CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebrief inzake Afdoening toezegging T21-015 uitvoeren minimaeffectrapportage

GEMEENTERAAD 26 oktober 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 012.017 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES:

Aan de gemeenteraad cc college van B en W cc pers

RAADHUIS DUDOKPARK 1 TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL

6 oktober 2022 ZAAKNUMM ER 1197149 BEHA NDELD DOOR Sanne Noordijk TELEFOON (035) 629 2269 DATUM

UW KENMERK BIJLAGEN BETREFT

1 Afdoening minimaeffectrapportage (T21-015) Geachte raads- en commissieleden, In de gemeenteraadsvergadering van 3 maart 2021 heeft de portefeuillehouder toegezegd in 2022 een minimaeffectrapportage te laten opstellen en de uitkomsten hiervan te delen met de gemeenteraad. Met deze collegebrief beschouwen wij de toezegging T-21-015 minimaeffectrapportage afgedaan. Uitkomsten van de minimaeffectrapportage Het Bureau Kwiz heeft een onderzoek uitgevoerd naar de effecten van het landelijke en het lokale beleid op de inkomens van de minima in de gemeente Hilversum. De rapportage biedt inzicht in de actuele financiële posities van minimahuishoudens en de mate waarin het landelijke en het huidige lokale beleid een bijdrage daaraan levert. Ook is uitgezocht in hoeverre er sprake is van een armoedeval wanneer het inkomen van een huishouden stijgt. De minimaffectrapportage in het licht van de huidige koopkrachtontwikkelingen Deze minimaeffectrapportage bevat niet de recente koopkrachtontwikkelingen als gevolg van de hoge inflatie door de hoge energielasten. In die zin geeft de rapportage niet het meest actuele beeld. De recente situatie en welke inzet er vanuit het Rijk en vanuit de gemeente Hilversum wordt gepleegd, zetten we hieronder uiteen. Sinds begin 2022 is er sprake van een hoog prijspeil omtrent energie. Dit prijspeil is ook de belangrijkste veroorzaker van de hoge inflatie.

Dit heeft gevolgen voor de bestedingsruimte van alle (ook Hilversumse) huishoudens. De huishoudens met een laag inkomen worden extra hard geraakt. Zij betalen naar rato van het inkomen een groter deel aan energie dan huishoudens met een hoger inkomen en hebben minder financiële ruimte om deze stijging van kosten op te vangen.

Vanuit het Rijk zijn maatregelen aangekondigd om per 1 januari 2023 de koopkrachtdaling te beperken middels het prijsplafond voor de energietarieven. Vanaf 1 november 2022 kan ook het termijnbedrag voor gas en elektra door mensen worden verlaagd, om op kortere termijn het prijsplafond als het ware al te simuleren. Ook heeft het Rijk een pakket aan maatregelen samengesteld om het inkomen van huishoudens te vergroten middels het verhogen van het minimumloon met 10%, verlaging van het tarief van de eerste schijf van de inkomstenbelasting en het verhogen van de arbeidskorting. Deze maatregelen samen zorgen voor een verbetering van de financiële situatie van de huishoudens. De maatregelen zullen echter de koopkrachtdaling niet volledig compenseren. Ook zijn de effecten ervan afhankelijk van de samenstelling van het huishouden, de energetische kwaliteit van de woning en de hoogte van het inkomen. De gemeente Hilversum ondersteunt met haar beleid ook de huishoudens die financiële problemen hebben vanwege de gestegen prijzen. Via de vroegsignalering worden meldingen ontvangen over betalingsachterstanden van inwoners bij verhuurder, energiemaatschappijen en zorgverzekeraars. Naar aanleiding van deze melding wordt een huishouden actief benaderd met een hulpaanbod voor het oplossen van de betalingsachterstand.

Middels de aanpak Energiearmoede worden huishoudens met een laag inkomen ondersteunt bij het verlagen van de energierekening door het aanbrengen van energiebesparende maatregelen en geven van advies over energiebesparend gedrag. Ook hebben inmiddels ruim 4000 huishoudens in Hilversum een bijdrage ter hoogte van 1300 euro ontvangen ter compensatie van de gestegen energietarieven. Om er voor te zorgen dat zoveel mogelijk huishoudens uit de doelgroep gebruik maken van de regeling zal de eenmalige energietoeslag opnieuw onder de aandacht van de Hilversumse huishoudens worden gebracht. Inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal wettelijk minimum kunnen een beroep doen op alle minimaregelingen. In Q4 van 2022 wordt de gemeenteraad middels een collegebrief geïnformeerd over de maatregelen die worden genomen om inwoners extra te ondersteunen. De combinatie van Rijksregelingen en lokale maatregelen zorgt ervoor dat we veel Hilversummers kunnen helpen in deze onzekere tijden. We blijven de vinger aan de pols houden of deze aanpak ook in de komende wintermaanden toereikend is. We informeren u op de kortst mogelijke termijn als er een andere aanpak nodig is. De belangrijkste conclusies van de minima effectrapportage: 1.

Het effect van de landelijke toeslagen op het besteedbare inkomen op het is groter dan van de gemeentelijke regelingen Het effect van het minimabeleid op het besteedbare inkomen van huishoudens is in vergelijking met de landelijke regelingen beperkt. De financiële ondersteuning die huishoudens ontvangen via de landelijke toeslagen is veel groter dan via de lokale regelingen. 2. Het minimabeleid stimuleert niet alle doelgroepen in gelijke mate tot aanvaarding van werk. Voor de meeste huishoudens dalen de toeslagen van het Rijk en vervallen de regelingen van de gemeente wanneer het inkomen stijgt. Dit heeft tot gevolg dat het totaal inkomen van een huishouden niet altijd evenveel stijgt als de hoogte van de stijging van het loon. Werken loont het meest bij een inkomens die gelijk staan aan 120 of 130 procent van het wettelijk sociaal minimum. Bij deze inkomensgrenzen hebben huishoudens nog recht op de meeste gemeentelijke bijdragen.

De rapportage bevestigt in algemene zin dat er sprake is van financiële krapte bij de minima. De aanbeveling voor gratis OV voor AOW gerechtigden is opgenomen in het collegeakkoord. Alle overige aanbevelingen worden mee genomen met de opstelling van het nieuwe minimabeleid. Hoe nu verder? De uitkomsten van de minimaeffectrapportage zullen worden gebruikt voor de uitwerking van de ambities van het college voor de financiële ondersteuning van de Hilversumse minima, de evaluatie van het minimabeleid en voor het opstellen van een nieuw beleidsplan voor het minimabeleid. De planning ziet er als volgt uit: •

Collegebrief met de uitkomsten van de optimalisatie van de financiële ondersteuning voor Hilversumse minima op de korte termijn.

Q4 2022

•

Collegebrief met de uitkomsten van de evaluatie van het minimabeleid.

Q1 2023

•

Traject samen met de gemeenteraad ten behoeve van de herijking van het minimabeleid, participatie en schuldhulpverlening

Feb – mei 2023

•

Behandeling en vaststelling nieuw plan voor het minimabeleid door de gemeenteraad.

Q4 2023

•

Actieplan Ouder worden in Hilversum Met daarin onder meer aandacht voor de bestaanszekerheid van ouderen

2024

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera

dr. ir. G.M. van den Top

Bijlage 1. Inkomens Effectrapportage Gemeente Hilversum 2022.

INKOMENS EFFECTRAPPORTAGE 2022 GEMEENTE HILVERSUM

Gemeente Hilversum Versie 1.0

Inkomens Effectrapportage Gemeente Hilversum 2022 Een onderzoek naar de effecten van het landelijke en lokale armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens in de gemeente Hilversum

Cofon Colofon Opdrachtgever Gemeente Gemeentenaam Opdrachtgever Datum November 2021 Gemeente Hilversum Datum Auteurs Michelle Juni 2022Ellens Reimer Vonk Auteurs Grafische ondersteuning Michelle Ellens Senne Trip Sophie de Groot KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. KWIZ B.V.. Het overnemen Het overnemen van cijfers van cijfers en/ ofen/ teksten of teksten is is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V.. 1

Gemeente Hilversum Versie 1.0

Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 2 1. Onderzoeksmethodiek .............................................................................................................. 4 1.1. Huishoudens en inkomensgrenzen .................................................................................... 4 1.2. Inkomsten landelijk regelingen ........................................................................................... 4 1.3. Gemeentelijke minimaregelingen ....................................................................................... 5 1.4. Uitgaven .............................................................................................................................. 6 1.5. Vrije bestedingen ................................................................................................................ 6 1.6. Aannames ........................................................................................................................... 6 1.7. Tegemoetkoming in de energiekosten ............................................................................... 7 2. De inkomenseffecten................................................................................................................. 8 2.1.

