Bijlage 5: Jurisprudentie met betrekking tot de Erfgoedverordening
Tekst van het document
Jurisprudentie met betrekking tot de Erfgoedverordening en belanghebbenden Uitspraak 201709997/1/A2 - Raad van State natuurlijke personen zijn geen belanghebbenden bij de aanwijzing van een monument omdat dit het object niet feitelijk wijzigt. Tegen de wijziging van de bestemming van een monument kan op een andere manier opgekomen worden tegen besluiten die zien op wijziging van het monument. Stichtingen kunnen wel belanghebbend zijn als de statuten en feitelijke werkzaamheden hiervan rechtstreeks betrekking hebben op de aanwijzing tot monument (dus niet het wel of niet in stand houden van een gebouw) https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2024:1968 Een stichting is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard bij het verzoeken om het toekennen van een monumentnummer in het rijksregister. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het bezwaar van de stichting, voor zover dit gericht was tegen het niet bijbeschermen van de open stal bij de duiventoren, ten onrechte nietontvankelijk heeft verklaard. De stichting betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het mogelijk is om onder artikel 8 van de Monumentenwet 1988 te verzoeken om toekenning van monumentnummers. https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@128265/202004654-1-a2/ Een eigenaar van een pand heeft een principeverzoek gedaan voor het slopen en herontwikkelen van dat pand.
De gemeente heeft het pand naar aanleiding daarvan aangewezen als gemeentelijk monument. De rechtbank heeft het tegen dit besluit ingestelde beroep van [appellante] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft, voor zover nu van belang, geoordeeld dat aan het bestreden besluit geen onredelijke belangenafweging ten grondslag ligt. Voorop is gesteld dat de aanwijzing van het pand als een gemeentelijk monument de door [appellante] beoogde totale sloop daarvan, lastiger maakt. Naar het oordeel van de rechtbank hoefde het college daarin echter geen aanleiding te vinden om af te zien van die aanwijzing. Op voorhand valt niet uit te sluiten dat het college de door [appellante] beoogde sloop en herbouw ook niet zou hebben vergund als het pand niet was aangewezen als monument. Voor de realisering van het plan van [appellante] is namelijk een afwijking van het bestemmingsplan vereist. Daarbij is het besluit van 9 oktober 2019 gebaseerd op een advies van de CRK van 12 februari 2019. Daarin is vermeld dat het pand goed transformeerbaar is en dat er voldoende mogelijkheden zijn tot herontwikkeling. Het pand beschikt namelijk over vele gevelopeningen en het interieur daarvan is niet waardevol.