CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. Evaluatie beleidsplan minimabeleid

GEMEENTERAAD 20 december 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Raadsvoorstel beleidsplan armoede en schulden 2024-2028 (1229153)8.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

EVALUATIE MINIMABELEID GEMEENTE HILVERSUM

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

Beleidsevaluatie gemeente Hilversum 2022 Een tussentijdse evaluatie van het huidige minimabeleid in de gemeente Hilversum.

Cofon Colofon Opdrachtgever Gemeente Gemeentenaam Opdrachtgever Datum Gemeente Hilversum November 2021 Datum Auteurs 2023 Februari Michelle Ellens Reimer Vonk Auteurs Michelle Ellens Grafische Jitske Kooistra ondersteuning – van der Wijk Senne Trip Marijke Bos KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ KWIZ. B.V.. Het overnemen Het overnemen van cijfers van cijfers en/ ofen teksten / of teksten is is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en en//of ofopenbaar openbaargemaakt gemaaktworden wordenininwelke welkevorm vormdan danook ookzonder zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V.. 1

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 2 1. Minimahuishoudens in beeld ..................................................................................................... 3 1.1. Minima in Hilversum ........................................................................................................... 3 1.2. Inkomenseffecten ............................................................................................................... 6 2. Huidig minimabeleid .................................................................................................................. 8 2.1. Kadernota Sociaal Domein ................................................................................................. 8 2.2. Minimabeleid gemeente Hilversum 2020 - 2024 ................................................................ 8 2.3. Uitvoering van het beleid .................................................................................................. 10 2.4. Sturing en verantwoording ................................................................................................ 12 2.5. Financiering ...................................................................................................................... 12 3.

Bevindingen ............................................................................................................................. 13 3.1. Minimabeleid ..................................................................................................................... 13 3.2. Antwoord op de onderzoeksvragen .................................................................................. 16 Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen ........................................................................................ 19 Bijlage 2. Wsm tegenover Wettelijk minimumloon ...................................................................... 20

1

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare burgers die in armoede verkeren, te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om prikkels te geven aan burgers om hen zoveel mogelijk zelfstandig in hun levensonderhoud te laten voorzien. Het minimabeleid is in de gemeente Hilversum een thema dat continu aandacht behoeft. Het huidig beleid voor minima is halverwege de beleidsperiode (2020 – 2024). De gemeente wenst een tussentijdse evaluatie uit te voeren met de volgende onderzoeksvraag: “Is de financiële ondersteuning per huishouden dat gebruik maakt van de minimaregelingen toegenomen, gelijk gebleven of afgenomen ten opzichte van voorgaande jaren en welke oorzaken liggen hieraan ten grondslag?”.

Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden zijn de volgende deelvragen opgesteld: • Hoeveel inwoners uit de verschillende doelgroepen hebben zich gemeld voor een tegemoetkoming in 2020 en 2021 en hoe groot was het bereik ten opzichte van de totale doelgroep? • Op welke regelingen is een beroep gedaan in 2020 en 2021? • Wat zijn de financiële gevolgen voor de begroting ten opzichte van 2018 en 2019? • Is de financiële ondersteuning per huishouden dat gebruik maakt van de minimaregelingen toegenomen, gelijk gebleven of afgenomen en welke oorzaken liggen daar aan ten grondslag? Opzet van het onderzoek Voor de beleidsanalyse is er in de basis gebruikgemaakt van verschillende documenten. Op basis van deze documenten zijn de visie en doelstellingen van de gemeente Hilversum op het minimabeleid in beeld gebracht. Het document “Doen wat nodig is zodat je mee kan doen” vormt de basis voor de beleidsanalyse. De beleidsanalyse is waar nodig aangevuld met informatie vanuit eerdere onderzoeken, waaronder de inkomens effectrapportage 2022 en het duidingsrapport van het minimadashboard 2022. Tot slot is het onderzoek aangevuld met informatie die wij hebben verkregen middels een topiclijst die wij hebben voorgelegd aan de beleidsregisseur Werk en Inkomen van de gemeente Hilversum.

Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt de omvang en samenstelling van de huishoudens met inkomens tot 130 procent van het Wettelijk sociale minimum (Wsm) weergegeven. Deze cijfers komen uit het minimadashboard met als nulmeting 2021, uitgevoerd door KWIZ. In dit hoofdstuk komen tevens de resultaten uit de inkomens- effectrapportage (2022) aan de orde. Hoofdstuk 2 geeft een analyse van het huidige beleid voor huishoudens met een minimuminkomen. Tot slot geeft hoofdstuk 3 een conclusie met daaruit voortvloeiende aanbevelingen. Bijlage 1 geeft een overzicht van de huidige inkomensondersteunende regelingen en bijlage 2 geeft weer hoe het wettelijk sociaal minimum zich verhoudt tot het wettelijk minimumloon.

2

1. MINIMA IN HILVERSUM 2021 1.1 Minimahuishoudens in beeld

Aantal minimahuishoudens

9,9%

van de huishoudens heeft een inkomen tot 130% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), dit zijn 4.340 huishoudens.

Gemiddeld heeft zo’n 8 tot 9 procent van alle huishoudens in gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners een inkomen tot 130 procent Wsm. Het totale aandeel minimahuishoudens in de gemeente Hilversum ligt hoger dan het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten.

Inkomensbron Inkomensbronnen van de minimahuishoudens in 2021

15% 20%

Bijstand

65%

AOW Overig

Wijken

16%

van alle huishoudens in Noord-Oost heeft een inkomen tot 130% Wsm. Ook in de wijk Oost is het aandeel minimahuishoudens (10 procent) hoger dan in andere wijken 52%in de gemeente Hilversum.

Bijstand Aantal minimahuishoudens met een bijstandsuitkering in 2021.

1.818

Langdurig en nieuwe minima

Bereik minimaregelingen 70%

Langdurige minima

70% Nieuwe minima

14%

Langdurige minima komen al drie jaar of langer rond van een inkomen tot 130 procent Wsm. In de gemeente Hilversum is 70 procent (3.052 huishoudens) van de minimahuishoudens langdurig minima. Sommige huishoudens zijn vaker langdurig minima dan andere huishoudens. Zo komen huishoudens zonder kinderen, huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm en huishoudens met een bijstandsuitkering vaker langdurig rond van een minimumhuishouden. Instromers in de minimapopulatie (‘nieuwe minima’) vormen een groep die gestimuleerd kan worden om de arbeidsmarkt (weer) te betreden. In de gemeente Hilversum behoort 14 procent (598 huishoudens) tot de ‘nieuwe minima’. De doelgroep bestaat voor de helft uit huishoudens jonger dan 45 jaar, woont veelal in Oost 21% (49 (29 procent) en de helft van de instromers procent) heeft een overig inkomen, zoals inkomen uit arbeid of een WW-uitkering.

Minimakinderen

12,9%

van alle kinderen tot 18 jaar behoort tot een huishouden met een inkomen tot 130% Wsm, dit zijn 2.425 kinderen.

Achtergrond

25%

van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond heeft een inkomen tot 130% Wsm.

Eenoudergezinnen

26%

van de eenoudergezinnen (huishoudniveau) heeft een inkomen tot 130% Wsm. Dit zijn 469 huishoudens in de gemeente Hilversum.