Het effect van het landelijk beleid is groter dan het gemeentelijk beleid ............................ 8 2.2. Opbouw maandelijkse gemeentelijke bijdrage per huishoudtype ...................................... 9 2.3. Het maandelijks vrij te besteden budget verschilt per huishoudtype en ten opzichte van 2018 ......................................................................................................................................... 12 2.4. Meer werken vanuit de bijstand loont niet altijd voor ieder huishoudtype ........................ 16 3. Bevindingen ............................................................................................................................. 20 Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen ........................................................................................ 23 Bijlage 2. Opbouw totaal inkomen 100 tot 140% Wsm ............................................................... 24 Bijlage 3. Financieel maandoverzicht .......................................................................................... 26

1

Gemeente Hilversum Versie 1.0

Inleiding In de gemeente Hilversum is het minimabeleid een actueel thema. Voor de komende periode staat een evaluatie van het minimabeleid op de agenda. Om inzicht te krijgen in de omvang en de samenstelling van de doelgroep minima en het bereik van de minimaregelingen stelt KWIZ voor de gemeente een online rapportage samen. Daarnaast is de gemeente Hilversum benieuwd naar het effect van de minimaregelingen op de inkomens van minimahuishoudens. Tevens is de gemeente ook geïnteresseerd in de effecten van de gemeentelijke en de landelijke regelingen tezamen op de inkomens. Dit vanuit de visie dat werken moet lonen. De minimaregelingen zijn de afgelopen jaren een aantal keren gewijzigd, zowel inhoudelijk als ook de doelgroep die in aanmerking komt voor de regelingen. In 2020 is het aantal regelingen verminderd, maar daar stond tegenover dat de gemeente een grotere doelgroep wilde bedienen. De regelingen zijn toen beschikbaar gesteld voor huishoudens met een inkomen tot 130 procent van het wettelijk sociaal minimum (Wsm). In 2021 had de gemeente te maken met besparingen die in de gehele organisatie moesten worden doorgevoerd. Een aantal regelingen is toen teruggebracht naar 120 procent Wsm. In 2022 is de inkomensgrens weer hersteld naar 130 procent Wsm. De gemeente Hilversum wil graag weten wat het gewijzigde beleid doet met de besteedbare financiële ruimte van de minima.

Deze Inkomens effectrapportage biedt inzicht in de actuele financiële positie van minimahuishoudens en in de mate waarin het huidige (lokale) beleid een bijdrage daaraan levert. De resultaten geven de gemeente daarnaast de mogelijkheid om te anticiperen. De centrale onderzoeksvraag luidt: wat zijn de effecten van het landelijke en lokale beleid op de inkomens van de minima in de gemeente Hilversum? De centrale onderzoeksvraag valt uiteen in de volgende deelvragen:  Wat zijn de financiële effecten van de lokale en landelijke regelingen op de verschillende huishoudtypen?  Wat is de vrije bestedingsruimte na aftrek van vaste lasten en gebruik van de voorzieningen?  In welke mate is er sprake van armoedeval, als er bepaalde regelingen wegvallen vanwege een hoger inkomen? Welke doelgroepen worden hierbij getroffen?  Wat kan hier eventueel beleidsmatig mee worden gedaan? Opzet van het onderzoek We berekenen voor zes verschillende huishoudtypen met vijf verschillende inkomensniveaus ten opzichte van het Wettelijk sociaal minimum de effecten van het wegvallen van gemeentelijke regelingen en dalen van landelijke toeslagen bij een stijgend inkomen, oftewel de inkomenseffecten. Daarvoor is per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand.

Met behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype de inkomsten bepaald. De gemeentelijke regelingen worden hiervoor omgezet in een maandbedrag. Voor de vaste uitgaven gaan wij uit van cijfers en normen van het Nibud1 Voor de andere uitgaven is waar mogelijk gebruikgemaakt van lokale tarieven (zoals huur en waterschapsbelasting). Beleidswijzigingen De sterk stijgende energieprijzen hebben het Rijk doen besluiten om een eenmalige energietoeslag uit te keren. In de gemeente Hilversum is deze toeslag aan te vragen door inwoners met een inkomen tot en met 120 procent Wsm. Het gaat om een bedrag van € 800 per huishouden. Verder heeft de gemeente geen beleidswijzigingen doorgevoerd ten opzichte van 2021.

1 Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijke stichting die informeert en

adviseert over financiën van huishoudens.

2

Gemeente Hilversum Versie 1.0

Wanneer er wordt gekeken naar wijzigen sinds 2018, in dit jaar heeft KWIZ voor het laatst een evaluatie naar het minimabeleid uitgevoerd, zijn er wel enkele wijzigingen die de gemeente heeft doorgevoerd in de afgelopen jaren.  De bijzondere bijstand is niet meer alleen op basis van draagkracht, maar er wordt nu ook een inkomensgrens van 110 procent Wsm gehanteerd.  De gemeente heeft het aanbod van de collectieve zorgverzekering teruggedrongen van 10 naar 2 keuzemogelijkheden, ook zijn ze overgestapt van Menzis naar DSW. De inkomensgrens voor de collectieve zorgverzekering is hetzelfde gebleven.  Een derde wijziging is dat de regeling Duurzaam uit 2018 opgesplitst is. In 2018 bestond deze regeling uit de individuele inkomenstoeslag en een regeling voor vervanging van ‘grote’ huishoudelijke apparaten.  Tegenwoordig is de individuele inkomenstoeslag een aparte regeling. De voorwaarden zijn gelijk gebleven.  Ook de regeling voor het vervangen van ‘grote’ huishoudelijk apparaten is een op zichzelf staande regeling. Tegenwoordig heeft deze regeling een inkomensgrens van 130 procent Wsm en wordt er geen onderscheid gemaakt tussen huishoudens met en zonder kinderen. De voorwaarden zijn ook veranderd: er is geen start- en vervolgbudget meer.

De huidige regeling stelt als voorwaarde dat er in de afgelopen 10 jaar geen beroep op de gemeente is gedaan voor het vervangen van huishoudelijke apparaten. Het budget voor deze regeling is nu € 500.  In het huidige beleid is er een regeling voor het Kindpakket, met een eventuele aanvulling van Stichting Leergeld. Voorheen was er een Kindpakket en een Aanvullende Kindpakket. In 2018 was de inkomensgrens voor deze regeling nog 110 procent Wsm. Tegenwoordig kunnen huishouden tot inkomen van 130 procent aanspraak maken op het Kindpakket. Energietoeslag In 2022 kunnen huishoudens aanspraak maken op een eenmalige tegemoetkoming in de energiekosten. Hoewel deze tegemoetkoming van eenmalige aard is, wordt de invloed ervan deze inkomens effectrapportage meegenomen. De reden hiervoor is dat er op dit moment sprake is van een hoog prijspeil omtrent energie. Wij rekenen met actuele kosten en prijspeilen en op het moment dat de kosten wel worden meegenomen, maar niet de tegemoetkoming, geraakt het financiële beeld per huishouden uit evenwicht. De compensatie is van belang om een realistisch inzicht in de huidige situatie te geven. Deze regeling wordt later in het rapport verder toegelicht. Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt de onderzoeksmethodiek nader toegelicht.

Vervolgens worden in hoofdstuk 2 de inkomenseffecten van zowel de landelijke als de lokale inkomensondersteunende regelingen beschreven. In hoofdstuk 3 benoemen we de belangrijkste bevindingen. In bijlage 1 staat een overzicht met de minimaregelingen in de gemeente Hilversum en de daar bijbehorende voorwaarden en bedragen. In bijlage 2 staat per huishoudtype de opbouw van het totale inkomen bij een inkomensniveau tussen de 100 en 140 procent Wsm. In de laatste bijlage, bijlage 3, staat het financieel maandoverzicht per huishoudtype weergegeven.

3

Gemeente Hilversum Versie 1.0

1. Onderzoeksmethodiek In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de verschillende inkomsten en uitgaven die worden onderscheiden voor de Inkomens Effectrapportage.

