Commissievoorstel verkenning vervroegde evaluatie parkeerbeleid
Tekst van het document
COMMISSIEVOORSTEL zaaknummer:
1831931
steller:
Frederique Durlacher (Fractie Durlacher)
portefeuillehouder:
Wethouder Heller
onderwerp:
Verkenning vervroegde evaluatie parkeerbeleid
Samenvatting
Sinds de vaststelling van het parkeerbeleid in juli 2023 heeft de gemeenteraad zich met grote regelmaat moeten uitspreken over losse onderdelen van het beleid en de uitvoering ervan. De aanhoudende stroom van moties, amendementen, toezeggingen en bijstellingen wijst erop dat de effecten van het beleid op onderdelen anders uitpakken dan wellicht voorzien. Dit commissievoorstel beoogt te verkennen of er politiek draagvlak bestaat om in 2025 te starten met het integraal te evalueren van het parkeerbeleid, vooruitlopend op de eerder geplande evaluatie in 2027. Daarmee ontstaat de kans om eerder inzicht te verkrijgen in de werking, uitvoerbaarheid en maatschappelijke effecten van het beleid. Mocht een integrale evaluatie voor sommige fracties op dit moment te ingrijpend of te vroeg zijn, dan kan een thematische evaluatie als tussenstap worden overwogen. Deze kan zich richten op onderdelen van het beleid die politiek en maatschappelijk het meest in de belangstelling staan. Voorbeelden van thema’s zijn: de werking van de bezoekersregeling, de toepassing van het POET-principe, de uitvoering en bereikbaarheid van maatschappelijke vergunningen, en de communicatie en dienstverlening rondom de vergunningverlening.
Inleiding
Het parkeerbeleid, zoals vastgesteld op 19 juli 2023, beoogt de leefbaarheid en bereikbaarheid van Hilversum te verbeteren en sluit aan bij de Mobiliteitsvisie 2040. Sinds de invoering is het beleid op een veelvoud van onderdelen aangepast of aangevuld, (zie tijdlijn in bijlage 1). Deze aanpassingen kwamen tot stand via moties, amendementen, collegevoorstellen en nadere regels. Hoewel het beleid de ambitie heeft de leefbaarheid, bereikbaarheid en duurzaamheid van Hilversum te verbeteren, blijkt in de praktijk dat de uitvoering op onderdelen leidt tot vragen, spanning en correcties. In bijlage 2 zijn de belangrijkste moties opgenomen. De moties laten een patroon zien van doorlopende bijstelling van beleid via interventie door de raad, om ongewenste effecten te mitigeren.
Deze dynamiek vraagt om reflectie. Binnen de gemeenteraad en onder inwoners leven uiteenlopende opvattingen over het effect en de uitvoerbaarheid van het beleid. In de raadsvergadering van april 2025 is onder meer uitgesproken dat een aantal fracties het wenselijk achten om niet bij elke raadstafel losse wijzigingen te bespreken, maar periodiek het geheel te kunnen bezien. Een vervroegde evaluatie, te starten idealiter in 2025, kan helpen om beleidsopvolging transparant te maken en ervaringen uit de uitvoering tijdig terug te koppelen aan de raad. Tegelijk blijft de geplande integrale evaluatie in 2027 overeind. De initiatiefnemers beogen met dit voorstel het gesprek te openen over de wenselijkheid van zo’n evaluatie. Daarmee wordt geen herijking beoogd, maar een gezamenlijke leerstap, gericht op versterking van de kaderstellende rol van de raad en het vergroten van het maatschappelijk draagvlak.