76%

29%

Kwijtschelding

Bijzondere bijstand

59%

34%

Collectieve Individuele inkomenstoeslag zorgverzekering

22%

59%

12%

Activerings regeling

Kindpakket

Jeugdfonds Sport & Cultuur

2020/ 2021

Het gebruik is gemeten over de gehele terugkijkperiode van dit onderzoek: 1 juli 2020 tot 1 juli 2021. Het bereik van de verschillende minimaregelingen is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). De coronacrisis heeft in 2020 en 2021 invloed gehad op het dagelijks leven. De maatregelen hadden (onder andere) tot gevolg dat sportieve en culturele activiteiten niet altijd door konden gaan en dat scholen meerdere keren zijn gesloten. Dit kan invloed hebben gehad op het gebruik van de regelingen. Volwassenenregelingen Het bereik van sommige regelingen in de gemeente Hilversum ligt hoger dan het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten: • Het bereik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is met 76 procent het hoogst van de minimaregelingen in de gemeente Hilversum. Het ligt tevens boven het landelijke gemiddelde gebruik van 70 tot 75 procent in vergelijkbare gemeenten. • De individuele inkomenstoeslag kent een bereik van 59 procent binnen de doelgroep die al drie jaar of langer afhankelijk is van een minimuminkomen. Hilversum ligt daarmee boven het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten; daar ligt het bereik op 50 tot 55 procent.

Een aantal regelingen kent ook een lager bereik dan landelijk gemiddeld: • Het bereik van de bijzondere bijstand ligt met 29 procent iets onder het landelijke gemiddelde in vergelijkbare gemeenten; 30 tot 35 procent. • Een derde van de minimahuishoudens in de doelgroep maakt gebruik van een collectieve zorgverzekering; 34 procent. In vergelijkbare gemeenten is dit 40 tot 45 procent. • De Activeringsregeling heeft een bereik van 22 procent; een vijfde van de doelgroep gebruikt de Activeringsregeling. Dit ligt onder het landelijk gemiddelde bereik van vergelijkbare participatieregelingen voor volwassenen; 45 tot 50 procent*. Kindregelingen De gemeente Hilversum biedt twee regelingen aan voor kinderen: het Kindpakket en het Jeugdfonds voor Sport en Cultuur. • Het Kindpakket heeft een flink hoger bereik in de gemeente Hilversum (59 procent) dan gemiddeld in vergelijkbare gemeenten (45 tot 50 procent). • Een op de tien minimahuishoudens met kinderen maakt gebruik van het Jeugdfonds voor Sport en Cultuur (12 procent). Dat ligt onder het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten: 20 tot 25 procent.

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

1.2. Inkomenseffecten Het diverse aanbod aan minimaregelingen ondersteunt minimahuishoudens in hun uitgaven. De inkomens effectrapportage van 20221, uitgevoerd door KWIZ, geeft inzicht in de effecten van het landelijke en lokale armoedebeleid op het inkomen van minimahuishoudens in de gemeente Hilversum in 2022. Landelijk en gemeentelijk beleid Een van de conclusies van dit onderzoek was dat de financiële steun vanuit het Rijk middels toeslagen een veel hoger bedrag vormt dan het bedrag aan gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens. Financieel gezien maakt dat de invloed van de gemeente kleiner dan de invloed van het Rijk. Zowel het bedrag aan landelijke toeslagen als aan gemeentelijke regelingen neemt voor de meeste huishoudens geleidelijk af bij een hoger inkomen. Hoewel het bedrag aan landelijke toeslagen hoger ligt, kunnen de gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens het verschil maken. Deze regelingen zorgen er namelijk voor dat huishoudens (meer) ruimte overhouden voor het doen van vrije bestedingen. Dit geldt echter niet voor alle huishoudens. Sommige huishoudens zijn (volledig) afhankelijk van de gemeentelijke regelingen voor hun vrije bestedingen. Het betreft in de meeste gevallen huishoudens met een inkomen van 100 en 110 procent Wsm. Deze huishoudens hebben zonder de bijdragen van de gemeente een klein budget voor vrije bestedingen.

Daarnaast is het belangrijk om te noemen dat binnen voor het huidige rapport de aanname is gedaan dat huishoudens gebruik maken van alle beschikbare regelingen. In de praktijk blijkt echter dat huishoudens niet altijd van alle regelingen gebruikmaken. In werkelijkheid zal het vrij besteedbaar inkomen lager zijn. Werken loont voor sommige huishoudens meer dan voor andere Voor alle huishoudtypen geldt dat wanneer ze vanuit de bijstand gaan werken, zij er meer totaal inkomen op vooruit gaan, onder de voorwaarde dat ze gebruikmaken van alle toeslagen en regelingen (zie figuur 1.2.1). Bij alleenstaanden zonder kinderen geldt dat voor elke inkomensverhoging. Bij de andere huishoudens is te zien dat wanneer ze gaan werken, hun inkomen ook hoger is ten opzichte van de bijstand. Echter loont werken voor een paar met kinderen in verhouding het minst. Bij een inkomen tot 130 procent Wsm is hun inkomen 5 procent hoger dan in de bijstandssituatie en bij een inkomen tot 140 procent neemt dit af tot slechts 1 procent boven de bijstandssituatie. Over het algemeen loont werken het meest bij een inkomen gelijk aan 120 of 130 procent Wsm, want hierbij is de grootste inkomensvooruitgang te zien ten opzichte van de bijstandsnorm. Dit komt omdat de huishoudens dan nog recht hebben op de meeste gemeentelijke regelingen.

De invloed van hoge energiekosten Begin 2022 is de energietoeslag aangekondigd door het Rijk, om huishoudens met een laag inkomen te compenseren voor de stijgende energiekosten. In de inkomens effectrapportage van 2022 is zichtbaar geworden dat huishoudens een flink bedrag kwijt zijn aan gas en energie, oplopend tot € 264 voor een vierpersoonshuishouden. Ten tijde van de rapportage was de toeslag ie€ 800 per huishouden. Er is dus geen rekening gehouden met de aanvullende € 500, d later in het jaar is uitgekeerd. De energietoeslag is aan minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm toegekend in de gemeente Hilversum. Het relatief hoge bedrag aan energietoeslag (in vergelijking tot de overige gemeentelijke regelingen) zorgt ervoor dat het wegvallen van de energietoeslag een grote invloed heeft. Dit is bijvoorbeeld te zien bij (echt)paren die tussen 120 en 130 procent Wsm een teruggang in hun totale inkomen ervaren. Het Rijk heeft intussen afgekondigd dat ook in 2023 de energietoeslag beschikbaar is. Tegelijkertijd is in januari 2023 een energieplafond in werking getreden waarbij een maximale prijs voor gas en elektriciteit is vastgesteld. Deze ontwikkelingen hebben naar waarschijnlijkheid een positieve invloed op de financiële situatie van minimahuishoudens. 1 In deze tussentijdse beleidsevaluatie wordt een samenvatting van de resultaten weergegeven. Voor een

uitgebreide duiding van de resultaten verwijzen wij u graag naar de volledige inkomens- effectrapportage. Dit rapport is opgeleverd door KWIZ in 2022.

6

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

Figuur 1.2.1. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding

7

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

2. Huidig minimabeleid In dit hoofdstuk is het huidige beleid van de gemeente Hilversum rondom inkomensondersteunende regelingen beschreven. De gemeente heeft het beleidsplan “Doen wat je nodig hebt zodat je mee kunt doen” opgesteld. In dit hoofdstuk wordt dit beleidsplan geanalyseerd. Dit is aangevuld met informatie die is ontvangen van de beleidsregisseur van de gemeente Hilversum. We gaan in op de visie van de gemeente en de doelen die zij zichzelf stelt ten aanzien van de minimadoelgroep. Daarnaast worden de inkomensondersteunende regelingen beschreven.

