Collegebrief inzake Aanbieding rapport Klimaatverbond
Tekst van het document
De Energie van Hilversum Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving
In opdracht van: gemeente Hilversum Door Klimaatverbond Nederland januari 2021
De Energie van Hilversum Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving Klimaatverbond Nederland Onderzoeker: Thijs de la Court In opdracht van: gemeente Hilversum januari 2021 Gebaseerd op voorwerk van Wouter Pieterse en Judith van der Geer Illustratie voorpagina was ondersteunend voor de pitch van voormalig wethouder Nicolien van Vroonhoven over de Hilversumse energie-ambities
Inhoud Samenvatting en beleidsconclusies ................................................................................................................. 4 1. De vraag ......................................................................................................................................................... 5 2. Methodiek ...................................................................................................................................................... 5 3. De achtergrond .............................................................................................................................................. 5 4. Rol en positie van de Hilversumse energiecoöperaties ............................................................................... 8 4.1. Visie op de energieke samenleving....................................................................................................... 8 4.2. De rol van de georganiseerde burgers.................................................................................................. 8 4.3. Het veranderend speelveld ................................................................................................................... 9 4.4. Naar een professioneel speelveld....................................................................................................... 11 5.
Perspectieven voor coöperaties in huidige praktijk .................................................................................. 13 5.1. Opwekking duurzame energie ............................................................................................................ 13 5.2. Energiebesparing................................................................................................................................. 13 5.3. Mobiliteit en elektrische deelauto’ s.................................................................................................... 14 5.4. Concluderend ...................................................................................................................................... 15 6. Kansen voor een professioneel coöperatieve inzet ................................................................................... 16 6.1. De wijk- en buurtaanpak ..................................................................................................................... 16 6.2. Financiële en technische ontzorging bij energiebesparing ............................................................... 17 7. Aanbevelingen en conclusies ...................................................................................................................... 19 7.1.
Een gelijk speelveld met heldere rollen.............................................................................................. 19 7.2. Kiezen voor rendement en kwaliteit................................................................................................... 19 7.3. Taakverdeling ...................................................................................................................................... 19 7.4. Prioritering rol coöperaties bij energiebesparing en duurzame wijken/buurten............................. 19 7.5. Duurzame mobiliteit als integrale opgave ......................................................................................... 20
Samenvatting en beleidsconclusies Klimaatverbond Nederland1 kreeg van de gemeente Hilversum de vraag hoe de ervaringen tussen de gemeentelijke organisatie (ambtelijk en bestuurlijk) en de energiecoöperaties vertaalt kunnen worden naar een sterke, wederkerige en productieve samenwerkingsrelatie in de toekomst van het Hilversums energie- en klimaatbeleid. In een eerste fase van het onderzoek werden gesprekken gevoerd met bestuurder, ambtelijke organisatie en vertegenwoordigers van twee Hilversumse energie-coöperaties; HET en HilverZon. In een tweede fase van het onderzoek werd zoveel mogelijk Hilversumse energie/klimaat-initiatieven (ook op het niveau van de regio Gooi en Vechtstreek) geanalyseerd op de (potentiële) samenwerking die ten behoeve van de Hilversumse energietransitie noodzakelijke samenhang en professionaliteit kan schragen. Op basis van het onderzoek en een beschrijving van het belang van een gelijk speelveld waarin burger-coöperaties tot ontwikkeling komen doen we de volgende aanbevelingen: Door van de coöperaties professionaliteit te eisen (ook verbonden met hun regionale én nationale netwerken) en tegelijk het zakelijk perspectief te bieden (door ruimte te creëren in de daarvoor beschikbare en te ontwikkelen werkpakketten) opent de gemeente Hilversum de ruimte voor een ontwikkelpad naar een volwassen coöperatieve dienstverlening aan haar bewoners en bedrijven.
De gemeente zal haar subsidie-instrument beperkt inzetten en de relatie met haar energiecoöperaties zakelijk doorontwikkelen. Hetzelfde is aan de orde voor de coöperaties. Zij hebben een opgave zich te professionaliseren en zullen zich ook zakelijk moeten opstellen. De ondernemingen (want dat zijn coöperaties) zullen subsidie-afhankelijkheid vermijden en zich richten op financiële zelfstandigheid. De gemeente en gemeenschap heeft voor de grote maatschappelijke opgave belang bij een sterk professioneel veld. Eén aanspreekpunt per thema en een voor de Hilversumse samenleving herkenbare coöperatieve partner is aan te bevelen. T.a.v. het wijkenergiesysteem en wijkprocessen is HilverZon een logische en aantrekkelijke kandidaat om de focus 'gebouwde omgeving‘ (doorontwikkeling naar energieloket, Energiedienstenbedrijf, buurtwarmtebedrijf en wijk/buurtaanpak) aan te bieden. HET blijft zich richten op elektrische deelmobiliteit. De gemeente zal in 2021 een Transitievisie Warmte opstellen. HilverZon zal ook kwaliteit en capaciteit moeten ontwikkelen om hierin een rol op te kunnen pakken, mogelijk verbonden met HOOM, Buurtwarmte en de regio2. Er is een professionaliseringsopgave waarbij ook HilverZon zich zal moeten verhouden tot toekomstige mogelijke werkpakketten. De coöperatie HET zal vooral aangesproken worden op de thematiek van elektrische deel-automobiliteit.
Verbreding van taken is mogelijk (richting WMO, netbalancering, toegang voor lage inkomens van duurzame mobiliteit).
1
Klimaatverbond Nederland is een vereniging van decentrale overheden die is opgericht in 1992. De vereniging telt op dit moment 175 leden bestaande uit gemeenten, provincies en waterschappen. Samen met hen werken we op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau aan actief klimaatbeleid met impact. Ook de gemeente Hilversum is lid van Klimaatverbond Nederland. 2 Energie Verbonden is in dit kader een relevant netwerk waarbij we wijzen op mogelijkheden om juist op regionaal niveau kennis te bundelen en een coöperatieve backoffice in te richten die kwaliteit kan borgen.
1.
De vraag
De gemeente Hilversum vroeg Klimaatverbond Nederland om ondersteuning bij het maken van een vooruitblik van samenwerking met de energiecoöperaties HET en HilverZon. De gemeente werkt aan een nieuw programma Energietransitie 2021-2025. Energiecoöperaties hebben en krijgen een rol in dit programma. Centraal staat de vraag hoe we de ervaringen tussen de gemeentelijke organisatie (ambtelijk en bestuurlijk) en de energiecoöperaties vertalen naar een sterke, wederkerige en productieve samenwerkingsrelatie. Waarbij we gericht onderzoeken op welke thema’ s en doelstellingen deze relatie versterkt kan worden en we ook aangeven op welke wijze, via een subsidie, opdracht of andere manier, dit het beste kan gebeuren.
2.
