Commissievoorstel afronden Omgevingsvisie
Tekst van het document
COMMISSIEVOORSTEL zaaknummer:
1161393
afdelingsnaam:
IA - BenC
steller:
Eric Bakker
telefoonnummer
035 629 2085
onderwerp:
Opdracht afronden Omgevingsvisie Hilversum 2040
Voorstel 1.
Het college adviseren over het afronden van de Omgevingsvisie Hilversum 2040, specifiek over de teksten/vragen die in dit voorstel omkaderd zijn: a. De inhoudsopgave en de uitwerking daarvan in bijlage 1 b. De uitwerking van het onderwerp ‘hoogte’ c. Het opnemen van outcome- en impactindicatoren d. De inrichting van het toetsingskader e. De verwerking van reeds door u vastgestelde wijzigingen f. De verwerking van nog niet door u vastgestelde wijzingen uit bijlage 2 g. De wens voor een beeldvormende sessie in het proces van besluitvorming
Planning Fasen 1 t/m 4 uit het PvA Omgevingsvisie Hiernaast staan de stappen die in het kader van BOB zijn genomen vanaf de vaststelling van het Herzien bestuurlijk plan van aanpak Omgevings visie door de raad (3 maart 2021) tot en met fase 4.
Beeldvorming 24 maart 2021: BVS over global goals en afwegingskader 15 april 2021: BVS over gebruik van global goals en participatie 16 juni 2021: BVS over stand van zaken participatie 21 juni 2021: Collegebrief ‘Opschorten participatieproces Omgevingsvisie’ 8 september 2021: BVS over doorstart participatie 15 oktober 2021: Collegebrief ‘Voortgang participatieproces Omgevingsvisie’. 1 december 2021: BVS over de tussenrapportage participatie Omgevingsvisie 15 februari 2022: Collegebrief ‘Addendum tussenrapportage: betrekken ondervertegenwoordigde groepen’ 1 maart 2022: Collegebrief ‘Nadere invulling vervolg participatie Omgevingsvisie’ 2 maart 2022: Raadscommissie over ‘Tussenrapportage participatie Omgevingsvisie’ 6 april 2022: Inwerkprogramma gemeenteraad Omgevingswet/visie 1 juni 2022: BVS over afronding fase 2 participatie Omgevingsvisie 22 juni 2022: Raadscommissie over ‘Afronding fase 2 participatie’ 11 januari 2023: Raadsommissie over ‘Vrijgeven ontwerp Omgevingsvisie en PlanMER’ voor inspraak 28 juni 2023: Raadscommissie over ‘Zienwijzen en adviezen’ 14 september 2023: BVS (beeldvormende avond) over niet-vastgestelde onderdelen van de zienswijzennota 5 oktober 2023: informele avond raadscommissie vervolg 14 september 2023 12 januari 2024: Raadscommissie over ‘commissievoorstel opdracht Omgevingsvisie’
Oordeelsvorming 7 april 2021: Raadscommissie over ‘Update Omgevingsfoto’ 9 februari/2 maart 2022: Raadscommissie over ‘Tussenrapportage participatie Omgevingsvisie’ 22 juni 2022: Raadscommissie over ‘Afronding fase 2 participatie Omgevingsvisie’ 11 januari 2023: Raadscommissie over ‘Vrijgeven ontwerp Omgevingsvisie en PlanMER’ voor inspraak 28 juni 2023: Raadscommissie over ‘Zienwijzen en adviezen’ 12 januari 2024: Raadscommissie over ‘commissievoorstel opdracht Omgevingsvisie’
Besluit 21 april 2021: Raad over ‘Update Omgevingsfoto’ 9 maart 2022: Raad over ‘Tussenrapportage participatie Omgevingsvisie’ 13 juli 2022: Raad over ‘Afronding fase 2 participatie Omgevingsvisie’ 1 februari 2023: Raad over ‘Vrijgeven ontwerp Omgevingsvisie en PlanMER’ voor inspraak 19 juli 2023: Raad over ‘Zienswijzen en adviezen’ 8 november 2023: Raad over Motie M23/136 ‘commissievoorstelop dracht Omgevingsvisie’
1
Samenvatting Dit commissievoorstel stelt de raadscommissie in de gelegenheid het college te adviseren over het afronden van de Omgevingsvisie Hilversum 2040. Met dit voorstel geeft het college opvolging aan motie M23/136 van 8 november 2023. Het bevat een inhoudsopgave en beschrijft hoe de definitieve Omgevingsvisie ten opzichte van het Ontwerp compacter en kernachtiger wordt en tegelijk recht blijft doen aan de participatieopbrengst. Zo wordt de definitieve Omgevingsvisie een herkenbaar en bruikbaar kwaliteitskader voor de toekomst van Hilversum. Daarnaast geeft het voorstel gelegenheid om inhoudelijk te adviseren over eventuele openstaande politieke verschillen. De motie heeft duidelijk gemaakt dat de gemeenteraad daarover bij het vaststellen van de definitieve Omgevingsvisie definitieve knopen doorhakt.