2.1. Kadernota Sociaal Domein In de Kadernota Sociaal Domein uit 2017 heeft de gemeente haar visie geformuleerd voor het brede sociaal domein. De gemeente is het vangnet en biedt zorgzaamheid. Inwoners die (door een fysieke, verstandelijke of geestelijke beperking) niet in staat zijn in hun eigen inkomen te kunnen voorzien of inwoners die in een onveilige situatie verkeren, kunnen rekenen op het vangnet van de gemeente. Zorgzaamheid staat voorop. De missie voor het sociale domein is: ‘De gemeente Hilversum heeft als doel om elke inwoner van Hilversum in staat te stellen om mee te doen en naar vermogen bij te dragen aan de samenleving. Elke inwoner van Hilversum hoort erbij en doet er toe.’ De vier bijbehorende speerpunten zijn als volgt: (1) het creëren van gelijke ontwikkelkansen, (2) het stimuleren om meer voor elkaar te betekenen, (3) de kansen op werk te verbeteren en (4) een goed vangnet bieden (minimaregelingen en schuldhulpverlening). Het kader wordt aangevuld met negen kernwaarden voor de gemeente Hilversum: 1. De eigen kracht centraal: de gemeente helpt de inwoner, waar mogelijk, zelfstandig problemen op te lossen. 2. Voorkomen beter dan genezen: de gemeente investeert in preventie, eerder ingrijpen zou voorkomen dat problemen escaleren. 3.

De vraag is het vertrekpunt: De vraag van de inwoner is het uitgangspunt voor de gemeente bij het geven van informatie, advies en het bieden van ondersteuning. 4. Samenhang: het principe één huishouden, één plan, één regisseur geldt. 5. Maatwerk: de ondersteuning is passend bij de vraag. De gemeente werkt met het concept ‘positieve gezondheid’ van Machteld Huber. 6. De gemeente is het vangnet: zorgzaamheid staat centraal. 7. Sturen op resultaten en kosten: hierdoor kan de gemeente kwaliteit waarborgen en inzicht verkrijgen in de vraag van inwoners om vervolgens in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen. 8. Samenwerking: de gemeente werkt in het sociaal domein samen met veel verschillende partners en andere regiogemeenten. 9. Wederkerigheid: de gemeente neemt verantwoordelijkheid voor ondersteuning, de inwoner doet wat binnen zijn/haar mogelijkheden ligt. Het minimabeleid vormt een onderdeel van het sociaal domein en wordt in de volgende paragrafen verder beschreven.

2.2. Minimabeleid gemeente Hilversum 2020 - 2024 Het minimabeleid heeft een directe relatie met verschillende beleidsterreinen; zoals de Participatiewet, Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning en de schuldhulpverlening. Inwoners met een laag inkomen hebben vaak problemen op meerdere leefgebieden. Daarom wil de gemeente Hilversum werken middels een integrale aanpak. De gemeente vindt dat al haar inwoners er bij horen en er toe doen. Om deze redenen moet iedereen ook mee kunnen doen. Betaald werk is de meest duurzame en stabiele optie, maar dit is niet voor iedereen eenvoudig of haalbaar. De gemeente ondersteunt inwoners bij de kans op werk of participatie. Hiervoor baseert de gemeente Hilversum het minimabeleid op drie pijlers: meedoen, vangnet en gezondheid. De bedoeling is om mensen die in staat zijn om mee te doen 8

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

in de samenleving, ook mee te laten doen. Inwoners kunnen dan begeleid worden naar een baan door middel van cursussen of een opleiding. Als er geconstateerd wordt dat er belemmeringen zijn om mee te kunnen doen in de samenleving, dan is er vanuit de gemeente een vangnet. Als door chronische ziekte iemand niet in staat is om mee te doen, dan zal de focus altijd liggen op de gezondheid van de persoon. De gemeente heeft zichzelf als missie in het beleidsplan gesteld dat iedereen er toe doet. Het is een inclusieve samenleving; “je hoort er bij en je doet er toe, dus moet je mee kunnen doen”. Besluitvormingsproces Bij de beleidsvorming van het minimabeleid zijn verschillende partijen betrokken. Het college en de Raad worden in een vroeg stadium betrokken bij het te ontwikkelen beleid. Dit wordt gedaan door input te leveren voor kaders en richting van het nieuwe beleid. Het onderwerp armoede staat bij hen beide hoog op de agenda. Verder wordt de doelgroep vertegenwoordigd door de cliëntenraad en de Adviesraad Sociaal Domein en gevraagd om input voor het nieuwe beleid. Daarnaast zijn ook interne partijen betrokken, waaronder het uitvoerende team en een communicatieadviseur.

2.2.1. Visie De gemeente streeft er naar dat geen inwoner als gevolg van armoede beperkt wordt in zijn sociale leven. De gemeente wil dit bewerkstelligen door zoveel mogelijk krachten te bundelen. Hier spelen de maatschappelijke partners en vrijwilligers ook een belangrijke rol. De maatschappelijke organisaties en vrijwilligers nemen hun verantwoordelijkheid en bieden hulp en ondersteuning aan inwoners die een minimuminkomen hebben. Als een inwoner onvoldoende in staat is om (voldoende) inkomen te genereren uit werk, biedt de gemeente ondersteuning om de financiële nood te verlichten met als doel dat inwoners kunnen participeren in de samenleving. De doelgroep voor het minimabeleid omvat veel verschillende groepen mensen. De gemeente wil deze inwoners vanuit het minimabeleid begeleiden naar een duurzame oplossing en ziet dit als een reis van de inwoner. Het beleid van de gemeente Hilversum is gestoeld op drie groepen inwoners. • Groep 1: Mensen die aan het werk zijn of op korte termijn gaan werken. De focus is om deze inwoners binnen zes maanden actief op de arbeidsmarkt te krijgen. • Groep 2: Inwoners die op het moment niet werken, maar binnen twee jaar wel werken. Middels een vrijwilligerswerktraject worden inwoners geactiveerd om te participeren in de maatschappij. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in opleiding. • Groep 3: Inwoners waarbij er geen zicht is op betaalde arbeid.

De inkomensondersteuning van de gemeente is gericht op de pijlers vangnet en gezondheid. De inwoners worden geactiveerd om mee te doen aan de maatschappij. Vrijwilligersorganisaties, werkgevers, wijkorganisaties kunnen hierbij helpen. Deze drie verschillende groepen vereisen een aparte aanpak. De gemeente ziet betaald werk en actief worden als een vereiste voor een duurzaam zelfstandig leven. Door het minimabeleid hierop aan te passen, biedt dit mogelijkheden voor de inwoner om uit hun situatie te komen. Echter wordt gesteld dat voor de ‘werkende armen’ de steun van de gemeente vereist is, omdat hun werk en/of hun gewerkte uren onvoldoende lonen. De gemeente vindt dat werken moet lonen en beschouwt het als onacceptabel als dit in de praktijk anders uitwerkt. De groep ‘werkende armen’ neemt toe in omvang. Daarnaast ziet de gemeente bovendien dat de groep inwoners met een inkomen rond het wettelijk sociaal minimum toeneemt, evenals het aantal kinderen dat opgroeit in armoede. De gemeente Hilversum wil met haar minimabeleid bijdragen aan een structurele en duurzame zelfstandigheid en onafhankelijkheid. Dit houdt in dat inwoners leren hoe ze moeten rondkomen met hun geld en, indien mogelijk, werk aanvaarden of meer gaan werken. Om deze visie uit te kunnen dragen en het doel te kunnen behalen, heeft de gemeente een aantal uitgangspunten.

