CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebrief inzake Raadsinformatiebrief regio uitkomsten BO MIRT november 2020

GEMEENTERAAD 27 januari 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 054.726 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 7

G EMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES:

Aan de gemeenteraad Cc College van B&W Cc Pers

RAADHUIS DUDOKPARK 1 TELE FOONNUMMER: 14 0 35 WWW.HILVERSUM.NL

9 december 2020 726607 BEHANDELD DOOR B. van der Helm TELEFOON (035) 629 2487 DATUM

ZAAKNUMMER

UW KENMERK BIJLAGEN BETREFT

3 Raadsinformatiebrief uitkomsten BO MIRT november 2020

Geachte dames en heren,

Hierbij sturen wij u een raadsinformatiebrief van de regio door over uitkomsten Bestuurlijk Overleg MIRT november 2020. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

D. Emmer

P.I. Broertjes

Datum

03-12-2020

Gemeenteraden

Kenmerk

20.0007456

Inlichtingen

R. Kuijper

Blaricum, Gooise Meren, Hilversum,

Telefoon

(035) 6926444

Onderwerp

Uitkomsten BO MIRT

Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren

Geachte raadsleden, Op 25 november vond het jaarlijks Bestuurlijk Overleg MIRT plaats. MIRT is de afkorting voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Het Rijk neemt in dit overleg besluitvorming over de Rijksinvesteringen voor wegen, spoor en waterwegen. Vanuit het Rijk nemen de ministeries van Infrastructuur & Waterstaat en Binnenlandse Zaken deel aan dit overleg. In de bijlagen bij deze raadsinformatiebrief vindt u de brief die de minister aan de Tweede Kamer heeft gestuurd over de gemaakte afspraken en de bespreekpunten uit het BO MIRT en specifiek de afspraken die gelden voor landsdeel Noord-West Nederland. Ook de regio Gooi en Vechtstreek behoort tot dit landsdeel, bestaande uit Noord-Holland, Flevoland en Utrecht. Door middel van deze informatiebrief lichten wij de voor de regio Gooi en Vechtstreek meest relevante onderdelen nader toe. Onze regio is in het BO MIRT overleg vertegenwoordigd via de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en de provincie Noord-Holland. Over de uitkomsten van het BO MIRT wordt u rond 15 december ook via de MRA geïnformeerd middels een informatiemail aan alle raden en staten binnen de MRA. Deze informatie zal echter minder specifiek ingaan op de specifiek voor onze regio relevante zaken. Tevens meenden wij dat het goed was niet te wachten tot 15 december en u zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van relevante ontwikkelingen.

Voorbereiding vanuit regio GV op inbreng in het BO MIRT Om tot afspraken tussen Rijk en MRA te komen lopen er verschillende programma’s en trajecten. Vanuit de Regio Gooi en Vechtstreek draaien wij mee in de voor onze gemeente en regio belangrijkste programma’s. De Verstedelijkingsstrategie MRA en het Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid zijn hierin de grootste programma’s. Voor bepaalde onderwerpen worden ook specifieke gemeenten direct betrokken door de Regio. Bijvoorbeeld het traject MIRT Bay Area is extra relevant voor Gooise Meren en Weesp. In regionaal verband wordt de inzet en waar nodig eventuele lobby afgestemd. Waar nodig en mogelijk zijn hierover ook afspraken met de Provincie Noord-Holland en/of andere belangrijke

Deze tekst in deze brief is met zorg samengesteld. Soms staan in de brief links naar externe websites. Regio Gooi en Vechtstreek is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor de inhoud van deze websites. Lees ook onze privacyverklaring. Regio Gooi en Vechtstreek | Postbus 251, 1400 AG Bussum Burgemeester de Bordesstraat 80, 1404 GZ Bussum | T: (035) 692 64 44 | info@regiogv.nl KvK 32170415 | IBAN NL40 BNGH 0285 0321 94 | BIC BNGHNL2G | BTW NL 0019.37.194.B01

partijen gemaakt. De regionale inbreng is gebaseerd op gemaakte regionale afspraken met de gemeenteraden waarvan de belangrijkste de Regionale Samenwerkingsagenda (RSA) 2019-2022 en de uitkomsten uit het MIRT onderzoek Oostkant Amsterdam zijn. In de voorbereidingen op het BO MIRT wordt de inbreng vanuit Gooi en Vechtstreek op bestuurlijk niveau ingebracht door wethouder Alexander Luijten in het MRA-platform Ruimte, indirect door de Provincie Noord-Holland in het platform Mobiliteit en door wethouder Gerard Kuipers (op enkele onderdelen) in het platform Economie. Hun inbreng wordt vooraf in het regionaal portefeuillehoudersoverelg van Regio Gooi en Vechtstreek tussen de wethouders van de 7 gemeenten afgestemd. Waar nodig vindt vooraf nog nadere informele afstemming met provincie en MRA plaats. Uitkomsten BO MIRT relevant voor de Gooi en Vechtstreek Hier volgen de belangrijkste uitkomsten uit het BO MIRT voor de regio Gooi en Vechtstreek, waarbij u tevens geïnformeerd wordt hoe we hierbij betrokken zijn. Het betreft afspraken over: 

Onderdelen binnen het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid MRA: 

Verbreding A27 Eemnes – Huizen – Almere Haven

Fiets

Netwerkstrategie

Bereikbare Steden

MIRT Bay Area

Regionaal Mobiliteitsprogramma

OV SAAL

Verstedelijkingsstrategie MRA

 Afspraken binnen Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) MRA Rijk en MRA werken in een gezamenlijk programma aan de bereikbaarheidsopgaven binnen het grondgebied van de metropoolregio Amsterdam. Dit programma – genaamd Samen Bouwen aan Bereikbaarheid MRA - bestaat uit enkele deelprojecten. Vanuit de Regio Gooi en Vechtstreek leveren wij inbreng in ambtelijke werkgroepen en op bestuurlijk niveau (getrapt via de Provincie Noord-Holland) in de stuurgroep Samen Bouwen aan Bereikbaarheid en het platform Mobiliteit van de MRA. Besluitvorming door het Rijk over onderdelen binnen dit programma vindt plaats in het BO MIRT. 

Verbreding A27 Eemnes – Huizen – Almere Haven

De A27 tussen knooppunt Eemnes en Almere Haven is benoemd als knelpunt in de Nationale Markten Capaciteitsanalyse (NMCA)1. In 2019 is een studie uitgevoerd naar quick-wins (termijn 2025) voor de A27. Hieruit is voren gekomen dat een aanpassing van de aansluiting Eemnes een positief effect heeft op de doorstroming. Een aanpassing voorkomt het terugslaan van verkeer naar de afrit op de A27. Eind 2019 is besloten in het BO MIRT om het perspectief op 2030 verder onderzoek te doen naar de effecten van een (gedeeltelijke) verbreding van de A27. Bureau 4Cast heeft hierop verschillende varianten doorgerekend. Op basis van deze doorrekening kan worden geconcludeerd dat het verbreden van de A27 tussen knooppunt Eemnes en de aansluiting Almere-Haven in beide richtingen 1

De Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) brengt potentiële ontwikkelingen op de lange termijn in beeld voor wegen,

vaarwegen, spoorwegen en het regionaal openbaar vervoer. Pagina 2

met 1 rijstrook de grootste bijdrage aan de bereikbaarheid en doorstroming levert. Een verbreding van de A27 zal ook het openbaar vervoer in de regio en de ontsluiting van de provincie Flevoland ten goede komen. Momenteel maken verschillen HOV en streeklijnen gebruik van de A27. Tijdens het BO MIRT van november is afgesproken dat als eerste stap om de doorstroming op de A27 te verbeteren gewerkt wordt aan de realisering van de Quick Win A27, aansluiting Eemnes. Een reconstructie van het kruispunt onder aan de afrit Eemnes, draagt bij aan een betere doorstroming van het verkeer op de A27. De kosten hiervan zijn geraamd op € 2,4 – 3 miljoen (incl. BTW). De rijksbijdrage bedraagt maximaal € 1,5 miljoen (incl. BTW). De realisatie is voorzien in 2022. Als tweede stap is in het BO MIRT afgesproken het uitvoeren van een MIRT-verkenning naar de verbreding A27 Almere Haven-knooppunt Eemnes. Dit als oplossing voor het NMCA-knelpunt op dit tracé en het leveren van een bijdrage aan een betere betrouwbaarheid van HOV-verbindingen in deze regio. Deze MIRT-verkenning zal integraal binnen het programma SBAB worden ingebed. De effecten van verbreding op landschap, geluidsproductie en uitstoot van stikstof en fijnstof worden hierin onderzocht. Hierover zullen Rijk en regionale partijen gezamenlijke afspraken maken in de startbeslissing. De kosten zijn geraamd op € 29 mln (incl. BTW).

