Bijlage 5 : Chw-bestemmingsplan 1221_(gewijzigd)_Toelichting
Tekst van het document
Chw-bestemmingsplan 1221
Gemeente Hilversum, Dienst Stad Afdeling Stedelijke Ontwikkeling, Team Bestemmingsplannen en Monumenten
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling 1.3 Functie van het bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 5 6 7
Hoofdstuk2 Begrenzing plangebied en vigerende bestemmingsplannen 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Vigerende bestemmingsplannen
9 9 10
Hoofdstuk3 Karakteristieken plangebied 3.1 Identiteit en bestaande structuren 3.2 Geuzenbuurt 3.3 Elektrobuurt 3.4 Villa Industria 3.5 Kleine Driftbuurt
13 13 14 14 14 14
Hoofdstuk4 Relevant beleidskader 4.1 Rijk 4.2 Provincie Noord-Holland 4.3 Regio Gooi en Vechtstreek 4.4 Gemeente Hilversum
17 17 17 20 23
Hoofdstuk5 Ruimtelijk plan 1221 5.1 Identiteit 5.2 Wonen en werken 5.3 Leefbaarheid, ontmoeten en spelen 5.4 Groen en duurzaamheid 5.5 Verkeer, verbinding en parkeren 5.6 Manier van samenwerken
41 41 42 46 47 49 50
Hoofdstuk6 Omgevingsaspecten 6.1 Toetsingsproces 6.2 Omgevingsaspecten identiteit 6.3 Omgevingsaspecten wonen en werken 6.4 Omgevingsaspecten leefbaarheid, ontmoeten en spelen 6.5 Omgevingsaspecten groen en duurzaamheid 6.6 Omgevingsaspecten verkeer, verbinding en parkeren 6.7 M.e.r.-beoordeling
51 51 52 55 59 66 70 70
Hoofdstuk7 Activiteiten en regelingen 7.1 Planmethodiek 7.2 Omgevingsdoelen 7.3 Activiteiten en werkingsgebieden 7.4 Procesregels omgevingsvergunningen
75 75 76 77 85
Hoofdstuk8 Monitoring 8.1 Monitoring omgevingswaarde groene pleinen 8.2 Monitoring omgevingswaarde speelvoorzieningen 8.3 Handhaving
87 87 87 89
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
2
Hoofdstuk9 Uitvoerbaarheid en evaluatie 9.1 Financieel 9.2 Participatie 9.3 Wettelijk vooroverleg en ter inzage legging 9.4 Evaluatie pilot
91 91 91 92 92
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Gebiedsagenda 1221
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties1221 Hilversum
Bijlage 3
Gebiedspaspoort Korte Noorderweg
Bijlage 4
Externe veiligheid
Bijlage 5
Geluid
Bijlage 6
Hogere waardenbesluit
Bijlage 7
Stikstofonderzoek
Bijlage 8
Verkeerseffecten
Bijlage 9
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
3
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
4
Toelichting
Hoofdstuk 1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een algemene introductie van het Chw-bestemmingsplan 1221 gegeven. De aanleiding voor het plan (paragraaf 1.1), de doelen van het plan (paragraaf 1.2) en de functie van het plan in het kader van de crisis-en herstelwet (paragraaf 1.3) zijn toegelicht. In de paragraaf 1.4 is de leeswijzer te vinden.
1.1
Aanleiding
Het postcodegebied 1221 in Hilversum staat aan de vooravond van een transformatie. Het gebied, dat haar identiteit ontleent aan het industriële verleden, de kleinschaligheid van buurten, functiemenging en diversiteit, wordt op diverse locaties ontwikkeld tot een meer centrum stedelijk milieu met een hoge omgevingskwaliteit, passend in de omgeving. Middels een open planproces met alle stakeholders, is een programma zoals bedoeld in de Omgevingswet opgesteld; de Gebiedsagenda 1221. De Structuurvisie Hilversum 2030, het coalitieakkoord 2018-2022 en verschillende sectorale beleidsdocumenten vormen hiervoor de onderlegger. In de gebiedsagenda zijn korte en lange termijn opgaven opgenomen die het gebied de komende jaren veiliger, gezonder, duurzamer en leefbaarder zullen maken. De opgaven worden opgepakt via prachtprojecten, ontwikkellocaties en diverse activiteiten om een kwaliteitsimpuls te geven aan de bestaande wijk. Om de opgaven juridisch te borgen is een nieuw, innoverend bestemmingsplan opgesteld. Het plangebied is op grond van de Crisis- en herstelwet aangemerkt als innovatief experiment én als ontwikkelingsgebied, waardoor geëxperimenteerd kan worden met een bredere reikwijdte van het bestemmingsplan. Dit wordt een Chw-bestemmingsplan-plus met verbrede reikwijdte (hierna: Chw-bestemmingsplan) genoemd.