1.1. Huishoudens en inkomensgrenzen We berekenen de inkomenseffecten van het lokale en landelijke beleid in 2022 voor de volgende 6 huishoudtypen: Niet AOW-gerechtigden:  alleenstaande;  paar zonder kinderen;  alleenstaande ouder met twee kinderen (8 en 13 jaar)  paar (twee volwassenen) met twee kinderen (8 en 13 jaar). AOW-gerechtigden:  alleenstaande;  paar (twee volwassenen. We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 110, 120, 130 en 140 procent Wsm. Daarnaast berekenen we de inkomenseffecten voor huishoudens die al langer dan drie jaar een inkomen van 100 procent Wsm hebben (langdurige minima).

1.2. Inkomsten landelijk regelingen Het inkomen is opgebouwd uit het netto-inkomen en diverse toeslagen van het Rijk. Specifiek gaat het om de volgende categorieën:  

netto-inkomen inclusief vakantietoeslag; bijdrage Rijk: o huurtoeslag; o zorgtoeslag o kinderbijslag; o kindgebonden budget; o combinatiekorting.

Naast het netto-inkomen en de landelijke toeslagen, kunnen huishoudens met een laag inkomen gebruikmaken van de gemeentelijke minimaregelingen.

4

Gemeente Hilversum Versie 1.0

1.3. Gemeentelijke minimaregelingen In de onderstaande tabel volgt een overzicht van de gemeentelijke minimaregelingen in 2022. Tabel 1.3.1 Gemeentelijke minimaregelingen in Hilversum Regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Activeringsregeling voor volwassenen Jeugdfonds Sport en Cultuur Kindpakket2 Eenmalige tegemoetkoming energiekosten Niet meegenomen in de berekening Individuele Bijzondere bijstand Individuele Studietoeslag Sportpas Regeling verduurzaming huishoudens Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

Inkomensgrens Tot 100% Wsm Tot 130% Wsm Minimaal 3 jaar tot 110% Wsm Tot 130% Wsm Tot 130% Wsm Tot 130% Wsm Tot 120% Wsm Tot 110% Wsm Tot 100% Wsm Tot 130% Wsm Tot 130% Wsm

Niet meegenomen regelingen Een aantal regelingen worden niet meegenomen in de berekeningen en begrotingen. In de meeste gevallen gaat het om een regeling die een beperkte doelgroep heeft of niet ieder jaar wordt toegekend. Hieronder staat beschreven wat de precieze reden is dat de regeling niet is meegenomen. 

 

Bijzondere bijstand is, met uitzondering van de (gedeeltelijke) vergoeding van het eigen risico, niet meegenomen in de berekeningen, omdat deze vorm van bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven en dit niet maandelijks bij iedereen voorkomt. Het is dus geen structureel maandelijks inkomen. Daarnaast wordt ook de individuele studietoeslag buiten beschouwing gelaten. Deze regeling kent een specifieke doelgroep; namelijk studenten met een lichamelijke of psychische beperking, waarbij het niet mogelijk is dat zij naast hun studie werken. In deze inkomens effectrapportage is geen huishouden opgenomen waarbij deze regeling van toepassing is. Ook de regeling verduurzaming huishoudens is buiten beschouwing gelaten. Er mag een keer in de tien jaar een beroep worden gedaan op deze regeling. Het is niet aannemelijk dat alle minimahuishoudens hier in 2022 gebruik van zullen maken. Verder is de Sportpas niet meegenomen in de berekeningen, omdat hier geen maandelijks budget voor uitgekeerd wordt, maar door middel van inschrijving gebruik kan worden gemaakt met verschillende sporten binnen de gemeente Hilversum. De kosten kunnen aanzienlijk verschillen. Tot slot wordt de tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten niet doorgerekend omdat er sprake is van een specifieke doelgroep namelijk huishoudens met een hulpvraag.

Dit huishoudtype is in deze inkomens effectrapportage niet meegenomen.

2 Het Kindpakket vormt tevens een voorliggende voorziening voor Stichting Leergeld. Op het moment dat

het bedrag van het gemeentelijke Kindpakket niet toereikend is, kan Stichting Leergeld extra zaken vergoeden. Het is echter geen regeling waar alle gezinnen met kinderen als losse minimaregeling aanspraak op kunnen maken.

5

Gemeente Hilversum Versie 1.0

1.4. Uitgaven De uitgaven zijn gecategoriseerd naar:  vaste lasten. Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen. Voorbeelden zijn huur, energiekosten3 en verzekeringen;  reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Er moet in principe een bedrag voor gereserveerd worden. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en het eigen risico voor de zorgverzekering;  huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke;  werkgelerateerde uitgaven. Dit zijn uitgaven die gemaakt worden als een persoon werkt. Voorbeelden zijn de kosten van woon-werkverkeer en werkkleding. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur en lokale heffingen. De andere bedragen zijn gebaseerd op landelijke berekeningen van het Nibud. De normbedragen staan per huishoudtype in het financieel maandoverzicht in bijlage 3. We benadrukken dat het bij alle posten gaat om de basale uitgaven en dat de normbedragen gemiddelden betreffen. Het is mogelijk dat een huishouden maandelijks minder uitgeeft dan de normbedragen waarmee in deze rapportage wordt gerekend, bijvoorbeeld omdat het huishouden minder geld per maand reserveert voor onregelmatige uitgaven.

1.5. Vrije bestedingen Het budget dat overblijft is vrij besteedbaar en kan worden uitgegeven aan sociale en recreatieve activiteiten. Dit zijn bijvoorbeeld kosten voor een bezoek aan het zwembad, op bezoek gaan bij vrienden/familie of familie en vrienden ontvangen. Maar ook op vakantie gaan valt hieronder. Voor deze vrije bestedingen hanteert het Nibud per huishoudtype eveneens een normbedrag, dat is terug te vinden in de begrotingen in bijlage 3.

1.6. Aannames Voor de inkomsten en uitgaven doen we de volgende aannames:  de huishoudens maken van alle regelingen gebruik en ontvangen daarvoor het maximale bedrag;  het vermogen van de huishoudens ligt binnen de grenzen van de Participatiewet. Daarom gaan we er ook vanuit dat iedereen in een huurwoning woont en niet in een koopwoning omdat een koopwoning tot een te hoog vermogen zou kunnen leiden om gebruik te mogen maken van de voorzieningen vanuit de Participatiewet. We gaan uit van € 567 kale huur per maand voor een alleenstaande en € 617 kale huur per maand voor een meerpersoonshuishouden. Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid over de gemeente Hilversum4;  alleenstaande ouders met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm werken niet of zitten in een traject waarbij de kinderopvang wordt vergoed. Alleenstaande ouders met een inkomen boven de bijstandsnorm hebben voor hun jongste kind ten minste 40 uur buitenschoolse opvang per maand nodig tegen een tarief van € 8,62 (gemiddelde uurprijs in 2022);  bij een paar met twee kinderen en een inkomen hoger dan 100 procent Wsm werkt slechts één van beide partners. Anders is het huishoudinkomen hoger. Daarom gaan we ervan uit dat deze huishoudens geen kinderopvang nodig hebben omdat één van beide partners thuis is voor de kinderen.

Dit is eveneens waarom een paar met kinderen geen combinatiekorting krijgt bij werkaanvaarding; 3 De kosten voor water zijn gebaseerd op de tarieven van Vitens. Gegevens over het gemiddelde gebruik

per huishoudtype zijn afkomstig van het Nibud (water). Voor verbruik en tarief van gas en elektriciteit verwijzen wij u naar paragraaf 1.7 op de volgende pagina. 4 Ten opzichte van 2021 is de gemiddelde huurprijs van sociale huurwoningen met 0,3 procent gestegen. Bron: CBS.

