Bijlage - Begroting 2022 Gemeentelijk Gymnasium
Tekst van het document
Begroting 2022
1. Begroting 2022 2. Toelichting begroting 2022 3. Grondslagen begroting 2022
3. Uitgangspunten en begroting 2022 Een korte toelichting en enkele ontwikkelingen Inleiding De uitgangspunten geven inzicht in de berekening en de systematiek van de begroting 2022. Deze begroting is in lijn met de begrotingen uit de voorafgaande jaren. Er zijn in de begroting 2022 geen significante ontwikkelingen of afwijkingen voorzien in vergelijking met de begroting van 2021, afgezien van het dalende leerlingenaantal en de daarmee samenhangende baten. Wel is het goed te benoemen dat de school in het kader van de zogenoemde NPO-gelden (Nationaal Programma Onderwijs) extra incidentele inkomsten heeft ontvangen van het ministerie van OC&W om achterstanden opgelopen tijdens de Corona-periode weg te werken. Het door de school gevoerde financiële beleid van de voorafgaande jaren bevestigt de begroting 2022. De school voert een sobere en doelmatige begroting, die erop gericht is de beschikbare middelen zo veel als mogelijk in te zetten in het primaire belang van de (ontwikkeling) van het onderwijs. Deze toelichting geeft inzicht in de keuzes die de school maakt binnen de beperkte financiële ruimte. De toelichting eindigt met een korte impressie van enkele ontwikkelingen. Reguliere personele baten Aan de inkomstenkant is de prognose van de normatieve rijksbijdrage gebaseerd op een voorlopige bekostigingsinformatie 2022 voor 888 leerlingen.
De bekostigingsinformatie laat zien dat de reguliere personele baten (opgenomen in de rijksbijdrage OCW) dalen door het natuurlijke verloop van het leerlingenaantal van de school. De precieze toegekende bedragen aan reguliere personele baten voor 2022 maakt het CFI in januari 2022 bekend. De ervaring is dat prognose en beschikking elkaar niet of nauwelijks ontlopen. § Additionele personele baten Sinds 2013 komen er jaarlijks additionele baten (opgenomen in deze begroting onder de overige subsidies OCW) voor de prestatiebox VO. Ook voor 2022 is hiervoor een bedrag van €307.000 in de begroting opgenomen. Het volume aan additionele middelen (overige baten) is in vergelijking met 2021 om en nabij gelijk gebleven. Behalve dan dat de school de voorgenoemde NPO-gelden hebben ontvangen van het ministerie van OC&W, middelen uit het Qinas samenwerkingsverband en een kleine som voor het begeleiden van zijinstromers. Op basis van de meerjarenbegroting van het samenwerkingsverband Qinas is het budget dat voor onze school in 2022 voor Passend Onderwijs beschikbaar is, de komende jaren gestabiliseerd op €240.000. In 2020 heeft de school in overleg met Qinas het HBbeleid voor de plus-leerlingen invulling gegeven. Deze ontwikkeling zal de komende jaren ook voor de zittende leerlingen verder invulling krijgen.
Het bedrag voor de functiemix wordt pas in november 2021 vastgesteld, maar dit is altijd in lijn met eerdere jaren. De overheid stelt hiervoor jaarlijks een additioneel bedrag ter beschikking. Deze additionele middelen lijken constant te zijn in hoogte en zijn bedoeld om de huidige percentages te continueren.
Personele lasten en loonkosten Bij het opstellen van de begroting 2022 is voor de berekening van de loonkosten van het personeel met de volgende grondslagen rekening gehouden: - de vigerende CAO - verplichtingen (o.a. bindingstoelage, periodiek per 1/8, evt. kapitalisering in het kader van het levensfasebewust personeelsbeleid en de jubileumgratificaties) - de reguliere werkgevers - en werknemerspremies (pensioenpremies, premies sociale lasten, vakantie - en eindejaarsuitkering en reiskosten) Deze kosten zijn verwerkt in de prognose van de loonkosten 2022. Daarnaast is in de loonkosten rekening gehouden met de verplichtingen die in het kader van de functiemix door de school zijn aangegaan. In de loonkosten is rekening gehouden met eventuele structurele loonsverhogingen van 3% die voortvloeien uit een nieuwe CAO-VO omdat deze op dit moment nog niet is afgesloten. De ervaring is dat eventuele loonsverhogingen voortvloeiend uit de CAO-VO volledig in de rijksbijdragen verdisconteerd worden. De loonkosten zijn in deze begroting afgerond op respectievelijk €6.530.000. Hierdoor komen de gemiddelde loonkosten inclusief sociale premies en lasten uit op €544.000 per maand. Tot slot moeten ook de NPO-gelden genoemd worden voor de inhuur van extra interne en externe formatie ten behoeve van het wegwerken van achterstanden opgedaan door de Corona-periode.
