CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-verslag Audit- en Rekeningcommissie 09 april 2025 onderdeel Position Paper (Toegevoegd 15 april 2025)

COMMISSIE Bestuur en Economie 16 april 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Beeldvorming Position Paper (1759581)2.625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

5. Position Paper De voorzitter licht de aanleiding en het doel van de position paper toe. Aan de hand van de position paper heeft het college besloten om bij het nemen van investeringsbeslissingen voortaan integraal te sturen op de schuldpositie van de gemeente over een periode van tien jaar vooruit, waarbij de netto schuldquote (gecorrigeerd voor verstrekte leningen) wordt begrensd op 130%. Het college stelt tevens voor om deze methodiek op te nemen in de reguliere producten van de planning- en controlcyclus. Daarmee laat het college dus de lijn van motie M 21-87 (motie Blok-van Rooden) los, waarbij individuele kengetallen bepalend waren voor de financiële strategie. Aan de ARC ligt nu de vraag voor of deze voorgestelde werkwijze, dus sturen op een integrale schuldpositie als toetsingskader voor investeringsbeslissingen en het verwerken hiervan in de P&C-cyclus, een passende en ook werkbare strategie vormt. Wethouder Kalk heeft zich ook afgevraagd wat het MPG precies is, of dat antwoord geeft op hoever je wilt gaan en of je alle detailkennis tot je wilt nemen. Als men dat doet gaat de raad eigenlijk op de stoel van het college zitten. Met de position paper is geprobeerd hoe men tot keuzes en conclusies komt begrijpelijk te maken, los van de financiële systematiek. Daarmee beschikt de raad over een sturingsinstrument, dat ook begrijpelijk is voor leken.

De heer Schumm introduceert de position paper, waarvan de aanleiding de motie-Blok-van Rooden is. Die motie vermeldde om bij alle zes kengetallen categorie C te voorkomen. Bij behandeling van het MPG is vorig jaar gevraagd of dat de meest handige manier is om de nog gezonde financiële positie te bewaken. Het antwoord daarop is nee. De gemeente kiest er namelijk voor om een niet te hoog eigen vermogen te hebben, wat leidt tot een per definitie lage solvabiliteitsratio, die eerder in categorie C zakt. Eigenlijk kiest men ervoor niet te veel spaargeld van de burger te vragen. De position paper gaat kengetallen, de realisatiegraad, het MPG en andere voor de gemeente noodzakelijke investeringen langs, zoals vastgoedontwikkelingen en een sportcomplex. Er is tevens nog een investeringsnoodzaak vanuit de reguliere bedrijfsvoering, in riolering, wegen en groen en die beïnvloeden de schuldquote eveneens. Er is volgens de position paper meer ruimte om te investeren, zonder dat de gemeentelijke gezondheid in gevaar komt. De gemeentelijke schuldquote is wel heel belangrijk, te stellen op maximaal het niveau tegen categorie C aan. Het voorstel houdt ook in niet te kijken naar een beleidsperiode van vier jaar, maar langer. Bij het nemen van een investeringsbeslissing van miljoenen gaat het namelijk over tien, twintig of dertig jaar. Tien jaar is de periode die wordt meegenomen in het MPG.

De schuldquote kan in elk geval bezien worden over tien jaar en worden begrensd. Daarmee worden alle concrete investeringen en wensen meegenomen. De heer Eerenberg vindt dat een beetje sprake is van een moral hazard. De unaniem aangenomen motieBlok-van Rooden bevat criteria en zodra men over een criterium heen gaat, laat men dat vallen en neemt men een ander criterium. Dat vindt hij gevaarlijk. Dat kan men volgens hem maar één keer doen, maar niet blijvend. Wethouder Kalk wijst op een aantal beperkingen van de motie-Blok-van Rooden, welke motie voor die tijd vanzelfsprekend was. Het college probeert nu een model te ontwikkelen om te kunnen beoordelen of investeringen al dan niet kunnen. Waardes worden niet losgelaten, maar in samenhang gezien. De gemeente blijft dus wel sturen op kengetallen. De heer Van Oosterom vult aan dat de programmabegroting nog steeds aan de motie-Blok-van Rooden voldoet. Loslaten kan pas bij de nog volgende voorjaarsnota. Mevrouw Remmers vraagt of het IHP los wordt gezien van het MPG. Wethouder Kalk licht toe dat het onderhoudsprogramma IHP in de begroting zit en geen gebiedsontwikkeling is. De heer Van Nistelrooij informeert vervolgens naar de strategie wat betreft de kengetallen. Wethouder Kalk verwijst daarvoor naar de presentatie van de heer Schumm.

