Concept-verslag Audit- en Rekeningcie 09 april 2025 onderdeel MPG (Toegevoegd 15 april 2025)
Tekst van het document
6. MPG De voorzitter leidt in dat het MPG fungeert als onderlegger voor toekomstige projectbesluiten en een breder kader bij investeringskeuzen. De ARC beschouwt het MPG vanuit het financieel-instrumentele perspectief en een politieke duiding daarvan gebeurt elders. De heer Van Geijlswijk heeft samen met mevrouw De Rooij het MPG 2025 opgesteld. Dit jaar zijn daaraan de bijdragen aan beleidsdoelstellingen toegevoegd, wat meer inzicht geeft in wat de projecten naast financieel nog meer opleveren. Het voorwoord vorig jaar ging over tegen grenzen aanlopen met betrekking tot de solvabiliteit. Dit jaar is er samenhang met de position paper. Nu is de conclusie dat alle ambities die in de meerjarenbegroting en het MPG 2025 staan kunnen worden uitgevoerd zonder in categorie C terecht te komen. Dat is een redelijk positieve boodschap. Sinds het maken van het MPG zijn er ontwikkelingen in de VS, met gevolgen voor de wereldeconomie. Wat die gaan doen voor het consumentenvertrouwen, de vastgoedmarkt en de grondstoffenprijzen is nog niet in te schatten. Het college vraagt de raad om van het MPG kennis te nemen. Wethouder Kalk heeft het IHP uit het MPG gehaald, omdat het geen gebiedsontwikkeling is. De heer Eerenberg herinnert aan de afspraak om in het MPG naast cijfers van dit en vorig jaar ook getallen van eerdere jaren te zien.
Dat heeft de vorige wethouder namelijk beloofd, zodat uit cijfers te concluderen is dat de kernwaarden, kosten en opbrengsten volgens planning gaan. Wethouder Kalk kent die afspraak niet en daarom is die niet in het MPG meegenomen. Wel zijn de cijfers uit die jaren volgens de heer Van Geijlswijk redelijk snel weer te geven via Excel. De heer Eerenberg herinnert aan het verzoek van de raad om meer controle en financiële risicobeheersing te hebben op de projecten, waarbij de gemeente betrokken is. De raad heeft gevraagd hoe risicobeheersing in elkaar zit en of projecten lopen volgens de prognoses. Wethouder Kalk reageert dat sommige dingen niet te voorspellen zijn, zoals 25% bouwkostenontwikkeling en hoge inflatie. Er wordt bezien wat er kan. Als dat mogelijk is wordt er een apart bestandje van het MPG met grafieken toegezonden. De heer Westerneng ziet dat de gemeente in control is en blijft en dat parameters niet veranderen. De heer Van Nistelrooij had het beeld dat het MPG bedoeld was om keuzes te maken en vraagt wat de raad apart van de begroting met het MPG moet. Wethouder Kalk antwoordt dat het MPG bedoeld is om op gebiedsontwikkelingen te sturen, wat de raad uitdrukkelijk heeft gevraagd. De begroting geeft een integraal beeld en daarin zijn kapitaallasten te zien. De heer Westerneng vraagt hoe het MPG ten opzichte van de begroting moet worden gezien.
Wethouder Kalk antwoordt dat de begroting vermeldt wat er is besloten, evenals de gevraagde vrij te geven kredieten. In het MPG is opgenomen wat de gemeente van plan is te doen en de bijbehorende gevraagde investeringen op basis van de huidige inzichten. De heer Schumm rekent in de beleidsbegroting met een realisatiekracht van € 30 miljoen per jaar. Wethouder Kalk vraagt niet om kredieten vrij te geven als niet aan die € 30 miljoen aan realisatiekracht wordt gekomen. In 2023 heeft de gemeente bijna geen geld hoeven te lenen, omdat geen investeringen zijn gedaan. Dit jaar is de gemeente weer aan het investeren en wordt er meer geld geleend. Hilversum heeft haar zaken en haar weerbaarheid goed op orde en staat er dus gezond voor. Haar grootste wens is met elkaar het beeld te delen dat de gemeente niet af is, heel veel dingen aan kan, maar beheerst. De heer Eerenberg vraagt of doorschuiving van projecten per definitie een positief effect op de kengetallen zal hebben, zoals het MPG vermeldt.
De heer Schumm bevestigt dat door beperkte realisatiekracht de tabel doorschuift. Het hangt van de aard van de investering af of dat uiteindelijk een blijvend aandachtspunt is. Als men kiest voor het bouwen van een sportcomplex van € 100 miljoen zal men uiteindelijk de kapitaallasten toch later moeten betalen. Bij onderhoud is er een soort ideaalcomplex en die kosten komen steeds weer terug. Als dat wordt afgeschreven, afgelost en dat doorloopt blijft men permanent op een lager niveau zitten. De voorzitter stelt een vraag over het laatste hoofdstuk, pagina 38, waar staat: “Temporisering kan ook een bewuste keuze zijn om de financiële positie van de gemeente te waarborgen, welke kaart op veel perspectiefgebieden nog gespeeld kan worden.” Dat duidt volgens hem op een zelfbewuste keuze om te vertragen en niet vanwege capaciteitsgebrek. Wie speelt echter die kaart, het college of de raad? Wethouder Kalk meent dat de raad vanuit de begroting kan concluderen of projecten getemporiseerd moeten worden. Bij bepaalde projecten is dat niet mogelijk, omdat men dan bijvoorbeeld ontvangen subsidies moet terugbetalen. Temporiseren is wel mogelijk bij bijvoorbeeld Circusterrein 2, dat nog te ontwikkelen is, maar dat heeft dan wel gevolgen dat woningen later worden opgeleverd. Men moet ook weten waarom en met welk doel men een gesprek over temporiseren van projecten voert.
Het maakt uit of men dat financieel of vanuit de toekomstvisie insteekt. Het college probeert instrumenten beter te maken, zodat het gesprek over de samenhang tussen doelen en het daarvoor benodigde geld meer in samenhang is te voeren. Dat gesprek wordt bij de voorjaarsnota en de begroting gevoerd. De heer Westerneng meent dat de raad pas over temporisering kan besluiten als het individuele besluit over doorgaan van een project voorligt en niet bij een voorjaarsnota, als het gaat om een integrale afweging. Wethouder Kalk meent dat men zo’n gesprek kan voeren als men bij de grens van een investeringsruimte terecht komt. Bij de voorjaarsnota kan de raad opdracht geven iets wel of niet te doen, uit te stellen of te faseren. De heer Westerneng wil weten hoe de raad in positie komt om zo’n besluit te kunnen nemen. Wethouder Kalk gaat bij dergelijke voorstellen ook aangeven wat ze betekenen voor de ratio’s en de politieke beoordeling is dan of men dat er voor over heeft. De heer Van Nistelrooij beschouwt bijvoorbeeld de woonvisie als een draaiknop, die echter niet in beeld komt. Daarin kan men namelijk kiezen tussen het bouwen van sociale, midden- en dure woningen en hij vraagt zich daarom af of er wel een volledig perspectief op de knoppen is. Wethouder Kalk vindt dat een politieke vraag. Zaken kunnen niet per jaar verschillend zijn, omdat projecten daarvoor te complex zijn.
Projectontwikkelingen worden bepaald op de huidige beleidsdocumenten en de analyse van de toekomstige bevolkingsontwikkeling. De heer Eerenberg en de voorzitter waarderen de kwaliteit van de stukken en hebben die met veel belangstelling gelezen. De voorzitter voelt geen aanleiding om de raad een advies te geven over het MPG en de position paper.