Concept raadsvoorstel delegatie onderdelen omgevingsplan
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL zaaknummer:
1163343
afdelingsnaam:
Leefomgeving – ruimtelijke kwaliteit
steller:
Rogier Kersten
telefoonnummer
035 629 2519
onderwerp:
delegatie delen omgevingsplan
Voorstel 1.
2. 3.
Het college de bevoegdheid over te dragen om op grond van artikel 2.8 Omgevingswet het omgevingsplan te wijzigen voor de volgende gevallen: 1. het verwerken van bestaande (beleids)regels en verordeningen die bij de overgang naar het omgevingsplan inhoudelijk niet wijzigen; 2. het opnemen in het omgevingsplan van verleende vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; 3. regels die voortvloeien uit raadskaders die na in werking treding van onderhavig besluit zijn vastgesteld, indien de gemeenteraad bij vaststelling van dat kader akkoord is gegaan met uitwerking door het college; 4. regels die voortvloeien uit instructieregels vanuit het rijk en de provincie; 5. bestaande wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten binnen de randvoorwaarden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan; 6. het aanwijzen, wijzigen of schrappen van gemeentelijke monumenten; 7. het toevoegen, actualiseren of wijzigen van begripsbepalingen; 8. het corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en inventarisatiefouten in het omgevingsplan; Dit besluit in werking te laten treden op de dag na de bekendmaking en te bepalen dat het besluit wordt toegepast vanaf de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Te bepalen dat het college twee maal per jaar een overzicht overlegt aan de raad van de krachtens delegatie genomen besluiten.
Planning Titel
Toelichting
BEELDVORMING
OORDEELSVORMING
BESLUITVORMING
Delegatie delen omgevingspla n
Creëren delegatiemogelijkheid aan college voor wijzigen van het omgevingsplan op genoemde onderdelen.
Commissie ruimtelijke ordening en projecten 28 september 2022
Commissie ruimtelijke ordening en projecten 28 september 2022
Gemeenteraad 26 oktober 2022
Samenvatting Op 9 maart 2022 heeft uw raad al een besluit genomen over het adviesrecht in het kader van de Omgevingswet (hierna Ow). Uiteraard zal het college hier gevolg aangeven zodra de Ow in werking is getreden. De Ow biedt de mogelijkheid om het omgevingsplan sneller actueel te houden dan nu het geval is bij bestemmingsplannen doordat de mogelijkheid wordt geboden tot delegatie aan het college. Hoewel delegatie onder de huidige wetgeving niet mogelijk is, komt het in bepaalde gevallen ook nu voor dat het college beslist over ruimtelijke projecten en niet de raad. Denk bijvoorbeeld aan het vaststellen van de huidige uitwerkings- en wijzigingsplannen. Met het nemen van dit delegatiebesluit draagt de raad voor de gevallen zoals opgesomd haar bevoegdheid vanuit de Ow over aan het college. Dit is mogelijk omdat de genoemde gevallen uitvoering geven aan eerder door de raad vastgesteld beleid of het beleid van hogere overheden en het kan worden gezien als een administratieve correctie. Dit leidt tot snellere besluitvorming en daardoor snellere uitvoering zonder dat er sprake is van zware politieke consequenties. Het omgevingsplan blijft hierdoor een actueel document dat iedere burger kan raadplegen. Dit is een belangrijke doelstelling van de Ow.
Inleiding
Eerder op 9 maart 2022 (kenmerk 1045232) is door uw raad een besluit genomen met betrekking tot het adviesrecht. Dat gaat over de betrokkenheid van de gemeenteraad bij het verlenen van omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan. Uiteraard wordt gevolg gegeven aan dit besluit zodra de Ow in werking treedt. Naast dat eerder genomen besluit is onderhavig (meer administratief) besluit nodig om besluitvorming te bespoedigen voor gevallen waarin niet of nauwelijks inhoudelijk/politieke afweging noodzakelijk is. Met de inwerkingtreding van de Ow verandert er veel. Alle regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, bouwen en milieu wordt gebundeld in deze nieuwe wet. Integratie van beleid en uitvoering wordt in toenemende mate belangrijk en instrumenten en werkwijzen veranderen. De rolverdeling tussen gemeenteraad en college blijft na de inwerkingtreding van de Ow in essentie echter onveranderd. De gemeenteraad stelt ook onder de Ow kaders en strategisch beleid vast en toetst of het college het beleid volgens afspraak en naar tevredenheid heeft uitgevoerd. Het bestaande raadsinstrumentarium blijft eveneens onveranderd waardoor de raad gedurende het beleids- en besluitvormingsproces de vinger aan de pols houdt en stuurt in de gewenste ontwikkeling. Wél krijgt het college meer bevoegdheden bij de uitvoering van al vastgesteld beleid.
Probleemstelling/doel Kortere besluitvorming voor bepaalde (veelal administratieve) wijzigingen van het omgevingsplan en het actueel houden van het omgevingsplan voor een goede raadpleegbaarheid en service naar burgers en overige gebruikers.
