CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebrief inzake Strategische samenwerkingsagenda provincie Noord-Holland – Regio Gooi en Vechtstreek

GEMEENTERAAD 2 juni 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 010.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

G EMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES:

Aan de gemeenteraad cc. college van B&W cc. pers

RAADHUIS DUDOKPARK 1 TELE FOONNUMMER: 14 0 35 WWW.HILVERSUM.NL

21 april 2021 763623 BEHANDELD DOOR J. de Koning TELEFOON (035) 629 2902 UW KENMERK BIJLAGEN 1 BETREFT Strategische samenwerkingsagenda provincie Noord-Holland – Regio Gooi en Vechtstreek DATUM

ZAAKNUMMER

Geachte dames en heren, Via deze informatiebrief nemen we u mee in de strategische samenwerkingsagenda, die de regio heeft opgesteld met de provincie Noord-Holland. De provincie Noord-Holland en de zeven gemeenten in de Gooi en Vechtstreek hebben gezamenlijk een strategische samenwerkingsagenda opgesteld. Aanleiding voor de agenda was de brief vanuit de Regio ten behoeve van de coalitieonderhandelingen van de provincie in 2019, waarin de gemeenten opriepen tot betere samenwerking. De provincie Noord-Holland heeft deze handschoen opgepakt. Doel van de agenda is om helder te formuleren welke onderwerpen en doelstellingen van de provincie als regiogemeenten door intensievere samenwerking beter en/of sneller kunnen worden gerealiseerd. De basis voor onderwerpen en doelstellingen wordt gevormd door de coalitieakkoorden van de provincie en gemeenten en van de Regionale SamenwerkingsAgenda (RSA) van de Regio Gooi en Vechtstreek. In de samenwerkingsagenda is o.a. afgesproken welke lange termijnonderwerpen voor de langere termijn zich lenen voor gezamenlijke lobbyinzet. Ook zijn de omstandigheden van deze coronatijd meegenomen. Deze samenwerkingsvorm past goed bij de intentie van de NOVI om meer regionaal en gebiedsgericht te werken. De provincie geeft dat in deze bestuursperiode concreet vorm middels dit soort samenwerkingsagenda’s.

De Regionale SamenwerkingsAgenda van de regio Gooi en Vechtstreek sluit daar goed op aan. Beide partijen zien dat samenwerking nodig is om de kwaliteiten van deze regio te versterken en antwoorden te vinden op de grote uitdagingen van de 21e eeuw. De looptijd van de samenwerkingsagenda is tot halverwege 2023. Dan heeft de regio Gooi en Vechtstreek na de gemeenteraadsverkiezingen waarschijnlijk een nieuwe RSA geformuleerd en hebben provinciale statenverkiezingen plaatsgevonden en is er een nieuw coalitieakkoord. De thema’s in de samenwerkingsagenda zijn:  Een economisch sterke regio Gooi en Vechtstreek  Netwerkontwikkeling voor een bereikbaar Gooi en Vechtstreek (knooppuntontwikkeling en ketenreis)  Extra inzet op de veengebieden in de Vechtstreek  Een gezonde Leefomgeving

VERVOLGBLAD

2 Naast deze onderwerpen blijven we ook op andere thema’s samenwerken. De vier thema’s die centraal staan in de agenda zijn ook nog eens uitgewerkt tegen de achtergrond van de huidige coronatijd. Dit heeft onder meer betrekking op de economie en werkgelegenheid. Vanwege alle actuele ontwikkelingen wordt deze agenda halfjaarlijks geëvalueerd (en waar nodig herijkt). Bij de bespreking in het college hebben we geconstateerd dat de agenda een aantal ongelukkig gekozen formuleringen bevat, die bij vluchtige lezing mogelijk een verkeerd beeld oproepen. Wij doelen op zinnen als ‘transformatie van het Media Park’ en ‘de wens van Hilversum om woningen te bouwen i.h.k.v. de MRA verstedelijkingsstrategie. Hier had moeten staan ‘doorontwikkeling van het Media Park’ en ‘het vraagstuk van de (landelijke en regionale) woningbouwopgave en de mogelijkheden van Hilversum om daaraan een bijdrage te leveren’. Dat laatste is een vraagstuk dat wij in het kader van de verstedelijkingsstrategie van de MRA en de Omgevingsvisie samen met u nog moeten bezien. We hebben afgewogen of het in deze fase (na regionale afstemming en wetende dat besluitvorming door GS al heeft plaatsgevonden) doelmatig is om een redactionele aanpassing te eisen. Onze conclusie is om dat nu niet te doen. Dat zou een vertraging van circa twee maanden betekenen.

De partners in de samenwerkingsagenda kennen onze lijn zoals hierboven geschreven. Wij zullen de redactionele aanpassing laten doorvoeren na de volgende halfjaarlijkse, tussentijdse evaluatie. De bestuurlijke trekkers van deze agenda zijn Gedeputeerde Esther Rommel (vanuit de provincie) namens Gedeputeerde Staten en wethouders Alexander Luijten (Gooise Meren) en Gerard Kuipers (Hilversum), namens de gemeenten uit Gooi en Vechtstreek. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

D. Emmer

K.J. Walters, l.b.

Bijlage 1. Strategische samenwerkingsagenda PNH - regio GV

Duurzame samenwerking Een extra plus op de samenwerking tussen provincie Noord-Holland en regio Gooi en Vechtstreek.

Strategische samenwerkingsagenda Provincie Noord-Holland en regio Gooi en Vechtstreek 2021-2023

Maart 2021

1

Inhoud Inleiding ……………………………………………………………………………………………………………………………. 3 Hoofdstuk 1 Een economisch sterke regio …………………………………………………………………………………… 6 Hoofdstuk 2 Netwerkontwikkeling voor een bereikbaar Gooi en Vechtstreek ……………………………. 13 Hoofdstuk 3 Extra inzet op de veengebieden in de Vechtstreek ………………………………………………… 18 Hoofdstuk 4 Een gezonde leefomgeving in de Gooi en Vechtstreek ……………………………………………. 23 Bijlagen ………………………………………………………………………………………………………………………………………. 27

2

Inleiding Voor u ligt een gezamenlijke strategische samenwerkingsagenda die is opgesteld door de Provincie Noord-Holland en de zeven gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek en loopt tussen 2021 en 2023. De Regio Gooi en Vechtstreek heeft namens de gemeenten de regionale inbreng gecoördineerd. Met deze actiegerichte samenwerkingsagenda zetten we een plus op de huidige samenwerking. De leidende agenda van de Provincie Noord-Holland is het coalitieakkoord. Voor de gemeenten is dit, naast hun eigen collegeakkoorden, de Regionale Samenwerkingsagenda Gooi en Vechtstreek 2020-2023. Bekeken is voor welke onderwerpen uit deze agenda’s we gelijke of elkaar aanvullende doelen hebben en waarop via extra inzet we deze doelen eerder of sneller tot uitvoering kunnen brengen. Verkend is daarom welke gezamenlijke doelen er zijn (zie bijlage 1), welke samenwerking daar al op loopt en welke (lobby)activiteiten we aanvullend op de huidige samenwerking de komende drie jaar uitvoeren. De gekozen onderwerpen waarop extra is samen te werken en de specifieke activiteiten die daartoe zijn opgesteld binnen deze agenda, worden zoveel mogelijk gekoppeld aan bestaande trajecten en gremia. De onderwerpen binnen deze agenda zijn zorgvuldig gekozen. De rode draad voor de agenda is de gezamenlijke inzet op een duurzame ontwikkeling van de regio Gooi en Vechtstreek.

