CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebrief inzake Begroting 2023-2026 STIP

GEMEENTERAAD 1 februari 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 05.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES: RAADHUIS

Aan de gemeenteraad cc commissieleden cc pers

DUDOKPARK 1 TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL

25 januari 2023 ZAAKNUMM ER 1246950 BEHA NDELD DOOR Lauraine Berg, van den TELEFOON (035) 629 2916 UW KENMERK 1247692 BIJLAGEN 2 BETREFT Begroting STIP 2023-2026 DATUM

Geachte raads- en commissieleden, Met deze brief informeren wij u over de meerjarenbegroting 2023-2026 van STIP Openbaar Basisonderwijs Hilversum. De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende openbaar onderwijs in de gemeente. STIP, de Stichting voor Openbaar Basisonderwijs in de gemeente Hilversum, voert deze taak uit sinds 2005. De stichting functioneert zelfstandig, heeft een Raad van Toezicht en is zelf verantwoordelijk voor de continuïteit van haar bestaan en eventuele financiële tekorten. Met de invoering van het Raad van Toezicht-model in 2011 is de rol van de gemeenteraad gewijzigd. De gemeentelijke rol beperkt zich tot het toetsen of de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs voldoende zijn gewaarborgd en de bevoegdheid van de gemeenteraad om de leden van de Raad van Toezicht te benoemen. Om hier invulling aan te geven hebben gemeente en schoolbestuur in 2013 een Convenant gesloten. In het Convenant is afgesproken dat de gemeenteraad wordt geïnformeerd over de begroting, jaarrekening en andere relevante informatie. De portefeuillehouder onderwijs ziet namens de gemeenteraad toe op de uitvoering van dit Convenant. Bij deze brief bieden wij u de meerjarenbegroting 2023-2026, en een analyse van deze begroting aan.

De meerjarenbegroting geeft u door middel van cijfers en de daarbij horende toelichting een indruk van de financiële stand van zaken.

In een halfjaarlijks gesprek dat de portefeuillehouder met de bestuurder en voorzitter van de Raad van Toezicht voert worden ontwikkelingen besproken en risico’s in de gaten gehouden. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera

dr. ir. G.M. van den Top

Analyse meerjarenbegroting 2023-2026 STIP De voorliggende begroting laat voor de jaren 2023-2026 een negatief resultaat zien. Dit resultaat moet echter worden gezien in het licht van het bovenmatig eigen vermogen van STIP. Deze reserves maken het voor 2023 mogelijk nog geen taakstellingen te hanteren, terwijl in 2023 gelijktijdig voorbereidingen getroffen worden voor het ombuigen van het meerjarig resultaat. Het beoogde effect van deze maatregelen is nog niet in de begroting opgenomen. De beoogde en ingeschatte financiële impact van deze acties zal leiden tot een bijgestelde meerjarenbegroting 2024-2026 medio april 2023. STIP geeft voor het negatieve begrotingsresultaat een aantal redenen: - Een verandering in bekostigingssystematiek vanaf 2023 vanuit de Rijksoverheid. Dit resulteert in een terugloop van de baten. Dit komt met name doordat vanaf 2024 de gelden uit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) geen onderdeel van de bekostiging meer zijn. - Negatieve resultaten bij de internationale school IPS, door de hierboven genoemde wijziging in bekostiging. Deze wijziging zorgt er voor het IPS voor dat voor een IGBO-leerling geen aanspraak kan worden gemaakt op de bijzondere bekostiging voor asielzoekers en overige vreemdelingen. Daarnaast heeft het IPS te maken met een dalend leerlingaantal en een structureel hoge personeelslast.

- Een toename van personeelslasten door dat de Cao-lonen primair onderwijs in de zomer van 2022 voor de komende jaren zijn verhoogd met gemiddeld 10%. Daarnaast is er door krapte op de arbeidsmarkt de noodzaak ontstaan meer extern in te huren. - Verhoging van de huisvestingslasten in 2023 door de onzekere situatie met betrekking tot de energieprijzen. STIP verwacht een stijging van 30% voor 2023, die in de begroting is verwerkt. Eventuele compensatie vanuit de Rijksoverheid is niet meegenomen in de begroting. - Onzekerheid met betrekking tot de bekostiging van de Taalschool. Het is onzeker of de verruiming van middelen voor asielzoekers en overige vreemdelingen na 2023 doorloopt. Om die reden is in de begroting vanaf 2024 een afbouw in deze middelen gehanteerd. - Stagnering van groei bij een aantal scholen door beperkingen met betrekking tot huisvesting. Over vernieuwing ten aanzien van de huisvesting is STIP in gesprek met de gemeente. De negatieve resultaten in de meerjarenbegroting zijn terug te zien in een dalend eigen vermogen. Daarnaast is een afname van liquide middelen zichtbaar. Ondanks deze afname is de liquiditeit echter niet in gevaar. Ook is de verwachting dat met de voorgestelde beheersmaatregelen de liquide middelen de komende jaren minder snel zullen dalen dan in deze begroting is weergegeven.

Voor het eerste kwartaal van 2023 ligt er een plan van aanpak waarin diverse beheersmaatregelen zijn opgenomen. De beoogde en ingeschatte financiële impact van deze acties zal leiden tot een bijgestelde meerjarenbegroting 2024-2026 medio april 2023. STIP heeft de volgende interventies geformuleerd: - Het vaststellen van het IHP van STIP in het eerste kwartaal van 2023. - Het onderzoeken of en hoe het negatieve exploitatieresultaat in de begroting van de Taalschool omgebogen kan worden, en het opstellen een verbeterplan voor de IPS in het eerste kwartaal van 2023. - STIP gaat begin 2023 activiteiten formuleren om de inzetbaarheid binnen STIP te verhogen. Een daling in het verzuim werkt direct kostenverlagend voor alle scholen, aangezien kosten voor de vervangingspool gezamenlijk gedragen worden. - Er wordt een kostenanalyse gemaakt om te kijken waar mogelijkheden liggen om kosten te besparen of eventuele efficiëntie te verhogen, door het uitvoeren van zowel een interne als externe benchmark.