De heer Schumm vervolgt dat de position paper een schets geeft van de kengetallen. Als men daarnaar kijkt kan de gemeente zich de komende vier jaar als gezond kwalificeren, met de kanttekening van de solvabiliteitsratio en de waarde van de schuldquote. De organisatie is ambitieus. Voor toegekende kredieten ligt al voor € 160 miljoen op de plank exclusief gebiedsontwikkelingen. Daarnaast zijn er dus nog keuzes voor gebiedsontwikkelingen en het sportcomplex. Het gaat dus om honderden miljoenen euro’s. De jaarlijkse realisatiecapaciteit is ongeveer € 30 miljoen, afgezien van afgeronde projecten die de gemeente aan een derde kan besteden. Met deze realisatiekracht houdt het MPG geen rekening. Door die beperkte realisatiekracht dempt dat de schuldquote. De heer Vonk ziet in 2026 een schuldquote van 76%, die later veel hoger wordt. De heer Schumm legt uit dat dat te maken heeft met het moment van bepalen van ratio’s. Het MPG is recent in elkaar gezet en de begroting is al eerder, halverwege 2024, opgesteld. De voorgenomen investeringen volgens het MPG staan niet in de begroting. Als men dat wel doet wordt de schuldquote hoger en de solvabiliteit lager. Het MPG laat niet alle gemeentelijke investeringen zien. Dat gebeurt in de beleidsbegroting wel, maar slechts voor een periode van vier jaar. Het voorliggende voorstel is om integraal alle investeringen in aanmerking te nemen.

In alle P&Cstukken komt die inschatting zo goed mogelijk terug. Dat bewaakt de financiële positie zo goed mogelijk, dat is ook het doel van de motie-Blok-van Rooden, die gaat over welke ambities waar te maken zijn met het bewaken van een gezonde financiële positie. De motie-Blok-van Rooden is echter te kort door de bocht en de position paper probeert dat te nuanceren. De heer Van Nistelrooij leest in de motie-Blok-van Rooden ook om te komen met een strategie hoe de meest risicovolle categorie is te voorkomen. Dat zou steeds moeten terugkomen en ziet hij nog niet in de position paper. Wethouder Kalk zegt dat de position paper samenhang tussen kernwaarden voorstaat en te gaan voor maximaal 130% aan schuldquote. Bij mee- en tegenvallers veranderen waarden steeds. De strategie om daarop bij te sturen kan faseren, uitstellen, bijstellen of schrappen van investeringen zijn. De financiële strategie zit in alle stukken en besluiten en kun je niet verengen tot één stuk. De begroting is je strategie. Mevrouw Remmers zoekt samenhang tussen de position paper en het MPG. Een boeggolf aan investeringen realiseert de gemeente niet, zodat zij vraagt uit te gaan van wat te realiseren is, wat te maken heeft met planningsoptimisme. Wethouder Kalk reageert dat naar beneden bijstellen van de planning een logische conclusie is, maar er is een voorraad nodig om op te kunnen plannen.

De voorraad aan werk schrappen betekent dat er bij een tegenvaller een enorme vertraging in de uitgaven optreedt. Bij uitvoering en beschikbaar stellen van kredieten is er nog veel ruimte voor de raad om te doen. Bij het weghalen van de boeggolf haalt men ook de ambitie weg voor de woningbouw en voorzieningen. Dat wil men niet en daarom is een boeggolf niet per se slecht, je laat daarmee zien wat je wilt bereiken. De heer Degives Más ziet voor Wijdemeren een enorme investeringsopgave van € 200 tot € 300 miljoen, het MPG omvat € 222,8 miljoen. De investeringsopgaven inclusief het MPG met de programma’s omvatten € 500 tot € 600 miljoen. De gemeentelijke Hilversumse schuld bedraagt € 192 miljoen en die van Wijdemeren € 60 miljoen. Hij krijgt die bedragen niet meer opgeteld en wil daaraan meer kleur gegeven zien, gegeven het feit dat er € 30 miljoen per jaar gerealiseerd kan worden. Daarom zullen er volgens de heer Schumm ook politieke keuzen nodig zijn. De position paper geeft de huidige schuldpositie aan, waarover niets valt te kiezen. Ook is er regulier werk te doen. Het instrument helpt om vanuit een resterende investeringsruimte, die bij 130% € 320 miljoen bedraagt, te kiezen. Daarmee bewaakt men dat alle toekomstige investeringsbeslissingen daarin passen.

