CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage: Bodemkwaliteitskaart en Bodemfunctieklassenkaart-1 Hilversum 2025

GEMEENTERAAD 10 december 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststelling geactualiseerde bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart gemeente Hilversum (1840865)30.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BODEMKWALITEITSKAART 2025 GEMEENTE HILVERSUM 19 MEI 2025

WSP NEDERLAND B.V. RINGWADE 41 3439 LM NIEUWEGEIN +31 (0)88 910 20 00 wsp.com/nl

PROJECTNUMMER SOB020580 DOCUMENTNUMMER SOB020580.RAP002

CONTACTPERSONEN GEMEENTE HILVERSUM

CONTACTPERSONEN WSP NEDERLAND B.V.

AUTORISATIE PROJECTNUMMER

DOCUMENTNUMMER

STATUS

SOB020580

SOB020580.RAP002

Definitief

OPGESTELD DOOR

FUNCTIE

DATUM

Adviseur

19 mei 2025

FUNCTIE

DATUM

Senior adviseur / projectleider

19 mei 2025

GEVERIFIEERD EN GOEDGEKEURD DOOR

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

PARAAF

PARAAF

WSP 19 mei 2025 pagina 2/24

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING

5

1.1

Aanleiding en doelstelling

5

1.2

Leeswijzer

5

2

BODEMFUNCTIEKLASSENKAART

6

3

BODEMKWALITEITSKAART

8

3.1

Stap 1: Programma van eisen

8

3.2

Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden

9

3.3

Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensbewerking

10

3.3.1

Selecteren beschikbare gegevens

10

3.3.2

Het samenvoegen van punt- en mengmonsters

10

3.3.3

Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet

10

3.3.4

Het opsporen van uitbijters

11

3.4

Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied

11

3.4.1

Aantal en spreiding meetgegevens

11

3.4.2

Splitsen van deelgebieden

12

3.5

Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie en vaststellen definitieve deelgebieden en bodemkwaliteitszones

12

3.6

Stap 7: Karakteriseren bodemkwaliteitszones

13

3.7

Stap 8: Bodemkwaliteit

15

3.7.1

Inleiding

15

3.7.2

Kaart met uitgesloten locaties en gebieden

15

3.7.3

Ontgravingskaart op basis van algemene regels

15

3.7.4

Toepassingskaart op basis van algemene regels

16

3.8

Bijzondere omstandigheden

18

4

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

19

BRONVERMELDINGEN

24

OVERZICHT BIJLAGEN Bijlage 1 —

Begrippenlijst

Bijlage 2 —

Selectiewijze dataset bodemkwaliteitskaart

Bijlage 3 —

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

Specificatie uitbijters

WSP 19 mei 2025 pagina 3/24

Bijlage 4A —

Statistische parameters NEN5740 bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem)

Bijlage 4B —

Statistische parameters PFAS-verbindingen bodemkwaliteitszones (gemeten waarden)

Bijlage 4C —

Statistische parameters NEN5740 bodemkwaliteitszones (gemeten waarden)

OVERZICHT KAARTBIJLAGEN Kaartbijlage 1 —

Bodemfunctieklassenkaart

Kaartbijlagen 2A —

Deelgebiedenkaart

Kaartbijlagen 2B —

Bodemkwaliteitszonekaart

Kaartbijlagen 3 —

Ontgravingskaarten op basis van algemene regels

Kaartbijlagen 4 —

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

Toepassingskaarten op basis van algemene regels

WSP 19 mei 2025 pagina 4/24

1

INLEIDING

1.1

AANLEIDING EN DOELSTELLING

De (tijdelijke) opslag en het functioneel toepassen van grond en gerijpte baggerspecie valt onder de regelgeving van de Omgevingswet [1] en het Besluit bodemkwaliteit [2] (hierna ‘het Besluit’). Om onderzoekskosten en -tijd te besparen, en milieuvriendelijk grondstromenbeleid te voeren, wil de gemeente Hilversum voor haar grondgebied een bodemkwaliteitskaart laten opstellen. Ook wil de gemeente de in 2008 opgestelde gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart actualiseren. Doel van de bodemkwaliteitskaart is om een actueel en dekkend beeld te krijgen van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit in de gemeente. Achterliggend doel is om gebruik te kunnen blijven maken van de mogelijkheden die het Besluit en de Omgevingswet bieden: — Als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van te hergebruiken grond en van de ontvangende bodem dat bij de milieuverklaring bodemkwaliteit kan worden gevoegd (hierdoor hoeven minder partijkeuringen en bodemonderzoeken te worden uitgevoerd wat een kosten- en tijdbesparende factor is bij grondverzet). — Als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit bij grondverzet dat bij de milieuverklaring bodemkwaliteit kan worden gevoegd (bijvoorbeeld bij het graven van sleuven of het aanbieden van grond aan een erkend verwerker).

— Om indicatief de veiligheidsklasse te bepalen voor graafwerkzaamheden in plaats van een bodemonderzoek (volgens de CROW publicatie 400). — Om onder voorwaarden onder de Omgevingswet vrijstelling van bodemonderzoek mogelijk te maken bij omgevingsvergunningsaanvragen (activiteit bouwen en/of activiteit ruimtelijke ontwikkeling). Als uit een vooronderzoek volgens de NEN5725 1 blijkt dat de betreffende locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart (zie hoofdstuk 4 voor de voorwaarden), kan de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt om de kwaliteit van de bodem aan te tonen in plaats van een bodemonderzoek. — Om onder de Omgevingswet te gebruiken bij de interpretatie van een eindsituatie onderzoek na het beëindigen van een bodembedreigende activiteit als geen nulonderzoek bodem is uitgevoerd. Doel van het aanpassen van de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart is: — Dat de bodemfuncties ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ meer in overeenstemming met de huidige inrichting en toekomstige ontwikkelplannen op de kaart worden weergegeven. — Om terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen vast te stellen.

