Collegebrief inzake toezeggingen T21-65, T21-66, T21-67 m.b.t. GNR
Tekst van het document
G EMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES:
Aan de gemeenteraad cc. college van B&W cc. pers
RAADHUIS DUDOKPARK 1 TELE FOONNUMMER: 14 0 35 WWW.HILVERSUM.NL
28 mei 2021 777083 BEHANDELD DOOR M. Mijnders TELEFOON (035) 629 2553 DATUM
ZAAKNUMMER
UW KENMERK BIJLAGEN BETREFT
2 Opvolging T21/65, T21/66, T21/67 Geachte raads- en commissieleden, Met deze collegebrief beantwoorden wij toezeggingen T21/65, T21/66 en T21/67 en geven we toelichting op een aantal punten die naar voren kwamen tijdens de commissiebehandeling van de zienswijze op de jaarstukken 2020 en de begroting 2022 van het GNR op 19 mei 2021. Verzoek 3% bezuiniging verbonden partijen In lijn met vele gemeenten in Nederland staan de regiogemeenten in Hilversum al een aantal jaar financieel onder druk. In de begroting 2021 was dit ook het geval. Met de kennis van toen is de brief vanuit de wethouders Financiën van de Regio Gooi en Vechtstreek opgesteld. Zoals u in de Kadernota 2021 (p.38) kunt lezen is deze situatie niet veranderd: Het college realiseert zich dat het gepresenteerde beeld een ogenschijnlijk comfortabele uitgangspositie biedt. Echter, met inachtneming van de geschetste risico’s is het scherp aan de wind zeilen.
In de brief verbonden partijen is het volgende aangegeven: In lijn met vele gemeenten in Nederland staan de regiogemeenten en Hilversum financieel onder druk. Om in de begroting 2022 keuzes mogelijk te maken zijn ook de verbonden partijen gevraagd hun bijdrage te leveren. Dit is gebeurd namens de regiocolleges door de wethouders financiën. Concreet is het volgende gevraagd: 1. Voor 2022 de materiele kosten niet indexeren en voor de lonen de cao-afspraken volgen. 2. Vanaf 2022 - na correctie van de lonen - een 3% lagere gemeentelijke bijdrage realiseren. 3. Geen nieuw beleid in 2022 en in de komende jaren voorstellen, waarbij de bijdragen en de risico's voor de gemeenten toenemen. 4. De eventuele voordelen in de jaarstukken 2020 terug laten vloeien naar de gemeenten. 5. De bestemmingsreserves her beoordelen: als er geen concreet aanwezige plannen bestaan voor de inzet van de bestemmingsreserves, dan deze (deels) vrij laten vallen. Gezien de aard van de bezuinigingen kan er niet bezuinigd worden op lonen omdat deze een gevolg zijn van de uitkomsten van cao-onderhandelingen. In materiele budgetten kunnen organisaties zelf keuzes maken over waar het mogelijk is om te bezuinigen. De verbonden partijen hebben de ruimte gekregen om zelf met voorstellen te komen om het gewenste financiële effect te bewerkstelligen.
Het college neemt de raad mee in de zienswijze waarbij ook inzicht wordt gegeven in de ”taakstelling” mogelijke bezuinigingsmaatregelen indien deze door de verbonden partijen worden voorgesteld. De resultaten van het verzoek zijn terug te vinden in de begrotingen van de verbonden partijen. Zoals gebruikelijk wordt de raad in staat gesteld haar zienswijze te geven over de begroting en de daarin gemaakte overwegingen. Inschatting risico’s voorgestelde bezuinigingsmaatregelen Wethouder Heller zegt toe de vraag over de risicoparagraaf en nieuwe financiële strategie schriftelijk te beantwoorden. (T21/65) Hier wordt niet de risicoparagraaf bedoeld, maar het oordeel over de risico’s van de door GNR voorgestelde bezuinigingen (paragraaf Begroting 2022 in de concept zienswijze). Het GNR stelt twee maatregelen voor om tegemoet te komen in de gevraagde 3% bezuiniging. 1. Het efficiënter en in eigen beheer uitvoeren van het maaibeheer van graslanden, de snoei- en kapwerkzaamheden van bomen en het onderhoud van wegen en fietspaden. 2. Verlagen budget voor inhuur flexibele schil. Wij zien geen risico’s in deze voorgestelde maatregelen omdat de voorgestelde bezuinigingsmaatregelingen als realistisch worden geacht en niet ten koste gaan van de bedrijfsvoering.