-

Er is een aanvraag tot verzelfstandiging van 2 scholen gedaan, die nu een BRIN-nummer delen. Hierdoor zullen deze beide scholen een verhoogde rijksbijdrage ontvangen. Voor andere scholen waar dit van toepassing is worden begin 2023 de mogelijkheden verkend.

In het halfjaarlijks gesprek dat de portefeuillehouder met de bestuurder en voorzitter van de Raad van Toezicht voert worden de ontwikkelingen besproken en risico’s in de gaten gehouden. Na ontvangst van de bijgestelde meerjarenbegroting 2024-2026 in april 2023, waarin de impact van de beheersmaatregelen zal worden meegenomen, wordt opnieuw gekeken hoe STIP er voor staat.

Meerjarenbegroting 2023-2026

College van Bestuur Stip Hilversum 4 december 2022

1

Inhoud 1

Inleiding ........................................................................................................................................... 3

2

Samenvatting................................................................................................................................... 5 2.1 Meerjarenbegroting ...................................................................................................................... 5

3

4

2.2

Meerjarenbalans ..................................................................................................................... 8

2.3

Liquiditeitsprognose ................................................................................................................ 8

Baten ............................................................................................................................................... 9 3.1

Rijksbijdragen .......................................................................................................................... 9

3.2

Overige overheidsbijdragen .................................................................................................. 10

3.3

Overige baten ........................................................................................................................ 11

Lasten ............................................................................................................................................ 11 4.1

Personeelslasten ................................................................................................................... 11

4.2

Investeringen ......................................................................................................................... 12

4.3

Huisvestingslasten ................................................................................................................. 12

4.4

Overige lasten........................................................................................................................ 12

5

NPO Middelen ............................................................................................................................... 13

6

Onzekerheden ............................................................................................................................... 13

7

6.1

Ontwikkeling Taalschool........................................................................................................ 13

6.2

Energielasten ......................................................................................................................... 14

6.3

Huisvesting ............................................................................................................................ 14

6.4

Bekostiging ............................................................................................................................ 14

6.5

Krapte op de arbeidsmarkt.................................................................................................... 14

6.6

Verzuim.................................................................................................................................. 15

Uitdagingen ................................................................................................................................... 15 7.1

Huisvesting ............................................................................................................................ 15

7.2

Taalschool .............................................................................................................................. 16

7.3

IPS .......................................................................................................................................... 16

7.4

Verzuim omlaag ..................................................................................................................... 16

7.5

Analyse van opbrengsten versus kosten ............................................................................... 17

7.6

Dislocaties binnen Stip .......................................................................................................... 17

7.7

Achterstanden investeringen ................................................................................................ 18

Bijlage: deelbegrotingen ....................................................................................................................... 19

2

1

Inleiding

Dit document bevat de meerjarenbegroting van Stip 2023-2026. Deze begroting is tot stand gekomen aan de hand van het onlangs vastgestelde allocatiebeleid (2022). De begrotingsbrief 2023 die in september 2022 gedeeld is, beschrijft dit beleid op hoofdlijnen, evenals de actuele en toekomstige ontwikkelingen en het proces waarlangs de begroting tot stand komt. De toelichting op de begroting beperkt zich daarom tot een toelichting op het financiële beeld van de komende jaren en de uitdagingen die daarbij horen. De grootste wijziging in begrotingssystematiek ten opzichte van voorgaande jaren komt voort uit de volgende uitgangspunten (zie ook allocatiebeleid en begrotingsbrief 2023): • •

•

•

Toekenning van baten en lasten aan de kostenplaats waarop ze betrekking hebben. Toekenning van de middelen aan scholen wordt afgeleid uit de beschikkingen van het reguliere budget en de oormerking (werkdrukmiddelen, arrangementen, geoormerkte subsidies), ook wel inputbudgettering genoemd. Schooldirecteuren zijn vanaf 2023 verantwoordelijk voor hun schoolbudget. Het bestuur is eigenaar van het bovenschoolse budget, het budget voor gezamenlijke activiteiten. Hieronder vallen de uitgaven voor de raad van toezicht, het bestuur, het bestuurskantoor en de centrale uitgaven zoals gedefinieerd in het allocatiemodel. De totale bekostiging dient maximaal te worden aangewend voor het primaire proces: het realiseren van goed openbaar basisonderwijs voor de leerlingen en goed werkgeverschap voor de medewerkers.

Langs bovenstaande uitgangspunten zijn deelbegrotingen (baten, kosten, resultaat) per school/entiteit opgesteld. De systematiek van inputbudgettering bepaalt welke middelen naar welke scholen gaan. De huisvestingslasten en bovenschoolse lasten (incl. personele uitgaven inzake vervanging tijdens verzuim en verlof) worden gezamenlijk bekostigd via een afdracht op het leerling tarief van de basisbekostiging. Met deze werkwijze wordt de omvang van de gezamenlijke lasten ook zichtbaar en vergroten we het inzicht in de financiële situatie. Het vergroten van inzicht draagt volgens ons bij aan ons streven, een doelmatige en verantwoorde besteding van onderwijsmiddelen. De meerjarenbegroting 2023-2026 toont een negatief resultaat voor de komende jaren. Dit negatieve resultaat ontstaat mede als gevolg van een verandering in bekostigingssystematiek vanuit overheidswege en een daaruit voortvloeiende verandering in bekostiging bij onze internationale school, de IPS.1 Beide onderwerpen zorgen voor minder inkomsten ten opzichte van de jaren hiervoor. Tegelijk zien we ook een aantal uitdagingen binnen de bedrijfsvoering van Stip. Deze uitdagingen (zie hoofdstuk 7) waren op onderdelen al bekend en zijn op onderdelen duidelijker geworden met het ontstane inzicht als gevolg van een andere begrotingssystematiek (allocatie).

