Concept Omgevingsvisie - Raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL zaaknummer:
1161393
afdelingsnaam:
Interne advisering
steller:
Bakker, Eric
telefoonnummer
035 629 2085
onderwerp:
Ontwerp Omgevingsvisie (fase 3 PvA)
Voorstel 1. 2.
Kennis te nemen van de ontwerp Omgevingsvisie, de Milieu Effect Rapportage, de beleids- en projectentoets en de aanzet voor een Hilversums toetsingskader. Te oordelen dat de ontwerp-Omgevingsvisie en ontwerp-PlanMER voldoende zijn om vrij te geven voor inspraak en daarmee fase 3 van het bestuurlijk Plan van Aanpak af te ronden.
Planning Titel
Beeldvorming
Oordeelsvorming
Besluit
Fase 1 en 2 bestuurlijk PvA Omgevingsvisie
24-3-2021: BVS over global goals en afwegingskader 15 april 2021: BVS over gebruik van global goals in de Omgevingsvisie en PvA participatie 16 juni 2021: BVS stand van zaken participatie Omgevingsvisie 21 juni 2021: Collegebrief ‘Opschorten participatieproces Omgevingsvisie’ 8 september 2021: BVS over doorstart participatie Omgevingsvisie 15 oktober 2021: Collegebrief ‘Voortgang participatieproces Omgevingsvisie’. 1 december 2021: BVS over de tussenrapportage participatie Omgevingsvisie 15 februari 2022: Collegebrief addendum tussenrapportage: betrekken ondervertegenwoordigde groepen 1 maart 2022: Collegebrief ‘Nadere invulling vervolg participatie Omgevingsvisie’ 2 maart 2022: Raadscommissie over ‘Tussenrapportage participatie Omgevingsvisie’ 6 april 2022 Inwerkprogramma gemeenteraad over Omgevingswet en wonen (waaronder Omgevingsvisie) 1 juni 2022 BVS over afronding fase 2 participatie Omgevingsvisie 22 juni 2022: Raadscommissie over ‘Afronding fase 2 participatie Omgevingsvisie’ 30 november 2022: BVS over ontwerp Omgevingsvisie en MER
7 april 2021: Raadscommissie over ‘Update Omgevingsfoto’
21 april 2021: Raad over ‘Update Omgevingsfoto’
Om overzicht over het hele proces te houden, staan hiernaast staan de stappen die in het kader van BOB zijn genomen vanaf de vaststelling van het Herzien bestuurlijk plan van aanpak Omgevingsvisie door de raad (3 maart 2021) tot aan de afronding van fase 2 van de participatie.
Fase 3 bestuurlijk PvA Omgevingsvisie (ontwerp Omgevingsvisie)
11 januari 2023: beeldvorming in commissie RO
2 maart 2022: Raadscommissie over ‘Tussenrapportage participatie Omgevingsvisie’ 22 juni 2022 Raadscommissie over ‘Afronding fase 2 participatie Omgevingsvisie’
11 januari 2023: beeldvorming in commissie RO
9 maart 2022: Raad over ‘Tussenrapportage participatie Omgevingsvisie’ 13 juli 2022 Raad over ‘Afronding fase 2 participatie Omgevingsvisie’
1 februari 2023: Raad over vrijgeven ontwerp Omgevingsvisie voor inspraak
Samenvatting Na het afronden van de participatie (raadsbesluit 13 juli 2022) heeft het college in opdracht van de gemeenteraad een ontwerp-Omgevingsvisie opgesteld. Voordat we het ontwerp bij inwoners, ondernemers en organisaties terugleggen, geven we de gemeenteraad graag de ruimte die in amendement A59-22 is gevraagd om er eerst zelf over na te denken. Ter ondersteuning daarvan verstrekt het college naast de ontwerp-Omgevingsvisie een ontwerp-PlanMER (Milieu Effect Rapportage), een aanzet voor een