Collegebrief inzake Haalbaarheidsonderzoek lage temperatuur warmtenet Kerkelanden
Tekst van het document
Hierbij moet per post aangegeven worden welke inflatieindex van toepassing is (kolom C). Tabblad Inkomsten
29 januari 2021 - Duurzaam warmtenet Hilversum Kerkelanden - 1
40/43
Alle inkomsten door verkoop van energie of grondstoffen buiten de systeemgrens. Bijvoorbeeld de elektriciteitsopbrengst van PV panelen, als deze onderdeel uitmaken van een warmtescenario. Ook hier moet de koppeling met een Hoofdpost aangeven worden (kolom C). Tabblad Eenmalige Inkomsten – Kosten Kosten voor nieuwe aansluitingen, bijdrage in aansluitkosten (BAK), subsidies en dergelijke. Hierbij moet in kolom C expliciet worden aangeven of het Inkomsten of Kosten betreft. 7.
Output
De belangrijkste output van het model is de grafiek op het tabblad Dashboard Per Partner. Deze grafiek geeft de gemiddelde Netto Contante Waarde van de scenario’s per woning en per jaar. Met deze grafiek kunnen de verschillende scenario’s op kosten met elkaar vergeleken worden. Daarnaast is vergelijking van de duurzaamheid van de scenario’s van belang. Deze staat als grafiek op het tabblad Dashboard Grafieken – CO2-verbruik cumulatief (ton) per variant. Het TCO model geeft daarnaast de volgende output: Dashboard Kernfinanciën o Kasstroomoverzicht per variant en per partner o CO2-uitstoot per variant en per jaar Dashboard Grafieken o Kasstroomoverzicht per partner voor de gekozen variant in het dashboard Kernfinanciën o Kasstroomoverzicht ‘Totaal’ per variant o Cumulatief kasstroomoverzicht per partner voor de gekozen variant in het dashboard Kernfinanciën o Cumulatief kasstroomoverzicht ‘Totaal’ per variant o Kasstroomoverzicht per variant voor de gekozen partner in het dashboard Kernfinanciën o CO2-uitstoot (ton/jaar) voor de gekozen variant in het dashboard Kernfinanciën o CO2-uitstoot cumulatief (ton) voor de gekozen variant in het dashboard Kernfinanciën o CO2-balans (€/jaar) voor de gekozen variant in het dashboard Kernfinanciën o CO2-uitstoot cumulatief (ton) per variant o CO2-uitstoot elektriciteit cumulatief (ton) per variant Dashboard Per partner o Totale
investeringskosten (in eerste afschrijftermijn) o Gemiddelde investeringskosten (in eerste afschrijftermijn) per jaar o Gemiddelde investeringskosten (in eerste afschrijftermijn) per woning o Totaaloverzicht kosten, opbrengsten en NCW per variant o Grafiek: gemiddelde NCW van de varianten per woning en per jaar o CO2-uitstoot (jaar 1) o Overzicht ingaande en uitgaande stromen o CO2-reductie
29 januari 2021 - Duurzaam warmtenet Hilversum Kerkelanden - 1
41/43
Dashboard Per Variant o Totale investeringskosten (in eerste afschrijftermijn) o Gemiddelde investeringskosten (in eerste afschrijftermijn) per jaar o Gemiddelde investeringskosten (in eerste afschrijftermijn) per woning o Totaaloverzicht kosten, opbrengsten en NCW per variant o CO2-uitstoot (jaar 1) o Overzicht ingaande en uitgaande stromen o CO2-reductie
29 januari 2021 - Duurzaam warmtenet Hilversum Kerkelanden - 1
42/43
7.3
Kostenraming warmtenet door Qirion Tabel 13 Kostenraming 70 graden warmtenet Kerkelanden door Qirion Qirion Kerkelanden Lengte tracé Tracé
21.350
meter exclusief aansluitleidingen! Kosten Opmerking Grondwerkzaamheden € 1.548.781 Bemaling € 712.243 Montage leidingen en appendages € 1.704.003 Verharding en bovengrondse obstakels € 1.855.406 Materiaalkosten € 1.182.599 Zinkers, boringen, persingen incl materiaal € 117.076 Damwanden werkputten € Glasvezel gehele trace € Verkeersvoorzieningen € 705.277 Sub totaal € 7.825.385
Aanvullende zaken Voorspannen Reinigen en beproeven First fill Engineering, WV en revisie aannemer Uitvoering en PM aannemer Engineering Alliander Directie en PM Alliander Diversen Onvoorzien tracé Particuliere grondeigenaren/ZRO Variatie staalprijs Omgevingsmanagement Verontreinigde grond Archeologie Niet gesprongen explosieven Natuur flora/fauna Eisen Waterschap Inmeten trace Legekosten AK/winst/risico aannemer CAR verzekering Sub totaal
€ € 157.816 € 26.718 € 469.523 € 469.523 € 391.269 € 391.269 € 262.900 € 782.538 € 79.185 € 26.623 € 301.100 € 172.436 € 23.121 € 270.744 € 117.987 € € 17.080 € 39.127 € 1.384.342 € 29.362 €
Totaal € €
5.412.662 13.238.046 ( € 620 per meter trace ) 620 €/meter trace 3.900 per woning 6,3 m/woning
29 januari 2021 - Duurzaam warmtenet Hilversum Kerkelanden - 1
43/43
Rapportage haalbaarheidsonderzoek duurzaam wijkwarmtenet in Kerkelanden/Hilversum
Deelrapport 2 SAMEN ZORGDRAGEN VOOR WIJKWARMTE: Haalbaarheid van een Coöperatief georganiseerd Wijkwarmtebedrijf in Kerkelanden/Hilversum (definitief)
HET coöperatie Gjalt Annega en Jeroen Pool Hilversum, 21 januari 2021
Dit deelrapport maakt onderdeel uit van het project “Haalbaarheidsonderzoek naar aquathermie en een publiek warmtenet in Kerkelanden” uitgevoerd door HET, Firan en Waternet. Het onderzoek is mogelijk gemaakt door een bijdrage van de gemeente Hilversum en provincie Noord Holland, ter beschikking gesteld onder beschikking nummer 610192.
© HET, Firan, waternet
1 van 74
INHOUDSOPGAVE Management Samenvatting
1
2
3
4
Scenario’s
4
Financiering wijkwarmtebedrijf
4
Juridische en wettelijke kaders
5
Concluderend
5
Inleiding
6
1.1
Achtergrond en overzicht van de haalbaarheidsstudie
6
1.2
Gevolgde aanpak
6
1.3
Leeswijzer
7
Naar een haalbare vorm van een (coöperatief) wijkwarmtebedrijf
8
2.1 Keuzecriteria 2.1.1 Coöperatief karakter 2.1.2 Professionaliteit 2.1.3 Uitvoerbaarheid 2.1.4 Weging
8 8 8 9 10
2.2
10
Structurering en fasering van keuzes
2.3 Keuze-opties en weging ten opzichte van criteria 2.3.1 Organisatie warmteketen 2.3.2 Rechtsvorm wijkwarmtebedrijf 2.3.3 Eigen coöperatie of binnen HET 2.3.4 Eigendomsstructuur 2.3.5 Aansturing wijkwarmtebedrijf 2.3.6 Management en bedrijfsvoering 2.3.7 Ledenstructuur 2.3.8 Interne organisatie
11 11 19 23 25 29 33 37 39
2.4 Eindbeeld organisatie wijkwarmtebedrijf 2.4.1 Scenario 1: coöperatief, integraal warmtebedrijf 2.4.2 Scenario 2: splitsing van het warmtenet 2.4.3 Scenario 3: stichting als aansturing voor wijkwarmtebedrijf 2.4.4 Scenario 4: volledig commercieel warmtenet
40 40 40 41 42
2.5
42
Conclusies en aanbevelingen
Financiering
44
3.1 Kernconcepten 3.1.1 Vermogen 3.1.2 Risico’s
© HET, Firan, Waternet
44 44 44
2 van 74
3.2
4
5
Fasering van financiering in een warmteproject
45
3.3 Routes eigen vermogen en vreemd vermogen 3.3.1 Eigen vermogen 3.3.2 Vreemd vermogen 3.3.3 Eisen aan (vreemd) vermogen
47 48 52 55
3.4
Subsidies
58
3.5
Financieringsrisico’s
63
3.6
Conclusies en aanbevelingen
64
Juridische haalbaarheid
65
4.1 Aspecten van juridische haarbaarheid 4.1.1 Vergunning voor warmtebedrijf 4.1.2 Wet Collectieve Warmtevoorziening (Warmtewet 2.0) 4.1.3 Huidige warmtewet 4.1.4 Transitievisie Warmte 4.1.5 Regionale Strategie Warmte (RSW)
65 65 65 68 70 71
4.2
73
Conclusies en aanbevelingen inzake juridische haalbaarheid
Algemene conclusies en advies voor vervolg
© HET, Firan, Waternet
74
3 van 74
Management Samenvatting Op basis van de uitkomsten van kunnen we concluderen dat een coöperatief opgezet wijkwarmtebedrijf haalbaar en om diverse redenen ook wenselijk is. Wel is deze haalbaarheid en wenselijkheid afhankelijk van een aantal randvoorwaarden, zoals de betaalbaarheid, betrouwbaarheid en het verkrijgen van de juist financiering. Deze conclusie is tot stand gekomen uit literatuuronderzoek naar coöperatieve energieorganisaties en gesprekken met energiecoöperaties, bewoners, onze partners en de gemeente. Voor het organisatorisch opzetten van een wijkwarmtebedrijf zijn veel keuzes te maken, die allemaal invloed hebben op draagvlak en haalbaarheid. Deze keuzes gaan onder andere over de inrichting van de warmteketen, het eigenaarschap van het warmtebedrijf, de aansturing van het warmtebedrijf en hoe de bedrijfsvoering gedaan wordt. Hier is een aantal scenario’s uit samengesteld, die onder verschillende omstandigheden allemaal haalbaar kunnen zijn.