Het eerste kwartaal van 2023 gaan we de uitdagingen zoals genoemd in hoofdstuk 7 verder uitwerken in termen van acties en het te verwachten financiële effect van deze acties. Het geheel aan acties leidt tot een actieplan wat zich richt op het verbeteren van een gezonde bedrijfsvoering. De te verwachten

1 Zie ook notitie ‘nieuwe bekostiging’ gedeeld in de diverse gremia in mei 2022 en de verdere toelichting bij 3.1.

3

financiële impact verwerken we begin april 2023 in de meerjarenbegroting 2024-2026 hetgeen leidt tot een bijgestelde meerjarenbegroting 2024-2026. Voor de begroting 2023 geldt dat we het negatieve resultaat van deze begroting presenteren we in het licht van het bovenmatig eigen vermogen van Stip. Sinds 2020 hanteert het ministerie een signaleringswaarde voor bovenmatig eigen vermogen als belangrijkste kengetal. Schoolbesturen die boven deze waarde zitten worden bestempeld als ‘te rijk’. Stip had eind 2021 een bovenmatig eigen vermogen van € 1.700.000. Met het verwachte positieve resultaat van 2022 zal dit bedrag eind 2022 nog hoger zijn. Deze reserves maken het mogelijk om voor 2023 nog geen taakstelling te hanteren, terwijl we in 2023 gelijktijdig alle voorbereidingen treffen voor het ombuigen van het meerjarenresultaat.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 is een samenvatting van de meerjarenbegroting van Stip te vinden. Hierin wordt het meerjarenbeeld op hoofdlijnen toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt nader gekeken naar de baten, terwijl in hoofdstuk 4 de lasten centraal staan. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de NPO middelen toegelicht. In hoofdstuk 6 lichten we toe hoe we zijn omgegaan met de onzekerheden in deze begroting. Hoofdstuk 7 beschrijft de uitdagingen in het verlengde van de hoofdstukken 2 tot en met 6.

Hilversum, december 2022 Caroline van Veen en Leonie van Meeteren College van Bestuur Stip Hilversum

4

2

Samenvatting

Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de meerjarenbegroting op hoofdlijnen, de hoofdstukken 3 en 4 beschrijven de meerjarenbegroting in meer detail.

2.1 Meerjarenbegroting Tabel 1 geeft de meerjarenbegroting 2023-2026 op stichtingsniveau weer. De inzet van de bestemmingsreserves (onttrekken van reserves) voor de NPO gelden en het koersplan zijn in deze tabel als twee losse regels verwerkt.2

Tabel 1: Meerjaren begroting Stip 2023-2026

Opmerkingen bij tabel 1: •

•

In 2023 worden zowel NPO gelden ontvangen als uitgegeven. Vanaf 2024 zijn de NPO middelen geen onderdeel meer van de bekostiging. De NPO gelden kunnen tot en met juli 2025 worden uitgeven. De bestemmingsreserve wordt vanaf 2024 ingezet om de NPO lasten te dekken. In hoofdstuk 5 wordt de besteding van de NPO gelden nader toegelicht. Toekomstige CAO verhogingen zijn niet meegenomen. Aan de batenkant is de bekostiging die hier tegenover staat ook niet begroot. Per saldo leidt een toekomstige CAO verhoging daardoor niet tot een afwijkend resultaat.

2 Zie ook bijlage 5 van de 100 dagen rapportage (2022)

5

•

•

Er is een verhoging van de basisbekostiging opgenomen van 1 procent in de meerjarenbegroting. Op basis van de afgelopen jaren is dit een voorzichtige inschatting (zie ook 6.4). Juni 2022 is een aanvraag voor verzelfstandiging (eigen brinnummer) van IKC Villa Vrolik ingediend. Wanneer de aanvraag gehonoreerd wordt, leidt dit tot extra inkomen (€ 100.000) Deze inkomsten zijn echter onzeker en daarom (nog) niet verwerkt.

Met deze opmerkingen, zien we de rijksbijdragen in 2023 toenemen met € 230.000 ten opzichte van 2022. Twee belangrijke wijzigingen liggen ten grondslag aan de mate van deze toename. Allereerst worden in 2023 extra groeigelden verwacht (€700.000). Daarnaast leidt een eerder genoemde verandering in de bekostiging tot een afname van de baten op de IPS (€500.000). In de jaren na 2023 nemen de rijksbijdragen af. Dit komt voornamelijk doordat in 2023 nog NPO gelden (€ 1.226.000) worden ontvangen. In hoofdstuk 3 worden de baten in meer detail toegelicht. Ook de totale lasten nemen toe ten opzichte van 2022. Voor 2023 is deze stijging geraamd op € 1.730.000. Belangrijke oorzaken voor deze stijging in kosten is gelegen in de personele groei van de Taalschool, de inzet van NPO gelden en de uitvoering van het koersplan. Daarnaast nemen de huisvestingslasten toe met € 297.000 door stijgende energieprijzen en hogere schoonmaakkosten. Voor 2024-2026 nemen de overige lasten ten opzichte van 2023 weer af. Dit komt doordat er in die jaren minder kosten worden gemaakt voor het koersplan, terwijl ook de inzet van de NPO gelden afneemt. In hoofdstuk 4 worden de lasten in meer detail toegelicht. Tabel 2 toont de onderliggende begrote resultaten per kostenplaats (scholen, stafbureau en bovenschoolse kosten).