6

Gemeente Hilversum Versie 1.0

 

de gemeente Hilversum biedt een collectieve zorgverzekeringen aan via DSW. Inwoners hebben keuze tussen twee aanvullende pakketten: AV-Hilversum Standaard en AV Hilversum Top. Van beide aanvullende pakketten wordt ongeveer evenveel gebruik gemaakt. We rekenen door met de kosten van de AV-Hilversum Standaard, met uitzondering voor AOW-gerechtigden. Daar gaan we van uit dat deze groep minima meer zorg verbruiken en daarom mogelijk kiezen voor AV-Hilversum Top. huishoudens die (op basis van hun inkomen) geen gebruik kunnen maken van de collectieve zorgverzekering van de gemeente, maken een eigen keuze uit verschillende zorgverzekeraars. Op basis van de meest gekozen pakketten5 bij zes grote zorgverzekeraars is daarvoor een gemiddelde prijs berekend van € 153 per polis; huishoudens in de bijstand werken niet, en hebben daarom geen werkgerelateerde kosten. Bij een inkomen vanaf 110 procent Wsm werkt één persoon in het huishouden, en is er wel sprake van deze kosten. De regeling verduurzaming van huishoudens wordt niet meegenomen in de berekeningen, omdat maar eens in de 10 jaar een beroep kan worden gedaan op deze regeling. Dit zijn dus geen structurele maandelijkse uitgaven.

1.7. Tegemoetkoming in de energiekosten Wegens sterk stijgende energiekosten heeft het Rijk in 2022 een eenmalige energietoeslag geïntroduceerd. Hiervoor is een bedrag van € 800 per huishoudens gereserveerd waarbij de gemeente de precieze beleidskaders zelf mag vaststellen. De gemeente Hilversum heeft besloten de energietoeslag toe te kennen aan inwoners die in 2022: 1) een uitkering vanuit de Participatiewet, IOWA, IOAZ of BBZ krijgen; 2) geen uitkering ontvangen, maar wel een inkomen tot 120 procent van wettelijk sociaal minimum hebben; Het is belangrijk om hierbij te realiseren dat deze toeslag van eenmalige aard is. In de figuren (zie Hoofdstuk 2) is te zien dat de invloed van de energietoeslag relatief groot is (€ 67 per maand), maar alsnog niet opweegt tegen de toename van de kosten. Op het moment dat de energietoeslag wegvalt, kan dat beduidende resultaten hebben voor de inkomenssituatie van de huishoudens. De meegenomen kosten van gas en elektriciteit zijn gebaseerd op tarieven van Mega (variabel contract, prijspeil van 21 april 2022). Heffingskortingen zijn in de maandprijs verrekend. Gegevens over het gemiddelde gebruik per huishoudtype zijn afkomstig van het Nibud (elektriciteit) en Essent (gas).

Gezien het hoge prijspeil van dit moment is het van invloed hoe de huidige situatie van de huishoudens eruitziet; huishoudens met een lopend vast contract, zijn hierbij in het voordeel. Huishoudens die recent een vast energiecontract hebben afgesloten bij een andere, duurdere, aanbieder of in een slecht geïsoleerd huis wonen zijn juist in het nadeel. Dit maakt dat de situatie per huishouden sterk kan verschillen en bovendien snel kan veranderen (bij een wijziging van de energieprijzen).

5 Een basisverzekering met een aanvullende verzekering waarbij 9 fysiotherapie behandelingen worden

verzekerd en een tandartsverzekering. Het eigen risico wordt hierbij niet vergoed.

7

Gemeente Hilversum Versie 1.0

2. De inkomenseffecten In dit hoofdstuk staan de inkomenseffecten.

2.1. Het effect van het landelijk beleid is groter dan het gemeentelijk beleid Minima met een inkomen op bijstandsniveau maken aanspraak op landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Het totale bedrag uit de landelijke toeslagen (zoals huurtoeslag en zorgtoeslag) is veel groter dan het totale bedrag uit de gemeentelijke regelingen. In onderstaande figuren wordt de opbouw van het maandelijks totaal inkomen bij een inkomen van 100 procent Wsm per huishoudtype weergegeven. Daarin is ook duidelijk te zien dat gezinnen met kinderen een aanzienlijk hoger bedrag aan landelijke toeslagen kunnen ontvangen dan huishoudens zonder kinderen. Het grote verschil in de hoogte van de landelijke toeslagen wordt voornamelijk bepaald door de specifieke regelingen die beschikbaar zijn voor huishoudens met kinderen, zoals kindgebonden budget. De grote verschillen in de toeslagen van het Rijk tussen alleenstaanden en paren, wordt bepaald door de hoogte van de huurtoeslag en zorgtoeslag. Zie bijlage 3 voor de precieze bedragen van de toeslagen. Het verschil in gemeentelijke bijdragen is minder groot. Als voorbeeld: een alleenstaande ontvangt maandelijks € 1.092 als uitkering (inclusief vakantietoeslag). Als hij gebruikmaakt van alle landelijke toeslagen, ontvangt hij daar maandelijks € 397 voor.

Daarnaast kan hij maximaal € 140 aan gemeentelijke regelingen ontvangen als hij gebruikmaakt van de kwijtschelding van gemeentelijke belasting, collectieve zorgverzekering, activeringsregeling volwassenen en eenmalige tegemoetkoming energiekosten.

Figuur 2.1.1. Maandelijks inkomen op 100% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd zonder kinderen Uitkering

Toeslagen Rijk

€ 1.092

Alleenstaande

Bijdrage gemeente

€ 397 € 140

€ 1.560

Paar zonder kinderen €0

€ 500

€ 530

€ 1.000

€ 1.500

€ 180

€ 2.000

€ 2.500

€ 3.000

Figuur 2.1.2. Maandelijks inkomen op 100% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd met 2 kinderen Uitkering

Alleenstaande ouder met twee kinderen

Toeslagen Rijk

€ 1.092

Paar met twee kinderen

Bijdrage gemeente

€ 1.120

€ 1.560 €0

€ 500

€ 287

€ 947

€ 1.000

8

€ 1.500

€ 2.000

€ 311 € 2.500

€ 3.000

Gemeente Hilversum Versie 1.0

Figuur 2.1.3. Maandelijks inkomen op 100% Wsm, minima AOW-gerechtigd Uitkering

Alleenstaande AOWleeftijd

Toeslagen Rijk

€ 1.213

Bijdrage gemeente

€ 398 € 140

€ 1.643

Paar AOW-leeftijd

€0

€ 500

€ 533

€ 1.000

€ 1.500

€ 180

€ 2.000

€ 2.500

€ 3.000

2.2. Opbouw maandelijkse gemeentelijke bijdrage per huishoudtype Uit de vorige paragraaf blijkt dat de (maximale) maandelijkse gemeentelijke bijdrage verschilt per huishoudtype. Hieronder geven we per huishoudtype de opbouw van het totale bedrag aan gemeentelijke regelingen weer – eerst voor minima met een inkomen van 100 procent Wsm, daarna voor minima met een inkomen van 130 procent Wsm. Bij de huishoudens met een inkomen van 100 procent Wsm geven we ook het bedrag van de individuele inkomenstoeslag weer. In de rest van het rapport wordt deze regeling buiten beschouwing gelaten omdat alleen minima die drie jaar of langer een minimuminkomen hebben recht op deze regeling hebben.

2.2.1. Opbouw maximale gemeentelijke bijdrage per maand op 100 procent Wsm Als voorbeeld: een alleenstaande ontvangt maandelijks (maximaal) € 49 voor de kwijtschelding, € 12 voor de collectieve zorgverzekering, € 12 voor de activeringsregeling voor volwassenen en € 67 voor tegemoetkoming energiekosten vanuit de gemeente. In totaal ontvangt hij dan € 140 per maand vanuit de gemeentelijke regelingen. Als hij al drie jaar of langer een inkomen op bijstandsniveau heeft, krijgt hij daar bovenop nog € 36 voor de individuele inkomenstoeslag. In totaal ontvangt hij dan maandelijks € 176 vanuit de gemeente. Figuur 2.2.1. Maandelijks bedrag per regeling op 100% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd zonder kinderen Kwijtschelding Activeringsregeling voor volwassenen Individuele inkomenstoeslag € 12 € 49

Alleenstaande

€0

€ 12 € 67

€ 65

Paar zonder kinderen

€ 50

Collectieve Zorgverzekering Tegemoetkoming Energiekosten

€ 36

€ 25 € 23

€ 67

€ 55

€ 100

€ 150

€ 200

9

€ 250

€ 300

€ 350

€ 400

Gemeente Hilversum Versie 1.0

Figuur 2.2.2. Maandelijks bedrag per regeling op 100% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd met 2 kinderen Kwijtschelding Activeringsregeling voor volwassenen Kindpakket (Stichting Leergeld) Individuele inkomenstoeslag € 12 Alleenstaande ouder met kinderen