De regiobijdrage bedraagt 25% (excl BTW). De regio zijn hier de betrokken provincies en gemeenten. De provincies Flevoland en NoordHolland en de regio gemeenten in Gooi en Vechtstreek hebben de intentie uitgesproken de verbreding van de A27 te ondersteunen. Dit betekent dat de bestuurders hebben toegezegd zich maximaal te zullen inspannen om bij de respectievelijke gemeenteraden akkoord te krijgen voor de benodigde bijdrage. In beginsel is de gezamenlijke bijdrage voor de regio gemeenten gezamenlijk ca. €500.000,- (excl. BTW). 

Fiets

De komende periode wordt verder gewerkt aan een toekomstbeeld fiets. Voor het gebied van de MRA zal dit binnen het programma SBaB verder worden uitgewerkt binnen het onderdeel van de netwerkstrategie met besluitvorming in het BO MIRT van 2021. Vanuit de Regio Gooi en Vechtstreek zijn we aangehaakt bij de vorming van de netwerkstrategie. Vanuit de Regio Gooi en Vechtstreek is ism de Provincie en de gemeenten een regionaal hoogwaardig fietsnetwerk uitgewerkt, die op het MRA netwerk aansluit. Een ander aandachtspunt vormt de benodigde uitbreiding van fietsenstallingen bij OV knooppunten. Inzet hierop vanuit onze regio werpt momenteel al de eerste vruchten af. Gemaakte afspraken in het BO MIRT van 25 november zijn: -

Rijk en MRA investeren samen in de bouw van enkele fietsenstallingen, waaronder op station Naarden-Bussum

-

Rijk en MRA dragen extra bij aan onderzoekskosten voor de ontwikkeling van de stalling bij station Hilversum

Netwerkstrategie

Rijk en MRA werken gezamenlijk een netwerkstrategie uit, met als doel de samenhang tussen de vervoersmiddelen, verschillende gebiedsonderzoeken en het verder uitwerken van de transitie naar een veilig, slim en duurzaam mobiliteitssysteem, een en ander passend bij de verstedelijkingsafspraken die gemaakt worden binnen het programma Verstedelijkingsstrategie. Afgelopen periode is hier een eerste aanzet toe gedaan, met ook betrokkenheid vanuit de Regio Pagina 3

namens deelregio Gooi en Vechtstreek. Tijdens het BO MIRT is de afspraak gemaakt om het komende jaar de huidige verkenning verdiepend voort te zetten met concretisering van: o

Het bovenregionale wegennet. Waarbij ook relevant voor onze regio het meenemen van doorwerking van varianten op het onderliggend wegennet is. Een voorbeeld is doorwerking van keuzes over snelheidsverlaging op de A10 met grotere inzet op de ring A9 en wat dit voor effect heeft op N-wegen in onze regio;

o

Fiets (zie paragraaf fiets: inzet o.a. op het fietsnetwerk en fiets parkeren);

o

Mobiliteitstransitie (inclusief gedrag). Hier wordt o.a. gekeken naar effecten als gevolg van Corona zoals meer thuis werken, of sturen op aanvangstijden van hogescholen en universiteiten;

o

Strategie op het uitbreiden en/of toevoegen van P+R locaties en Hubs (zijnde overstappunten op verschillende vervoersmiddelen).

In de huidige uitwerking van de netwerkstrategie komt naar voren dat in verschillende varianten negatieve effecten aanwezig blijven op de Gooicorridor (treinverbinding). Wij zullen er de komende periode alert op zijn dat de Gooicorridor in de verdere uitwerking de komende periode voldoende aandacht krijgt. Daarnaast treden wij hier versterkt in op in het samenwerkingsverband Gooicorridor, een stuurgroep die we hebben gevormd buiten de MRA om met de voor de Gooicorridor belanghebbende partijen als Regio Gooi en Vechtstreek, Amersfoort en Utrecht, NS en ProRail, Provincie Noord-Holland en Utrecht en gemeenten (Weesp, Gooise Meren en Hilversum) langs deze corridor. Voor verdere informatie wordt ook verwezen naar het kopje OV SAAL. 

Bereikbare Steden

In het deelproject Bereikbare Steden werken Rijk en MRA samen om condities te creëren voor het kunnen versnellen van bestaande woningbouwplannen en toevoegen van werkgelegenheid in de ‘stadsharten’ (lees: rondom OV knooppunten) van de middelgrote steden tot 2030, namelijk Almere, Haarlem, Hoofddorp, Hilversum, Lelystad, Purmerend en Zaanstad. Daarbij gaat het vooral over condities voor bereikbaarheid. De bereikbaarheidsopgaven en mogelijke oplossingen worden volgend jaar verder uitgewerkt en krijgen een plek in toekomstige Uitvoeringsagenda’s SBaB (Samen Bouwen aan Bereikbaarheid). Binnen dit traject werken Regio Gooi en Vechtstreek en Hilversum nauw samen. Input wordt geleverd op basis van gemaakte afspraken met de raad van Hilversum en de Regionale Samenwerkingsagenda. Mobiliteitsopgaven die de regio in bredere zin raken, worden met de regiogemeenten afgestemd, zoals over de Gooicorridor en het regionaal snelfietspadennetwerk. In het BO Leefomgeving van juni jl. is al met het Rijk afgesproken dat getracht wordt om de circa 10% te sturen werkgelegenheid binnen de MRA te spreiden over deze stadsharten, waaronder dus Hilversum. Ook deze afspraak is herbevestigd. 

MIRT Bay Area

In het BO MIRT zijn de eerste resultaten van het MIRT onderzoek Amsterdam Bay Area besproken. De kern van dit onderzoek betreft de verstedelijking in met name Almere, bereikbaarheid en natuur en landschap in en rond het IJmeer/Markermeer. Er is geconstateerd dat er integraal gewerkt moet worden aan verstedelijking, bereikbaarheid, natuur en ecologie in dit gebied. Daarbij vormt een IJmeerverbinding als lightrail een kansrijke oplossing bij een fors programma van woningen en arbeidsplaatsen in Almere en het nieuw te ontwikkelen Almere Pampus. Een IJmeerverbinding draagt bij aan het verlichten van toekomstige knelpunten op de A6 en A1. Er is nog niet gesproken over Pagina 4

uitvoeringsvarianten van zo'n IJmeerverbinding. De komende maanden wordt het onderzoek voortgezet om in het BO MIRT van najaar 2021 te komen tot een integrale en robuuste afweging en een ontwikkelstrategie. Hierbij wordt afstemming gezocht met de Verstedelijkingsstrategie en de bredere mobiliteitsprogramma's. De inzet van de Regio GV is gericht op het goed betrekken van de effecten op onze regio, bijvoorbeeld op het mobiliteitssysteem en het landschap. Hoewel nog niet aan de orde dragen wij reeds in dit stadium bij iedere gelegenheid met klem uit dat een eventuele IJmeerverbinding in het IJmeer een tunnel dient te zijn. 

Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP)

Het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) Noord-Holland en Flevoland is een onderdeel van het Klimaatakkoord en wordt via het programma SBaB uitgewerkt. Een aanpak en werkprogramma is door de provincies vastgesteld op basis van bestaande maatregelen. Vanaf 2021 zullen nieuwe maatregelen uit het RMP, die Rijk en regio betreffen, landen in de Uitvoeringsagenda SBaB. Gemeenten wordt gevraagd een lokaal maatregelenpakket voor duurzame mobiliteit vast te stellen. Op 2 februari zal voor u een webinar hierover worden georganiseerd door de provincie en regio. Naast bovengenoemde trajecten binnen het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid volgen we ook andere onderdelen op afstand, waarbij mogelijk wel doorwerking kan gaan plaatsvinden voor onze regio. Een voorbeeld is het MIRT ZWASH (Zuid-West Amsterdam Schiphol Hoofddorp) met mogelijke doorwerking op de lijnvoering op het spoor, het wegennet en spreiding en opvang van extra werkgelegenheid (en mogelijk meer expats die woonruimte zoeken in de MRA) op de langere termijn.