9

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

2.2.2. Uitgangspunten De gemeente Hilversum heeft een aantal uitgangspunten opgesteld om haar visie en doelstellingen te bereiken een inclusieve samenleving te worden, waarbij iedereen mee kan doen. • Anders werken; brede intake en integrale uitvoering: als een inwoner voor ondersteuning bij de gemeente komt, dan volgt er een gesprek. Tijdens dit gesprek worden verschillende domeinen besproken, zoals financiële situatie, werk, gezondheid en sociale relaties. De hoogst haalbare positie van de inwoner voor werk wordt bepaald, maar ook om tot die situatie te komen. Grip op de financiële situatie geeft ook ruimte om de regie op andere levensdomeinen te pakken. • Kinderen gaan altijd voor: Kinderen mogen in de gemeente Hilversum niet de dupe worden van de financiële situatie van hun ouders. De gemeente wil gezinnen daarom verstrekkingen doen in natura; bijvoorbeeld een fiets verstrekken in plaats van geld voor een fiets. Kinderen moeten in staat zijn om deel te kunnen nemen aan sportieve en/of culturele activiteiten. Hierbij wordt een nauwe samenwerking met de partners gezocht. • Kantelen en maatwerk bieden: Als een inwoner een gesprek heeft voor eventuele ondersteuning, wordt er gekeken of hij voldoet aan de criteria zoals die gelden binnen het minimabeleid.

Als hij niet binnen deze kaders valt, dan volgt er een gesprek om te kijken hoe de inwoner op een andere wijze ondersteund kan worden. Er wordt (meer) maatwerk geleverd. De gemeente richt zich op dat wat nodig is en werkt volgens het principe ‘zorgen dat’ in plaats van ‘zorgen voor’. • Minder regeltjes en minder regelingen: de gemeente wil alleen regelingen aanbieden die duurzaam bijdragen aan zelfstandigheid en onafhankelijkheid. Daarnaast is door het leveren van maatwerk minder regelingen nodig om hetzelfde doel te dienen. De Hilversumpas zal hierbij een belangrijke rol spelen en de inwoner meer zelfstandig maken. Er zijn een drietal regelingen waarop de focus gelegd wordt in het beleid: o Voorkomen van de armoedeval; o Bevorderen van activering; o Verduurzaming van huishouden en verlaging van energie- en zorgkosten. • Focus op kans op werk c.q. activering: de gemeente wil graag de focus op activering tot werken. Inwoners die een inkomen uit werk hebben, hebben in sommige gevallen ondersteuning vanuit de gemeente nodig; de zogenoemde ‘werkende armen’. In hun gevallen loont werk onvoldoende, iets dat voor de gemeente Hilversum onacceptabel is; werk moet lonen. Daarom moet het minimabeleid ook voor minima tot 130 procent van het wettelijk sociaal minimum toegankelijk zijn. Daarboven kan eventueel maatwerk worden geleverd2.

• Drie pijlers: Als in een gesprek met de inwoner is vastgesteld wat haalbaar is op het gebied van activering en wat daarbij nodig is om dat doel te kunnen behalen, dan kan gerichte ondersteuning worden geboden. Deze ondersteuning zijn gericht op drie pijlers; meedoen, vangnet en gezondheid. • Wederkerig en niet vrijblijvend: als er hulp geboden wordt vanuit de gemeente, dan verwacht de gemeente ook volledige inzet om tot activering te komen en zo tot een inkomensverbetering. De gemeente kan tijdelijk ontzorging bieden, maar duurzame verbetering wordt samen met de inwoner bereikt. • Samenwerking: de gemeente Hilversum wil samen met de inwoner kijken naar een verbetering van de situatie. Daarnaast gaat de gemeente Hilversum graag samenwerkingsverbanden aan met maatschappelijke organisaties, scholen, sportverenigingen enzovoort.

2.3. Uitvoering van het beleid De gemeente Hilversum wil dichter bij de inwoner staan en komen om het gesprek met de inwoners goed te kunnen voeren en zo de visie op de ondersteuning vanuit de gemeente tot uitvoer te brengen. Om dichterbij de inwoner te komen, is laagdrempeligheid en het bespreken van deze onderwerpen binnen sociale kringen van de inwoners van groot belang. Daarnaast wil 2 De gemeente streeft ernaar dat inkomens worden geactiveerd om te werken. Bijlage 2 geeft een

overzicht van de verhouding tussen het wettelijk sociaal minimum, de grens waar de inkomensondersteunende regelingen aan gerelateerd zijn, ten opzichte van het wettelijk minimumloon. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat werken voor paren (met kinderen) minder loont dan voor alleenstaanden.

10

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

de gemeente meer samenwerken met professionals. Daarvoor is de gemeente onder andere op zoek naar meer inzet vanuit de wijk, door vrijwilligers en ervaringsdeskundigen. De gemeente heeft zich hiervoor vijf doelen gesteld: • Geschikte mensen: er moet capaciteit en kwaliteit van mensen zijn om deze veranderingen tot uitvoer te brengen. De gemeente verwacht dat er aan de achterkant minder mensen nodig zullen zijn, onder andere door het gebruik van de Hilversumpas, en dat er daardoor genoeg capaciteit is om deze verandering aan de voorkant te doorstaan. • Meedoen voor iedereen mogelijk maken: inwoners die nu of binnen zes maanden aan het werk kunnen, worden vanuit de gemeente gestimuleerd om te gaan werken. Waar nodig wordt er maatwerk geleverd. De samenwerking en samenhang tussen werk en inkomen wordt voor deze groep zichtbaar. • Samenwerking sociaal domein groep 3: voor inwoners die op dit moment geen zichtbaar perspectief op werk hebben, wordt ingezet op activatie vanuit het minimabeleid. De gemeente zoekt samen met de maatschappelijke partners naar mogelijkheden om vrijwilligerswerk te doen bij bijvoorbeeld verenigingen, sportclubs en scholen. Het activeren van inwoners vanuit het minimabeleid wordt mogelijk door: o Minder regelingen en de regelingen die er zijn, zijn activerend; o Gesprek minimabeleid gaat over de mogelijkheden om actief in Hilversum te worden.

• Samenhang preventie, poortbewaking, activering, schuldhulpverlening en minimabeleid mogelijk maken: door deze verandering van beleid wordt er een implementatiemanager aangenomen. Dit omdat door de samenwerking tussen verschillende partijen er een overzicht moet zijn over alle partners. Dit zal zorgen voor meer overzicht in het minimabeleid. • Budget: de herziening van het minimabeleid wordt geen bezuinigingsoperatie. Door aan de voorkant beter het gesprek aan te gaan, zal dat geld besparen wat deze verandering kan bekostigen. De gemeente ziet dit als een noodzakelijke investering om hun beleid toekomstbestendig te maken. De druk op de uitvoering wordt verminderd 3 door minder regelingen en minder regeltjes te maken. Ook wordt de uitvoer door de Hilversumpas deels bij de inwoners zelf neergelegd. Deze doelen dragen bij aan een betere uitvoering van het beleid om zoveel mogelijk inwoners te helpen. De implementatiemanager zal zorgen voor meer overzicht in het minimabeleid, er zal activering van de inwoners plaatsvinden door samenwerkingen met partners en de druk op de uitvoering zal worden verminderd. Deze implementatiemanager is echter nog niet aangesteld.