Methodiek
Het onderzoek is in twee fasen uitgevoerd. De eerste fase startte in de zomer 2020, direct na opdrachtverlening3. Deze fase kenmerkte zich door een reeks intensieve interviews met de betrokken wethouder, de ambtelijke organisatie én de betrokken energiecoöperaties. Als gevolg van omstandigheden (Corona) konden de geplande werksessies met energiecoöperaties en ambtelijke organisatie niet plaatsvinden. In de tweede fase is de diepte ingegaan4 waarbij naast gesprekken met het ambtelijk team, de wethouder, de betrokken coöperaties en de ambtelijk regio-coördinator op het vlak van klimaatbeleid ook intensief literatuur/beleidsstukken zijn betrokken. In deze fase is ook de brede kennis van de coöperatieve wereld op landelijk niveau betrokken (Energie Samen) en werden met de belangrijkste betrokkenen de meest cruciale keuzen voor toekomstig beleid en formalisering van verhoudingen besproken. Daarbij is nadrukkelijk ook gekeken naar sturingsvragen gericht op professionalisering van het coöperatief veld in Hilversum én in de regio Gooi en Vechtstreek. Hieruit zijn beleidsaanbevelingen gedaan die met het ambtelijk team, wethouder en de energiecoöperaties worden besproken. Waarna met verwerking van commentaar de rapportage eind januari 2021 zal zijn afgerond.
3.
De achtergrond
De gemeente Hilversum heeft twee perioden van intensief energie- en klimaatbeleid achter de rug5 met een breed spectrum aan activiteiten en investeringen. Ze investeerde veel in de totstandkoming en de activiteiten van de energiecoöperatie HilverZon, waar later de coöperatie HET bij kwam. Ze is zeer betrokken bij de samenwerking in de Gooi en Vechtstreek. Een pitch van voormalig wethouder Nicolien van Vroonhoven,6 illustreert de Hilversumse ambities: “ We hebben hier in Hilversum een typische jaren ’ 70 wijk, De Meent. Toen ik wethouder werd, zag ik dat bewoners hier al heel enthousiast hun eigen wijk aan het verduurzamen waren, een voorbeeld voor andere wijken. Maar het ging te traag, van huis naar huis naar huis. Om een echte slag te maken in de reductie van de CO2-uitstoot moet er tempo komen en is opschaling nodig. We hebben een manier gevonden om in de haarvaten van de Hilversumse samenleving te komen, een aanpak van onderop. Vanuit het energieplatform sluiten we Green Deals met alle mogelijke partners in Hilversum. Green Deals zijn concrete afspraken over concrete doelen. Dit betekent ook samen investeren. We hebben er al twee gesloten. Met HilverZon, de lokale energiecoöperatie, met het doel 15.000 zonnepanelen en met de media over de inkoop van duurzame 3
Uitvoering van de eerste fase door Wouter Pieterse en Judith van de Geer, beiden verbonden aan Klimaatverbond Nederland 4 Uitvoering van de tweede fase door Thijs de la Court en Judith van de Geer, beiden verbonden aan Klimaatverbond Nederland 5 Builddesk januari 2012, Duurzaam Hilversum Visie op klimaatneutraal 2050 (deel A) Uitvoeringsprogramma 2012 2015 (deel B) Eindrapport 6 Van Vroonhoven , 4 april 2017, Energietransitie Hilversum Tempo, enthousiasme en van onderop, Toelichting pitch Nicolien van Vroonhoven bij het energiecongres van Energie-Nederland, IPO, VNG en UvW 5 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
energie. We streven nog naar Green Deals met ziekenhuis Tergooi, de woningcorporaties, de kantoren, de vervoerssector en over monumentale panden en beschermde stadsgezichten. Binnen de gemeentelijke mogelijkheden hebben we dan alles gedekt. Maar het tempo moet nog verder omhoog. Dat kan alleen met echt grote projecten.”
Veel van de inzet van het Hilversums bestuur, ambtenaren en samenleving heeft vruchten afgeworpen. Slechts een greep uit de vele resultaten: Er zijn twee actieve energiecoöperaties HilverZon en HET die structureel diensten leveren op het gebied van energiebesparing, bewonersavonden, kleinere zonneparken en samenwerking met het bedrijfsleven. Hilversum is één van de pioniers op het gebied van coöperatieve elektrische deelauto’ s. Een deel van De Meent heeft zich zo sterk weten te presenteren dat ze in aanmerking komt voor een substantiële financiële injectie van het Programma Aardgasvrije Wijken (de proeftuinen). Ook in Kerkelanden zijn schetsen gemaakt voor een vergelijkbare programmering terwijl via de regionale samenwerking stevig geïnvesteerd wordt in een regionaal Energiediensten Bedrijf. Hilversum100, zoals het Energieplatform is gaan heten, is een aantrekkelijke en stimulerende gemeenschap geworden van bewoners en bedrijven die zich breed inzetten voor een duurzaam Hilversum. De ambtelijke organisatie is versterkt waardoor het groeiend aantal uitdagingen steeds beter wordt opgepakt en Hilversum heeft actief en betrokken geïnvesteerd in de Regionale Energie Strategie van Noord-Holland Zuid, waarvan de conceptversie klaar ligt. Tegelijk kijkt Hilversum vooruit.
Met een stevige ambitie op grootschalige zonne-energie op daken van bedrijven en instellingen en bereidt ze haar warmtetransitie voor. De eerste contouren van de uitgangspunten voor de warmteplannen voor de Hilversumse buurten liggen er7. Immers, ook Hilversum zal per buurt een plan moeten maken om stapsgewijs van fossiele energie over te stappen op een duurzame energievoorziening. De energietransitie is een weerbarstige, samenhangende en complexe thematiek. Dat blijkt ook wel uit de resultaten die Hilversum heeft bereikt. In het beleidsplan Duurzaam Hilversum (Hilversum december 2016) is als centrale doelstellingen 100 kTon CO2-reductie in 2020 t.o.v. 2015 (30% CO2-reductie in 2020 ten opzichte van 1990) en een klimaatneutrale eigen bedrijfsvoering in 2020. De stip op de horizon is een klimaatneutraal Hilversum in 2050.
7
Startdocument Uitgangspunten en verdere uitwerking van de Transitievisie Warmte Hilversum November 2020
6 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
CO2 uitstoot Hilversum, totaal en per hoofdsector8 Wat betreft de eigen bedrijfsvoering lijkt de gemeente haar belofte bijna waar te maken. De emissies zijn enorm gedaald en in 2022 lijkt het mogelijk dat de Hilversumse overheid zélf energieneutraal is9. Tegelijk is zichtbaar dat in Hilversum in de gebouwde omgeving stevige reducties van emissies kan noteren. Of ze de ambitie geformuleerd in 2016 ook gaan halen is nog de vraag. Ook op het vlak van het duurzaam opwekken van energie en elektrische mobiliteit worden resultaten geboekt.