Hilversums toetsingskader en een beleids- en projectentoets, die eventuele discrepanties met bestaand beleid inzichtelijk maakt. De vraag aan de gemeenteraad is niet om de ontwerpen ‘vast te stellen’. De vraag aan de gemeenteraad is hoe de raad kijkt naar de conclusies uit 4.6 tot en met 4.8 en of men de ‘politieke beschouwing’ uit paragraaf 4.9 op hoofdlijnen kan steunen, of dat er ‘showstoppers’ in de stukken zitten die geamendeerd moeten worden voordat de ontwerp-Omgevingsvisie de inspraak in gaat. Dat laatste gaat wat het college betreft over: • •
•
De doelen en maatregelen die we vastklikken (wonen, werken, hoogte) en die we ‘stap voor stap’ doen (energietransitie, groen, openbare ruimte, mobiliteit) Balans, tussen wat kan en nodig is, en tussen stedelijke en dorpse kwaliteiten. Zijn de hoofkeuzes over ontwikkelen en vernieuwen in de stad, meervoudig ruimtegebruik, gebiedsgericht werken en de basis op orde goed gemaakt? Heeft de participatie-opbrengst een herkenbare plek in de Omgevingsvisie gekregen en verwacht de raad dat het vervolg van het proces verder bijdraagt aan het versterken van de relatie tussen overheid en samenleving?
Naar oordeel van het college ligt er een ontwerp-Omgevingsvisie die in balans is. Het is navolgbaar vanuit de participatieopbrengst en het coalitieakkoord, beschrijft breed erkende kwaliteiten, adresseert de grote vraagstukken waar de gemeente zich de komende jaren voor gesteld ziet en verhoudt zich tot reeds door de raad vastgesteld beleid. De Omgevingsvisie schetst zo een zo compleet mogelijke en aantrekkelijke leidraad voor de toekomst van Hilversum. De Omgevingsvisie is geen eindpunt, maar een startschot. Inwoners, ondernemers en organisaties hebben aangegeven het gesprek over de toekomst te willen blijven voeren. Wij veronderstellen eenzelfde wens bij de gemeenteraad. Iedereen realiseert zich dat de toekomst niet 100% maakbaar is en ook Hilversum vatbaar is voor nationale en internationale economische, ecologische, demografische en sociale ontwikkelingen. De ontwerp-PlanMER signaleert en objectiveert kansen en kwetsbaarheden. Naast de in de Omgevingsvisie geschetste opgaven, visie en aanzet tot maatregelen, bevat de Omgevingsvisie in hoofdstuk 5 een aanzet voor het verder voeren van het gesprek op basis van een goede monitoring.
Wat het college betreft gaat het bij verdere uitwerking van de Omgevingsvisie in thematische en gebiedsgerichte programma’s steeds om de vraag: hoe versterken we de weerbaarheid/robuustheid en wendbaarheid van de omgeving, economie en de samenleving (sociaal weefsel) in Hilversum? Het college kijkt uit naar een vervolg van de energieke gesprekken met de gemeenteraad in de raadsvergadering en met inwoners, ondernemers en organisaties in een volgend stadsgesprek, als onderdeel van de inspraakperiode in februari/maart/april 2023. De politieke beschouwing in paragraaf 4.9 is wat het college betreft de kern van het politieke gesprek in de gemeenteraad. Na de inspraakperiode en het verwerken van alle zienswijzen legt het college voor de zomer van 2023 een definitieve Omgevingsvisie ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor.