€ 71

Paar met kinderen

€ 71

€0

€ 50

Collectieve Zorgverzekering Jeugdfonds Sport en Cultuur Tegemoetkoming Energiekosten

€ 12 € 54

€ 71

€ 25 € 23

€ 54

€ 71

€ 100

€ 150

€ 200

€ 67

€ 45

€ 67

€ 250

€ 300

€ 55

€ 350

€ 400

Figuur 2.2.3. Maandelijks bedrag per regeling op 100% Wsm, minima AOW-gerechtigd Kwijtschelding

Collectieve Zorgverzekering

Activeringsregeling voor volwassenen

Tegemoetkoming Energiekosten

€ 12

€ 12

Alleenstaande AOWleeftijd

€ 49

€ 67

Paar AOW-leeftijd

€ 65

€ 25€ 23

€ 67

€ 100

€ 150

€0

€ 50

€ 200

€ 250

€ 300

€ 350

€ 400

2.2.2. Opbouw maximale gemeentelijke bijdrage per maand op 130 procent Wsm Bij een inkomen hoger dan 100 procent Wsm vervalt het recht op de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en tegemoetkoming van energiekosten en bij een inkomen hoger dan 130 procent Wsm vervalt het recht op alle andere gemeentelijke regelingen. In de onderstaande grafieken wordt de opbouw van de (maximale) gemeentelijke bijdrage bij een inkomen van 130 procent Wsm per huishouden beschreven. Als voorbeeld: een paar met kinderen met een inkomen van 130 procent Wsm ontvangt maandelijks (maximaal) € 173 uit de gemeentelijke regelingen. Dit bedrag bestaat uit € 25 voor de collectieve zorgverzekering, € 23 voor de Activeringsregeling voor volwassenen, € 54 voor het Jeugdfonds Sport en Cultuur en € 71 voor het Kindpakket. Dit is in totaal € 138 minder dan wanneer een paar met kinderen een inkomen op bijstandsniveau heeft (zie figuur 2.2.2). Dit verschil komt doordat het recht op kwijtschelding en tegemoetkoming van energiekosten vervalt bij een inkomen hoger dan 100 en 120 procent Wsm.

10

Gemeente Hilversum Versie 1.0

Figuur 2.2.4. Maandelijks bedrag per regeling op 130% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd zonder kinderen

Collectieve Zorgverzekering

Alleenstaande

Activeringsregeling voor volwassenen

€ 12 € 12

€ 25

Paar zonder kinderen

€0

€20

€ 23

€40

€60

€80

€100 €120 €140 €160 €180 €200

Figuur 2.2.5. Maandelijks bedrag per regeling op 130% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd met 2 kinderen Collectieve Zorgverzekering

Activeringsregeling voor volwassenen

Jeugdfonds Sport en Cultuur

Kindpakket (Stichting Leergeld)

Alleenstaande ouder met € 12 € 12 kinderen

€ 25

Paar met kinderen

€ 54

€ 23

€0

€ 71

€ 54

€50

€ 71

€100

€150

€200

Figuur 2.2.6. Maandelijks bedrag per regeling op 130% Wsm, minima AOW-gerechtigd Collectieve Zorgverzekering

Alleenstaande AOWleeftijd

€ 12 € 12

Paar AOW-leeftijd

€ 25

€0

Activeringsregeling voor volwassenen

€ 23

€50

€100

11

€150

€200

Gemeente Hilversum Versie 1.0

2.3. Het maandelijks vrij te besteden budget verschilt per huishoudtype en ten opzichte van 2018 Alle minimahuishoudens houden door de gemeentelijke regelingen (meer) geld over voor het doen van vrije bestedingen (bedoeld voor sociale participatie). Dit is het geld dat maandelijks overblijft na aftrek van alle vaste lasten, huishoudelijke uitgaven en reserveringsuitgaven. Per huishoudtype en inkomen verschilt het bedrag dat overblijft voor vrije bestedingen aanzienlijk. Het budget dat huishoudens nodig hebben voor, of zullen uitgeven aan vrije bestedingen verschilt ook per huishoudtype. Een paar met kinderen zal daar meer aan (willen) uitgeven dan een alleenstaande. In bijlage 3 staat per huishoudtype het normbudget voor vrije bestedingen. Dit normbedrag is afkomstig van het Nibud. Uiteraard zal iemand die nauwelijks geld meer over heeft, dat niet per se daaraan besteden. In onderstaande figuren staat per huishoudtype het budget dat zij overhouden voor vrije besteding weergeven. Dit is opgesplitst in wat zij zonder de gemeentelijke regelingen zouden overhouden en wat de gemeentelijke regelingen toevoegen aan het vrij besteedbaar budget. Op basis van de onderstaande figuren is te zien dat huishoudens met kinderen een groter budget hebben voor het doen van vrije bestedingen, dan huishoudens zonder kinderen.

Dit is voornamelijk toe te wijzen aan de hogere gemeentelijke bijdragen waar een huishouden met kinderen aanspraak op kan maken. Daarnaast hebben alleenstaande ouders meer te besteden dan paren met kinderen. Het verschil in vrij besteedbaar budget wordt veroorzaakt door de hogere vaste lasten die paren hebben. Ook krijgen paren met kinderen en alleenstaande ouders evenveel tegemoetkoming voor energiekosten, terwijl deze kosten voor paren aanzienlijk hoger zijn (zie Bijlage 3). Wanneer we kijken naar de verschillen in vrij besteedbaar budget ten opzichte van 2018 dan vallen een aantal dingen op.  Ten eerste hadden niet-AOW gerechtigde huishoudens in 2018 onvoldoende budget voor vrije bestedingen, zij waren in 2018 waren nog volledig afhankelijk van gemeentelijke bijdragen voor hun vrije bestedingen.  In 2022 zijn de huishoudens nog steeds afhankelijk van de gemeentelijke regelingen, maar heeft alleen een paar met kinderen zonder de gemeentelijke regelingen onvoldoende budget voor vrije bestedingen. Deze verbetering ten opzichte van 2018 is te danken aan een verruiming van de inkomensgrenzen van het minimabeleid en de eenmalige tegemoetkoming van energiekosten (€ 67 per maand).  Als we kijken naar de AOW-gerechtigde huishoudens in 2018 zien we dat zij er op achteruit gaan vergeleken met 2018. Met name de paren hebben een stuk minder te besteden dan in 2018.

In 2018 had een AOW-gerechtigd paar nog € 513 te besteden bij een inkomen van 130 procent Wsm, in 2022 is dit € 316. Dit is een verschil van € 197. Deze verschillen zijn deels te wijten aan de hogere vaste lasten die paren moet afdragen per maand. Vooral de kosten voor gas, water en licht zijn fors gestegen ten opzichte van 2018. In 2018 was dit nog € 161 en in 2022 betalen paren € 255 voor gas, water en licht. Ook dalen de landelijk toeslagen sneller naarmate het inkomen stijgt in vergelijking tot 2018. Tezamen zorgt dit dus voor een lager vrij besteedbaar budget dan in 2018. Bij een alleenstaande AOW-gerechtigde is dit verschil kleiner. Duiding vrij besteedbaar budget Het vrij besteedbaar budget is bedoeld voor sociale participatie (een krant, abonnement, dagje uit, op bezoek gaan et cetera. Dat huishoudens in de plus staan betekent niet meteen dat huishoudens ook voldoende kunnen participeren. Een alleenstaande heeft volgens het Nibud € 100 nodig voor minimale sociale participatie. In figuur 2.3.1 is te zien dat daar in de begroting voldoende ruimte voor is op bijstandsniveau (€ 23 + € 140 = € 163) áls hij gebruikmaakt van alle gemeentelijke regelingen. Paren met kinderen hebben € 266 nodig voor minimale sociale participatie en hebben (€ - 15 + € 311 =) € 296 beschikbaar op bijstandsniveau als zij van alle regelingen gebruik maken.

Zie bijlage 3 voor een overzicht van de overige huishoudens.