Opwekking duurzame energie en elektrische mobiliteit10Daarbij moet aangetekend worden dat deze 8
Bron: Hilversum.incijfers.nl 20-12-2020, op basis van de Klimaatmonitor RWS Hierbij moet worden aangetekend dat het gaat om scope 1 en 2 emissies, dus het energiegebruik binnen de eigen organisatie. De scope 3 emissies, vooral veroorzaakt door inkoop (zoals wegen- en groenonderhoud, afvalinzameling etc.) zijn veelal een aantal factoren hoger. Deze emissies behoren wel tot de bedrijfsvoering van een overheid, maar vallen tot op heden nog niet onder de doelstelling van de gemeente. 10 Bron: Hilversum.incijfers.nl 20-12-2020, op basis van de Klimaatmonitor RWS 9
7 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
groei ook elders in Nederland zichtbaar is. Het is nauwelijks mogelijk om die ene specifieke bijdrage vanuit het Hilversumse klimaatbeleid als beslissende factor aan te wijzen. Een nadere evaluatie van het Hilversums klimaatbeleid staat dan ook in de planning11.
4.
Rol en positie van de Hilversumse energiecoöperaties
De gemeente Hilversum, HilverZon en HET hebben, gegeven de enorme uitdagingen richting 2030, behoefte aan helderheid ten aanzien van hun relaties, taken en wederzijdse verwachtingen voor de komende beleidsperioden.
4.1. Visie op de energieke samenleving De eerste vraag die dan gesteld wordt is welke visie betrokken partijen hebben op deze samenwerking. Het is ook zoeken naar leiderschap die een visie omzet naar de concrete werkelijkheid. Maar het begint met de vraag waarom Hilversum zou investeren in haar energiecoöperaties. Over de 'energieke samenleving‘ is veel geschreven12. Het gaat in dit onderzoek te ver om diepgaand de thematiek uit te werken. We zullen de meest relevante aspecten benoemen.
4.2. De rol van de georganiseerde burgers De explosieve groei van energiecoöperaties13 is geen toevallige ontwikkeling. Het karakter van technologie-ontwikkeling en de impact van maatregelen op buurt- en woningniveau maken deze groei vrijwel onvermijdelijk én noodzakelijk. Vanwege die impact willen mensen dan ook zelf (of op collectief niveau) regie en eigenaarschap in handen hebben. Wind- en zonne-energie lenen zich bij uitstek voor lokaal of decentraal eigendom en beheer. De opwekking met deze technieken is relatief kapitaalextensief met grote impact op de directe omgeving terwijl inkomsten en rendementen vrijwel direct (lage externe kosten) rendement opleveren. En door collectieven te vormen en rendementen te laten revolveren in de lokale samenleving ontstaat hiermee ook een zichzelf versterkende economische ruimte naar méér verduurzaming14. Ook op wijk- en buurtniveau is de essentiële rol van bewoners en wijkorganisaties steeds beter in beeld. Maatregelen om woningen energiezuinig te maken hebben vaak grote gevolgen achter de voordeur. Zonder het vertrouwen en actieve betrokkenheid van bewoners/eigenaren zal de energietransitie op buurtniveau niet van de grond komen. Sterker nog... zonder een integrale gebiedsontwikkeling waarin de belangen van de buurten en haar bewoners breed worden gewaardeerd zal veelal draagvlak voor energetische maatregelen ontbreken15.
Daarbij groeit het besef dat het om veel meer dan laagdrempelige maatregelen op het gebied van energiebesparing gaat. Het gaat over het hele wijkenergiesysteem, van duurzame warmte- en elektriciteitsvoorziening via balancering in het net en warmteopslag naar (vaak collectief uitgevoerde) maatregelen op woningniveau. Het buurtenergiesysteem komt steeds meer in beeld als essentieel puzzelstuk waar bewoners regie over moeten en willen nemen16. Dit is een ontwikkeling vergelijkbaar met wind- en zonne-energie, maar van veel groter organisatorisch en financieel formaat.
11
Mondelinge mededeling ambtelijke organisatie. Dit onderzoek van Klimaatverbond Nederland is nadrukkelijk geen beleidsevaluatie. We blikken kort terug, maar richten ons op de komende beleidsperioden. 12 De term werd neergezet door Maarten Hajer (Hajer. (2011). De energieke samenleving - op zoek naar een sturingsfilosofie voor een schone economie) en is daarna in vele publicaties uitgewerkt. Klimaatverbond Nederland heeft in haar werk en onderzoek specifiek aandacht voor dit onderwerp en werkt hierop intensief samen met de Nederlandse energiecoöperaties. Een deel van de bijdragen die we hier gebruiken komen voort uit o.a. De relatie en samenwerking met de koepel van de energiecooperaties, Energie Samen (https://energiesamen.nu/). 13 https://www.hieropgewekt.nl/lokale-energie-monitor 14 https://www.dutchpower.net/energie-cooperaties-een-onmisbare-schakel-in-de-energietransitie 15 DE FUSIE VAN BELANGEN Over duurzaamheid en rendement in de bouwsector REDE In verkorte vorm uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Sustainable Building & Development aan de Nyenrode Business Universiteit op donderdag 27 augustus 2009 door prof.dr.ir. Anke van Hal 16 https://buurtwarmte.energiesamen.nu/ 8 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
Samenvattend: Zowel op het vlak van duurzame opwekking van energie als duurzame wijk/buurtsystemen zal de georganiseerde burger in de komende jaren een sleutelrol vervullen.
4.3. Het veranderend speelveld De gemeentelijke organisatie zal ambtelijk én bestuurlijk zich moeten aanpassen aan die nieuwe werkelijkheid. Maar ook de georganiseerde burger die onderneemt in de energietransitie (veelal via de rechtsvorm van een energiecoöperatie) staat voor een uitdaging om de schaal en professionaliteit neer te zetten die past bij wat verwacht wordt. De overheid is, ook in het Klimaatakkoord17 en op aandringen van gemeenten, provincies en waterschappen zelf, lokaal de regisseur en heeft met haar democratische legitimiteit een belangrijke rol. Het is dan zinvol naar de taakopvattingen van de overheid te kijken en waar deze (ook in de veranderende omgeving) accentverschuivingen behoeven. Naast de klassieke rol van rechtmatige overheid, verantwoordelijk voor rechtsgang en beleidsvorming, en die van presterende, uitvoerende overheid, kreeg de overheid vanuit de samenleving de uitdaging om ruimte te geven aan eigen initiatieven en samen te werken. Zo ontstond, vanuit deze vier perspectieven, een totaalbeeld van de rollen die de overheid in de samenleving speelt18.
