Collegebrief Stand van zaken natuurinclusief bouwen, beantwoording T20-016, opvolging M20-81
Tekst van het document
G EMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES:
Aan de gemeenteraad Cc College van B&W Cc Pers
RAADHUIS DUDOKPARK 1 TELE FOONNUMMER: 14 0 35 WWW.HILVERSUM.NL
27 januari 2021 707809 BEHANDELD DOOR J.C. Volkers TELEFOON (035) 629 2481 DATUM
ZAAKNUMMER
UW KENMERK BIJLAGEN BETREFT
Stand van zaken natuurinclusief bouwen, beantwoording T20016, opvolging M20-81
Geachte dames en heren, In deze collegebrief wordt u geïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van het in ontwikkeling zijnde beleid voor natuurinclusief bouwen. Tevens leest u de beantwoording van de toezegging T20-016. In de raadscommissie Duurzaamheid en Bereikbaarheid van 5 februari 2020 is het plan van aanpak voor natuurinclusief bouwen behandeld. Na het positieve advies van de commissie is het plan van aanpak natuurinclusief bouwen aanbesteed. Ecologisch adviesbureau Buiting Advies heeft de aanbesteding gewonnen en is begin maart 2020 de opdracht gegund.
Samenvatting Een belangrijk onderdeel in het plan van aanpak voor natuurinclusief bouwen is het soortenmanagementplan (SMP) dat als doel heeft een directe bijdrage leveren aan de leefomgeving van populaties van gebouwbewonende soorten. Door het SMP aan een generieke ontheffing Wnb (Wet natuurbescherming) te koppelen, vermindert de onderzoeksverplichting voor initiatiefnemers en wordt geld besteed aan fysieke maatregelen in plaats van onderzoeken. Voor het verkrijgen van de generieke ontheffing Wnb is contact gezocht met het bevoegd gezag, de omgevingsdienst Noord-Holland Noord. Er blijkt bij de omgevingsdienst onvoldoende ervaring met een gebiedsaanpak van de omvang die de gemeente Hilversum voorstelt. Afgesproken is om die ervaring te gaan opdoen bij het initiatief Hilversumse Meent aardgasvrij. Het beleid voor natuurinclusief bouwen wordt daarom onderverdeeld in twee stappen. In de eerste stap wordt het SMP ingericht als een stimuleringsprogramma. In de tweede stap zal op basis van het geleerde in de pilot in de Hilversumse Meent worden besloten of de procedure voor het verkrijgen van een gebiedsontheffing van de Wet natuurbescherming zal worden ingezet. De veranderde aanpak leidt tot een vertraging van de vaststelling van het beleid voor natuurinclusief bouwen in de gemeenteraad.
Opzet natuurinclusief bouwen Buiting Advies werkt nu aan de verschillende onderdelen zoals die zijn benoemd in het plan van aanpak. De opzet van Buiting advies is om de onderdelen samen te voegen in een ‘Ecologisch Netwerk Hilversum’ als overkoepelend totaalbeeld. Zo vormen de vaste verblijfplaatsen van gebouw bewonende soorten, zoals op te nemen in het soortmanagementplan, samen met de daarbij behorende ecologische infrastructuur een onderdeel van het te ontwikkelen ecologisch netwerk. Dit wordt vastgelegd in een digitale kaart met verschillende kaartlagen. De kaart wordt zo ingericht dat de lagen op meerdere manieren te combineren en te raadplegen zijn. Van april t/m augustus hebben de ecologen van Buiting advies Hilversum geïnventariseerd op de aanwezigheid van gebouwbewonende soorten.
Soortenmanagementplan (SMP) Een belangrijk onderdeel in het plan van aanpak voor natuurinclusief bouwen is het soortenmanagementplan (SMP). Het doel van een soortenmanagementplan is een directe bijdrage leveren aan populaties van gebouwbewonende soorten door verplichtingen op te stellen voor natuurinclusief renoveren, verduurzamen en bouwen. Het soortenmanagementplan schrijft de natuurinclusieve maatregelen voor die een huiseigenaar of ontwikkelaar moet nemen. De maatregelen kunnen getroffen worden aan zowel het gebouw als in de tuin of de omgeving. Het innovatief groen, zoals verwoord in de aangenomen motie M20/81 “Innovatief groen moet je doen” gaat over maatregelen die naadloos passen in het SMP.