Inleiding De Omgevingsvisie gaat over hoe Hilversum er in 2040 uitziet en over hoe we dan in de gemeente samen werken en samen leven. Om tot deze toekomstvisie te komen, heeft de gemeenteraad eerst in 2019 en daarna in maart 2021 een bestuurlijk plan van aanpak vastgesteld (hierna te noemen: bestuurlijk PvA). Het bestuurlijk PvA kent vier fases die worden doorlopen. Fase 1 ging over het gezamenlijk verkennen van de huidige situatie in Hilversum. In april 2021 heeft de raad hierin inzicht gekregen door middel van de Omgevingsfoto en is deze fase afgerond. De Omgevingsfoto (bijlage A) is door de raad meegegeven voor de participatie in fase 2. Fase 2 ging over het verkennen van de mogelijke denkrichtingen over het Hilversum dat we in 2040 willen zijn. In deze fase vond de brede participatie door de gehele Hilversumse samenleving plaats. Fase 2 is op 13 juli 2022 afgerond met een raadsbesluit dat is gebaseerd op de opbrengsten uit de participatie. De gemeenteraad heeft geconcludeerd dat de participatieopbrengst goed verwerkt is in de ‘denkrichting’ (bijlage B) en heeft het college opdracht gegeven om op basis van de denkrichting een ontwerp-Omgevingsvisie op te stellen en deze te agenderen voor de raad, voorafgaand aan inspraak door inwoners, ondernemers en organisaties.
Fase 3 betreft het opstellen van een ontwerp-Omgevingsvisie en ontwerp PlanMER door het college, inclusief een aanzet voor een Hilversums Toetsingskader en een toets op reeds vastgesteld beleid. De gemeenteraad oordeelt over de ter inzagelegging van de ontwerp-Omgevingsvisie en ontwerpPlanMER: daarover gaat dit voorstel. Na het raadsbesluit worden de ontwerp Omgevingsvisie en ontwerp-PlanMER door het college ‘ter inzage gelegd’. Dit is een wettelijk voorgeschreven procedure waarbij iedereen een zienswijze op de ontwerp-Omgevingsvisie en ontwerp-PlanMER mag indienen. In dit raadsvoorstel geven we aan hoe we tegelijkertijd het goede gesprek over de toekomst met de samenleving voortzetten. Fase 4 betreft besluitvorming van de gemeenteraad over een ontwerp-Omgevingsvisie waarin het college alle inspraakreacties heeft verwerkt. Volgens de huidige planning vindt dat rond de zomer van 2023 plaats.
Omgevingsvisie Na het raadsbesluit over fase 2 is het college gestart met het opstellen van een ontwerpOmgevingsvisie. Een Omgevingsvisie is grotendeels vormvrij. Elke Omgevingsvisie krijgt vorm in zijn eigen – lokale – context. Voor Hilversum is die context: • Het bestuurlijk Plan van Aanpak • De participatieopbrengst (denkrichting, bijlage B) • Trends en ontwikkelingen zoals beschreven in de Foto van Hilversum (bijlage A) en de Hilversumse Trendstudie (bijlage C) • De Bestuurlijk-politieke actualiteit, zoals opgenomen in het coalitieakkoord. Bij het opstellen zijn de volgende stappen gevolgd: 1. Het ambtelijk opstellen van een eerste ontwerp-Omgevingsvisie op basis van de Foto van Hilversum (bijlage A), de ‘denkrichting’ uit de participatie (bijlage B), de Hilversumse trendstudie (bijlage C), het coalitieakkoord en recente cijfers, zoals die bijvoorbeeld beschikbaar zijn op Open Hilversum. Alle informatie is uitgewerkt tot het niveau van opgaven, doelen en aanzetten voor maatregelen. Bijlage G bevat een rijke verzameling kaarten. 2. Het opstellen van een beleids- en projectentoets (bijlage D), om te kunnen beoordelen hoe de ontwerp-Omgevingsvisie zich verhoudt tot bestaand beleid en projecten.
