Collegebrief reactie op advies adviesraad inzake regionaal actieprogramma (toegevoegd 9 november 2021)
Tekst van het document
G EMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES:
Aan de leden van de gemeenteraad Cc College van B&W Cc Pers
RAADHUIS DUDOKPARK 1 TELE FOONNUMMER 1 4035 WWW.HILVERSUM.NL
3 maart 2021 754753 BEHANDE LD DOOR Toine Leroi TELEFOON (035) 629 2954 BIJLAGEN 1 BETREFT Onze reactie op het advies (d.d. 11 februari 2021) van de Adviesraad Sociaal Domein over het regionaal actieprogramma kostenbeheersing DATUM
ONS KENMERK
Geachte dames en heren, Op 11 februari 2021 hebben wij van de Adviesraad Sociaal Domein Hilversum het (aangepaste) advies ontvangen over het regionaal actieprogramma kostenbeheersing. Wij danken de Adviesraad (ArSD) voor het uitgebreide advies en in algemene zin kunnen wij hier zeker ons actieprogramma mee versterken. Wij hebben het advies bestudeerd en met de Regio besproken. Hieronder vindt u op de belangrijkste punten onze reactie op dit advies. Wij hebben de adviezen en onze reactie daarop puntsgewijs hieronder geplaatst, wij hopen dat dit het meest duidelijk is. Wij betreuren het dat wij deze reactie pas kort voor de raadsvergadering van 3 maart 2021 hebben aangeleverd aan de Adviesraad en de gemeenteraad Advies / opmerkingen Proces De ArSD maakt opmerkingen over het lokale en regionale proces van advisering. De adviesraden zijn naar hun oordeel onvoldoende op tijd betrokken.
Doelgroep Maak geen (onwettelijk) onderscheid tussen mensen die zorg nodig hebben of het hardst nodig hebben.
Reactie Wij betreuren het dat de Adviesraad Sociaal Domein ongeveer 4 weken had voor het uitbrengen van het advies i.p.v. de 6 weken die wij vanuit onze gemeente met de Adviesraad hebben afgesproken. Wij hebben geen zicht op de procedure van andere gemeenten en in welke mate de andere adviesraden zich wel of niet tijdig betrokken hebben gevoeld.
Met de invoering van het abonnementstarief Wmo is een grote groep inwoners met inkomen en vermogen gebruik gaan maken van maatwerkvoorzieningen van de gemeente. Voorheen voorzagen deze mensen zelf in hun ondersteuning. Dit is de groep mensen, waarvan de notitie zegt “deze mensen hebben de maatwerkvoorzieningen minder hard nodig”. Het klopt dat dit geen wettelijk onderscheid is. Tegelijk is het ook zo dat mede door deze extra en niet noodzakelijke zorgvraag het sociaal domein (wat betreft maatschappelijke ondersteuning) onbetaalbaar voor gemeenten is geworden. Wij willen en moeten daarom wel enig onderscheid gaan aanbrengen binnen
VERVOLGBLAD
2 de kaders van de wet. Voor de Jeugdwet geldt dat wij graag met het Rijk in gesprek willen over de reikwijdte van die wet. Gelijke gevallen behandelen wij gelijk, ongelijke gevallen mogen wij ongelijk behandelen binnen de wettelijke kaders. Abonnementstarief Wmo Start een lobby om de wettelijke maatregel af te schaffen. 1. Vindplaats naar werkplaats De ArSD staat in principe positief tegenover het voorstel ‘vindplaats omvormen naar werkplaats’, maar adviseert met nadruk: Om naast alle genoemde partijen, ook ervaringsdeskundige ouders te betrekken. Om naast alle genoemde partijen ook ervaringsdeskundige jongeren te betrekken. Om ook andere zorgaanbieders naast de hoofdaanbieder(s) te betrekken. Dit in verband met andere maatwerkoplossingen. De maatschappelijke effecten zoals hierboven genoemd goed te volgen om bij negatieve effecten meteen in te kunnen grijpen. Advies / opmerkingen 2. In dialoog verwijzen naar jeugdhulp De ArSD staat positief tegenover het vormen van een verwijsnetwerk en een -richtlijn, maar adviseert met nadruk: Dat maatwerk mogelijk blijft. Dat wil zeggen, dat indien nodig een interventie kan worden uitgevoerd die niet op de lijst effectieve interventies staat. Maak ouders medeverantwoordelijk; betrek ze. 3. Uitvoeringsagenda structureel borgen Met in inachtneming van het bovengenoemde adviseert de ArSD over deze maatregel positief. 4.
Daar zijn de gemeenten al druk mee bezig. Hilversum speelt hierbij een actieve rol.