Bij de constatering dat in het veranderend speelveld van de energietransitie juist de 'samenleving‘ aan zet is, komt dus het accent te liggen op de samenwerkende- en responsieve overheid waarbij het gaat over rollen van gelijkwaardige partners in een steeds veranderend speelveld. In deze sturingsfilosofie, speelt de burger een veel centralere rol in maatschappelijke processen dan voorheen19. ‘ Het startpunt voor verandering ligt in de samenleving’ en ‘ De burger staat centraal’ zijn in veel gemeentelijke plannen te vinden. Het klinkt als een cliché, maar wat betekent het als de burger echt centraal komt te staan? De overheid zou van positie wisselen. In plaats van op zoek te gaan naar wat burgerparticipatie kan bijdra20 gen, kijkt de overheid naar haar eigen rol: “ Welke toegevoegde waarde heeft een gemeente?” De Vereniging van gemeentesecretarissen (VGS) stelde in haar discussienotitie een provocerende vraag: “ Hoeveel % van de ambtenaren kunnen bij u weg als u uitgaat van het principe: wij doen alleen wat de lokale samenleving niet zelf kan doen?”Ze pleit daarmee niet voor minder overheid, maar voor een ándere overheid. Het belangrijkste om de vitale samenleving te ondersteunen is dat de overheid in de praktijk aansluit bij wat de mensen beweegt, dichtbij is en mensen verbindt en ondersteunt waar ze het niet zelf kun17
Nationale Klimaatakkoord (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 2019, p218) Dit model met vier perspectieven is ontwikkeld door de NSOB en komt terug in verschillende analyses van de relatie overheid-samenleving. (Pop up publieke waarde (2013); Leren door doen (2014); Sedimentatie in sturing (2015) 19 Hierbij maken we intensief gebruik van het werk van Jos van der Schot dat voor Klimaatverbond Nederland in relatie tot Maatschappelijke Energiedienstenbedrijven wordt ontwikkeld onder de werktitel de 'energietransitie aan de keukentafel‘ . 20 Gemeentesecretarissen op avontuur –ervaringen uit de leerkring ‘ Meer Burger (VGS, 2015) 18
9 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
nen. Dit verbindt burgerparticipatie met overheidsparticipatie. Die wederkerigheid zorgt voor nieuw samenspel in de netwerksamenleving. De machtsafstand tussen de overheid en haar partners is daar relatief klein en de relaties zijn idealiter gelijkwaardig en horizontaal, en gebaseerd op onderling vertrouwen. De wederzijdse afhankelijkheid die past bij de netwerksamenleving vraagt niet om formele bevoegdheden, maar om de feitelijke bijdrage van de verschillende partijen in het collectief. Samen zorgen ze voor het succes. Zo ontstaat een nieuw speelveld, een publiek-civiel-private samenwerking, waar de relaties niet langer rigide zijn, maar fluïde, waar de taak- en rolverdeling is gebaseerd op de meerwaarde die iedere partij heeft bij het bereiken van het gezamenlijke doel. En dit speelveld ontwikkelt zich ook in juridische zin. De hele ontwikkeling van de omgevingswet gaat over zowel de integraliteit van wet- en regelgeving als het faciliteren van directe betrokkenheid van maatschappelijke partijen in processen die leiden tot belangrijke ingrepen in onze samenleving21. Ook het 'uitdaagrecht‘ is een voorbeeld van een veranderend kader.
Dit ‘ right to challenge’ is overgewaaid uit het Verenigd Koninkrijk waar het de positie van maatschappelijke organisaties versterkt door deze het recht te geven om als georganiseerde burgers gemeentelijke taken over te nemen als zij hiervoor een voldragen voorstel neerleggen.22. Hiermee zien we het samenspel van markt-overheid-burger dan ook wezenlijk veranderen dat door velen in samenhangende schema’ s is vertaald:
Op alle grensvlakken, tussen informeel/formeel, tussen non-profit/profit, tussen publiek/privaat en tussen publiek/civiel zijn uitdagingen te benoemen. Waarbij de overheid in dit veranderende speelveld ook regie heeft (ook als presterende en rechtmatige overheid) om voor collectieve uitdagingen, zeker in tijden van crisis, kwaliteit en resultaat te borgen23. Kortom, er ontstaat een nieuw speelveld, met nieuwe doelen en regels. De burgers, die eerst in een afhankelijke relatie toekeken naar het samenspel overheid en markt, zijn volwaardige deelnemers geworden24. 21
https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/ https://www.righttochallenge.nl/ 23 Zie ook https://www.urgenda.nl/themas/klimaat-en-energie/klimaatzaak/ waarin de rechter de zorgplicht van de overheid een belangrijke plek geeft. 24 http://h3roes.nl/ins-outs-cooperatief-ondernemen/ 22
10 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
Dit is de uitgangspositie voor het Hilversumse klimaatbeleid de komende jaren.
4.4. Naar een professioneel speelveld De relatie tussen de Hilversumse overheid, haar energiecoöperaties en markt zal de komende jaren zich gaan ontwikkelen naar een helder speelveld. Daarop zullen betrokken partners moeten investeren. Waar op dit moment, bijvoorbeeld als het gaat om resultaat of snelheid van handelen, integraliteit van aanpak of taakopvatting, regelmatig spanning gevoeld wordt en de relatie niet als synergetisch wordt ervaren gaat dit in de toekomst anders. Partijen pakken hun legitieme rol in samenhang met die van de anderen professioneel op en doen dit vanuit vertrouwen naar elkaar en hun achterbannen toe. De overheid heeft hierin een belangrijke taak. Ze zal moeten zorgen dat dit ook gebeurt en betrokken partijen (en zichzelf) bij de les moeten houden als in dit proces van samenwerking zaken gaat schuren. Als regisseur neemt ze de taak om bij alle spelers het beste naar boven te halen! In dit onderzoek kijken we specifiek naar de toekomstige rol en positie van de Hilversumse energiecoöperaties. Een coöperatie is een rechtsvorm die haar leden in staat stelt om collectief te 'ondernemen‘ , dus te investeren, rendement te maken, gezamenlijk risico te delen. De coöperatieve beweging heeft, ook in Nederland, een lange geschiedenis. Coöperaties werken volgens gezamenlijk vastgestelde principes25: Vrijwillig en open lidmaatschap.
Democratische controle door de leden. Economische participatie vanwege de leden. Autonomie en onafhankelijkheid. Onderwijs, vorming en informatieverstrekking. Samenwerking tussen coöperaties. Aandacht voor de gemeenschap. De kwaliteit van de coöperatie wordt onder andere getoetst aan deze zeven principes. Energiecoöperaties zijn hierop aan te spreken en via hun nationale koepel Energie Samen wordt ook stevig geïnvesteerd in kwaliteit en professionaliteit26. Naast professionaliteit en de daaraan verbonden goede governance is het uiteraard van belang dat coöperaties ook de werkruimte of het speelveld gegund krijgen waarop ze zich professioneel kunnen ontwikkelen. Immers, ook een lokale coöperatie zal werken met betaalde pro25
https://www.cooperatie.nl/informatie/ica-principes/ https://www.hieropgewekt.nl/kennisdossiers/hier-opgewekt-podcast-6-professionalisering. Door energiecooperaties wordt veel ingezet op professionalisatie. In sommige regio’ s, zoals Friesland, is nu ook sprake van een eigen keurmerk. Een ontwikkeling die zonder twijfel door gaat en waar Hilversum gebruik van kan maken. 26
11 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
fessionals, omzet draaien, zich verantwoorden, beleid moeten maken. Inkomsten uit haar diensten zijn daarbij cruciaal. Het is een maatschappelijke onderneming die afhankelijk is van een omzet en cash-flow. In het veranderende speelveld zal Hilversum die ruimte bieden. Daarvoor is het goed naar de specifieke thema’ s te kijken en ook te kijken naar de regio. Want mogelijk is Hilversum te klein voor een volwaardig professionele coöperatieve omgeving.
