Collegebrief inzake Koers Tomingroep 2022 - 2025
Tekst van het document
•
Om de hiervoor geschetste ontwikkeling mogelijk te maken is in de begroting 2020 en 2021 reeds rekening gehouden met transitiekosten. Transitieprocessen zijn onzeker Afhankelijk van de vorderingen is mogelijk nadere actie nodig en worden de kosten mogelijk hoger dan verwacht.
5.11
Weging van de verschillende opties
Tomin staat voor een enorme veranderopgave. Gemeenten zien het belang in van een gemeenschappelijk organisatie die mensen met een beperking ondersteunt, die (nog) niet regulier aan de slag kunnen. Gemeenten kiezen ervoor dat Tomin zich omvormt naar een werkleerbedrijf. De vraag is vervolgens hoe de ontwikkeling van het werkleerbedrijf eruit ziet. Gezien de groei van de totale doelgroep, waarvoor de gemeenten verantwoordelijk zijn, ligt het op het eerste gezicht voor de hand dat gekozen wordt voor uitbreiding van de capaciteit, waardoor de groeiende doelgroep kan worden opgevangen. Echter, de
64048 – Openbaar
38
gemeentelijke afdelingen van werk en inkomen bouwen zelf een praktijk op waarin mensen met een beperking zoveel mogelijk regulier aan de slag geholpen worden. De Participatiewet bevat en inclusie-doelstelling. Het ligt daarom voor de hand dat Tomin zich vooral richt op de groep met een beperking die regulier (nog) niet aan de slag komt. Gemeentelijke afdelingen voor werk en inkomen plaatsen in principe zelf, al dan niet samen met het WSP, de mensen met een arbeidsbeperking die regulier aan de slag kunnen, al dan niet met een loonkostensubsidie en/of begeleiding. De vraag is hoe groot de doelgroep is, die afhankelijk is van de werkplekken die Tomin realiseert. Naar verwachting is de groep groter dan alleen de doelgroep beschut. Het gaat dan om de groepen die nieuw op de arbeidsmarkt komen. Maar, er is mogelijk ook een grote groep vanuit het zittend bestand bijstand die wel bij een voorziening zoals Tomin, maar niet op de reguliere arbeidsmarkt aan de slag komt. De gemeenten geven er de voorkeur aan dat de huidige capaciteit van Tomin beschikbaar blijft. Dat omdat het onzeker is hoeveel mensen uit de nieuwe doelgroep en waar mogelijk vanuit het zittend bestand bijstand, ondersteund zullen moeten worden met de voorzieningen van Tomin. Daarnaast treden er met een nieuw kabinet mogelijk allerlei veranderingen op.
Gedacht kan worden aan het landelijke voorstel van CDA en SP, om een verplicht netwerk van sociaal ontwikkelbedrijven op te zetten. Een kamermeerderheid is hiervoor. Het is denkbaar dat de infrastructuur van Tomin zo meteen weer nodig is om in deze ontwikkeling mee te gaan. Gemeenten geven er derhalve de voorkeur aan om de vrijvallende capaciteit volledig in te zetten voor de nieuwe doelgroepen. Daar komt bij dat de hoogte van de kosten om te krimpen, vergelijkbaar is met de hoogte van de kosten om mensen aan de slag te helpen. Gegeven de onzekere omgeving kiezen de gemeenten derhalve voor het continueren van de huidige omvang van het bedrijf in de periode 2022-2025. Op het eind van deze periode worden de plannen geëvalueerd en worden nieuwe besluiten genomen. Gemeenten hebben ook afgewogen of de governance moet worden aangepast. Enerzijds heeft het voordelen als de twee grootste gemeenten een centrumconstructie zouden vormen. De kleinere gemeenten kopen in die situatie in bij het gecentraliseerde samenwerkingsverband. Een dergelijke constructie leidt tot bestuurlijke efficiency-voordelen. Een nadeel is dat de centrumgemeenten extra (financieel) risico gaan dragen. Daar komt bij dat aanpassing van de governance vaak langdurige en ingewikkelde processen zijn.
