Bijlage F - Aanzet tot gebiedsagenda's
Tekst van het document
Bijlage F Aanzet tot gebiedsagenda’s
Inleiding In de ontwerp Omgevingsvisie is in hoofdstuk 5 het instrument van de ‘gebiedsagenda’s’ opgenomen. Dit kwam voort uit de wens van inwoners, ondernemers en organisaties om de Omgevingsvisie gebiedsgericht uit te werken: wat kan er en wat is er nodig? In de vele verschillende gebieden kunnen zo allerlei vraagstukken op gebiedsniveau besproken worden en vele ideeën voor specifieke wijken en buurten uit de participatie voor de Omgevingsvisie een plek krijgen. Goede gebiedsagenda’s maken het gemakkelijker om tot passende initiatieven te komen, draagvlak te verwerven en de initiatieven goed te kunnen toetsen. Gebiedsagenda’s zijn niet nieuw. Een bekende reeds bestaande gebiedsagenda is die voor postcodegebied 1221. Daarnaast werken we al aan delen van gebiedsagenda’s: wijkgerichte uitwerkingen van de woonvisie voor de Meent (2023) en Kerkelanden (2024), een gebiedsagenda voor het centrum en voor het bedrijventerreinen Zuidwest. In het coalitieakkoord is ook een gebiedsagenda voor het Media Park genoemd. Uit de zienswijzen blijkt dat veel inwoners en organisaties het werken met gebiedsagenda’s een goed idee vinden.
En er worden suggesties gedaan voor concrete maatregelen, zoals over de ontwikkeling van hofjes van de toekomst in Kerkelanden, de ontwikkeling van het Puik-complex, prioritering in de openbare ruimte op De Gijsbrecht en Havenstraat, over de ontwikkeling van agrarische bedrijven bij de Meent. Niet al deze specifieke zienswijzen krijgen direct een plek in de Omgevingsvisie, maar kunnen beter in de gebiedsagenda’s bekeken worden. Niet alle gebieden zijn gelijk, dus ook de agenda per gebied kan verschillen, net naargelang wat in een gebied nodig is. Tegelijk helpt het als we voor alle gebiedsagenda's dezelfde kwaliteitseisen hanteren wat betreft informatie, analyse en participatie. De zienswijzen geven aanleiding om de gebiedsagenda’s wat concreter in de Omgevingsvisie op te nemen: wat is er nog nodig om tot goede gebiedsagenda’s te komen? En aan welke thema’s kan je denken? We vinden het belangrijk perspectief te schetsen, maar ook ruimte in denken, leren en ontwikkelen over te laten. Daarom blijven we deze bestuursperiode aan de slag met het Stationsgebied en Arenapark. En maken we gebiedsagenda's voor het centrum, de Meent, Kerkelanden, Media Park en Zuidwest. In een volgende collegeperiode kunnen nieuwe gebiedsagenda's opgepakt worden, al naar gelang er aanleiding is om met een gebied aan de slag te gaan.
Achtereenvolgens gaan we in deze notitie in op: 1.
De plek van de gebiedsagenda’s ten opzichte van andere instrumenten uit de Omgevingsvisie
2.
Wat is nodig om tot gebiedsagenda’s te komen? Daarbij sluiten we aan op de adviezen van de commissie MER en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
3.
Welke thema’s kunnen aan de orde komen? 2
1. De plek van de gebiedsagenda’s Onderstaand schema geeft verschillende instrumenten weer die in de Omgevingsvisie worden genoemd. Ze zijn afgeleid van de instrumenten van de Omgevingswet en de opbouw van de Omgevingsvisie. Er is een onderscheid tussen instrumenten voor inhoud en regels. Het schema maakt inzichtelijk hoe ze zich ten opzichte van elkaar verhouden. De Omgevingsvisie staat bovenaan. Die benoemt de richting en de doelen. In programma’s worden die doelen concreet gemaakt. De agenda’s daaronder bevatten maatregelen gericht op uitvoering. Dit kunnen projecten, actieplannen, handboeken of gebiedsagenda’s zijn. Ze zijn vaak op de korte termijn gericht (bijvoorbeeld een bestuursperiode) en hebben een duidelijk begin en een einde en een doorkijk naar de periode daarna. Een voorbeeld voor de gebiedsagenda voor de Meent is uitgewerkt: we werken nu aan een stukje van de gebiedsagenda. Daarnaast wordt in het wijkgericht werken door wijkregisseurs gewerkt met ‘wijkplannen’: thema’s die in het hier en nu actueel zijn.