Scenario’s Het hoofdscenario: Het hoofdscenario gaat uit van een wijkwarmtebedrijf dat eigenaar is van de hele warmteketen en waarin de coöperatie een meerderheidsaandeel heeft. De rest van de aandelen is in handen van ontwikkelingspartners om hen ook (financieel) te betrekken bij het warmtebedrijf. De bedrijfsvoering wordt (in ieder geval initieel) voor een groot deel gedaan door extern ingehuurde partijen, waarbij een door het warmtebedrijf aangestelde directeur eindverantwoordelijke is. De bewoners hebben via de coöperatie als meerderheidsaandeelhouder invloed op de bedrijfsvoering en beslissingen van het wijkwarmtebedrijf. Het hoofdscenario voldoet aan alle huidige en toekomstige wetgeving zoals die nu voorzien worden. Mogelijke alternatieven: Een eerste alternatief scenario is om een stichting volledig eigenaar te maken van het wijkwarmtebedrijf, waarbij de coöperatie en andere partners bestuursleden aanleveren. Met dit scenario kunnen bijvoorbeeld woningbouwcorporaties beter betrokken worden via een bestuurslid, maar hebben de bewoners minder zeggenschap. Een tweede alternatief scenario is om het warmtesysteem op te splitsen en deze onder te brengen bij verschillende partners. De coöperatie is dan eigenaar van het warmtebedrijf, dat zich bezighoudt met levering en klantcontact.
Op deze manier kunnen de verantwoordelijkheden simpel verdeeld worden, maar de zeggenschap van bewoners is hier ook beperkt. Dit scenario vraagt ook om extra werk in het regelen van de verantwoordelijkheden van het wijkwarmtebedrijf, omdat de warmtewet 2.0 (Wet Collectieve Warmtevoorziening) een integraal verantwoordelijk warmtebedrijf eist.
Financiering wijkwarmtebedrijf Een collectief warmtesysteem vraagt om grote investeringen in een lange-termijnproject, wat de financiering een uitdaging maakt. Voor het realiseren van het project zal zowel een significant bedrag aan eigen vermogen als vreemd vermogen binnengehaald moeten worden. Voor het ophalen van eigen vermogen kan gekeken worden naar bronnen als inleg door bewoners, subsidies en verschillende publieke en private fondsen en partners. Voor het verkrijgen van vreemd vermogen kan gekeken worden naar bronnen als leningen van bewoners, banken en verschillende publieke en private fondsen en partners Alle verschillende bronnen hebben hun eigen eisen en kosten voor het verlenen van financiering. Het belangrijkste is dat er voldoende zekerheid is voor het project. Dit betekent dat de business case solide moet zijn, dat er goede afspraken moet liggen met samenwerkende partijen en dat de © HET, Firan, Waternet
4 van 74
organisatie professioneel moet zijn. Daarnaast zal meestal niet één enkele financier alles voor zijn rekening nemen, maar wordt de financiering (en dus het risico) verdeeld over verschillende partijen. Met dit rapport laten we zien dat financiering van een dergelijk project haalbaar is, maar dat dit nog wel veel aanscherpingen en verder onderzoek vergt. Hierbij is het belangrijk om goed contact te hebben met zowel partners als andere vergelijkbare initiatieven.
Juridische en wettelijke kaders De ideeën en concepten zoals die nu voorliggen passen in principe binnen de juridische en beleidsmatige kaders. Het organisatiemodel past in zowel de huidige Warmtewet als de nieuwe Wet Collectieve Warmtevoorziening. Voor deze laatste is het wel zorg dat het initiatief onder de aandacht van de gemeente blijft en het project meegenomen wordt in de Transitievisie Warmte en de eventuele aanwijzing van warmtekavels in de Wet Collectieve Warmtevoorziening. Omdat er een vooraf vastgelegd tijdspad is voor zowel de Transitievisie Warmte als het aanwijzen van de warmtekavels, is het zaak om het momentum van het project vast te houden en tijdig klaar te staan voor deze processen. De wenselijkheid van een wijkwarmtebedrijf is getoetst in de klankbordgroep en bij de bewonersavonden (zie ook deelrapport 3 “Participatie en draagvlakopbouw”). Een coöperatief warmtealternatief is logisch als we kijken naar de zorgen over een eerlijke en betrouwbare warmtevoorziening die er in de wijk leven. Met een ‘eigen’ warmtebedrijf kan de wijk (klanten, leden) meesturen met het wijkwarmtebedrijf en het warmtenet helpen vormgeven zoals de wijk deze het liefste zit. Als de coöperatie en daarmee de bewoners mede-eigenaar zijn van het wijkwarmtebedrijf blijven opbrengsten in de wijk en kan door wijkbewoners bepaald worden hoe dit ingezet wordt.
Bij de eerste bewonersavonden in februari bleek dat er zorgen waren dat commerciële warmtepartijen winst zouden gaan maken ‘over de rug van de Kerkelanders’. Een coöperatieve organisatie kan helpen deze vrees weg te nemen. Wel dient ook naar andere belangen gekeken te worden, zoals bijvoorbeeld de verwachtingen en inzichten van externe financiers, woningbouwcorporaties en natuurlijk de gemeente. Een wijkwarmtebedrijf is niet mogelijk zonder de medewerking van deze partijen.
Concluderend Op basis van de organisatorische, juridische en financiële uitwerkingen in dit rapport en de weging ten opzichte van de geformuleerde criteria kunnen we concluderen dat een (coöperatief) wijkwarmtebedrijf zeker haalbaar (te maken) is, en vanuit meerdere perspectieven zelfs wenselijk. Maar we hebben slechts de eerste stappen op weg naar zo’n warmtebedrijf gezet. Als er een vervolg komt op het haalbaarheidsonderzoek zal verder en intensiever overleg met de verschillende partijen en aanvullend onderzoek nodig zijn. Dit zal leiden tot een iteratief en convergerend proces waarbij het beeld van het warmtenet en warmtebedrijf steeds duidelijker wordt. Dit beeld zal ook continue aangepast worden aan nieuwe inzichten en ontwikkelingen op het gebied van het technisch ontwerp, de financiering, de wetgeving en de wensen van de belanghebbenden. De komende periode zal dit proces van het wegen van verschillende invalshoeken door blijven gaan, totdat die verschillende invalshoeken uiteindelijk bij elkaar komen in een gezamenlijk concept. We zijn er dus zeker nog niet, maar dit onderzoek legt wel een stevige basis waarvan eventuele vervolgstappen gezet kunnen worden.