2.3.1. Hilversumpas Om de verschillende groepen minima te ondersteunen is in het coalitieakkoord onder andere afgesproken dat er ingezet wordt op een Hilversumpas. Hiermee geeft de gemeente de inwoners meer eigen verantwoordelijkheid en grip. Door op de pas een geldbedrag te storten kan de inwoner zelf keuzes maken waar het geld aan besteed wordt. De Hilversumpas is bedoeld als kredietkaart voor sport en cultuur voor zowel kinderen als volwassenen. Voor kinderen is deze jaarlijkse bijdrage hoger, omdat de gemeente Hilversum als beleid heeft dat kinderen geenszins de dupe mogen worden van de financiële situatie van hun ouders. De pas moet maatschappelijke deelname stimuleren en het minimabeleid efficiënter en doelmatiger laten verlopen, aldus de gemeente. De pas fungeert daarnaast ook als kortingspas binnen de kunst en cultuursector, maar ook bij de aanbieders van sportartikelen. Verder kunnen huishoudens tot 130 procent Wsm met de Hilversumpas energiebesparende producten aanschaffen zoals radiatorfolie, spaarlampen en waterbesparende douchekoppen.

3 Er zijn geen uitvoerende consulenten gesproken in het kader van deze tussentijdse beleidsevaluatie. Het

is daarom onduidelijk of de uitvoerende consulenten inderdaad een verminderde werkdruk ervaren.

11

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

2.3.2. Ketenpartners Ketenpartners spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het minimabeleid. Ze zorgen ervoor dat inwoners geholpen worden. Ketenpartners kunnen de gemeente tevens informatie geven over de trends die te zien zijn in de doelgroep. Daarnaast vindt er ook onderlinge doorverwijzing plaats, aldus de gemeente. Hiervoor is een goede samenwerking met de gemeente vereist. De gemeente benoemt dit als een sterk punt, omdat de gemeente en ketenpartners van elkaar weten waar ze voor te benaderen zijn. Daarnaast worden partners uitgenodigd voor overleggen waar hun aanwezigheid van belang is of gevraagd over de informatievoorziening of informatieverstrekking. Als verbeterpunt wordt door de gemeente genoemd dat de gemeente en ketenpartners elkaar eerder moeten betrekken bij belangrijke ontwikkelingen. Daarnaast is er nog een verbeterslag te maken in de Sociale Kaart, aangezien deze nu te versnipperd is en wie er verantwoordelijk is voor het onderhoud van de kaart. Hoe de ketenpartners tegen de samenwerking met de gemeente aankijken is niet meegenomen in dit onderzoek.

2.4. Sturing en verantwoording Om de gestelde doelen van de gemeente Hilversum te behalen, is sturing en verantwoording noodzakelijk. Eenmaal per jaar wordt de doelmatigheid en effectiviteit van het minimabeleid geëvalueerd. Hierbij wordt duidelijk hoeveel mensen uit verschillende doelgroepen zich hebben gemeld, welke regelingen zijn verstrekt en wat dit voor effect op de financiën heeft ten opzichte van voorgaande jaren. Hierbij staat de vraag centraal of de financiële ondersteuning per huishouden is toegenomen, gelijk gebleven of afgenomen en wat hiervan de oorzaken zijn. Daarnaast vindt sturing plaats op doorlooptijd, caseload en tijdigheid. Doorlooptijd en caseload is interne sturing waar de teammanager verantwoordelijk voor is. Tijdigheid is een indicator in het raadsdashboard, waarbij wordt gestreefd naar het doel om 95 procent van de aanvragen af te handelen binnen de wettelijke termijn van 8 weken. Budget is een indicator in het raadsdashboard, waarbij het streven is binnen het budget te blijven. Daarnaast vindt de verdieping van de budgetten plaats middels een maandelijks overleg tussen business control, de kwaliteitsadviseur en de teammanager. Verder wordt er door de gemeente Hilversum niet gemonitord op prestaties en doelstellingen van ketenpartners.

2.5. Financiering De gemeente Hilversum verwacht voor de herziening van het minimabeleid geen bezuinigingen door te hoeven voeren. Dit kan bewerkstelligd worden door de inzet en aandacht meer naar de voorkant van het uitvoeringsproces te brengen. Dit vraagt dan ook om een verandering in werken en systemen, maar dit ziet de gemeente als noodzakelijk om de uitvoering moderner, efficiënter, doelmatiger en effectiever te maken. Tegelijkertijd wordt de druk op de uitvoering verminderd door minder regelingen, minder regelgeving en door de uitvoering meer bij de inwoners zelf te leggen door het gebruik van de Hilversumpas.

12

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

3. Bevindingen In dit hoofdstuk worden de bevindingen omtrent het minimabeleid van de gemeente Hilversum besproken, waaruit enkele aanbevelingen uit voortvloeien voor het vervolg van de huidige beleidsperiode. Tot slot wordt een antwoord op de onderzoeksvragen geformuleerd.

3.1. Minimabeleid De gemeente Hilversum heeft als missie voor het minimabeleid gesteld om een inclusieve samenleving te zijn: “Je hoort er bij en je doet er toe, dus moet je mee kunnen doen”. De gemeente biedt regelingen aan die verschillende doelgroepen ondersteunen. In de inkomens effectrapportage van 2022 is geconcludeerd dat de inkomensondersteunende regelingen voor alle huishoudtypen een groot verschil maken. Dit komt overeen met de missie van de gemeente om iedereen mee te laten doen. De aanbevelingen worden gedaan aan de hand van de beleidsuitgangspunten4, zoals in hoofdstuk 2 toegelicht. Uitgangspunt 1: Andere manier van werken – brede intake en integrale uitvoering In de andere (nieuwe) manier van werken gaan medewerkers het gesprek aan met inwoners om een brede intake en integrale dienstverlening te faciliteren. Hierbij worden verschillende levensdomeinen meegewogen. Vanuit de inkomens- effectrapportage is aanbevolen om inwoners te stimuleren tot werkaanvaarding omdat (vrijwilligers)werk een positieve invloed heeft op meerdere levensdomeinen; niet alleen op het financiële vlak maar ook op de lichamelijke gezondheid het sociale netwerk van inwoners. Aanbeveling Stimuleer werkaanvaarding onder minimahuishoudens, met het oog op de positieve neveneffecten van (vrijwilligers)werk.

Een uitstroompremie in de vorm van een eenmalige bijdrage kan een suggestie zijn, of bijvoorbeeld dat huishoudens nog een jaar gebruik mogen maken van minimaregelingen na werkaanvaarding.

Een brede intake en integrale dienstverlening is gebaat bij een gefundeerd samenwerkingsverband met ketenpartners. In voorliggend onderzoek zijn de ervaringen van maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor minimahuishoudens (oftewel: ketenpartners) niet meegenomen. Het is van belang om ook met deze partijen te evalueren hoe zij de wederzijdse samenwerking ervaren en of zij de gemeente en andere ketenpartners weten te vinden, om zo gezamenlijk een sterk doorverwijzingsnetwerk op te bouwen. De inventarisatie van ervaringen en de opbouw van een duurzame samenwerkingsrelatie kan bijvoorbeeld opgebouwd worden door het faciliteren van periodieke netwerkbijeenkomsten. Aanbeveling Investeer in de samenwerking met maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor minimahuishoudens en onderzoek hun ervaringen en behoeften in de samenwerking met de gemeente en andere ketenpartners. Bijvoorbeeld door periodieke netwerkbijeenkomsten te organiseren. De inzet op een brede intake en integrale dienstverlening zorgt ervoor dan meerdere levensdomeinen worden meegenomen in de ondersteuning van een inwoner. Het biedt tevens kansen om door te verwijzen naar andere inkomensondersteunende regelingen of ketenpartners, zoals hierboven benoemd. Toch blijft het bereik van verschillende regelingen achter bij het

4 In deze conclusie komen niet alle uitgangspunten vanuit het minimabeleid aan bod. Er is een keuze

gemaakt voor de uitgangspunten die in de evaluatie en voorgaande onderzoeken als meest relevant naar voren komen.