12 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
5.
Perspectieven voor coöperaties in huidige praktijk
5.1. Opwekking duurzame energie Vooralsnog kiest de gemeente voor een focus op zonne-energie27. HilverZon wordt betrokken bij deze ontwikkeling waarbij de gemeente grote zonnedaken zoekt, vooral bij het bedrijfsleven, zoals op het mediapark. Hoewel de energiecoöperaties hun twijfels uiten over de potentie van grootschalig zon-op-dak28 kiest de gemeente voor deze lijn. Regionaal wordt, ook in samenwerking met het bedrijfsleven, gewerkt aan ondersteuning op deze thematiek. Voor een energiecoöperatie zijn kleinere zonneparken op daken (via postcoderegeling of SDE+) relevant als serviceverlening naar de omgeving. Financieel leveren ze meestal een marginale inkomstenbron voor de coöperatie en daarmee geen bestaansrecht voor een professionele structuur. Het ligt dan ook in de verwachting dat voor dergelijke kleinere parken een regionale of zelfs landelijke service-organisatie de lokale coöperatie zal gaan ontzorgen waarmee een vrij klein promotioneel pakket en dienst overblijft voor het Hilversumse niveau. Bij grotere zonnevelden op land en zeker bij wind op land ligt dat anders. De transactiekosten zijn per geïnvesteerde euro veel lager terwijl het rendement ook veel groter is2930. Zolang deze route niet wordt gekozen kan de opwekking van duurzame energie geen fundament zijn voor de opbouw van een professioneel coöperatief veld in de gemeente Hilversum.
5.2. Energiebesparing HilverZon en HET bieden ondersteuning op het vlak van energiecoaches. Dat zijn vrijwilligers die een laagdrempelig en relatief eenvoudig advies bieden en bewoners/eigenaren kunnen bijstaan in de keuzen die ze maken op het vlak van isolatie en verduurzaming van de energievoorziening van woningen. De coöperaties zijn verbonden met HOOM, de landelijke coöperatieve energieloketstructuur die beschikt over een stevige backoffice en software om met bewoners te investeren in de klantreis naar CO2-neutraal. HET heeft de afgelopen jaren zich bezig gehouden met ketensamenwerking31. Dan gaat het om de advisering vanaf een integraal plan voor de woning naar financiering en uitvoering waarbij ook het installerend en bouwend bedrijfsleven betrokken is (in dit geval 035 Energie, een samenwerkingsverband van Hilversumse bouwende en installerende partijen). De inzet van energiecoaches zijn door het hele land een vanzelfsprekende en breed geaccepteerde functie van energiecoöperaties. Net als bij zon-op-dak vormen ze communicatief een sterk aanbod met veel ruimte voor contacten in de samenleving. Financieel, dus gericht op een professionalisering van een coöperatie, zijn ze marginaal. Via tijdelijke financieringsregelingen kan het bijvoorbeeld een energieloket de ruimte bieden om haar bereik snel te verbreden. Dat kan tot structurele inkomsten leiden als daar an27
Dit is ook in het kader van de regionale energie strategie een politiek/bestuurlijke keuze waar risico’ s aan zijn verbonden. Zie ook https://overmorgen.nl/blog/focus-op-zon-in-de-res-geeft-lastige-uitdagingen/. Vandaar ook het woord 'voorlopig‘ hier, omdat diversificatie van energiebronnen (alleen al voor netstabiliteit) belangrijk zal worden naarmate er meer afhankelijkheid van duurzame energie komt. Daarnaast kiest Hilversum voor grootschalig zon op daken. Ook daarover zijn vragen omdat vele daken constructief of in eigendoms/beheersstructuur ongeschikt zijn. De ervaring zal het leren. 28 Zie ook 'Scolly 2020, waarom de daken (nog) niet vol komen‘ , en ervaringen van coöperaties die suggereren dat 10 a 20% van de daken het maximum is wat bereikt kan worden. Waarbij de transactiekosten hoog zijn en de marges laag. 29 Het eventueel schrappen van een wind-ambitie van Hilversum uit de concept RES kan dan ook grote gevolgen hebben voor de levensvatbaarheid van de Hilversumse energiecoöperatie. 30 Adviesgroep Duurzame Energieopwekking, Advies - februari 2020 31 Rapportage over project Doorontwikkeling Dienstverleningsketen Woningeigenaren, HET coöperatie, Hilversum, 27 maart 2020 13 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
dere diensten (zoals specifieke advisering op techniek en financiën) aan gekoppeld worden. Voorwaarde is dan dat er een ambitie is tot een volledig dienstverleningspakket zoals HOOM dat aanbiedt waar ook andere aspecten (zoals wijk/buurtbegeleiding, opleiding bedrijfsleven, ketensamenwerking) aan gekoppeld kunnen worden. In Gooi en Vechtstreek wordt echter met het Duurzaam Bouwen Loket gewerkt dat een digitale dienst aanbiedt waarin de energiecoaches van HET en HilverZon een plek krijgen.
Het digitale energieloket van Hilversum Dit betekent dat binnen de huidige beleidskaders rond energiebesparing maar beperkte ontwikkelruimte is voor een energiecoöperatie die op eigen benen kan staan. De potentiële ontwikkelruimte is er wel, maar dan zal het hele besparingspakket anders moeten worden ingericht.
5.3. Mobiliteit en elektrische deelauto’ s De HET coöperatie zet zich in op het gebied van elektrische deelauto’ s. Daarmee is ze landelijk één van de pioniers. Dat is in haar ontwikkeltraject ook gebleken. De vele uitdagingen om in dit weerbarstige werkveld naar rendement te komen zorgen ervoor dat na jaren van investeren HET in 2021 eindelijk tot een 'financial close‘ komt en zelfstandig de exploitatie kan verzorgen32. De vraag is of het rendement van de elektrische deelauto’ s in Hilversum op korte termijn voldoende cashflow geeft om daarop het onderhoud en uitbouw te funderen. Daarvoor zal de vloot snel moeten kunnen groeien. Het lijkt waarschijnlijk dat aanvullende diensten en waarden van belang blijven. Zo zien we in andere gemeenten dat de coöperatieve uitbater van deelauto’ s ook een rol pakt bij het vormgeven/uitwerken van een laadinfrastructuur (participatie bedrijfsleven en burgers) en in het zorgverkeer (doelgroepenvervoer) met vrijwilligers een niche vindt (Lochem, Elektrip).
Daarnaast is ontwikkelruimte op het vlak van netbalancering (de elektrische auto gekoppeld aan slimme laadinfrastuur in het wijkenergiesysteem), op het vlak van efficiënt ruimtegebruik (de elektrische deelauto kan aanzienlijke impact hebben op het verlagen van parkeerdruk) en toegankelijkheid van elektrisch vervoer voor lage-inkomensgroepen (de elektrische deelauto is laagdrempelig qua kosten).