 Afspraken over OV SAAL In september bent u middels een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de besluitvorming rondom het dienstregelingsmodel voor OV SAAL (Schiphol – Amsterdam – Almere – Lelystad) per 2030. Dit heeft directe gevolgen voor de dienstregeling op de Gooicorridor. Besluitvorming hierover op 28 september jl. is in het BO MIRT herbevestigd. Belangrijk voor onze regio is dat in het BO MIRT is bevestigd dat samen met ProRail en vervoerders ingezet wordt op verbetermogelijkheden voor de reizigers die door de keuze binnen OV SAAL een langere overstaptijd of reistijd gaan ervaren per 2030 op de verbindingen naar Amsterdam Centraal uit Almere en Amersfoort/’t Gooi. Voor onze regio is hiervan sprake voor reizigers vanuit Hilversum richting Amsterdam Centraal. De overige reistijden worden niet langer – in verreweg de meeste gevallen zelfs korter. Omdat Provincie Utrecht (waar o.a. de verbinding Amersfoort-Amsterdam Centraal verslechtert) niet is aangehaakt geweest in het OV SAAL traject is afgesproken dat binnen de bestaande OV SAAL governance structuur, waarin de aanpak en de resultaten besproken worden, ook de provincie Utrecht aansluit. Voor ons betekent dit verder dat de Regio GV niet rechtstreeks aan tafel zit (Weesp apart wel), en dat wij door de Provincie Noord-Holland vertegenwoordigd blijven worden.

De verkeerswethouders uit onze regio en Regiobestuurder Alexander Luijten hebben hierover geregeld afstemming met de gedeputeerde Mobiliteit van de provincie Noord-Holland.

 Afspraken binnen de Verstedelijkingsstrategie MRA Pagina 5

Naast Samen Bouwen aan Bereikbaarheid is de Verstedelijkingsstrategie een belangrijk programma die besluitvormingsmomenten kent binnen het jaarlijkse BO MIRT. Binnen de Verstedelijkingsstrategie werkt het Rijk met verschillende metropolen in Nederland samen aan een Verstedelijkingsstrategie, welke bouwstenen zijn voor de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Zo wordt voor ook voor de metropoolregio Amsterdam een verstedelijkingsstrategie uitgewerkt die ook betrekking heeft op de regio Gooi en Vecht. Hierover bent u eerder geïnformeerd middels informatiebrief en webinars of raad-/themasessies. Meer informatie vindt u hier terug. Binnen de Verstedelijkingsstrategie die in overleg tussen Rijk en MRA wordt opgesteld, wordt gekeken naar de woningbouwopgave in relatie tot mobiliteit, bereikbaarheid, economie, energie, klimaatadaptatie, water, ecologie, landschap en inclusiviteit. Uitkomsten BO MIRT voor de Verstedelijkingsstrategie MRA Wonen Het Rijk erkent dat er afspraken gemaakt moeten worden over cruciale (financiële) randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de middelgrote steden, waaronder Hilversum, onder andere op het gebied van bereikbaarheid en energie-infrastructuur. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de programmalijn Bereikbare Steden van het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid.

Voor Hilversum betekent dit dat de ingediende subsidieaanvraag binnen de bouwimpuls voor Rijksbijdragen voor het mogelijk maken van 605 woningen rondom station Hilversum een stap dichterbij is. Door mee te doen in het traject van de Verstedelijkingsstrategie wordt de kans op rijkssubsidies voor lopende projecten in onze regio verhoogd. Naast de genoemde inzet voor subsidie voor stationsomgeving Hilversum binnen de bouwimpuls, maken in de toekomst ook Crailo en Bussum Zuid kans op een financiële bijdrage. Economie In het BO leefomgeving van juni jl. is al afgesproken dat Hilversum een van de 7 middelgrote steden is waarop wordt ingezet om de 10% van de te beïnvloedbare verhuis/vestigingsbewegingen van bedrijven naartoe te leiden. Dit is herbevestigd in het BO MIRT. Daarnaast wordt gewerkt aan de verdere uitdieping van het economisch profiel. Voor economie is onze inbreng het verkrijgen van ondersteuning op onze op MRA schaal onderscheidende economische thema’s media/IT, recreatie en meekoppelkansen als ‘healthy urban living’. Zo wordt vanuit de Verstedelijkingsstrategie o.a. gewerkt aan mogelijkheden voor het vestigen van hoger geschoold onderwijs media/IT gerelateerd rondom Hilversum Mediapark. Voor benodigde Rijksbetrokkenheid (o.a. ministerie OCW) wordt via de lijn van de Verstedelijkingsstrategie extra draagvlak en inzet verworven.

Verder is aandacht voor tenminste behoud en waar mogelijk versterking van praktijkgeschoold werk binnen onze regio. Voor Almere is extra aandacht geweest in het gesprek met het Rijk, omdat zij nog geen uitgewerkt economisch profiel hebben. Wij zijn er alert op dat deze ontwikkeling de belangen van de regio Gooi en Vechtstreek (zoals het willen overnemen van functies) doorkruist en kijken hoe we elkaar kunnen versterken. Landschap en water

Pagina 6

Voor landschap en water is in het BO MIRT afgesproken dat Rijk en MRA gezamenlijk verder verkennen welke vervolgonderzoeken nodig zijn op het gebied van water en klimaatadaptatie; waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande programma’s. Verder is voor Landschap en ecologie afgesproken dat tussen regio (deelnemers MRA) en Rijk (ministerie LNV) verder wordt verkend hoe vanuit eigen bevoegdheden in te zetten op gezamenlijke belangen als bodemdaling in veenweidegebieden, het verbeteren en aanvullen van ecologische verbindingen, stikstofgevoelige N2000, de landbouwtransitie naar kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw en het versterken van de biodiversiteit. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande structuren en samenwerkingsverbanden. De inbreng vanuit de Regio GV op dit onderdeel wordt veelvuldig afgestemd met partijen als het waterschap AGV en Provincie. Energie Inbreng voor het onderdeel energie wordt gevormd vanuit de afspraken in onze regio voor de Regionale Energiestrategie (RES). Binnen het traject tussen Rijk en MRA wordt o.a. gezocht naar de locatie voor grote datacentra, waar in onze regio geen plaats voor is. Traject Verstedelijkingsstrategie tot aan BO MIRT 2021 De komende maanden zal vanuit de Verstedelijkingsstrategie MRA verder worden gewerkt aan een verstedelijkingsconcept ter besluitvorming bij het BO MIRT eind 2021.

Voorafgaand hieraan zullen de raads- en statenleden medio 2021 verder worden geïnformeerd en betrokken. Dit gebeurt per deelregio, waarbij in de Regio Gooi en Vechtstreek ervoor is gekozen om dit medio 2021 in elke raad (ook) afzonderlijk in passende vorm te bespreken waarna (bij voorkeur) weer regionale input wordt geleverd richting de MRA. Het verstedelijkingsconcept zal op hoofdlijnen zijn en bevat onderdelen waarbij het Rijk nodig is. Indien onderdelen in de verdere uitwerking van het verstedelijkingsconcept de bevoegdheden van de raad raakt, is en blijft de raad uiteraard in positie om besluiten te nemen.

Ontwikkelingen Provincie Utrecht Zoals u in de bijlage kunt teruglezen vinden naast afstemming tussen Rijk en MRA ook ontwikkelingen binnen de provincie Utrecht. Het Rijk maakt ook met Utrecht in het BO MIRT afspraken. Regio Gooi en Vechtstreek valt niet binnen deze afspraken. Wij volgen deze ontwikkelingen en stemmen waar nodig af met Utrecht. O.a. binnen het traject OV Toekomstbeeld of de stuurgroep Gooicorridor stemmen wij af met Utrecht en regio Amersfoort over ontwikkelingen en de effecten op en samenhang met onze regio. Uiteindelijk komen ook de Verstedelijkingsstrategie van de MRA en die van Utrecht samen eind 2021 in een totaal verhaal voor landsdeel Noord-West Nederland.