© HET, Firan, Waternet
5 van 74
1
Inleiding
Nederland gaat duurzaam verwarmen. Om dit voor elkaar te krijgen zijn er ingrijpende veranderingen nodig in de warmtevoorziening die tot nu toe vooral was gebaseerd op aardgas. Dit is al sinds de jaren zestig het geval toen Nederland grootschalig op het aardgas aangesloten werd na de vondst van de gasbel in Groningen. Hilversum was zelfs een van de eerste gemeenten die op aardgas overging. De keuze voor aardgas was toen logisch: we hadden onze eigen bron, het was goedkoop en een stuk schoner dan verwarmen met aardolie of kolen. Maar de tijd staat niet stil en om te voorkomen dat de aarde te veel opwarmt moeten wij ook ons deel bijdragen. Dit betekent dat Nederland van het aardgas af gaat, wat uiterlijk in 2050 voltooid moet zijn. Hilversum gaat daarin nog een stukje verder en wil een aardgasvrije gemeente het liefst in 2040 bereikt hebben1, dat is al over 20 jaar. Omdat we in Hilversum 40.000 huizen anders moeten gaan verwarmen en dit een uitdagende opgave is, is het belangrijk om nu al stappen te maken. Als we blijven wachten op betere opties dan zullen de volledige huizenvoorraad niet helemaal op tijd aangepakt kan worden.
1.1
Achtergrond en overzicht van de haalbaarheidsstudie
HET heeft zich vanaf haar oprichting in 2017 gericht op duurzame warmte als een van haar centrale thema’s. Als burger-energiecoöperatie wil HET zo bijdragen aan het behalen van de lokale klimaatdoelen. Vanaf dat jaar is ook met de gemeente en met publieke partners zoals Firan en Waternet gesproken over manieren om daar vorm en inhoud aan te geven. Dat heeft ertoe geleid dat in 2019 samen met Firan en Waternet een start is gemaakt met een haalbaarheidsonderzoek naar een wijkwarmtenet, met steun vanuit de gemeente. De haalbaarheidsstudie bevat vier onderdelen die elk ingaan op diverse aspecten van de haalbaarheid van een (coöperatief op te zetten) duurzaam wijkwarmtenet: -
-
1.2
Technische haalbaarheid, met als hoofdvraag: kan een wijkwarmtenet als collectieve warmtevoorziening technisch worden gerealiseerd op basis van beschikbare duurzame warmtebronnen? Financiële haalbaarheid: kan een warmtenet (vormgegeven als in de technische studie ontworpen) financieel haalbaar gemaakt worden, ook in vergelijking met alternatieven? Organisatorische haalbaarheid: is het haalbaar een duurzaam wijkwarmtenet op coöperatieve wijze vorm te geven en hoe ziet dat er dan uit, en wat zijn te overwegen alternatieven? Sociale haalbaarheid van een coöperatief wijkwarmtenet: wat is hiervoor het draagvlak onder wijkbewoners en andere stakeholders?
Gevolgde aanpak
Het onderzoek naar de organisatie en financiering is gebaseerd op 3 pijlers: literatuuronderzoek in bestaande bronnen, gesprekken met andere partijen en toetsing van de ideeën bij bewoners en partnerorganisaties. In het literatuuronderzoek is vooral gekeken naar welke opties er zijn voor organisatie en financiering, en wat de consequenties daarvan zijn. Hierbij is informatie van de organisaties die zich met coöperatie energievoorziening bezighouden (HIER Klimaatbureau, Energie Samen) gebruikt, maar ook bronnen over de aanpak buiten Nederland. Ook is documentatie van de Rijksoverheid over de warmtewet en subsidies gebruikt, alsmede de conceptversies en startdocumenten van de Transitievisie Warmte en de Regionale Energiestrategie. De gesprekken met andere partijen hebben in belangrijke mate richting gegeven aan dit onderzoek. Collega-coöperaties hebben inzichten gedeeld over hun aanpak en wat voor hen werkt. Deze gesprekken hebben zowel één-op-één als in groepsverband plaatsgevonden. Gesprekken met Alliander
1
Startnotitie Transitievisie Warmte gemeente Hilversum, november 2020
© HET, Firan, Waternet
6 van 74
en haar dochterorganisaties gaf inzicht in alternatieve vormen van duurzame warmtevoorziening via collectieve warmtepompen. Voor de financiering hebben gesprekken met de Nederlandse Waterschapsbank, Rabobank en Invest-NL geholpen met het toetsen van de ideeën en concept met betrekking tot het financieren van een coöperatief wijkwarmtebedrijf. De toetsing van de ideeën bij bewoners en partners was belangrijk in het aanscherpen van de ideeën en keuzes in het onderzoek. Dankzij het klankbord en de bewonersavonden konden relevante vragen in het onderzoek opgenomen worden en konden de overwegingen getoetst worden op wenselijkheid. Ook het sparren met collega’s van HET en met onze partners Firan, Waternet en de gemeente Hilversum heeft daaraan bijgedragen. Van het rapport zijn er twee versies. Voor u ligt het volledige rapport die meer diepgang biedt met betrekking tot de organisatie, financiering en juridische aspecten. Er is ook een verkort rapport beschikbaar waar enkel de hoofdlijnen worden besproken.
1.3
Leeswijzer
Dit rapport is ingedeeld in 3 delen. In het eerste deel wordt ingegaan op de inrichting van de organisatie van het wijkwarmtebedrijf. Hier onderzoeken we de verschillende criteria en opties voor een coöperatief wijkwarmtebedrijf, de ledenstructuur en wat de hoofdscenario’s zijn voor het vervolg. In het tweede deel wordt ingegaan op de financiering en financierbaarheid van een wijkwarmtebedrijf. We staan stil bij de volgorde en opbouw van financiering, de verschillende bronnen van financiering en de eisen van financiers. Het derde deel gaat over het landelijk en regionaal beleid, wettelijke kaders en de juridische aspecten. Hier wordt ingegaan op de vergunning van het wijkwarmtebedrijf en de verschillende beleidstrajecten die van belang zijn voor het wijkwarmtebedrijf zoals bijvoorbeeld de Wet Collectieve Warmte en de Transitievisie Warmte.
© HET, Firan, Waternet
7 van 74
2
Naar een haalbare vorm van een (coöperatief) wijkwarmtebedrijf
Voor het coöperatief exploiteren van een warmtenet is een entiteit nodig die eindverantwoordelijke is, het wijkwarmtebedrijf (WWB). Afhankelijk van de keuze voor eigenaarschap en taakverdeling vallen verschillende onderdelen binnen het wijkwarmtebedrijf. De verkoop van warmte aan bewoners valt erin bijna alle gevallen onder, maar ook bijvoorbeeld transport en distributie en opwekking kan onder de verantwoordelijkheid van het warmtebedrijf vallen. Waar een wijkwarmtebedrijf verschilt van andere warmtebedrijf is dat het specifiek gericht is op het gebied waar het warmte levert, vaak op de schaal van een wijk. Vanuit HET is één van de belangrijkste eisen dat het wijkwarmtebedrijf past bij een coöperatie, ofwel, een bedrijfs- en eigendomsvorm waarin bewoners financieel (kunnen) participeren en mee kunnen beslissen. De uitdaging is om deze eis te combineren met de eisen van een organisatorisch en financieel efficiënte en professionele organisatie. In dit hoofdstuk worden de organisatorische aspecten van het wijkwarmtebedrijf onderzocht, en worden opties beschreven waarmee een wijkwarmtebedrijf aan de eisen kan voldoen.
2.1
Keuzecriteria
Voor een goede afweging van de verschillende opties (de stuurknoppen) is het belangrijk om de criteria te definiëren op basis waarvan de afweging gedaan wordt. Deze criteria zullen hier toegelicht worden. 2.1.1 Coöperatief karakter Het doel van dit onderzoek is om te kijken wat de mogelijkheid zijn voor een coöperatieve warmtevoorziening. Hieronder wordt verstaan een warmtevoorziening die in handen is van de inwoners, of waar in ieder geval de inwoners sterke invloed op hebben. Ook betekent het coöperatieve karakter dat de activiteiten ten goede moeten komen aan de leden van de coöperatie. Coöperatieve besluitvorming Een wijkwarmtebedrijf van en voor de inwoners betekent ook dat de inwoners en/of leden deelnemen in de besluitvorming. Hoewel de exacte vorm van besluitvorming geen doel op zich is, moeten de keuzes van inwoners wel invloed hebben op de bedrijfsvoering. Zo niet, dan verdwijnt de ervaren ownership van inwoners m.b.t. het wijkwarmtebedrijf. Winst ten goede van omgeving en/of leden Eén van de redenen om voor een coöperatief wijkwarmtebedrijf te kiezen, is dat de opbrengsten van activiteiten voor een groot deel weer terugvloeien naar de wijk. Dit kan via investeringen in de wijk, of door geldstromen die teruggaan naar de leden.