1.2

LEESWIJZER

In hoofdstuk 2 staat beschreven hoe de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart is aangepast. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de werkwijze en resultaten weergegeven van de bodemkwaliteitskaart. Deze rapportage wordt afgesloten met een samenvatting en conclusies. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte begrippen is opgenomen in bijlage 1.

1

NEN 5725 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 5/24

2 BODEMFUNCTIEKLASSENKAART Op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1) wordt in overeenstemming met artikel 5.89p Besluit kwaliteit leefomgeving [3] de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties 'Industrie', 'Wonen' en ‘Landbouw/natuur’ aangegeven. De bodemfunctieklassenkaart wordt ook gebruikt voor: — Het mede bepalen van de eisen waaraan de toe te passen grond moet voldoen (zie ook § 3.7.4). De kwaliteitseis van de toe te passen grond wordt bepaald aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse én de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’). — Het vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen (artikel 4.1242 Besluit activiteiten leefomgeving [4]). De eerder vastgestelde gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart (2008) is aangepast. Met de aanpassingen zijn de gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ meer in overeenstemming met de huidige inrichting en toekomstige ontwikkelplannen weergegeven. In tabel 2.1 is de indeling van gebruiksvormen gegeven die in de bodemfunctieklassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ vallen.

Opgemerkt wordt dat kleinere/dynamische elementen zoals bijvoorbeeld bermen en individueel aangewezen percelen uit bestemmingsplannen niet volledig op de kaart zijn afgebeeld. Tabel 2.1 Indeling gebruiksvormen in bodemfunctieklassen BODEMFUNCTIEKLASSE GEBRUIKSVORM

Industrie

— Rijkswegen en provinciale wegen inclusief de onverharde bermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de verharding). — Spoorwegen inclusief de onverharde bermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de rails). — Aangewezen gemeentelijke wegen inclusief de onverharde bermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de verharding). — (Toekomstige) industrie- en bedrijfsterreinen. — Percelen in het buitengebied met de bestemming industrie/bedrijf.

Wonen

— Overig bebouwd gebied niet vallende onder functie industrie. — Grondgebonden woningen gelegen op industrieterreinen (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan). — Begraafplaatsen. — Percelen in het buitengebied met de bestemming wonen. — Openbaar groen en sportvelden, voor zover niet vallende onder functie Landbouw/natuur.

Landbouw/natuur

— — — — —

Vliegveld Hilversum. Agrarische gebieden. Volkstuin- en moestuincomplexen. Openbaar groen en sportvelden, voor zover niet vallende onder functie Wonen. Door de provincie Noord-Holland aangewezen natuurgebieden.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 6/24

BERMEN Onder de onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur 2.1): — de erfgrens of; — de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; — de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; — als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast.

Figuur 2.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009).

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 7/24

3 BODEMKWALITEITSKAART De bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de Handreiking bodemkwaliteitskaarten [5]. Er is gewerkt volgens het in de Handreiking bodemkwaliteitskaarten opgenomen stappenplan. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven, die in de volgende paragrafen nader worden toegelicht. In de Handreiking bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat de stappen niet chronologisch gevolgd hoeven te worden. Wél is het noodzakelijk dat alle stappen terugkomen in de werkwijze bij het vervaardigen van de bodemkwaliteitskaart. Stap 1: Stap 2: Stap 3: Stap 4: Stap 5: Stap 6: Stap 7: Stap 8:

Opstellen programma van eisen (§ 3.1). Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken (§ 3.2). Gegevensverzameling en gegevensbewerking (§ 3.3). Indelen bodembeheergebied in deelgebieden (§ 3.2). Controle indeling van het bodembeheergebied (§ 3.4). Verzamelen aanvullende informatie (§ 3.5). Vaststellen bodemkwaliteitszones. (§ 3.6). Opstellen kaartlagen (§ 3.7).

3.1

STAP 1: PROGRAMMA VAN EISEN

Voor deze bodemkwaliteitskaart zijn de volgende definities vastgesteld: — Het bodembeheergebied van de bodemkwaliteitskaart omvat het gehele grondgebied van de gemeente Hilversum. — De bodemkwaliteitskaart wordt opgesteld voor de landbodem voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2 meter diepte. — De volgende locaties en gebieden worden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart bron (voor wat betreft de ontgravingskaart): • Rijkswegen, provinciale wegen, bovengrondse spoorgebonden gronden inclusief de onverharde bermen (andere beheerorganisatie). • Aangewezen gemeentelijke wegen (verdacht voor bodemverontreiniging). • Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging als gevolg van een lokale bron, zoals bijvoorbeeld: — Locaties met een duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een chemische wasserij, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen) etc.. — Locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen2 in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende3 en verwerkende bedrijven4, inzet blusschuim5 en secundaire bronnen6). • (Voormalige) stortplaatsen. • Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (oud) of de Omgevingswet.

2

3 4

5

6

Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 8/24

• Voormalige gasfabriek / huidige Villa Industria. • De Stortterreinen/Vloeivelden Oost. • De voormalige stortplaats “Bosje van Zeverijn”. • De bodemlaag dieper dan 2 meter onder het maaiveld Ook de waterbodems (niet in beheer van de gemeente) en het grondwater worden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. — De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor: • Het standaard NEN5740 stoffenpakket: barium (zie bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Hierbij zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2 meter onderscheiden. • De PFAS-verbindingen 7. Vanwege het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie [5] moet in de te hergebruiken grond of baggerspecie de kwaliteit voor PFAS-verbindingen bekend zijn. Voor de PFAS-verbindingen in de bodemkwaliteitskaart zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 1 meter diepte onderscheiden.

De bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 1 meter diepte zijn verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen als gevolg van atmosferische depositie, uitspoeling van PFAS uit de bovenlaag naar de onderliggende bodemlaag en grondroering. — De bodemkwaliteitskaart wordt gebaseerd op basis van de beschikbare gegevens uit het gemeentelijke bodeminformatiesysteem.