Het vormgeven van een werkplaats is lokaal maatwerk en moet ook lokaal gerealiseerd worden. Ervaringsdeskundigen kunnen daar door ons bij betrokken worden. Wij zullen deze suggestie meenemen. Het betrekken van meerdere aanbieders is ook mogelijk, maar moet goed per situatie afgewogen worden. Het idee is namelijk juist dat één professional met lichte(re) behandeling en ondersteuning in en rondom de school voorkomt dat een beroep op andere maatwerkoplossingen nodig is. Er wordt per school een business case opgesteld om de gewenste effecten goed vast te leggen, zodat daar tussentijds ook goed op gemonitord kan worden.
Reactie Het is allereerst van belang dat de gemeenten en professionals meer zicht krijgen op de effectiviteit van interventies in bepaalde situaties. Met dit inzicht kan dan worden bekeken wanneer maatwerk nodig is en wanneer niet. Het idee is niet om de lijst/richtlijn centraal te stellen, maar het gesprek hierover. Het betrekken van ouders bij de verwijzing naar en het uitvoeren van jeugdhulp is van belang voor een effectieve inzet van jeugdhulp.
Geen reactie
Verblijf
De ArSD meent dat de doorbraaktafel genoeg tijd moet krijgen om zich te bewijzen. Betrek bij de doorbraaktafel ook de ouders en/of ervaringsdeskundigen. De ArSD meent dat volstrekt duidelijk moet zijn wat de verhouding is tussen de regio en de gemeenten bij het vormen van de voorgestelde gezamenlijke toegangsorganisatie. Dit strekt zich ook uit tot de betrokkenheid van de gemeenteraden en de adviesraden.
Eerst samenwerken, dan (als dat onvoldoende blijkt te helpen) samen doen. Dat is de kern van de gekozen lijn. De gemeenten willen eerst kijken of de doorbraaktafel (samenwerken) voldoende effect heeft. Mocht dat niet blijken, dan moeten we andere vormgeving van de verwijzing/toegang (samen doen) tot dure jeugdzorg overwegen. Uiteraard moet de doorbraaktafel voldoende tijd krijgen. Tegelijk moeten wij ook tijdig kunnen handelen, indien aanvullende maatregelen noodzakelijk blijken. Aan de doorbraaktafel wordt concrete casuïstiek besproken. Ouders worden betrokken indien dat nodig is voor de casus. Er zijn nu geen concrete plannen om ervaringsdeskundigen te betrekken. Dit vraagt nader onderzoek op privacy aspecten. Het vormen van een aparte toegangsorganisatie is eerst onderwerp van onderzoek. Op basis van dit onderzoek richten de gemeenten de besluitvormingsprocedure in. Hierbij wijzen wij u op de zienswijze die met het regionaal actieprogramma aan de gemeenteraad wordt voorgelegd op 3 maart 2021. Hierin staat dat ‘wat betreft de ‘Gezamenlijke
VERVOLGBLAD
3 bekostiging van en toegang tot verblijf’ (pagina 16-18 van het actieprogramma) wij benadrukken dat meer tijd nodig is voor een evaluatie van de Doorbraaktafel. Wij staan als gemeente Hilversum wel achter een gemeenschappelijke regeling voor toegang tot verblijf maar willen op dit moment geen regionale toegangsorganisatie. Wij wegen dat opnieuw af als dat na de evaluatie een optie blijkt’. 5. Versoberen Huishoudelijke hulp Het versoberen van de levering en aanscherpen van de toegang tot huishoudelijke hulp. De ArSD adviseert negatief: Wanneer u rekening houdt met eigen kracht en financiële mogelijkheden van de cliënt meent de ArSD dat het beperken van de toegang en levering van huishoudelijke hulp beter onderbouwd moet worden. Het mag en moet niet ten koste gaan van de kwetsbare inwoner. Zie ook de overwegingen hierboven.
Advies / opmerkingen 6. Normenkader huishoudelijke hulp De ArSD adviseert hier positief over mits: het om maatwerk gaat en het toepassen van het normenkader in overeenstemming is met de jurisprudentie van de CRvB. 7. Algemene voorziening huishoudelijke hulp De ArSD adviseert negatief over het aanbieden van langdurige huishoudelijke hulp als algemene voorziening. Huishoudelijke hulp is een maatwerkvoorziening. Maar acht een inkomensafhankelijke algemene voorziening zoals was- en strijkservice en/of maaltijdvoorziening in aanvulling op een maatwerkvoorziening als redelijk. 8. Pilot complexe situaties, eenvoudige zorg De ArSD kan zich geen oordeel vormen over uw voornemen om over te gaan tot een experiment met kwetsbare gezinnen: nader onderzoek, selectie en contracteren ten behoeve van aangezien voor deze maatregelen geen criteria worden genoemd. Maar de ArSD raadt u voor de ‘bewijskracht’ van het onderzoek aan: Leg criteria per maatregel vast en geef daarvoor een kloppende onderbouwing. Zorg voor vergelijkbare zorgbehoeften in de pilotgroep en de controlegroep. Evalueer ten minste per half jaar, omdat u hier de begeleiding van kwetsbare gezinnen wilt wijzigen en de pilot bij negatieve resultaten meteen te beëindigen.