3. Het opstellen van een ontwerp Plan-MER (bijlage E) op basis van de ambtelijke ontwerpOmgevingsvisie, om de effecten van de Omgevingsvisie te kunnen objectiveren en inschatten ten opzichte van de huidige situatie en een situatie bij ongewijzigd beleid (autonome ontwikkeling). 4. Het trekken van bestuurlijke conclusies uit het voorgaande en speerpunten benoemd voor aanscherping van de Omgevingsvisie en politiek debat met de raad. Deze punten staan in paragraaf 4.9 van de ontwerp- Omgevingsvisie. 5. Het opstellen van een aanzet voor een Hilversums toetsingskader (bijlage F) op basis van de PlanMER. De ontwerp-Omgevingsvisie is stap voor stap opgebouwd. Hoofdstuk 2 markeert het vertrekpunt voor de Omgevingsvisie: het blikt terug op de geschiedenis van Hilversum en beschrijft de bestaande situatie, kwaliteiten en identiteit, zoals die blijken uit de cijfers en uit de participatie: hoe kijken inwoners, ondernemers en organisaties anno 2022 naar Hilversum? Ook is er aandacht voor Hilversum in regionaal perspectief. Hoofdstuk 3 formuleert vanuit de participatie en dominante trends/ontwikkelingen (demografie, welvaartsverdeling en klimaatverandering/ruimtedruk) drie samenhangende opgaven waarvoor de Omgevingsvisie perspectief wil schetsen: duurzaamheid, actief en meedoen.
In hoofdstuk 4 worden eerst de hoofdkeuzes uit de denkrichting (gematigde groei voor vitaliteit, ontwikkelen binnen de stad, meervoudig ruimtegebruik, gebiedsgericht ontwikkelen en vernieuwen en de basis op orde brengen) uitgewerkt en daarna per opgave de doelen en aanzet tot maatregelen in beeld gebracht. Dit is het hart van de visie en hetgeen in de Milieu Effect Rapportage is getoetst. Paragraaf 4.9 bevat een politieke beschouwing daarop. Hoofdstuk 5 concretiseert vervolgens de doorwerking van de Omgevingsvisie in de dagelijkse praktijk: participatie, toetsingskader voor initiatieven, werken met het instrumentarium uit de Omgevingswet, kostenverhaal en monitoring.
Milieu Effect Rapportage (PlanMER) Ter ondersteuning van de visievorming en besluitvorming over de Omgevingsvisie doorloopt Hilversum de uitgebreide procedure van de Milieu Effect Rapportage (MER). Ook dit is onderdeel van het bestuurlijk Plan van Aanpak voor de Omgevingsvisie. De gemeenteraad heeft daartoe al in 2019 een nota Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vastgesteld, waarin globaal staat hoe de Milieu Effect Rapportage vorm krijgt. De NRD heeft daarvoor zes weken ter inzage gelegen en is voorzien van een advies van de landelijke Commissie MER. In enge zin borgt een MER dat milieubelangen volwaardig worden meegewogen in de planvoorbereiding. Hilversum kiest er echter voor om niet alleen milieueffecten, maar ook fysieke, economische en sociale omgevingseffecten in beeld te brengen. Onderdeel van de MER procedure is het opstellen van een zgn. PlanMER door het college: een strategisch onderzoeksrapport dat in beeld brengt in hoeverre ambities van de gemeente in samenhang realiseerbaar zijn en wat dan de effecten van de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving zijn. De PlanMER is als het ware een spiegel en moet niet gezien worden als een ‘rapportcijfer’ of een puzzel die compleet gelegd moet zijn. Hilversum heeft er voor gekozen een beoordeling uit te voeren op de ontwerp-Omgevingsvisie die ambtelijk tot stand is gekomen, tot aan de bestuurlijke behandeling.