Aanleiding De Omgevingsvisie gaat over hoe Hilversum er in 2040 uitziet en welke keuzes we nu maken om Hilversum ook in de toekomst een fijne plek te laten zijn om te wonen, te werken en te leven. Om tot deze toekomstvisie te komen, heeft de gemeenteraad in maart 2021 een bestuurlijk plan van aanpak vastgesteld, met vier fases die moeten worden doorlopen.
Fase 1 ging over het gezamenlijk verkennen van de huidige situatie in Hilversum. In april 2021 kreeg de raad hierin inzicht door middel van de Omgevingsfoto en is deze fase afgerond. De Omgevingsfoto is meegegeven voor de participatie in fase 2. In fase 2 zijn in een uitgebreid participatieproces mogelijke denkrichtingen verkend over het Hilversum dat we in 2040 willen zijn. De gemeenteraad heeft fase 2 in juli 2022 afgerond door vast te stellen dat de participatieopbrengst goed vertaald is in de zgn. ‘Denkrichting’. Daarbij heeft de raad het college opdracht gegeven om een ontwerp Omgevingsvisie en Plan MER op te stellen. Op 1 februari 2023 rondde de gemeenteraad fase 3 af met het oordeel dat de ontwerp Omgevingsvisie en PlanMER voldoende waren om vrij te geven voor inspraak. Op 19 juli 2023 zette de gemeenteraad de eerste stap van fase 4 richting de definitieve Omgevingsvisie met behandeling van het raadsvoorstel ‘zienswijzennota Omgevingsvisie’. Daarin waren alle zienswijzen en adviezen gebundeld en voorzien van voorstellen voor aanpassing van de Omgevingsvisie. De gemeenteraad besloot middels amendement A23/94 40 van de 69 voorgestelde wijzigingen uit de zienswijzennota vast te stellen en die te verwerken in de definitieve Omgevingsvisie.
De raad wilde 29 adviezen van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten (CRK+M) en de Commissie voor de Milieueffectrapportage (MER), de daaruit voorvloeiende voorstellen van het college (bijlage D, E en F) en de voorstellen uit ‘voortschrijdend inzicht’ verder met het college bespreken, allereerst beeldvormend. 2
Na een beeldvormende avond op 14 september 2023 (georganiseerd door het college) en een informele avond van de raadscommissie op 5 oktober 2023 heeft de gemeenteraad op 8 november 2023 motie M23/136 aangenomen. Hiermee gaf de raad het college opdracht een commissievoorstel te maken met een heldere schrijfopdracht voor een compacte en kernachtige Omgevingsvisie. Gedacht werd aan een ‘aangeklede inhoudsopgave’ en voorstellen voor nog openstaande zienswijzen, gehoord de bijeenkomsten van de commissie. Zo’n voorstel helpt om de verwachtingen over de definitieve Omgevingsvisie tussen college en raad helder te krijgen en biedt gelegenheid om over openstaande inhoudelijke punten politiek van gedachten te wisselen. Dit draagt bij aan de veelgehoorde wens de Omgevingsvisie snel en goed af te ronden, om ermee aan de slag te kunnen. Op basis van monitoring en evaluatie kunnen eventuele aanscherpingen en verbeteringen in een volgende versie van de Omgevingsvisie worden opgenomen.