32
Mondelinge mededeling HET coördinator Jeroen Pool op 21/12/2020. Ook verwijzend naar Rapportage fase 1 project HET rijdt op Zon, ongedateerd (waarschijnlijk 2019). 14 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
5.4. Concluderend Zon en wind: Vanuit de huidige praktijk op het gebied van duurzame energieopwekking een beperkt perspectief is voor een zich professionaliserende energiecoöperatie. Dan zal grootschalig zon en wind aan de mix moeten worden toegevoegd. Energiebesparing: Zolang het accent ligt op energiecoaches en niet op het volledig takenpakket van het integrale energieloket en wijk/buurtgerichte (keten)aanpak en integrale advisering is er beperkt perspectief voor een professionele energiecoöperatie. Elektrische deelauto: Vanuit een beperkte inzet op duurzame deelmobiliteit kan voor de exploitatie van elektrische deelauto’ s waarschijnlijk een financial close bereikt worden. Tegelijk is er, zolang de aanpak zich niet richt op een brede maatschappelijke dienstverlening, beperkt ruimte voor het ontwikkelen van een volwassen coöperatieve deelauto-organisatie
15 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
6.
Kansen voor een professioneel coöperatieve inzet
Zoals eerder werd aangegeven vraagt de klimaatcrisis en de grote opgave (richting opwekking duurzame energie, energiebesparing, verduurzaming warmtevoorziening en wijk/buurtgerichte aanpak) om een volwassen speelveld waarin overheid, markt en georganiseerde burgers gezamenlijk tot een samenhangende en professionele aanpak komen. In de huidige werkelijkheid van Hilversum en de regio concluderen we dat die ruimte er onvoldoende is. Zolang er geen bestuurlijk draagvlak is voor grootschalig zon en wind is op dat vlak de ruimte beperkt. Daarnaast is voor elektrische deelauto’ s de ruimte beperkt zolang er geen integrale en brede aanpak voor ligt op dit gebied. Waar liggen dan de kansen? In deze analyse leggen we de focus hiervoor op de gebouwde omgeving waar Hilversum en de regio Gooi en Vechtstreek baanbrekend werk verrichten.
6.1. De wijk- en buurtaanpak De gemeente heeft een warmtetransitievisie in voorbereiding. Alle Nederlandse gemeenten hebben van het rijk de opdracht om in 2021 een vastgestelde Transitievisie Warmte te hebben, waarin inzichtelijk wordt gemaakt wat het alternatief is voor aardgas als warmtebron in de gemeente. Gemeenten hebben daarin een regisserende rol en dienen samen met het rijk, de provincie, waterschappen, netbeheerders en andere partijen tot een aanpak te komen voor de noodzakelijke energietransitie. De visie wordt elke 5 jaar geactualiseerd. Het transitietraject hoeft van het rijk pas in 2050 afgerond te zijn, de Hilversumse ambitie is om aardgasvrij te zijn in 2040. Het college vindt het belangrijk dat er eerst een oplossing is voor alle afhankelijkheden en onzekerheden in de warmtetransitie, voordat wordt overgegaan tot loskoppelen van het aardgas. Concrete aardgasvrij-initiatieven worden alleen besproken als deze van onderaf uit de samenleving komen en haalbaar en betaalbaar zijn. Gebouwen en woningen dienen eerst klaar gemaakt te worden voor de overstap naar een andere, duurzame warmtebron. Duurzame warmte en stroom zijn schaars en het merendeel van de Hilversumse woningen en gebouwen is nog lang niet aardgasvrij-klaar.
De meest effectieve manier om klimaatimpact te reduceren is isoleren en dat is wat het college betreft dan ook prioriteit in de eerste fase van de warmtetransitie tot 2040. Mogelijkheden voor alternatieve bronnen en buurtaanpakken kunnen parallel daaraan wel worden onderzocht. Omdat de warmtetransitie de persoonlijke levenssfeer van mensen beïnvloedt, zijn acceptatie, commitment en betaalbaarheid essentiële uitgangspunten voor de Transitievisie Warmte. Samenhang en integrale advisering met wijkprocessen vormen hier de sleutel. Feitelijk gaat het hier om duurzame gebiedsontwikkeling die aansluit bij het begrip 'organische gebiedsontwikkeling33‘ . Elementen daarvan zijn zichtbaar in de bijzondere aanpak van de proeftuin van De Meent en een vergelijkbare aanpak in Kerkelanden. De totstandkoming van de proeftuin De Meent is begeleid door de Warmtetransitiemakers34 waar bewoners met deskundige ondersteuning voor een deel van De Meent tot een gedragen plan35 zijn gekomen dat met succes als één van de 19 proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) is geselecteerd en daarmee substantiële financiering zal ontvangen. HET begeleidde het proces van Kerkelanden36 waarin een vergelijkbare uitdaging is aangepakt. Dit heeft niet tot een selectie in het competitieve veld van PAW-aanvragen geleid.
In het landelijk netwerk van de coöperaties, Energie Samen, wordt veel samengewerkt op het vlak van integrale en duurzame gebieds/wijkontwikkeling. Het toevoegen van dit kennisveld aan de Hilversumse duurzame wijkaanpak kan een belangrijke bijdrage leveren aan de opbouw van een professionele coöperatieve structuur. In die aanpak wordt zowel energiebesparing als duurzame warmtelevering uitgewerkt 33
https://www.pbl.nl/nieuws/2012/organische-gebiedsontwikkeling-hoe-flexibiliteit-in-stedelijke-planning-te-bereiken 34 https://warmtetransitiemakers.nl/bouwbegeleiding-demeent/ 35 Wijkaanpak De Meent Aardgasvrij Op naar een Aardgasvrije Hilversumse Meent Versie: 18 november 2018 en latere versies 36 https://www.hetcooperatie.nl/kerkelanden/ 16 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
in een zakelijke en vakinhoudelijk sterke omgeving waarin het bewonersbelang en de daaraan gekoppelde verdienmodellen centraal staan. Het energieconcept dat bijvoorbeeld in De Meent is gekozen sluit hier naadloos op aan. Er is echter in uitgangspunten en voorwaarden nog niet gestuurd op een dergelijke vormgeving.
Buurtwarmte concepten en initiatieven in Nederland
6.2. Financiële en technische ontzorging bij energiebesparing Een tweede, hiermee samenhangend, onderwerp is de grootschalige aanpak van verduurzaming van woningen naar CO2-neutraal. Op dat vlak pioniert de Regio Gooi en Vechtstreek met het Energiedienstenbedrijf37. Het concept van een energiedienstenbedrijf (EDB) is dat investeringen kostenneutraal (afbetalen via besparing op de energierekening) worden vormgegeven. Om dat te realiseren is schaal en gerichte advisering nodig waarbij bewoners/eigenaren een energieprestatiegarantie ontvangen. Daarmee zijn ze zeker van het rendement. De investerende partij neemt het risico op de kwaliteit die geleverd wordt. Het ESB Gooi en Vechtstreek kent een innovatieve aanpak en groeimodel waarbij in de governance ook (regionaal) de energiecoöperaties zijn aangesloten en de energiecoaches in de gemeenten de ambassadeurs zijn voor de technische en financiële advisering en uitvoering. Ook het regionaal duurzaam bouwloket heeft hier in de advisering en marketing een belangrijke rol.