Tabel 2 zoomt als het ware in op de onder tabel 1 liggende begrote resultaten per kostenplaats. We zien op dit niveau grote verschillen in begroot resultaat per kostenplaats. Dit geldt zowel in 2023 als in de jaren daarna. Zoals beschreven in de inleiding, zet het nieuwe allocatiebeleid in op het toewijzen van baten en lasten aan de kostenplaats waarop ze betrekking hebben. In de bijlage zijn deze onderliggende deelbegrotingen per kostenplaats terug te vinden. Deze werkwijze maakt het (voor het eerst) mogelijk om een financieel resultaat per school inzichtelijk te maken. We delen de tabel 2 voor de beeldvorming, voor het inzicht, aanvullend op tabel 1. Dit inzicht helpt Stip om de uitdagingen die er zijn nog beter te adresseren. Deze uitdagingen beschrijven we in hoofdstuk 7.

6

Tabel 2: Begrote resultaten per kostenplaats. Op schoolniveau is ook voor 2026 nog rekening gehouden met NPO uitgaven. In tabel 1 is dit niet het geval en zijn deze uitgaven al in 2025 opgenomen. Er bestaat daardoor een afwijking tussen het bedrijfsresultaat in tabel 1 en tabel 2 voor de jaren 2025 en 2026.

Opmerking: in lijn met het opgestelde allocatiebeleid, is er een interne vaste voet gecreëerd (€62.004) en aangewend voor de Wijde Blik. De Wijde Blik heeft geen eigen brinnummer, de school ontvangt daardoor kleine scholentoeslag vanuit het rijk. De interne vaste voet compenseert hiervoor. We streven uiteindelijk naar een 0 begroting voor elke school in de komende jaren. Op deze manier komt de inputbekostiging het meest tot zijn recht (doelmatig aanwenden van middelen voor openbaar basisonderwijs). We zien de begroting 2023 hierin als een eerste stap. De opgestelde begroting is voor alle onderdelen kaderstellend. Dit houdt in dat de begrote resultaten alleen positiever mogen uitvallen.

7

2.2

Meerjarenbalans

Tabel 3: meerjarenbalans Stip

De negatieve resultaten in de meerjarenbegroting zijn terug te zien in een dalend eigen vermogen. De NPO middelen die niet besteed zijn in 2021 tot en met 2023 zijn onderdeel van de bestemmingsreserve publiek, evenals de koersplanmiddelen. De bestemmingsreserve die vanaf 2025 nog in de boeken staat, betreft het deel van de NPO middelen welke nog niet gealloceerd zijn in de begroting. Dit wil niet zeggen dat deze middelen voor 2026 niet zijn uitgegeven want de verwachting is dat dit wel zal gebeuren. Worden de middelen in 2024 en 2025 uitgegeven, dan heeft dit alleen effect op de bestemmingsreserve, niet op de algemene reserve.

2.3

Liquiditeitsprognose

In navolging van het eigen vermogen, is de daling ook zichtbaar in de liquide middelen. De onttrekking aan de onderhoudsvoorziening is met name in 2026 een fors bedrag (€ 1.550.000). In de prognose voor de liquiditeit is dit een belangrijke post die goed gemonitord dient te worden. De onttrekkingen aan de onderhoudsvoorziening zijn gebaseerd op de onderhoudsplanning in het meerjarenonderhoudsplan.

8

Tabel 4: Liquiditeitsprognose

In de liquiditeitsprognose zien we een afname van liquide middelen. Ondanks de negatieve resultaten in de meerjarenbegroting is de liquiditeit echter nog niet in gevaar. Zoals eerder aangegeven, is de hierboven gepresenteerde meerjarenbegroting een weergave van de financiële situatie waarin het effect van de beheersmaatregelen (hoofdstuk 7) nog niet is opgenomen. Eind kwartaal 1 2023 ligt er een plan van aanpak waarin diverse beheersmaatregelen (acties) zijn opgenomen. Het ingeschatte effect van deze acties wordt verwerken we vanaf dat moment in de meerjarenbegroting, hetgeen leidt tot een bijgestelde meerjarenbegroting. Deze bijgestelde meerjarenbegroting leidt tot een nieuwe liquiditeitsprognose. De liquide middelen zullen met deze beheersmaatregelen in het vooruitzicht, de komende jaren minder snel dalen dan in dit overzicht is opgenomen.

3

Baten

In dit hoofdstuk worden de baten in de meerjarenbegroting meer in detail toegelicht. Deze baten ontstaan gekoppeld aan de leerlingaantallen en de leerling populatie.

3.1

Rijksbijdragen

De rijksbijdragen zijn in 2023 beduidend hoger (€1.276.000 t.o.v. 2024, €943.000 t.o.v. 2025 en €1.017.000 t.o.v. 2026) dan in de daaropvolgende jaren. Dit komt doordat in 2023 nog NPO gelden worden ontvangen (€ 1.226.000), terwijl deze middelen vanaf 2024 niet meer worden ontvangen. Daarnaast is de regeling voor asielzoekers en overige vreemdelingen verruimd gedurende de NPO periode. Dit zorgt in 2023 voor hogere baten op de taalschool dan in de daaropvolgende jaren (€ 300.000 meer). Het is nog onzeker of de verruiming na 2023 door loopt. De PO-Raad dringt hier sterk 9

op aan bij het ministerie. Voor Stip is dit een belangrijke variabele in de meerjarenbegroting gelet op de Taalschool waar deze regeling voor aangewend wordt. In 2023 is daarnaast een bedrag van € 700.000 opgenomen voor groeigelden. Onderliggend stijgt de reguliere bekostiging doordat het leerlingaantal toeneemt in de meerjarenprognose. De leerlingprognose voor de komende jaren is terug te vinden in tabel 3.