Leeswijzer In dit voorstel wordt de lijn van motie M23/136 aangehouden, door achtereenvolgens in te gaan op: 1. De belangrijkste kenmerken van de definitieve Omgevingsvisie op hoofdlijnen 2. De inhoudsopgave van de definitieve Omgevingsvisie en uitwerking van enkele onderdelen 3. Concrete voorstellen voor nog openstaande onderdelen van de zienswijzennota Bij het streven naar compactheid past een zo compact mogelijk commissievoorstel. We beperken ons daarom tot de hoofdpunten voor het politieke gesprek. Die zijn in dit voorstel voorzien van een kader. Eerdere stukken zoals de Denkrichting, de ontwerp-Omgevingsvisie en de zienswijzennota kunt u via deze links eenvoudig terugvinden: - Raadsvoorstel 13 juli 2022 over de Denkrichting (agendapunt 12); - Raadsvoorstel 1 februari 2023 over vrijgeven inspraak Ontwerp Omgevingsvisie (agendapunt 9); - Raadsvoorstel 19 juli 2023 over zienswijzennota Omgevingsvisie (agendapunt 11).
Kenmerken van de definitieve Omgevingsvisie op hoofdlijnen We gaan uit van motie M23/136 waarin de gemeenteraad in algemene bewoordingen de kenmerken van de Omgevingsvisie heeft beschreven: -
de Omgevingsvisie Hilversum 2040 wordt de integrale langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving, met beleidskeuzes op hoofdlijnen; de Omgevingsvisie moet recht doen aan de participatieopbrengst; de Omgevingsvisie geeft richting aan de ontwikkelingen en biedt een afwegingskader, ook voor ontwikkelingen die niet zijn voorzien en/of niet binnen het Omgevingsplan en/of een Omgevingsplan-/programma passen; de Omgevingsvisie dient heldere leidende principes en toetsingskaders voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bevatten; de Omgevingsvisie stelt duidelijke toetsbare normen en doelen die in gebiedsvisies verder worden uitgewerkt, waarbij de impact en samenhang van keuzes inzichtelijk wordt gemaakt met behulp van een model.
In de gesprekken van de commissie in september en oktober 2023 bleek ook dat aanwezigen graag een beknoptere tekst zien. Een compacte en kernachtige Omgevingsvisie schiet niet door in concretisering van doelen, maatregelen, normen en indicatoren. Velen zagen de ‘Denkrichting’ van juni 2022 als een goede basis. De daarin opgenomen ‘leidende principes’ worden in de definitieve Omgevingsvisie één slag verder uitgewerkt. Wij stellen ons daarbij een definitieve Omgevingsvisie voor die: 3
1. Compacter is dan de ontwerp Omgevingsvisie, door het ontwerp te schonen van procesinformatie, behoudens een beknopte verantwoording van het doorlopen proces. Veel kaartmateriaal kan naar een bijlage worden verplaatst. Ruime teksten worden gecomprimeerd. Wij streven naar een eindproduct van 80 - 100 pagina’s; veel minder dan de Ontwerp Omgevingsvisie van 142 pagina’s. 2. Op hoofdlijnen is. De kern van de Omgevingsvisie bestaat uit kwaliteiten, opgaven, principes en doelen. Veel tekst wordt nu besteed aan ‘maatregelen’, die eigenlijk thuishoren in programma’s, beleidsnota’s en gebiedsplannen. We noemen enkel maatregelen als ze substantieel of illustratief zijn. We volgen niet het advies van de commissie MER om zaken veel verder te detailleren. 3. Recht doet aan de participatieopbrengst. Dat doen we door de zeventien leidende principes uit de Denkrichting centraal te stellen. Vier ervan betreffen omgangsvormen (regie gemeente op het collectief belang, actief gebruik van de Omgevingsvisie, met elkaar in gesprek blijven en initiatieven de ruimte geven), vier principes gaan over ‘niet te verzetten bakens’ (stad én dorp, ontwikkelen binnen de bestaande stad, gematigde groei voor vitaliteit, vernieuwen passend bij kwaliteiten) en elf principes bevatten inhoudelijke accenten op thema’s, zoals ‘natuur in en om de stad beschermen en versterken’.