Huishoudelijke hulp zetten gemeenten in om inwoners te compenseren hun huishouden te kunnen doen. Huishoudelijk hulp dient niet voor de bestrijding van eenzaamheid. Het versoberen van de huishoudelijke hulp mag inderdaad niet ten koste gaan van kwetsbare inwoners. Het toewijzen van huishoudelijke hulp is en blijft voor ons daarom maatwerk op basis van het goede gesprek tussen inwoner en consulent. Niet in alle situaties kan huishoudelijke hulp tweewekelijks of op vaste tijden geboden worden. Echter, in veel situaties kan het naar verwachting wel. Het zijn juist die situaties waar het versoberen van de levering van huishoudelijke hulp gerechtvaardigd is. Altijd op basis van maatwerk.
Reactie Het normenkader is akkoord bevonden door de centrale raad van beroep en gaat uit van maatwerk.
Een algemene voorziening heeft financieel nut voor de gemeente(n) als deze bij een deel van de huidige gebruikers ingezet kan worden ter vervanging van de huidige maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp. Het is daarmee niet bedoeld als aanvulling op de huidige maatwerkvoorziening.
Wij nemen uw aanbevelingen mee bij de verdere uitwerking van het onderzoek / de pilot.
VERVOLGBLAD
4 Advies / opmerkingen 9. Toegang begeleiding aanscherpen De ArSD adviseert om de consulenten maar vooral de gezinsregisseurs te trainen in het toepassen van de juiste criteria voor het verwijzen naar andere wettelijke opties.
10. Algemene voorziening dagbesteding De ArSD geeft hierover een negatief advies.
11. Arbeid i.p.v. zorg / begeleiding De ArSD geeft hierover een negatief advies.
12. Heronderzoek beschermd wonen De ArSD adviseert voor een prudent, onafhankelijk onderzoek, opdat er snel duidelijkheid komt voor de cliënten.
13. Toegang beschermd wonen De ArSD steunt deze maatregel (positief), maar geeft aan dat deze in feite tegengesteld is aan het principe van de Wmo, dat elke gemeente zijn eigen beleid kan voeren en criteria kan opstellen. Het vereist ook beleid ten aanzien van de rechten en plichten van de gemeenteraad en de advisering van de adviesraden in de regio. Advies / opmerkingen 14. Eigen bijdrage Wmo vervoer De ArSD adviseert negatief inzake deze maatregel, maar heeft in bovenstaande enige alternatieven aangereikt. De ArSD is voorstander van de volgende maatregelen die in de notitie soms zijn genoemd, maar vaak zonder enige onderbouwing niet zijn opgenomen en aanvullende maatregelen: Tarief per kilometer. Geen maximum aan te rijden aantal kilometers. Geen afbraak van de voorziening voor de
Reactie Het is (financieel) nadelig voor inwoners om over te stappen naar de Wlz. Er is geen prikkel om zelf de overstap naar de Wlz te maken. Trainen is één onderdeel dat wij zeker meenemen in dit traject. Daarbij gaat het hier ook om het continue monitoren van de grenzen tussen de Wlz, de zorgverzekeringswet en het sociaal domein. Door verschillende landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen zijn de grenzen tussen deze drie domein continue aan verandering onderhevig. Het is van groot belang dat gemeenten op alle niveaus de verandering goed in beeld hebben en de uitvoering daarop bijsturen.
Er moet nog nader onderzoek gedaan worden welk deel van de begeleiding/dagbesteding vormgegeven kan worden in een algemene voorziening. Het gaat daarbij in elk geval niet om de groep waar ook persoonlijke en mogelijk lichamelijke zorg nodig is. Zoals u terecht constateert is dan maatwerk op zijn plaats.