Coöperatief eigendom Naast invloed op besluitvorming gaat het bij een coöperatieve opzet van een wijkwarmtebedrijf over financiële betrokkenheid (mede-eigendom) van bewoners. Dat kan direct via leden/klanten/aandeelhouders, of via het bestuur van de coöperatie.
2.1.2 Professionaliteit De professionaliteit van het wijkwarmtebedrijf bepaalt of het als een betrouwbare, effectieve organisatie warmte kan leveren aan de afnemers. Leveringszekerheid Het criterium leveringszekerheid gaat over de capaciteit om te allen tijde warmte te leveren aan afnemers, ook in uitzonderlijke situaties en noodgevallen. In de leveringszekerheid spelen technische © HET, Firan, Waternet
8 van 74
aspecten zoals back-up installaties een rol, maar ook de contracten die met andere partijen gesloten worden, de protocollen voor verschillende situaties en in hoeverre de organisatie goed kan inspelen op onverwachte situaties. Ook de aanwezige expertise speelt een rol in de leveringszekerheid. Financiële zekerheid Het criterium financiële zekerheid gaat over de financiële stabiliteit van het wijkwarmtebedrijf: hoe goed kan het wijkwarmtebedrijf op lange termijn aan de financiële verplichtingen voldoen en hoe efficiënt gaat het met de middelen om? Goed klantcontact Het criterium goed klantcontact gaat over hoe goed het klantcontact gedaan kan worden door het wijkwarmtebedrijf: zijn de behandelingstijden van vragen kort? Kunnen klachten en conflicten effectief en waar nodig onafhankelijk opgelost worden? Wat wordt er gedaan met input van afnemers? Effectieve besluitvorming Effectieve besluitvorming gaat erom dat besluiten vlot genomen kunnen worden, en dat daarbij afwegingen op basis van kennis, data en de juiste belangen genomen worden. Dit gaat bijvoorbeeld om het aantal mensen dat betrokken wordt bij een besluit, maar ook of besluitvorming zorgvuldig genoeg gebeurt en of er effectief geleerd wordt van dingen die niet goed gaan. Hierbij is het goed om onderscheid te maken tussen diverse niveaus van besluitvorming.
Voor het borgen van het coöperatief karakter van het bedrijf is breed overleg, consultatie en besluitvorming nodig. Het gaat dan om de hoofdlijnen voor beleid, strategie, en het financieel perspectief. Voor voldoende slagvaardigheid in de bedrijfsvoering en operaties moeten de verantwoordelijken (directie, management) voldoende mandaat krijgen.
2.1.3 Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van de verschillende opties is van groot belang. Sommige opties die wel mogelijk (haalbaar) zijn hebben een negatief effect op de uitvoerbaarheid. Met de volgende criteria kunnen de opties op verschillende aspecten van haalbaarheid getoetst worden. Betaalbaarheid De uiteindelijke warmtevoorziening voor de gebruikers moet betaalbaar zijn, zowel in maandelijkse kosten als in de benodigde investeringen. De betaalbaarheid gaat omlaag als er (meer) winst uit het wijkwarmtebedrijf vloeit richting (commerciële) partners, maar ook als er door ineffectieve bedrijfsvoering meer kosten gemaakt worden dan nodig. Ter voorbeeld: in sommige gevallen kan het goedkoper zijn om voor bepaalde werkzaamheden een commerciële partij in te huren, omdat zij ondanks het winstoogmerk door schaalvergroting en ervaring veel minder kosten maken. Financierbaarheid Om het project te laten slagen moet er genoeg kapitaal aangetrokken kunnen worden. De financierbaarheid van het wijkwarmtebedrijf hangt af van de gekozen organisatievorm; geldverstrekkers zullen makkelijker geld uitlenen voor ‘veiliger’ organisatievormen dan voor vormen die als risicovol worden gezien. Ook is de financiële robuustheid van deelnemende partners een afwegingsfactor bij financiers, omdat dit risicoverlagend werkt.
Complexiteit Hoe complexer een organisatie is, hoe meer moeite er door het wijkwarmtebedrijf gestoken moet worden om de organisatie op poten en draaiend te krijgen. Sommige keuzes zullen veel meer werk en expertise vragen van de initiatiefnemers en het wijkwarmtebedrijf, wat de kans op een succesvol project kleiner maakt.
© HET, Firan, Waternet
9 van 74
Draagvlak in de wijk Een coöperatieve vorm van warmtevoorziening en een coöperatief wijkwarmtebedrijf kan alleen succesvol opgezet worden als daar (ruim) voldoende steun voor is onder bewoners en stakeholders. Dit criterium kijkt naar het draagvlak dat er is of dat kan ontstaan bij een coöperatief vormgegeven wijkwarmtebedrijf. Acceptatie door mogelijke partners Het is zeer waarschijnlijk dat in het verdere proces met partners gewerkt zal worden, bijvoorbeeld voor de ontwikkeling, de vergunningverlening of de financiering. Als de keuzes genomen voor het wijkwarmtebedrijf niet passen bij de partners, haken zij mogelijk af. De belangrijkste partners op dit moment in proces zijn onder andere de gemeente Hilversum, de consortiumpartners (Firan en Waternet), de woningcorporaties en de particuliere verhuurders. 2.1.4 Weging De opties worden gewogen op de criteria. Hierbij worden de opties met elkaar vergeleken, waarbij de hoogst scorende optie op plaats 1 staat, de één-na-hoogste optie op plaats 2 enzovoorts. Opties kunnen op een gelijke plaats staan als er op dat criterium weinig onderscheid is. De score van elke optie over alle criteria wordt gemiddeld voor een eindscore. We hebben er (vooralsnog) voor gekozen elk criterium dezelfde wegingsfactor te geven2. De rankschikking is een vorm van Paired Comparison Analysis (parenvergelijking).
Bij parenvergelijking worden normaliter een aantal opties gerangschikt door steeds twee verschillende opties tegen elkaar af te wegen en te bepalen welke beter is. De enige aanpassing hieraan is dat een gelijke score ook mogelijk is als de opties heel dicht bij elkaar liggen of gelijk zijn.
2.2
Structurering en fasering van keuzes
Om de afwegingen zo nuttig mogelijk te structureren, is het nodig om deze in de belangrijkste dimensie te structuren. Omdat het organiseren van een wijkwarmtebedrijf een langer lopend proces is, is het handig om de keuzes in de tijd te zetten: welke moeten eerst, welke daarna en welke keuzes hangen van elkaar af. De belangrijkste keuzes zijn: • • • • • • • •
Wat wordt de rechtsvorm van het wijkwarmtebedrijf? Hoe wordt de warmteketen georganiseerd? Hoe wordt het wijkwarmtebedrijf aangestuurd? Hoe zit de eigendomsstructuur in elkaar? Een nieuwe coöperatie, alles met HET doen of een hybride vorm? Hoe gaat de bedrijfsvoering er uitzien? Hoe gaat de interne organisatie vormkrijgen? Hoe moet de ledenstructuur van de coöperatie er uit zien?
In Figuur 1 zijn de beslissingen op een tijdslijn geplaatst. Deze tijdslijn gaat niet over het moment waarop een beslissing genomen moet worden, maar over de volgordelijkheid.
2
In het optiemodel is de mogelijkheid opgenomen om verschillende wegingen van de criteria aan te geven. Ook kan de rangschikking (score) van de opties aangepast worden. In beide gevallen is het mogelijk dat andere opties als beste uit de bus komen. De lezer wordt uitgenodigd om dit model te gebruiken om de eigen afwegingen aan te scherpen.
© HET, Firan, Waternet
10 van 74
Warmteketen
Rechtsvorm
Aansturing
Eigendomsstructuur
Welke coöperatie
Bedrijfsvoering
Interne organisatie
Ledenstructuur
Figuur 1: Volgorde en afhankelijkheid van beslissingen
2.3
Keuze-opties en weging ten opzichte van criteria
Op basis van de geschetste aanpak gaan we hier systematisch en gestructureerd in op de keuzemogelijkheden bij de organisatorische vormgeving van een wijkwarmtebedrijf. De opties worden beschreven en vervolgens worden deze op de criteria gescoord. In de scoretabellen wordt ook een korte argumentatie voor de keuze gegeven.