13

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

landelijke gemiddelde. Dit geldt onder andere voor de activeringsregeling 5, de collectieve zorgverzekering, de bijzondere bijstand en het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Het is aan te bevelen om, in relatie tot deze resultaten, in te (blijven) zetten op laagdrempelige informatievoorziening. Hierbij zou de focus moeten liggen op inwoners die beperkt taalvaardig zijn en mogelijk tevens over beperkte digitale vaardigheden beschikken. Hanteer daarom waar mogelijk toegankelijke bewoordingen op B1-niveau; de term ‘Activeringsregeling’ speelt bijvoorbeeld niet zo sterk tot de verbeelding als een ‘Meedoenregeling’ of een ‘Doe mee-regeling’.

Aanbeveling Communiceer eenvoudig, toegankelijk, effectief en op B1-niveau.

Uitgangspunt 2: Kinderen gaan altijd voor Kinderen hebben een belangrijke positie in het minimabeleid van de gemeente Hilversum. Vanuit dat perspectief worden twee regelingen voor kinderen aangeboden; het Kindpakket en het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Het bereik van het Kindpakket ligt hoger dan gemiddeld (59 procent, gemiddeld 45 tot 50 procent), maar het bereik van Jeugdfonds Sport & Cultuur ligt beduidend lager dan gemiddeld (12 procent, gemiddeld 20 tot 25 procent). Sociale participatie is belangrijk voor kinderen om nu mee te kunnen doen en kansen te krijgen voor hun persoonlijke ontwikkeling. Het Jeugdfonds Sport & Cultuur biedt kansen voor de sportieve en culturele participatie van kinderen en jongeren. Het is daarom aan te bevelen om de mogelijkheden om het bereik van het Jeugdfonds te verhogen, aan te wenden. Bijvoorbeeld door in te zetten op de informatievoorziening onder huishoudens met kinderen. Eventueel kan hierbij gekeken worden naar de kenmerken van minimahuishoudens met kinderen; zo blijken in verhouding veel minimakinderen in de wijken Oost en Noordoost te wonen waardoor de informatievoorziening gericht kan plaatsvinden. Aanbeveling Zet in op het verhogen van het bereik van het Jeugdfonds Sport & Cultuur, bijvoorbeeld door te investeren in de informatievoorziening.

Om huishoudens met kinderen bestaanszekerheid te bieden is het van belang om te realiseren dat er onderscheid bestaat tussen alleenstaande ouders en ouderparen. In bijlage 2 is uiteengezet dat het verschil tussen wettelijk sociaal minimum – de inkomensgrens waar de inkomensondersteunende regelingen aan gerelateerd zijn – en het wettelijk minimumloon groter is voor alleenstaande ouders dan voor ouderparen. Dit is te verklaren door het feit dat het wettelijk sociaal minimum wordt afgestemd om het huishoudtype. Oftewel, (echt)paren ontvangen een hogere bijstandsuitkering dan alleenstaande ouders. Op het moment dat een alleenstaande ouder werk aanvaardt, krijgt hij te maken met een aanzienlijke inkomensgroei tot 162 procent van de bijstandsnorm6 terwijl paren te maken krijgen met een inkomensgroei van 113 procent ten opzichte van de bijstandsnorm. Ouderparen hebben in die zin minder profijt van werkaanvaarding dan alleenstaande ouders. Juist voor deze groep is ondersteuning in de vorm van kindregelingen noodzakelijk. In de gemeente Hilversum worden twee kindregelingen aangeboden: het Jeugdfonds Sport & Cultuur en het Kindpakket in samenwerking met Stichting Leergeld. Het Kindpakket heeft een hoger bereik (557 huishoudens 59 procent) dan Jeugdfonds Sport & Cultuur (208 huishoudens,

5 Per januari 2023 kunnen inwoners ook hun mobiel- en internetgebruik vergoeden vanuit de

Activeringsregeling. Bovendien is de vergoeding verhoogd. Mogelijk komt dit het gebruik en bereik van de regeling ten goede. 6 Dit percentage valt in de praktijk anders uit omdat men ook minder toeslagen vanuit het Rijk en minder gemeentelijke regelingen ontvangt. Het daadwerkelijke besteedbare inkomen ontwikkelt zich minder sterk.

14

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

12 procent)7. Inhoudelijk bestaat er overlap tussen de vergoedingen van beide kindregelingen; beide regelingen bieden bijvoorbeeld ondersteuning in de kosten van devices. De overlap blijkt ook in het gebruik zichtbaar; 126 huishoudens maken gebruik van beide regelingen. Aanbeveling Onderzoek de overlap tussen regelingen voor kinderen om dubbelingen te voorkomen en kinderen waar mogelijk op verschillende levensdomeinen te ondersteunen.

Uitgangspunt 3 & 4: Kantelen en maatwerk bieden en verstrekkingen in natura uitgeven De gemeente wil haar inwoners stimuleren in hun kracht om zelf uit armoede te komen. Vanuit dat perspectief streeft de gemeente na om de inwoner zelfstandiger te maken door regelingen aan te bieden die gericht zijn op onafhankelijkheid en verstrekkingen in natura aan te bieden. Hiervoor is onder andere de Hilversumpas in het leven geroepen. De inwoner ontvangt geen geld op de rekening, maar op de pas wordt een bedrag gestort dat de inwoner naar eigen inzicht kan besteden (aan de daarvoor bestemde doeleinden). Hierbij wordt uitgegaan dat de inwoner weet van het bestaan van de regelingen, waarbij leesvaardigheden en digitale vaardigheden vereist zijn, of het durven bespreken van problemen met naasten of gemeente. De gemeente Hilversum kent 4.340 minimahuishoudens, waarvan 65 procent een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangt. De gemeente wil door een implementatiemanager aan te stellen deze punten aanpakken en zo het aandeel huishoudens dat een uitkering ontvangt omlaag brengen. Deze manager is tot op heden nog niet aangesteld; een aanbeveling is om deze beleidsdoelstelling in het vervolg van de huidige beleidsperiode alsnog aan te stellen. De inkomensgrenzen zijn voor alle huishoudtypen gelijk.

In de praktijk blijkt echter dat (echt)paren in verhouding een minder sterke stijging van hun totale inkomen ervaren wanneer zij een loonstijging krijgen, dan alleenstaanden of alleenstaande ouders (zie ook bijlage 2). De gemeente vindt dat werken moet lonen. In het kader van maatwerk bieden is het aan te bevelen om de behoeften van (echt)paren in beeld te brengen en houden. Dit geldt tevens voor andere doelgroepen die in een financieel kwetsbare positie terecht kunnen komen door hoge kosten, zoals huishoudens met een hoge zorgvraag of langdurige minima. In het voorliggende onderzoek (en voorgaande onderzoeken) is geen behoeftepeiling onder de minimadoelgroep gedaan, waardoor hun ervaringen niet in beeld komen. Aanbeveling Blijf de behoeften van huishoudens in een financieel kwetsbare positie voor ogen houden, bijvoorbeeld (echt)paren, inwoners met een hoge zorgvraag en langdurige minima. Daarnaast vormen AOW-gerechtigde huishoudens soms ook een kwetsbare groep omdat zij soms aanspraak mogen maken op inkomensondersteunende regelingen maar niet altijd op de hoogte zijn van de mogelijkheden. Het is daarom van belang om de informatievoorziening, in het kader van maatwerk, ook op deze doelgroep toe te spitsen. Bijvoorbeeld middels reclamespotjes op de regionale televisiezenders of specifiek foldermateriaal. Aanbeveling Sluit in de informatievoorziening aan op AOW-gerechtigden.

Bijvoorbeeld middels de regionale televisiezenders of specifiek foldermateriaal.