Deze principes worden één slag dieper uitgewerkt, tot het niveau van doelen. 4. Een heldere opbouw heeft. Als opbouw kiezen we: inleiding, identiteit/historie, trends en ontwikkelingen vertaald naar Hilversumse opgaven, strategische keuzes/leidende principes, doelen en vervolg: uitwerking in bijvoorbeeld beleidsprogramma's en gebiedsagenda’s. 5. Duidelijk maakt hoe we er mee gaan werken. Hier krijgt het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten (CRK+M) een plaats. We werken altijd eerst op basis van cultuurhistorische analyse, dan kijken we thema/opgavegericht (uit te werken in beleidsprogramma’s of -nota’s) en ten slotte gebiedsgericht (gebiedsagenda’s). Wat dat laatste betreft nemen we bijlage E en F bij de zienswijzennota als ‘uit te werken’ methode op, zodat duidelijk wordt hoe de volgende stappen worden gezet. De uitwerking krijgt na vaststelling van de Omgevingsvisie vorm in een inhoudelijke ‘startnotitie gebiedsagenda’s’. Het is goed denkbaar dat de gemeenteraad op later zulke uitwerkingen als addendum op de Omgevingsvisie vaststelt.
De inhoudsopgave van de Omgevingsvisie In lijn met het voorgaande is het voorstel voor de inhoudsopgave van de definitieve Omgevingsvisie: 1. Voorwoord 2. Aanleiding, werkwijze/toepassing en leeswijzer 3. Opgaven uit identiteit en kwaliteiten 4. Opgaven uit trends en ontwikkelingen 5. Strategische keuzes en leidende principes 6. Doelen en maatregelen op hoofdlijnen 7. Aan de slag met de Omgevingsvisie 8. Procesverantwoording In bijlage 1 hebben we deze inhoudsopgave uitgewerkt op basis van de hiervoor genoemde kenmerken. Wij schatten in dat over de inhoudsopgave niet veel verschillende politieke meningen zullen zijn. Wij horen graag of dit klopt en of u de inhoudsopgave kunt onderschrijven.
Normen en toetsingskader In motie M23/136 heeft u expliciet gevraagd om voorbeelden van ‘duidelijke normen en doelen en een indicatie hoe tot verdere uitwerking kan worden gekomen’. Over de onderwerpen ‘normen’ (welke normen en ambities leggen we wel of niet in de Omgevingsvisie vast en hoe worden die uitgewerkt?) en ‘toetsingskader’ (nemen we zo’n kader op in de Omgevingsvisie en hoe ver werken we dat uit?) hebben wij verschillende politieke meningen gehoord. Ter ondersteuning van een mogelijk politiek gesprek daarover hebben wij deze onderwerpen kort uitgewerkt. 4
Normen Wij merken dat het woord ‘norm’ in het politieke debat op meerdere manieren wordt gebruikt. Soms als een wettelijke grens (bijvoorbeeld de wettelijke geluidsnormen), soms als een inhoudelijk doel (bijvoorbeeld een groennorm). Het lijkt ons goed om vanaf nu het onderscheid te maken tussen normen als ‘rechtsregels’, gebaseerd op landelijk of lokaal vastgestelde wetten en regels en geconcretiseerde doelen waarbij een te bereiken eindpunt in kwalitatief of kwantitatief opzicht wordt geduid. Hieronder staat een opsomming van de normen die in de ontwerp Omgevingsvisie en de zienswijzennota zijn opgenomen. Sommige normen zijn al geconcretiseerd. Van andere normen hebben wij al aangekondigd die te willen concretiseren. Geconcretiseerde norm 1. Voldoen aan wettelijke natuur/milieunormen, zoals stikstofnormen en de kaderrichtlijn Water. 2. Voor duurzame energie in gebiedsontwikkelingen de norm BENG (Bijna EnergieNeutrale Gebouwen) opnemen. 3. Voor hoogte hanteren we de hoogten uit de structuurvisie Hilversum 2040 en hebben we een aantal regels voorgesteld: de door de raad vastgestelde bestemmingsplannen zijn leidend, ‘stevige’ hoogte is op sommige plekken legitiem (knooppunten, campussen, spoorzone en waar al hoogte is) en ‘in wijken en op overige werklocaties kijken we waar 2 tot 4 woonlagen goed aansluiten bij de omgeving en waar 5 tot 6 lagen passend zijn’.