2.3.1 Organisatie warmteketen Onder de huidige warmtewet kan er gekozen worden hoe de warmteketen vormgegeven wordt. De hele warmteketen kan in handen zijn van één partij, of juist opgesplitst worden waarbij de verschillende onderdelen in handen van verschillende partijen zijn. De 4 hoofdelementen in de warmteketen zijn de bron, het warmtetransport, de warmtedistributie en de leverancier. De scheidslijn tussen warmtetransport en warmtedistributie is niet altijd scherp te maken, in grote lijnen is warmtetransport over grotere afstanden van bron naar leveringsgebied, en is distributie het transport van warmte binnen het leveringsgebied naar de aansluitingen. Voor een project ter grootte van Kerkelanden is een dergelijk onderscheid niet van belang. Deze keuze (hele keten in één hand, of opgesplitst) hangt vooral af in hoeverre de invloed van bewoners over de hele warmteketen moet gelden, en in hoeverre de bestaande expertise van partners ingezet wordt om de verantwoordelijkheid van het wijkwarmtebedrijf te verkleinen. Een andere belangrijke vraag is wat onder de warmtewet 2.0 precies aan regels wordt gesteld. Daarin lijkt vooralsnog alleen toestemming gegeven te worden voor integrale beheersing van de hele warmteketen. Overigens mag die integrale warmtepartij wel zijn opgebouwd uit verschillende deelpartners, waardoor het economisch eigenaarschap dus niet integraal hoeft te zijn.
© HET, Firan, Waternet
11 van 74
Hieronder geven we inzichten en ervaringen van diverse bestaande vormen waarop warmtenetten zijn georganiseerd. Bijna al deze vormen zijn ook terug te vinden in het overzicht van eigenaarschapsstructuren in Figuur 2 (mede op basis van RVO, 20203). Private, geïntegreerde warmteketen In een private, geïntegreerde warmteketen zijn alle onderdelen van de keten in handen van een enkele private partij. Het warmtenet in Utrecht is hier een duidelijk voorbeeld van, waarbij Eneco zowel eigenaar is van de bron (elektriciteitscentrale), het transport- en distributienet en ook de levering, administratie en facturering verzorgt. Het voordeel van een geïntegreerde warmteketen is dat er minder afhankelijkheid is van andere partijen, wat de leveringszekerheid en het probleemoplossend vermogen ten goede komt. Het geeft echter veel minder ruimte om te kiezen voor bijvoorbeeld een andere warmtebron als daar behoefte aan is, dit is allemaal in handen van de keteneigenaar. Dit coöperatieve vorm van deze optie is weergegeven in Figuur 3. Publieke, geïntegreerde warmteketen Deze eigenaarschapsstructuur lijkt sterk op de voorgaande, met het verschil dat de hele keten in handen is van een publieke organisatie zoals een lokale overheid. Een goed voorbeeld hiervan is Stadsverwarming Purmerend, waarbij de gemeente Purmerend eigenaar is van de gehele warmteketen.
In Purmerend heeft de gemeente dit warmtenet niet zelf laten aanleggen, maar heeft de stadsverwarming in 2004 van Nuon overgenomen. De publieke structuur zorgt ervoor dat de primaire motivatie van de organisatie het dienen van het publieke belang is en niet het maken van winst. Gesplitste warmteketen In een gesplitste warmteketen zijn er verschillende eigenaren van de onderdelen van de warmteketen. Als er een publieke partij betrokken is, spreken we over een publieke gesplitste warmteketen, anders over een private gesplitste warmteketen. Het voordeel van het opsplitsen is dat het mogelijkheden opent om partijen hun eigen deel van het net te laten bouwen (en daarin te investeren) en ook te laten opereren. Op die manier wordt de expertise van die partijen gebruikt, en het kan voordelen opleveren voor financiering omdat bestaande partijen die een deel van het net op zich nemen makkelijker financiering kunnen krijgen. Gedeeld eigenaarschap of partnerschap In een aantal gevallen is een onderdeel van de warmteketen in handen van meer dan één partij, zoals bijvoorbeeld in Zaanstad en Ede. In Zaanstad is het warmtenetwerk in handen van Firan en de gemeente Zaanstad, terwijl in Ede MPD Groene Energie samen met Nuon de distributie en levering verzorgt.
Door het eigenaarschap op een dergelijke manier te verdelen kan expertise binnengehaald worden, terwijl de lokale organisatie zijn eigen rol kan blijven spelen. Meerdere bronnen en Open warmtenet Het warmtenet hoeft niet afhankelijk te zijn van een enkele partij als bron. In bijvoorbeeld Rotterdam zijn er meerdere partijen die warmte leveren aan het net. Hoewel meerdere bronnen de afhankelijkheid verkleinen, zorgt het er ook voor dat niet één partij verantwoordelijk is voor de warmtelevering. Deze vormgeving is – logischerwijs - afhankelijk van de beschikbaarheid van meerdere warmtebronnen. Een verdere evolutie van een net met meerdere vaste bronnen is een open warmtenet. In een open warmtenet kan eenieder die aan de voorwaarden voldoet warmte leveren aan het net. Dan werkt het open warmtenet op eenzelfde manier als dat nu voor energiebedrijven voor het elektriciteitsnet werkt.
3
RVO, 2020. Warmtenetten georganiseerd. TKI Urban Energy/RVO (verzorgd door DWA), Den Haag.
© HET, Firan, Waternet
12 van 74
Een voordeel hiervan is dat klanten/afnemers de keuze hebben voor welke warmte ze van wie afnemen, een keuzevrijheid die doorgaans erg op prijs wordt gesteld. Dit vraagt wel om nieuwe taken voor de netbeheerder en mogelijk extra opslagmogelijkheden om de vraag en het aanbod van warmte op elkaar af te stemmen. Dit model lijkt vooral voor grotere warmtenetten met een groter leveringsgebied interessant te zijn, en minder voor een warmtenet op de schaal van een wijk als Kerkelanden.
Figuur 2: Eigenaarschapsstructuren. Bron: 20203101 Kennissessie 4 Warmtewet 2.0 (Klimaatbureau HIER)
© HET, Firan, Waternet
13 van 74
Figuur 3: Voorbeeld van een geïntegreerd warmtebedrijf
De olifant in de kamer – Warmtewet 2.0 De hierboven beschreven modellen zijn op dit moment allemaal mogelijk en worden in de praktijk gebruikt. Op dit moment wordt echter ook gewerkt aan het ontwerp van de Warmtewet 2.0, die deze opties mogelijk gaat beperken. In de conceptversie voor de consultatie van de Warmtewet 2.0 wordt uitgegaan van een integraal warmtebedrijf, dus dat de hele keten in handen is van één partij. Dit maakt de gesplitste of open modellen zo goed als onmogelijk. De reden dat er in het concept gekozen is voor dit model is de zorg dat met gesplitste ketens de warmtelevering niet voldoende gegarandeerd kan worden. Dit was bijvoorbeeld bijna het geval in Leiden, waar het contract met broneigenaar Uniper afliep, en de nieuwe bron (warmteleiding vanuit Rotterdam) nog niet aangelegd is. Het ministerie wil dit soort situaties voorkomen, en stelt daarom een integraal warmtebedrijf voor als vereiste. Er is vanuit een groot aantal organisaties feedback geleverd op dit concept, onder andere op de eis voor een integraal warmtebedrijf en op het gebruik van warmtekavels waar maar één partij mag opereren. Aan de hand van deze feedback heeft de minister in een Kamerbrief toegezegd dat de eis met betrekking tot het wijkwarmtebedrijf als integraal eigenaar van het collectieve warmtesysteem wordt gewijzigd naar een integraal verantwoordelijk warmtebedrijf.
Hiermee worden meer samenwerkingsvormen mogelijk (waaronder ook splitsing), zolang het warmtebedrijf maar integraal verantwoordelijk is en aanspreekbaar op de operatie en levering. Meer informatie over de Warmtewet is te vinden in de sectie Wet Collectieve Warmtevoorziening (Warmtewet 2.0)4.