Materiële baten en lasten De vergoeding per leerling voor de materiële baten (opgenomen onder de rijksbijdrage OCW) liet de afgelopen jaren een stijgende trend zien. Terwijl de school in 2011 nog maar €658 per leerling ontving, is dit bedrag de afgelopen jaren opgelopen naar ca. €775 per leerling in 2022. Op basis van de regelgeving ziet het t ernaar uit dat het bedrag per leerling de komende periode jaarlijks met enige procenten stijgt om de inflatie te compenseren. Omdat de rijksbijdrage gerelateerd is aan het aantal leerlingen, zijn de materiele baten in 2022 eveneens lager dan in 2021. Bij de materiele lasten zijn in de begroting 2022 een aantal onderdelen begroot op basis van het reële lastenpatroon van de afgelopen 9 maanden (en vergeleken met 2018, 2019 en 2020) met een extrapolatie naar het einde van dit kalenderjaar. Naar verwachting leidt dit ertoe dat er geen structurele overschrijding plaatsvindt van het budget dat we niet hadden kunnen voorzien, afgezien van incidenteel extra noodzakelijke uitgaven. Het uitgangspunt is dat zo veel mogelijk reëel begroot wordt op basis van offertes en de resultaten van de grootboeken uit voorafgaande jaren. Wel wordt verderop in een nieuw toegevoegde paragraaf voor huisvestingslasten, toegelicht dat op enkele posten wat hoger begroot zal worden.
§ Resume baten en lasten in de begroting 2022 De verwachting voor de baten is dat deze in lijn liggen met het verleden, gezien de daling van het aantal leerlingen zal de bekostiging voor het personeel iets afnemen. Een vergelijkbare ontwikkeling zagen we in 2021. Bij de overige subsidies OCW zien we geen significante afname. Deze trend zet daarmee door. De materiele lasten blijven in 2022 verhoudingsgewijs op hetzelfde niveau als in 2021. Samen met de gelijkblijvende overige subsidies, die betrekking hebben op personeel, blijven baten en lasten hierdoor in de begroting 2022 in evenwicht. Bij de formatie in het voorjaar van 2022 die toeziet op het aantal lessen in de tweede helft van 2022 en daarmee op de personele lasten, zullen de personele lasten naar verwachting bij gelijkblijvende instroom (van 150 leerlingen) zich stabiliseren op dit niveau.
§ Huisvestingslasten 2022 Het resultaat van 2021 t/m augustus 2021 laat op de posten klein onderhoud & exploitatie, schoonmaak, energie, licenties en verzekeringen, zien dat er te optimistisch begroot is. In 2022 zal op deze posten daarom hoger begroot worden, zodat dit meer in lijn is met de gemaakte kosten in 2021. Hierbij moet opgemerkt worden dat de verwachting is dat de energiekosten in ieder geval zullen stijgen. Dit is in lijn met landelijke aanpassingen. In 2021 is de verwachting dat de energiekosten 50% hoger zullen uitvallen dan begroot. Dit komt door het ventileren van klaslokalen door middel van het openen van ramen in de wintermaanden. In het verlengde hiervan zijn kosten voor energie & water in 2022 65% hoger begroot, omdat we voorzien dat de school volledig geopend zal zijn en de situatie met betrekking tot ventilatie niet significant veranderd is. Wel zijn er meer roosters aangebracht, maar het effect zien we pas als de wintermaanden achter de rug zijn. § Afschrijvingslasten In 2021 zijn er enkele onvoorziene investeringen geweest, riool, betonrot, en anderen, die te maken hadden met de situatie rondom Covid-19, zoals ter verbetering van de ventilatie op school. De verwachting is dat verdere (interne) investeringen in 2022 ingezet worden zoals bijvoorbeeld de aanpassingen van de ventilatie.