In bijlage 3 zijn alle teksten over hoogte uit de ontwerp Omgevingsvisie en zienswijzennota ter informatie opgenomen. Te concretiseren norm 4. Nieuwe lucht en geluidnormen, concreet uit te werken in het programma Geluid. 5. Autoparkeernormen, die in het algemeen naar beneden gaan. Concrete uitwerking daarvan heeft recent al plaatsgevonden in de nota parkeernormen. 6. Fietsparkeernormen, deelauto’s en deelfietsen, concreet uit te werken als onderdeel van het parkeerbeleid. Wij hebben gemerkt dat er vooral rondom de norm ‘hoogte’ politiek gesprek bestaat. Wij zijn voornemens de lijn van punt 3 in de definitieve Omgevingsvisie te verwerken. Dat is: we blijven uitgaan van onze voorzichtige benadering van hoogte. We kijken altijd naar wat passend is bij het betreffende gebied. Het bestemmingsplan (straks Omgevingsplan) is de norm waar belanghebbenden zekerheid aan kunnen ontlenen. Afwijkingen zijn altijd gebiedsgericht, passend bij de opbouw van Hilversum en de kwaliteiten van de gebieden. De hoogten uit de Structuurvisie Hilversum 2030 illustreren op welke plekken – voor Hilversumse begrippen – stevige hoogte voorstelbaar kan zijn. In de woonwijken is echter 2 tot 4 woonlagen de regel en 5 tot 6 lagen de uitzondering.
Over alles dat niet in het bestemmingsplan/Omgevingsplan of de daarin beschreven ‘binnenplanse’ afwijkingsmogelijkheden past, beslist de gemeenteraad in een Planuitwerkingskader (PUK) aan het begin van een traject. Wij horen graag van u of u deze uitwerking ondersteunt. Doelen Hieronder staat een opsomming van de doelen die in de ontwerp Omgevingsvisie en de zienswijzennota zijn opgenomen. Sommige doelen zijn al gekwantificeerd, zoals wonen. Andere doelen zijn nog te kwantificeren. Geconcretiseerde doelen 7. Woningen: toevoegen 6.000 woningen 8. Groen: streefcijfers per gebied uit programma Groen 9. Ruimtebeslag voor economie en werk (51,5 ha) zien we als indicatie 5
Te concretiseren doelen 10. Meervoudig ruimtegebruik, in die zin dat we dat vaker willen zien. 11. Het leggen van de puzzel in de openbare ruimte. Daar liggen - naast groen - veel en forse ruimteclaims: voor de energietransitie, klimaatadaptatie, mobiliteit en ontmoeting. De uitwerking daarvan zal in elk gebied anders zijn. De visie Openbare Ruimte zal hiervoor een aanzet geven. 12. Het STOMP-principe voor de prioritering van mobiliteit. Wij zien dit als een inrichtingsprincipe. Mogelijke toepassingen zijn denkbaar bij verkeersregelinstallaties, bij het bepalen van parkeernormen en het maken van keuzes voor de inrichting van de openbare ruimte. 13. Voorzieningen: we zoeken een indicatie van wat in de toekomst aan voorzieningen nodig zal zijn. Hier wordt onderzoek naar gedaan. Verder hadden wij in bijlage D van de zienswijzennota uitgewerkt hoe wij voornemens waren de ontwikkeling van alle 15 doelen in een monitor met indicatoren te illustreren. De opgenomen indicatoren waren zoveel mogelijk afgeleid van de PlanMER. De PlanMER bevatte vooral ‘input’ en ‘output’ indicatoren. Tijdens de gesprekken van de commissie merkten we dat vooral ‘outcome’ en ‘impact’ indicatoren1 als passend bij een Omgevingsvisie op hoofdlijnen worden gezien. Bij het opstellen van de definitieve Omgevingsvisie kijken we nog een keer goed naar de indicatoren.