U geeft aan vooral meer geschikte werkplekken voor inwoners met beperkingen te willen zien. Dat streven onderschrijven wij van harte. Om deze werkplekken met werkgevers te kunnen realiseren is meer begeleiding op de werkplek nodig. Dat is een voorwaarde voor werkgevers om de werkplekken te kunnen creëren. Daarom stellen wij voor de middelen voor begeleiding bij een deel van de jongvolwassenen (20 tot 40 jaar) in te zetten voor begeleiding op de werkplek i.p.v. begeleiding thuis. Het gaat daarmee om een verschuiving van de huidige inzet.
Wij nemen uw kanttekeningen mee bij de verdere uitwerking van het onderzoek.
Wij nemen uw aanbevelingen mee bij de verdere uitwerking van de maatregelen. Daarbij betrekken wij ook de regionale raadswerkgroep ‘legitimatie en slagkracht’, onder leiding van de burgemeester Nanning Mol (gemeente Laren).
Reactie U geeft aan dat gelijktrekken met het OV-tarief pas mogelijk is op het moment dat het Wmo vervoer ook een kilometerprijs kent. Dat ondersteunen wij. Daarom zijn wij ook gestart met de voorbereiding van de overstap naar een kilometerregistratie en tarifering. Wij nemen in dit traject uw advies om dan het Wmo kilometertarief gelijk te trekken met het openbaar vervoer mee. Ook geeft u aan het maximale aantal vergoedde kilometers/zones los te laten i.v.m. de krimp van het
VERVOLGBLAD
5
mensen die het echt nodig hebben. Gebruik Wmo-vervoer naar ziekenhuis niet onmogelijk maken.
OV. Naar ons oordeel krimpt het OV met de nieuwe concessie van de provincie Noord-Holland niet. Tevens verwachten wij dat de toegankelijkheid van het OV zal verbeteren. Daarbij wekt het loslaten van het maximum aan kilometers kostenverhogend. Ten aanzien van het piek-en-dal tarief maakt u onderscheid tussen noodzakelijke reizen. Het Wmo vervoer is sociaal recreatief vervoer. Mede gelet op de verkeersdrukte in de regio is het doorvoeren van pieken-dal tarief een te onderzoeken maatregel. Een uitzondering voor noodzakelijke reizen nemen wij daarbij mee. Uiteraard moet het vervoer toegankelijk blijven voor inwoners die het echt nodig hebben. In dat kader willen wij het vervoer naar het ziekenhuis ook niet ontmoedigen. Wij willen juist, in samenwerking met Tergooi, de levering van zorg aan huis stimuleren, zodat niet persé noodzakelijke ritten naar het ziekenhuis worden voorkomen.
15. Grip op uitgaven De ArSD adviseert: De regio geeft de omgezette lokale data en niet de ruwe data door aan de gemeenten zodat de gemeenten aangevuld met eigen data tot sturingsinformatie komen. 16. Versterken kostenbewustzijn De ArSD adviseert negatief: Er wordt veel geschreven over en gevraagd voor een maatregel die wel kosten en zorgen meebrengt maar geen opbrengsten geeft. En dat alles ondanks gegevens die bij de gemeente bekend moeten zijn.
In samenwerking met de Regio zijn wij uw advies in de praktijk aan het implementeren.
In uw overwegingen geeft u aan dat u positief staat tegenover meer inzicht in de kosten bij inwoners / gebruikers van voorzieningen. Dat zien wij als een belangrijk vertrekpunt. Tevens geeft u aan dat bepaalde informatie al bekend zou moeten zijn bij de gemeente(n), met name bij de consulent. Dat is helaas nog niet altijd zo en iets waar wij hard aan zullen werken. Het klopt inderdaad dat deze maatregel geen directe opbrengsten geeft en wel kosten met zich meebrengt. Alleen door een goede kostenbeheersing kunnen wij ook in de toekomst tijdig bijsturen, indien de financiën uit de hand lopen. Naar ons oordeel moet daarom op alle niveaus (strategisch, tactisch en operationeel) en vanuit alle perspectieven (inwoner, gemeente en zorgprofessional) geïnvesteerd worden in een beter inzicht in de (ontwikkeling van) kosten. Dit doen wij vanuit de overtuiging dat we hiermee het vraaggestuurd en persoonsvolgend werken versterken bij alle betrokken partijen, zodat de meest kwetsbare inwoners ook in de toekomst kunnen blijven rekenen op de zorg die nodig is.
VERVOLGBLAD
6 Vragen Mocht u naar aanleiding van deze brief technische vragen hebben, neemt u dan contact op met Hans Uneken, strategisch manager bij de Regio op telefoonnummer: 06 22737544 of Toine Leroi, senior adviseur Sociaal Domein gemeente Hilversum, via telefoonnummer 06 41799827.
Vertrouwend u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
D. Emmer
P. Broertjes