37
https://www.regiogv.nl/energietransitie-gooi-en-vechtstreek/verduurzaming-gebouwde-omgeving/het-energiedienstenbedrijf/ 17 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
Schema Energiedienstenbedrijf Gooi en Vechtstreek Vergelijkbaar met het vraagstuk rond de wijk/buurtaanpak speelt hier de vraag welke rol er kan zijn voor een professionele coöperatieve partij van, voor en door burgers. Zoals aangegeven in de bespreking van de beperkingen rond de inzet van energiecoaches biedt een sterk coöperatief energieloket hier richting de vraagkant een interessant perspectief. Daarnaast, specifiek voor het energiedienstenbedrijf en de financiële en technische ontzorging, is de onderhandeling tussen vraag en aanbod van cruciaal belang. Op dat gebied van technische en financiële advisering zoeken burgers zekerheid, onafhankelijkheid en vertrouwen. Een organisatie van, voor en door burgers die verantwoordelijk is voor een woningdossier en sterke financiële advisering lijkt van groot belang te zijn. Een dergelijke dienst kan heel goed door een programmabureau van een energieloket worden geleverd. Het gaat om substantiële transactiekosten om daarmee het aanbod ook van voldoende schaal en kwaliteit te voorzien. Grotere regionale energieloketten, zoals in de Achterhoek en Rivierenland, bieden een dergelijke dienst en zijn ook in staat te innoveren zodat zo’ n groot mogelijk deel van de woningvoorraad en bewoners bereikt wordt. Zover bekend is in de regio Gooi en Vechtstreek nog niet gestuurd op een dergelijke rolverdeling.
Dat biedt een kans, waarbij misschien de voornaamste uitdaging is dat een dergelijke dienstverlening (op schaal en met hoge kwaliteit) zich naar een regionale back-office zal moeten ontwikkelen waarin kennis en innovatie gebundeld wordt vormgegeven. Daar wordt ook de relatie met marktpartijen opgebouwd en is de koppeling met opleiding en training goed mogelijk. Dit betekent dat ook naar het niveau van de Regio Gooi en Vechtstreek gestuurd zal moeten worden op een invulling die ruimte biedt voor een professioneel werkveld van de energiecoöperaties. Zoals aangegeven is via Energie Samen en HOOM een kwalitatief sterke back-office goed in te richten. Bijkomend voordeel is dat in zowel de buurt/wijkaanpak als in de meer generieke aanpak dan beide aspecten (coöperatieve warmtelevering en energiebesparing) in samenhang worden ontwikkeld waardoor integrale wijkontwikkeling extra stimulans krijgt en het bewonersbelang goed wordt geborgd. Het 'rekenen en tekenen‘ , de 'samenwerking stakeholders en overheid‘ , de 'bewonersparticipatie en communicatie‘ en de 'organisatieontwikkeling en financiering‘ komt daarmee samen.
18 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
7.
Aanbevelingen en conclusies
De gemeente Hilversum heeft nu een jarenlange ervaring, subsidie- en projectrelatie met haar energiecoöperaties HilverZon en HET. De gemeente werkt aan een nieuw programma Energie 2021-2025. Welke rol en positie krijgen de energiecoöperaties in dit programma en haar uitvoering?
7.1. Een gelijk speelveld met heldere rollen De visie, ook bestuurlijk, op het speelveld van markt, burgerorganisaties en overheid is bij het beantwoorden van deze vraag cruciaal. Bij het streven naar een gelijk speelveld met elkaar aanvullende rollen zal de gemeente, als centrale regisseur, ook de ruimte moeten maken om dat te bewerkstelligen. Hilversum heeft ruim voldoende uitdagingen, ook in haar regio, om vanuit dat perspectief ook die ruimte te bieden waarbij de energiecoöperaties een belangrijke rol kunnen en zullen vervullen. Door van de coöperaties professionaliteit te eisen (ook verbonden met hun regionale én nationale netwerken) en tegelijk het zakelijk perspectief te bieden om die rol op te pakken opent de gemeente Hilversum de ruimte voor een ontwikkelpad naar een volwassen relatie en dienstverlening aan haar bewoners en bedrijven.
7.2. Kiezen voor rendement en kwaliteit De gemeente zal haar subsidie-instrument beperkt inzetten en de relatie met haar energiecoöperaties zakelijk doorontwikkelen. Hetzelfde is aan de orde voor de coöperaties. Zij hebben een opgave zich te professionaliseren en zullen zich ook zakelijk moeten opstellen. De ondernemingen (want dat zijn coöperaties) zullen subsidie-afhankelijkheid moeten vermijden en zich richten op financiële zelfstandigheid. Coöperaties kunnen zich beroepen op het uitdaagrecht en diensten leveren waarvoor de gemeente eigen capaciteit vrij maakt of externe marktpartijen inhuurt. Dat gebeurt op kwaliteit en rendement. De subsidie-relatie kan zich richten op het versterken van het gelijk speelveld, bijvoorbeeld door een gerichte ondersteuning van de opgave om te professionaliseren. De overige taken kunnen in zakelijke overeenkomsten/opdrachten worden vormgegeven.
7.3. Taakverdeling Op dit moment zijn er twee energiecoöperaties in Hilversum. Het is helemaal niet uitgesloten dat er, bijvoorbeeld rond collectieve inkoop, nog coöperaties bij komen. De gemeente en gemeenschap heeft voor de grote maatschappelijke opgave belang bij een sterk professioneel veld en zal daarom kiezen voor welk thema ze een samenwerkingsrelatie aan gaat. T.a.v. grootschalig zon-op-dak is er een lopende en uitstekende relatie met HilverZon. Deze relatie kan verder uitgebouwd worden. T.a.v. het wijkenergiesysteem en wijkprocessen is het belangrijk een keuze te maken. Er is bestuurlijk overleg tussen HilverZon en HET op dit vlak38. De verbinding met grootschalig zon-op-dak is goed productief te maken in de gebouwde omgeving terwijl HilverZon ruime ervaring en netwerk heeft met de energiecoaches en betrokken is bij de proeftuin De Meent. Dat maakt HilverZon een logische en aantrekkelijke kandidaat om de focus 'gebouwde omgeving‘ (doorontwikkeling naar energieloket, Energiedienstenbedrijf en wijk/buurtaanpak) te bieden. HET blijft zich richten op elektrische deelmobiliteit.