Tabel 3: De leerlingaantallen op schoolniveau met prognoses voor de komende jaren. De teldatum voor de bekostiging is hierin het uitgangspunt. Door de oude systematiek zijn de cijfers voor de jaren 2019-2021 afwijkend.

Op twee manieren ontstaat een nadelig effect voor Stip in de uitwerking van de nieuwe vereenvoudigde bekostigingssystematiek vanaf 2023. Allereerst wordt in de nieuwe bekostigingssystematiek niet meer gekeken naar de gemiddelde leeftijd van de leraren op de scholen. Ook wordt hetzelfde bedrag beschikbaar gesteld voor leerlingen in de onderbouw en in de bovenbouw. Zoals beschreven in de eerder gedeelde notitie (april 2022) is het negatieve effect hiervan €400.000 voor Stip in 2026. Daarnaast leidt de nieuwe bekostigingssystematiek ertoe dat de baten op de IPS teruglopen. Voorheen kon voor leerlingen van de IPS zowel IGBO-bekostiging als bijzondere bekostiging voor asielzoekers en overige vreemdelingen worden aangevraagd. Met de nieuwe bekostigingssystematiek kan voor een IGBO-leerling geen aanspraak worden gemaakt op de bijzondere bekostiging voor asielzoekers en overige vreemdelingen. In 2023 lopen de baten op de IPS daardoor terug met €550.000, in 2024-2026 is het negatieve effect €350.000.3

3.2

Overige overheidsbijdragen

De overige overheidsbijdragen betreffen de gemeentelijke bijdragen. De belangrijkste bijdragen in 2023 zijn:

3

Door de verruiming van de bijzondere bekostiging voor asielzoekers en overige vreemdelingen is het negatieve effect in 2023 hoger.

10

-

Eerste opvang onderwijs (€ 465.000) Maatwerkplannen (€ 112.000) Klokurenvergoeding gymzalen (€ 131.000)

In de meerjarenbegroting zijn deze bedragen gelijk gehouden aan 2023. Jaarlijks wordt in de begroting een nieuwe analyse gemaakt van de gemeentelijke bijdragen.

3.3

Overige baten

De overige baten bestaan grotendeels uit de ouderbijdragen op de IPS (€ 1.760.000 in 2023). Deze lopen in de prognose licht op de komende jaren door een jaarlijkse indexatie. Daarnaast bestaan de overige baten uit huuropbrengsten (€ 185.000) en overige kleine baten (€ 86.000).

4

Lasten

4.1

Personeelslasten

De personeelslasten van Stip nemen in 2023 toe doordat de CAO primair onderwijs in de zomer van 2022 is verhoogd met ongeveer 10 %. Daarnaast is het aantal fte’s (de bezetting) toegenomen door met name de groei op de Taalschool. Een andere belangrijke component is het personeel dat wordt ingezet op NPO gelden. In 2023 is dit 9,25 fte. In 2024 neemt dit af naar 4,1 fte. De NPO middelen worden bijna helemaal toegekend aan de scholen. Scholen hebben deze middelen nog niet allemaal besteed. Ze kunnen zelf bepalen hoe het resterende budget wordt aangewend. De personele bezetting binnen Stip ziet er in de meerjarenbegroting als volgt uit:

Tabel 5: Personele bezetting Stip

In de personeelslasten zijn ook (pool)vervangers begroot. Stip is eigenrisicodrager bij het Vervangingsfonds en moet dus zelf de vervanging van zieke leerkrachten organiseren. Het huidige verzuimpercentage en de situatie op de arbeidsmarkt (veel vraag naar inval, weinig personeel beschikbaar voor de invalpool) maakt inhuur van externen noodzakelijk. Daarom is de post personeelslasten (tabel 1) opgehoogd voor de loonkosten derden in 2023. 11

4.2

Investeringen

De afschrijvingen zijn gebaseerd op de investeringsopgave van de scholen. Hieronder staan de investeringen voor de komende 3 jaar:

Tabel 6: Investeringen voor de komende jaren

De investeringsuitgaven zijn gebaseerd op een inventarisatie van alle scholen. In 2023 werken we toe naar onderliggende investeringsplanningen voor de verschillende categorieën van investeringen. Daarmee ontstaat een meerjareninvesteringsplan wat zorgt voor een planmatige besteding van de investeringsmiddelen en duidelijk maakt wanneer welke school welke investeringen kan doen.

4.3

Huisvestingslasten

De huisvestingslasten zijn in de begroting van 2023 verhoogd in verband met de onzekere energieprijzen. Een ander belangrijk onderdeel is de onderhoudsvoorziening. Stip reserveert jaarlijks € 700.000 voor groot onderhoud. Dit bedrag komt voort uit het meerjarenonderhoudsplan en moet ervoor zorgen dat de schoolgebouwen goed onderhouden en veilig zijn, ook in de toekomst. De huisvestingslasten worden gezamenlijk door de scholen bekostigd door middel van een bovenschoolse afdracht per leerling. Voor 2023 bedraagt deze afdracht voor het deel huisvesting €661,65.