De gemeenten hebben afgewogen dat – mede omdat unanimiteit bestaat ten aanzien van de gezamenlijk in te zetten koers – het op dit moment de voorkeur geniet om niet de discussie aan te gaan over een nieuwe inrichting van de governance. De omgeving is onzeker. Nu moet alle energie worden ingezet voor het realiseren van de noodzakelijke veranderingen bij Tomin. Dit laat echter onverlet dat, mede gezien de mogelijke veranderingen die een nieuw kabinet doorvoert, het mogelijk toch gewenst is om eerder dan 2025 de discussie op te starten over de governance.
5.12 •
Vervolg
We gaan er op basis van het Ruitmodel van uit dat het bestuur voor de zomer 2021 instemt met het businessplan.
•
De volgende fase betreft het bedrijfsplan. De fase daarna gaat over de uitvoeringsplannen. Om per 1-1-2022 met de nieuwe koers te starten, moeten het bedrijfsplan en de uitvoeringsplannen voor die tijd zijn opgesteld en vastgesteld.
•
Belangrijk is om bij het bedrijfsplan gezamenlijk (gemeenten en Tomingroep) op te trekken. Betrokkenen vanuit gemeenten en Tomingroep krijgen gericht een plekje aan de werktafels in de planfase. In deze planfase moeten nog verschillende zaken, waarvoor in het businessplan de kaders worden gesteld, worden uitgewerkt.
64048 – Openbaar
39
6. Conclusies en advies 6.1 Conclusies •
Door de invoering van de Participatiewet worden gemeenten elk jaar verantwoordelijk voor een steeds grotere groep mensen met een arbeidsbeperking. Er is dus een steeds grotere en complexere groep de ondersteuning van de gemeente behoeft.
•
Het is nog niet helemaal duidelijk welke mogelijkheden er voor deze groep zijn om op de reguliere arbeidsmarkt aan de slag te gaan en in hoeverre voorzieningen, zoals bij Tomin, nodig zijn. In hoeverre absorbeert de arbeidsmarkt de betrokken groep? Is het in voldoende mate mogelijk om betrokkenen structureel te plaatsen op werkplekken die voldoende veiligheid bieden?
•
Gemeenten zien het samenwerkingsverband Tomin als belangrijk vehikel om de groep mensen te ondersteunen die niet of nog niet regulier op de arbeidsmarkt kunnen participeren.
•
De afdelingen werk en inkomen richten zich op de groepen die wel regulier plaatsbaar zijn, waaronder de mensen met een arbeidsbeperking die met een loonkostensubsidie en/of begeleiding bij een reguliere werkgever aan de slag kunnen.
•
De gemeenten hebben de voorkeur dat Tomin zich gaat omvormen naar een werkleerbedrijf. Dat betekent: -
Tomin blijft ervoor verantwoordelijk om de Wsw goed uit te voeren.
-
Tomin realiseert werkplekken voor de doelgroep nieuw beschut en voor mensen die om andere redenen (nog) niet op de reguliere arbeidsmarkt aan de slag kunnen. Tomin heeft als taak om telkens te bevorderen dat mensen een stap omhoog zetten op de participatieladder en zo mogelijk uitstromen naar regulier werk.
-
Daarnaast wordt de infrastructuur ingezet voor mensen die het best ondersteund kunnen worden door een combinatie van leren en werken, waarbij een plek op de reguliere arbeidsmarkt niet mogelijk is.
•
Daarnaast bevindt de sector werk en inkomen zich in een onzekere omgeving. Enerzijds is nog onduidelijk welke kant de conjunctuur zich op beweegt als gevolg van Corona. Anderzijds neemt de landelijke overheid mogelijk besluiten die een stevige impact hebben op de lokale en regionale uitvoering.
•
Voor een verantwoorde ontwikkeling van Tomin is het belangrijk dat het bestuur duidelijke keuzes maakt en dat er wordt samengewerkt bij het zoeken, vinden en plaatsen van mensen die graag aan de slag gaan bij Tomin en die daarmee geholpen zijn. Het is tevens belangrijk dat daarvoor door de gemeenten de benodigde middelen beschikbaar worden gesteld.