Met vriendelijke groet, <naam wethouder>

Pagina 7

> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Rijnstraat 8 2515 XP Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T F

070-456 0000 070-456 1111

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Datum Betreft

26 november 2020 Bestuurlijke Overleggen MIRT 25 en 26 november 2020, voortgang MIRT, moties en toezeggingen

Bijlage(n) 8

Geachte voorzitter, Op 25 en 26 november 2020 hebben de Bestuurlijke Overleggen MIRT plaatsgevonden. Met deze brief melden wij u per regio wat besloten is en informeren wij u over de voortgang van lopende projecten. In de bijlagen zijn de integrale besluiten van de Bestuurlijke Overleggen opgenomen en, voor zover deze al niet in deze brief zijn aangegeven, de stand van zaken met betrekking tot moties van uw Kamer alsmede toezeggingen. De afspraken in de Bestuurlijke Overleggen zijn gemaakt tegen de achtergrond van een aantal ontwikkelingen. Zo is de verwachting dat de mobiliteit per saldo blijft groeien. Uit het meest recente mobiliteitsbeeld van het Kennisinstituut Mobiliteit (KIM) blijkt dat we straks méér gebruik maken van de (water)wegen, het spoor, het openbaar vervoer en de fietsinfrastructuur. We werken als gevolg van COVID-19 weliswaar meer thuis, een ontwikkeling die we stimuleren. Daartegenover staan factoren die zorgen voor een sterke toename van mobiliteit, zoals de bevolkingsgroei en woningbouw. Het is dus van groot belang om te blijven investeren in infrastructuur, in een veilig en robuust mobiliteitsnetwerk en innovatie. Daarnaast ontbreekt de financiële bewegingsruimte om alle knelpunten aan te pakken. De kosten voor instandhouding nemen de komende jaren toe. Aan het eind van het jaar zal uw Kamer geïnformeerd worden over de budgetbehoefte voor instandhouding.

Naast de middelen die in de begroting zijn vrijgemaakt en naar voren zijn gehaald is met de minister van Financiën besloten om € 700 miljoen voor het beheer en onderhoud van wegen, vaarwegen en watersystemen te versnellen. Ook wordt voor spoor € 90 miljoen voor beheer en onderhoud bestemd voor risico’s die zich in de jaren 2020-2025 voor kunnen gaan doen. Ook is er sprake van forse kostenstijgingen bij lopende projecten. Deze kostenstijgingen moeten worden opgevangen om te voorkomen dat deze projecten vertragen. De realisatie van deze projecten is nodig om de verwachte mobiliteitsgroei te kunnen accommoderen. We hebben dit najaar investeringsbeslissingen genomen voor de meest urgente knelpunten ten laste van

Pagina 1 van 31

het Infrastructuurfonds met een totale omvang van ca. € 1,5 miljard. Daarnaast zijn er besluiten genomen over de inzet van de resterende middelen uit het Regeerakkoord. Het kabinet heeft besloten tot oprichting van het Nationaal Groeifonds. Infrastructuur is één van de drie pijlers van het Nationaal Groeifonds die bijdraagt aan economische groei en welvaart op de langere termijn. Met het Nationaal Groeifonds wil het kabinet daarom investeren in infrastructuurprojecten. Het gaat om opgaven die zich richten op maatschappelijke transities en die een schaalsprong in infrastructuur mogelijk maken. Bijvoorbeeld op de plekken waar veel woningen (moeten) worden gebouwd, rond en tussen grote steden en (lucht)havens en in verbinding met alle landsdelen en onze buurlanden. Maar ook de opgave om te komen tot het verknopen van modaliteiten en ontvlechten van personen en goederenvervoer, alsmede het faciliteren van een modal shift. Kansen hiervoor zijn breed aanwezig in verschillende regio’s. Besluitvorming over de eerste tranche vindt naar verwachting in het voorjaar plaats.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Bestuurlijk Overleg MIRT en voortgang programma’s en projecten Noordwest-Nederland In het Bestuurlijk Overleg MIRT Noordwest-Nederland is gesproken over het breed gedragen gezamenlijk beeld van de opgaven in dit gebied en de grote uitdagingen om deze opgaven op kortere en langere termijn te realiseren. Bij het gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid is het MIRT-onderzoek Zuidwestkant Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp (ZWASH) afgerond en is gesproken over het vervolg. Daarnaast is de voortgang besproken van het MIRT-onderzoek Amsterdam Bay Area, is afgesproken te starten met een MIRT-verkenning A27 knooppunt Eemnes-Almere en zijn (financiële) afspraken gemaakt over de herontwikkeling van station Amsterdam Lelylaan. Voor de Verstedelijkingsstrategie MRA zijn nadere afspraken gemaakt over de evenwichtige ontwikkeling van de polycentrische metropoolregio tot 2030, onder meer waar het gaat om versnelling van de woningbouw en daarvoor noodzakelijk randvoorwaarden. Bij het programma U Ned is het MIRT-onderzoek Wonen, Werken, Bereikbaarheid en Leefbaarheid in de Metropoolregio Utrecht vastgesteld met de daarin opgenomen verstedelijkingstrategie met adaptief ontwikkelpad en zijn afspraken gemaakt over het vervolg.

Voor de MIRT-verkenning NoordHollandse Markermeerkust is de startbeslissing genomen in het kader van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Betrouwbaar en robuust spoor In 2019 is de Contourennota Toekomstbeeld OV 2040 vastgesteld. De contourennota beschrijft de gezamenlijke ambitie voor het OV richting 2040 en dient daarbij als kader voor de stappen die dit MIRT in het OV zijn gezet. De verdere uitwerking van het Toekomstbeeld wordt vormgegeven in de ontwikkelagenda, die op korte termijn afgerond wordt en daarna aan uw Kamer aangeboden zal worden. Het afgelopen jaar is stapsgewijs gewerkt aan de verbetering van de robuustheid en betrouwbaarheid van de treindienst in lijn met dit toekomstbeeld door aanpassingen in de infrastructuur. Zo is dit jaar gewerkt aan de verbetering van de energievoorziening van de bovenleiding naar Zandvoort en het verlengen van het perron van Santpoort Noord. Ook tijdens de afgelopen Bestuurlijke Overleggen Pagina 2 van 31

MIRT is gewerkt aan verdere stappen. Zo wordt in Noordwest Nederland de punctualiteit van de treinen bij Amsterdam Sloterdijk verbeterd door de positie van de seinen aan te passen. Zuidwestkant Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp Ook in het bereikbaarheidsprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid is onderzoek gedaan naar de uitwerking van de doelen van het Toekomstbeeld OV. Het MIRT-onderzoek Zuidwestkant Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp (ZWASH) is dit najaar afgerond.1 In dit MIRT-onderzoek is gekeken naar internationale, nationale en lokale bereikbaarheid in relatie tot woningbouw en werkgelegenheid aan de (zuid)westkant van de metropoolregio Amsterdam. Daarbij is breed gekeken naar verschillende bereikbaarheidsmaatregelen. De Schipholspoortunnel vormt naar verwachting in de toekomst een knelpunt in de landelijke dienstregeling. Gelet op de centrale ligging van de tunnel zal dit ook consequenties hebben voor de dienstregeling op andere plekken in het land, en op de mogelijkheden tot uitbreiding van de dienstregeling.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Uit het onderzoek komen het verlengen van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp en het sluiten van de kleine metroring Isolatorweg-Amsterdam Centraal als effectieve opties naar voren. Deze opties dragen bij aan zowel de grote verstedelijkingsopgave als aan de verwachte mobiliteitsgroei na COVID-19. Door het scheiden van het regionale (metro) en bovenregionale verkeer (trein), komt ruimte vrij in de Schipholtunnel. Hierdoor kunnen er meer intercity’s rijden naar noord, oost en zuid Nederland, waardoor er baten zijn voor heel Nederland. Ook biedt de metro meer ruimte voor internationale treinen rondom Amsterdam. Het aanpassen van de Schipholtunnel om zo extra perronsporen te maken of het bouwen van een nieuwe Schipholtunnel blijkt technisch te complex en kent minder baten voor het lokale bereikbaarheidssysteem, daarom is die optie afgevallen. Voor een vervolgstap in het MIRT is nu nog geen zicht op de benodigde 75% financiering. Ook op de weg is er een opgave in deze corridor. Om deze opgave beter in beeld te brengen wordt een aanvullend onderzoek binnen het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid gestart, waarin gekeken wordt naar het herontwerp van het wegennetwerk. De ontwikkeling van de luchtvaartcijfers is een belangrijke component binnen de ZWASH-corridor en wordt daarom expliciet meegenomen in het onderzoek, zoals ook aangegeven in de luchtvaartnota.