Het aanschaffen van bedrijfsmiddelen om efficiënter en meer onderhoud in eigen beheer uit te voeren, en het gedeeltelijk aframen van budgetten die niet worden genut, zijn logische afwegingen die tijdens het begrotingsproces worden gemaakt met als gevolg een financiële aanpassing voor de begroting. 1. In 2019 en 2020 zijn een nieuwe tractor (2019) en kraanmachine (2020) aangeschaft. Hierdoor kan onder andere het maaibeheer van graslanden, de snoei- en kapwerkzaamheden van bomen en het onderhoud van wegen en fietspaden efficiënter en in eigen beheer uitgevoerd worden. Dit heeft binnen het natuurbeheer geleid tot een herschikking van budgetten en het minder uitbesteden van werk. Per saldo wordt daarmee een besparing bereikt van in totaal € 54.270. Hier tegenover staat wel dat op termijn het materieel eerder aan vervanging toe is, en daarmee de toekomstige afschrijvingslasten hoger zullen worden. 2. Het begrote budget voor flexibele schil/inhuur in het voorgaande jaar is niet volledig gebruikt. Het GNR heeft aangegeven dat de inzet van het flexibele schil vergelijkbaar is met vorig jaar. Daarnaast blijft er € 20.000 budget beschikbaar. Door het GNR wordt een sluitende begroting gepresenteerd. Mochten zich calamiteiten voordoen in de personele bezetting zal getracht worden dit op te lossen met éénmalige middelen vanuit de algemene reserve.
De opmerking in de concept-zienswijze over de noodzaak voor GNR en participanten om na te denken “wat in de toekomst de strategie van financiering wordt”, heeft betrekking op de mogelijke uitreding van provincie Noord-Holland. Met betrekking tot de uittreding van de gemeente Amsterdam is dit financieel geregeld in de begroting. Het college kan zich hierin vinden. De inzet van de afkoopsom is zodanig geregeld dat het niet leidt tot een verhoging van de participantenbijdrage en het is evenredig verdeeld over de participanten met behulp van een verdeelsleutel die gebaseerd is op de particpantenpercentage. Met de mogelijke uittreding van de provincie Noord-Holland dient, net als bij de uittreding van gemeente Amsterdam, nagedacht te worden over de inzet van de mogelijke afkoopsom in relatie tot de mogelijkheden voor financiële dekking op de lange termijn. Recreatieonderzoek Wethouder Heller zegt toe het Recreatie Motivatie Onderzoek, genoemd in de BVS van 7 januari 2021, aan de raad toe te sturen zodra deze klaar is. (T21/66). Het onderzoekrapport naar de toegenomen drukte in natuur- en recreatiegebieden kunt u vinden in bijlage 1. Meerjarig overzicht subsidie en eigen inkomsten GNR Wethouder Heller zegt toe de vraag over de meerjarige ontwikkeling van de verhouding subsidie en eigen inkomsten schriftelijk te beantwoorden.
(T21/67) Op basis van de jaarrekeningen van GNR van de afgelopen 4 jaar komt het volgende beeld naar voren: - De totale inkomsten van het GNR zijn in de periode 2017-2020 met € 1.411.316 toegenomen. Over 4 jaar een procentuele toename van 30 %. Daaraan hebben de participanten voor € 660.731 bijgedragen. Het GNR heeft zelf voor € 750.585 gezorgd, waarbij het participanten aandeel in de totale inkomsten daarbij licht gedaald is van 54,7% naar 52,9%.