Deze samenwerkingsagenda loopt tot aan de Provinciale Statenverkiezingen in 2023. Het is een periode waarin er veel besluitvormingsmomenten zullen zijn binnen bovenregionale trajecten, ook met het Rijk, waarbij via gezamenlijke inzet de belangen voor de regio Gooi en Vechtstreek sterker naar voren kunnen worden gebracht. Naast het behalen van doelstellingen uit het coalitieakkoord via deze samenwerkingsagenda, zet de provincie met deze agenda een stap verder in het traject van het meer regionaal werken. Opgaven en pilotacties binnen de regio Gooi en Vechtstreek kunnen leerplekken zijn voor specifieke onderwerpen voor de hele provincie. Aan de andere kant hebben de gemeenten de provincie bij het (be-)sturen van opgaven nodig. In de agenda zijn onderwerpen opgenomen die zonder de betrokkenheid van de provincie niet of minder goed van de grond komen. Deze samenwerkingsagenda is een middel om dit samen voor elkaar te krijgen en de opgaven sneller of meer integraal tot uitvoering te brengen. Naast deze agenda blijven we samenwerken op andere thema’s waar we elkaar al op vonden zoals energiestrategie en duurzame mobiliteit. Governance: organisatie bij uitvoering van de samenwerkingsagenda De organisatie op de samenwerking loopt via twee sporen: 1) overkoepelend, voor de totale agenda. 2) per onderwerp uit de agenda (totaal 4 onderwerpen/hoofdstukken in de agenda).

Overkoepelende Organisatie/samenwerking binnen de samenwerkingsagenda De overkoepelende coördinatie betreft het overzichtelijk maken van de voortgang van de samenwerkingsagenda, het actualiseren van de agenda en het voorbereiden van het overkoepelend bestuurlijk overleg. De voortgang wordt halfjaarlijks ambtelijk gemonitord. Ambtelijk wordt dit opgepakt door de regiomanager van de provincie en de strategisch adviseur Fysiek Domein van de Regio Gooi en Vechtstreek namens de gemeenten. Het ambtelijk opdrachtgeverschap hiervan ligt bij de directeur Beleid van de provincie en bij de directeur Fysiek Domein van de RegioGooi en Vechtstreek. De bestuurlijke afstemming vindt plaats één keer per half jaar door de gedeputeerde namens de provincie met de voorzitters van de portefuillehoudersoverleggen Ruimte & Mobiliteit en Economie

3

& Innovatie van de Regio G&V. In specifieke gevallen kan er aanvullend een extra bestuurder van zowel een gemeente als de provincie aansluiten als er een specifiek onderdeel uit zijn of haar portefeuille aan de orde is. Organisatie/samenwerking per onderwerp Per onderwerp worden ambtelijke contactpersonen benoemd vanuit zowel de kant van de provincie als van de regiogemeenten. De uitwerking van het agendapunten loopt via de ambtelijke betrokkenen binnen reeds bestaande programma’s en activiteiten. De ambtelijk opdrachtgevers zijn de managers van de benoemde contactpersonen. Natuurlijk zijn er nog meer contactpersonen van andere samenwerkende partners. Op basis van de ambtelijke inzet zullen de bestuurders worden meegenomen in het proces en worden besluiten tijdig voorgelegd. Voor sommige onderwerpen is er al een overlegstructuur die gebruikt kan worden om het te bespreken. Zoals het bestuurlijk overleg Gooicorridor, de stuurgroep Gooi en Vechtstreek of het bestuurlijk provinciaal verkeer en vervoerberaad PVVB Gooi en Vechtstreek. Voor een aantal onderwerpen is er geen bestuurlijke overlegstructuur. Het voorstel is om bij deze onderwerpen, indien bestuurlijk overleg gewenst is, dit te laten lopen via de regionale portefeuillehouders overlegstructuur. De gedeputeerde die het onderwerp in portefeuille heeft, kan dan aansluiten bij dit portefuillehoudersoverleg in de Regio GV.

Voorafgaand aan het overleg worden bestuurders geïnformeerd door de eigen ambtenaren. Specifieke aandachtspunten in de governance Vanzelfsprekend richt de wijze van samenwerking zich op vroegtijdig betrekken, informatie delen, open en duidelijk handelen. De ambtelijke capaciteit voor deze agenda is geborgd in bestaande programma’s en begroting. Herijking van de agenda zal gedurende de looptijd van de agenda nodig blijven. Checken of de onderwerpen in de agenda nog steeds prioritaire aandacht behoeft of dat een onderwerp van de agenda kan. Waarbij het komende jaar specifiek zal gekeken naar actualisatie als gevolg van de corona-crisis. (Samen)werken in tijden van Corona De samenwerkingsagenda is tot stand gekomen in tijden van Corona. Eerdere inzichten zijn daarom in de loop van de tijd iets aangescherpt. Herijking van de agenda in Coronatijd zal gedurende de looptijd van de agenda nodig blijven.

4

Samengevat zijn de vier onderwerpen in deze agenda Economie, werkgelegenheid en onderwijs: een economisch sterke regio Met het organiseren van een tweejaarlijks bestuurlijk en ambtelijk overleg van de gemeenten en de provincie creëren we een platform met een agenda gericht op het versterken van de economie, werkgelegenheid en onderwijs. Het doel is de samenwerking te vergroten tussen alle partijen die zich inzetten voor het versterken van de werkgelegenheid. Laat het arbeidspotentieel meebewegen met de transities in bijvoorbeeld de duurzame energie sector, de duurzaam bouwen sector en de innovatieve media sector. Speerpunt is de begeleiding van mensen van werk naar werk in sectoren die handen tekort komen en die bijdragen aan de verdere verduurzaming van de regio. Waar mogelijk brengen we de arbeidsmarkt (vraag en aanbod) en de onderwijsmarkt (nieuwe kennis) dichter bij elkaar. Zowel de gemeenten, de regio, de MRA, de provincie en het rijk hebben instrumenten om hier invulling aan te geven. We zoeken de kansen en opgaven die er liggen met baanverlies én banengroei in Coronatijd. We binden werkgevers aan onze projecten. En tweede belangrijke uitdaging is het versterken van de economische identiteit van de regio. Hier liggen ook relaties met de hoofdstukken Knooppunt en ketenreis, waarbij versterking van de economie o.a. gebeurt rondom de OV-knooppunten in de regio.

En met het hoofdstuk Veenweidegebied waarin aandacht uitgaat naar de economische kansen in recreatie sector. Een aandachtspunt is om voldoende ruimte beschikbaar te hebben voor bedrijven en werkgelegenheid in de regio. Knooppunt en Ketenreis: netwerkontwikkeling voor een bereikbaar G&V Het doel is de verduurzaming en versterking van het mobiliteitssysteem met focus op ketenreis en knooppuntontwikkeling. We werken aan de ontwikkeling van de Gooicorridor en daaraan liggende OV-knooppunten. We realiseren HOV-hubs en brengen lokale haltes op orde. We hebben aandacht voor de hele ketenreis “van deur tot deur”, De (elektrische) fiets is een belangrijke schakel in de ketenreis, bijvoorbeeld om naar de HOV-hub te fietsen en daar de bus te nemen. Inzet Veenweidegebieden in de Vechtstreek Met een gebiedsgerichte aanpak willen we de vele opgaven in het veenweidegebied in de Vechtstreek versterken en verbinden via het opstellen van een regionale Veenweidestrategie. De opgaven voor o.m. klimaat, biodiversiteit, natuur en landbouw vragen een integrale aanpak. We zoeken de kansen voor duurzame oplossingen die gebied specifiek ingevuld moeten worden. Een aandachtspunt is de opgave voor een extra economisch impuls in de recreatiesector. Gezonde leefomgeving De drie bovenstaande onderwerpen dragen bij aan een beter woon-, werk- en leefklimaat in de Gooi en Vechtstreek, ook in de toekomst.

Een gezonde leefomgeving hangt hiermee samen. Hierbij kiezen we als speerpunt ‘gezonde lucht’ met activiteiten als Hollandse luchten en enkele opgaven uit het Schone Lucht Akkoord SLA. Om beter in kaart te brengen waar we precies staan in de regio met gezonde lucht wordt in de komende periode gemonitord op de luchtkwaliteit en worden kansen in kaart gebracht voor verbetering. De provincie helpt hierbij. Daarnaast ligt focus op het in kaart brengen van urgente plekken in de regio in relatie tot klimaatadaptatie en hittestress. Beide verkenningen dienen tot doel om vervolgens gezamenlijk specifiekere acties te formuleren en tot uitvoering te brengen die bijdragen aan de verbetering van de gezonde leefomgeving in de regio Gooi en Vechtstreek.