3.2 STAPPEN 2 EN 4: ONDERSCHEIDENDE GEBIEDSKENMERKEN EN INDELEN BODEMBEHEERGEBIED IN DEELGEBIEDEN De basis van de bodemkwaliteitskaart is het identificeren van onderscheidende gebiedskenmerken. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Op basis van de bodemopbouw, de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, de geomorfologie en het huidig gebruik wordt een deelgebiedenkaart gedefinieerd. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Voor deze bodemkwaliteitskaart is in overleg met de gemeente een indeling gemaakt voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte (aangeduid met codering ‘B’), de alleen voor PFASverbindingen gedefinieerde tussenlaag (bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte; aangeduid met codering ‘T’) en de bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte (aangeduid met codering ‘O’). Ook is uitgegaan van de deelgebieden van de eerder opgestelde bodemkwaliteitskaart[6]. In overleg met de gemeente zijn een aantal gebieden samengevoegd tot nieuwe deelgebieden (zie tabel 3.1 en de kaartbijlage 2A).

7

Het betreft de 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019: https://iplo.nl/publish/pages/224246/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 9/24

Tabel 3.1 Deelgebieden DEELGEBIED

OMSCHRIJVING

B PFAS BOVENGROND

Gemeente Hilversum

T PFAS TUSSENLAAG

Gemeente Hilversum

B1/O1

Historische bebouwing (oude BKK-zones <1900, ±1900, aangevuld met de Bloemenbuurt)

B2/O2

Oudere uitbreidingen (oude BKK-zones 1920-1947, 1947-1970, aangevuld met Trompenburg en Arubalaan)

B3/O3

Recente uitbreidingen (oude BKK-zone > 1970)

B4/O4

Buitengebied (oude BKK-zones zand en veen)

Codering ‘B’: Codering ‘T’: Codering ‘O’:

Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte. Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte.

3.3 STAP 3: GEGEVENSVERZAMELING EN GEGEVENSBEWERKING 3.3.1 SELECTEREN BESCHIKBARE GEGEVENS De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de gemeente Hilversum waarin bodemgegevens van de gemeente worden geregistreerd en beheerd. In bijlage 2 staat een overzicht van de selecties die zijn uitgevoerd om tot een representatieve dataset voor deze bodemkwaliteitskaart te komen.

3.3.2 HET SAMENVOEGEN VAN PUNT- EN MENGMONSTERS De dataset voor deze bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met meetgegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de meetgegevens [7]. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met meetgegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de meetgegevens van de mengmonsters éénmaal meegenomen.

3.3.3 HET VERVANGEN VAN WAARDEN BENEDEN DE DETECTIELIMIET Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Handreiking bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 10/24

De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen.

3.3.4 HET OPSPOREN VAN UITBIJTERS Ondanks dat er representatieve meetgegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge of lage gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door lokale bronnen die niet als zodanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd. Voor de extreme gehalten is nagegaan of deze tot een lokale bron, type- of meetfout zijn te herleiden. In die situaties zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd of aangepast. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters.

3.4 STAP 5: CONTROLE INDELING VAN HET BODEMBEHEERGEBIED 3.4.1 AANTAL EN SPREIDING MEETGEGEVENS De Handreiking bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van meetgegevens per deelgebied: — Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 meetgegevens beschikbaar. — De meetgegevens liggen voldoende ruimtelijk verspreid over het deelgebied: • Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer meetgegevens beschikbaar. • Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 meetgegevens beschikbaar. — Per beheergebied (het gebied waar de bodemkwaliteitskaart voor wordt opgesteld) moeten minimaal 30 PFASmeetgegevens beschikbaar zijn per bodemlaag. Hiermee wordt gebruik gemaakt van de systematiek van de Handreiking bodemkwaliteitskaarten voor het uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart met de stoffen kobalt, molybdeen en PCB. Deze systematiek mag volgens het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond [8] ook voor PFAS-verbindingen worden gebruikt. De deelgebieden “B1/O1 Historische bebouwing” en “B2/O2 Oudere uitbreidingen” voldoen aan de minimumeisen. De deelgebieden “B3/O3 Recente uitbreidingen” en “B4/O4 Buitengebied” voldoen niet aan de eisen voor de ruimtelijke spreiding en het minimum aantal meetgegevens.

Op basis van de beschikbare meetgegevens valt de verwachte kwaliteit van beide deelgebieden in de kwaliteitsklasse “Landbouw/natuur”. In overleg met de gemeente zijn voor zowel de bodemlaag 0-0,5 m-mv als 0,5-2 m-mv beide deelgebieden samengevoegd: “B3/O3 Recente uitbreidingen en buitengebied”. Door deze samenvoeging voldoet het nieuwe deelgebied aan de minimumeisen.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 11/24

Uit de beschikbare gegevens voor PFAS-verbindingen blijkt dat niet altijd wordt voldaan aan de minimumeis van 30 beschikbare meetgegevens of een goede ruimtelijke spreiding: — Bodemlaag 0-0,5 m-mv: Ruim voldoende meetgegevens (84 stuks) maar de ruimtelijke spreiding is matig. — Bodemlaag 0,5-1 m-mv: Onvoldoende meetgegevens (7 stuks) en dus een onvoldoende ruimtelijke spreiding. Om aanvullende meetgegevens voor PFAS-verbindingen te verzamelen is aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. In § 3.5 is hier nader op ingegaan.

3.4.2 SPLITSEN VAN DEELGEBIEDEN Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van WSP bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen, minerale olie en PFAS-verbindingen een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en polychloorbifenylen (PCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten. De overzichten van de variatiecoëfficiënten staan in bijlage 4A en bijlage 4B (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat in een aantal deelgebieden voor kwik, PAK en/of enkele PFAS-verbindingen sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. De locaties waar de relatief hoge waarden zijn vastgesteld vertonen binnen de deelgebieden zelf geen ruimtelijke clustering. De relatief hoge variatiecoëfficiënten geven daarmee geen aanleiding tot het splitsen van deelgebieden.