Het bedrag aan ontvangen subsidies is in de afgelopen 4 jaar met ruim 41 % gestegen van € 502.905 naar € 711.380. Dit overzicht van de verhouding subsidie en eigen inkomsten kunt u vinden in bijlage 2. -
Aangeschafte trekker In 2019 heeft het GNR een nieuwe trekker aangeschaft die niet elektrisch is. Het GNR geeft aan dat er op dit moment helaas nog geen elektrische trekkers op de markt zijn voor de doeleinden van het GNR. Prototypen van elektrische trekkers zijn er wel en worden verder ontwikkeld door merken al Fendt en John Deere. Echter de accubeperkingen zijn nog te groot (te lage actieradius, te hoge kosten). Een landbouwtractor die het GNR nodig heeft, moet een grote actieradius hebben en multi-inzetbaar zijn. De verwachting is dat deze types elektrische tractoren er op termijn (5-10 jaar) zullen zijn. Het GNR geeft aan dat er al wel een aantal elektrische machines voor een specifiek gebruik op de markt zijn, waarbij de beperkte actieradius en oplaadmogelijkheden minder hinderlijk zijn. Bijvoorbeeld een shovel of heftruck die op een specifieke locatie gebruikt kan worden. In dat kader kijkt het GNR naar de mogelijkheid om een elektrische shovel aan te schaffen voor specifiek gebruik bij de Schaapskooi Laren. Met deze brief zijn toezeggingen T21/65, T21/66, T21/67 afgedaan. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
W. Groot, l.s.
Ch. B. Aptroot, wnd.
Bijlagen 1. Quick scan bezoekersdrukte in recreatie en natuurgebieden in Noord Holland (2020) 2. Overzicht subsidie en eigen inkomsten
Lusten en lasten in tijden van corona Quick scan bezoekersdrukte in recreatie- en natuurgebieden in Noord-Holland
Colofon ©Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd, oktober 2020 Opdrachtgever
Terreinbeherende organisaties Noord-Holland
Contactpersonen
Rik Rollema, Recreatie Noord-Holland Karel Schoenaker, Recreatieschap Westfriesland
Auteurs
Drs. T. (Tinco) Lycklama M. (Martijn) Huijgen, BSc Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd Jansbuitensingel 30 6811 AE Arnhem T 06-53383550 e-mail: lycklama@ruimteenvrijetijd.nl www.ruimteenvrijetijd.nl
Afbeeldingen BUREAU VOOR RUIMTE & VRIJE TIJD
Recreatie Noord-Holland 2
LUSTEN EN LASTEN IN TIJDEN VAN CORONA
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3
Inleiding Onderzoeksvraag Onderzoeksaanpak Leeswijzer
4 4 4 5
2.1 2.2 2.3
Resultaten Druktemeting onder (terrein)beheerders Overlast in natuur- en recreatiegebieden Sturen op balans
6 6 7 8
Bijlage 1 Gesprekspartners terreinbeherende organisaties
10
Bijlage 2 Aanvullende informatie Quick Scan drukte in recreatie – en natuur gebieden
11
2
BUREAU VOOR RUIMTE & VRIJE TIJD
3
LUSTEN EN LASTEN IN TIJDEN VAN CORONA
1 Inleiding 1.1 Onderzoeksvraag Door de coronacrisis staan natuur- en recreatiegebieden in heel Nederland in een ander daglicht. De behoefte aan ontspanning of juist inspanning in de vrije natuur is in de afgelopen periode groot geweest. In NoordHolland, voor een groot deel relatief dicht bevolkt, speelde deze trend mogelijk nog sterker. Het toegenomen gebruik en de hiermee gepaard gaande overlast vormde voor de terreinbeherende organisatie van NoordHolland de aanleiding voor dit onderzoek met als onderzoeksvraag: ▪
Hoe omvangrijk is de toegenomen drukte in natuur- en recreatiegebieden als gevolg van corona en welke vormen van overlast gaan hiermee vooral gepaard?