7 Deze informatie is ontleend aan het Minima Dashboard van de gemeente Hilversum met 1 juli 2021 als

peildatum.

15

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

Een recente ontwikkeling (januari 2023) is dat de inkomensgrens van de minimaregelingen is opgehoogd tot 130 procent Wsm. Dit past bij de doelstelling om de participatie van inwoners te bevorderen. Tegelijkertijd stimuleert het mogelijk minder goed om te gaan werken. De ophoging van de inkomensgrenzen komt daarmee met name ten goede aan inwoners die langdurig van een minimuminkomen moeten rondkomen. Bij langdurige minima speelt dikwijls ook multiproblematiek. Vanuit dat perspectief is het aan te bevelen in samenwerking met deze doelgroep te streven naar betrokken blijven bij de samenleving; ook als inwoners geen perspectief hebben op werk. Bijvoorbeeld door activiteiten in buurthuizen of middels vrijwilligerswerk. Aanbeveling Zet voor langdurige minima in op betrokkenheid bij de samenleving als werkaanvaarding geen realistisch perspectief is. Bijvoorbeeld middels activiteiten in buurthuizen of vrijwilligerswerk. Naast de bestaande doelgroepen heeft het verstrekken van de energietoeslag een nieuwe doelgroep aan het licht gebracht. Het betreft veelal inwoners met een lager inkomen die in sommige gevallen (nog) wel over vermogen beschikken en daarom niet in aanmerking komen voor andere inkomensondersteunende regelingen.

Juist voor deze doelgroep is maatwerk belangrijk; bijvoorbeeld door te onderzoeken of zij niet ook voor andere regelingen in aanmerking komen of samen te kijken naar andere mogelijkheden om te voorkomen dat ze (langdurig) van een minimuminkomen moeten rondkomen. Het opnieuw verstrekken van de energietoeslag in 2023 geeft mogelijkheden voor een nieuw contactmoment.

Aanbeveling Benut het verstrekken van de energietoeslag als een kans om maatwerk te bieden aan inwoners die net boven het wettelijk sociaal minimum zitten of (nog) teveel vermogen hebben. Het is een potentiële doelgroep die extra ondersteuning en preventie kan gebruiken.

3.2. Antwoord op de onderzoeksvragen De gemeente Hilversum heeft als centrale onderzoeksvraag geformuleerd: “Is de financiële ondersteuning per huishouden dat gebruik maakt van de minimaregelingen toegenomen, gelijk gebleven of afgenomen ten opzichte van voorgaande jaren en welke oorzaken liggen hieraan ten grondslag?”. Deze centrale onderzoeksvraag wordt ondersteund door verschillende deelvragen, die hieronder worden beantwoord. Hoeveel inwoners uit de verschillende doelgroepen hebben zich gemeld voor een tegemoetkoming in 2020 en 2021 en hoe groot was het bereik ten opzichte van de totale doelgroep? En op welke regelingen is een beroep gedaan in 2020 en 2021? In het dashboard van 2022 is het gebruik van de kwijtschelding, bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, collectieve zorgverzekering, activeringsregeling, Kindpakket en Jeugdfonds Sport & Cultuur onderzocht over de periode 1 juli 2020 tot 1 juli 20218. Het bereik is berekend door het gebruik van de regelingen af te zetten tegen de totale doelgroep. Dit is inclusief de minima die de gemeente Hilversum niet in beeld heeft. In onderstaande tabel (tabel 3.2.1.) is te zien dat de regeling voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen het hoogste bereik heeft (76 procent), gevolgd door de individuele inkomenstoeslag (59 procent) en de collectieve zorgverzekering (34 procent).

De gemeente biedt daarnaast twee kindregelingen aan. Het valt op 8 Tijdens deze terugkijkperiode van het dashboard speelde de coronacrisis een grote rol. Hierdoor werden

de TONK en TOZO-regelingen aangeboden. De coronacrisis kan effect hebben gehad op de gebruikscijfers van verschillende regelingen, omdat bijvoorbeeld sporten een tijd niet was toegestaan. Deze cijfers kunnen daarom afwijken van de trend die eerdere jaren te zien was.

16

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

dat het Kindpakket een meerderheid van de doelgroep bereikt (59 procent), terwijl het Jeugdfonds Sport & Cultuur daarbij achterblijft met een bereik van 12 procent. Tabel 3.2.1 Gebruik en bereik van minimaregelingen in de gemeente Hilversum Regeling Kwijtschelding Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Activeringsregeling Kindpakket Jeugdfonds Sport & Cultuur

Gebruik 2.741 huishoudens 1.198 huishoudens 1.437 huishoudens 1.750 huishoudens 1.158 huishoudens 557 huishoudens 208 kinderen

Doelgroep 3.600 huishoudens 4.100 huishoudens 2.425 huishoudens 5.200 huishoudens 5.200 huishoudens 950 huishoudens 1.680 kinderen

Bereik 76 procent 29 procent 59 procent 34 procent 22 procent 59 procent 12 procent

Wat zijn de financiële gevolgen voor de begroting ten opzichte van 2018 en 2019? De inkomens effectrapportage van 2022 heeft een vergelijking gemaakt met 2018. Hierbij valt op dat huishoudens in 2022 net als in 2018 afhankelijk waren van gemeentelijke regelingen om voldoende vrij besteedbaar budget te hebben. Echter was het in 2022 zo dat alle huishoudens, uitgezonderd een paar met kinderen, genoeg budget had voor vrije bestedingen. Deze verruiming van het vrij te besteden budget ten opzichte van 2018 had te maken met de verruiming van de inkomensgrenzen en de energietoeslag. AOW-gerechtigde huishoudens zijn er op achteruit gegaan ten opzichte van 2018, met name (echt)paren. Dit heeft deels te maken met de stijging van de vaste lasten. Daarnaast houdt dit verband met een snellere daling in de landelijke toeslagen in 2022 ten opzichte van 2018. De gezamenlijke ontwikkelingen zorgen voor een lager vrij besteedbaar budget dan in 2018. Is de financiële ondersteuning per huishouden dat gebruik maakt van de minimaregelingen toegenomen, gelijk gebleven of afgenomen en welke oorzaken liggen daar aan ten grondslag? In Tabel 3.2.2 is het bereik van de minimaregelingen in de jaren 2015, 2017 en 2020/2021 weergegeven. Bij de meeste regelingen is een afname in het bereik te zien. Hiervoor zijn twee verklaringen mogelijk: •

•

Vanaf 2020 is het gebruik van de inkomensondersteunende regelingen afgezet tegen de totale (geschatte) doelgroep, in plaats van tegen de doelgroep die met de minimaregelingen in beeld is. Dit geeft een realistischer beeld van het bereik, maar de totale bereikscijfers vallen daardoor lager uit. In de terugkijkperiode van de voorgaande meting (2020/2021) speelden de Covid19omstandigheden een grote rol binnen het maatschappelijke, openbare leven. Met name sportieve, sociale en culturele activiteiten konden geen doorgang vinden. In onderstaande tabel valt op dat met name het bereik van de participatieregelingen (activeringsregeling en kindpakket) een verminderd bereik tonen. Naar waarschijnlijkheid zal het bereik van deze regelingen toenemen in de komende periode.

17

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

Tabel 3.2.2 Bereik minimaregelingen gemeente Hilversum 2015 - 2021 Regeling

Bereik 2015

Bereik 2017

Bereik 2020/2021

Kwijtschelding Bijzondere bijstand

76 procent 1.238 aanvragen toegewezen

79 procent 1.308 aanvragen toegewezen

76 procent 1.198 aanvragen toegewezen

Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Activeringsregeling Kindpakket Jeugdfonds Sport & Cultuur

37 procent

65 procent

59 procent

38 procent

36 procent

34 procent

35 procent N.v.t. N.v.t.