Het PlanMER heeft zo de rol gespeeld van een toets van de ontwerp-Omgevingsvisie en helpt bij het bestuurlijk agenderen van belangrijke issues. Uit de PlanMER volgen zo aanbevelingen voor het bestuur over het aanscherpen van de visie of voor vervolgbesluiten. Het college heeft bureau Arcadis opdracht gegeven de PlanMER op te stellen. Dat is bijgevoegd als bijlage E. De PlanMER bevat allereerst een toetsingskader: hoe worden de effecten in beeld
gebracht? Vervolgens is voor verschillende thema’s de huidige situatie objectief in beeld gebracht (op basis van de Foto van Hilversum en aanvullende databronnen), is beoordeeld wat de ontwikkeling zonder de Omgevingsvisie zou zijn (de autonome ontwikkeling) en wat de effecten van de maatregelen uit de Omgevingsvisie zijn (het ‘doelbereik’). Er worden scores van -/- tot +/+ gebruikt om de ontwikkeling te duiden. Daarnaast heeft Arcadis de effecten van de verschillende maatregelen op elkaar beoordeeld, het ruimtebeslag van alle maatregelen berekend en de ‘passende beoordeling’ gedaan. Bij die laatste beoordeling gaat het specifiek over de milieudruk van de maatregelen op Natura2000 gebieden. Het college heeft de conclusies en aanbevelingen uit de PlanMER opgenomen in paragraaf 4.6 van de Omgevingsvisie. Dit is de spiegel. Het algemene beeld van de PlanMER is dat de Omgevingsvisie een aantal negatieve autonome ontwikkelingen ombuigt naar positieve effecten, maar ook dat er aandachtspunten zijn. In paragraaf 4.9 hebben wij aangegeven welke conclusies het college uit het voorgaande trekt. De PlanMER wordt – na advies van de landelijke commissie MER – tegelijk met de ontwerpOmgevingsvisie ter inzage gelegd is onderdeel van de uiteindelijke besluitvorming door de gemeenteraad over de Omgevingsvisie.
Probleemstelling/doel Het doel van het uiteindelijk vaststellen van de Omgevingsvisie is: • Het vaststellen van een integraal, inhoudelijk kader voor de toekomst van Hilversum. De Omgevingsvisie is ook de basis voor het Omgevingsplan. • Een gezamenlijk vertrekpunt creëren voor verder gesprek over de toekomst van Hilversum met de samenleving. De opgewekte energie willen we graag vasthouden. • Het borgen van de Omgevingsvisie in onze manier van werken als gemeente en samenwerking met partners en initiatiefnemers, zodat de Omgevingsvisie een levend document blijft. Met dit raadsvoorstel ronden we fase 3 van het bestuurlijk Plan van Aanpak af. De vraag aan de gemeenteraad is: zijn de voorliggende Omgevingsvisie en de onderbouwing in bijlagen voldoende om vrij te geven voor inspraak? Het doel van dit raadsvoorstel is drieledig: 1. De raad in positie te brengen om te controleren of de participatieopbrengst en de foto van Hilversum/trendstudie goed vertaald zijn in de ontwerp-Omgevingsvisie. 2. De raad te faciliteren om politiek debat over de opgaven en ambities uit de Omgevingsvisie verder te voeren. De vraag is hoe de raad kijkt naar de conclusies uit 4.6 tot en met 4.8, of men de politieke beschouwing uit paragraaf 4.9 in hoofdlijnen kan steunen en of er ‘showstoppers’ in de stukken zitten die geamendeerd moeten worden voordat het ontwerp de inspraak in gaat. 3.
Te onderzoeken of de aanzet voor een Hilversums Toetsingskader door het college verder kan worden uitgewerkt en als basis kan dienen voor monitoring van de Omgevingsvisie.