1.2 Onderzoeksaanpak Methode: interviews terrein beherende organisaties We hebben in dit onderzoek gekozen om tien terreinbeherende organisaties (TBO’s) te interviewen. Voor een overzicht van de deelnemers, zie bijlage 1. De interviews vonden in augustus plaats en geven dus een oordeel over de periode vanaf half maart (intrede corona) tot het einde van de zomer. Tijdens de interviews stond de onderzoekvraag centraal. Daarnaast is aanvullend ook gevraagd naar: ▪ Hoe is omgegaan met de effecten (overlast) van de toegenomen drukte? ▪ Wat zijn de gevolgen van de drukte voor de korte en langere termijn?
BUREAU VOOR RUIMTE & VRIJE TIJD
4
LUSTEN EN LASTEN IN TIJDEN VAN CORONA
We hebben specifiek gevraagd naar de drukte en overlast voor corona en na corona. Op basis van de inschatting van de beherende organisatie zijn we gekomen tot een eindoordeel van toegenomen drukte per regio, zoals ook op de kaart te zien is (zie bijlage 2). Dit oordeel is dus gebaseerd op ervaringscijfers van beheerders. Cijfers van bezoekersaantallen zijn voor deze specifieke periode niet beschikbaar. De drukte in de natuur- en recreatiegebieden blijkt ook niet op een eenduidige manier te worden gemonitord. De ene TBO beschikt over informatie over het aantal verkochte parkeertickets, waar een andere TBO tellingen doet voor het aantal bezoeken. Deze cijfers zijn niet volledig met elkaar te vergelijken. Om wel tot een eenduidige manier van vergelijken te komen, is gekozen voor een subjectieve schaal, van min 5 tot +5. De geïnterviewden konden per regio een score toekennen over de toegenomen drukte, waarbij -5 tot -1 staat voor een daling van de drukte, 0 staat voor een stabiele ontwikkeling en +1 tot +5 staat voor de stijging. -1 / +1 zeer lichte daling / stijging van de drukte -2 / +2 lichte daling / stijging van de drukte -3 / +3 aanzienlijke daling / stijging van de drukte -4 / +4 grote daling / stijging van de drukte -5 / +5 zeer grote daling / stijging van de drukte
1.3 Leeswijzer Deze notitie geeft een overzicht van de voornaamste resultaten van dit onderzoek, als extra duiding bij de grafische weergave op de kaart.
BUREAU VOOR RUIMTE & VRIJE TIJD
5
LUSTEN EN LASTEN IN TIJDEN VAN CORONA
2 Resultaten In dit hoofdstuk staan de resultaten uit het onderzoek in recreatie- en natuurgebieden in Noord-Holland.
2.1 Druktemeting onder (terrein)beheerders ,,Het was bizar, het leek alsof heel Nederland in Medemblik was.” Een TBO over toegenomen drukte
1. Sterke toename drukte in Noord-Holland In alle acht Noord-Hollandse regio’s is de drukte van het aantal bezoekers in de natuur- en recreatiegebieden in de periode tussen maart 2020 en augustus 2020 toegenomen, zie ook de bijbehorende kaart. Figuur 2.1 Grafische weergave toegenomen drukte in Noord-Holland
BUREAU VOOR RUIMTE & VRIJE TIJD
6
LUSTEN EN LASTEN IN TIJDEN VAN CORONA
In de regio’s Texel1, Kop van Noord-Holland en Westfriesland betrof dit een aanzienlijke stijging, in de regio’s Noord-Kennemerland, Zuid-Kennemerland, Laag Holland en Amstelland betrof dit een grote stijging. In de regio Gooi- en vechtstreek was de stijging zeer groot.