4.4

Overige lasten

De overige lasten laten een dalend verloop zien in 2024 en 2025. Dit komt doordat in 2023 en 2024 eenmalig bedragen zijn gereserveerd voor de realisatie van het koersplan van Stip. Het koersplan is gericht op het verbeteren van de ondersteuning aan de scholen, zodat zij zich nog meer kunnen richten op het geven van goed openbaar basisonderwijs. De bedragen voor de realisatie van het koersplan worden in 2023 en 2024 onttrokken aan de reserves van Stip. Op schoolniveau bestaan de overige lasten uit verschillende componenten. Een gedeelte van de overige lasten bestaat uit een bovenschoolse afdracht per leerling. Deze afdracht wordt aangewend voor verschillende bovenschoolse uitgaven en bedraagt €825,68.4 Daarnaast kent elke school zijn eigen overige lasten. Onder deze lasten vallen onder meer ICT software, ICT licenties, verbruiksmaterialen

4

Onder de bovenschoolse uitgaven vallen onder meer de lasten voor de vervangingspool, de arbodienst, de accountant, OBT, de RvT en de GMR. Zie het allocatiebeleid voor een volledige opsomming.

12

voor het onderwijs, kopieerlasten en telefoonlasten De voornaamste overige lasten voor scholen zijn ICT lasten en licenties (€ 466.000) en verbruiksmaterialen voor het onderwijs (€ 434.000).

5

NPO Middelen

In de schooljaren 21-22 en 22-23 hebben alle scholen in het primair onderwijs extra middelen ontvangen in verband met het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Hieronder is samengevat hoeveel NPO middelen de scholen samen ontvangen gedurende de looptijd van deze subsidie. Daarnaast is opgesomd welke (deels verwachte) lasten hier tegenover staan. In de laatste kolom staat het begrote nog niet uitgegeven deel hiervan, de reserve NPO. De NPO middelen mogen ingezet worden tot en met schooljaar 24-25. NPO baten

NPO lasten

NPO reserve per 31-12

2021 2022 2023

€ 993.000 € 2.294.000 € 1.228.000

€ 417.000 € 1.580.000 € 644.000

€ 576.000 € 1.290.000 € 1.873.000

Totaal

€ 4.515.000

€ 2.641.000

NPO-middelen kunnen zoals eerder genoemd tot en met juli 2025 worden uitgegeven. Deze uitgaven worden gedekt vanuit de hiervoor gevormde bestemmingsreserve. Momenteel zijn de NPO lasten voor 2024 en 2025 geraamd op respectievelijk €270.000 en €378.000. Aangezien voor deze jaren een groter bedrag beschikbaar is aan NPO reserve (€1.873.000), zijn de NPO lasten voor deze jaren mogelijk ook hoger. Dit leidt echter niet tot wijzigingen in het gecorrigeerde resultaat, omdat de bestemmingsreserve hiervoor wordt aangewend.

6

Onzekerheden

De opgestelde begroting bevat een overzicht van de te verwachten baten en lasten voor de jaren 20232026. Desondanks kampt Stip met verschillende onzekerheden die zich minder goed laten voorspellen en in de realisatie 2023 kunnen afwijken ten opzichte van de begroting. In dit hoofdstuk gaan wij kort in op deze onzekerheden en de manier waarop we deze onzekerheden hebben meegenomen in de meerjarenbegroting. Ook worden deze onzekerheden waar nodig verwerkt in de onzekerhedenanalyse als onderdeel van de bestuursrapportage (BERAP).

6.1

Ontwikkeling Taalschool

De taalschool is in 2022 gegroeid met ruim 120 leerlingen ten opzichte van 2021. Deze groei staat in nauw verband met de oorlog in Oekraïne en heeft geleid tot de opening van een tweede locatie. Ook in de toekomst is de taalschool in grote mate afhankelijk van demografische ontwikkelingen in de

13

wereld. Het aantal leerlingen laat zich dan ook moeilijk voorspellen. In de begroting is de huidige beschikbare capaciteit (220 leerlingen) opgenomen als te verwachten aantal (te plaatsen) leerlingen. Zoals genoemd bij 3.1 hebben we daarnaast de maken met een onzekerheid in de bekostiging. Het is onzeker of de verruiming van middelen voor asielzoekers en overige vreemdelingen na 2023 door loopt. Om die reden is in de begroting vanaf 2024 een afbouw in deze middelen gehanteerd van €300.000.

6.2

Energielasten

Sinds de zomer van 2021 zijn de prijzen voor elektriciteit en gas fors gestegen. Ook voor de komende jaren blijven de energieprijzen onzeker. Stip is echter aangesloten bij het inkoopcollectief ‘Energie voor scholen.’ Dit collectief heeft de energie voor 2023, 2024 en 2025 in grote mate al voor 2021 ingekocht en voor 2023 een stijging van 30% gecommuniceerd. Deze stijging is verwerkt in de meerjarenbegroting. Daarnaast zijn er recentelijk signalen dat scholen gecompenseerd gaan worden vanuit de overheid voor de stijgende energielasten. Momenteel is in de begroting hier nog geen rekening mee gehouden.

6.3

Huisvesting

Op het gebied van huisvesting kent Stip voor de komende jaren de nodige uitdagingen. Een aantal scholen zien hun groei stagneren als gevolg van knellende huisvesting. Daarnaast vraagt de huisvestingsportefeuille om vernieuwing aangezien het merendeel van de scholen van Stip zeer verouderd is. De verouderde huisvesting is vanuit meerdere perspectieven onwenselijk (onderwijs, luchtkwaliteit, onderhoudskosten). Wij zijn hierover in gesprek met de gemeente en werken parallel aan een integraal huisvestingsplan (IHP) voor Stip. In de begroting zijn de leerlingaantallen opgenomen die te realiseren zijn binnen de huidige beschikbare huisvesting.