12

Gemeente Hilversum Versie 1.0

Minima zonder kinderen Huishoudens zonder kinderen met een inkomen van 100 procent Wsm hebben een lager budget voor vrije bestedingen dan alleenstaanden als zij geen gebruik maken van de gemeentelijke regelingen; respectievelijk € 6 en € 23. Deze huishoudens zijn (grotendeels) afhankelijk van de bijdragen uit de gemeentelijke regelingen. Hetzelfde beeld was destijds in 2018 ook zichtbaar, echter was er toen onvoldoende budget voor vrije bestedingen. In vergelijking met 2018 hebben huishoudens meer vrij besteedbaar budget voor elke inkomensgrens. De reden hiervan is dat gemeentelijke bijdragen hoger zijn dan in 2018. In 2018 ontving bijvoorbeeld een alleenstaande € 77 aan gemeentelijke regelingen en in 2022 € 140. Dit verschil is voornamelijk toe te schrijven aan de eenmalige regeling tegemoetkoming energiekosten. Dit bedrag van € 67 verhoogt de gemeentelijke bijdragen aanzienlijk. Alleenstaanden zonder kinderen hebben te maken met een (minimale) teruggang in vrij besteedbaar inkomen als zij vanuit de bijstandssituatie gaan werken tegen een inkomen van 110 procent Wsm (- € 5). Deze teruggang treedt bij alleenstaanden op tussen 100 en 110 procent Wsm en wordt veroorzaakt doordat het recht op kwijtschelding vervalt. Tevens krijgen huishoudens te maken met werkgerelateerde uitgaven vanaf een inkomen gelijk aan 110 procent Wsm.

Paren zonder kinderen hebben te maken met een teruggang in hun vrij besteedbaar budget tussen een inkomensniveau van 120 en 130 procent Wsm. Dit heeft ook bij hen, te maken met het wegvallen van het recht op kwijtschelding gemeentelijke belastingen (vanaf een inkomen hoger dan 100 procent Wsm) en de tegemoetkoming energiekosten. Ook is er sprake van een lichte daling van de landelijke toeslagen. Deze afname wordt niet gecompenseerd door de inkomensstijging. Vanaf 140 procent Wsm wordt dit wel gecompenseerd door de stijging van het inkomen. In bijlage 3 staat per huishoudtype het normbedrag voor vrije bestedingen. Deze normbedragen zijn gebaseerd op cijfers van het Nibud. In tabel B3.1. is het zichtbaar dat alleenstaanden met inkomen 100 en 110 procent Wsm € 63 en € 57 overhouden per maand na de aftrek van alle vaste lasten en uitkeren van alle gemeentelijke bijdragen. Het normbedrag voor vrije bestedingen voor een alleenstaande is € 100 per maand. Het is goed mogelijk dat alleenstaande met deze inkomensgrenzen hier geen € 100 voor beschikbaar hebben gezien hun lage restbudget per maand. Ook paren met kinderen (zie tabel B3.2.) houden na alle vaste lasten een minimaal bedrag over voor vrije bestedingen. Voor huishoudens met een inkomen van 100 procent Wsm is dat € 25 en voor 110 procent is dat € 45.

Volgens het normbedrag zouden zij € 160 kunnen uitgeven aan vrij bestedingen maar ook voor dit huishoudtype is het aannemelijk dat het geld daarvoor niet wordt gebruikt.

13

Gemeente Hilversum Versie 1.0

Figuur 2.3.1. Maandelijks vrij besteedbaar budget huishoudens zonder kinderen, niet-AOW

Vrij besteedbaar budget voor huishoudens zonder kinderen

Paar zonder kinderen

Alleenstaande

Zonder gemeentelijke bijdrage 100% Wsm 110% Wsm

€ 23

€ 140

€ 67

€ 91 € 176

120% Wsm

€ 91

€ 254

130% Wsm

110% Wsm 120% Wsm

€6

€0

€ 180 € 91

€ 115

€ 172

€ 115

€ 226

130% Wsm

€ 48

€ 291

140% Wsm -€ 50

€ 24

€ 336

140% Wsm 100% Wsm

Met alle gemeentelijke bijdragen

€ 50

€ 150

€0 € 250

€ 350

€ 450

€ 550

€ 650

Minima met kinderen Bij huishoudens met kinderen treedt een vergelijkbaar patroon op tussen 100 en 110 procent als bij huishoudens zonder kinderen. Een alleenstaande ouder ervaart een teruggang in hun vrij besteedbaar budget en voor paren blijft hun vrij besteedbaar budget nagenoeg gelijk. Ook de huishoudens met kinderen hebben in vergelijking met 2018 meer vrij besteedbaar budget. Zo had een alleenstaande ouder met twee kinderen in 2018 op bijstandsniveau (100 procent Wsm) € 359 (inclusief gemeentelijke bijdragen) te besteden en in 2022 € 437. Een paar met twee kinderen had in 2018 op bijstandsniveau € 219 te besteden en in 2022 € 296. Wanneer hier de tegemoetkoming Energiekosten (€67 per maand) vanaf wordt gehaald zijn de verschillen minder groot. Daarnaast hebben paren met kinderen met een inkomen van 100 procent Wsm geen eigen budget en zijn zij volledige afhankelijk van de gemeente voor hun vrije bestedingen. Zonder de gemeentelijke bijdragen komen zij geld te kort hebben per maand, voordat zij vrije bestedingen kunnen doen. De verschillen tussen huishoudens en het vrij besteedbaar budget verschilt fors. Het budget dat huishoudens nodig hebben voor, of zullen uitgeven aan vrije bestedingen verschilt per huishoudtype.

In bijlage 3 is te zien dat een alleenstaande ouder € 205 aan vrije bestedingen uitgeeft per maand, wanneer we kijken naar de onderstaande figuur zijn huishoudens met een inkomen van 100 en 110 procent Wsm deels afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen. Paren met kinderen zouden maandelijks € 266 kunnen besteden aan vrije bestedingen. In figuur 2.3.2 is zichtbaar dat paren tot de inkomensgrens van 130 procent Wsm afhankelijk zijn van de gemeentelijke bijdragen voor vrije bestedingen. In bijlage 3 is te zien dat met name paren met kinderen zeer weinig over houden per maand. Zo heeft een huishouden met een inkomen van 100 procent Wsm na de vrije bestedingen slechts € 29 over per maand om te sparen. Het is dan begrijpelijk als gezinnen niet het volledige bedrag van € 266 zullen uitgeven aan vrije bestedingen (sociale participatiedoeleinden).

14

Gemeente Hilversum Versie 1.0

Figuur 2.3.2. Maandelijks vrij besteedbaar budget huishoudens met kinderen, niet-AOW

Vrij besteedbaar budget voor huishoudens met kinderen

Alleenstaande ouder met twee kinderen

100% Wsm

€ 150

110% Wsm

€ 165

Paar met twee kinderen

Zonder gemeentelijke bijdrage

100% Wsm

Met alle gemeentelijke bijdragen € 287 € 216

€ 280

120% Wsm

€ 216 € 394

130% Wsm

€ 149 € 518

140% Wsm € -15

110% Wsm

€ 70

€ 240

€ 151

120% Wsm

€ 240

€ 204

130% Wsm 140% Wsm -€ 50

€0

€ 311

€ 173

€ 270

€0

€ 150

€ 250

€ 50

€ 350

€ 450

€ 550

€ 650

AOW’ers Het algemene beeld wat opvalt is dat paren met een AOW-gerechtigde leeftijd minder budget hebben voor vrij bestedingen dan alleenstaanden (zie figuur 2.3.3). Dit is zowel exclusief als inclusief gemeentelijke bijdragen. In 2018 hadden alleenstaanden jonger dan de AOWgerechtigde leeftijd ook meer eigen budget voor vrije bestedingen, dan alleenstaanden met een AOW-gerechtigde leeftijd. Wanneer we kijken naar de normbedragen en het restbedrag wat deze huishoudtypen overhouden per maand zien we een soort gelijk patroon als bij de andere huishoudtypen. Paren met een AOW gerechtigde leeftijd met een inkomen van 100 en 110 procent houden weinig over per maand na de aftrek van alle vast lasten en de bijdragen van de gemeenten (zie tabel B3.5.). Ook voor dit huishoudtype is het aannemelijk dat het beschikbare geld dat is er voor vrije bestedingen mogelijk niet wordt uitgeven aan doeleinden voor sociale participatie. Figuur 2.3.3. Maandelijks vrij besteedbaar budget per huishoudtype, AOW-gerechtigd