Let op: deze cijfers zijn gebaseerd op beoordelingen van boswachters en terreinbeheerders op een schaal van min vijf tot plus vijf. Over deze specifieke periode ontbreken exacte cijfers van bezoekersaantallen (zie ook de onderzoeksaanpak, paragraaf 1,2). 2. Corona versterkt (nationale) trend De toenemende drukte in de natuur- en recreatiegebieden betreft een trend die al langer speelt (enkele jaren) en ook in meer provincies2. Door het coronavirus is deze trend nu veel zichtbaarder geworden. De behoefte aan groene buitenruimte om in te bewegen is enorm toegenomen. Op het land, maar zeker ook op het water, hebben recreanten hun toevlucht gezocht. En waar het vroeger wellicht met pieken ging (bijv. op zondagmiddag), was het nu structureel druk.
2.2 Overlast in natuur- en recreatiegebieden 3. Trots én zorgen i.v.m. overlast Deze toegenomen belangstelling voor de natuur- en recreatiegebieden maakt aan de ene kant trots, omdat bezoekers de natuur dichtbij (extra) waarderen.
“We zijn er blij mee dat er zoveel mensen komen, wij zijn ook wel trots om de mensen zo te kunnen bedienen!” Een trotse boswachter Het belang van natuur staat hiermee onmiskenbaar op de kaart. Het baart aan de andere kant ook zorgen, vanwege de overlast die gepaard is gegaan met de toegenomen aantallen bezoekers. het intensiever(re) ruimtegebruik bestond vooral uit drukte vooral bij entrees (o.a. parkeerdrukte), meer picknicken, barbecueën, meer sportief gebruik door individuele sporters en (georganiseerde) groepjes, ook veel meer belangstelling voor watersport (kitesurfen, bootjes). An sich hoeft een intensiever gebruik van de groene ruimte geen overlast tot gevolg te hebben (het is juist ook positief). Echter als gevolg van de toegenomen drukte is door beheerders ook overlast waargenomen. De verschillende vormen van overlast zijn te clusteren in vijf thema’s: ▪ Verminderde bezoekerservaring als gevolg van drukte. Dit kan gaan over een gebrek aan een ‘unieke’ natuurervaring tot ‘bijna ruzies’ tussen recreanten, of bij drukke parkeerplekken. ▪ Onbedoeld gebruik van de ruimte. Voorbeelden hiervan zijn picknicken en barbecueën op plekken die hiervoor niet bedoeld zijn. ▪ Milieuoverlast door (extra) zwerfafval, extra geluid, vandalisme, uitwerpselen; ▪ Schade aan natuur bijv. door verstoring van broedvogels en meer aanrijdingen van wild.
▪ Derving inkomsten en toename kosten als gevolg van extra toezicht door boa’s en beheerders, extra beheer (afvalinzameling) en minder inkomsten uit pacht, excursies, evenementen, winkels, bezoekerscentra, etc. Een enkele keer waren er ook meer inkomsten uit dagkaartjes of parkeren.
1 2
Op Texel was het eerst heel rustig en daarna heel druk. Het gemiddelde cijfer (zie de kaart) kent dus een sterk dynamisch verloop. Getuige ook de uitzending van televisieprogramma De Monitor ‘Van wie is de natuur?’ van 7 september 2020.
BUREAU VOOR RUIMTE & VRIJE TIJD
7
LUSTEN EN LASTEN IN TIJDEN VAN CORONA
4. Nieuwe doelgroepen in de natuur Een deel van de overlast kwam door een specifieke doelgroep, die is omschreven als: ‘Mensen die normaal niet in de natuur komen’. En ‘mensen die minder bekend waren met de natuur’. Corona heeft er deels voor gezorgd dat het huiselijk gebeuren zich naar buiten heeft verplaatst. Dat was ook zichtbaar: ‘ze kenden de regels niet en gedroegen zich anders dan normale bezoekers’. Voorbeelden waren: muziek luid aan en speaker door het bos, picknicken op plekken die hiervoor niet bedoeld waren, en lopen door gebieden die hiervoor niet bedoeld waren (bijv. waterwingebied). Specifiek is ook de groep jongeren genoemd, omdat de natuur (ook) voor hen een podium was om elkaar te ontmoeten, vaak vanwege onvoldoende activiteiten en evenementen in de stad, met overlast tot gevolg.