Ook de beschikbaarheid van indicatoren is een punt van afweging. We geven een aantal voorbeelden. •
•
•
1
De indicator ‘gezonde levensverwachting in goed ervaren gezondheid’ lijkt ons een bruikbare outcome indicator voor het doel ‘verkleinen gezondheidsverschillen. Er is een nulsituatie (68,5 jaar in 2020) en een bestaande monitor die dit inzichtelijk maakt. Er zijn al inspanningen nodig om de huidige prognose (gelijkblijvende score) te behalen. De indicator ‘aantal geregistreerde verkeersongevallen’ lijkt een bruikbare indicator voor het doel ‘verkeersveiligheid’. Er is een nul-situatie en een monitor die dit inzichtelijk maakt. De vraag is wel of dit een indicator is die op het niveau van de Omgevingsvisie gemonitord moet worden. Het is immers een output-indicator die op zichzelf nog niet veel zegt over het maatschappelijk effect. Dit kan ook heel goed passen in een mobiliteitsmonitor als onderdeel van het uitvoeringsprogramma Mobiliteit. Een goede outcome-indicator zou kunnen zijn: ik ben in de stad net zo veilig als op de hei. Voor het doel ‘hergebruik van materialen’ bevatte bijlage D nog geen indicator. Er is nog geen landelijke circulariteitsmonitor per gemeente, zoals die er wel is voor bijvoorbeeld energie. Er zijn wel allerlei indicatoren in ontwikkeling voor milieu-impact, zoals bijvoorbeeld de ‘grondstoffenvoetafdruk’, maar dat zijn vooral ‘output’ indicatoren, die relevant zijn voor een monitor in het kader van het programma circulariteit.
Dit zijn woorden die voortkomen uit het ‘theory of change’ model. We geven enkele voorbeelden over openbare verlichting : Input indicator: we plaatsen om elke 100 meter een lantarenpaal (indicator: aantal lantarenpalen per kilometer) Output indicator: alle lantarenpalen doen het en geven een lichtsterkte van X (indicator: aantal werkende lantarenpalen) Outcome indicator: ik voel mij veilig door een goede verlichting (indicator: veiligheidsgevoel)
-
Impact indicator: als ik veilig ben, ben ik gelukkiger, durf ik vaker naar buiten te gaan en activiteiten te ondernemen en kan ik mij meer met mijn omgeving verbinden. Daar wordt de samenleving sterker van (indicator: sociale samenhang)
6
Onze conclusie is dat we in de definitieve Omgevingsvisie doelen willen concretiseren met outcome- en impactindicatoren. We nemen alleen outputindicatoren op als de verwachting is dat er niet binnen korte tijd betere indicatoren beschikbaar komen. Wij horen graag van u of u deze lijn ondersteunt. Toetsingskader In bijlage D was ook een aanzet voor een toetsingskader opgenomen. Motie M23-136 noemt dat het ‘model’. In de gesprekken van de commissie bleek een duidelijke wens voor een afwegings- of toetsingskader voor projecten en initiatieven, zodat de relatie met de Omgevingsvisie steeds goed te leggen is. Maar ook bleken er verschillen in opvatting over de verschijningsvorm en het detailniveau. • De kleinste variant is het maken van een overzicht van thema’s waarop altijd getoetst wordt, plus het noemen van een voorbeelden van mogelijke toepassingen, zonder deze verder uit te werken. Dit borgt een zekere herkenbaarheid en vergelijkbaarheid. De vraag is echter of initiatiefnemers of belanghebbenden hier voldoende houvast aan kunnen ontlenen, c.q. of de variant bruikbaar is bij het beoordelen van bijvoorbeeld afwijkingen van het Omgevingsplan. • De grootste variant is het opstellen van een uitgebreid toetsingskader en het bepalen van een norm of grenswaarde per thema. Onze indruk is dat zo’n variant voor u te ruim is.
We zien verder dat zo’n toetsingskader mogelijk voor Hilversum als geheel te maken is, maar dat alle (diverse) gebieden in Hilversum er waarschijnlijk sterk van zullen afwijken. Wij horen over het toetsingskader graag uw advies en geven daarbij in overweging dat het oorspronkelijke voorstel uit de zienswijzennota (opnemen van thema’s in een cirkeldiagram, aangevuld met thema’s als ‘ruimtelijke kwaliteit’ en ‘leefbaarheid’) een werkbare middenweg kan zijn. Een overzicht met alle thema’s die in een cirkeldiagram zullen worden weergegeven, staat in bijlage 4.