Argumenten 1.1 Het verwerken van beleidsneutrale thema’s is uitvoerend Wanneer de Ow in werking treedt, is het omgevingsplan van Hilversum automatisch gevuld met alle oude bestemmingsplannen en de bruidsschat (dit zijn de huidige rijksregels). Dit heet ook wel het tijdelijke deel van het omgevingsplan. In de transitiefase moeten we dit tijdelijke deel (oude bestemmingsplannen en bruidsschat) samen met de gemeentelijke verordeningen die zien op het fysieke domein overhevelen naar het definitieve omgevingsplan. Een aantal van deze regels is beleidsarm. Het zijn bestaande regels die bij de overgang naar het omgevingsplan niet wijzigen. Denk aan recent vastgestelde regels of bestaande bouw- en functiemogelijkheden in onze
bestemmingsplannen. Maar ook regels die voortkomen uit beleid van hogere overheden. 1.2 Verwerken van reeds verleende vergunningen is een administratieve wijziging De Ow stelt dat verleende vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen 5 jaar in het omgevingsplan opgenomen moeten zijn. Dit moet ervoor zorgen dat het omgevingsplan actueel blijft. Omdat met deze wijziging van het omgevingsplan geen nieuwe ontwikkelmogelijkheden worden geboden (deze zaten immers al in de verleende vergunning) kan dit beschouwd worden als een administratieve wijziging die door het college gedaan kan worden. Met het vaststellen van de gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zoals bedoeld in artikel 16.15a, lid b onder 1 van de Ow, is voor die gevallen de raad bovendien al betrokken geweest. 1.3 Een wijziging naar aanleiding van vastgestelde kaders van de raad is in feite een uitvoerende actie Bij nieuw (na in werking treding Ow) kaderstellend beleid dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld kan per beleidskader worden voorgesteld welke onderdelen (moeten) worden opgenomen in het omgevingsplan. Het college mag dan namens de raad het omgevingsplan wijzigen. Het gaat immers om het vertalen van kaderstellend beleid waar al sprake is geweest van een inhoudelijke afweging.
Een dergelijke aanpassing van delen van het omgevingsplan kan worden gezien als een soort uitvoerende handeling en daarmee ligt delegatie aan het college voor de hand. Bij deze kaders kan gedacht worden aan door de raad vastgestelde ruimtelijke visies, ruimtelijke (stedenbouwkundige) plannen, beleidsnota’s/-visies en kaders met inbegrip van daarmee naar aard en strekking te vergelijken documenten. Deze voorbeelden zijn niet uitputtend bedoeld. Het omgevingsplan bevat niet alleen regels die de ruimtelijke ordening betreffen, maar ziet op de gehele fysieke leefomgeving. Wel dient rekening gehouden te worden met het feit dat de reikwijdte per beleidsstuk kan verschillen; er is strategisch (breed) kaderstellend beleid en er is concreet uitgewerkt beleid. Het kan derhalve voorkomen dat voor uitwerking in het omgevingsplan redelijk wat ruimte is. Het is daarom zaak dat per beleidsstuk duidelijke afspraken worden gemaakt tussen college en raad over de verdere uitwerking er van. 1.4 Het verwerken van instructieregels vanuit het Rijk of provincie zijn ook uitvoerende acties Het Rijk of de provincie heeft onder de Ow de mogelijkheid om gemeenten instructieregels op te leggen voor bepaalde nationale of provinciale belangen. Omdat het ook hier gaat om de uitvoering van beleid is het ook logisch dat een dergelijke (administratieve) wijziging door het college wordt uitgevoerd.