,, Zij waren niet bekend met de natuurgebieden en de regels: voetballen op de heide, de honden liepen los op begrazingsvelden, picknicken waar het niet mag. Zij hadden oprecht geen idee van de regels.’’ Een TBO over nieuwe doelgroepen
2.3 Sturen op balans 5. Voorkomen negatieve gevolgen De beheerders van natuur- en recreatiegebieden in Noord-Holland hebben in het voorjaar en de zomer verschillende maatregelen genomen om de drukte te reguleren. Dit betrof een divers palet aan type instrumenten: ▪ Communicatie: Intensievere communicatie en voorlichting naar bezoekers (online en offline); ▪ Toezicht: Meer toezicht in de vorm van BOA’s / beveiligers, gericht op voorlichting, toezicht en handhaving; ▪ Afsluiten of stopzetten: Ontruimen of afsluiten kwetsbare terreinen, sluiten voorzieningen (bezoekerscentra) of activiteiten (excursies); ▪ Zonering (in ruimte en tijd): van ongewenste activiteiten, zoals bijv. hondenuitlaat services, waar wil je die wel of niet toelaten?
Ondanks dat de parkeercapaciteit maar 50 tot 80% van het normale niveau was, zagen we een toename van 25% van het betaald parkeren. Een TBO over toegenomen drukte
6. Aanbevelingen: hoe kan in de toekomst beter worden gestuurd op balans? Allereerst is het goed om te benoemen is dat sturen op balans (tussen bezoekers en leefomgeving) complex is, omdat het openbare, vaak vrij toegankelijke terreinen zijn (zonder hek). Uit het rondje beheerders blijkt dat al een divers palet aan maatregelen is genomen in de afgelopen periode, om de toegenomen drukte te managen (zie voorgaande paragraaf). Naar de toekomst toe zien terreinbeherende organisaties onderstaande punten als extra belangrijk: ▪ Zorg voor extra toezicht. Hiermee geef je gastheerschap in de natuur vorm, kan je bezoekers voorlichten en spreiding ter plekke mogelijk maken. Als laatste middel kan handhaving ook worden ingezet. ▪ Herijking route- en ruimtegebruik. Denk na over betere vormen om bereikbaarheid van gebieden te optimaliseren (minder intensief, of juist intensiever) met behulp van buitenpoorten, locaties van TOP’s, of andere zoneringsinstrumenten. Betrek hierbij de (gewenste) dichtheid van routenetwerken in de natuur en ook de wenselijkheid om gebruikersgroepen samen te laten gaan of juist recreatiestormen te scheiden (wandelen, fietsen, etc.) en zo de bezoekersbeleving optimaliseren; BUREAU VOOR RUIMTE & VRIJE TIJD
8
LUSTEN EN LASTEN IN TIJDEN VAN CORONA
▪
▪
▪
Breng lusten en lasten beter in evenwicht. Dit kan op twee manieren: ▪ Structureel meer geld begroten voor de (toegenomen) taken van terreinbeherende organisaties om recreëren veilig en aantrekkelijk te houden. ▪ Aanvullend hierop lijkt het verstandig om te zorgen voor (extra) inkomsten vanuit gebruikers en verdienmodellen te organiseren die dit mogelijk maken (kaartje kopen, parkeren, vignetten, omgevingsfonds, etc.). Benut kansen voor natuur en recreatie: Kijk op welke manieren natuurinclusieve recreatie kan worden versterkt. Een voorbeeld hierbij is het water, dit is extra belangrijk geworden om drukte te spreiden en accommoderen. Zorg dat dit passend en veilig mogelijk wordt gemaakt. Een andere vorm is om ‘nieuwe doelgroepen’ zoals jongeren juist beter te binden aan de natuur en dus blijvend welkom te heten. Werk aan goede randvoorwaarden voor effectief beheer door: ▪ Consequenter cijfers en feiten te verzamelen over bezoekersstromen; Kies voor real time instrumenten om bezoekersdrukte in kaart te brengen, dit biedt kansen om effectief te sturen op balans (spreiden)3; ▪ Bekijk drukte in relatie tot de draagkracht van gebieden en baseer daar het beleid en beheer op; ▪ Zorg voor uitwisseling van ervaringen en kennis tussen beheerders in het sturen op balans.