5

Hoofdstuk 1 Een economisch sterke regio

6

Economie en werkgelegenheid Voldoende werkgelegenheid en ruimte voor ondernemerschap binnen Gooi en Vechtstreek is van cruciaal belang voor de leefbaarheid van de regio. Voldoende werk dichtbij huis maakt de regio aantrekkelijker, zorgt voor een goed voorzieningenniveau en reduceert verkeersbewegingen. Een toenemende disbalans tussen de beroepsbevolking en werkplaatsen is al jaren een aandachtspunt. Zowel kwantitatief als kwalitatief is er sprake van een mismatch. Zo is er met name behoefte aan productiegeschoolde arbeidsplaatsen. De coronacrisis maakt deze spanning extra zichtbaar en biedt tegelijkertijd kansen om maatregelen en projecten gericht in te zetten. Het gaat daarbij om het stimuleren van toekomstige groeisectoren, zoals circulaire economie en energietransitie, het stimuleren tot een leven lang ontwikkelen bij werkgevers, werkenden en zzp’ers en het faciliteren van begeleiding van werk naar werk. Dat maakt de regio weerbaarder en veerkrachtiger. Zowel regio als provincie zien dit als een belangrijke doelstelling om met partners aan te werken. Urgentie tot handelen is als gevolg van COVID19 verder toegenomen. Door samen op te trekken kunnen we elkaar op onderdelen versterken en aanvullen.

Een belangrijke weg voor het vergroten van het aantal arbeidsplaatsen is om enerzijds fysieke ruimte te creëren voor het gevestigde bedrijfsleven om te kunnen doorgroeien en anderzijds door het aantrekken van nieuwe werkgevers via het versterken van het economisch profiel dat we al hebben in deze regio. Voor het behoud en het versterken van de economische identiteit is (ook) hulp nodig van bovenregionale partijen. De sterkste identiteit heeft de regio op het gebied van media. Behoud van dit profiel en de daaraan verbonden werkgelegenheid is van cruciaal belang voor de economie en leefbaarheid van de regio. Maar liefst 17.000 banen in de regio zijn gerelateerd aan media. Ook indirect levert de media veel werkgelegenheid op voor met name praktijkgeschoolden. Denk aan schoonmakers, catering en werknemers in de horeca. De laatste tijd weten grote media partijen Hilversum weer beter te vinden en weet Hilversum deze voor meerdere jaren aan zich te binden. Het gezamenlijk doel is dit vast te houden en verder te versterken. Verdere inzet op nieuwe media, ontwikkelingen zoals Artificial Intelligence, en het aantrekken van hoger onderwijs op het gebied van data en ICT zijn van belang ter versterking van het ecosysteem, zowel voor de mediasector, als voor aanpalende bedrijvigheid.

Naast media vormen de gezondheidseconomie en vrijetijdseconomie belangrijke sectoren binnen de regio, waar kansen liggen voor het vergroten van het aantal arbeidsplaatsen. Ruimte voor werk Het aantal hectaren bedrijventerrein in de regio is schaars en staat in toenemende mate onder druk door vraag naar ruimte vanuit andere domeinen zoals woningbouw, de energietransitie, klimaatadaptatie en landschapsbehoud en ontwikkeling. Op de formele werklocaties is nog zeer beperkt (3 ha) bestaande ruimte beschikbaar voor extra bedrijvigheid in de regio, waardoor een gezonde bedrijvendynamiek van groeiers en nieuwe vestigingen niet mogelijk is. Voldoende aandacht houden op behoud van ruimte voor werk is daarom noodzakelijk. Dit vraagt om goed te kijken naar kansen en ontwikkelmogelijkheden om de fysieke claims op de ruimte goed te faciliteren en te kijken naar meekoppel kansen. In eerste instantie wordt het als een regionale opgave gezien om elkaar te behoeden van het omzetten van bedrijvenhectaren in bijvoorbeeld wonen en slim om te gaan met ruimtegebruik door herstructurering en intensivering. Met de provincie wordt betrokkenheid gezien binnen het goed naleven van de afspraken uit de Provinciale Omgevingsverordening. Daarnaast zien we betrokkenheid van de Provincie met de inzet van subsidieregelingen als HIRB en OTW om

7

versterking van ruimte voor werken te borgen en ondersteuning te krijgen in onderzoeken naar slimme oplossingen voor het moderniseren en optimaliseren van de formele werklocaties en daar waar mogelijk integreren van opgaven vanuit andere domeinen (bv verduurzaming). Economie en de relatie met ruimtelijke ordening: Inzet van de provincie: afspraken maken en monitoren over zorgvuldig ruimtegebruik Via het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) wordt met gezamenlijke afspraken door gemeenten, provincies en ondernemers gestuurd op het reduceren van structurele leegstand van werklocaties in de MRA. Dit met het doel de internationale concurrentiepositie van de MRA te versterken. Nieuwe ontwikkelingen van een bepaalde omvang vragen afstemming binnen Plabeka. In de Monitor Plabeka wordt gemonitord wat de ontwikkelingen zijn op de kantoren- en bedrijventerreinen. Inzet van de regio: in balans brengen van banen en arbeidsmarkt De afgelopen jaren is het besef dat het belangrijk is om de regionale economie regionale economie te versterken toegenomen. Het MIRT onderzoek Oostkant Amsterdam gaf aanleiding verdiepend in beeld te brengen wat er speelt op de werklocaties. Vanwege de methodiek van Plabeka (beleidsarm), was de Plabeka monitor ontoereikend.

In de Analyse Werklocaties Gooi en Vechtstreek (2020) is in beeld gebracht wat er nodig is aan werklocaties (kwalitatief en kwantitatief) om de regionale ambitie (arbeidsmarkt en werk in balans) waar te maken. Regionale afstemming is een belangrijke spelregel binnen de Omgevingsverordening. Daarnaast spelen er verschillende ruimtelijke opgaven in Gooi en Vechtstreek en is de beschikbare ruimte schaars. Het is belangrijk om de soms uiteenlopende ambities met elkaar te bespreken. Zo wordt kennis gebundeld en mogelijk perspectief geboden.  Regio en provincie zien meerwaarde in het op ambtelijk en bestuurlijk niveau in op geijkte momenten gebiedsgericht met gezamenlijke opgaven aan de slag te gaan. Door knelpunten concreet te maken wordt het juiste gesprek gefaciliteerd.

Economie en de relatie met arbeidsmarkt Inzet van de regio: begeleiding naar werk en van werk naar werk Vanuit de regio wordt fors ingezet op het versterken van de arbeidsmarkt. De programma’s Werken aan Werk en Perspectief op Werk zijn vastgesteld en hebben tot doel om met diverse projecten en ontwikkelingen de kansen op werk te bevorderen voor iedereen. Er zijn 22 deelprojecten benoemd die samen goed zijn voor een investering van circa € 8 mln. De coronacrisis gaf aanleiding om de arbeidsmarktprogramma’s bij te stellen. Ruim € 2 mln wordt ingezet om gericht sectoren te ondersteunen waar groei wordt verwacht en een concrete opleidingsvraag ligt:  de circulaire economie  zorg  energietransitie  media Met werkgevers, opleiders en andere instellingen wordt aan acht concrete projecten gewerkt Het gaat in veel gevallen om PPS constructies, waarbij overheid samenwerkt met marktpartijen om de markt in de maatschappelijk gewenste richting te bewegen. De regio ziet samenwerkingskansen met

8

de provincie op de projecten rondom Energietransitie, eventueel Zorg. Kansrijk zijn ook Waardebox en Hout omdat de circulaire doelstellingen ook gedragen worden door de provincie. Voor het slagen van de aanpak is het belangrijk dat werkgevers aanhaken. De regio heeft de mogelijkheid om dit te stimuleren, b.v. via werkkamers en sectortafels. Human capital, de mens in de organisatie Naast het belangrijke werk om kansen te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, worden onder de noemer ‘human capital’ andere activiteiten ondernomen om te zorgen voor meer veerkracht op de arbeidsmarkt. De urgentie daarvan wordt duidelijk in de coronacrisis maar ook als we kijken naar grote transities, zoals digitalisering, die een vergaande impact hebben op ieders werk en vragen om mobiliteit en leven lang ontwikkelen. Cruciaal daarbij is dat gemeenten samen met werkgevers en onderwijsinstellingen werken aan een goed vestigingsklimaat, ruimte voor innovatie, zorgen voor voldoende beschikbaar talent en mogelijkheden scheppen voor Leven Lang Ontwikkelen. Niet alleen voor mensen met een uitkering maar voor de hele beroepsbevolking. Het kabinet gebruikt daarvoor het motto: ‘van repareren naar vooruitzien’. Wanneer iedereen met vooruitziende blik investeert in de eigen ontwikkeling, worden bedrijven en mensen weerbaar en wendbaar.