Amsterdam Bay Area Daarnaast wordt gewerkt aan een MIRT-onderzoek Amsterdam Bay Area aan de oostkant van Amsterdam. Hier wordt toegewerkt naar het afronden van een ontwikkelstrategie eind volgend jaar. De MRA heeft voor hetzelfde gebied het Handelingsperspectief Oostflank aangeboden tijdens het Bestuurlijk Overleg MIRT.2 MIRT-verkenning Amsterdam Zuid Er ligt een voorkeursalternatief voor dat aanlanding van internationale treinen mogelijk maakt. Hiermee is de MIRT-verkenning derde perron Amsterdam Zuid afgerond. De definitieve voorkeursbeslissing zal in het najaar van 2021 genomen De resultaten van het MIRT-onderzoek zijn gepubliceerd op de website van het bereikbaarheidsprogramma https://samenbouwenaanbereikbaarheid.nl/ 2 Te vinden op https://almere20.nl/handelingsperspectief 1

Pagina 3 van 31

worden. Daarvoor is ook verdere uitwerking nodig van governance, eigendom en financiering van de voorzieningen voor internationale treinen (terminal, beveiliging, logistiek). Daarnaast heeft de MIRT-verkenning een samenhang met de voortgang ten aanzien van Zuidasdok. Na de definitieve besluitvorming over de voorkeursbeslissing in het najaar van 2021 kan de planuitwerking starten.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Station Amsterdam Lelylaan Met de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is vorig jaar afgesproken om onderzoek te doen naar station Amsterdam Lelylaan. Het station scoort slecht op sociale veiligheid en stationsbeleving. Om dit aan te passen hebben Rijk en regio nu een integraal plan opgesteld, waarbij de sociale veiligheid voor de reiziger voorop staat. De regio draagt het grootste deel van het project van in totaal € 71 miljoen. Het ministerie van IenW draagt via cofinanciering € 15,8 miljoen bij aan de opgaven voor sociale veiligheid en reizigersknelpunten op het station. Rond het station ontstaan door de herontwikkeling de komende jaren kansen voor verdere verstedelijking. Fietsparkeren en Amstelstram Binnen de MRA heeft het ministerie van IenW eerder bijgedragen aan de realisatie van een fietsenstalling met 7000 plekken voor het station Amsterdam Centraal en aan de Amsteltram naar Amstelveen en Uithoorn. De fietsenstalling is momenteel in volle realisatie, de Amsteltram zal nog in 2020 gaan rijden tussen Amsterdam Zuid en Amstelveen Westwijk. Deze tramlijn zal in 2024 verder rijden naar Uithoorn. A9 Gaasperdammertunnel (SAA) De A9 Gaasperdammertunnel maakt onderdeel uit van het weguitbreidingsprogramma Schiphol-Amsterdam-Almere en is vanaf 23 november 2020 helemaal opengesteld voor verkeer. De eerste vijf rijstroken werden begin juli al geopend.

De tunnel bestaat uit 5 tunnelbuizen met in totaal 11 rijstroken, waaronder een wisselstrook. De tijdelijke A9 is sinds de openstelling niet meer in gebruik en wordt de komende maanden helemaal afgebroken. Bovenop het dak van de tunnel is al gestart met de aanleg van een park dat de wijken in Amsterdam Zuidoost met elkaar verbindt en dat park wordt in 2021 opgeleverd. Met de ingebruikname van de tunnel verbetert ook de leefbaarheid in de aangrenzende wijken. A7/A8 De vaststelling van het ontwerp-Tracébesluit wordt voorzien in 2023 (was 2021) en de vaststelling van het Tracébesluit in 2025 (was 2022). De risico’s en uitwerkingen die spelen rondom stikstof zijn verwerkt in de planning. Daarnaast heeft Rijkswaterstaat meer tijd genomen voor de aanbesteding van ingenieursdiensten en de markt meer tijd gegund voor de uitvoering van deze diensten. Dit is gedaan naar aanleiding van een eerdere aanbesteding voor een ander project die geen inschrijving opleverde. De regionale partners in het programma Corridor Amsterdam-Hoorn zijn hierover geïnformeerd. Startbeslissing Noord-Hollandse Markermeerkust Om in het Markermeer toe te werken naar robuuste natuur met een goede ecologische waterkwaliteit is de startbeslissing genomen voor de MIRT-verkenning Noord-Hollandse Markermeerkust. Vanuit de PAGW is voor dit project een Pagina 4 van 31

totaalbudget van € 20 miljoen gereserveerd. Uw Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 19 november 2019 (Kamerstuk 27625, nr. 488). Rozenoordbrug Diverse bruggen in Nederland maken deel uit van een verhoogd inspectieprogramma, zo ook de Rozenoordbrug (ring A10). Tijdens een inspectie is scheurvorming geconstateerd in het zuidelijke deel van de Rozenoordbrug. Hiervoor zijn nu geen directe veiligheidsmaatregelen noodzakelijk. Rijkswaterstaat onderzoekt samen met TNO de oorzaak, verdere ontwikkelingen en mogelijke beheersmaatregelen. Partners van Rijkswaterstaat in de omgeving van de brug zijn hierover geïnformeerd.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Gebiedsgericht bereikbaarheidsprogramma U Ned Op 30 juli 2020 is de Startbeslissing van de MIRT-verkenning “OV en wonen in de regio Utrecht” gepubliceerd. Doel van de verkenning – waarvoor in totaal € 380 miljoen is gereserveerd – is het verbeteren van de bereikbaarheid van Utrecht Science Park (USP) per openbaar vervoer, het ontlasten van de Multimodale Knoop Utrecht Centraal (MKUC), het per openbaar vervoer bereikbaar maken van nieuwe woon- en werklocaties en de bouw van extra woningen op locaties die tot 2030 aan de orde zijn. Uw Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 23 juli 2020 (Kamerstuk 35300 A, nr. 116). Als uitkomst van het MIRT-Onderzoek Wonen, Werken, Bereikbaarheid en Leefbaarheid in de Metropoolregio Utrecht hebben Rijk en regio de verstedelijkingsstrategie Utrecht Nabij vastgesteld.3 In de strategie is nabijheid het leidend principe voor de ontwikkeling van de leefomgeving voor de middellange termijn. Daarom zal de verstedelijking in de regio Utrecht met name plaatsvinden op knooppunten en in de gebieden Utrecht Science ParkLunetten/Koningsweg, de A12-zone en Leidsche Rijn-Zuilen. Bij deze verstedelijking wordt ook gekeken naar een versterking van de bereikbaarheid door een multimodaal mobiliteitspakket. Rijk en regio geven vervolg aan Utrecht Nabij met het opstellen van verdiepende gebiedsonderzoeken en een mobiliteitsstrategie voor de regio.

De resultaten van de gebiedsonderzoeken en de mobiliteitsstrategie worden geagendeerd op het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2021. Ontwikkelbeeld Amersfoort Over het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort 2040 is afgesproken om op het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving in het voorjaar 2021 op basis van het definitieve rapport te spreken over de te kiezen richting en vervolgacties. Ring Utrecht Het Tracébesluit voor de Ring Utrecht is ondertekend. De stikstofopgave is ingepast nadat het vorige Tracébesluit is vernietigd vanwege het wegvallen van de PAS-regeling. We zijn voornemens het Tracébesluit A27/A12 Ring Utrecht op 2 december 2020 te publiceren. Op basis van de integraal geactualiseerde kostenraming bij het Tracébesluit is het taakstellende budget voor de realisatie vastgesteld op € 1.490 miljoen (dit was € 1.225 miljoen).