Ontheffing Door het SMP aan een generieke ontheffing Wnb (Wet natuurbescherming) te koppelen, vermindert de onderzoeksverplichting voor initiatiefnemers met betrekking tot een ontheffing Wnb. Hierdoor wordt het voor huiseigenaren en ontwikkelaars gemakkelijker en daarmee aantrekkelijker om natuurinclusieve maatregelen te treffen bij het renoveren, verduurzamen en bouwen van nieuwbouw. Voor het verkrijgen van de generieke ontheffing Wnb is contact gezocht met het bevoegd gezag, de omgevingsdienst Noord-Holland Noord. De omgevingsdienst Noord-Holland Noord voert de toetsing en handhaving uit van de Wnb voor de provincie Noord Holland. Wegens drukte bij de omgevingsdienst kon er pas eind september een eerste afspraak worden gemaakt. Er blijkt in gesprekken met de omgevingsdienst Noord-Holland Noord en de provincie dat op diverse punten nog onduidelijk is hoe een SMP op een goede manier op gemeentelijk niveau zou kunnen werken. Hilversum is de eerste gemeente in Noord-Holland die wil gaan werken met een generieke, gemeentebrede gebiedsontheffing van de Wet natuurbescherming. Er is bij geen van de partijen ervaring op dit vlak. Aan de kant van de gemeente liggen de belangen in de verhouding tussen de inspanning en de kosten van het maken en uitvoeren van een SMP en de voordelen van zowel efficiënter werken door onderzoek te bundelen als ook echt proactieve soortenbescherming.
Pilot Hilversumse Meent Het belang van de omgevingsdienst is dat er voldoende onderzoek is verricht om genoeg zicht te krijgen op aanwezigheid van soorten zodat wordt voldaan aan de wet en dat handhaving (en monitoring) is geborgd. Daarom is op initiatief van de provincie Noord-Holland voorgesteld om met een pilotproject aan te sluiten bij het initiatief Hilversumse Meent aardgasvrij. Dit zou een pilot zijn vooruitlopend op vaststellen van het SMP voor de hele gemeente. Uitgangspunt van de pilot voor de Meent is dat de wijkaanpak voor het aardgasvrij maken van de Meent niet wordt vertraagt door de pilot voor natuurinclusief bouwen. De inzet van de pilot natuurinclusief bouwen is om ervaring op te doen hoe een SMP met een gebiedsontheffing kan werken en de geleerde lessen te vertalen naar de definitieve SMP aanpak voor de hele gemeente en andere gemeenten.
Verandering van aanpak Het verkrijgen van een gebiedsontheffing blijkt een kwestie van een lange adem. Daarom wordt het beleid voor natuurinclusief bouwen onderverdeeld in twee stappen. In de eerste stap wordt het SMP ingericht als een stimuleringsprogramma. Bewoners worden gestimuleerd om natuurinclusief te bouwen door informatie te verstrekken over het effect van bepaalde ingrepen op gebouwbewonende soorten en de maatregelen die zij kunnen nemen om van Hilversum een betere leefomgeving te maken voor gebouwbewonende soorten. De natuurinclusieve maatregelen die voorgeschreven worden en de wijze waarop deze bepaald worden blijft hetzelfde. Tevens wordt het SMP geborgd in bestaande gemeentelijke processen in bouwplannen, in bestemmingsplannen en, na het vaststellen van de omgevingsvisie, in omgevingsplannen. Belangrijk onderdeel van deze borging is de afstemming op de beschikbare capaciteit van de afdeling Publiekszaken. Dit om te voorkomen dat het geformuleerde beleid in de praktijk vanwege capaciteitsgebrek onuitvoerbaar blijkt. In de tweede stap zal op basis van het geleerde in de pilot in de Hilversumse Meent worden besloten of de procedure voor het verkrijgen van een gebiedsontheffing van de Wet natuurbescherming zal worden ingezet.