Voorbeelden van activiteiten op het gebied van human capital in de regio Gooi en Vechtstreek zijn:  Het tweejarige programma Mediabooster voor duurzame inzetbaarheid in de media (gefinancierd door ESF, uitgevoerd door Media Perspectives onder regie van gemeente Hilversum)  De samenwerkingsagenda met het MBO College Hilversum, waarin o.a. wordt gewerkt aan een betere verbinding tussen mbo en bedrijfsleven, de ontwikkeling van nieuwe keuzedelen en opleidingen zoals het associate degree Technologie en Media i.s.m. de Hogeschool Utrecht.  De uitbouw van het omscholingsprogramma Make IT Work tot een volwaardige Leven Lang Ontwikkelen vestiging van de HvA op het Media Park. Met regionale partners wordt het ingezette human capital beleid van Hilversum naar het regionaal niveau getild.  De regio en de provincie hebben de gezamenlijke uitdaging om het bedrijfsleven te motiveren en te binden aan de “hotspot” Mediacampus. Economie en de relatie met arbeidsmarkt: Inzet vanuit de provincie: arbeidsmarkt en onderwijs in Noord-Holland De provincie Noord-Holland (via de MRA) co-financiert RIF (Regionaal Investeringsfonds)/PPSen zodat het MBO in staat wordt gesteld om via de samenwerking tussen bedrijfsleven en de onderwijsinstelling om actueel, innovatief en relevant onderwijs te bieden.

De doelgroep is de middelbaar opgeleide beroepsbevolking, omdat de kans op een mismatch tussen hun vaardigheden en de vraag van werkgevers het grootst is. Doch het realiseren van doorlopende leerlijnen ook naar het HBO hebben aandacht. De focus ligt op kiezen, leren, werken en innoveren in de techniek en technologie, omdat hiervan de grootste bijdrage wordt verwacht aan het innovatieve vermogen in de diverse regio’s van de provincie. De provinciale werkambassadeur zet zich in om bedrijfsleven, beroepsonderwijs en overheden aan elkaar te verbinden met name gericht op de sectoren die zich

9

bezighouden met energietransitie, verduurzaming van de havens en de transformatie van de agrarische sector. Voor het thema ‘werken’ en dan specifiek van werk naar werk vanuit ook het economisch perspectief op innovatieve regio’s, is er grote betrokkenheid vanuit de MRA op House of Skills (HoS). HoS heeft als doel dat zowel werkenden/werkzoekenden zijn of haar talent en vaardigheden in kaart brengen als dat de vraag vanuit het bedrijfsleven op deze manier in kaart wordt gebracht. Zo kan een match (veelal gecombineerd met enige bijscholing) tussen de personen en de vacatures goed verlopen. Het instrumentarium van HoS moet vooralsnog inzetbaar zijn bij het matchen van grotere groepen aan meerdere vacatures in één functie. Een op skills georiënteerde arbeidsmarkt vormt onderdeel van de het vergroten van mogelijkheden om mensen te bewegen van werk naar werk en intersectorale mobiliteit. HoS heeft met diverse partners de basis gelegd van het Transferpunt Zorg en welzijn. Mensen die geïnteresseerd zijn in werken in (jeugd)zorg of welzijn, maar niet de juiste opleiding hebben, kunnen terecht bij dit transferpunt. Dit platform specialiseert zich in het koppelen van mensen op basis van hun vaardigheden aan werk in zorg en welzijn waardoor er een versnelde instroom van nieuw zorgpersoneel mogelijk wordt.

De provincie Noord-Holland heeft in 2020 een herstel- en duurzaamheidsfonds van 100 miljoen euro beschikbaar gesteld om de economische en maatschappelijke effecten als gevolg van de uitbraak van corona te verzachten. In dit fonds is ook aandacht voor human capital, aangezien voldoende en goed geschoold technisch personeel essentieel is voor verduurzaming. Als eerste inzet wordt de aandacht gericht op:  Het voorkomen dat, als gevolg van corona, mensen in de technieksector ontslag krijgen en niet meer terugkeren in die sector.  Het vergroten van de instroom vanuit andere sectoren. De behoefte aan technische medewerkers is zo groot, dit biedt mogelijkheden voor mensen uit andere sectoren die door corona hun baan verliezen. Hier kijken we gezamenlijk naar koppelkansen hoe de regio hierop kan aansluiten met de eerder in dit hoofdstuk weergegeven inzet in begeleiding naar werk en van werk naar werk. Versterken van de identiteit Voor het aantrekken van werkgevers is het verstevigen van de regionale economische identiteit van groot belang. De regio kan haar identiteit beter uitnutten en zo aantrekkelijker worden voor werkgevers. Het biedt kansen voor de vestiging van hoger onderwijs. En het trekt bezoekers en recreanten. In de MRA agenda 2.0 is o.m. het doel opgenomen om de identiteit van deelregio’s te versterken.

Er zijn in het BO Leefomgeving 2020 tussen Rijk en MRA afspraken gemaakt (onder Verstedelijkingsstrategie) waarbij Hilversum onder de steden valt waarover is afgesproken dat een deel van de “10% te sturen economie” aan deze steden wordt gegund. Daarbij dient de regio ook zelf extra stappen te zetten om de eigen identiteit en het vestigingsklimaat te versterken. De provincie is tot op heden niet aangehaakt bij het gesprek over identiteit en stuurt met name op vestigingsbeleid en via Plabeka worden er afspraken gemaakt over de beschikbaarheid van bedrijventerreinen en kantoorlocaties. De regio en de provincie zetten zich in om de werkgevers te binden aan de regio, bijvoorbeeld door het uitdragen van de identiteit van de regio op de gebieden arbeidsmarkt en onderwijs. Het accent ligt hierbij op lobby: proberen de belangrijke spelers aan tafel te krijgen en samen sterker staan in

10

het uitdragen van het regio verhaal. Ook het vertegenwoordigen van de regiobelangen in b.v. het MRA Platform Economie behoort hiertoe. De regio heeft de ambitie om hoger onderwijs naar Hilversum halen voor het onderwerp Media (AI, data, ict). Dit kan gekoppeld worden aan het verduurzamen van het Mediapark en de plannen voor een campus op het terrein. Naast media vormen de gezondheidseconomie en vrijetijdseconomie belangrijke sectoren binnen de regio, waar kansen liggen voor het vergroten van het aantal arbeidsplaatsen. Media Hilversum Marketing, Dutch Mediaweek, Beeld en Geluid als symbool en belangrijke ontmoetingsplek. Er wordt al aan de weg getimmerd. Echter er is extra inzet nodig. Met een nieuwe eigenaar van het mediapark, de nodige verduurzaming en voorzichtige plannen voor een campusontwikkeling en daarbij de ambitie om media gerelateerd hoger onderwijs naar de regio te halen, kan het profiel beter uitgenut worden Aanpalende dossiers zijn OV-knooppunten (NS station Hilversum Mediapark) en de wens van Hilversum om woningen te bouwen i.k.v. de MRA verstedelijkingsstrategie. De regio heeft de ambitie om samen met de provincie en de stad Hilversum stappen zetten in het transformeren van het Mediapark en de omgeving en samen een integraal programma op zetten voor dit gebied.

Overzicht van de inzet op de versterking van de economie Actieagenda Thema Oprichten Bestuurlijk platform Economie, werkgelegenheid en onderwijs G&V/provincie

Synergie in agenda “naar werk en van werk naar werk”

Actie  Opzetten 2 jaarlijks bestuurlijk overleg met een agenda waarin de stand van zaken, kansen en knelpunten op het gebied van “economie, arbeidsmarkt en onderwijs” worden besproken, plus gelinkte (lobby) onderwerpen waaronder regio identiteit, aantrekkelijk vestigingsklimaat, uitwerking van de intentie van de 10% economie, MKB deal Hilversum, e.a. 

Toelichting / gremium Gezamenlijk ambtelijk en bestuurlijk overleg provincie en regionale portefeuillehouders. Tevens ‘voorportaal’ voor regionale afstemming i.k.v. MRA platform Economie.