•
We hebben verschillende varianten uitgewerkt. De gemeenten geven er de voorkeur aan, dat de huidige capaciteit van Tomingroep beschikbaar blijft, mede gezien de onzekere omgeving en mede gezien het belang dat eraan gehecht wordt dat een voorziening zoals van Tomin, in voldoende mate beschikbaar is. Dat komt erop neer dat de komende jaren elke Wsw-er die de Wsw verlaat, wordt vervangen door iemand vanuit de nieuwe doelgroep Participatiewet. De inschatting is dat als hier goed in wordt samengewerkt en naast de nieuwe doelgroepen ook gekeken wordt naar de kansen van mensen in het zittend bestand, er voldoende mensen geïnteresseerd zijn in een baan bij Tomingroep.
•
Gemeenten betalen een extra bijdrage aan Tomin om tot een sluitende exploitatie te komen. De bijdrage wordt verdeeld naar rato van de rijksbudgetten waarover de gemeenten ter zaken beschikken. Gemeenten
64048 – Openbaar
40
spreken aantallen mensen af, die ze – binnen de gemeenschappelijke afspraak -jaarlijks maximaal kunnen doorgeleiden naar Tomin. •
Er is eveneens overwogen om de bestaande governance aan te passen. Door te werken vanuit een centrumconstructie, waarbij de twee grootste gemeenten het centrum vormen, kan meer bestuurlijke doelmatigheid worden gerealiseerd. De kleinere gemeenten zien het als voordeel dat ze meer vrijheid hebben bij het wel of niet verlenen van opdrachten aan Tomingroep. Daar staat tegenover dat dat leidt tot meer risico bij de centrumgemeenten. Zij zijn dan immers met twee gemeenten verantwoordelijk voor de totale organisatie, terwijl daar nu negen gemeenten voor verantwoordelijk zijn. Mede gezien de onzekere omgeving waarin Tomin zich nu bevindt en mede omdat verandering van de governance vaak een langdurig en ingewikkeld traject is, hebben de gemeenten nu de voorkeur om de governance niet aan te passen. Tegelijkertijd zijn ze zich ervan bewust dat onverwachte veranderingen het tij snel kunnen keren, waardoor aanpassing van de governance wel gewenst is.
•
De afspraken gelden voor de periode 2022-2025.
6.2 Advies •
Voer de afspraken uit, zoals hiervoor geformuleerd.
•
Kies voor een gefaseerde aanpak, volgens het Berenschot Ruitmodel.
•
Met het businessplan dat nu voorligt, wordt de koers uitgezet (richten)
•
In de komende planfase worden de afspraken gezamenlijk verder uitgewerkt.
•
De afspraken worden verwerkt in een bedrijfsplan. Het bedrijfsplan bevat duidelijke doelstellingen (SMART) en streefwaarden, KPI’s op basis waarvan de voortgang gevolgd kan worden. Het bedrijfsplan bevat tevens een planning en de afspraken over wie wat doet. Het bedrijfsplan moet in september/oktober worden afgerond.
•
Aansluitend op het bedrijfsplan kunnen de uitwerkingsplannen worden opgesteld. Deze plannen werken specifiek en concreet uit wat er moet gebeuren.
•
Het businessplan biedt het kader en de basis voor het bedrijfsplan. Het bedrijfsplan biedt de basis voor de monitoring en sturing. Het bedrijfsplan biedt tevens de basis voor de evaluatie van de gemaakte afspraken. De evaluatie moet in de loop van 2025 worden uitgevoerd. Daarna worden afspraken gemaakt voor de jaren daarna.
41
64048 – Openbaar
Bijlage: Criteria werksoorten Om te bepalen of een werksoort behouden kan blijven of nieuw ontwikkeld kan worden, heeft de directie een paar criteria vastgesteld. Elke werksoort moet aan minstens twee van deze criteria voldoen. 1.