Argumenten 1.1 Met dit raadsvoorstel is invulling gegeven aan amendement A22-59 In amendement A22-59 heeft de raad bij besluitvorming over de afronding van fase 2 het college opdracht gegeven om de ontwerp-Omgevingsvisie aan de hand van de Denkrichting op te stellen en daarin het staande beleid mee te nemen, discrepanties inzichtelijk te maken en een aanzet voor een Hilversums toetsingskader op te stellen. Voorstellen voor noodzakelijke aanpassingen van staand beleid verwacht de raad na vaststelling van de Omgevingsvisie. Dit voorstel bevat de ontwerp-Omgevingsvisie, een beleids- en projectentoets en een aanzet voor een Hilversums toetsingskader. 2.1 De Denkrichting uit de participatie komt herkenbaar terug in de ontwerp-Omgevingsvisie De Denkrichting uit de participatie is herkenbaar in hoofdstuk 2, 3 en 4. De denkrichting zelf is als bijlage B bijgevoegd. 2.2 De (ontwerp-)Milieu Effect Rapportage is een bruikbare spiegel en geeft een aanzet voor het toetsingskader De ontwerp-PlanMER (bijlage E) schat in wat de effecten van de doelen en (aanzet tot) maatregelen uit hoofdstuk 4 zijn. Deze objectivering is een waardevolle, extern opgestelde spiegel die de gemeenteraad bij het politieke debat kan betrekken.’ De PlanMER is (dus) niet bedoeld als politiekbestuurlijk stuk en is geen ‘rapportcijfer’ of puzzel die helemaal passend gemaakt moet worden. De MER kent een eigen procedure.
Bij dit raadsvoorstel ligt een ontwerp PlanMER. De landelijke Commissie voor de MER zal nog adviseren over de PlanMER. Dat advies wordt in het eerste kwartaal van 2023 verwacht en zal onderdeel uitmaken van de inspraakprocedure voor de MER. Het advies en de zienswijzen op de MER zullen onderdeel zijn van de finale besluitvorming over de Omgevingsvisie. Het beoordelingskader van de PlanMER is tevens een opstap naar het verder uitwerken van het Hilversums Toetsingskader (bijlage F) en een periodieke monitoring van de Omgevingsvisie. 2.3 Het vastgestelde beleid, de lopende projecten en het verstedelijkingsconcept MRA verhouden zich goed tot Omgevingsvisie In paragraaf 4.8 staat de conclusie van de beleids- en projectentoets. De conclusie is dat beleid en projecten zich in beginsel goed tot de Omgevingsvisie verhouden. Er zijn enkele aanbevelingen voor het aanvullen van beleidsleemtes (erfgoed, economische ontwikkeling, bodem, lucht en geluid) en het leggen van verbindingen tussen sociaal, fysiek en economisch beleid. Voor enkele projecten zijn suggesties gedaan om extra te kunnen inzetten op doelen. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van het verstedelijkingsconcept Metropool Regio Amsterdam (raad 2 februari 2022) besloten het concept te hanteren als input voor lokaal/regionaal beleid, waar passend in de eigen Omgevingsvisie (beslispunt 2).
Uit de beleids- en projectentoets blijkt dat de Omgevingsvisie en het verstedelijkingsconcept goed op elkaar aansluiten: veel onderwerpen en maatregelen uit hoofdstuk 3 en 4 van de Omgevingsvisie die bovenlokaal van karakter zijn (zoals water, bodem, mobiliteit en landschap) zijn ook onderdeel van het verstedelijkingsconcept. Er is geen noodzaak een van beiden aan te passen. Het roept vooral op tot verdere, regionale samenwerking met onze gebiedspartners.
2.4 Moties M21-145 (participatie-instrumentarium) en M22-39 (belanghebbenden zonder macht) zijn onderdeel van de ontwerp-Omgevingsvisie. De motie ‘Participatie-instrumentarium’ (M21-145) riep op om in de raadswerkgroep Omgevingswet van 7 oktober 2021 input op te halen voor het participatie-instrumentarium en naar aanleiding van de bespreking een visie op het participatie-instrumentarium op te stellen. Het college heeft met de genoemde raadswerkgroep Omgevingswet over participatie gesproken en op 9 december 2021 heeft een workshop plaatsgevonden onder leiding van een externe participatiespecialist. De daaruit volgende inzichten zijn opgenomen in paragraaf 5.1. De motie ‘Belanghebbenden zonder macht (M22-39)’ riep op tot voorstellen om de positie van belanghebbenden zonder macht in de zin van burgerparticipatie te versterken. Dit onderwerp is in paragraaf 5.1 geagendeerd. Concrete voorstellen volgen bij de volgende actualisatie van de leidraad ‘betrek de buurt’. 2.5 Diverse moties/amendementen n.a.v.