De resultaten van het MIRT-onderzoek zijn gepubliceerd op de website van het Programma Uned: https://programma-Uned.nl 3

Pagina 5 van 31

Noordelijke Randweg Utrecht Voor het gemeentelijke project Noordelijke Randweg Utrecht (NRU) is overleg met de gemeente Utrecht en provincie Utrecht. De gemeente heeft aangegeven dat er een tekort is van € 94 miljoen (excl. btw) en dat de gemeente het financiële risico van een project met een dergelijke financiële omvang niet kan dragen. Vooralsnog is er geen zicht op een sluitende dekking. Er wordt gezocht naar een oplossing hiervoor. Daarbij worden er alternatieve oplossingen verkend die passen binnen het beschikbare budget.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

A27 Almere Haven-knooppunt Eemnes Voor het oplossen van het bereikbaarheidsknelpunt op de A27 Almere Havenknooppunt Eemnes zal een MIRT-verkenning worden gestart naar capaciteitsuitbreiding als onderdeel van het gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid. Een capaciteitsuitbreiding zal tevens bijdragen aan een betere betrouwbaarheid van het HOV De investeringskosten voor een verbreding zijn geraamd op € 29 miljoen (inclusief btw). De regiobijdrage bedraagt 25%. Als eerste stap zal de startbeslissing worden opgesteld. Bestuurlijk Overleg MIRT en voortgang programma’s en projecten ZuidNederland In het Bestuurlijk Overleg MIRT Zuid Nederland is gesproken over de start van de MIRT-verkenning Hub ‘s-Hertogenbosch en over het nemen van een voorkeursbeslissing voor de A2 Deil - ’s-Hertogenbosch – Vught. Bovendien zijn afspraken gemaakt over het vervolg van het MIRT-Onderzoek naar verstedelijking en bereikbaarheid in de Brainportregio, onder andere over het starten van een studie Toekomstvast Spoor Zuidoost-Nederland. Tot slot is vanuit het Deltaprogramma Maas afgesproken te starten met zes pilots voor Integraal Riviermanagement. Brainport Het integraal MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport is afgerond.

Rijk en regio zijn eensgezind over de koers en zullen gezamenlijk inzet plegen om de Brainportregio richting 2040 verder te ontwikkelen. Binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven is er richting 2040 sprake van een woningbouwopgave van ca. 62.000 woningen en ca. 72.000 potentiele werkplekken. Partijen onderschrijven dat de keuze voor binnenstedelijk verdichten een toekomstvaste richting is, die verder de agglomeratiekracht versterkt. Bij deze opgaven hoort een passend, veilig, slim, robuust, duurzaam en toekomstvast mobiliteitssysteem. Er zal worden ingezet op een verregaande mobiliteitstransitie naar meer OV, fiets, slimme mobiliteit, parkeerbeleid, alsook toekomstvaste en robuuste oplossingen voor de systeemopgaven op het wegennet. De ontwikkeling van de verstedelijking en de bereikbaarheid zijn wederzijds afhankelijk. Rijk en regio spreken af dat de inzichten uit het MIRTonderzoek, het adaptief ontwikkelpad op hoofdlijnen en de no-regret maatregelen zoals bij het multimodaal knooppunt rondom station Eindhoven Centraal, een belangrijke basis vormen voor de gezamenlijke nadere uitwerking en onderzoek het komend jaar.

Partijen spreken af om de diverse afgesproken uitwerkingen tijdens het Bestuurlijk Overleg MIRT van 2021 te agenderen, om op basis daarvan vervolgstappen te kunnen zetten ten aanzien van de invulling van de opgaven, meerjarige samenwerking en daarbij gezamenlijk te stellen prioriteiten en

Pagina 6 van 31

financiële afwegingen. Partijen dragen daartoe (inclusief btw) ieder € 1 miljoen aan onderzoeksgeld bij. Integrale studie Toekomstvast Spoor Zuidoost-Nederland De integrale studie Toekomstvast Spoor Zuidoost-Nederland wordt gestart om toekomstvaste oplossingen voor spoorknopen Eindhoven, Helmond en Venlo uit te werken in een adaptief ontwikkelpad. Hiertoe behoort de lopende integrale studie emplacement Venlo en de integrale studie emplacement Eindhoven waarbij ook het baanvak Eindhoven-Venlo en station Helmond worden betrokken. Gebaseerd op de uitkomsten van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport en Toekomstbeeld OV, is de studie voor een toekomstvast emplacement Eindhoven gericht op bestaande en toekomstige opgaven met betrekking tot de spoor- en perroncapaciteit. Voor het ondervangen van de meest urgente opgaven op emplacement Eindhoven – o.a. emplacement westzijde – wordt aanvullend € 50 miljoen geïnvesteerd. De genoemde investering in urgente opgaven is noodzakelijk voor het vergroten van de capaciteit op emplacement Eindhoven (o.a. Eindhoven-West) voor het rijden van meer treinen, waaronder (maar niet uitsluitend) voor vervolgstappen voor een intercityverbinding naar Heerlen en Aken.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Op basis van onderzoek door ProRail is een toekomstvast maatregelenpakket voor de verbinding Eindhoven-Düsseldorf uitgewerkt. Naast de eerder gereserveerde € 10 miljoen wordt op basis van dit onderzoek € 15 miljoen extra geïnvesteerd in benodigde infrastructuurmaatregelen in Eindhoven en Venlo. Uitgangspunt daarbij is het gelijktijdig uitbreiden van het aantal treinen, doordat de internationale trein niet in plaats van, maar als extra trein zal rijden. Daardoor behouden Deurne, Blerick en Horst-Sevenum het huidige bedieningsniveau, verbetert het IC-product voor Helmond en draagt dit bij aan de oplossing voor NMCA-knelpunt EindhovenHelmond. De resterende opgave t.a.v. het NMCA-knelpunt en de uitkomsten van de nadere verkenning voor een IC-verbinding naar Heerlen en Aken zullen bij de integrale studie worden betrokken. Daarmee geef ik invulling aan de motie-Jetten c.s. (Kamerstuk 35000 A, nr.10) over het verbeteren van de dienstregeling Helmond-Eindhoven. Daarnaast wordt voor emplacement Venlo een reservering à € 25 miljoen gedaan voor de aanleg van een spanningssluis ter vervanging van de schakelbare bovenleiding die uiterlijk rond 2028 het einde van zijn levensduur bereikt. De oplossing van een spanningssluis heeft baten voor zowel het (grensoverschrijdend) personen- als het goederenvervoer en zorgt voor een betere benutting van het emplacement Venlo.

Randstad/Eindhoven-Heerlen-Aken In de brief van 7 september jl. (Kamerstuk 35300 A, nr. 119) over de intercityverbinding Randstad/Eindhoven-Heerlen-Aken heb ik uw Kamer geïnformeerd over de nadere verkenning door ProRail voor een verdiepingsslag op de beschikbaar gestelde informatie uit de plannen van NS en Arriva, conform de motie Postma c.s. (Kamerstuk 35300 A, nr.104). Eveneens is aangegeven dat ProRail hiervoor minimaal zes maanden nodig denkt te hebben. Conform mijn toezegging tijdens het Algemeen Overleg Spoorordening (d.d. 9 september 2020), deel ik in deze brief versneld de tussenstand van deze verkenning, zoals reeds besproken tijdens de stuurgroep van 19 november jl. met provincies Limburg en Noord-Brabant.

Pagina 7 van 31

De nadere verkenning heeft als doel om de alternatieve voorstellen van NS en Arriva voor een intercityverbinding naar Heerlen en Aken (resp. vanuit Den Haag en Eindhoven) te toetsen aan de voorgenomen gefaseerde verbetering van de verbinding (Kamerstuk 29984, nr. 897) met als eerste stap de frequentieverhoging van de huidige sneltrein naar Aken twee keer per uur. ProRail is gevraagd de consequenties van de plannen van de vervoerders te toetsen op o.a. het netwerk (Toekomstbeeld OV), inpasbaarheid van dienstregeling in Nederland en Duitsland, benodigde inframaatregelen, betrouwbaarheids- en punctualiteitsrisico’s en kosten en baten voor de reiziger.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Op basis van de eerste inzichten (bijgaand de brief van ProRail hierover) blijkt dat aan de inpassing van beide alternatieve voorstellen op het al druk bereden spoor, haken en ogen zitten. Het is dan ook aannemelijk dat er aanpassingen aan de infrastructuur voor nodig zijn. In de stuurgroep (provincie Noord-Brabant, provincie Limburg en Infrastructuur en Waterstaat) is gewisseld dat voor de exploitatie naar verwachting geldt dat daarnaast in beide varianten rekening moet worden gehouden met extra kosten vergelijkbaar met de eerder verwachte kosten voor een mogelijke IC vanuit Amsterdam naar Aken. Mede gelet op te verwachten noodzakelijke inframaatregelen is dit BO MIRT afgesproken om een integrale studie toekomstvaste spoorknoop Eindhoven te starten voor het ondervangen van de meest urgente opgaven op emplacement Eindhoven. Aanvullend wordt € 50 miljoen geïnvesteerd voor deze studie en hieruit volgende maatregelen. De investering is noodzakelijk voor het vergroten van de capaciteit op emplacement Eindhoven voor het rijden van meer treinen, waaronder (maar niet uitsluitend) voor vervolgstappen voor een intercityverbinding naar Heerlen en Aken.