De werksoort biedt passend werk voor mensen die niet op ander werk inzetbaar zijn.
2.
De werksoort is noodzakelijk om een goed leer-werktraject te kunnen opzetten en is (dus) heel geschikt voor arbeidsontwikkeling.
3.
De werksoort draagt bij aan het financieel rendement van Tomingroep: De gemeenten zijn bereid om te betalen voor deze werksoort, om de werkgelegenheid voor een bepaalde groep in stand te houden of vanwege een andere doelstelling, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, welzijn of omdat ze een vestiging op een locatie in hun eigen gemeente willen hebben.
Werksoort
Wat gebeurt hiermee
Geldende criteria
Verpakken
Verpakken wordt kleiner. Uiteindelijk zullen alleen de SW-medewerkers die echt zijn
1, 4
aangewezen op Verpakken, daar werken. Plus een deel van de medewerkers Nieuw Beschut en uit het doelgroepregister. Ook mensen die aan het begin van hun ontwikkeltraject staan (bijv. statushouders) kunnen bij Verpakken terecht. Metaal
Metaal wordt afgeslankt en getransformeerd naar Assemblage. Dit gaat met
1, 4
Verpakken één afdeling vormen. Assemblage / Montage levert meer werkgelegenheid op die voor onze doelgroepen geschikt is dan Metaal op dit moment doet. Groen
Tomin heeft een Groenbedrijf dat groot en serieus genoeg is om aantrekkelijk werk
1, 2, 3, 4
te bieden en mensen in op te leiden. Maar Tomin doet geen groenwerk meer dat grote financiële risico’s met zich meebrengt. Het liefst verzorgt Tomin de groenvoorziening voor de aangesloten gemeenten op basis van (quasi) inbesteding. Dat betekent dat niet met andere bedrijven geconcurreerd hoeft te worden in aanbestedingstrajecten. Het groenwerk gebeurt dan onder regie van Tomin zelf of onder regie van de gemeente. Vroegere concurrenten zijn partners geworden waar medewerkers worden gedetacheerd. Schoonmaak
Tomin heeft een Schoonmaakbedrijf dat groot en serieus genoeg is om
1, 2, 3, 4
aantrekkelijk werk te bieden en mensen in op te leiden. Net als met het Groenbedrijf werkt Tomin graag voor de eigen gemeenten op basis van (quasi) inbesteding. Daarnaast doet Tomin werkzaamheden voor andere opdrachtgevers in de regio. Kringloopwinkels
Kringloopwinkels bieden passende werkgelegenheid voor de doelgroepen en vormen een goede omgeving voor leerwerktrajecten. De vraag of op termijn alle winkels open kunnen blijven, hangt mede af van ontwikkelingen in het koopgedrag en (gemeentelijke) ambities op het gebied van duurzaamheid en werkgelegenheid voor de diverse doelgroepen.
1, 2, 4
42
64048 – Openbaar
Overige (staf)
De stafafdelingen zijn zo klein en efficiënt mogelijk. In alle (staf) afdelingen van het
afdelingen
bedrijf, waaronder ook catering, is er ruimte om passend werk, leerwerktrajecten of
1, 2
werkervaringsplaatsen te bieden. Detachering
Detachering wil Tomin uitbreiden. Het is de bedoeling dat iedereen die dat kan,
1, 3
zowel SW-medewerkers als medewerkers Nieuw-Beschut, uiteindelijk gedetacheerd gaan werken. Dat gebeurt onder begeleiding van Tomin. Detachering werkt nauw samen met het werkgeversservicepunt in de regio. Focus@Work
Het uitzendbureau van Tomin richt zich op het uitzenden van P-wetters (via
3, 4
gemeenten) en WW-ers (via UWV) met een korte afstand tot de arbeidsmarkt en op het uitzenden van reguliere medewerkers. Ander werk
Tomin is creatief en ondernemend en kan dus ook nieuwe werksoorten creëren als daar behoefte aan is. Dat hangt (mede) af van de vraag vanuit de gemeenten en de markt.