Concrete voorstellen voor nog openstaande onderdelen van de zienswijzennota Op 19 juli 2023 lag het raadsvoorstel ‘zienswijzennota’ voor met 69 voorgestelde wijzigingen van de ontwerp Omgevingsvisie. De wijzigingen waren gerubriceerd naar onderdeel, bijvoorbeeld ‘hoofdkeuze’, ‘buitengebied, water en bodem’ etc. In amendement A23/94 heeft de gemeenteraad expliciet besloten 40 wijzigingen wel vast te stellen. De nog niet vastgestelde wijzigingen staan in bijlage 2 bij dit voorstel. Reflectie op de reeds vastgestelde voorstellen Als we door de bril van dit commissievoorstel kijken naar de 40 wijzigingen die al wel door uw raad zijn vastgesteld, valt ons op dat veel daarvan betekenen dat veel tekst aan de Omgevingsvisie wordt toegevoegd: extra accenten, verduidelijkende toelichtingen, extra aandachtspunten (bijvoorbeeld over het belang van religieuze organisaties) en het noemen van meer denkbare uitvoeringsmaatregelen. Vanuit de inhoud hebben wij geen aanleiding u voor te stellen uw besluit te herzien. Gezien uw wens te komen tot een compacte Omgevingsvisie stellen wij echter voor de wijzigingen tot de kern terug te snoeien en bij elke concrete maatregel af te wegen of het noodzakelijk is deze in de definitieve Omgevingsvisie te noemen. We geven twee voorbeelden: - Toevoegen van teksten over de inhoud van het jaarplan circulariteit (‘dit jaarplan draait om A, B, C en D’).
Deze concreetheid is naar ons oordeel niet noodzakelijk voor de Omgevingsvisie. Het jaarplan is een uitwerking. De bestaande teksten over het belang van circulariteit zijn voldoende. - Toevoegen van een kadertekst over de brede rol die religieuze voorzieningen en organisaties in m.n. het sociaal domein in Hilversum spelen en die uitnodigt tot verdere samenwerking. Deze voegen we wel toe: religieuze voorzieningen en gemeenschappen hebben in toenemende mate een brede maatschappelijke functie. Verder leiden ontwikkelingen binnen religieuze instellingen in de toekomst tot nieuwe ruimtelijke vraagstukken en kansen. Wij horen graag van u of u deze werkwijze voor reeds vastgestelde wijzigingen kunt ondersteunen. 7
Hoe om te gaan met nog niet vastgestelde wijzigingen? In bijlage 2 hebben wij door de bril van dit voorstel gekeken naar elke nog niet vastgestelde wijziging. De wijzigingen zijn gerubriceerd naar: - Niet (meer) opnemen in de Omgevingsvisie - Gewijzigd opnemen in de Omgevingsvisie - Ongewijzigd opnemen in de Omgevingsvisie Daarbij hebben wij meegewogen: - Is de voorgestelde wijziging nog actueel? - Is de mate van detail passend bij het idee van een compacte en kernachtige Omgevingsvisie? - Is er reden om aan te nemen dat er sterk uiteenlopende politieke inzichten over bestaan? Wij horen graag of u de voorstellen uit bijlage 2 kunt ondersteunen.
Probleemstelling/doel Het doel van dit commissievoorstel is tweeledig. Het geven van een heldere opdracht aan het college om de definitieve Omgevingsvisie op te stellen. En het bieden van gelegenheid om over eventuele openstaande inhoudelijke punten politiek van gedachten te wisselen.
Argumenten 1.1 De beeldvormende bijeenkomsten raadscommissie van 14 september 2023 en 5 oktober 2023 en motie M23/136 zijn aanleiding voor dit voorstel Voor beide bijeenkomsten was er publieke belangstelling. In de bijeenkomst van 14 september 2023 heeft het college een uitgebreide toelichting gegeven op de adviezen van de CRK+M en de commissie MER, de uitwerkingen in bijlagen D, E en F en het voortschrijdende inzicht. De indruk is dat de aanwezige raads- en commissieleden na die avond een duidelijker beeld hadden van de betreffende onderdelen van het raadsvoorstel van 19 juli 2023. In de bijeenkomst van 5 oktober 2023 hebben de commissieleden onder leiding van raadslid Groeneveld onderling gediscussieerd over de te trekken conclusies voor het vervolg. Het resultaat daarvan was een opdracht aan het college in de vorm van motie M23/136. 1.2 Een heldere opdracht leidt tot heldere verwachtingen Dit voorstel draagt bij aan een heldere opdracht. Het schetst hoe het college voornemens is de definitieve Omgevingsvisie op te stellen. Hierdoor ontstaan heldere verwachtingen over het eindproduct. 1.3 Het commissievoorstel zorgt voor transparantie Alle documentatie en politieke gesprekken zijn in dit proces openbaar. Iedereen die dat wil kan volgen wat er ingebracht en besloten wordt.