Vrij besteedbaar budget voor AOW-gerechtigden

Alleenstaande

Zonder gemeentelijke bijdrage 100% Wsm

€ 140

€ 182

€ 91 € 302

120% Wsm

€ 32

€0

€ 180 € 137

€ 115

€ 227

120% Wsm

€ 115

€ 268

130% Wsm

€ 48

€ 298

140% Wsm -€ 50

€ 24

€ 447

140% Wsm 110% Wsm

€ 91

€ 378

130% Wsm 100% Wsm

Paar

€ 104

110% Wsm

Met alle gemeentelijke bijdragen

€ 50

€ 150

€0 € 250

15

€ 350

€ 450

€ 550

€ 650

Gemeente Hilversum Versie 1.0

2.4. Meer werken vanuit de bijstand loont niet altijd voor ieder huishoudtype Een hoger inkomen leidt voor veel huishoudtypen in de gemeente Hilversum tot een hoger totaal inkomen dan in de bijstand. Voor de meeste huishoudens nemen de bijdragen van het Rijk en de gemeente af wanneer het inkomen stijgt, wat ervoor zorgt dat het totaal inkomen van een huishouden niet altijd evenveel stijgt als de stijging van het loon. Hieronder geven we de inkomensvooruitgang bij werkaanvaarding vanuit de bijstand tot een inkomen van maximaal 140 procent Wsm weer per huishoudtype. Daarna leggen we de inkomensvooruitgang per inkomensniveau uit aan de hand van twee casussen. In bijlage 2 worden al deze inkomens per huishoudtype uitgesplitst naar inkomenssoort waarmee visueel wordt weergegeven waarom het totaal inkomen stijgt of daalt. Groot verschil tussen de huishoudens zonder kinderen Alleenstaanden gaan er bij iedere inkomensstijging telkens meer op vooruit ten opzichte van de bijstand. Echter is het verschil in totaal inkomen bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm slechts € 12 hoger dan bij een inkomen gelijk aan 120 procent Wsm. Bij een inkomen gelijk aan 130 procent Wsm is het totaal inkomen € 1.809 per maand. Dit is € 181 (11 procent) meer dan in de bijstandssituatie.

Bij paren is het totaal inkomen op ieder inkomensniveau hoger dan in de bijstandssituatie, maar dit stagneert vanaf 120 procent Wsm. De verschillen tussen inkomensgrenzen van 120 procent zijn minimaal (zie tabel 2.4.1 en B3.2.). Paren zonder kinderen profiteren het meest van een inkomensgrens 120 procent, de procentuele inkomensstijging is 7 procent. Doordat de landelijke toeslagen dalen en het recht op gemeentelijke regelingen (deels) komt te vervallen, is het totaal inkomen bij 120 en 130 procent Wsm nagenoeg gelijk aan elkaar. Bij een inkomen hoger dan 130 procent Wsm, vervalt het recht op alle gemeentelijke regelingen. Figuur 2.4.1. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding, huishoudens zonder kinderen6 110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

4% 10% 11%

Alleenstaande

14% 4% 7% 7% 7%

Paar zonder kinderen

6 In de figuren wordt gebruikt gemaakt van de afgeronde cijfers. Zie de tabellen voor de precieze cijfers.

16

Gemeente Hilversum Versie 1.0

Tabel 2.4.1 Inkomensvooruitgang bij werkaanvaarding, huishoudens zonder kinderen Huishoudtype Alleenstaande 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm 140% Wsm Paar zonder kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm 140% Wsm

Verschil t.o.v. 100% Wsm (€)

Verschil t.o.v. 100% Wsm (%)

1.628 1.688 1.798 1.809 1.857

+60 +169 +181 +229

+4% +10% +11% +14%

2.269 2.355 2.436 2.423 2.421

+86 +167 +154 +152

+4% +7% +7% +7%

Nettoinkomen incl. VT

Bijdrage Rijk

Bijdrage gemeente

Totaal inkomen

1.092 1.201 1.310 1.419 1.528

397 397 397 366 329

140 91 91 24 0

1.560 1.716 1.871 2.027 2.183

530 525 450 348 238

180 115 115 48 0

Een alleenstaande ouder met kinderen gaat er bij iedere inkomensstijging op vooruit Een alleenstaande ouder gaat er bij iedere inkomensstijging telkens op vooruit ten opzichte van de bijstand. Wanneer een alleenstaande ouder gaat werken tegen een loon gelijk aan 130 procent Wsm, stijgt zijn totaal inkomen met 9 procent (€ 237) ten opzichte van de bijstandssituatie. De bijdrage van het Rijk zijn licht gestegen en hij kan bij een inkomen gelijk aan 130 procent Wsm nog gebruikmaken van verschillende gemeentelijke regelingen: korting op de collectieve zorgverzekering, activeringsregeling voor volwassenen, Jeugdfonds Sport en Cultuur en het Kindpakket. Paren met kinderen krijgen te maken met een terugval in totaal inkomen vanaf 120 procent Wsm Bij paren met kinderen dalen de toeslagen van het Rijk als het huishoudinkomen stijgt. In combinatie met het vervallen van het recht op gemeentelijke regelingen is het totaal inkomen bij een loon van 130 Wsm lager dan bij een loon van 120 procent Wsm De toename in loon kan de afname aan toeslagen en regelingen niet volledig compenseren. Echter is het totaal inkomen bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm nog steeds wel 5 procent (€148) hoger ten opzichte van het totaal inkomen bij een loon gelijk aan 100 procent Wsm. Figuur 2.4.2. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding, huishoudens met kinderen7 110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

3% 8%

Alleenstaande ouder

9% 8% 3% 6%

Paar met kinderen

5% 1%

7 In de figuren wordt gebruikt gemaakt van de afgeronde cijfers. Zie de tabellen voor de precieze cijfers.

17

Gemeente Hilversum Versie 1.0

Tabel 2.4.2 Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding, huishoudens met kinderen Huishoudtype

Nettoinkomen incl. VT

Bijdrage Rijk

Verschil t.o.v. 100% Wsm (€)

Verschil t.o.v. 100% Wsm (%)

2.499 2.574 2.688 2.736 2.701

+75 +189 +237 +203

+3% +8% +9% +8%

2.818 2.897 2.978 2.966 2.839

+80 +161 +148 +21

+3% +6% +5% +1%

Bijdrage gemeente

Totaal inkomen

287 216 216 149 0 311 240 240 173 0

Alleenstaande ouder met twee kinderen 100% Wsm 1.092 1120 110% Wsm 1.201 1157 120% Wsm 1.310 1163 130% Wsm 1.419 1168 140% Wsm 1.528 1173 Paar met twee kinderen 100% Wsm 1.560 947 110% Wsm 1.716 942 120% Wsm 1.871 867 130% Wsm 2.027 765 140% Wsm 2.183 655

Voorbeeldcasussen inkomensvooruitgang bij werkaanvaarding Voorbeeldcasus tabel 2.4.1.: alleenstaande Guido is alleenstaand en krijgt een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.092 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Hij heeft maandelijks recht op € 397 aan toeslagen van het Rijk. Voor Guido bestaat dit uit huurtoeslag en zorgtoeslag. Tot slot kan Guido rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 140 per maand. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, de korting op de collectieve zorgverzekering, Activeringsregeling voor volwassenen, Tegemoetkoming Energiekosten. In totaal heeft Guido een inkomen van € 1.628 per maand. Als Guido werk krijgt tegen een inkomen van 110 procent Wsm, dan stijgt zijn nettoinkomen naar € 1.201 per maand. Hij houdt recht op huurtoeslag en zorgtoeslag en deze bedragen blijven onveranderd, dus € 397 per maand. Het recht op minimaregelingen komt deels te vervallen. Guido heeft nog recht op de korting op de collectieve zorgverzekering, de Activeringsregeling voor volwassenen en Tegemoetkoming Energiekosten. De gemeentelijke bijdragen zijn nu € 91 per maand. Hij kan geen kwijtschelding meer aanvragen. Bij een inkomen van 110 procent Wsm is het totaal inkomen van Guido € 1.688. Dit is een stijging van € 60 (4 procent) ten opzichte van zijn totaal inkomen bij een bijstandsuitkering.