1, 2, 3, 4
43
64048 – Openbaar
Bijlage: Rijksbudgetten Wsw en Participatiewet De tabel hierna laat de budgetten per onderdeel zien die gemeenten vanuit het rijk ontvangen in 2020.
Almere Blaricum Eemnes Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Weesp Wijdemeren Totaal
I-deel € 88.501.593 € 1.660.237 € 1.153.861 € 13.232.987 € 31.312.611 € 11.543.517 € 1.695.081 € 5.873.038 € 3.333.677 € 158.306.602
W-deel € 8.531.331 € 41.632 € 53.482 € 869.518 € 2.957.963 € 994.979 € 72.990 € 493.543 € 146.643 € 14.162.082
Uitvoering € 22.103.971 € 516.030 € 413.643 € 4.034.132 € 9.362.161 € 3.273.607 € 593.733 € 1.597.555 € 1.094.600 € 42.989.431
Wsw € 9.164.214 € 127.991 € 289.639 € 1.828.086 € 6.707.408 € 1.732.008 € 290.633 € 655.572 € 659.202 € 21.454.753
Totaal € 128.301.109 € 2.345.890 € 1.910.624 € 19.964.724 € 50.340.144 € 17.544.110 € 2.652.437 € 8.619.708 € 5.234.121 € 236.912.868
Toelichting; •
In het I-deel (inkomensdeel of ook wel BUIG-budget of bijstandsbudget genoemd) ontvangen gemeenten het budget voor het betalen van bijstands(gerelateerde) uitkeringen en loonkostensubsidies.
•
In het W-deel ontvangen gemeenten het klassieke re-integratiebudget en de begeleidingsbudgetten voor de nieuwe doelgroepen. Het klassieke re-integratiebudget zit in de algemene uitkering in het gemeentefonds. De begeleidingsbudgetten voor de nieuwe doelgroepen ontvangen de gemeenten via de integratie-uitkering Participatie.
•
De middelen voor de uitvoering zijn opgenomen in het cluster inkomen en participatie in de algemene uitkering van het gemeentefonds. Het betreft de uitvoeringsmiddelen voor de Participatiewet.
•
De Wsw-middelen ontvangen gemeenten via het integratiebudget Participatie. We hebben hierboven de reguliere middelen opgenomen. De middelen die in 2020 zijn verstrekt in verband met Corona zijn niet opgenomen.
44
64048 – Openbaar
Bijlage: Financiering Participatiewet Financieringskanalen Gemeenten ontvangen via drie kanalen geld van de Rijksoverheid voor de financiering van de Participatiewet: het bijstandsbudget (ook wel BUIG of inkomensdeel genoemd), de integratie-uitkering Participatie en de algemene uitkering in het gemeentefonds. Tabel. Financiering van de Participatiewet Budget
Bestedingsrichting
Bijstandsbudget
•
Bijstandsuitkeringen
•
Loonkostensubsidies
•
Loonkosten en overige kosten Wsw
•
Plaatsing en begeleiding nieuwe doelgroepen
• •
Klassieke re-integratie Uitvoeringskosten sociale dienst
•
Bijzondere bijstand
Integratie-uitkering participatie
Cluster inkomen en participatie in de algemene uitkering in het Gemeentefonds
Aan de linkerkant staan de drie verschillende budgetten. Aan de rechterkant staat waar de budgetten voor bedoeld zijn. De middelen zijn vrij besteedbaar. Dat laat onverlet dat aan iedereen die recht heeft, een uitkering moet worden verstrekt. Ook voor de Wsw-middelen geldt dat iedereen die recht heeft op Wsw salaris dient te ontvangen. In de volgende grafiek zien we de bedragen die gemeenten landelijk in 2021 ontvangen (stand septembercirculaire 2020, in mln euro).
Figuur. Bedragen die gemeenten landelijk ontvangen in 2021 (stand septembercirculaire 2020) Hierna gaan we dieper in op de verschillende budgetten.