3.5 STAP 6: VERZAMELEN AANVULLENDE INFORMATIE EN VASTSTELLEN DEFINITIEVE DEELGEBIEDEN EN BODEMKWALITEITSZONES Zoals in § 3.4.1 is gesteld voldoen een aantal van de onderscheiden deelgebieden niet aan de minimumeis voor PFASverbindingen (minimaal 30 meetgegevens) en hebben een onvoldoende ruimtelijke spreiding. Om deze redenen is aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd [9]. De verkregen aanvullende meetgegevens zijn toegevoegd aan de dataset van de bodemkwaliteitskaart. Op de meetgegevens zijn voorbewerkingen uitgevoerd zoals zijn beschreven in § 3.3.3 en § 3.3.4. Er zijn hierbij geen aanvullende uitbijters aangetroffen. Na het toevoegen van de aanvullende meetgegevens en uitgevoerde voorbewerkingen voldoen de deelgebieden aan de minimumeis voor PFAS-verbindingen én hebben de meetgegevens een goede ruimtelijke spreiding. De deelgebieden worden daarom definitief vastgesteld. De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones van de gemeente. De gedefinieerde bodemkwaliteitszones zijn weergegeven in tabel 3.2 en de kaartbijlage 2B. Tabel 3.2 Bodemkwaliteitszones BODEMKWALITEITSZONE

OMSCHRIJVING

B PFAS BOVENGROND

Gemeente Hilversum

T PFAS TUSSENLAAG

Gemeente Hilversum

B1/O1

Historische bebouwing

B2/O2

Oudere uitbreidingen

B3/O3 Codering ‘B’: Codering ‘T’: Codering ‘O’:

Recente uitbreidingen en buitengebied Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte. Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 12/24

3.6 STAP 7: KARAKTERISEREN BODEMKWALITEITSZONES De gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitszones (zie bijlage 4A en bijlage 4B, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022 [10] (hierna ‘de Regeling 2022’) en de normen uit het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie [11]. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur, Wonen, Industrie, Matig verontreinigd of Sterk verontreinigd. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie ook § 3.7.3 en bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart op basis van algemene regels’). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één of twee stoffen wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied.

Dit kan zich met name voordoen bij licht verontreinigde industriegebieden. In de gemeente komt deze situatie voor in de bodemkwaliteitszone “B1 Historische bebouwing”. De in bijlage 4A gepresenteerde statistische parameters zijn als volgt tot stand gekomen: op basis van de gemeten gehalten in de dataset van de bodemkwaliteitskaart zijn de statistische parameters berekend. Deze statistische parameters zijn met het gemiddelde lutum- en organisch stofgehalte omgerekend naar gestandaardiseerde waarden. Dit is een afwijking op de Handreiking bodemkwaliteitskaarten, maar een gehandhaafde werkwijze van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (oud). De werkwijze van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (oud) hanteert WSP al sinds 2008. Deze methode heeft als bijkomend voordeel dat ook bodemmonsters waar het lutum- en/of organisch stofgehalte niet gemeten is, toch 1:1 in de dataset kunnen worden meegenomen. Ook is de ervaring van WSP dat er soms verschillen optreden in een classificatie van een bodemkwaliteitszone als alle meetgegevens per monster apart worden gecorrigeerd (op basis van het gemeten lutum- en organisch stofgehalte) of dat de statistische paramaters worden gebaseerd op basis van het gemiddelde lutum- en organisch stofgehalte van de betreffende zone. Het is ons niet bekend waarom deze verandering in de Handreiking bodemkwaliteitskaarten is opgetreden.

Het inhoudelijke deel van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (oud) zou beleidsneutraal zijn overgezet. Dat blijkt dus niet zo te zijn. In tabel 3.3 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In bijlage 4A en bijlage 4B zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (zie § 3.7.4). CONTROLE SANERINGSCRITERIUM In de Handreiking bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde bodemkwaliteit (zie bijlage IIa Besluit Activiteiten Leefomgeving) een controle op het saneringscriterium nodig is. Voor PFAS-verbindingen zijn geen interventiewaarden bodemkwaliteit beschikbaar maar zijn Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV’s) voor PFOS, PFOA en GenX gedefinieerd [12] 8. Bij een overschrijding van een interventiewaarde bodemkwaliteit is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. In de gemeente komt deze situatie niet voor. (zie tabel 3.4).

8

INEV’s: PFOA – 60 µg/kg ds, PFOS – 59 µg/kg ds, GenX – 57 µg/kg ds.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 13/24

HETEROGENITEIT Naast de percentielwaarden en variatiecoëfficiënt is ook de heterogeniteit van de meetgegevens berekend, volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje ‘Heterogeniteit’ in bijlage 1. In de gemeente is in meerdere bodemkwaliteitszones van zowel de bodemlaag 0-0,5 m-mv als 0,5-2,0 m-mv sprake van sterke heterogeniteit voor één of meerdere zware metalen, PFOS (som) en/of minerale olie (zie tabel 3.3). De overzichten van de heterogeniteitsindex per stof en per bodemkwaliteitszone staan in bijlage 4A en bijlage 4B (kolom 'Heterogeniteit'). Wanneer de diffuse bodemkwaliteit in een bodemkwaliteitszone sterk heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone kleiner. Voor de bodemkwaliteitszone waar een sterke heterogeniteit voor één of meerdere stoffen is vastgesteld zijn ruim voldoende meetgegevens aanwezig om het gemiddelde gehalte (en dus de kwaliteit) goed te beschrijven. Hierdoor is de heterogeniteit voor de gemeente geen aanleiding om aanvullend onderzoek voorafgaand aan het grondverzet te eisen. Tabel 3.3 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaag BODEMKWALITEITSKLASSE KWALITEITSBEPALENDE STERKE BODEMKWALITEITSZONE OBV ALGEMENE REGELS STOF HETEROGENITEIT Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte B PFAS bovengrond gemeente Hilversum

Landbouw/natuur (PFAS)

-

PFOS (som) [155]

B1 Historische bebouwing

Wonen

Kwik, lood, zink, PCB, PAK, minerale olie

Lood [280], nikkel [262], zink [264], minerale olie [232]

B2 Oudere uitbreidingen

Wonen

Cadmium, kwik, lood, PCB, PAK

Cadmium [197], minerale olie [188]

B3 Recente uitbreidingen en buitengebied

Landbouw/natuur

-

Minerale olie [57]

Bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2 meter diepte T PFAS tussenlaag gemeente Hilversum

Landbouw/natuur (PFAS)

-

-

O1 Historische bebouwing

Wonen

Kwik, lood, PCB

Minerale olie [168]

O2 Oudere uitbreidingen

Landbouw/natuur

-

-

O3 Recente uitbreidingen en buitengebied

Landbouw/natuur

-

-

Codering ‘B’: Codering ‘T’: Codering ‘O’:

Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte. Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 14/24

3.7 STAP 8: BODEMKWALITEIT 3.7.1 INLEIDING De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart. 3. De toepassingskaart. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten.