3
2. Wat is nodig om een agenda te maken? Voor elke gebiedsagenda maken we allereerst een Startnotitie die door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Daarin zijn kaders/randvoorwaarden, aanpak, het participatieproces, de betrokkenheid van de raad, tijdpad en kosten opgenomen. Wat betreft de participatie is van belang dat voor de start van elke gebiedsagenda een goed participatieplan is gemaakt, dat bevordert dat ook moeilijk bereikbare doelgroepen kunnen deelnemen en inwoners naar gelang van hun belangstelling kunnen meedoen. Uit eerdere ervaringen met ‘wijkagenda’s’ blijkt dat sommige inwoners overal bij betrokken willen zijn en sommige inwoners alleen behoefte hebben aan het kunnen noemen van prioritaire maatregelen. De eerste stap is vervolgens het analyseren van beschikbare informatie om een ‘Foto’ van het gebied te maken. Het gaat om informatie over alle drie de pijlers uit de Omgevingsvisie: duurzaam, actief en meedoen. Denk aan ruimtelijke structuren, culturele waarden, economische functioneren, de demografische en sociaaleconomische ontwikkelingen, gebruik van de openbare ruimte, milieu, klimaat, energie en eigendomssituatie. Uit die analyse volgen mogelijkheden, uitdagingen en kansen voor de toekomst van een gebied.
Veel informatie voor de analyse is al beschikbaar, bijvoorbeeld op Open Hilversum, uit de jaarlijkse Hilversum Monitor en natuurlijk uit de participatie voor de Omgevingsvisie (rapport ‘inwoners aan het woord’). Dat laatste document bevat per wijk veel concrete ideeën en knelpunten om in de verschillende wijken mee aan de slag te gaan en die niet allemaal direct in de Omgevingsvisie zijn terug te vinden. De ‘Foto’ is de start voor het gesprek met inwoners, ondernemers en organisaties: wat zijn de kwaliteiten, kansen en uitdagingen? Wat kan er en is er nodig? Hoe krijgen de opgaven uit de Omgevingsvisie een plek in de verschillende gebieden? We volgen daarbij de adviezen vanuit de planMER en passende beoordeling (bijlage H en I) over nader uit te voeren onderzoeken, adviezen van de commissie MER voor het opstellen van een toetsingskader (bijlage B) en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (bijlage C) voor het maken van goede ruimtelijke onderleggers, gebaseerd op goede cultuurhistorische en stedenbouwkundige analyses. Dit is uitgewerkt in bijlage E. Het is niet alleen van belang om het startpunt goed te markeren, maar ook om de effecten van alle voorstellen goed in beeld te brengen. 4
Goed geïnformeerd van start Gebiedsagenda’s beginnen dus met een goede foto. De gebiedstypen en waardevolle structuren uit de Omgevingsvisie zijn een belangrijk vertrekpunt. Verder is veel informatie al beschikbaar op Open Hilversum. Daarnaast zijn in de ontwerp Omgevingsvisie nog verschillende nadere onderzoeken aangekondigd, zoals:
•
Biodiversiteit: detailinformatie over de voorkomende soorten in Hilversum
•
Kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in relatie tot de nieuwe Kaderrichtlijn en de noodzaak van voorzieningen voor afvoer, infiltratie en buffering van hemelwater.
•
Trends en ontwikkelingen met betrekking tot fietsverkeer, wandelen en verkeersveiligheid en de potenties van vrijkomende ruimte door minder parkeren.
•
Drukte in de ondergrond: mogelijkheden om kabels en leidingen op een andere manier te orden ten behoeve van groen en benodigde infrastructuur voor de energietransitie.
•
Trends en ontwikkelingen met betrekking tot de demografische opbouw en gezondheid in Hilversum en met betrekking tot de ontwikkeling, toegankelijkheid en het aanbod van woningen en voorzieningen per wijk. Ontwikkel richtinggevende normen. Specifiek aandacht voor benodigde onderwijsvoorzieningen, huisvesting van huisartsen en de omvang van de ruimtevraag van sporten in de openbare ruimte.
•
Ontwikkelingen met betrekking tot externe veiligheid en de stapeling van geluid
•
De behoefte aan arbeidsplaatsen vanuit bevolkingsgroei en vraagontwikkeling bedrijven, zowel de algemene arbeidsvraag in de periode tot 2040 en de arbeidsvraag gericht op het inzetten van mensen die nu aan de kant staan.
•
De verhuisbereidheid van bedrijven, zoals kantoorachtige bedrijvigheid van de bedrijventerreinen naar het Arenapark, het station en het centrum om zo meer ruimte te bieden voor praktijkgeschoolde activiteiten op het bedrijventerrein.