4
Kort voor Kerst 2020 (14 december) is door Min EZK reactie gegeven op de internetconsultatie over de warmtewet. Hierin worden meer vormen van samenwerking in de warmteketen mogelijk gemaakt, waaronder netwerkbedrijven. Zie Kamerbrief DGKE-WO/ 20298699, bladzijde 4. Kamerstuk 30196-694
© HET, Firan, Waternet
14 van 74
Warmtelessen buitenland: Nergens sprake van splitsing markt (Klip, 2020). Dit is een overweging m.b.t. tot de aanpak waar verschillende partijen verschillende delen van de warmteketen onder hun hoede hebben. In andere landen wordt er ook niet gesplitst, dit heeft vooral te maken met het verantwoordelijk maken van een enkele partij voor het correct functioneren van het wijkwarmtebedrijf. Onderzoek van SEO wijst erop dat dit in Nederland ook niet voordelig is (Tieben & van Benthem, 2019) In het Deense coöperatiemodel voor lokale warmtelevering beheren de coöperaties ook de warmtenetten. Een externe partij legt de infra aan, en de coöperatie huurt mensen in voor de operatie en exploitatie (gesprek Erik Christiansen). Een geïntegreerde (niet gesplitste) warmteketen zorgt er ook voor dat er geen perverse prikkels ontstaan. Voorbeeld: als een partij verantwoordelijk is voor de infrastructuur en wordt afgerekend op het aan afgeleverde warmte-eenheden, dan zal er geen prikkel voor deze partij zijn om mee te werken aan energiebesparing. Door één partij eindverantwoordelijke te maken voor de hele keten kan het systeem voor het algemene belang geoptimaliseerd worden. Overweging & analyse Hoewel splitsing voordelen heeft voor financiering en het effectief inzetten van expertise, doet het af aan de coöperatieve gedachte om bewoners zeggenschap te geven over hun warmtevoorziening.
Daarnaast is de leveringszekerheid minder groot. Als de nieuwe warmtewet in de huidige vorm ook ingevoerd gaat worden vervalt deze keuze en zal een integraal warmtebedrijf de enige mogelijkheid zijn. In onderstaande tabel geven we een weging van de verschillende opties die hiervoor beschreven zijn. De conclusie die we op basis van deze wegingen kunnen trekken is dat een geïntegreerd en coöperatief wijkwarmtebedrijf het beste past qua wenselijkheid en haalbaarheid. Hybride vormen zoals een coöperatief wijkwarmtebedrijf op basis van samenwerking tussen de consortium/ketenpartners zijn daarbij natuurlijk ook denkbaar.
© HET, Firan, Waternet
15 van 74
Criterium
Integraal
Gesplitst, privaat
Gesplitst, publiek
De coöperatie heeft invloed op de operatie van het gehele net, waardoor de coöperatieve besluitvorming geborgd wordt.
De coöperatie heeft alleen directe invloed op het eigen gedeelte van de warmteketen, en kan met private partijen enkel via contracten invloed uitoefenen.
Winst ten goede van omgeving en/of leden
De coöperatie is eigenaar van het hele net en gaat dus over alle opbrengsten.
Een groot deel van de inkomsten gaat naar de private partners en komt daarmee niet ten goede aan de omgeving of de leden.
Coöperatief eigendom
Coöperatie kan geheel of in meerderheid eigendom ontwikkelen.
Coöperatie kan eigendom ontwikkelen op ‘haar’ deel van de keten, het leveringsbedrijf.
Net als bij de vorige optie heeft de coöperatie alleen formeel invloed op het eigen gedeelte van de warmteketen. Echter, publieke partijen hebben mogelijk wel een groter belang om de coöperatie te betrekken. Een groot deel van de inkomsten gaat naar de publieke partners en komt daarmee niet direct ten goede aan de omgeving of de leden. Wel wordt het door de publieke partners voor publieke doeleinden ingezet. Coöperatie kan eigendom ontwikkelen op ‘haar’ deel van de keten, het leveringsbedrijf.
Omdat een integraal warmtebedrijf eigenaar is van de hele keten, kan deze effectief maatregelen nemen voor de leveringszekerheid en is er geen onzekerheid door onderlinge contracten.
Bij een gesplitste warmteketen zullen onderlinge contracten gesloten moeten worden over leveringszekerheid. Dit betekent dat bij uitzonderlijke situaties (buiten contracten om) niet altijd duidelijk is wie er verantwoordelijk is. Met een gesplitst net met private partijen heeft het warmtebedrijf niet alle financiën in handen, en is er minder financiële zekerheid voor belangrijke delen van het net (in het geval het bedrijf failliet gaat of onderdelen afstoot). In het geval van een gesplitste warmteketen ontstaat het risico dat klanten voor verschillende onderwerpen bij verschillende
Coöperatief Coöperatieve besluitvorming
Professionaliteit Leveringszekerheid
Financiële zekerheid
Hoewel een integraal warmtebedrijf volledig over de eigen financiën kan beschikken, is er weinig achtervang als er iets misgaat op financieel gebied.
Goed klantcontact
Het integrale warmtebedrijf is als beste in staat om klanten te helpen met alle aspecten van de warmteketen.
© HET, Firan, waternet
16 van 74
Bij een gesplitste warmteketen zullen onderlinge contracten gesloten moeten worden over leveringszekerheid. Dit betekent dat bij uitzonderlijke situaties (buiten contracten om) niet altijd duidelijk is wie er verantwoordelijk is. Met publieke partijen is de financiële zekerheid voor belangrijke delen van het warmtenet gegarandeerd.
In het geval van een gesplitste warmteketen ontstaat het risico dat klanten voor verschillende onderwerpen bij verschillende
Effectieve besluitvorming
Uitvoerbaarheid Betaalbaarheid
Complexiteit
Financierbaarheid
Draagvlak in de wijk
© HET, Firan, Waternet
partijen moet zijn, of dat er veel onderling geschakeld moet worden. Bij een gesplitste warmteketen moeten partijen over de hele keten het eens worden, wat de effectiviteit verlaagt.
partijen moet zijn, of dat er veel onderling geschakeld moet worden. Bij een gesplitste warmteketen moeten partijen over de hele keten het eens worden, wat de effectiviteit verlaagt.
Het warmtebedrijf bepaalt de prijzen, dit is goed voor de betaalbaarheid. Aan de andere kant, private partners kunnen hun expertise en schaal inzetten waardoor de operatie goedkoper is. De aanname is dat met goed contracteren deze schaalvoordelen ook met een integraal warmtebedrijf gehaald kunnen worden. Bij het integrale warmtebedrijf moet alles zelf geregeld worden.
Het warmtebedrijf heeft in dit geval veel minder te zeggen over de prijzen van het opwekken van de warmte en het transport. Wel kunnen private partijen van hun schaal en infrastructuur gebruik maken voor lagere kosten.
Bij deze optie heeft het warmtebedrijf niet de zeggenschap over de prijzen van opwekking en/of transport. Aan de andere kant, publieke partijen zoals netbeheerders zullen niet naar maximale winst streven en kunnen gebruik maken van schaal en ervaring.
Het warmtebedrijf is verantwoordelijk voor een klein deel van de warmteketen terwijl private partijen de andere delen van de keten onder hun hoede nemen. Zolang de business case interessant is zullen private partijen hier graag aan meedoen.
In het geval van het integrale warmtebedrijf moet alles via het warmtebedrijf gefinancierd worden. Recente ervaringen laten zien dat dit mogelijk is, maar wel een uitdaging vormt. Bewoners geven aan (via klankbordgroep en de consultatieavonden) dat een integraal coöperatief warmtebedrijf de voorkeur heeft, omdat dit past bij
In dit geval kunnen de private partijen een groot deel van de financiering van grote investeringen op zich nemen, zij hebben hier al ervaring mee.
Het warmtebedrijf is verantwoordelijk voor een kleiner deel van de warmteketen terwijl (gespecialiseerde) publieke partijen de andere delen van de keten onder hun hoede nemen. De uitdaging is wel welke taken de publieke partijen op zich willen en kunnen (wettelijk) nemen. In dit geval kunnen de publieke partijen meehelpen met de financiering. Wat ook hier in de weg kan zitten is dat de wettelijke taak mogelijk minder ruimte laat voor dit soort projecten. De klankbordgroep is geen fan van splitsing, maar met publieke partners is in ieder geval oog voor het publieke belang.
Een integraal warmtebedrijf kan effectief besluiten nemen over alle onderdelen van de warmteketen.
De klankbordgroep is geen fan van splitsing, en met private partners is invloed voor bewoners moeilijker te regelen.
17 van 74
Acceptatie door mogelijke partners
Rangschikking
© HET, Firan, Waternet
de grootte van het warmtenet en bewoners meer invloed geeft. Met deze optie zouden de huidige partners mede-eigenaar kunnen worden van het wijkwarmtebedrijf/warmtenet. Hoewel dit minder goed past bij de huidige manier van werken, kan zo wel de expertise ingezet worden. 1
Met deze optie worden de huidige consortiumpartners min of meer buitenspel gezet. Private partners zullen, bij een positief geschatte exploitatiecase, juist enthousiast zijn.