3.7.2 KAART MET UITGESLOTEN LOCATIES EN GEBIEDEN De gemeente Hilversum heeft voor deze bodemkwaliteitskaart een aantal locaties en gebieden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (zie hoofdstuk 4). Om te achterhalen of een locatie of gebied onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart, moet een vooronderzoek volgens de NEN5725 9 worden uitgevoerd waaruit blijkt dat de betreffende locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Bij het vooronderzoek kan bodeminformatie worden verzameld via de website van de gemeente Hilversum (https://hilversum.nl/bouwen-verbouwen/bodeminformatie; of volg via de homepage van de gemeente Hilversum het klikpad: Home ► Bouwen en Verbouwen ► Bodeminformatie). Óók is een deel van de benodigde informatie beschikbaar via het landelijke bodemloket: https://bodemloket.nl/kaart. De website van het landelijke bodemloket wordt op termijn vervangen door het loket van de Basisregistratie Ondergrond, het BROloket (https://www.broloket.nl/ondergrondgegevens). Deze informatie moet worden getoetst aan de criteria in hoofdstuk 4. Deze bodemkwaliteitskaart mag op de uitgesloten locaties en gebieden niet worden gebruikt: — Als bewijsmiddel bij een milieuverklaring bodemkwaliteit voor hergebruik van grond die wordt ontgraven uit deze gebieden.

— Als bewijsmiddel bij een milieuverklaring bodemkwaliteit om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. — Voor het verkrijgen van vrijstelling van bodemonderzoek bij omgevingsvergunningsaanvragen (activiteit bouwen en/of activiteit ruimtelijke ontwikkeling). — Bij de interpretatie van een eindonderzoek bodem na het beëindigen van een bodembedreigende activiteit als geen nulonderzoek bodem is uitgevoerd.

3.7.3 ONTGRAVINGSKAART OP BASIS VAN ALGEMENE REGELS De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een locatie/gebied die onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders functioneel wordt toegepast. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Deze informatie moet worden getoetst aan de criteria in hoofdstuk 4. De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (zie bijlage 4A en bijlage 4B, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling 2022 en de normen uit het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. De 9

NEN 5725 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 15/24

bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de ontgravingsklasse Landbouw/natuur, Wonen, Industrie, Matig verontreinigd of Sterk verontreinigd. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (zie ook § 3.6). De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart op basis van algemene regels’, ter vergelijking zie ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. In tabel 3.4 is de te verwachten ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in de kaartbijlagen 3. De kleuren in tabel 3.4 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen. Om de ontgravingskaarten kunnen gebruiken voor het indicatief vaststellen van een veiligheidsklasse bij graafwerkzaamheden, is in bijlage 4C een overzicht opgenomen van de statistische parameters voor zware metalen PCB, PAK en minerale olie die zijn gebaseerd op de gemeten gehalten in de dataset van de bodemkwaliteitskaart.

Tabel 3.4 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone VERWACHTE ONTGRAVINGSKLASSE OBV KWALITEITSBEPALENDE 95P > INTERVENTIEBODEMKWALITEITSZONE ALGEMENE REGELS STOF WAARDE Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte * B PFAS bovengrond gemeente Hilversum

Landbouw/natuur (PFAS)

-

-

B1 Historische bebouwing

Industrie

Zink, minerale olie

-

B2 Oudere uitbreidingen

Wonen

Cadmium, kwik, lood, PCB, PAK -

B3 Recente uitbreidingen en buitengebied

Landbouw/natuur

-

-

Bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2 meter diepte * T PFAS tussenlaag gemeente Hilversum

Landbouw/natuur (PFAS)

-

-

O1 Historische bebouwing

Wonen

Kwik, lood, PCB

-

O2 Oudere uitbreidingen

Landbouw/natuur

-

-

O3 Recente uitbreidingen en buitengebied

Landbouw/natuur

-

-

*:

Codering ‘B’: Codering ‘T’: Codering ‘O’:

In de bodemlaag 0-1 m-mv zijn de gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen lager dan de landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens/detectiegrens. Dit leidt mogelijk tot beperkingen bij het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. De bodemlaag 1,0 m-mv en dieper heeft een vergelijkbare kwaliteit als de bovenliggende bodemlaag 0,5-1 m-mv. Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte. Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte.

3.7.4 TOEPASSINGSKAART OP BASIS VAN ALGEMENE REGELS De toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem op basis van algemene regels’). Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 16/24

informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Deze informatie moet worden getoetst aan de criteria in hoofdstuk 4. In tabel 3.5 is de toepassingseis op basis van de algemene regels onder de Omgevingswet per bodemkwaliteitszone aangegeven. Op de kaartbijlagen 4 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 3.5 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart) en de kaartbijlagen 4. Tabel 3.5 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse (op basis van algemene regels en het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie). BODEMKWALITEITSZONE

BODEMFUNCTIES

BODEMKWALITEITSKLASSE

TOEPASSINGSEIS (OBV ALGEMENE REGELS) $

Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte Industrie B PFAS bovengrond gemeente Hilversum

Wonen

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur B1 Historische bebouwing

B2 Oudere uitbreidingen

Wonen Landbouw/natuur Industrie Wonen

Wonen

Wonen Landbouw/natuur

Wonen

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur (PFAS)