“We hebben deze zomer 1000 uur extra aan BOA inzet moeten inzetten.”
Een TBO over de extra inzet van BOA’s
,,Hier komt
Zie ook de Handreiking Bezoekersmanagement van het NBTC: https://nbtcmagazine.maglr.com/handreikingbezoekersmanagement/cover. 3
BUREAU VOOR RUIMTE & VRIJE TIJD
9
LUSTEN EN LASTEN IN TIJDEN VAN CORONA
Bijlage 1 Gesprekspartners terreinbeherende organisaties In deze bijlage staan de gesprekspartners die zijn geïnterviewd in het kader van dit project. Tabel: Geïnterviewde personen bij terreinbeherende organisaties Organisatie
Contactpersoon
Staatsbosbeheer
Erik Tuunter Jerome van Ebbeve, Jowien van der Vegte
Natuurmonumenten
Geeke Remmelts
Provinciaal waterleidingbedrijf Noord-Holland
Marieke Kuipers
Recreatie Midden Nederland
Paul Kotvis
Goois Natuurreservaat
Peter Kampen
Recreatieschap Westfriesland
Piet Copier
Waternet
Max van Steijn
Amsterdamse Bos
Olav Martens Alex Rohof
Recreatie Noord-Holland
Micheal Omvlee
Landschap Noord- Holland
BUREAU VOOR RUIMTE & VRIJE TIJD
Onno Steendam
10
LUSTEN EN LASTEN IN TIJDEN VAN CORONA
Bijlage 2 Aanvullende informatie Quick Scan drukte in recreatie – en natuur gebieden In augustus zijn onderstaande TBO’s geïnterviewd. Hen is gevraag naar de ervaren toegenomen drukte en de hiermee gepaard gaande overlast als gevolg van de coronacrisis. In deze bijlage staan enkele feiten en cijfers over deze toegenomen overlast. Deelnemende TBO’s
Regio’s waar natuur- en recreatiegebieden worden beheerd
Amsterdamse Bos
Amstelland
Recreatieschap Westfriesland
Westfriesland
Waternet
Zuid-Kennemerland
Goois Natuur reservaat
Gooi en Vechtstreek
Staatsbosbeheer
Natuurmonumenten Recreatie MiddenNederland PWN Recreatie Noord-Holland Landschap Noord Holland
2.4 Meest opvallende ontwikkelingen In de periode van maart t/m augustus ▪
Enorme toename van afvalverwerking en -inzameling, tot wel 3 keer zoveel.
▪
De inkomstenderving loopt in de tonnen/miljoenen (verschilt per TBO), aan pacht en evenementenverhuur en excursies die geen doorgang konden vinden.
▪
Grote toename van vandalisme en overlast door jongeren in vrijwel alle gebieden.
▪
De drukte op parkeerterreinen is op een aantal locaties met factor 3 toegenomen.
▪
Op Texel zag men een groot contrast: van geen toeristen in het voorjaar naar topdrukte in de zomer.
▪
Veel extra inzet van uren en mensenkracht: één TBO meldde minimaal 1000 extra uren aan BOA-inzet.
▪
Één TBO zag op het water tot 3 keer zoveel pleziervaart.
Kop van Noord-Holland, Westfriesland, Laagland, ZuidKennemerland, Texel Texel, Noord-Kennemerland, Zuid-Kennemerland, Laagland, Gooi en Vechtstreek Gooi en Vechtstreek, Amstelland Zuid-Kennemerland, Noord-Kennemerland Amstelland, Zuid-Kennemerland, Noord-Kennemerland, Kop van Noord-Holland, Laagland Laagland, Amstelland, Kop van Noord-Holland, Westfriesland