De consortiumpartners in het project zijn Waternet en Firan, twee publieke partijen met ervaring in de sector. Voor hen past het goed bij de huidige activiteiten om een deel van het warmtenet zelf te beheren.
3
2
18 van 74
2.3.2 Rechtsvorm wijkwarmtebedrijf In veel gevallen wordt gekozen om het wijkwarmtebedrijf binnen een aparte entiteit vorm te geven, bijvoorbeeld in een BV onder de coöperatie. Deze vorm heeft een aantal belangrijke voordelen. Ten eerste beperkt het de risico’s voor de coöperatie, omdat de entiteiten juridisch gescheiden zijn. Dit betekent dat faillissement van het wijkwarmtebedrijf geen terugslag-effect heeft naar de coöperatie. Daarnaast geeft de aansturing van een BV veel mogelijkheden voor effectieve bedrijfsvoering. In dit model speelt de coöperatie de rol van aandeelhouder die (met andere aandeelhouders) de directie van de warmtebedrijf BV aanstelt en bijstuurt waar nodig. De directie of directeur is verantwoordelijk voor professioneel exploiteren van het wijkwarmtebedrijf. Een BV-structuur geeft ook de mogelijkheid om partnerschappen aan te gaan, bijvoorbeeld door partners en medeoprichters ook een deel van de aandelen te geven. Daarnaast geeft een BV-structuur ook meer mogelijkheden voor externe financiering. Het warmtebedrijf binnen de coöperatie hebben (dus coöperatief bestuurd) geeft weer andere mogelijkheden. De leden hebben een directere en fijnmaziger invloed op hoe het wijkwarmtebedrijf opereert. Terwijl in een BV de aandeelhouders de teugels in handen hebben, sturen in een coöperatie de leden actief mee.
Daarnaast geeft een coöperatie de mogelijkheid om bewoners ook als vrijwilligers in de operatie van het wijkwarmtebedrijf in te zetten; dit is voor een BV niet (goed) mogelijk5. Een voorbeeld is Burgerwindpark Spinderwind, waar leden van de coöperatie ook opgeleid kunnen worden als molenaar om mee te helpen in de operatie van het windpark. Het warmtebedrijf als coöperatie opereren heeft ook voordelen op het gebied van belastingen, en er is meer maatwerk mogelijk met de verdeling van de aandelen6. Het warmteschap als ‘pakbare’ coöperatieve rechtsvorm (Notten, 2020) Vanuit meerdere coöperatieve initiatieven in Nederland is onder regie van Energie Samen Buurtwarmte opgericht. Hierin verenigen coöperaties zich die in verschillende stadia van ontwikkeling (oriënterend, beginnend, ontwikkelend of (incidentgeel) al producerend) om een stevige positie te verwerven in het snel ontwikkelende landschap van – vooral collectieve-levering van duurzame warmte. Dat is nodig omdat, in tegenstelling tot duurzame elektriciteitsopwekking, er geen afspraken in het Klimaatakkoord staan over lokaal eigenaarschap. Daar waar voor duurzame elektriciteitsopwekking in het klimaatakkoord het uitgangspunt van minimaal 50% lokaal eigendom is onderschreven, is dat rond duurzame warmte niet het geval.
Ook is de nieuwe warmtewet (zie de sectie “Wet Collectieve Warmtevoorziening (Warmtewet 2.0)”) nog sterk in ontwikkeling, waarbij er nog veel kan veranderen in de rolverdeling en eisen aan partijen die een duurzaam warmtenet willen opzetten. Daarom richt Energie Samen zich op de nadere uitwerking van het concept warmteschap. Zo’n warmteschap zou de juridische entiteit dienen te worden om lokaal (duurzame) warmte te leveren om democratisch gestoelde leest. De term geeft de associatie met het waterschap: het historisch stevig democratisch verankerde beheer over ons water, als factor van groot belang voor de regionale economie, watervoorziening en het milieubeheer. Het warmteschap zou en vergelijkbare democratische vorm voor het lokaal democratische beheer van warmte moeten gaan geven. Voorgestelde kenmerken van een warmteschap zijn: • Democratisch georganiseerd. • Zeggenschap voor leden/aandeelhouders die in de buurt van het warmteproject gevestigd zijn. • Het hoofddoel is ‘profit for purpose’, dus niet richten op winst en als er winst is deze voor het gezamenlijk belang te gebruiken. • Kan zich bezighouden met alle elementen uit de warmteketen: bron, net, levering, isolatie, koude of andere energiediensten.
5 6
https://ondernemersplein.kvk.nl/werken-met-vrijwilligers/ https://www.cooperatieexpert.nl/voordelen/
© HET, Firan, waternet
19 van 74
Om lokale warmteschappen te ondersteunen, worden ook voorsftellen gedaan om ze zo goed mogelijk te helpen om een sterke positie te verkrijgen. Het gaat dan om landelijke faciliteiten zoals: Projectondersteuning van experts. Landelijke ondersteuning voor administratie en bedrijfsvoering. Hulp met investeringsmogelijkheden. Verbetering van kennisoverdracht. Met die landelijke inbedding en ondersteuning kunnen ‘kleine’ lokale warmteschappen als serieuze partij meedoen met het ontwikkelen van lokale project en bij aanbestedingsprocedures. Overweging & analyse In onderstaande tabel worden de opties voor de rechtsvorm afgewogen, namelijk een warmtebedrijf in een BV of direct binnen een coöperatie. Voor Kerkelanden lijkt het beste model een warmtebedrijf in een BV te zijn. Hier is al ervaring mee opgedaan, het beschermt de coöperatie tegen financiële risico’s en maakt professionalisering en financiering makkelijker. In een puur coöperatieve vorm is de kans dat de financiering rondkomt veel kleiner en is de coöperatie te kwetsbaar. De meest logische keuze lijkt dus om een aparte BV voor het wijkwarmtebedrijf op te richten. Dit beperkt de risico’s voor de coöperatie en haar partners, maakt een professionele organisatie makkelijker en geeft de mogelijkheid om winst naar de aandeelhouders te laten stromen.
Daarnaast is er ook de meeste ervaring met deze vorm, omdat bijna alle coöperatieve warmteprojecten die momenteel worden gerealiseerd gebruik maken van een BV-vorm. Omdat dit een voor de hand liggende optie is zal in de overwegingen verderop in dit hoofdstuk een aantal keer uitgegaan worden van een warmtebedrijf BV.
© HET, Firan, Waternet
20 van 74
Criterium Coöperatief Coöperatieve besluitvorming Winst ten goede van omgeving en/of leden Coöperatief eigendom
Professionaliteit Leveringszekerheid
Warmtebedrijf als Warmte BV
Warmtebedrijf binnen coöperatie
Hoewel de coöperatie de directie van de BV aanstuurt, zal er minder directe invloed van de coöperatie op het warmtebedrijf zijn. Wel kan op belangrijke zaken en grote lijnen gestuurd worden. De winst van de BV vloeit terug naar de coöperatie, waardoor het ten goede kan komen aan de omgeving en/of de leden. De mate waarin is afhankelijk van de aandelenverhouding met mogelijke andere partners De coöperatie is (mede-)eigenaar van de warmte BV, maar de leden van de coöperatie zijn niet direct aandeelhouder van de warmte BV
Met een warmtebedrijf in coöperatievorm is de coöperatieve besluitvorming een gegeven en is er dus veel directe invloed.
Een BV kan professioneler georganiseerd worden en daarmee beter de leveringszekerheid garanderen.
Omdat een coöperatie met wisselende bezetting werkt en veel mensen meebeslissen, is de lange termijn leveringszekerheid moeilijker te garanderen. Financiële problemen zullen direct weerslag hebben op de coöperatie, en financiers of andere hulplijnen zullen minder snel helpen de financiële stabiliteit terug te brengen. De keuze voor één van beide opties heeft geen noemenswaardig effect op de kwaliteit van het klantcontact. Omdat de coöperatie direct het warmtebedrijf runt moeten meer besluiten door de leden en/of het bestuur genomen worden. Dit zorgt voor tragere besluitvorming met meer mensen die besluiten moeten nemen.
Financiële zekerheid
In het geval van financiële problemen bij de BV komt de coöperatie niet in gevaar, en kan er hulp gezocht worden om de financiële zekerheid te waarborgen.