Bijstandsbudget Gemeenten ontvangen jaarlijks het bijstandsbudget voor het betalen van bijstandsuitkeringen en LKS. Er wordt eerst op basis van de ramingen van het Centraal planbureau (CPB) een macrobudget vastgesteld. Het macrobudget wordt vervolgens verdeeld op basis van zogenoemde objectieve factoren. Objectieve factoren zijn factoren die niet direct gerelateerd zijn aan de totale bijstandsuitgaven en die niet direct door gemeenten te beïnvloeden zijn. Het gaat bijvoorbeeld om het aantal alleenstaande ouders, het aantal minderheden en het aantal corporatiewoningen in de gemeente. Gemeenten met minder dan 40.000 inwoners ontvangen een aandeel dat geheel of gedeeltelijk verdeeld wordt op basis van de historische bijstandsuitgaven. Het budget voor gemeenten met meer dan 40.000 inwoners staat los van de werkelijke totale uitgaven.
64048 – Openbaar
45
Vanaf 2022 worden de budgetten loonkostensubsidie (LKS) over gemeenten verdeeld op basis van gerealiseerde uitgaven. Dit stimuleert gemeenten om het instrument loonkostensubsidie vaker in te zetten. De betaalde LKS wordt dan (vertraagd) gecompenseerd, terwijl die (voor gemeenten waarvoor het bijstandsbudget op basis van objectieve criteria wordt vastgesteld) nu ten laste gaat van het saldo op het bijstandsbudget.
Participatiemiddelen Naast het bijstandsbudget, ontvangen gemeenten middelen voor de re-integratie en begeleiding. Het gaat om middelen voor het re-integreren van de klassieke doelgroep onder de bijstandswet, het re-integreren en begeleiden van de nieuwe doelgroep en voor de financiering van de Wsw. Het budget voor de Wsw wordt elk jaar lager omdat de instroom in de Wsw is gestopt. Tot en met 2020 wordt een elk jaar grotere efficiency-korting doorgevoerd op het budget. Het budget gaat verder elk jaar omlaag, omdat het aantal Wsw-ers omlaag gaat. Omdat het aantal Wsw-ers daalt tot uiteindelijk nul, gaat ook het budget voor de Wsw omlaag naar nul.
Figuur. Budgetten Participatiewet (mln euro)9 Binnen de Participatiewet is een budget Wsw vastgesteld en een budget voor de nieuwe doelgroep. In bovenstaande grafiek is dat het grijze respectievelijk oranje deel. Elk jaar ontvangt de gemeente een budget voor de nieuwe doelgroep. Het budget voor de nieuwe doelgroep (nieuw beschut, begeleiding regulier en voormalig Wajong) wordt elk jaar groter. Tot slot ontvangt de gemeente in het Participatiebudget ook het klassieke re-integratiebudget voor de Wet werk en bijstand. Gemeenten ontvangen het participatiebudget via de zogenoemde integratie-uitkering sociaal domein. De middelen voor klassiek WWB zijn in 2019 overgeheveld naar de algemene uitkering in het gemeentefonds
Cluster inkomen en participatie in de algemene uitkering in het gemeentefonds In de algemene uitkering in het gemeentefonds ontvangen gemeenten het cluster inkomen en participatie. Het cluster inkomen en participatie is bedoeld voor het betalen van de uitvoeringskosten van de Participatiewet en het minimabeleid (met name bijzondere bijstand en schuldhulpverlening). In totaal zit er circa €2,6 mld in het cluster I&P (stand septembercirculaire 2020).
De uitschieter in 2020 wordt verklaard door extra geld dat de rijksoverheid beschikbaar stelde ter compensatie van tekorten die veroorzaakt worden door de Corona-pandemie. 9
64048 – Openbaar
46
De middelen worden verdeeld op basis van verschillende factoren, zoals het aantal inwoners, het aantal mensen met een laag inkomen en het aantal bijstandsgerechtigden. Het gemeentelijk aandeel in de verdeling beweegt dus (in tegenstelling tot het bijstandsbudget) mee met het werkelijk aantal bijstandsgerechtigden,. Daarnaast beweegt het budget mee met de rijksuitgaven via de zogenaamde trap-op-trap-af systematiek. Dat betekent dat als de rijksuitgaven omhoog gaan, het gemeentefonds automatisch mee omhoog beweegt. Daarmee gaat het cluster I&P ook automatisch omhoog.