Opties voor evaluatie
A. Integrale evaluatie Een integrale evaluatie houdt in dat het gehele parkeerbeleid – in opzet, uitvoering en effecten – in samenhang wordt bekeken. Daarbij worden zowel beleidsdoelen als praktijkervaringen geëvalueerd, met betrokkenheid van bewoners, ondernemers en andere stakeholders. Deze optie maakt het mogelijk om op basis van feiten en inzichten vroegtijdig bij te sturen, waar nodig. Het college kan hiervoor een onafhankelijk extern bureau inschakelen, of dit combineren met een interne beleidsdoorlichting. De raad krijgt zo een volledig beeld van wat werkt, wat wringt en waar bijstelling gewenst is. Dit biedt een stevige inhoudelijke basis voor eventuele aanpassingen vóór 2027. B. Thematische evaluatie (indien een integrale stap nu niet haalbaar is) Mocht een volledige evaluatie op korte termijn als te zwaar of te vroeg worden ervaren, dan is een thematische evaluatie een haalbare tussenstap. Daarbij wordt niet het hele beleid geëvalueerd, maar worden een of meer onderdelen uitgelicht. Denk aan: De bezoekersregeling: gebruiksgemak, betaalbaarheid en effectiviteit. Het POET-principe: redelijkheid, uitvoerbaarheid en communicatie. Maatschappelijke vergunningen: toegankelijkheid en doelgroepbereik. De dienstverlening en communicatie richting inwoners.
Een thematische evaluatie biedt de kans om snel inzicht te krijgen in onderdelen die in de praktijk veel discussie oproepen, zonder direct het gehele kader te heropenen. Het kan ook fungeren als opmaat naar de geplande evaluatie in 2027. Daarmee wordt geen herijking beoogd, maar een gezamenlijke leerstap, gericht op versterking van de kaderstellende rol van de raad en het vergroten van het maatschappelijk draagvlak.
Kaders voor evaluatie
Het is van belang dat in de commissie tevens het gesprek te voeren over de kaders en uitgangspunten die bij zo’n evaluatie leidend moeten zijn. Door deze vooraf gezamenlijk te verkennen, kan de raad zijn kaderstellende rol goed invullen, door het college richting te gegeven. Het vooraf helder krijgen van deze kaders voorkomt discussie achteraf, vergroot de kwaliteit van de evaluatie en zorgt dat de raad grip houdt op het vervolgproces. Te denken valt aan kaders op het gebied van: Reikwijdte: Wordt gekeken naar beleid, uitvoering, communicatie, handhaving of alleen naar één van deze onderdelen? Betrokkenheid: Hoe worden inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en uitvoeringsorganisaties betrokken bij de evaluatie?
Onafhankelijkheid: Wordt een extern bureau ingeschakeld, of kan het ook deels intern worden uitgevoerd? Gebruik van data: Welke cijfers of ervaringsgegevens moeten als basis dienen voor analyse? Tijdpad en terugkoppeling: Wanneer wil de raad resultaten ontvangen, en op welke manier?
Doel
Peilen of de commissie het wenselijk acht om in 2025 te starten met het integraal evalueren van het parkeerbeleid. Deze evaluatie kan bijdragen aan beter inzicht in de praktijk, maatschappelijke effecten en uitvoerbaarheid. Mocht een integrale evaluatie op dit moment niet haalbaar blijken, dan kan de commissie overwegen een thematische evaluatie te ondersteunen, gericht op urgente onderdelen van het beleid. Daarnaast is het belangrijk dat de commissie zich duidelijk uitspreekt over de gewenste kaders Zaken waarover doorgesproken kan worden zijn o.a.: 1. Herkent de commissie dat er behoefte is aan overzicht en reflectie op de werking van het parkeerbeleid als geheel? 2. Is de commissie bereid te verkennen of het mogelijk is het beleid integraal te evalueren met startdatum in 2025? 3. Indien een integrale evaluatie nu niet wenselijk wordt geacht: welke onderdelen lenen zich dan voor een thematische evaluatie (zoals bezoekersregeling, POET, maatschappelijke vergunningen, communicatie)? 4. Welke randvoorwaarden zijn volgens de commissie van belang voor zo’n evaluatie (denk aan onafhankelijkheid, betrokkenheid stakeholders, reikwijdte)? 5. Welke concrete leer- of stuurvragen zou de commissie graag beantwoord zien? Bijlagen 1. Hoogover tijdlijn invoeren nieuw parkeerbeleid. 2. Overzicht moties en amendementen parkeerbeleid Hilversum (2023–2025)