVG van toepassing. • Voorbijgaan aan het doel en de beginselen van de AVG volgens artikel 1, 5 en 6, met als gevolg zowel aantasting van het recht op gegevensbescherming als het recht op privé- en gezinsleven. Ook het recht op onderwijs en arbeidsparticipatie zijn in het spel, maar e.e.a. wordt niet in evenredigheid tegen elkaar afgewogen. • Miskenning van AVG-toezicht door in het vonnis de ingebrachte FGklachtbeoordeling en EDPB Richtsnoeren 07/2020 niet in overweging te nemen. Gegrondheid van het beroep en recht op gegevenswissing De rechtbank vindt het beroep van de klager gegrond, echter zonder in te gaan op de procedureverschillen tussen de AVG en de Algemene wet bestuursrecht. Het vonnis heeft in die zin dan ook geen gevolgen voor de FG-klachtbeoordeling, dat de rechter de rechtstreekse werking van artikel 12 AVG niet heeft verduidelijkt (zie met name het kader Rechtstreeks beroep bij de rechter in de klachtbeoordeling).
De vraag of de klager recht heeft op gegevenswissing (right to be forgotten), onderzoekt de rechtbank door eerst in te gaan op de wettelijke RMCverwerkingsplicht in het algemeen, en vervolgens de vraag of in het individuele geval een uitzondering had moeten worden gemaakt. De rechtbank concludeert dat de klager niet het recht op gegevenswissing toekomt. Enerzijds omdat de gegevensverwerking legitiem en niet onevenredig is. Anderzijds omdat RGV volgens de rechtbank voldoende rekening heeft gehouden met de specifieke omstandigheden van de klager, ook gelet op het feit dat zij geen omstandigheden naar voren heeft gebracht in de bezwaarfase. Dat is opmerkelijk. Bij uitoefening van het recht op gegevenswissing, zo schrijf ik ook in mijn klachtbeoordeling, gaat het er niet alleen om wat de klager aanvoert, maar ook om de eigen informatie waarover een bureau leerlingzaken behoort te beschikken.3 Met name het oordeel van deskundigen in de ‘commissie van begeleiding’ uit de tijd dat de zoon nog leerplichtig was, behoort in voldoende mate bij bureau leerlingzaken bekend te zijn. Het is pas op basis van dit soort dossierinformatie dat weloverwogen een uitspraak kan worden gedaan over de gesteldheid en het ontwikkelperspectief van de zoon, in welke mate hij onder de RMC-regeling valt en daarom ook waarom RGV voor hem wel/geen uitzondering kan maken.
Zonder – letterlijk – die menselijke maat blijft hooguit een wet is wet-redenering over, zoals in dit geval, en dat is onvoldoende 1
Meer hierover in de FG-klachtbeoordeling
2
Impliciet bij wet geregelde verwerkingsverantwoordelijkheid, zie EDPB-richtsnoeren 07/2020
3
Toereikende, ter zake doende en juiste gegevensverwerking in de zin van artikel 5.1c-d AVG.
5/8
onderbouwing voor weigering van een beroep op gegevenswissing. Bijgevolg rust op RGV conform artikel 17.1 AVG onverminderd een wissingsplicht. Als RGV had beargumenteerd dat uit eigen, waarheidsgetrouwe informatie blijkt dat de zoon – bijvoorbeeld – voor 20% wel ontwikkelperspectief heeft en daarom onder de RMC-regeling valt, was dàt de prevalerende reden geweest in de zin van artikel 17.1c AVG en ontstond op die manier valide weigering. Uit de hele gang van zaken, van de eerste verzoeken tot en met de rechtsgang, komt naar voren dat RGV kennelijk geen idee had van de gezinssituatie. Dat is een inbreuk op artikel 5.1c AVG. Het had voor de hand gelegen dat de rechtbank RGV had opgedragen om de situatie opnieuw te overwegen. In plaats daarvan doet de rechter dat zelf, echter opnieuw in het voorbij gaan aan de informatie zoals deze bij RGV bekend had moeten zijn. En ook zonder de vraag te stellen hoe het kon gebeuren dat bureau leerlingzaken zo onbekend was met de zoon. In essentie hanteert de rechter dezelfde ‘wet is wetlogica’ als RGV. Dat maakt nog niet dat de AVG juist is toegepast. Per slot van rekening mag je van een bureau leerlingzaken verwachten dat de gezinssituatie in voldoende mate bekend is. In de afgelopen 15 jaar moet het toch zijn opgevallen dat de zoon geen gewone leerling is.