Herijking gemeentefonds De financiering gaat naar verwachting per 2023 veranderen. De participatiemiddelen voor de doelgroep begeleiding regulier gaan naar de algemene uitkering in het gemeentefonds (cluster I&P). De verdeling van het cluster I&P wordt herijkt. Dat leidt tot herverdeeleffecten. Het macrobudget verandert in principe niet, maar golft via de trap op, trap af systematiek wel mee met de rijksuitgaven. De middelen voor nieuw beschut en voor de Wsw komen in een zogenoemde decentralisatie-uitkering. Het bijstandsbudget blijft bestaan, zoals het nu is. Hier worden geen (grote) veranderingen verwacht.
47
64048 – Openbaar
Bijlage: Verwachte aantallen en bedragen per gemeente
Almere Volume Wsw Volume P-wet FT Werkleerplekken Totaal Rijksbijdrage Wsw Loonkostensubsidie P-wet Gemeentelijke bijdrage nieuw Totaal Blaricum Volume Wsw Volume P-wet FT Werkleerplekken Totaal Rijksbijdrage Wsw Loonkostensubsidie P-wet Gemeentelijke bijdrage nieuw Totaal Eemnes Volume Wsw Volume P-wet FT Werkleerplekken Totaal Rijksbijdrage Wsw Loonkostensubsidie P-wet Gemeentelijke bijdrage nieuw Totaal
2022
2023
2024
2025
292,0 137,8 7,2 437,1
277,4 152,0 14,4 443,7
261,1 167,6 22,2 450,9
244,1 183,9 30,6 458,6
€ 8.219.940 € 1.753.948 € 1.080.535 € 11.054.424
€ 7.937.271 € 1.955.392 € 1.179.808 € 11.072.470
€ 7.619.641 € 2.178.727 € 1.292.571 € 11.090.939
€ 7.321.147 € 2.410.753 € 1.380.656 € 11.112.557
4,1 1,0 0,0 5,1
3,9 1,1 0,1 5,0
3,6 1,2 0,1 5,0
3,4 1,3 0,1 4,9
€ 114.803 € 12.745 € 4.464 € 132.012
€ 110.855 € 14.204 € 4.301 € 129.361
€ 106.419 € 15.823 € 4.172 € 126.414
€ 102.250 € 17.505 € 3.609 € 123.364
9,2 2,4 0,0 11,6
8,8 2,6 0,1 11,4
8,3 2,8 0,1 11,2
7,7 3,1 0,1 10,9
€ 259.794 € 30.055 € 10.895 € 300.745
€ 250.861 € 33.188 € 10.066 € 294.115
€ 240.822 € 36.698 € 9.307 € 286.827
€ 231.388 € 40.295 € 7.500 € 279.182
48
64048 – Openbaar
Gooise Meren Volume Wsw Volume P-wet FT Werkleerplekken Totaal Rijksbijdrage Wsw Loonkostensubsidie P-wet Gemeentelijke bijdrage nieuw Totaal Hilversum Volume Wsw Volume P-wet FT Werkleerplekken Totaal Rijksbijdrage Wsw Loonkostensubsidie P-wet Gemeentelijke bijdrage nieuw Totaal Huizen Volume Wsw Volume P-wet FT Werkleerplekken Totaal Rijksbijdrage Wsw Loonkostensubsidie P-wet Gemeentelijke bijdrage nieuw Totaal
2022
2023
2024
2025
58,3 15,3 0,7 74,3
55,3 16,8 1,4 73,5
52,1 18,4 2,2 72,7
48,7 20,1 3,1 71,9
€ 1.639.722 € 194.406 € 76.781 € 1.910.908
€ 1.583.334 € 215.590 € 76.801 € 1.875.725
€ 1.519.973 € 239.206 € 77.632 € 1.836.811
€ 1.460.430 € 263.563 € 72.340 € 1.796.333
213,8 38,0 2,6 254,4