7.4. Prioritering rol coöperaties bij energiebesparing en duurzame wijken/buurten De gemeente zal, in het belang van een sterke professionele ondersteuning vanuit het coöperatief werkveld, sturen op een heldere en sterke rol van een professioneel HilverZon in de gebouwde omgeving. Dat zullen gemeente, de regio en HilverZon niet in één slag naar resultaat brengen. Er zijn gevestigde relaties en opdrachten t.a.v. het DuBo loket, de positie/rol in het Energiedienstenbedrijf en de huidige wijkpro38
Mondelinge mededeling vanuit beide coordinatoren van HilverZon en HET
19 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
cessen. De gemeente zal in 2021 een Transitievisie Warmte opstellen waarin deze aspecten ook aan de orde komen en besluitvorming op nodig zal zijn. HilverZon zal ook kwaliteit en capaciteit moeten ontwikkelen om deze rol op te kunnen pakken, mogelijk verbonden met HOOM, Buurtwarmte en de regio39. Ze zal zich bestuurlijk moeten versterken. Er ligt wat dat betreft een professionaliseringsopgave waarbij ook HilverZon zich zal moeten verhouden tot toekomstige mogelijke werkpakketten.
7.5. Duurzame mobiliteit als integrale opgave De coöperatie HET zal (vanuit de gemeentelijke regie, want HET is uiteraard een zelfstandige organisatie die zelf haar prioriteiten bepaalt) vooral aangesproken worden op de thematiek van elektrische deel-automobiliteit. Verbreding van taken is mogelijk (richting WMO, netbalancering, toegang voor lage inkomens van duurzame mobiliteit), maar liggen grotendeels buiten de directe taakvelden van de afdeling klimaat.
39
Energie Verbonden is in dit kader een relevant netwerk
20 De Energie van Hilversum, Onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving, januari 2021
G EMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES:
Aan de Gemeenteraad van Hilversum Cc College van B&W Cc. Pers
RAADHUIS DUDOKPARK 1 TELE FOONNUMMER: 14 0 35 WWW.HILVERSUM.NL
25 maart 2021 757428 BEHANDELD DOOR P.de Vries TELEFOON (035) 0682060151 UW KENMERK BIJLAGEN BETREFT Aanbieden van rapport en reactie daarop van het college van B&W DATUM
ZAAKNUMMER
Geachte dames en heren, Hierbij biedt het college u het rapport ‘De Energie van Hilversum, een onderzoek naar de toekomstige samenwerking in een energieke samenleving’ van Klimaatverbond Nederland ter informatie aan. Wij voldoen hiermee aan onze toezegging tijdens de raadscommissie van 10 maart jl. over het rapport van de Rekenkamer. Het college heeft besloten om de conclusies en aanbevelingen uit het rapport van het Klimaatverbond Nederland over te nemen. Aanleiding Het college heeft het Klimaatverbond Nederland gevraagd dit onderzoek te doen, vanwege hun expertise op dit gebied. De situatie in Hilversum, waarbij de samenwerking tussen gemeente en beide energiecoöperaties onderling en met elkaar voor verbetering vatbaar was, vormde de directe aanleiding. Maar ook het besef bij het college dat er een volgende fase van de energietransitie voor de deur staat, een fase van opschaling en doorpakken. En die fase eist weer een andere organisatie, zowel intern als extern en in de verschillende samenwerkingen. Bij de gemeente zelf dus, maar ook bij alle andere betrokkenen. Kernboodschap In de energietransitie is samenwerking van de gemeente met inwoners, bedrijven, organisaties en andere maatschappelijk betrokkenen van groot belang. En juist in een tijd van transitie is vooraf niet duidelijk hoe dat het beste kan en wat er precies moet gaan gebeuren, met wie en wanneer.
Initiatieven ontstaan en verdwijnen weer, of worden belangrijke spelers. Soms met-, en soms in plaats van anderen. Het is zoeken voor iedereen, ‘intelligent vooruit struikelen’. Niet alles gaat daarbij goed en steeds weer is aanpassing en verandering nodig. Een kenmerkende situatie in een transitie. De Rekenkamer heeft daar recent een goed en bruikbaar onderzoek naar verricht, het college heeft laten weten de aanbevelingen daaruit over te nemen. Niet alleen de Rekenkamer, ook het college heeft afgelopen najaar onderzoek laten doen. Het Klimaatverbond Nederland is gevraagd om specifiek te kijken naar de samenwerking in Hilversum van de gemeente met de energiecoöperaties.
Dat heeft het rapport ‘De Energie van Hilversum’ opgeleverd, dat wij hierbij aan u aanbieden. Goed om te zien dat de aanbevelingen uit dit rapport in een zelfde richting gaan als die in het rapport van de Rekenkamer. Kernpunt in het rapport van het Klimaatverbond is de bestaansmogelijkheid voor beide energiecoöperaties in de Hilversumse context, in een tijd waarin de energietransitie vraagt om een schaalsprong en (verdere) professionalisering. Het Klimaatakkoord dwingt tot een veel grotere snelheid bij de besparing van energie en de opwek van duurzame energie. Dat raakt elk huishouden en elk bedrijf en daarom wil de gemeente dat in goede samenwerking doen met betrokkenheid van zoveel mogelijk inwoners. Burgerinitiatieven, soms uitgroeiend tot een energiecoöperatie, zijn daarbij belangrijk. Maar de schaal van Hilversum en de verdienmogelijkheden van een energiecoöperatie hier, zijn beperkt. En toch zijn serieuze inkomsten nodig om voldoende te kunnen professionaliseren, noodzakelijk voor een zo omvangrijke aanpak. Voor één coöperatie is dat al lastig, voor twee lijkt dat niet goed mogelijk, aldus het Klimaatverbond. Keuzes zijn dus onvermijdelijk. Het college volgt die analyse en is bereid de noodzakelijke keuzes te maken.
Consequenties Het college gaat aan de slag met zowel de aanbevelingen uit het recente Rekenkamerrapport over dit onderwerp, als met de conclusies en aanbevelingen van het Klimaatverbond. Met beide energiecoöperaties HilverZon en HET zijn daar inmiddels gesprekken over gestart, nadat ze eerder al betrokken waren bij de opstelling van het rapport en de presentatie er van door het Klimaatverbond Nederland. Overigens zijn beide besturen van de energiecoöperaties zelf ook al enige tijd in gesprek om verdergaande samenwerking te verkennen. Hoe die samenwerking er precies uit gaat zien, hangt van de gesprekken af. Zonder iets af te doen aan de zelfstandigheid van de energiecoöperaties en hun eigen keuzes, zal het college aansturen op vérgaande samenwerking of fusie van HilverZon en HET, in elk geval op het gebied van verduurzaming van de gebouwde omgeving en opwek van duurzame energie. Dat is niet alleen bedrijfseconomisch nodig, ook voor de inwoners schept dat duidelijkheid. Zo’n grote verandering kost natuurlijk tijd, maar toch is voortvarendheid geboden omdat de ontwikkelingen snel gaan. Het college is zich bewust dat ze nu veel vraagt van beide energiecoöperaties, maar wil daar ook een goede, langjarige samenwerking tegenover stellen. Met dat perspectief is Hilversum het best gediend.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
D. Emmer
P.I. Broertjes
2