6.4

Bekostiging

Het ministerie heeft de afgelopen jaren meerdere keren een verhoging van de bekostiging gedurende het kalenderjaar bekend gemaakt. Dit zorgde voor extra middelen gedurende het lopende begrotingsjaar die vooraf niet te voorzien waren. In de meerjarenbegroting 2023-2026 is rekening gehouden met een verhoging van 1% van de basisbekostiging (€230.000.

6.5

Krapte op de arbeidsmarkt

De afgelopen jaren is het steeds moeilijker geworden om voldoende geschikt personeel te vinden. Stip is daardoor genoodzaakt meer extern in te huren. Als gevolg hiervan stijgen de personeelslasten. Ook voor de komende jaren is het mogelijk dat de personeelslasten als gevolg hiervan toenemen. In de meerjarenbegroting is daarom €200.000 aan extra inhuurlasten opgenomen. 14

6.6

Verzuim

Stip kent op dit moment een hoog verzuim. Omdat Stip eigenrisicodrager is (niet verzekerd bij het vervangingsfonds) moet het zelf het hoge verzuim opvangen. Dit is tegelijk ook een kans, een lager verzuim kost dus minder. Op dit moment is in de begroting nog geen rekening gehouden met een mogelijk lager verzuim. Een aanvullende analyse naar het verzuim moet uitwijzen welke interventies ingezet kunnen worden om het verzuim omlaag te brengen. Het begrote budget voor vervanging is geraamd op basis van 15 FTE.

7

Uitdagingen

Voor het ombuigen van de negatieve financiële resultaten die zichtbaar worden in de meerjarenbegroting, zien we een aantal uitdagingen. Dit hoofdstuk beschrijft deze uitdagingen, waarbij er op onderdelen overlap is met de onzekerheden zoals beschreven in hoofdstuk 6. In dit hoofdstuk gaan we in op de mogelijkheden om de onzekerheden te beheersen en/of de uitdaging te adresseren. Het is daarmee niet zozeer een toelichting op de verwerking van onzekerheden in de begroting, maar een toelichting op de interventies die we beogen voor de komende tijd. Deze interventies werken we verder uit in een zogeheten actieplan in het eerste kwartaal van 2023. De beoogde en ingeschatte financiële impact van deze acties, zal leiden tot een bijgestelde meerjarenbegroting medio april 2023.

7.1

Huisvesting

Zoals genoemd in paragraaf 6.3 vraagt de onderwijshuisvesting aandacht, zowel in termen van capaciteit als in termen van kwaliteit.5 Als het gaat over capaciteit, zien een aantal scholen (bijvoorbeeld de Goudenregenschool en de Sterrenschool) hun leerling groei stagneren als gevolg van knellende huisvesting. Het gaat hierbij om een tekort aan vierkante meters en/of een tekort aan lokalen. Ook de kwaliteit van de onderwijshuisvesting behoeft aandacht. Meer dan de helft van de locaties van Stip is vóór 1985 gebouwd. De onderwijskundige uitgangspunten van de huidige basisschool, de daarvoor benodigde ruimten en daarop afgestemde m2 verschillen nogal van de uitgangspunten die golden voor 1985, met als gevolg dat het geven van modern basisonderwijs in de verouderde panden sterk belemmerd wordt. In het verlengde van bovenstaande (kwaliteit huisvesting) behoeft ook de luchtkwaliteit en het binnen klimaat aandacht. Sinds mei 2022 hangen er CO2 meters in elk lokaal, echter zien we dat de ventilatiemogelijkheden op diverse plaatsen beperkt zijn. Meerdere acties zijn in 2022 uitgezet om de uitdagingen van de huisvestingsportefeuille beter in beeld te krijgen en vandaaruit het nodige te doen: -

5

Uitbreiding interne organisatie, naast beheer en onderhoud is ook vernieuwing georganiseerd.

Zie ook de 100 dagen rapportage 2022

15

-

Projectplanning en projectstructuur voor vernieuwing (uitgaande van het onderwijshuisvestingsprogramma 2022 van de gemeente Hilversum) is opgesteld. Gebouwdossier (kenmerken van de portefeuille) is in concept opgesteld. CO2 meters zijn geïnstalleerd in elk lokaal en voorzien (decentraal en centraal) in benodigde informatie en data over luchtkwaliteit. Ruimte OK is gevraagd alle locaties van Stip te inspecteren om de mogelijkheden tot beheersing van de luchtkwaliteit (o.a. ventilatie) in kaart te brengen. Een risico inventarisatie en evaluatie is uitgevoerd. Een (eerste) aanzet is gedaan tot een integraal huisvestingsplan voor Stip.

Het integrale huisvestingsplan belicht de diverse aspecten van de huisvestingsportefeuille en beschrijft de ambitie en het (meerjaren) plan van aanpak voor vernieuwing. De vernieuwing van de onderwijshuisvesting is volop onderwerp van gesprek tussen Stip en de gemeente Hilversum. We beogen in Q1 2023 het IHP van Stip vast te stellen.

7.2

Taalschool

De ontwikkeling van het leerlingaantal van de Taalschool laat zich lastig voorspellen. Daarbij is de bekostiging van scholen met asielzoekers en overige vreemdelingen ook onzeker, gelet op de informatie die wij daarover vanuit de PO-Raad ontvangen. In de meerjarenbegroting van de Taalschool is mede als gevolg hiervan een negatief exploitatieresultaat zichtbaar. Deze resultaten liggen tussen de € 150.000 en € 200.000 negatief. We gaan begin 2023 (Q1) onderzoeken of deze situatie om te buigen valt en zo ja, hoe.