Industrie B3 Recente uitbreidingen en buitengebied

Wonen Landbouw/natuur

Bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2 meter diepte Industrie T PFAS tussenlaag gemeente Hilversum

Wonen Landbouw/natuur

O1 Historische bebouwing

O2 Oudere uitbreidingen

Wonen Landbouw/natuur Industrie Wonen

Wonen

Wonen Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie O3 Recente uitbreidingen en buitengebied

Wonen Landbouw/natuur

$:

Codering ‘B’: Codering ‘T’: Codering ‘O’:

De toepassingseisen voor PFAS-houdende grond zijn: - Toepassingseis Landbouw/natuur: Landelijke achtergrondwaarden. - Toepassingseis Industrie en Wonen: PFOA: 7,0 µg/kg ds, en andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds. Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte. Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 17/24

3.8 BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van voor bodemverontreiniging verdachte locaties, locaties met lokale verontreinigingen, gesaneerde locaties of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Op deze locaties wordt een afwijkende (slechtere) bodemkwaliteit dan in de omgeving verwacht. Daarom moet voorafgaand aan het grondverzet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In § 3.7.2 en hoofdstuk 4 van deze rapportage wordt nader ingegaan op de informatiebronnen om de uitgesloten locaties van de bodemkwaliteitskaart te achterhalen. Ook door de provincie of de gemeente aangewezen beschermingsgebieden vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorafgaand aan grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden restricties zijn ten aanzien van het grond- en baggerverzet. Voorbeelden hiervan zijn gebieden met archeologische, cultuurhistorische, of aardkundige waarden, Natura2000-gebieden of gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS).

De ligging van door de provincie aangewezen beschermingsgebieden kan worden achterhaald via de provinciale website: https://geoapps.noord-holland.nl/; de provincie kan hier aanvullende eisen stellen. Voor de ligging van de gemeentelijk beschermde gebieden (archeologie) kan deze website worden geraadpleegd: https://open-hilversum.hub.arcgis.com/pages/open-data-kaart (of klikpad https://open.hilversum.nl/ ► kaart ► cultuur en recreatie ► selecteer Archeologie); de gemeente kan hier aanvullende eisen stellen door bijvoorbeeld aanvullend onderzoek te laten uitvoeren, afhankelijk van de beschermingswaarde en/of oppervlakte en diepte van de activiteit. Ook kunnen eisen gesteld worden op welke wijze onderzoek moet plaatsvinden. Voorafgaand aan grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden er restricties zijn ten aanzien van het grond- en/of baggerverzet.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 18/24

4 SAMENVATTING EN CONCLUSIES Voor de gemeente Hilversum heeft WSP Nederland B.V. een bodemkwaliteitskaart opgesteld. Ook de eerder vastgestelde gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart (2008) is geactualiseerd. Met de bodemkwaliteitskaart is een actueel en dekkend beeld verkregen van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit in de gemeente. Met de aanpassingen van de bodemfunctieklassenkaart zijn de gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ meer in overeenstemming met de huidige inrichting en toekomstige ontwikkelplannen weergegeven. In de bodemkwaliteitskaart van de gemeente is het gemeentelijke grondgebied op basis van gebruik(shistorie) en bodemkwaliteit onderverdeeld in: — 3 bodemkwaliteitszones voor het standaard NEN5740 stoffenpakket 10 in de bodemlagen vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en vanaf 0,5 tot en met 2 meter (in totaal 6 bodemkwaliteitszones) — 2 bodemkwaliteitszones voor de PFAS-verbindingen 11 12 (bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1 m-mv). De bodemlaag vanaf 1 meter diepte heeft een vergelijkbare kwaliteit als de bovenliggende bodemlaag 0,5-1 m-mv. De bodemkwaliteitszones zijn weergegeven op de kaartbijlagen 2).

De volgende uitgesloten locaties en gebieden bron (voor wat betreft de ontgravingskaart) zijn afgebeeld op de kaartbijlagen: — Rijkswegen, provinciale wegen, spoorgebonden gronden inclusief de onverharde bermen (andere beheerorganisatie). — Aangewezen gemeentelijke wegen (verdacht voor bodemverontreiniging). — Voormalige gasfabriek / huidige Villa Industria. — De Stortterreinen/Vloeivelden Oost. — De voormalige stortplaats "Bosje van Zeverijn". Ook de waterbodems (niet in beheer van de gemeente) zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. De ligging van de volgende uitgesloten locaties en gebieden bron (voor wat betreft de ontgravingskaart) zijn, soms vanwege het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak, niet op de kaarten aangegeven: — Locaties met een duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een chemische wasserij, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen) etc.. — Locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende13 en verwerkende bedrijven14, inzet blusschuim15 en secundaire bronnen16). — (Voormalige) stortplaatsen.

10

11

12 13 14

15

16

Barium (zie bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. Het betreft de 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019: https://iplo.nl/publish/pages/224246/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf. Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart).

Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 19/24

— Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (oud) of de Omgevingswet. — De bodemlaag dieper dan 2 meter onder het maaiveld. Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Om te achterhalen of een locatie of gebied onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart, moet een vooronderzoek volgens de NEN5725 17 worden uitgevoerd waaruit blijkt dat de betreffende locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Bij het vooronderzoek kan bodeminformatie worden verzameld via de website van de gemeente Hilversum (https://hilversum.nl/bouwen-verbouwen/bodeminformatie; of volg via de homepage na de gemeente Hilversum het klikpad: Home ► Bouwen en Verbouwen ► Bodeminformatie). Óók is een deel van de benodigde informatie beschikbaar via het landelijke bodemloket: https://bodemloket.nl/kaart. De website van het landelijke bodemloket wordt op termijn vervangen door het loket van de Basisregistratie Ondergrond, het BROloket (https://www.broloket.nl/ondergrondgegevens). De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. Deze bodemkwaliteitskaart mag alleen worden gebruikt als bijlage van of via een verwijzing in een rapportage van een vooronderzoek dat is uitgevoerd volgens de NEN5725. Resultaat van het vooronderzoek moet zijn dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart.