Samenhang brengen in de  aanpakken van de regio en van de provincie/MRA  zodat er synergie ontstaat en de beschikbare instrumenten effectief

Nieuw bestuurlijk platform economie, werkgelegenheid en onderwijs Opzetten ambtelijk afstemmingsoverleg economie, werkgelegenheid en onderwijs regio/PNH

11

Mediapark transformatie

Lobbyagenda Thema Hoger Onderwijs

worden ingezet. Kijk o.a. naar de acht aandachtsgebieden van de regio: wat pakken we samen op? Kijk naar het 100 mio fonds, creëren van banen: wat kan dit brengen voor opleidingsmogelijkheden in G&V? Ontwikkelen integraal transformatie plan, met aandacht voor werken, wonen, bereikbaarheid en identiteit

Actie  Inzet is het naar Hilversum halen van hoger onderwijs, met focus op media in brede context. Hier ligt een link met transformatie Mediapark en plan voor een campus.

 

Nieuw bestuurlijk platform economie, werkgelegenheid en onderwijs Ambtelijk afstemmingsoverleg economie, werkgelegenheid en onderwijs regio/PNH

Gremium  Min BZK, OCW  MRA

12

Hoofdstuk 2 Netwerkontwikkeling voor een bereikbaar Gooi en Vechtstreek

13

Bereikbaarheid is een belangrijk speerpunt voor de regio Gooi en Vechtstreek. Het gaat over bereikbaarheid binnen de regio en de verbinding met de omliggende gebieden als Amsterdam, Amersfoort, Utrecht en Almere. Bereikbaarheid is bepalend voor het leef- en vestigingsklimaat in Gooi en Vechtstreek en heeft een sterke relatie met de ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. Zoals de locatiekeuzes voor woningbouw en economische ontwikkeling. Huidige samenwerking De provincie, de Regio en de gemeenten werken veel samen op het thema bereikbaarheid. Veel van de afstemming loopt via het Provinciaal Verkeer en Vervoersberaad (PVVB) en de stuurgroep Gooicorridor. De gedeputeerde Mobiliteit vertegenwoordigt de regio in het MRA {platform Mobiliteit. Waarom nu versnellen? Een eerste reden waarom nu verdere samenwerking op dit onderwerp nodig is, is dat met gezamenlijke inzet de opgaven eerder of beter uitgevoerd kunnen worden. Een voorbeeld is de start van de nieuwe busconcessie met kansen voor het optimaal inrichten van de OV hubs. Er is cofinanciering van de provincie en onderling kan kennis gedeeld worden over optimale inrichting en uitvoering. De regio kan deze hulp goed gebruiken. Voor een succesvolle uitwerking van enkele opgaven is ook commitment van andere partijen nodig. De provincie en de gemeenten kunnen samen de benodigde partijen (eerder) aan tafel krijgen.

Zo biedt deze agenda een lijst met gezamenlijke speerpunten, in te brengen in het bestuurlijk overleg met cruciale partijen zoals Rijk (w.o. RWS), MRA, NS en ProRail. Een tweede reden waarom we nu in zetten op verdere samenwerking op dit onderwerp, is het momentum. Er lopen namelijk veel (boven)regionale trajecten met besluitvorming in de komende twee tot drie jaar, waar opgaven in opgenomen kunnen worden die doorwerking kunnen hebben op de totale bereikbaarheid van de regio Gooi en Vechtstreek. Zoals het Landelijk OV Toekomstbeeld (LOVT), uitwerking gemaakte afspraken binnen OV SAAL, Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB), Verstedelijkingsstrategie MRA en ontwikkelagenda NS. Binnen veel van deze trajecten worden de komende periode besluiten voor de periode 2030-2050 gemaakt, met de bijbehorende investeringsgelden. Samenwerking op de lobby is daarvoor een instrument. De vier onderwerpen waarop de samenwerking wordt geïntensiveerd: Ontwikkelingen Gooicorridor De Gooicorridor is een levensader door de regio. Naast zorg voor behoud van werkgelegenheid in de regio is het urgent om de forenzen (en andere reizigers) waar mogelijk via de trein te vervoeren om zo ook de A1 te ontlasten. Veel huidige ontwikkelingen (wonen, werken, voorzieningen) in de regio vinden ook plaats rondom de Gooicorridor.

Behoud en versterking van de dienstregeling en goede verbindingen zijn daarom van cruciaal belang. Zowel in de huidig situatie als ook voor de toekomst. Aanleg van HOV in ‘t Gooi en verdere uitwerking van het fietsnetwerk dragen bij aan verdere toevoer van reizigers naar de trein. Bovenregionale ontwikkelingen zoals het Regionaal/Landelijk OV Toekomstbeeld, netwerkstrategie binnen SBAB en besluitvorming rondom MIRT onderzoek Bay Area zullen, naast het al genomen besluit OV SAAL, direct effect hebben op de toekomstige dienstregeling op deze OV levensader van de regio.

14

OV-knooppuntontwikkeling van de stationsomgevingen en HOV-hubs Voor een goede ketenreis zijn prettige en goed ingerichte overstappunten van essentieel belang. In relatie tot verdere optimalisatie van het OV netwerk en reizen via de Gooicorridor, HOV en regionaal busnetwerk zijn de OV-knooppunten en HOV-hubs de belangrijke schakels. Ketenreis inclusief fiets en deelsysteem De fiets en het OV zijn een sterk duo. De fiets is het meest gebruikte voor- en natransport van en naar treinstations, HOV-hubs en bus haltes. De provincie wil samen met gemeenten het tekort aan fietsparkeerplaatsen aanpakken door de R-net haltes te vernieuwen en het fietsparkeren daar op orde te maken met o.a. vergroten van de stallingscapaciteiten. Bij de stations langs de Gooilijn zijn er ook te weinig fietsparkeerplaatsen en hebben NS en gemeenten plannen om het aantal plekken fors te vergroten. Ook gaat aandacht uit naar uitbreiding van benodigde fietsparkeerplaatsen bij kleinere knooppunten en haltes in de regio. Verdere inzet op de fiets via een hoogwaardig fietsnetwerk en een verkenning van de introductie van een deelfietsnetwerk, versterken de ketenmobiliteit en verbeteren van de deur-tot-deur reis.

Belangrijke routes die woonkernen, werk- en winkelgebieden, onderwijslocaties, OV-knooppunten en recreatiegebieden met elkaar verbinden, moeten zó verbeterd worden dat fietsen voor meer reizigers aantrekkelijk en veilig wordt. Er is inzichtelijk welke routes prioriteit hebben en waar de grootste knelpunten in het netwerk zitten. De uitvoering vraagt een gezamenlijk organisatie. Voldoende aandacht voor de auto Naast extra inzet op OV en fiets blijft aandacht voor de auto van belang en krijgt daarom wel een (bescheiden) plek in deze agenda. De auto wordt door de inwoners het meest gebruikt van alle modaliteiten voor verplaatsingen naar bestemmingen buiten de regio en heeft een groot aandeel in de verplaatsingen binnen de regio. Aandacht voor A1 en A27 en de N-wegen blijft cruciaal voor de bereikbaarheid van onze regio. Ook regionale knelpunten vragen aandacht. Naast deze vier onderwerpen blijven we verder samenwerken op de onderwerpen als duurzaamheid en verkeersveiligheid. Deze onderwerpen worden niet extra uitgelicht in deze agenda, maar hebben wel sterke raakvlakken met de benoemde speerpunten in dit hoofdstuk. Zo moet een knooppunt bijvoorbeeld verkeersveilig worden ingericht. Voor de inzet op de hierboven beschreven vier onderwerpen volgen een lobbyagenda en actieagenda, die zijn uitgewerkt per onderwerp.

Overzicht van de inzet op knooppuntontwikkeling en ketenreis Actieagenda: Thema Verbetering van de dienstregeling Gooicorridor.

Uitwerken OV/HOV knooppunt-

Actie  Uitvoeren van een bredere verkenning aanvullend op de studie van Movares (aug 2020) en het zoeken naar benodigde financiering voor de uitvoering hiervan. Relatie met regio Amersfoort/Utrecht studie en verdere regionale netwerk wordt gelegd in dit onderzoek. Dit is opgepakt binnen de stuurgroep Gooicorridor.