7.3

IPS

De IPS toont vanaf 2024 forse negatieve resultaten in de meerjarenbegroting. Dit is een gevolg van een wijziging in bekostiging (zie ook 3.1), een dalend leerlingaantal en een structureel hoge personeelslast. Vooralsnog is er geen taakstelling in de begroting 2023 opgenomen, maar hebben we slechts het tekort inzichtelijk gemaakt. We gaan begin 2023 (Q1) een verbeterplan opstellen waarin vanuit verschillende perspectieven is geanalyseerd en beschreven wat er nodig is voor verbetering van het resultaat van de IPS.

7.4

Verzuim omlaag

In de meerjarenbegroting is op dit moment geen taakstelling opgenomen voor verzuim. De vervangingspool telt ongeveer 15 fte voor vervanging (zowel intern als extern). De kosten voor deze vervangingspool worden gezamenlijk gedeeld. Een dalend verzuim werkt direct kostenverlagend voor alle scholen. We gaan begin 2023 (Q1) samen met het nieuwe HR team activiteiten formuleren te verhoging van de inzetbaarheid binnen Stip.

16

7.5

Analyse van opbrengsten versus kosten

De komende periode zal binnen Stip een kostenanalyse gemaakt worden om te kijken waar mogelijkheden liggen om kosten te besparen of eventuele efficiëntie te verhogen. Dit gebeurt door middel van een interne benchmark. In deze benchmark wordt op schoolniveau gekeken naar de baten en lasten per leerling. Op basis van deze analyse ontstaat voor elke school een beeld van de sturingsmogelijkheden richting een financieel gezond beleid. Een belangrijk aspect van deze benchmark is de omvang van de klassen en de omvang van de dienstverbanden. Idealiter bestaan groepen uit minimaal 25 leerlingen en één FTE leraar. De uit te voeren benchmark moet leiden tot concrete sturingsadviezen omtrent deze aspecten. Naast deze interne benchmark wordt aan de hand van gegevens vanuit de PO-Raad ook een externe benchmark uitgevoerd. Zowel de omvang als de verdeling van de lasten wordt in deze benchmark vergeleken met landelijke cijfers.

7.6

Dislocaties binnen Stip

Stip heeft op dit moment 5 dislocaties. Dat houdt in dat er 10 scholen verbonden zijn aan 5 brinnummers. Er zijn 5 combinaties van scholen die samen een brinnummer delen. • • • • •

IKC Villa Vrolik – Lorentzschool Wijde Blik-Goudenregenschool Vondelschool-Elckerlyc IPS-Violenschool Windkanter-Taalschool

De basisbekostiging vanuit het rijk voorziet in een vaste voet (€85.000 bij scholen met minder dan 100 leerlingen, €104.000 bij scholen met meer dan 100 leerlingen) per brinnummer. Wanneer 2 scholen 1 brinnummer delen, ontstaat een tekort op de beide scholen. Ze delen immers de vaste voet (50/50). In de resultaten van deze scholen is dit ook terug te zien (tabel 2). Medio juni 2022 is een aanvraag ingediend voor verzelfstandiging van IKC Villa Vrolik. Wanneer deze aanvraag ingewilligd wordt, zal IKC Villa Vrolik een eigen brinnummer krijgen en de volledige inkomsten van de vaste voet ontvangen. Daarmee ontstaat een verhoging in resultaat van €52.000 bij zowel IKC Villa Vrolik als de Lorentzschool. Voor de overige 4 combinaties is eveneens nagegaan of verzelfstandiging mogelijk is. De criteria voor verzelfstandiging van een dislocatie vragen (o.a.) om een leerlingaantal boven de stichtingsnorm. Voor de twee combinaties Wijde Blik-Goudenregenschool en Vondelschool-Elckerlyc wordt dit criterium niet gehaald. Voor de twee combinaties IPS-Violenschool en Windkanter-Taalschool geldt dat zowel internationaal onderwijs als Taalschool onderwijs gekoppeld dient te zijn aan een reguliere school. Daarmee is verzelfstandiging voor deze locaties eveneens niet haalbaar.

Van de 5 combinaties die er zijn, komt daarmee 1 combinatie in aanmerking voor verzelfstandiging (IKC Villa Vrolik-Lorentzschool). Daarmee zijn er 4 combinaties die blijvend kampen met de problematiek van een gedeeld brinnummer. Deze problematiek laat niet zomaar oplossen. We gaan 17

begin 2023 hierover in gesprek met diverse partijen (PO-Raad, gemeente, extern adviseur) om de mogelijkheden die er zijn te verkennen.

7.7

Achterstanden investeringen

Speeltoestellen (binnen en buiten), inventaris en speelpleinen zijn toe aan vervanging. Diverse investeringen zijn in het verleden niet uitgevoerd, waardoor een achterstand is ontstaan. De komende jaren ligt er dan ook een uitdaging om deze achterstand in te lopen. Dit vraagt om meerjaren investeringsplannen die houvast bieden voor Stip als organisatie. De komende periode wordt gebruikt om tot deze investeringsplannen te komen.

18

Bijlage: deelbegrotingen Jan van Rijckenborghschool

Fabritiusschool

Goudenregenschool

19

De Wijde Blik

Elckerlyc

Vondelschool

20

Sterrenschool

Lelyschool

De Windkanter

21

Taalschool/COBO

Lorentzschool

Villa Vrolik

22

De Gooise Daltonschool

Violenschool

IPS

23

Bestuursbureau

Bovenschools

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=f208e536-95ae-4d56-94f3-31bb98bfead8