Daarom zullen ook de uitkomsten van de nadere verkenning worden betrokken bij de integrale studie en zullen (tussentijdse) uitkomsten van de integrale studie worden betrokken bij een uiteindelijke afweging over een intercityverbinding naar Aken. Samen met een afweging over maatschappelijke kosten, tijdigheid en de wijze van organiseren, vormen de definitieve resultaten van de nadere verkenning de beslisinformatie voor een afweging voorjaar 2021. Om tot goede beslisinformatie te komen zal ProRail de komende maanden de resultaten van de nadere verkenning verder uitwerken. Om tot een definitieve afweging te komen zullen, zoals eerder met uw Kamer gedeeld, de resultaten van de marktverkenning internationale verbindingen en de voortgang van de integrale studie toekomstvaste spoorknoop Eindhoven worden betrokken. Daarnaast zal ook met betrokken Duitse partijen tot overeenstemming moeten worden gekomen. Hierover zal ik uw Kamer aankomend voorjaar informeren. Betrouwbaar en robuust spoor In landsdeel Zuid wordt onder andere bij Tilburg de energievoorziening en op diverse plaatsen de overwegen verbeterd. Teneinde een robuuste dienstregeling te rijden tussen Breda en Eindhoven worden verbetermaatregelen getroffen en is extra aandacht voor incidentenbestrijding.

Start MIRT-verkenning Hub ’s-Hertogenbosch In lijn met de afspraak uit het Bestuurlijk Overleg MIRT 2019 en op basis van een uitgewerkt handelingsperspectief knooppunt ’s-Hertogenbosch wordt een MIRTPagina 8 van 31

verkenning gestart naar de integrale knooppuntontwikkeling station ’sHertogenbosch. De verkenning richt zich op de integrale ontwikkeling van een hoogwaardig mobiliteitsknooppunt waarbij de multimodale reis wordt vergemakkelijkt en de verblijfskwaliteit van het station sterk wordt verbeterd. Hierin worden de noodzakelijke oplossingen voor de transferknelpunten, die met de toevoeging van extra treinen waaronder de tienminutentrein steeds nijpender worden, meegenomen. Voor de verkenning wordt door het ministerie van IenW, de provincie Noord-Brabant en de gemeente ’s-Hertogenbosch in totaal € 85 miljoen gereserveerd. In aanvulling op bestaande budgetten voor PHS-project transfer ’s-Hertogenbosch en reservering voor vervanging van € 45 miljoen, reserveert het ministerie van IenW € 25 miljoen en de regio € 15 miljoen extra. De verkenning richt zich op maatregelen op en rond het station: investeringen in een nieuw (zij)perron, de vernieuwing van de traverse, vernieuwing van de stationshal centrum, realisatie van een stationshal en ontvangstdomein aan de Paleiskwartierzijde, een upgrade van het busstation inclusief wachtvoorzieningen en aanpassing van de voorpleinen. Een volgende fase biedt kansen voor verdere opschaling en verdichting, waarbij ook de verstedelijkingsopgave een grotere rol zal spelen.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

A2 Deil- ’s-Hertogenbosch - Vught Met de provincies Noord-Brabant en Gelderland, gemeente ’s-Hertogenbosch en Regio Rivierenland is inmiddels bestuurlijke overeenstemming bereikt over de inhoud van de concept-voorkeursbeslissing voor dit project. De conceptvoorkeursbeslissing bestaat uit een voorkeursalternatief voor de A2 en een regionaal pakket aan zowel brede mobiliteitsmaatregelen (met diverse maatregelen op het vlak van werkgeversbenadering, fiets, verkeersmanagement e.d.) als diverse flankerende maatregelen gericht op het mobiliteitssysteem rond de A2 voor de periode 2021-2030. Het Rijk stelt voor het te realiseren voorkeursalternatief € 830 miljoen (inclusief btw) beschikbaar. Voor de pakketten met mobiliteitsmaatregelen stelt de provincie Noord-Brabant € 32,5 miljoen ter beschikking. De provincie Gelderland heeft toegezegd zich in te spannen om nadere financiële bijdragen ter beschikking te stellen. A27 Houten Hooipolder Onlangs is het Tracébesluit A27 Houten-Hooipolder, met nog een kleine uit te voeren herstelactie, onherroepelijk geworden. Dat is goed nieuws omdat de aanbesteding van dit project hiermee in gang gezet kan worden. Om de realisatie van dit project mogelijk te maken hebben we de middelen met € 248 miljoen aangevuld tot € 1.718 miljoen. De noodzaak van het ophogen van het projectbudget heeft een drietal oorzaken.

Ten eerste blijkt uit areaalonderzoeken, die ter voorbereiding van de aanbesteding zijn uitgevoerd, dat de bodemgesteldheid en de toestand van de kunstwerken en wegverharding op dit traject slechter zijn dan waar eerder vanuit werd gegaan. Ten tweede worden de engineeringkosten hoger geraamd door marktontwikkelingen. En ten derde is er op 28 april 2020 aan uw Kamer toegezegd (aanhangsel Tweede Kamer, 2019/2020-2620) de doorvaarthoogte van de nieuwe Merwedebruggen in het project A27 Houten Hooipolder opnieuw af te wegen. Mede op basis van de belangen voor de scheepvaart en de geldende CCR-eisen is besloten om de brug hoger aan te leggen dan waarvan in het Tracébesluit werd uitgegaan, waarmee deze op gelijke hoogte komt met de huidige Merwedebrug.

Pagina 9 van 31

Vanwege de landelijke stikstofproblematiek is het Tracébesluit later onherroepelijk geworden dan waarmee in de eerdere MIRT-planning rekening was gehouden. En door de complexiteit en omvang van het project vergt de aanbesteding meer tijd. Dit project is één van de vier pilotprojecten voor wat betreft de tweefasenaanpak en beoogt daarmee op de lange termijn een beheersbaar en voorspelbaar verloop van het project te realiseren met minder kans op vertraging en vertragingskosten. Op 3 maart 2020 is uw Kamer geïnformeerd over de tweefasenaanpak (Kamerstuk 29385, nr. 107). De projectmijlpalen zijn om bovengenoemde redenen als volgt aangepast: de MIRT mijlpaal ‘Start realisatie’ wordt 2023, openstelling tracé Zuid (Everdingen Hooipolder) wordt 2029-2031 en de openstelling tracé Noord (Houten Everdingen) wordt eveneens 2029-2031.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

De John S. Thompsonbrug (N324) Sinds eind juli 2020 is het gebruik van de Thompsonbrug voor voertuigen zwaarder dan 10 ton niet meer toegestaan. Deze beperking is ingesteld om veilig gebruik van de brug te kunnen blijven garanderen. De brug, gebouwd in de jaren ’20 van de vorige eeuw, is sterk verouderd en kan in de huidige staat de toegenomen belasting niet langer op een verantwoorde manier aan. Mogelijkheden om de brug te versterken om weer tot regulier gebruik zonder beperking te komen, worden in beeld gebracht. De verwachting is dat begin 2021 de herstelmogelijkheden en de daarmee samenhangende kosten inzichtelijk zijn. Bus Rapid Transit Breda-Gorinchem-Utrecht Om de ambities van het samenwerkingsverband Breda-Gorinchem-Utrecht voor een Bus Rapid Transit-verbinding op langere termijn kracht bij te zetten wordt er voor de kortere termijn tussen de samenwerkende partijen, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Provincie Noord-Brabant en Provincie Zuid-Holland een Taskforce Minder Hinder OV op de A27 ingesteld. Doel van deze Taskforce is om aanvullende (innovatieve) mogelijkheden te onderzoeken die de hinder kunnen verminderen die de busreizigers ondervinden tijdens de werkzaamheden aan de A27 en om daarmee de basis te leggen voor een schaalsprong op langere termijn.