De heer Degives Más vraagt welke beweegruimte de raad heeft om keuzes te maken bij een investeringsopgave qua onderhoud en het draaiend houden van programma’s van € 200 miljoen tot € 300 miljoen in Wijdemeren en € 500 miljoen tot € 600 miljoen in Hilversum. Voor de heer Schumm is dat ook een ontdekkingstocht. In het herstelplan voor Wijdemeren hangt € 14 miljoen aan kapitaallasten in de lucht, maar nergens is de investering daarvan te zien. Het is niet reëel

over twee jaar € 200 miljoen tot € 300 miljoen voor Wijdemeren uit te geven. Daar zijn keuzen voor nodig. Wethouder Kalk licht toe dat daarvoor ook fasering en temporisering nodig zijn. De heer Degives Más begreep dat de position paper als leidraad gebruikt kon worden, maar vindt het ontzettend moeilijk om daarvan een strategie te maken. Wethouder Kalk stelt als strategie voor om telkens bij investeringen de zes waarden in samenhang te bezien. Dat blijft ingewikkeld, omdat bij investeringen ook de na te streven doelen gezien moeten worden. De ARC kijkt nu zonder doel, maar aan de hand van doelen zijn prioriteringen vast te stellen. De heer Van Nistelrooij vraagt of de position paper bij elke individuele investeringsbeslissing langskomt of eenmaal per jaar bij de begroting. Wethouder Kalk antwoordt dat de position paper in de begroting zit. Als er een beslissing wordt gevraagd kan de raad direct zien wat die doet met ratio’s. Daarmee blijft er integrale sturing via de begroting en de voorjaarsnota. De heer Schumm schetst dat momenteel een aanvullende investeringsmodule wordt ingericht, waarin alle investeringen worden opgenomen met een zo reëel mogelijke planning, om zo de boeggolf beheersbaar te maken. Investeringen worden voorzien van classificaties ‘gerealiseerd’, ‘wordt zeker gerealiseerd’ en ‘zou men willen, maar daartoe is nog niet besloten’.

Afhankelijk van die instellingen is het mogelijk de schuldquote te berekenen. Daarmee realiseert men een draaiknop. Mevrouw Remmers vraagt of het verstandig is om een nuance in het percentage van 130 bij de schuldquote aan te brengen. De heer Schumm antwoordt dat het keuzen blijven. Als de raad een investering heel graag wil leidt dat tot hogere kapitaallasten. Wethouder Kalk voegt toe dat men in vastgoed makkelijker kan schuiven dan op jeugdzorg. Bij een schuldquote van 140% kan het college worden gevraagd een teruggang naar 130% voor te leggen, bijvoorbeeld door belastingen te verhogen. Dat gesprek wordt door het instrument vereenvoudigd. De heer Schumm heeft het over totale gemeentelijke inkomsten van bijna € 400 miljoen en extra jaarlijkse kapitaallasten van € 12 miljoen bij 130% als het gaat om een ruimte van € 320 miljoen. De voorzitter vraagt of een schuldquote van 130% een streefwaarde is. Wethouder Kalk zou het jammer vinden als men zou zeggen dat het harde grenzen zijn als men voorzieningen op peil wil houden. Als een investering heel belangrijk wordt gevonden hoort daar een ander prijskaartje bij. 130% is het percentage waar men binnen moet blijven en daarbuiten treden vraagt een heel goed verhaal. De heer Eerenberg begrijpt de filosofie en wat wordt voorgestaan op integraliteit. Het is goed een module in te voeren om waarden heel goed te gaan bewaken.

Hij is het ook eens met het hebben van een boeggolf, wat normaal is in de projectontwikkeling, maar die moet niet al te hoog zijn. Hij maakt zich ook zorgen over de vele investeringen, gezien de ambtelijke capaciteit van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren. De investeringshoogte was jaarlijks € 20 miljoen en daar zit de gemeente nu al 50% boven. Er zijn schulden, maar vastgoed staat niet conform de waarde in de boeken. Wethouder Kalk boekt die waarde zo in vanwege de BBV-voorschriften. De heer Van Oosterom wijst op de horizon van tien jaar. De grenswaarde van 130% ziet men gedurende een langere periode aankomen, zodat er meer tijd en ruimte is om actie te ondernemen. Ook kan men zeggen tijdelijk die waarde los te laten. De programmabegroting is veel optimistischer en daarin schiet men eerder over kengetallen heen dan in de jaarrekening. Bij de capaciteit van € 30 miljoen wordt momenteel vanuit treasury-oogpunt geen rekening gouden met in welke categorie wordt geïnvesteerd. Gezien de hele opgave zijn er in de toekomst veel keuzen te maken. De heer Vonk intrigeert het dat effecten van extra investeringen voor Wijdemeren van € 200 miljoen tot € 300 miljoen niet in de schuldquote zijn opgenomen (onderaan pagina 9) en vraagt wanneer dat wel zal gebeuren.