Verwerkingsverantwoordelijke of verwerker De meest wezenlijke vraag die in het vonnis aan de orde komt, is of RGV verwerkingsverantwoordelijke is of verwerker. Dit wettelijk onderscheid draait om waar het bestuurlijk eigenaarschap ligt: bij het college van de gemeente Hilversum of het dagelijks bestuur van RGV (wie is eindverantwoordelijk)? Bezien vanuit de bescherming van grondrechten gaat het om wie het recht op bescherming persoonsgegevens waarborgt, dus AVG-rechtsbescherming moet bieden. Belangrijk bij de beantwoording van deze vraag is dat operationele zeggenschap (uitvoering) niet verward mag worden met het bestuurlijk eigenaarschap vanwege vervulling van taken van algemeen belang of uitoefening van openbaar gezag (artikel 6.1e AVG). Niet voor niets bevat de AVG zowel de concepten ‘verwerkingsverantwoordelijke’ als ‘verwerker’. De EDPB, het EU-coördinatieorgaan voor juiste AVG-toepassing, benadrukt dat in Richtsnoeren 07/2020 via de notie van expliciet of impliciet bij wet geregelde verwerkingsverantwoordelijkheid in de publieke sector. Operationele zeggenschap ligt per definitie bij de verwerker. Bestuurlijk eigenaarschap- en daarmee de verwerkingsverantwoordelijkheid - ligt qualitate qua bij het bestuursorgaan waaraan bij wet taken zijn opgedragen. Vgl.
de eigenaar van een fiets en degene aan wie deze de fiets heeft uitgeleend; de operationele zeggenschap ligt bij de bezitter. Belangrijk in dit verband zijn ook de concepten mandaat en delegatie naar Nederlands bestuursrecht. Natuurlijk; daar waar de wet ruimte laat voor delegatie kan de gemeente – mede op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen – het bestuurlijk eigenaarschap overdragen aan, in dit geval, RGV. In de klachtbeoordeling wijs ik er echter op dat die ruimte niet blijkt uit de materiewetgeving.4 Daarnaast behouden gemeenten in de gemeen4
Artikel 10:15 Algemene wet bestuursrecht
6/8
schappelijke regeling RGV, zich het bestuurlijk eigenaarschap juist voor en dragen zij hooguit op uitvoeringsniveau verantwoordelijkheden over. Bijvoorbeeld daar waar het gaat om de aanstelling van de leerplichtambtenaar. Let op de sterke gelijkenis tussen de wettelijke definities van verwerkerschap in de AVG en mandaat in de Algemene wet bestuursrecht. Let er ook op dat over samenwerking vanuit gemeenten met RGV, de laatste tijd steeds in termen van mandaat wordt gesproken en niet delegatie (vgl. voorbereiding dienstverlening op het gebied van kinderopvang en coördinatie mensenhandel). Dun ijs In het vonnis gaat de rechtbank aan dit alles voorbij. Met name is het een hiaat in het vonnis dat de rechter niets doet met de aanwijzingen van de EDPB en de FGklachtbeoordeling. In plaats daarvan volgt de rechter onder verwijzing naar artikel 30 Wet gemeenschappelijke regelingen klakkeloos de redenering van RGV dat Gemeente Hilversum taken en bevoegdheden volledig heeft gedelegeerd/overgedragen, en het college daarom niet meer de verwerkingsverantwoordelijke is. De opmerking van de rechtbank dat het in de gemeenschappelijke regeling eigenlijk ook niet echt duidelijk is geregeld, had juist aan het denken moeten zetten. Door zo gemakkelijk de delegatie-constructie te onderschrijven, begaf de rechtbank zich op dun ijs.
Voor goed begrip helpt het om los te komen van leerlingzaken/RMC: als de kwestie betrekking had gehad op gemeentebelastingen, heeft de rechtbank zojuist aangegeven dat de gemeente niet meer (eind)verantwoordelijk is voor heffing en inning - dus gemeentebelastingen zijn geen gemeentebelastingen meer. Was dit gegaan over uitbesteding van de salarisadministratie van de gemeente, heeft de rechter zojuist aangegeven dat het werkgeverschap deels is overgaan op het salarisadministratiekantoor. Je voelt hoezeer het bestuurlijk eigenaarschap op deze manier scheef komt te zitten. Kennelijk heeft de rechter operationele zeggenschap toch verward met de bestuurlijke vaststelling van doel en middelen. Nogmaals, de concepten verwerkingsverantwoordelijke en verwerker staan niet voor niets in de AVG. In de netwerkmaatschappij is uitbesteding schering en inslag en ook gemeenten moeten zich op die manier efficiënt kunnen organiseren – juist daarom is er de Wet gemeenschappelijke regelingen. Maar het bestuurlijk eigenaarschap blijft steeds bij het bestuursorgaan waaraan taken bij wet zijn opgedragen.
De wet bepaalt daarmee expliciet of impliciet meteen ook dat het betreffende bestuursorgaan de verwerkingsverantwoordelijke is in de zin van de AVG - dus in RMC-zaken het college.5 Zonder die zeggenschap hebben gemeenten een ernstig bestuurlijk probleem omdat ze niet meer de baas zijn over inwonerinformatie die ze nodig hebben voor goede uitvoering van taken. Inwoners zijn onaangenaam verrast dat hun gemeente ze niet
5
Vgl. VNG-factsheet AVG-posities gemeenten.
7/8
meer kan helpen, maar dat ze onder het bewind zijn komen te vallen van regionale uitvoeringsorganisaties. Vergeet hierbij niet dat bij het wegdelegeren van bestuurlijke eindverantwoordelijkheid, de afstand tot de burger wordt vergroot. Tegelijk worden de mogelijkheden van democratische controle door de gemeenteraad verkleind. Inwoners verworden letterlijk tot, zoals het in de Engelse versie van de AVG heet, data subjects. De klager is en haar zoon zijn daarvan een typisch voorbeeld.
8/8