38 procent 65 procent N.v.t.

22 procent 59 procent 12 procent

18

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen De gemeente Hilversum biedt verschillende minimaregelingen aan. Hieronder staan de huidige regelingen beschreven, zoals deze zijn weergegeven in het beleidsplan 2020 - 2024. Kindpakket Het doel van het Kindpakket is kinderen uit minimahuishoudens tot 130 procent van de bijstandsnorm te laten meedoen. De regeling bestaat uit een tegoed op de Hilversumpas om te besteden aan sport en culturele activiteiten voor kinderen van 0 tot en met 17 jaar. Het budget voor kinderen van 0 tot en met 3 jaar is € 150 per jaar en voor kinderen van 4 tot en met 11 jaar is dit € 275 per jaar om naast sport en cultuur ook aan schoolactiviteiten te besteden. Het budget voor kinderen van 12 tot en met 17 jaar is € 575 per jaar om naast sport, cultuur en schoolactiviteiten ook te besteden aan een computer, laptop of tablet voor kinderen die beginnen in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs. Verder kunnen kinderen vanaf 4 jaar één keer in de 4 jaar een fiets aanschaffen in samenwerking met Stichting Leergeld. Activeringsregeling Het doel van de activeringsregeling is om inwoners uit minimahuishoudens tot 130 procent van de bijstandsnorm te stimuleren actiever te worden op gebied van sport, cultuur of maatschappelijke participatie. Hiervoor is er een bedrag van € 140 per jaar op de Hilversumpas gezet.

Verduurzaming huis Het doel van de regeling verduurzaming huishouden is om het huishouden tot 130 procent van de bijstandsnorm te verduurzamen door middel van energiebesparende producten. Dit wordt gedaan met behulp van de Hilversumpas. De hoogte van de vergoeding is gebaseerd op de Nibudnorm. Daarnaast wordt er waar nodig advies door een energiecoach geboden over tochtstrips, spaarlampen, radiatorfolie en energiebesparende douchekoppen en waterkranen. Individuele inkomenstoeslag Het doel van de individuele inkomenstoeslag is het vervangen van de huisinrichting van minima tot 110 procent van de bijstandsnorm die langdurig (>3 jaar) een laag inkomen hebben. Studietoeslag De studietoeslag ondersteunt inwoners die door hun beperking geen bijbaan kunnen hebben. Het gaat hierbij om een bedrag van € 256 per maand, zolang men recht heeft op studiefinanciering. Regeling chronisch zieken en gehandicapten Het doel van de regeling voor chronisch zieken en gehandicapten om deze doelgroep tot 130 procent van de bijstandsnorm te compenseren voor meerkosten als gevolg van hun aandoening die buiten hun zorgverzekering vallen. Het vastgestelde bedrag hiervoor is jaarlijks € 500. Collectieve zorgverzekering Als collectieve zorgverzekering voor minima worden in de gemeente Hilversum twee pakketten aangeboden: het DSW Standaard pakket het DSW Top pakket.

Hiervan kunnen minimahuishoudens tot 130 procent van de bijstandsnorm gebruik van maken. Overige regelingen Andere regelingen die de gemeente Hilversum aanbiedt zijn onder andere de inrichtingskrediet voor statushouders, rechtskundige hulp en proceskosten voor minima tot 110 procent van de bijstandsnorm. Daarnaast biedt de gemeente ook een reiskostenvergoeding voor schoolgaande kinderen.

19

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

Bijlage 2. Wsm tegenover Wettelijk minimumloon De gemeente Hilversum baseert het minimabeleid op inkomensgrenzen die gerelateerd zijn aan het wettelijk sociaal minimum (Wsm), zoals de meeste gemeenten. De gemeente is geïnteresseerd in de invloed van loon uit arbeid op de financiële positie van huishoudens. Om extra inzicht te geven wordt het wettelijk sociaal minimum ook afgezet tegen het wettelijk minimumloon (WML). Bijstandsnorm Het Wettelijk sociaal minimum is de actuele bijstandsnorm voor het betreffende huishoudtype. Dit is het bedrag dat iemand nodig heeft om van te leven. De hoogte van dit bedrag hangt af van leeftijd en de leefsituatie. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt het bedrag van de bijstandsnormen jaarlijks vast. Voor AOW-huishoudens is de netto AOW-uitkering het normbedrag voor het Wettelijke sociale minimum. Wettelijk minimumloon Het wettelijk minimumloon is het loon dat werkgevers minimaal moeten betalen aan zijn werknemers. De hoogte van het minimumloon wordt ieder halfjaar aangepast. Het wettelijk minimumloon geldt voor alle medewerkers van 21 jaar en ouder en houdt, in tegenstelling tot de bijstandsnorm, geen rekening met de leefsituatie. Voor werknemers die jonger zijn is er het minimum jeugdloon. Dit is een percentage van het minimumloon.

Het wettelijk minimumloon is per januari 2023 met 10,15 procent gestegen ten opzichte van vorige jaren. Het inkomen bij een volledig dienstverband is gestegen van € 1.756 tot € 1.934 per maand. Financieel effect De inkomensondersteunende regelingen van de gemeente Hilversum zijn gerelateerd aan het wettelijk sociaal minimum. De aanname is dat (in ieder geval één iemand) van het huishouden vanaf een inkomensniveau van 110 procent Wsm gaat werken. Dit komt neer op een inkomen van € 1.315 per maand. Voor het inzicht staat daar in tabel B2.1 het wettelijk minimumloon tegenover als iemand fulltime werkt. In tabel B2.2 wordt dit verhoudingsgewijs tegen elkaar afgezet: een minimuminkomen (100 procent WML) staat voor een alleenstaande gelijk aan 162 procent van de bijstandsnorm. De verhouding voor een paar ligt anders; het wettelijk minimumloon staat dan gelijk aan 113 procent van de bijstandsnorm. Gemeentelijke regelingen vallen op dezelfde inkomensniveaus weg tussen de verschillende huishoudtypen, terwijl hier zichtbaar wordt dat paren bij fulltime werken (door één van de twee individuen) al snel het recht op regelingen verliezen waarbij alleenstaande (ouders) die fulltime werken daar verhoudingsgewijs pas veel later mee te maken krijgen. Het minimumloon houdt geen rekening met huishoudtype, terwijl het wettelijk sociaal minimum dat wel doet.

Dit betekent dat werkaanvaarding voor een paar andere gevolgen heeft dan voor een alleenstaande (ouder). Tabel B2.1. Maandelijkse bedragen bijstandsnorm en WML naar huishoudtype Inkomen

Alleenstaande (ouder) 21 jaar tot AOW

100% bijstand incl. VT 120% bijstand incl. VT

€ 1.196 netto € 1.435 netto

€ 1.708 netto € 2.050 netto

€ 1.331 netto € 1.597 netto

100% WML incl. VT 120% WML incl. VT

€ 1.934 netto € 2.321 netto

€ 1.934 netto € 2.321 netto

€ 1.934 netto € 2.321 netto

20

(Echt)paar 21 jaar tot AOW

Alleenstaand AOW

Gemeente Hilversum

Versie 1.0

Tabel B4.2 Van percentage WML naar percentage van de bijstandsnorm, netto Inkomen

Alleenstaande (ouder) 21 jaar tot AOW

100% WML incl. VT (€1.934)

162% bijstandsnorm

21

(echt)Paar 21 jaar tot AOW

Alleenstaand AOW

113% bijstandsnorm

145% bijstandsnorm

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=58b21a64-b6dd-4f14-8326-ec23b5f90111