Planning Begin 2020 was de verwachting dat, parallel aan de ontheffingsaanvraag bij de omgevingsdienst, het beleid in januari of februari 2021 zou kunnen worden voorgelegd aan de raad. Door de verandering van koers is er meer tijd nodig. Ecologsich adviesbureau Buiting Advies rondt het Ecologisch Netwerk Hilversum, inclusief het SMP eind maart 2021 af. De planning is derhalve om het beleid voor natuurinclusief bouwen in april 2021 in procedure te brengen. De motie M20/81 wordt integraal onderdeel van het beleid voor natuurinclusief bouwen en zodoende in bovengenoemde procedure afgedaan. In de tussentijd worden het concept SMP getoetst bij verschillende bouwplannen, bij renovatie van bestaande gebouwen en nieuwbouwprojecten. Op deze manier werken we aan een werkbaar en gebruiksvriendelijk eindproduct.
T20/016 In de vergadering van de Commissie Duurzaamheid en Bereikbaarheid op 5 februari 2020 is het Plan van aanpak Natuurinclusief Bouwen besproken (dossiernummer 4196, zaaknummer 598631). Wethouder Kastje zegde in die vergadering toe de raad per brief nader te informeren over de kostenverhoging van natuurinclusieve maatregelen bij bestaande bouw en over de risico’s die dit plan voor natuurinclusief bouwen met zich meebrengt (T20-016). De kostenverhoging voor bestaande bouw is van meerdere zaken afhankelijk. Op dit moment is het ecologisch adviesbureau een puntensysteem voor natuurinclusieve maatregelen aan het uitwerken.
Natuurinclusieve maatregelen De bedoeling is dat een huiseigenaar of ontwikkelende partij bij een ingreep aan een gebouw met een aantal natuurinclusieve maatregelen aan en om het gebouw tot een voorgeschreven aantal punten komt. Hoe groter de ingreep hoe meer punten gehaald moeten worden. Punten en maatregelen worden vastgelegd in het soortenmanagementplan. Afhankelijk van de plek in de stad en het soort aanpassing aan het gebouw wordt een aantal maatregelen voor gebouw bewonende soorten voorgeschreven. Dat kunnen zowel maatregelen aan het gebouw als in de tuin of de omgeving zijn. Voor de maatregelen aan het gebouw is een onderverdeling te maken in ingebouwde voorzieningen of aan het gebouw gemonteerde voorzieningen.
Ingebouwde voorzieningen Ingebouwde voorzieningen zoals vleermuiskasten of nestkasten voor mussen en gierzwaluwen variëren van ca.€ 1.000 voor een vogelkast tot €2.000 voor een kraamkast voor vleermuizen. Deze prijzen zijn inclusief aanschaf, zaag- en metselwerk, steiger- of kraanhuur etc.. Bij het inbouwen van meerdere kasten gaan de kosten per kast omlaag. De bedoeling is om dit soort voorzieningen te koppelen aan grotere ingrepen waar de arbeids- en materiaalkosten toch al gemaakt worden. De kosten voor natuurinclusieve voorzieningen blijven daardoor beperkt.
Aan het gebouw gemonteerde voorzieningen Aan het gebouw gemonteerde voorzieningen zijn veel goedkoper omdat deze veelal zelf kunnen worden uitgevoerd. De vogel- en vleermuiskasten variëren van €20 - €50. Een vogelvide onder dakpannen kost €30 per strekkende meter en een speciale mussendakpan is tussen de €50 en €70 (omdat mussen koloniebroeders zijn, zijn er meerdere dakpannen nodig.
Kosten en risico’s De hiervoor genoemde kosten kunnen ook worden beschouwd als risico. Het gaat altijd om meerkosten ten opzichte van standaardbouw. Ten opzichte van de totale bouwkosten zijn deze meerkosten echter marginaal. Verder moeten ingediende plannen worden getoetst en uitgevoerde plannen moeten worden gecontroleerd. Om de effectiviteit van de maatregelen te meten moet jaarlijks worden gemonitord. Dit brengt mensuren en kosten met zich mee. Deze kosten zijn te voorzien en daarmee is het risico te beheersen. De vraag naar algemene risico’s van natuurinclusief bouwen is voorgelegd aan het team Natuurlijk Ondernemen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Concrete risico’s zijn echter niet bekend bij de RVO. Het ontbreken van geduld voordat daadwerkelijk resultaten te zien zijn of ongenode gasten (bijvoorbeeld wespen) in aangebrachte nestvoorzieningen zouden mogelijke risico’s kunnen zijn, maar daarvan zegt de RVO dat de voordelen van natuurinclusief bouwen opwegen tegen de mogelijke nadelen. Met deze beantwoording is de toezegging T20-016 afgedaan.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
D. Emmer
P.I. Broertjes