de woonvisie (2021 en 2022) zijn onderdeel van de ontwerp-Omgevingsvisie Het besluit over de woonvisie in 2021 is door de raad geamendeerd met de amendementen A21-113 en A21-125, die zien op het maken van een woonzorgvisie, het ontwikkelen van wijkprogramma's op basis van wijkgerichte ‘uitvoeringsanalyses’ op basis van de behoefte en mogelijkheden per wijk, als eerste in de Meent en Kerkelanden. Motie M22-007 riep vervolgens op om een aanpak te ontwikkelen voor het opstellen van wijkagenda's, met pilots in Kerkelanden en de Meent, op basis van integrale wijkanalyses, buurtconferenties en de opbrengst van de wijkgesprekken in het kader van de Omgevingsvisie. Het idee van de wijkprogramma's is in de Omgevingsvisie opgenomen als ‘gebiedsagenda’s in paragraaf 5.3.3. Het proces en de plaats van de analyses zijn daarin beschreven. 2.6 Parallelle planprocessen lopen volgens afspraken met de raad In het bestuurlijk plan van aanpak is duidelijk gemaakt dat lopende het traject van de Omgevingsvisie niet alle beleids- en gebiedsontwikkelingen stilstaan. Denk aan het uitvoeringsprogramma mobiliteit, gebiedsagenda’s voor het centrum en Zuidwest, het Integraal Veiligheidsplan, het stedenbouwkundig plan voor het Arenapark, de visie Sociaal Domein, het nieuwe cultuurbeleid, het handboek Openbare Ruimte en onderwijsagenda’s.
De afspraken die we met de gemeenteraad daarover hebben gemaakt in de programmabegroting 2023 en de prioriteitenagenda doen we uiteraard gestand. In de organisatie en het college hebben we nadrukkelijk oog voor het parallel lopen van de planprocessen en aansluiting op elkaar. 2.7 Het college geeft documenten vrij voor inspraak Volgens de Hilversumse inspraakverordening (2006) besluit het college beleidsdocumenten vrij te geven na het horen van de functionele raadscommissie. Alleen bij afwijkende standpunten tussen college en raadscommissie legt het college het inspraakbesluit voor aan de raad. Amendement 22-59 week daar in zekere zin vanaf, door het college op te dragen de ontwerp Omgevingsvisie aan de raad voor te leggen, voorafgaand aan de inspraak. Omdat van afwijkende standpunten op voorhand geen sprake is, is beslispunt 2 bewust zo geformuleerd om in lijn met de inspraakverordening te blijven.
Kanttekeningen 2.1 Belangrijke zaken vragen tijd Alle betrokkenen zullen herkennen dat het proces voor de Omgevingsvisie lang loopt. We hebben in dit proces gekozen voor zorgvuldigheid boven snelheid, het bewust zetten van alle stappen uit het bestuurlijk Plan van Aanpak en raad en samenleving goed in positie brengen. Dat draagt bij aan vertrouwen. Wij zien tegelijkertijd uit naar het moment waarop de gemeenteraad de eerste Omgevingsvisie van Hilversum vaststelt. Dat moet naar ons oordeel mogelijk zijn voor de zomer van 2023. Zie daarvoor onder het kopje ‘uitvoering’. 2.2 De Omgevingsvisie is nog niet vertaald in programma’s Bij het raadsvoorstel over het afronden van de participatie (fase 2) is gedebatteerd over de ‘haalbaarheid’ en/of ‘betaalbaarheid’ van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is een visie, met als doel het schetsen van een toekomstbeeld en een looptijd van vijf bestuursperiodes. De Omgevingsvisie is geen uitvoeringsplan, gekoppeld aan inzet of geld. Het door-vertalen gebeurt na vaststelling van de Omgevingsvisie in de zgn. Programma’s, die zowel thematisch als gebiedsgericht zijn. Het werken met deze instrumenten (Omgevingsvisie, Omgevingsplan, Omgevingsprogramma) uit de Omgevingswet is in paragraaf 5.3.3 van de Omgevingsvisie uitgebreid toegelicht.