Parallel vindt er een uitwerking van maatregelen voor de middellange/lange termijn plaats waarover op het Bestuurlijk Overleg MIRT 2021 nadere afspraken worden gemaakt. Wilhelminakanaal herbouw Sluis II De voorbereiding voor de aanbesteding van de herbouw Sluis II en afbouw Sluis III zijn in volle gang. De planvoorbereiding voor de bouw van de nieuwe Sluis II kost meer tijd door de stikstofproblematiek. Daarnaast is uit een marktconsultatie met bouwende partijen gebleken dat de uitvoeringsperiode vanwege de complexiteit van het project langer moet zijn. Op basis van beide nieuwe feiten is de planning geactualiseerd, waarbij de ingebruikname verschuift van eind 2023 naar 2025. Ten slotte is het bestaande budget opgehoogd met € 5 miljoen voor dekking van de verwachte kostenstijging als gevolg van indexering en nieuwe eisen aan de stikstofberekening. Maaslijn Rijk en regio zijn in gesprek over de uitwerking van maatregelen die nodig zijn voor de elektrificatie van de Maaslijn, alsmede maatregelen voor verbetering van de robuustheid van de dienstregeling op de Maaslijn. Conform de

Pagina 10 van 31

bestuursovereenkomst blijven partijen met elkaar in gesprek om de maatregelen op de Maaslijn zo snel als mogelijk te realiseren. Bestuurlijk Overleg MIRT en voortgang programma’s en projecten Noord-Nederland Tijdens het Bestuurlijk Overleg Noord-Nederland is onder andere overleg gevoerd met de regio over ketenmobiliteit en hubs, de OV-verbinding Randstad – NoordNederland, de Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl, de internationale spoorverbinding Emmen-Rheine, decentralisatie van de sprinterdiensten en waddenveren, zero emissie goederenvervoer en over kleine infrastructurele knelpunten. Daarnaast is gesproken over een aantal projecten in het kader van de Programmatische aanpak grote wateren: Verzachten randen van het Wad Koehool-Lauwersmeer, Eemszijlen/Binnendijkse Slibsedimentatie, Friese IJsselmeerkust en Buitendijkse Slibsedimentatie Eems-Dollard.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl De Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl (HLD) is de belangrijkste hoofdvaarweg van Noord-Nederland en van groot belang voor de nationale en regionale economie. Dit belang is in 2018 onderstreept door met de regionale bestuurders afspraken te maken over fase 2 van de functionele opwaardering van de HLD naar een klasse Va vaarweg. In fase 2 worden acht bruggen vervangen en opgewaardeerd. Ook moet de industriële automatisering (IA) van de objecten op de HLD vervangen worden. Deze is einde technische levensduur en voldoet niet aan de Landelijke Brug- en Sluisstandaard. Hierdoor is de kans op storingen hoog, met stremming van het regionale verkeer tot gevolg. Besloten is tot het investeren in de vervanging van de industriële automatisering op de objecten op de HLD en hiervoor € 118 miljoen beschikbaar te stellen. Met betrekking tot de Paddepoelsterbrug is bekend welke waarde de regio en de omgeving hechten aan een verbinding op de locatie van de oude Paddepoelsterbrug. Met de regio is afgesproken om een financiële bijdrage van € 8,6 miljoen te leveren voor de herbouw van de Paddepoelsterbrug als vaste brug op 9,1 meter MHWS (exclusief toeslagen) door de gemeente Groningen. Voor de Gerrit Krolbrug is er door diverse bewonersorganisaties een bewonersvariant ingediend met het verzoek om deze mee te nemen in de MIRT-planuitwerking.

Deze variant voldoet echter niet aan de Richtlijn Vaarwegen. Daarom is in samenspraak met de regionale bestuurders besloten om de bewonersvariant Gerrit Krolbrug niet alsnog mee te nemen in de verdere uitwerking. Er wordt gestreefd naar spoedige besluitvorming over de voorkeursvariant medio 2021 waarna de juridische procedures starten en de voorkeursvariant verder wordt uitgewerkt. Pilot houten viaducten N7 Sneek In 2008 en 2010 zijn twee viaducten met Accoya-hout uitgevoerd als duurzame pilot. Bij een onlangs uitgevoerde inspectie aan de viaducten is gebleken dat de beoogde levensduur van 80 jaar met de huidige of andere aanpak niet haalbaar is en dat het onderhoudsregime hierop aangepast moet worden. Er zijn scheuren in het houtwerk aangetroffen. Deze scheuren worden in 2021 hersteld. Beide bruggen zijn ondertussen veilig te gebruiken. De komende vijf jaar worden de

Pagina 11 van 31

viaducten nauwlettend gemonitord zodat duidelijk wordt wat de maximale levensduur is, waarna de pilot wordt geëvalueerd. Vaarverbinding Ameland Begin 2020 heeft uw Kamer zowel de resultaten van de “Lange Termijn Oplossingsrichtingen bereikbaarheid Holwerd-Ameland” als het onafhankelijk onderzoek naar de verbinding Holwerd-Ameland ontvangen (Kamerstuk 23645, nr. 711). Vervolgens hebben Rijk en regio afgesproken een vervolgonderzoek te starten. In dit vervolgonderzoek worden samen met de bestuurlijke partners, natuurorganisaties, jongeren en de omgeving de verschillende bereikbaarheidsoplossingen voor Ameland uitgewerkt en tegen elkaar afgewogen. Het streven is om dit onderzoek in 2023 af te ronden, waarna besluitvorming kan plaatsvinden. Dit om ervoor te zorgen dat uiterlijk in 2029 een oplossing voor de lange termijn gerealiseerd is.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Voortgang spoorprojecten Noord-Nederland In Noord-Nederland wordt het spoor verbeterd. Zo zal eind dit jaar de sneltrein Groningen-Winschoten gaan rijden, waarmee een belangrijke eerste stap wordt genomen in het project Wunderline. Zoals tijdens de begrotingsbehandeling is toegezegd, wordt contact opgenomen met Duitsland om het belang van het spoedig repareren van de Friesenbrücke bij Weener te benadrukken. Met de verwachte realisatie van de ontvlechting van de sporen naar Emmen en naar Leeuwarden/Groningen in het project Zwolle-Herfte en een aantal maatregelen tussen Zwolle en Meppel zullen volgend jaar de sprinters Leeuwarden-Meppel door kunnen gaan rijden naar Zwolle. In 2022 zal daarnaast de spoorboog bij Hoogeveen worden opgeleverd waarmee de intercity’s vanaf Zwolle eerder aan zullen komen op station Groningen. Daarmee ontstaat een betere aansluiting op de regionale lijnen. Daarnaast zal door infrastructurele aanpassingen vanaf de nieuwe dienstregeling tussen Leeuwarden en Groningen een extra sneltrein kunnen rijden. Internationaal spoorvervoer Emmen-Rheine Kort grensoverschrijdend spoorvervoer kan een essentiële bijdrage leveren aan het versterken van de ruimtelijk-economische relatie tussen grensregio’s.

Het ministerie van IenW zal actief deel gaan nemen aan het internationale project Emmen-Rheine om zo toe te werken naar een heractivering van het personenvervoer tussen Neuenhaus in Duitsland en Coevorden in Nederland richting 2024. Voor de benodigde aanpassingen aan het spoor in Noord-Nederland wordt door het ministerie van IenW € 10 miljoen gereserveerd. Voortgangsrapportage Regio Specifiekpakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) Zoals afgesproken met uw Kamer treft u hierbij in de bijlage de twaalfde en tevens laatste voortgangsrapportage van het Regiospecifiekpakket Zuiderzeelijn aan. Voortgang Programmatische Aanpak Grote Wateren in Noord-Nederland Tijdens het Bestuurlijk Overleg MIRT hebben Rijk en regio de startbeslissing MIRTverkenning Koehool-Lauwersmeer ondertekend. Doel van dit project is om de randen van het wad te verzachten door het terugbrengen van geleidelijke overgangen tussen land en water en zoet- en zoutwater. Voor het realiseren van het PAGW-doel in de dijkversterkingsopgave Koehool-Lauwersmeer is een Pagina 12 van 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=7ce9bdf9-0d14-4cc0-8dbd-e8bd18b91953