1.5 De huidige wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten zijn al bevoegdheden van het college Het vaststellen van wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen is onder de huidige wetgeving (art. 3.6 Wro) een bevoegdheid van het college als deze zijn opgenomen in een bestemmingsplan. Onder de Ow vervalt de mogelijkheid van het college om voor de bestaande wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten een wijzigings- respectievelijk uitwerkingsplan vast te stellen. Om deze planologische mogelijkheden voort te kunnen zetten en deze te vertalen in een wijziging van het omgevingsplan, is het raadzaam (liefst) voor de inwerkingtreding van de Ow deze al ingekaderde omgevingsplanwijzigingen met delegatie aan het college toe te wijzen. 1.6 Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten ís al een bevoegdheid van het college Regels met betrekking tot gemeentelijke monumenten staan nu nog in de Monumentenverordening Hilversum 2016. Het college is ingevolge de Monumentenverordening Hilversum 2016 bevoegd om gemeentelijke monumenten aan te wijzen. Zodra de Ow in werking is getreden dient aanwijzen van gemeentelijke monumenten plaats te vinden door middel van wijziging van het omgevingsplan. Het door het college laten aanpassen van het omgevingsplan om gemeentelijke monumenten aan te
wijzen, wijzigen of te schrappen is dus een continuering van het huidige beleid van Hilversum. 1.7 Het wijzigen van begrippen is soms noodzakelijk doordat maatschappelijke ontwikkelingen daartoe aanleiding geven Soms moet een begrip worden uitgebreid of gewijzigd doordat ontwikkelingen in de maatschappij hiertoe aanleiding geven. Om precies te omschrijven wat de gemeente Hilversum hieronder verstaat en om zodoende snel te kunnen inspelen op de dagelijkse praktijk is het handig de bevoegdheid om het begrip toe te voegen of wijzigen te delegeren aan het college. 1.8 Het corrigeren van technische fouten en verschrijvingen Inhoudelijk wijzigt er niks, maar verschrijvingen kunnen op deze wijze eenvoudig worden gecorrigeerd. Delegatie ligt hierbij vanwege de slechts administratieve wijziging dan ook voor de hand. 2.1 Delegatie is mogelijk als de Omgevingswet in werking is getreden Delegatie van de bevoegdheid om een omgevingsplan vast te stellen is pas mogelijk zodra de Ow in werking is getreden. Dit is al een paar keer uitgesteld. De huidige verwachte datum van in werkingtreding is 1 januari 2023. Voor een soepel verloop onder de nieuwe wetgeving is het handig om dit besluit al vóór de daadwerkelijke inwerkingtreding te hebben genomen.
Een groot voordeel van de delegatie na in werking treding van de Ow is dat het omgevingsplan ook voor burgers eenvoudiger actueel en raadpleegbaar is te houden. 3.1 Door 2 maal per jaar te rapporteren behoudt de raad het overzicht Beslispunt 3 betekent dat het college 2 maal per jaar een rapportage levert van onder delegatie genomen besluiten. De raad kan hierdoor haar controlerende taak uitvoeren en indien zij dat noodzakelijk achten ingrijpen in delegatie van toekomstige gevallen door wijziging van het delegatiebesluit.
Kanttekeningen 1.1 Vastgestelde beleidskaders worden vertaald in juridische tekst Voorwaarde voor het goed kunnen vertalen van een beleidskader in juridische regels in het omgevingsplan is dat deze kaders voldoende concreet en bovendien uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Om hiervoor te zorgen gaan we bij het begin van een beleidsproces met de beleidsverantwoordelijke in gesprek over de mogelijke vertaling van beleid in de regels van het omgevingsplan. Daarnaast moeten de raadskaders voldoende helder zijn en geen ruimte laten voor interpretatie. 3.1 Aanpassing delegatiebesluit blijft mogelijk Het delegatiebesluit omtrent aanpassingen van het omgevingsplan schept een nieuwe situatie ten opzichte van de huidige situatie. Het is onzeker hoe dit in de praktijk zal uitpakken (net als de uitvoeringspraktijk omtrent de Ow zelf). Om deze onzekerheid enigszins in te dammen stelt het college de raad daarom 2 maal per jaar op de hoogte in hoeverre van de delegatiemogelijkheden gebruik is gemaakt. Aan de raad wordt een lijst voorgelegd met die onderdelen van het omgevingsplan waar het college een besluit heeft genomen tot vaststelling van het omgevingsplan. Op deze manier kan goed gemonitord worden hoe het gaat. Op basis hiervan kan uw raad te allen tijde besluiten het besluit aan te passen, te actualiseren of zelfs in te trekken.
Actualisatie, aanpassing of intrekking door de raad heeft geen effect meer op de besluiten die al zijn genomen op basis van deze regelgeving, maar wel op toekomstige situaties. 3.2 Raad en college nemen hun rol
Het opgeven van de bevoegdheid van de gemeenteraad tot het (in aangewezen gevallen) wijzigen van het omgevingsplan door het college, vraagt om vertrouwen en om rolverantwoordelijkheid. De coalitie heeft in het coalitieakkoord het streven benoemd tot minder ‘politiek gedoe’. Dit delegatiebesluit past binnen dit streven aangezien onderwerpen die niet hoeven te leiden tot politieke bespreking hierin worden gedelegeerd aan het college. Het betreft een uitwerking van ‘hoe regel ik dit’ en niet zozeer van ‘wat regel ik’. Van beleid naar uitvoering.
Financiën, middelen & capaciteit Het nemen van dit delegatiebesluit kost enkele uren aan ambtelijke en bestuurlijke capaciteit, maar bespaart de gemeente na inwerkingtreding van de Ow diverse uren aan ambtelijke en bestuurlijke capaciteit doordat geen raadsvoorstellen in procedure hoeven te worden gebracht voor diverse individuele gevallen. Hierdoor kan sneller tot een actueel omgevingsplan worden gekomen.
Uitvoering De besluiten zullen op de wettelijk voorgeschreven wijze worden bekendgemaakt en treden in werking zodra de Omgevingswet in werking treedt. Momenteel wordt geanticipeerd op 1 januari 2023.
Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top
Bijlage(n) 1.