Het vooronderzoek moet als erkende kwaliteitsverklaring bij de milieuverklaring bodemkwaliteit worden gevoegd. De voorschriften voor de milieuverklaring bodemkwaliteit zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit (hoofdstuk 2A) en de Regeling bodemkwaliteit 2022 (paragraaf 5.3). Deze bodemkwaliteitskaart mag op de uitgesloten locaties en gebieden niet worden gebruikt: — Als bewijsmiddel bij een milieuverklaring bodemkwaliteit voor hergebruik van grond die wordt ontgraven uit deze gebieden. — Als bewijsmiddel bij een milieuverklaring bodemkwaliteit om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. — Voor het verkrijgen van vrijstelling van bodemonderzoek bij omgevingsvergunningsaanvragen (activiteit bouwen en/of activiteit ruimtelijke ontwikkeling). — Bij de interpretatie van een eindonderzoek bodem na het beëindigen van een bodembedreigende activiteit als geen nulonderzoek bodem is uitgevoerd. In tabel 4.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en dieptetrajecten een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen op basis van algemene regels onder de Omgevingswet. Op de ontgravingskaart op basis van algemene regels (zie de kaartbijlagen 3) zijn de te verwachten kwaliteitsklassen weergegeven van de onderscheiden bodemkwaliteitszones.

Op de toepassingskaart (zie de kaartbijlagen 4) zijn de eisen weergegeven voor de kwaliteit van de toe te passen grond als gebruik wordt gemaakt van het algemene regels van de Omgevingswet en het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. In tabel 4.2 is de grondstromenmatrix weergegeven waarin de mogelijkheden voor vrij grondverzet inzichtelijk zijn gemaakt op basis van de algemene regels onder de Omgevingswet. Om de ontgravingskaarten te kunnen gebruiken voor het indicatief vaststellen van een veiligheidsklasse bij graafwerkzaamheden, is in bijlage 4C een overzicht opgenomen van de statistische parameters voor zware metalen PCB, PAK en minerale olie die zijn gebaseerd op de gemeten gehalten in de dataset van de bodemkwaliteitskaart. VASTSTELLEN GEACTUALISEERDE BODEMKWALITEITSKAART EN BODEMFUNCTIEKLASSENKAART De gemeente is voor haar eigen gemeentelijke grondgebied het bevoegd gezag voor het functioneel hergebruik van grond en gerijpte baggerspecie op de landbodem. 17

NEN 5725 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 20/24

Met de bodemkwaliteitskaart en de bodemfunctieklassenkaart heeft de gemeente Hilversum goede instrumenten in handen voor het functioneel hergebruik van grond en gerijpte baggerspecie. De geactualiseerde bodemfunctieklassenkaart en ontgravings- en toepassingskaarten op basis van algemene regels moeten bestuurlijk worden vastgesteld door de gemeenteraad. Tabel 4.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen (op basis van algemene regels en het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie). BODEMKWALITEITSZONE

BODEMFUNCTIES

VERWACHTE TOEPASSINGSEIS (OBV ONTGRAVINGSKLASSE ALGEMENE REGELS) $

Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte * Industrie B PFAS bovengrond gemeente Hilversum

Wonen

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur B1 Historische bebouwing

B2 Oudere uitbreidingen

Wonen Landbouw/natuur Industrie Wonen

Industrie

Wonen Landbouw/natuur

Wonen

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur (PFAS)

Industrie B3 Recente uitbreidingen en buitengebied

Wonen Landbouw/natuur

Bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2 meter diepte * Industrie T PFAS tussenlaag gemeente Hilversum

Wonen Landbouw/natuur

O1 Historische bebouwing

O2 Oudere uitbreidingen

Wonen Landbouw/natuur Industrie Wonen

Wonen

Wonen Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie O3 Recente uitbreidingen en buitengebied

Wonen Landbouw/natuur

$:

*:

Codering ‘B’: Codering ‘T’: Codering ‘O’:

De toepassingseisen voor PFAS-houdende grond zijn: - Toepassingseis Landbouw/natuur: Landelijke achtergrondwaarden. - Toepassingseis Industrie en Wonen: PFOA: 7,0 µg/kg ds, en andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds. In de bodemlaag 0-1 m-mv zijn de gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen lager dan de landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens/detectiegrens. Dit leidt mogelijk tot beperkingen bij het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. De bodemlaag 1,0 m-mv en dieper heeft een vergelijkbare kwaliteit als de bovenliggende bodemlaag 0,5-1 m-mv. Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte. Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 21/24

Tabel 4.2 Mogelijkheden vrij grondverzet gemeente Hilversum op basis van algemene regels onder de Omgevingswet

TOEPASSINGSLOCATIE

O1 Historische bebouwing

O2 Oudere uitbreidingen

O3 Recente uitbreidingen en buitengebied

Uitgesloten locatie/gebied

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Onbekend

B3 Recente uitbreidingen en buitengebied Landbouw/natuur

Wonen

B2 Oudere uitbreidingen Wonen

Bodemlaag 0,5-2 m-mv *

B1 Historische bebouwing Industrie

Verwachte ontgravingskwaliteit Bodemlaag 0-0,5 m-mv * (algemene regels)

ONTGRAVINGSLOCATIE

Toepassingseis $ (algemene regels)

Bodemlaag 0-0,5 m-mv B1 Historische bebouwing (bodemfunctie Wonen) B1 Historische bebouwing (bodemfunctie Landbouw/natuur)

Wonen Landbouw/natuur

B2 Oudere uitbreidingen

Wonen

B3. Recente uitbreidingen en buitengebied

Landbouw/natuur

Bodemlaag 0,5-2 m-mv O1 Historische bebouwing Historische bebouwing (bodemfunctie Wonen) O1 Historische bebouwing (bodemfunctie Landbouw/natuur)

Wonen Landbouw/natuur

O2 Oudere uitbreidingen

Landbouw/natuur

O3. Recente uitbreidingen en buitengebied

Landbouw/natuur

Overig Uitgesloten locatie/gebied $:

*:

Codering ‘B’: Codering ‘T’: Codering ‘O’:

Onbekend

De toepassingseisen voor PFAS-houdende grond zijn: - Toepassingseis Landbouw/natuur: Landelijke achtergrondwaarden. - Toepassingseis Industrie en Wonen: PFOA: 7,0 µg/kg ds, en andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds. In de bodemlaag 0-1 m-mv zijn de gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen lager dan de landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens/detectiegrens. Dit leidt mogelijk tot beperkingen bij het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. De bodemlaag 1,0 m-mv en dieper heeft een vergelijkbare kwaliteit als de bovenliggende bodemlaag 0,5-1 m-mv. Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte. Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 22/24

BELANGRIJK: Voorafgaand aan het grondverzet moet een vooronderzoek volgens de NEN5725 worden uitgevoerd Toepasbaar, vrij grondverzet, mits de ontgravings- én toepassingslocatie (ontvangende bodem) onderdeel uitmaken van de bodemkwaliteitskaart Niet toepasbaar, tenzij na partijkeuring en toetsing door de gemeente/ODZOB Geen vrij grondverzet

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 23/24

BRONVERMELDINGEN [1] [2] [3]

[4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12]

18

Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet), publicatie Staatsblad 2016, nr. 156, 26 april 2016. 18 Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad 2023, nr. 298, 15 september 2023 en latere wijzigingen. Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de uitoefening van taken en bevoegdheden (Besluit kwaliteit leefomgeving), publicatie Staatsblad 2018, nr. 292, 31 augustus 2018. Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving (Besluit activiteiten leefomgeving), publicatie Staatsblad 2018, nr. 293, 31 augustus 2018 en latere wijzigingen. Handreiking bodemkwaliteitskaarten, definitief, 1 november 2022, versie 1. Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Hilversum, projectcode: 00K.066.12, rapportnummer: 02.088, CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., 25 april 2002. Handreiking Achtergrondgehalten. Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO, 1998. Model Beleid toepassen PFAS-houdende grond, opgesteld in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: 1248710-044 C04, TAUW, 10 januari 2020. Bodemonderzoek PFAS-verbindingen gemeente Hilversum, documentnummer: SOB020580.RAP001, WSP Nederland B.V., 23 september 2024. Regeling bodemkwaliteit 2022, publicatie Staatscourant 2023, nr.

1338, 19 januari 2023 en latere wijzigingen. Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, versie december 2023. Memo Risicogrenzen ten behoeve van de vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 20 juli 2021.

De inwerkingtreding volgt uit: Besluit van 20 maart 2023 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, publicatie Staatsblad 2023, nr. 89, 22 maart 2023. Besluit van 5 april 2023 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Invoeringswet Omgevingswet, de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, de Aanvullingswet natuur Omgevingswet, de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet en enkele andere wetten die met de Omgevingswet verband houden, alsmede het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Omgevingsbesluit, het Invoeringsbesluit Omgevingswet, het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet, het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet, het Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet, het Aanvullingsbesluit grondeigendom Omgevingswet en enkele andere besluiten die daarmee verband houden, publicatie Staatsblad 2023, nr. 113, 7 april 2023. Besluit van 27 september 2023 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van sindsdien bekendgemaakte wetten en algemene maatregelen van bestuur die verband houden met de Omgevingswet, publicatie Staatsblad 2023, nr. 320, 2 oktober 2023.

Besluit van 13 december 2023 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Verzamelwet Omgevingswet 2023 en enkele algemene maatregelen van bestuur die verband houden met de Omgevingswet, publicatie Staatsblad 2023, nr. 470, 15 december 2023.

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002

WSP 19 mei 2025 pagina 24/24

OVERZICHT BIJLAGEN Bijlage 1

— Begrippenlijst Bijlage 2

— Selectiewijze dataset bodemkwaliteits-kaart Bijlage 3

— Specificatie uitbijters Bijlage 4A

— Statistische parameters NEN5740 bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem) Bijlage 4B

— Statistische parameters PFAS-verbindingen bodemkwaliteitszones (gemeten waarden) Bijlage 4C

— Statistische parameters NEN5740 bodemkwaliteitszones (gemeten waarden)

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002 Overzicht bijlagen

WSP 6 november 2024

BIJLAGE

1

BEGRIPPENLIJST

Bodemkwaliteitskaart 2025 gemeente Hilversum SOB020580.RAP002 Bijlage 1 Begrippenlijst

WSP pagina 1/12

BEGRIPPENLIJST Bagger(specie) Materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, en ook van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Dit staat in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit. Barium Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde bodemkwaliteit lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal waarnemingen. Deze gegevens kunnen namelijk een indicatie zijn voor de aanwezigheid van antropogene bronnen die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen.

Als verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrondwaarden worden aangetroffen als gevolg van een menselijke activiteit, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde bodemkwaliteit voor barium: 920 mg/kg ds (bij standaardbodem lutum 25%, organisch stof 10%). Bodem In de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet is het begrip bodem als volgt gedefinieerd: “Vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen.” Tot de bodem behoort ten eerste het buitenste vaste deel van de aarde. Daarbij moet zo diep worden gegaan als de beïnvloeding van menselijke activiteiten in die bodem. Dit omvat zowel de organische als de minerale bestanddelen. Ten tweede behoren ook de vloeibare delen tot de bodem. De vloeibare delen van de bodem zijn het water en de zich daarin bevindende stoffen. In de zone waarin bodem door water is verzadigd, wordt gesproken van grondwater. Grondwater maakt dus ook onderdeel uit van de bodem. Tot slot bestaat de bodem uit gasvormige bestanddelen. Deze gasvormige bestanddelen bestaan uit verschillende bodemgassen, zoals zuurstof, stikstof en methaan. Bodembeheergebied Gebied dat is aangewezen bij ministeriële regeling in het omgevingsplan of in de waterschapsverordening op grond van artikel 5.89o of 6.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=22f40f48-dc09-4a73-8f4d-ab118d67bec7