De afschrijvingen blijven in 2022 op basis van het voorgenomen investeringsbeleid op een op vergelijkbaar niveau als in de begroting 2021. In de jaren daarna zien we dat de afschrijvingen licht groeien door vervangingsinvesteringen. § Toevoeging buitenonderhoud De toevoegingen aan de voorziening grootonderhoud zijn gebaseerd op het meerjarenonderhoudsplan. De toevoeging bedraagt voor 2022 € 120.0000 en is gelijk aan de toevoeging van 2021. De voorziening voor het grootonderhoud is toereikend om aan de onderhoudsverplichtingen te voldoen. De richtlijnen van OCW schrijven de scholen voor het meerjarenonderhoudsplan volgens de zogenaamde componenten systematiek op te stellen. Het plan voorziet in regulier groot onderhoud van beide gebouwen op korte, middellange en langere termijn. Om aan de jaarlijkse onttrekking van de voorziening conform plan en aan de opbouw van de verplichtingen te voldoen, wordt jaarlijks afhankelijk van het plan gedoteerd. Door middel van het meerjarenonderhoudsplan legt het bestuur verantwoording af aan de Gemeente Hilversum over het gevoerde onderhoudsbeleid van de afgelopen jaren om te voorkomen dat er in de toekomst eventueel achterstallig onderhoud ontstaat of wordt geclaimd. De reguliere dotatie in 2022 is voldoende om aan alle reguliere verplichtingen te voldoen.
In de jaren daarna wordt er jaarlijks een bedrag gedoteerd; Incidenteel worden kleine lasten voor werkzaamheden ook in de reguliere exploitatie genomen worden. Overige lasten De overige lasten laten voor 2022 geen significante ontwikkelingen zien en zijn in lijn met de realisatie 2021. Risico ‘s en beheersmaatregelen De school staat er (financieel) gezond voor. In september 2021 is ons onderwijs door de Inspectie van het Onderwijs in het vierjaarlijkse reguliere kwaliteitsonderzoek met het oordeel “goed“ gewaardeerd. Het aantal leerlingen daalt sinds 2018 door een natuurlijk verloop van in, -door -, en uitstroom en bedraagt op dit moment 888 leerlingen. De verwachting is dat deze lichte daling de komende jaren doorzet, mede omdat de instroom de komende jaren kleiner zal zijn op basis van de ervaringsgetallen. De krimp onder de basisgeneratie 0 -9 jarigen zal de komende jaren
ook in de regio Gooi - en Vechtstreek manifest worden. Ook onze school staat bloot aan risico's en heeft de afgelopen jaren diverse financiële beheersmaatregelen ontwikkeld om eventuele ongewenste effecten van (financiële) risico ‘s te dempen of af te wenden. De school hanteert een maandelijks oplevering van de balans en de winst & verliesrekening, waarmee de realisatie van de loonkosten en de liquiditeit worden gemonitord. Afschrijvingen en investeringen voor de komende jaren zijn goed in beeld, onderbouwd en in evenwicht met elkaar. Er is tweemaandelijks overleg met de penningmeester en controller over realisatie van financiële beleid. De medezeggenschapsraad wordt twee tot drie maal per jaar geïnformeerd over gevoerde financiële beleid en heeft instemming op de formatie. Met ingang van 2022 zal de medezeggenschapsraad conform de WMS meer ruimte krijgen om de keuzes in de jaarlijkse begroting mee te bepalen. Het bestuur wordt per kwartaal geïnformeerd over de stand van zaken en de verwachtingen op financieel gebied. Sinds 1 augustus 2021 geldt een nieuwe wet voor de vrijwillige ouderbijdrage. De nadruk op communicatie van de school naar ouders moet vanaf nu nadrukkelijk op het vrijwillige aspect gericht zijn.