203,0 41,9 5,2 250,2
191,1 46,3 8,1 245,5
178,7 50,9 11,1 240,7
€ 6.016.281 € 483.340 € 82.990 € 6.582.612
€ 5.809.392 € 539.632 € 67.054 € 6.416.078
€ 5.576.915 € 601.953 € 51.786 € 6.230.654
€ 5.358.443 € 666.820 € 13.924 € 6.039.188
55,2 14,9 0,9 71,0
52,4 16,5 1,7 70,7
49,3 18,3 2,6 70,3
46,1 20,2 3,6 69,9
€ 1.553.543 € 190.215 € 78.835 € 1.822.593
€ 1.500.119 € 212.932 € 82.260 € 1.795.311
€ 1.440.088 € 238.018 € 86.566 € 1.764.672
€ 1.383.674 € 264.216 € 85.492 € 1.733.382
49
64048 – Openbaar
Laren Volume Wsw Volume P-wet FT Werkleerplekken Totaal Rijksbijdrage Wsw Loonkostensubsidie P-wet Gemeentelijke bijdrage nieuw Totaal Weesp Volume Wsw Volume P-wet FT Werkleerplekken Totaal Rijksbijdrage Wsw Loonkostensubsidie P-wet Gemeentelijke bijdrage nieuw Totaal Wijdemeren Volume Wsw Volume P-wet FT Werkleerplekken Totaal Rijksbijdrage Wsw Loonkostensubsidie P-wet Gemeentelijke bijdrage nieuw Totaal
2022
2023
2024
2025
9,3 2,4 0,0 11,7
8,8 2,6 0,1 11,5
8,3 2,8 0,1 11,2
7,7 3,1 0,2 11,0
€ 260.686 € 30.055 € 10.996 € 301.738
€ 251.722 € 33.188 € 10.308 € 295.218
€ 241.649 € 36.698 € 9.703 € 288.049
€ 232.182 € 40.295 € 8.058 € 280.535
20,9 5,7 0,4 27,0
19,8 6,3 0,9 27,0
18,7 6,9 1,4 26,9
17,5 7,5 1,9 26,9
€ 588.022 € 72.617 € 31.433 € 692.071
€ 567.801 € 80.547 € 33.097 € 681.445
€ 545.079 € 89.386 € 35.197 € 669.662
€ 523.726 € 98.506 € 35.229 € 657.460
21,0 6,9 0,1 28,0
20,0 7,5 0,1 27,6
18,8 8,3 0,2 27,3
17,6 9,1 0,3 26,9
€ 591.278 € 87.644 € 41.353 € 720.275
€ 570.945 € 97.141 € 41.313 € 709.399
€ 548.097 € 107.735 € 41.614 € 697.447
€ 526.626 € 118.653 € 39.630 € 684.909
50
64048 – Openbaar
Berenschot is een onafhankelijk organisatieadviesbureau met 350 medewerkers wereldwijd. Al 80 jaar verrassen wij onze opdrachtgevers in de publieke sector en het bedrijfsleven met slimme en nieuwe inzichten. We verwerven ze en maken ze toepasbaar. Dit door innovatie te koppelen aan creativiteit. Steeds opnieuw. Klanten kiezen voor Berenschot omdat onze adviezen hen op een voorsprong zetten. Ons bureau zit vol inspirerende en eigenwijze individuen die allen dezelfde passie delen: organiseren. Ingewikkelde vraagstukken omzetten in werkbare constructies. Door ons brede werkterrein en onze brede expertise kunnen opdrachtgevers ons inschakelen voor uiteenlopende opdrachten. En zijn we in staat om met multidisciplinaire teams alle aspecten van een vraagstuk aan te pakken.
Berenschot B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG Utrecht Postbus 8039, 3503 RA Utrecht 030 2 916 916 www.berenschot.nl /berenschot