5
3. Schaalniveau van gebiedsagenda’s In de ontwerp Omgevingsvisie was een tekst opgenomen die de zoektocht naar het juiste schaalniveau van gebiedsagenda’s beschreef. De figuur hiernaast toonde een schaalniveau waarop duidelijk ruimtelijke afhankelijkheden bestaan tussen ontwikkelingen kansen en opgaven. In de zienswijzen en het politieke debat over de ontwerp Omgevingsvisie is hier niet direct op gereageerd. Niet helemaal duidelijk is dus in hoeverre inwoners en organisaties zich met dit voorstel identificeren. Wel valt op dat veel insprekers in hun reacties verwijzen naar bestaande woonbuurten, werklocaties en gemengde gebieden. Daarbij komt dat in het samenwerken met partners de huidige (postcode-)gebieden vaak worden gebruikt en er ook veel informatie op dit niveau beschikbaar is.
We doen daarom een concreet voorstel dat daarmee in lijn ligt: gebiedsagenda’s voor herkenbare woonbuurten, werklocaties en gemengde gebieden. Dat dit leidt tot een groot aantal agenda’s, accepteren we. Op de volgende pagina geven we een indruk van de inhoudsopgave van een gebiedsagenda en brengen we in beeld welke (deel-)agenda’s er al zijn of worden opgesteld. De volgorde en timing van daarop volgende gebiedsagenda’s zijn nog te bepalen.
6
Globale indeling De gebiedsagenda’s krijgen globaal de volgende indeling: 1. Scope van de gebiedsagenda en de verhouding ervan tot de Omgevingsvisie 2. Overzicht van beschikbare informatie (foto): feiten en cijfers, analyses (cultuurhistorisch, sociaal, fysiek, economisch, trends en ontwikkelingen, eigendomssituaties), bepalingen in bestemmingsplannen. Dit uit zich o.a. een beschrijving van het karakter (identiteit, beperkingen, kansen) van het gebied, een ruimtelijk programmatische structuur en een beoordelingskader van de huidige situatie (zie bijlage D). 3. De opbrengst van participatie tijdens het traject Omgevingsvisie, gesprekken in de wijk met inwoners, ondernemers en organisaties.
4. De belangrijkste gebiedsopgaven uit de Omgevingsvisie uit analyses en gesprekken met inwoners, ondernemers en organisaties. 5. Een duiding van de ruimte voor verandering voor de belangrijkste oplossingen en maatregelen 6. Beoordeling van de effecten van oplossingen en maatregelen op basis van het toetsingskader (zie bijlage D). Hierin wordt duidelijk wat de effecten op gebiedsniveau zijn en de relatie met de doelen uit de Omgevingsvisie gelegd. Dit wordt visueel gemaakt zoals beschreven in bijlage E. 7. Afspraken over uitvoering de ideeën en toetsing van initiatieven. De gebiedsagenda’s worden – net als de Omgevingsvisie – te zijner tijd gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl of de opvolger daarvan onder de Omgevingswet die per 1 januari 2024 in werking treedt. Dat betekent dat ze qua vormgeving (ook) moeten voldoen aan vereisten voor publicatie. Dat vinden we belangrijk, omdat de gebiedsagenda’s een rol gaan spelen in het beoordelen van initiatieven (zie bijlage D). 7
Lopende gebiedsagenda’s en mogelijke thema’s Er is al een actuele gebiedsagenda voor postcodegebied 1221. In deze coalitieperiode zijn we aan de slag met het Stationsgebied en Arenapark. We maken gebiedsagenda's voor het centrum, de Meent, Kerkelanden, Media Park en bedrijventerreinen Zuidwest. De aanleiding voor de gebiedsagenda’s voor de Meent en Kerkelanden is de woonvisie. De gebiedsagenda Centrum ligt als uitvoeringsgerichte agenda ter besluitvorming bij de gemeenteraad op 19 juli 2023. In een volgende bestuursperiode kunnen er nieuwe gebiedsagenda's opgepakt worden, al naar gelang er aanleiding is om met een gebied aan de slag te gaan. Om een algemene indruk te geven van de thema’s die in de gebiedsagenda’s aan de orde kunnen komen, staan op de volgende pagina de thema’s die door wijkregisseurs zijn opgehaald in de wijken van Hilversum. De gemeenteraad heeft dit overzicht gezien tijdens de Beeldvormende Sessie over Wijken en Buurten op 10 mei. Tussen en binnen de wijken verschillen de thema’s. Dit overzicht geeft dus een algemene indruk.
8
9