Goed klantcontact
De keuze voor één van beide opties heeft geen noemenswaardig effect op de kwaliteit van het klantcontact. In het geval van een BV wordt er een professionele directie aangesteld om besluiten te nemen. De directie wordt aangestuurd door de coöperatie, maar neemt zelf de dagelijkse besluiten.
Effectieve besluitvorming
Haalbaarheid Betaalbaarheid Complexiteit
© HET, Firan, waternet
In beide gevallen kan de prijsstelling door de coöperatie besloten worden. Omdat de optie van een BV als warmtebedrijf vaker gebruikt wordt kunnen we bouwen op de ervaring van anderen.
De inkomsten stromen direct coöperatie in, waardoor het ten goede kan komen aan de omgeving en/of de leden. De bewoners zijn via hun lidmaatschap van de coöperatie direct aandeelhouder in het warmtebedrijf.
In beide gevallen kan de prijsstelling door de coöperatie besloten worden. Er is nauwelijks ervaring in Nederland met deze optie voor een kritiek systeem als de warmtevoorziening, dus zou alles zelf uitgezocht en opgebouwd moeten worden.
21 van 74
Financierbaarheid
Financiering is makkelijker omdat private investeerders een aandeel kunnen krijgen en omdat financiers meer ervaring met dit model hebben.
Draagvlak in de wijk
De klankbordgroep heeft aangegeven dat de BV structuur wenselijk is om risico’s te beperken en omdat dit de gangbare vorm is. In het geval van een warmte BV kunnen partners makkelijker afspraken maken en kunnen zij ook medeaandeelhouder van het warmtebedrijf worden.
Acceptatie door mogelijke partners
Rangschikking
© HET, Firan, Waternet
1
Financiers zullen over het algemeen voor dit soort grote projecten minder makkelijk financiering willen verlenen aan een coöperatie, omdat hier geen ervaring mee is. De klankbordgroep vindt de risico’s van deze optie hoger en gebruikt liever een bekende, werkende optie. Met deze optie hebben de partners weinig invloed op het warmtebedrijf en is het lastiger om door de vele stakeholders/beslissers afspraken te maken. 2
22 van 74
2.3.3 Eigen coöperatie of binnen HET Een belangrijke afweging is of het wijkwarmtebedrijf binnen HET zal vallen, of dat er een nieuwe coöperatie specifiek voor de wijk opgericht wordt. In het eerste geval zal de ervaring van HET makkelijker ingezet kunnen worden voor het wijkwarmtebedrijf. De wijk heeft dan wel minder directe invloed op de besluiten die over het systeem in hun eigen wijk gemaakt worden. In het tweede geval wordt een nieuwe coöperatie opgericht, waar alleen mensen uit Kerkelanden lid van kunnen worden. Dit vergroot de ‘eigenheid’ van de coöperatie voor de wijk, maar vraagt om een groep actieve wijkbewoners die het goed kunnen runnen en de expertise willen opbouwen. Omdat het van de wijk zelf is leidt dit mogelijk tot meer vertrouwen en draagvlak in de wijk, maar het mist wel de naamsbekendheid van HET. Ook hier zijn hybride vormen denkbaar, bijvoorbeeld het vormen van een eigendomsgroep Kerkelanden binnen HET die specifieke bevoegdheden en rechten heeft. De statuten van HET zijn hier al geschikt voor. Overweging & analyse De vraag is of het ook mogelijk is om een besluitvormingsproces binnen HET in te richten die meer recht doet aan de zeggenschap van de wijkbewoners. Zo zouden bijvoorbeeld de wijkbewoners naast hun gewone stemrecht ook (als groep) een vetorecht kunnen hebben over zaken die het warmtenet betreffen.
Er wordt voorlopig nog geen besluit genomen omdat dit nog niet aan de orde is. Daarom worden in onderstaande afwegingstabel geen rangschikking gegeven en zijn enkel de argumenten voor beide opties op elk criteria weergegeven. Uiteindelijk hangt dit ook of van de specifieke wensen van de wijk, HET en de partners.
© HET, Firan, waternet
23 van 74
Criterium Coöperatief Coöperatieve besluitvorming
Winst ten goede van omgeving en/of leden Coöperatief eigendom Professionaliteit Leveringszekerheid
Financiële zekerheid Goed klantcontact Effectieve besluitvorming Haalbaarheid Betaalbaarheid Complexiteit Financierbaarheid Draagvlak in de wijk Acceptatie door mogelijke partners © HET, Firan, waternet
Aparte, eigen coöperatie
Onderdeel van HET
De gebruikers en buurtbewoners hebben de touwtjes volledig in handen en kunnen gezamenlijk besluiten nemen.
De gebruikers en buurtbewoners besluiten mede over het warmtebedrijf, maar delen de besluitvorming mogelijk met andere leden van de coöperatie. In de HET-statuten zijn al bepalingen opgenomen over het beslisrecht van buurtbewoners bij buurtprojecten. Wel blijft het HET-bestuur eindverantwoordelijk. De opbrengsten komen direct ten goede aan de deelnemers in het project, zijnde bewoners van Kerkelanden. Klanten kunnen lid worden en eigen aandelen of obligaties aanschaffen
De opbrengsten komen direct ten goede aan de deelnemers van het project, zijnde bewoners van Kerkelanden. Klanten kunnen lid worden en eigen aandelen of obligaties aanschaffen Een eigen coöperatie heeft minder ervaring en zal dit dus eerst moeten opdoen of inhuren om tot een robuust systeem te komen. Een eigen coöperatie kan financiële tegenvallers niet met andere activiteiten opvangen. In beide gevallen zou het klantcontact weinig voor elkaar moeten onderdoen. De besluiten worden gemaakt door enkel de buurtbewoners, maar er is minder coöperatieve ervaring. De betaalbaarheid zal in beide gevallen ongeveer gelijk zijn. Er moet van de grond af opgebouwd worden en er zijn risico’s in het overdragen van het project. Financiering is moeilijker omdat de nieuwe coöperatie nog geen andere projecten kan laten zien. De wijk en de klankbordgroep hebben zich nog niet hier over uitgesproken, dit is iets wat pas later aan de orde komt. De samenwerking met de partners zal opnieuw opgebouwd moeten worden.
HET heeft meer ervaring met coöperatieve projecten en heeft het voortraject gedaan. Daarmee heeft HET meer ervaring met het opzetten van goede coöperatieve projecten. HET kan (beperkt) financiële tegenvallers opvangen met andere activiteiten. In beide gevallen zou het klantcontact weinig voor elkaar moeten onderdoen. De besluiten worden genomen door de buurtbewoners, en er is ervaring met het besturen van een coöperatie.
De betaalbaarheid zal in beide gevallen ongeveer gelijk zijn. Veel van de benodigde structuren zijn al in mindere of meerdere mate aanwezig en er is geen overdracht nodig. De ervaring en andere projecten van HET helpen financiers te overtuigen om het project te financieren. De wijk en de klankbordgroep hebben zich nog niet hier over uitgesproken, dit is iets wat pas later aan de orde komt. Er is goede bestaande samenwerking tussen HET en de partners. 24 van 74
2.3.4 Eigendomsstructuur Bij een integraal warmtebedrijf dat in een BV vormgegeven wordt, kan het eigenaarschap op verschillende manieren vormgegeven worden. Dat hangt vooral af van het aantal partners en hun rol in het wijkwarmtebedrijf. De verdeling van eigenaarschap is in essentie de verdeling van verantwoordelijkheden, zeggenschap en winstperspectief. Dat betekent dat de afwegingen gaan over de lusten en de lasten van het project. Op een schaal met meeste verantwoordelijkheid naar minste verantwoordelijkheid kunnen we grofweg 4 opties onderscheiden, van volledig eigenaarschap naar geen enkel eigenaarschap van het wijkwarmtewarmtebedrijf. In het geval van volledig eigenaarschap doen er geen andere partners mee in het warmtebedrijf. Dit betekent dat de coöperatie alles zelf moet regelen en niet kan leunen op de expertise en eventuele investeringen van de partners. Hoewel dit het beste voldoet aan de coöperatieve wensen, zou het verlies aan mogelijkheden om met partners samen te werken wel een groter nadeel kunnen zijn. Dit is het backup-model van Ketelhuis WG, als ze geen partner kunnen vinden om minderheidsaandeelhouder te worden. Een model dat meerdere andere warmtecoöperaties gebruiken is dat ze aan het eind van het realisatietraject een meerderheidsaandeel in het wijkwarmtebedrijf hebben.