Wanneer Guido tegen een inkomen van 120 procent Wsm gaat werken, stijgt zijn nettoinkomen naar € 1.310 per maand. De bijdrage van het Rijk blijft € 397. Hij houdt recht op huurtoeslag en zorgtoeslag en deze bedragen blijven onveranderd. Daarnaast behoudt Guido het recht op de minimaregelingen. Dit is ook onveranderd. De gemeentelijke bijdragen zijn € 91 per maand. Bij een inkomen van 120 procent Wsm is het totaal inkomen van Guido € 1.798. Dit is een stijging van € 169 (10 procent) ten opzichte van zijn totaal inkomen bij een bijstandsuitkering. Als Guido gaat werken tegen een inkomen van 130 procent Wsm dan stijgt zijn netto-inkomen naar € 1.419 per maand. De bijdragen van het Rijk zijn gedaald naar € 366 per maand. Guido ontvangt minder huurtoeslag, zijn zorgtoeslag blijft gelijk. Het recht op minimaregelingen komt deels te vervallen. Guido heeft alleen nog recht op korting op de collectieve zorgverzekering en de Activeringsregeling voor volwassenen (€ 24). Het totale inkomen van Guido is nu € 1.809 per maand, dit is € 181 (11 procent) meer dan toen hij een bijstandsuitkering had.

18

Gemeente Hilversum Versie 1.0

Voorbeeldcasus tabel 2.4.2.: paar met kinderen Noa en Max hebben twee kinderen 8 en 13 jaar oud en krijgen een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.560 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Zij hebben maandelijks recht op € 947 aan toeslagen van het Rijk. Voor het gezin bestaat dit uit huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag en kindgebonden budget. Tot slot kunnen Noa en Max rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 311 per maand. Dit bestaat uit kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, de korting op de collectieve zorgverzekering, de Activeringsregeling voor volwassenen en Tegemoetkoming Energiekosten. Voor hun kinderen maken zij nog aanspraak op Jeugdfonds Sport en Cultuur en Kindpakket (Stichting Leergeld). In totaal hebben Noa en Max een inkomen van € 2.818 per maand. Als Noa of Max werk krijgt tegen een inkomen van 110 procent Wsm, dan stijgt hun nettoinkomen naar € 1.716 per maand. Zij houden recht op de toeslagen van het Rijk, maar deze bedragen zijn nu iets lager, en zijn nu in totaal € 942. Ze kunnen geen kwijtschelding meer aanvragen, maar houden wel recht op de andere gemeentelijke regelingen. De gemeentelijke bijdragen zijn dan € 240 per maand. Het totaal inkomen van Noa en Max is bij een inkomen van 110 procent Wsm € 2.897.

Dit is een stijging van € 80 (3 procent) ten opzichte van hun totaal inkomen bij een bijstandsuitkering. Wanneer Noa of Max tegen een loon van 120 procent Wsm gaat werken, stijgt hun nettoinkomen naar € 1.871 per maand. De bijdrage van het Rijk neemt iets verder af, en is nu € 867. Het gezin blijft recht houden op gemeentelijke regelingen. Het totaal inkomen is bij een inkomen van 120 procent Wsm € 2.978. Dit is € 161 (6 procent) meer dan wanneer zij een bijstandsuitkering hebben. Als Noa of Max gaat werken tegen een inkomen van 130 procent Wsm dan stijgt hun netto-inkomen naar € 2.027 per maand. De bijdragen van het Rijk dalen verder naar € 765 per maand. Het recht op tegemoetkoming Energiekosten komt te vervallen, waardoor de gemeentelijke bijdragen nu ook lager uitvallen, namelijk € 173. Het totale inkomen van het gezin is € 2.996 per maand. Dit is € 148 (5 procent) meer dan wanneer zij een bijstandsuitkering hebben.

19

Gemeente Hilversum Versie 1.0

3. Bevindingen Wat zijn de effecten van het landelijke en lokale beleid op de inkomens van de minima en in welke situatie(s) treedt er een armoedeval op? Financieel effect Het bedrag dat minima vanuit het Rijk aan toeslagen kunnen ontvangen is veel hoger dan het bedrag dat ze aan gemeentelijke regelingen kunnen ontvangen. Financieel gezien is de invloed van de gemeente dan ook kleiner dan de invloed van het Rijk. Het bedrag aan landelijke toeslagen neemt voor de meeste huishoudens geleidelijk af bij een hoger inkomen. Ditzelfde gaat op voor de gemeentelijke regelingen. De gemeentelijke regelingen zorgen ervoor dat huishoudens (meer) ruimte overhouden voor het doen van vrije bestedingen. Echter zoals te zien in is Hoofdstuk 2 geldt dit niet voor alle inkomens. Sommige huishoudens zijn (volledig) afhankelijk van de gemeentelijke regelingen voor hun vrije bestedingen. Het betreft in de meeste gevallen huishoudens met een inkomen van 100 en 110 procent Wsm. Deze huishoudens hebben zonder de bijdragen van de gemeente een klein budget voor vrije bestedingen. Daarnaast is het belangrijk om te noemen dat binnen voor het huidige rapport de aanname is gedaan dat huishoudens gebruik maken van alle beschikbare regelingen. Echter in de praktijk blijkt dat huishoudens niet altijd van alle regelingen gebruikmaken. In werkelijkheid zal het vrij besteedbaar inkomen nog lager zijn.

Huishoudens gaan erop vooruit ten opzichte van 2018 De gemeente Hilversum heeft in de afgelopen jaren een aantal wijzigingen doorgevoerd (zie hoofdstuk 1) die een positief effect hebben op het vrij besteedbaar budget van de minimahuishoudens. Een van de grootste effecten van de beleidswijzigingen is dat huishoudens bij een inkomen van 100 Wsm niet meer volledig afhankelijk zijn van gemeentelijke bijdragen. Echter is het eigen vrij besteedbaar budget voor de meeste huishoudens nog steeds laag. Werken loont voor sommige huishoudens meer dan voor andere Werken loont voor sommige huishoudens meer dan voor andere: wanneer huishoudens in de gemeente Hilversum vanuit de bijstand gaan werken (zie Figuur 3.1.1), gaan zij er in totaal inkomen op vooruit (mits zij gebruikmaken van alle toeslagen en regelingen). Bij alleenstaanden zonder kinderen geldt dat voor elke inkomensverhoging. Bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm, stijgt het totaal inkomen 11 procent ten opzichte van het totaal inkomen bij een inkomen gelijk aan 100 procent Wsm. Bij de overige huishoudens is te zien dat zij bij werkaanvaring naast de bijstand een hoger totaal inkomen krijgen, maar bij paren is het totaal inkomen bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm lager dan het totaal inkomen bij een loon gelijk aan 120 procent Wsm. Voor een paar met kinderen loont werken vanuit de bijstand procentueel gezien het minste.

Het totale inkomen is 5 procent hoger dan in de bijstandssituatie. Werken loont het meest bij een inkomen gelijk aan 120 of 130 procent Wsm. Bij deze twee inkomensgrenzen is de vooruitgang ten opzichte van de bijstandsnorm het grootst. Bij deze inkomensgrenzen hebben huishoudens nog het recht op de meeste gemeentelijke bijdrage. De invloed van de hoge energiekosten De energietoeslag is begin 2022 door het Rijk aangekondigd om huishoudens met een laag inkomen te compenseren in de fors stijgende energiekosten. In deze inkomenseffect rapportage is zichtbaar geworden dat huishoudens een flink bedrag moeten betalen voor het gebruik van gas en energie, oplopend tot € 264 voor een vierpersoonshuishouden. Met name de gasprijs is sterk gestegen; ten opzichte van 2021 heeft een verdubbeling plaatsgevonden8. De

8 Bron: Artikel ‘Prijs van energie 86 procent hoger’ van CBS, 18 februari 2022.

20

Gemeente Hilversum Versie 1.0

energietoeslag bedraagt € 800 euro per huishouden voor 2022. In dit rapport is de energietoeslag doorgerekend voor alle huishoudens met inkomen tot 120 procent Wsm. Uit de berekeningen en maandbegrotingen blijkt de compensatie van € 67 euro per maand zeker helpt in het betalen van de kosten, maar dat de toeslag de stijgende lasten niet volledig compenseren. Dit maakt dat verschillende huishoudens, met name paren, iedere maand weinig geld over houden, ook als zij gebruikmaken van de energietoeslag. Bij de paren is goed te zien dat bij een inkomen van 130 procent Wsm hun inkomen lager is dan bij 120 procent Wsm. Als het inkomen hoger is dan 120 procent Wsm hebben huishoudens geen recht meer op de tegemoetkoming energiekosten. Figuur 3.1.1. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding 110% Wsm

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=b88de037-e217-4bde-97e9-a1a0925160c7