Hierin ligt een risico besloten, namelijk dat de inkomende ouderbijdrages lager zijn en studiereizen geen doorgang kunnen vinden, of wel, maar dan met een financiële aanvulling vanuit regulier schoolbudget los van de ouderbijdrage. Dit jaar is het de eerste keer dat dit speelt. Een inschatting is daarom lastig. Verder zal de jaarlijkse verhoging van energietarieven een risico kunnen blijken, waarbij we ook rekening moeten houden met het feit dat ook in de winter ramen meer open zullen staan ivm ventilatie om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. De beheersmaatregelen om tussentijds bij te sturen lijken effectief: ook bij onvoorziene omstandigheden, zoals langdurige arbeidsongeschiktheid van een aantal medewerkers of de situatie rondom Covid -19 geven de interne beheersinstrumenten voldoende zekerheid om op tijd bij te sturen en ervoor zorg te dragen dat de school uiteindelijk binnen de jaarlijkse rijksbijdrage blijft. De bevindingen van de accountant bij de interim controle 2021 bevestigen dat de school de kwaliteit van de interne beheersing op orde heeft. De NPO-gelden lijken ook voldoende om de achterstanden mee in te halen. Beleidskeuzes en ontwikkelingen in de begroting 2022 Bij de personele lasten lukt het de school de afgelopen jaren goed om de loonkosten in te schatten en binnen het beschikbare budget te houden.
Ook in 2021 getuige de (twee)maandelijkse realisatie, blijft de school binnen het begrote budget en de bekostiging. De materiële lasten zijn scherp bekeken op basis van de grootboekrekeningen en de realisatie van 2021 met soms een blik terug naar de gegevens uit de voorafgaande jaren. De huisvestingslasten en de administratie- en beheerslasten laten ten opzichte van 2021 een stijging zien. Deze stijging houdt verband met investeringen die de school doet op het gebied van ventilatie, zoals het aanbrengen van extra roosters. Het lukt de organisatie steeds beter de vaste lasten constant te houden en - in enkele gevallen - soms enigszins te verlagen. De organisatie blijft ook in de begroting 2022 op een tweetal gebieden investeren: het personeel en het onderwijs, de belangrijkste pijlers van de schoolorganisatie. De investeringen in het personeel zien we in de begroting 2022 terug doordat 95% van onze docenten in een LC- of LD-functie zit. Daarnaast worden middelen vrijgemaakt om onze medewerkers binnen de doelstellingen van de schoolorganisatie de gelegenheid te geven actief te participeren in de schoolorganisatie. Tenslotte nemen medewerkers in ruime mate deel aan lopende externe trajecten, zoals deelname aan promoties, Masteropleidingen en andere universitaire trajecten.
Dergelijke trajecten zijn ook een handreiking naar het wetenschappelijke onderwijs, waarbij kennis en ervaring van voortgezet en wetenschappelijk onderwijs wordt uitgewisseld. De medewerkers en onze leerlingen plukken hier de onderwijskundige en wetenschappelijke vruchten van.
In de begroting is ruimte vrijgemaakt voor materiële lasten die verband houden met de ondersteuning van onderwijsontwikkelingen (NPO-gelden) en Passend Onderwijs die alle leerlingen ten goede komen. In 2022 gaat het laatste jaar van het schoolplan 2018 - 2022 in. Centraal staat (nog) meer aandacht voor het talentbeleid (d.w.z. plusleerlingen meer bieden inclusief een persoonlijke begeleider) en persoonlijke ontwikkeling en begeleiding van de leerling. Het GGH heeft ook de plusleerlingen een diverse onderwijsaanbod op hoog niveau te bieden, naast versnelling en verdieping van de leerstof ziet de school in de nabije toekomst gelegenheid incidenteel leerlingen eerder examen op onderdelen te laten af te sluiten. De ontwikkeling van de leerling (afgezet tegen de cognitieve kant van het onderwijs) zal de komende jaren steeds centraler staan in het onderwijs op het GGH. Meerjarenbegroting De begroting 2022 is in lijn met de meerjarenbegroting zoals deze in de jaarrekening 2019 is opgenomen. Bij het opstellen van de prognose 2019 is destijds uitgegaan van een leerlingaantal van 915 leerlingen. Op peildatum 1 oktober 2021 zijn er 888 leerlingen.