Toelichting

Betreffende HOV hubs Muiden P+R en Crailo/Ter Gooi hebben

Per knooppunt handelingsperspectieven (verder) uitwerken en in uitwerking stappen verder brengen: o Hilversum: stationsgebied huidige plannen een

15

ontwikkeling

Realiseren fietsnetwerk

Inzet wegknelpunten

 

Lobby agenda Thema Ontwikkelingen Gooicorridor (dienstregeling)

stap verder brengen: (toewerken naar) realisatie voor de ondergrondse fietsenstalling en aanpassingen / ontwikkeling stationsplein en busstation. o Bussum Zuid: concept buitenpoort Bussum Zuid korte termijn (KT) en middellange termijn (MLT) uitwerken i.s.m. benodigde partijen zoals NS. Voor de korte termijnontwikkeling het ontwikkelingsplan, financieringsplan en uitvoering uitwerken. o Inrichtingsplan en financiering HOV-hubs Crailo/ter Gooi en Muiden uitwerken. Inzet op uitbreiding fietsenstallingen en verbetering van wachtvoorzieningen en overstapvoorzieningen op de OV-knooppunten. Daarbij ook fietsparkeren bij Rnet haltes op orde brengen. Lokale haltes en HOV haltes op orde brengen vooraf aan start nieuwe busconcessie medio 2021. Hoogwaardig fietsnetwerk vaststellen en plan van aanpak opstellen deelfietsnetwerk.

Voortgang op de prioritaire routes boeken en de volgende kansrijke onderdelen gereed voor uitvoering brengen: o Fietspad langs de N525, mies bouwmanboulevard o Verschillend Quick wins oppakken uit het rapport van RHDHV o Huizen: paden rond de HOV-as o Route vanuit Nieuw-Loosdrecht richting station Hilversum o Route vanuit Kortenhoef richting station Hilversum o Passage door Muiden o Onderhoudspad van Prorail bij Muiderberg voor fietsers beschikbaar stellen Plan van aanpak gereed voor uitrol deelfietsnetwerk gekoppeld aan OV-knooppunten langs de Gooicorridor en (H)OV haltes in de regio. Ontwikkelen Netwerkvisie voor G&V. Met aandacht voor auto, OV en fiets. Wegknelpunten meenemen voor provinciale en lokale wegen. A27: Besluitvorming over de verbreding van de A27 en daarbinnen besluitvorming over uitvoeren quickwins bij afslag Eemnes.

expliciet de aandacht.

Eerste delen van routes realiseren en gezamenlijke commitment op financiering. Uitdaging is het committeren van verschillende partijen aan de uitvoering (verschillende wegbeheerders) inclusief financiering. Voor de uitrol van het deelfietsnetwerk wordt benodigde afstemming gezocht o.a. Transdev en gerelateerde trajecten als TOP en de buitenpoortontwikkelin g Bussum Zuid. A27: het Rijk heeft tijdens het BO MIRT 2020 besloten hieraan bij te dragen.

Acties Lobby voor verbeteringen van de dienstregeling op de Gooicorridor:  Korte termijn inzet verbetering avondfrequentie  Langere termijn inruil goederenspoor voor een IC op maat

Gremium NS, ProRail, MRA, Rijk o.a. via Stuurgroep Gooicorridor en

16

 

OV-Knooppunt ontwikkeling van de stationsomgevingen en HOV-hubs

 

Ketenreis  inclusief fiets en deelsysteem Voldoende aandacht voor de regio binnen het landelijk wegennet en aandacht OV over deze wegen

tussen Amersfoort/Hilversum en Amsterdam Centraal en verder onderzoek hiernaar naar voren halen. Verder onderzoek en lobby voor benodigde inframaatregelen op de Gooilijn voor versnellen en verbetering van frequenties. Bij de uitkomsten Bay Area verkennen wat deze betekenen voor frequenties op de Gooicorridor. Mits keuze IJmeerverbinding, dan lobby voor een ondergrondse verbinding en/of zorg dragen voor goede landschappelijke en ecologische inpassing met behoud van cultuurhistorische waarden. Hilversum Media Park: inzet ontwikkelingen stationsomgeving waaronder benodigde lobby bij partijen (waaronder ministerie OCW) voor realisatie van vestiging hoger onderwijs gericht op media/ICT. Bussum Zuid: ontwikkelingen buitenpoort invulling korte termijn en planvorming buitenpoortontwikkeling middellange termijn (MLT) met betrekken benodigde partijen waaronder NS. Daarbij planvorming voor P+R aanpassing/uitbreiding MLT en het committeren van partijen en financiering voor de knooppuntontwikkeling. Lobby voor realisatie van het omklappen van station Hilversum Sportpark richting Arenapark eerder in de tijd. (O.a. hoger op agenda bij ProRail). Planvorming voor verdere ontwikkeling van de HOV-hubs Crailo/Ter Gooi en Muiden P+R met daarvoor aanhaking van benodigde betrokken partijen waaronder Rijkswaterstaat. Lobby voor betrokkenheid en financiering Rijk bij uitrol hoogwaardig fietsnetwerk.

Lobby voor de commitment bij Rijk/RWS voor erkenning van het belang van het HOV als goedkope, flexibele en vooral hoogwaardige oplossing voor bereikbaarheid en mobiliteit aanvullend op trein. Doelen: verkrijgen plek op de snelweg voor HOV bussen (inzet op benodigde aanpassingen) en ontwikkeling halteplekken gerelateerd aan de A1 en A27. Expliciete inzet voor benodigde betrokkenheid RWS bij de HOV-hubs Muiden P+R en Crailo/Ter Gooi en de verkenning ontwikkeling lijn 321 naar Amsterdam Zuid. Ondanks dat we voor de korte termijn geen maatregelen hoeven te verwachten is het doel om de A1 wel op de lijst van knelpunten bij het Rijk op de agenda en zichtbaar te houden. Verbreden A27. Ook uitkomst MIRT onderzoek Oostkant Amsterdam. Waar nodig lobby voeren bij andere partijen. Zie ook bij de actieagenda.

SBAB irt LOTV.

Rijk (o.a. RWS en OCW), Verstedelijkings strategie, Bereikbare Steden, SBAB, Stuurgroep Gooicorridor, programma OV knooppunten, MRA Buitenpoorten, NS, ProRail

SBAB, MRA, RWS, BO MIRT, Landelijke TB Fiets Rijk, m.n. RWS, MRA, SBAB o.a. netwerkstrategi e en LOTB

17

Hoofdstuk 3 Inzet op de veenweidegebieden in de Vechtstreek

18

Het belang van het landelijk gebied voor Gooi en Vechtstreek Het landschap in Gooi en Vechtstreek vertelt de geschiedenis van het gebied en geeft karakter en identiteit aan onze huidige leefomgeving. De regio is de bakermat van de Nederlandse natuurbescherming en we hebben een historie om hier gezamenlijk verantwoordelijkheid voor te nemen. De diversiteit van landschappen binnen één regio in de Randstad is uniek. Dat willen we behouden en versterken. Bestaande samenwerking De provincie en de gemeenten werken in het landschap al in diverse projecten samen. Deze projecten zijn met name gericht op natuur, cultuurhistorie en recreatie, zoals het gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen en het programma Groene Uitweg. Met daarbinnen onderdelen zoals Verder met de Vesting Muiden en Robuust Naardermeer. En we werken aan de realisatie van de Groene Schakel. Deze programma’s lopen door1. Aanvullend wordt via deze samenwerkingsagenda ingezet op het veenweidegebied met de reden dat hier veel opgaven samen komen, beide partijen speerpunten hebben in dit gebied en er kansen voorbij komen in relatie tot trajecten als de Nationale omgevingsvisie en het Klimaatakkoord. De integrale benadering van de provincie De provincie Noord-Holland wil de vitaliteit van het landelijk gebied versterken.

Om dit te bereiken is niet alleen een goede samenwerking met diverse partijen belangrijk, maar ook afstemming tussen de verschillende provinciale beleidsvelden. Opgaven in het veengebied en de veenweide De PARK van de provincie Noord-Holland beschrijft het treffend2: "In het veenweidelandschap komen de opgaven op het gebied van stikstofbinding, terugdringen CO2 uitstoot, tegengaan bodemdaling, versterken van de biodiversiteit, transitie van de landbouw, waterberging en -waterkwaliteit en recreatie & toerisme samen. Dat biedt bij uitstek de mogelijkheid om te tonen hoe deze opgaven met elkaar verbonden kunnen worden." Onder veenweidegebied wordt doorgaans weide (open grasland voor vee) op veengrond verstaan. In de Vechtstreek zijn er ook veengebieden met bos of water, zoals het Naardermeer (zie afbeelding voor diverse typen veengrond). Deze agenda legt de focus op het veenweidegebied. Relevante ontwikkelingen voor het veenweidegebied De vele opgaven die samenkomen in het veen(weide)gebied maken dat er een brede context is waarbinnen ontwikkelingen zich afspelen. In de bijlage Ontwikkelingen in de veenweidegebieden in de Vechtstreek zijn ze opgenomen.