Wethouder Kalk kon dat nog niet doen, omdat gemeenten in 2025 en 2026 nog apart zijn. De betreffende tabel komt uit het BMC-onderzoek en die wordt verwerkt in de eerste begroting van de nieuwe gemeente. De tabel was onderlegger voor het gesprek over de noodzaak van de fusie. Er is nog te weinig zicht op hoe de gemeente Wijdemeren haar onderhoudsplan berekent. Er kan sprake zijn van twee verschillende eenheden die worden vergeleken, waaruit verschillende investeringsprogramma’s kunnen komen. Dat kan te maken hebben met toe te rekenen overheadkosten. De heer Degives Más vindt de zes kernwaarden echt wel van belang. Bij veel investeringen in projecten komt men op een punt dat er wel keuzes nodig zijn. Wijdemeren kwam in de problemen bij een schuldquote van 150%. Als Hilversum richting de 130% gaat, dan zegt dat wel wat. Hij wil daarom opgemerkt hebben dat Hilversum bij investeringen tot 130%, wel het risico loopt dat er een punt komt dat er geen keuzes meer mogelijk zijn. De voorzitter vindt dat een commissievraag die over risicoaversie gaat. Wethouder Kalk verzoekt de heer Degives Más de gestelde vraag schriftelijk te stellen, zodat het college daarop goed kan antwoorden.

De heer Westerneng vraagt of de gemeente in de oude systematiek bij een schuldquote van 130% in categorie C terecht kwam en dat nu wordt gesteld dat een schuldquote tussen 130% en 160% nog als neutraal wordt gezien. De heer Schumm antwoordt dat een schuldquote van maximaal 130% betekent in categorie B te blijven. Er is geen ruimte om hoger dan 130% te komen. De heer Westerneng vat samen dat een schuldquote lager dan 130% de belangrijkste waarde is. De heer Schumm bevestigt dat en vindt dat belangrijker dan alle kengetallen niet in categorie C terecht te laten komen. De heer Van Nistelrooij informeert naar een overzicht van wat andere gemeenten doen. Als alle gemeenten over zes jaar in een bepaalde categorie terecht komen heeft het hele land een probleem. Wethouder Kalk verwijst daarvoor naar het BDO-rapport. Ook kan men naar Waarstaatjegemeente.nl kijken naar verglijkbare gemeenten. Mevrouw Remmers begrijpt dat na vaststelling van de position paper het college bij de voorjaarsnota met wensen en verlangens komt, met daarbij vermeld de berekende schuldquote. De heer Schumm verwacht de systematiek dan nog niet helemaal te hebben uitgewerkt, maar wel bij de begroting. De voorzitter vraagt of een gesprek met de raad over investeringen, keuzes en wat men wil bereiken elk jaar bij de voorjaarsnota wordt gevoerd.

De heer Van Oosterom vindt dat wel het meest kaderstellende moment, waarna zaken nog kunnen worden uitgewerkt. Dat is bij de programmabegroting minder goed mogelijk. Wethouder Kalk wil het nieuwe model invoeren bij de voorjaarsnota van volgend jaar, met een apart hoofdstuk daarin. Zij is blij met de positieve ontvangst van de position paper en moet gaan kijken hoe die nu wordt geïmplementeerd. Zij kan zich voorstellen na commissiebehandeling daarover een raadsinformatiebrief te sturen, zodat duidelijk is hoe die is geland. De heer Vonk kondigt een technische vraag aan over het verschil tussen de position paper en het MPG. De voorzitter stelt vast dat de raad voldoende is geëquipeerd om het politieke gesprek in de eigen fracties te voeren. De heer Van Nistelrooij ziet een strategie, maar las die niet in het stuk. Info over de komende module en de te maken afweging bij de voorjaarsnota helpen hem wel in zijn toelichting aan zijn fractie. Wellicht kunnen die zaken op papier komen.

Wethouder Kalk stelt voor de route van de technische vragen te gebruiken voor het stellen van vragen voor de commissiebehandeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=f4e22e34-3c9d-49a5-9fd6-3c7ef783cc85