Op deze manier blijft de opbrengst uit de participatie in de Omgevingsvisie herkenbaar en faciliteren we een politiek en maatschappelijk debat op hoofdlijnen. Door monitoring en het werken met programma’s zijn verdiepende en volgende gesprekken met raad en samenleving geborgd en kunnen in volgende bestuursperiodes steeds nieuwe accenten worden gelegd. 2.3 Aanpassing aan de ontwerp Omgevingsvisie voor de inspraak vereist ook een aanpassing van de PlanMER De ontwerp-Omgevingsvisie en de PlanMER moeten op elkaar zijn afgestemd; dat is nu het geval. Als de ontwerp-Omgevingsvisie voor de inspraak door de raad geamendeerd wordt, dan is de consequentie dat de MER daarmee (opnieuw) in lijn moet worden gebracht. Dit zal dan moeten gebeuren door een toevoeging aan de MER met – eventueel – aangepaste beoordelingen. Naar verwachting betekent dit een extra procestijd van 4 weken.
Financiën, middelen & capaciteit Voor de inspanningen die samenhangen met de inspraak en het afronden van de Omgevingsvisie in 2023 is € 50.000,- gereserveerd in de programmabegroting 2023. Daarbij gaan we er vanuit dat het vervolgproces volgens planning blijft verlopen.
Uitvoering Nadat het raadsdebat in de gemeenteraad over de ontwerp-Omgevingsvisie en het advies van de Commissie voor de MER over de PlanMER legt het college de Omgevingsvisie en de PlanMER ter inzage gedurende een periode van zes weken. Als de raad op 1 februari 2023 besluit, zal de inspraak op zijn vroegst medio februari 2023 kunnen starten. We volgen de inspraakverordening van de gemeente Hilversum. Een ieder heeft gedurende zes weken de mogelijkheid om een zienswijze in te brengen. Om een passend vervolg op de reeds gevoerde participatie te geven, organiseren we tijdens de inspraakperiode extra activiteiten. We grijpen de inspraak aan om de mensen die hebben deelgenomen aan de participatie opnieuw te ontmoeten, de Omgevingsvisie te presenteren en daarbij duidelijk aan te geven wat vanuit de participatie in de Omgevingsvisie terecht is gekomen en wat niet. Welke keuzes zijn gemaakt en waarom? Dat doen we in een tweede Stadsgesprek, maar ook – lerende van onze eerdere ervaringen – op andere manieren, zodat ook doelgroepen die niet
snel naar grote bijeenkomsten komen kunnen meedoen. Daarbij denken we aan online mogelijkheden en spreekuren met wijkwethouders in wijkcentra. Verder zetten we uiteraard onze gemeentelijke communicatiekanalen in. Onze planning gaat uit van starten met de inspraak medio februari 2023. Het uiterste moment is 4 maart 2023, om de raad van 19 juli 2023 te kunnen halen. In deze planning verstuurt het college op 23 mei 2023 het raadsvoorstel naar de agendacommissie van 12 juni voor politieke behandeling op 28 juni 2023 (commissie) en 19 juli 2023 (raad). Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris, mr. C.P. Torres Barrera
de burgemeester, dr. Ir. G.M. van den Top
Bijlage(n) Bijlage A – Geactualiseerde samenvatting Omgevingsfoto Hilversum Bijlage B – Denkrichting participatie Bijlage C – Hilversumse trendstudie 2022-2026 Bijlage D – Beleids- en projectentoets Bijlage E – Milieu Effect Rapportage (ontwerp) Bijlage F – Voorzet voor een Hilversums toetsingskader Bijlage G – Kaartenboek