1

Het doel van deze agenda is om aanvullende acties te benoemen ten opzichte van trajecten die lopen en lopende acties te versterken. We willen elkaar niet voor de voeten lopen, dingen dubbel doen of eerdere afspraken weer openbreken.. 2

Tussentijdse balans van de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK), juli 2020

19

Strategie voor het veen(weide)gebied in de Vechtstreek De in de bijlage 2 beschreven relevante ontwikkelingen voor het veenweidegebied zetten de beleidsopgaven steeds prominenter op de bestuurlijke agenda. Het Rijk, de MRA en de provincie hebben al diverse programma’s die aansluiten op deze opgaven. Zo is het Groene Hart aangewezen aan NOVI-gebied. Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord moeten de provincies naast een actieprogramma klimaat een regionale veenweidestrategie ontwikkelen die met name is gericht op

CO2 reductie en vraagt daarmee een aanpak voor het tegengaan van bodemdaling. Voor de regio G&V zijn dit relevante ontwikkelingen en is het belangrijk om op het schaalniveau van de Vechtstreek tot een integrale, oplossingsgerichte strategie te komen voor de opgaven in het veenweidegebied. De veenweidestrategie kan direct worden ingebracht of overgenomen in bovengenoemde processen en documenten. Daarom ontwikkelen provincie en de gemeenten gezamenlijk een regionale veenweidestrategie voor de semi-diepe en diepe veenweidegebieden in de Haarlemmermeer, Aalsmeer, Amstelland en de Vechtstreek. In de regio G&V zijn met name de gemeenten Wijdemeren, Gooise Meren en Weesp betrokken. Een aanpak kan getrapt verlopen, startend met het verkennen van het draagvlak bij de diverse partijen zoals gemeenten, Waterschap AGV, LTO en de natuurorganisaties om -bij gebleken draagvlak- gezamenlijk een strategie te ontwikkelen. Oplossingen aandragen voor de veehouderij in het veenweide gebied kan niet zonder kennis van landbouwexperts. De natuur en biodiversiteit vergroten vraagt betrokkenheid van de terreinbeheerders en de landbouw. Het watersysteem bestuderen kan niet zonder het meedenken van het waterschap. Immers, het waterschap AGV wil haar doelstellingen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) realiseren, ook in de Vechtstreek.

De op te stellen strategie is hiermee een handreiking aan de partijen om hierin mee te denken. In de regionale veenweidestrategie, die ook inzoomt op deelgebieden, willen de provincie en de gemeenten onderstaande opgaven en trajecten inbrengen:  bodemdaling tegengaan om de waterschapslasten te verlagen en CO2 emissie te reduceren i.k.v. Klimaatakkoord;  vergroten biodiversiteit en versterken van de (bestaande en nieuwe) natuur i.k.v. realisatie NNN en agrarisch natuurbeheer en het stimuleren van regeneratieve landbouw;  toepassen gebiedsgerichte aanpak stikstof i.k.v. Natura 2000 en NNN;  experimenteren met nieuwe vormen van landbouw in het Groene Hart i.k.v. economisch perspectief voor agrarisch ondernemen en aansluitend bij de landelijke kringloopvisie van het ministerie van LNV;  voedsel produceren voor de stad i.k.v. het verkorten van de voedselketen en vergroten van de waardering van het werk van de boer;  oplossingen ontwikkelen voor een klimaatbestendig watersysteem i.k.v. Kaderrichtlijn water, Natura 2000, verminderen problematiek drinkwaterwinning en toekomstbestendige voedselvoorziening;  stimuleren duurzaam beheer van het landschap i.k.v. agrarisch ondernemen, recreatie en natuurbeheer;  stimuleren (water)recreatie i.k.v. regionale economische groei;  Versterken van het waterlinielandschap i.k.v. werelderfgoed Hollandse Waterlinies

20

Het voorstel is om, waar mogelijk, aan te sluiten bij de opgaven die landelijk ook het meest prominent naar voren komen en een relatie hebben met klimaatverandering.

Overzicht van de inzet op de inzet op het veengebied in de Vechtstreek Actieagenda: Thema Klimaatverandering met de thema’s: - Vernatting (watersysteem) - Tegengaan bodemdaling - Aanpassen landbouwsysteem - Vergroten en versterken natuur en biodiversiteit

Landbouw

Actie  Ontwikkelen (deel)regionale veenweidestrategie Vechtstreek met integraal afgestemde opgaven

Onderzoek maatregelen tegen bodemdaling (zoals drainage, vernatten of andere teelten) en/of verduurzaming landbouw. Excursie proefboerderij

Recreatie

Kansenkaart waterrecreatie (als opmaat naar pilots)

Unesco: de Stelling en Nieuwe Hollandse Waterlinie samen

Onderdeel van de Hollandse Waterlinies herstellen

Toelichting Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord dienen de provincies een regionale veenweidestrategie te ontwikkelen die met name is gericht op aanpak van bodemdaling. Daarom ontwikkelen we gezamenlijk een regionale strategie voor de Vechtstreek. We verbinden de verschillende opgaven. De provincie kan de relevante delen overnemen in de regionale veenweidestrategie. We sluiten aan en leren van de aanpak in het Groene Hart. Bij voorkeur wordt samengewerkt met de andere gemeenten in de Diemerscheg en het Waterschap en gaan we in overleg met de gebiedspartijen. Diverse vraagstukken in het veenweide gebied hebben impact op het agrarisch grondgebruik. Daarnaast wil de landbouwsector zich ook ontwikkelen, bijvoorbeeld richting kringlooplandbouw. Bij andere vormen van landbouw hoort ook uitzoeken wat werkt. Daarom starten we een onderzoek. Het doel is

een toekomstgerichte landbouw te behouden in het gebied, maar wel met minder bodemdaling en emissies. Gekeken wordt naar herijking van de ontwikkeling van de waterrecreatie en het benoemen van nieuwe kansen. Dat brengen we in beeld en geven we uitvoering aan. Ook betrekken we bestaande trajecten als gemaakte afspraken uit het gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen. De Stelling van Amsterdam en Nieuwe Hollandse Waterlinies gaan, na hopelijk een positief besluit van Unesco, verder als het werelderfgoed Hollandse Waterlinie. Dit geeft extra reden om verder te gaan met het herstellen van de onderdelen van deze linies.

21

Lobbyagenda Thema Klimaatverandering, waterkwaliteit

Actie  Ondersteunen en deelnemen aan Rijk-regio onderzoek naar de toekomst van het watersysteem van de regio

Gremium  Verstedelijkingsstrategie MRA,  MRA klimaatadaptatie  Deltaprogramma

Bodemdaling, landbouw

Bepleiten van aanpak bodemdaling en ondersteunen landbouwtransitie binnen het Groene Hart en de MRA

 

Stuurgroep Groene Hart Bestuurstafel Groene Hart o.l.v. burgemeester van Ouder-Amstel

Recreatie

Een adequaat wettelijk en financieel kader voor recreatie en beheer van recreatieve voorzieningen bepleiten bij het Rijk

 

Verstedelijkingsstrategie MRA Programma Metropolitaan Landschap

22

Hoofdstuk 4 Een gezonde leefomgeving in de Gooi en Vechtstreek

23

Voor een goede leefkwaliteit in de regio Gooi en Vechtstreek is een gezonde leefomgeving van evident belang. Een gezonde leefomgeving heeft steeds meer beleidsmatige aandacht bij de gemeenten en de provincie. Binnen de provincie is inmiddels een programma “Gezonde Leefomgeving” opgezet, met focus op de fysieke omgeving. De provincie wil gezondheidswinst boeken, waarbij luchtkwaliteit leidend is. Gemeenten zijn het nog niet standaard gewend om gezondheid te koppelen aan plannen in de fysieke omgeving. Samenwerken betekent bij dit thema samen ontdekken hoe overheden beleidsmatig meer grip krijgen op wat een gezonde leefomgeving is en welke aspecten een rol spelen bij het ontwerpen, inrichten en beheren van de leefomgeving. Volksgezondheid Ook het rijk en de GGD-en vragen meer aandacht voor het belang van de volksgezondheid bij plannen in het fysiek domein en stellen hiervoor doelen op. De bijdrage van een ongezonde omgeving draagt bij aan de ziektelast (RIVM, 2014 & 2016). Berekend is dat ziektelast tot wel 11% milieu gerelateerd is. Dit is aanzienlijk vergeleken met roken (13,1%), ongezonde arbeidsomstandigheden (5,7%) en overgewicht (5,2%). De GGD Gooi en Vechtstreek werkt al enige jaren actief aan een gezonde leefomgeving met het agenderen van gezondheid in ruimtelijke plannen bij gemeenten en ketenpartners.