Door dit voorstel is en blijft voor alle betrokken inwoners, ondernemers en organisaties helder welke vervolgstappen gezet worden.
Kanttekeningen 1.1 De Omgevingsvisie wordt niet voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgesteld Gemeenten hebben maximaal 3 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet de tijd om een Omgevingsvisie vast te stellen. Inmiddels is duidelijk dat de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking treedt. Dat heeft als gevolg dat de Omgevingsvisie in 2024 onder de Omgevingswet wordt vastgesteld en niet meer onder de Wet ruimtelijke ordening. De verschillen zijn vooral technisch, m.n. over de wijze waarop de Omgevingsvisie digitaal moet worden gepubliceerd zoals eerder in dit voorstel beschreven. 8
1.2 Over de resterende zienswijzen wordt bij de vaststelling van de Omgevingsvisie besloten De reacties op ingediende zienswijzen in fase 3 moeten formeel door de gemeenteraad worden vastgesteld. Op 19 juli 2023 heeft de gemeenteraad middels amendement A23/94 al een aantal reacties op zienswijzen vastgesteld. Omdat het voorliggende voorstel een commissievoorstel om advies aan het college is, neemt de gemeenteraad nu nog geen definitief besluit over de resterende zienswijzen. De gemeenteraad kan dit definitieve besluit nemen bij het definitief vaststellen van de Omgevingsvisie. Het zal dan expliciet onderdeel zijn van het betreffende raadsvoorstel. Indieners van zienswijzen hebben van de gemeente overigens al een bericht ontvangen in aanloop naar het raadsvoorstel van 19 juli 2023, over de voorstellen van het college aan de gemeenteraad. Na vaststelling van alle definitieve reacties op zienswijzen door de gemeenteraad ontvangen indieners een definitief bericht. Daarin zal staan hoe hun reactie is verwerkt in de definitieve Omgevingsvisie. 1.3 Verlies van detail leidt onvermijdelijk tot gemis Wij ondersteunen de beweging naar een compacte Omgevingsvisie van harte. Onvermijdelijk is dat bij de voorgestelde redactieslag details verloren gaan, bijvoorbeeld omdat teksten sterk ingekort worden. Zeker bij een document dat zoveel inhoud omvat.
Wij verwachten dat de definitieve Omgevingsvisie en de ontwerp Omgevingsvisie van elkaar zullen verschillen. Hoewel wij ons realiseren dat details soms het verschil maken, is het echter onmogelijk ze allemaal te behouden. Wij rekenen op uw begrip daarvoor.
Financiën, middelen & capaciteit De resterende activiteiten kunnen nog binnen het daarvoor beschikbaar gestelde budget uitgevoerd worden. Een eventueel verzoek tot budgetoverheveling is onderdeel van de jaarrekening 2023.
Uitvoering Na advies van de commissie stelt het college een definitieve Omgevingsvisie op. De verwachting is dat die voor beeld- en oordeelsvorming gereed is voor de commissie van maart 2024 en voor besluitvorming in de gemeenteraad van april 2024. Wij horen graag uw advies of in de aanloop daarnaartoe nog een beeldvormende sessie gewenst is. Na vaststelling van de Omgevingsvisie is het ‘project’ Omgevingsvisie afgerond en wordt het onderdeel van ons reguliere werk. We gaan verder aan de slag met allerhande uitwerkingen: het Omgevingsplan, (deel-)visies en beleid, een startnotitie participatiebeleid, programma’s en gebiedsagenda’s. Na een jaar – dus voor de zomer van 2025 – brengen we een Omgevingsmonitor uit met inzicht in waar we staan. Daarover gaan we in gesprek met inwoners, ondernemers en organisaties in een volgend Stadsgesprek. Burgemeester en wethouders van Hilversum, 5 december 2023 de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Uitgewerkte inhoudsopgave Nog niet door de raad vastgestelde wijzigingen uit de zienswijzennota Teksten over hoogte uit de ontwerp Omgevingsvisie en zienswijzennota Thema’s in het toetsingskader
9