Daarbij geeft zij gezondheidsadviezen bij omgevingsvisies en omgevingsplannen. Het is voor de gemeenten nog geen vanzelfsprekendheid om gezondheid te zien als integraal thema voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Wel vinden bij enkele gemeenten lokaal enkele initiatieven plaats. Juist kennisdelen en gezamenlijk projecten opzetten, dragen bij aan de bewustwording bij burgers, ondernemers, ambtenaren en bestuur. Het onderwerp krijgt de laatste tijd steeds meer aandacht. Daarnaast deed de Regio in de afgelopen periode samen met de gemeenten een ambtelijke verkenning, waaruit naar voren is gekomen dat er draagvlak en urgentie is voor verdere verkenning op het onderwerp gezonde leefomgeving. Focus op luchtkwaliteit en klimaatadaptatie en hittestress Uit deze eerste verkenning zijn luchtkwaliteit en klimaatadaptatie en hittestress als belangrijke thema’s naar voren gekomen. Dit zijn ook de thema’s die binnen de provincie Noord-Holland op de agenda staan. Gezamenlijk kunnen we dit een stap verder brengen waarbij het van belang is om eerst een goed beeld te krijgen op welke plekken binnen de regio deze thema’s een knelpunt zijn en extra aandacht voor actie behoeven. Een eerste stap die we kunnen zetten is dan ook het verzamelen van data (monitoring) en delen van informatie. Het voornemen is daarbij juist gemeenschappen (wijken, inwoners, scholen) te betrekken.

Op basis van de samenwerkingsagenda kunnen concrete acties worden uitgevoerd en de resultaten helpen bij het ontwikkelen van beleid voor het onderwerp gezonde leefomgeving. De resultaten van de acties kunnen tevens een plek krijgen in de gemeentelijke omgevingsvisies die de komende periode worden vormgegeven. Aanvullend pleit de provincie er voor om binnen de op te stellen woonakkoorden een paragraaf over gezonde leefomgeving op te nemen. Luchtkwaliteit Voor de luchtkwaliteit is het nodig om te meten, bijvoorbeeld door het RIVM . Aanvullend kent de provincie het initiatief Hollandse luchten. Op initiatief van de provincie wordt, via de diverse pilots, burgermetingen en evenementen, de luchtkwaliteit van Noord-Holland in kaart gebracht. Gemeten

24

worden fijnstof en NO2. Met de inschakeling van bewoners en scholen wordt tevens ervaring opgedaan met burgerwetenschap (citizen science). De provincie verkent in de eerste helft van 2021 hoe een doorstart van Hollandse Luchten er uit kan zien en neemt hierin de wensen van de regio Gooi en Vechtstreek mee. Door meer data te verzamelen binnen de regio met bijvoorbeeld burgers versterken we de dialoog en de participatie over de gezonde leefomgeving. Waar mogelijk kunnen we samen op zoek gaan naar concrete oplossingen op de meest urgente plekken. Klimaatadaptatie en hittestress In de samenwerkingsagenda wordt ook ingezet op klimaatadaptatie en hittestress. Voor klimaatadaptatie lopen al trajecten via het Deltaprogramma, zoals de risicodialogen. We blijven inzetten op het indienen van projecten bij subsidieregelingen die door het Rijk zijn opgesteld voor het Deltaprogramma. Dit doen de gemeenten in afstemming met de provincie en /of het waterschap. We willen in deze samenwerkingsagenda vooral het accent leggen op wat we extra kunnen bereiken naast wat al loopt. Het is onvoldoende bekend waar de knelpunten zich voordoen voor klimaat en hittestress in de Gooi en Vechtstreek. En vervolgens hoe hier het beste op ingezet kan worden om ze te verbeteren.

Verzamelde data en informatie uit de eerder genoemde risicodialogen zijn het startpunt om in 2021 verdere verdiepingsslagen te maken, waarna vervolgens concrete (pilot) projecten gevormd worden medio 2022 voor de meest urgente gebieden in de regio. Voor hittestress is nog minder in kaart gebracht dan voor wateroverlast en hier zet het Deltaprogramma ook minder sterk op in. Bij hittestress speelt de relatie met gezondheid. Daarbij spelen de thema’s natuurinclusiviteit en het versterken van de biodiversiteit ook een rol. Daarom wil de provincie, complementair aan wat er al loopt, meer aandacht in de gemeenten voor het onderwerp hittestress in de bebouwde omgeving. Vanuit het programma OV – knooppunten van de provincie is dit ook een van de speerpunten binnen het programma. Voor het OV knooppunt Huizen hebben provincie en regio in het kader van het Woonakkoord afgesproken aspecten als klimaatadaptatie, circulair, duurzaam en gezonde leefomgeving te concretiseren. Gezonde leefomgeving in breder perspectief Naast luchtkwaliteit en klimaatadaptatie en hittestress zijn er andere onderwerpen waar gekeken wordt door de provincie en de gemeenten of en zo ja hoe hier stappen in te zetten zijn ter verbetering van de gezonde leefomgeving. Deels wordt dit in MRA verband verder bekeken.

Deze verkennende initiatieven zijn echter nog niet concreet genoeg om nu al op te nemen in deze agenda, maar zijn wel ambtelijk in beeld. Hierbij gaat het zoal om de volgende onderwerpen:  De aanwezigheid van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in afvalproducten en

materialen afkomstig van huishoudens (in plastics en textiel bijvoorbeeld), waarvan voorkomen moet worden dat deze tijdens gebruik of bij hergebruik negatieve impact hebben op milieu of gezondheid. Denk aan PFAS, microplastics.   

Geluidsoverlast i.r.t. stress. Grondbeleid, overheveling van PNH naar gemeenten, wat betekent dit, milieutechnisch? Groen in de stad i.r.t. rust en gezondheid. Dit onderwerp wordt wel meegenomen in de uitwerking van acties voor tegengaan hittestress waar groen in de stad ook tegen helpt.

25

 

Lokale aanpak gezondheidsschade door biomassa (pelletkachels en -installaties < 0,5 MW) en houtstook, via houtstookmaatregelen (ecodesign) en houtstookvrije wijken. Mobiliteit: Focus op elektrificatie, werkgeversaanpak en efficiënte logistiek. Mogelijk liggen hier ook relaties met het met Regionaal MobiliteitsProgramma RMP wat wordt uitgewerkt onder het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid MRA waar provincie en de regio Gooi en Vechtstreek beide aan meewerken. Hittestress binnenshuis: verkennen meetprogramma in afstemming met woningbouwcorporaties.

Overzicht van de inzet op de gezonde leefomgeving Actieagenda Thema Luchtkwaliteit

Klimaatadaptatie en hittestress

Actie  Meten van de luchtkwaliteit over de hele regio Gooi en Vechtstreek  Stimuleren van het betrekken van bewoners, scholen e.a.  Analyse op basis van de hieruit naar voren komende data  Opstellen van acties ter verbetering van de luchtkwaliteit

Toelichting Verkenning voortzetting programma Hollandse Luchten

Met het doel in 2022 te komen tot (pilot)project(en). Betrekken van het waterschap en andere benodigde partijen in dit traject. Uitkomsten worden ook meegenomen richtingen de Omgevingsvisies, woonakkoorden en OV knooppuntenbeleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=df73cb10-2a96-4c8f-bcd1-8273f13457af