Op deze manier heeft het bestemmingsplan al meer het karakter van een omgevingsplan, een meer integraal plan voor alle aspecten van de fysieke leefomgeving. Naast de concrete opgaven, zijn ook drie resterende dilemma's in beeld gebracht in de gebiedsagenda. Het gaat om de dilemma's 'bouwhoogte versus inpassing', 'bebouwingsdichtheid versus parkeernormen' en 'vergroenen/spelen/ontmoeten versus ruimte voor de auto'. Om deze dilemma's op te lossen is, parallel aan het proces van dit bestemmingsplan, het 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221' opgesteld. Daarnaast is het Gebiedspaspoort Korte Noorderweg, als onderdeel van het beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Het beeldkwaliteitsplan en het Gebiedspaspoort Korte Noorderweg vormen samen met de gebiedsagenda en dit Chw-bestemmingsplan de belangrijkste kaders voor ontwikkeling van het postcodegebied 1221 in Hilversum.
1.2
Doelstelling
Hoofddoel van het Chw-bestemmingsplan is om de omgevingskwaliteit van het postcodegebied 1221 te versterken. Het gebied moet veiliger, gezonder, duurzamer en leefbaarder worden. Het Chw-bestemmingsplan is daarom met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet opgesteld. Deze doelen zijn opgenomen in artikel 6 van de regels. Het Chw-bestemmingsplan richt zich op het behoud van de bestaande functies en bebouwing en maakt daarnaast vernieuwing mogelijk. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in consolidatiegebieden, moderniseringsgebieden en ontwikkellocaties. De consolidatiegebieden binnen 1221 zijn gebieden waar consolidatie van het bestaande primair het uitgangspunt is. De huidige inrichting en de bestaande structureren worden in stand gehouden en er zijn geen ingrijpende vernieuwingen voorzien. De consolidatiegebieden bestaan uit de bestaande woonwijken Geuzenbuurt, Elektrobuurt, Kleine Driftbuurt en Villa Industria. vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
5
De moderniseringsgebieden zijn gebieden waar vernieuwing en menging van functies centraal staat. Veranderingen zijn mogelijk, met het oog op het behoud van de kwaliteit. Wonen, werken en leven moeten naast elkaar bestaan. De moderniseringsgebieden bevinden zich met name langs de toegangswegen en bestaan uit de Larenseweg, de Minckelersstraat en de Spoorzone. Binnen de moderniseringsgebieden liggen ontwikkellocaties. Dit zijn gebieden waar een ingrijpende verandering in hoofdfuncties gewenst is en ook al plannen voor ontwikkeld worden. De gebieden worden herontwikkeld tot stedelijke woon- en werkgebieden met een hoge omgevingskwaliteit. De reeds bekende ontwikkellocaties zijn Hunkemöller, Venetapark, Van Son, Wybertjesfabriek, Grote Sigarenfabriek, Zuiderweg/Lijsterweg en Korte Noorderweg. Uitnodigingsplanologie is het uitgangspunt; het Chw-bestemmingsplan vormt het kader waarbinnen initiatiefnemers plannen kunnen ontwikkelen die bijdragen aan de ambities van de Gebiedsagenda. Daarnaast is het Chw-bestemmingsplan een pilot om te oefenen met het opstellen van een plan in de geest van de Omgevingswet. Alle omgevingsdoelen van het Chw-bestemmingsplan zijn terug te vinden in artikel 6 van de regels van het Chw-bestemmingsplan.
1.3
Functie van het bestemmingsplan
Voorliggend Chw-bestemmingsplan is opgesteld op basis van de mogelijkheden die de Crisis- en herstelwet biedt. Het plangebied is aangemerkt als innovatief experiment én als ontwikkelingsgebied. Middels het Chw-bestemmingsplan experimenteert de gemeente op het gebied van flexibiliteit, integraliteit en samenwerking en brengt de gemeente een organische gebiedsontwikkeling tot stand. Het Chw-bestemmingsplan moet dienen als integraal kader voor alle ontwikkelingen en tegelijkertijd regels bevatten voor het behoud van de bestaande gebouwen. De komende jaren wordt plangebied 1221 op geleidelijke en organische wijze verder ontwikkeld met als doel om het woon,- werk,- en leefklimaat te versterken. 1.3.1
Innovatief experiment
Op basis van artikel 2.4 van de Crisis- en herstelwet is het mogelijk om af te wijken van bepaalde (belemmerende) wet- en regelgeving om duurzame, innovatieve ontwikkelingen toch mogelijk te maken. Artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet benoemt onderdelen waar in dit plan gebruik van gemaakt mag worden. Niet alle onderdelen worden gebruikt. De in dit Chw-bestemmingsplan toegepaste onderdelen van artikel 7c Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet zijn: lid 1: regels die strekken ten behoeve van het: 1. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en 2.
doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies; lid 2: een planhorizon van twintig jaar in plaats van tien jaar; lid 4: het bestemmingsplan bevat regels uit gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving; lid 6 en 7: regels waarvan de uitoefening van een bij die regels aan te geven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels die door de raad dan wel het college worden vastgesteld; lid 9: het plan wijkt af van de standaard vergelijkbare bestemmingsplannen en het akoestisch onderzoek is afgestemd op het detailniveau en de fase van voorbereiding van het bestemmingsplan; lid 10 en 11: het verplichte kostenverhaal wordt vooruitgeschoven naar de omgevingsvergunning voor het bouwen (anterieure overeenkomst of exploitatieplan); lid 14 en 16: het Chw-bestemmingsplan bevat een omgevingsvergunningplicht voor een bestemmingsplanactiviteit; lid 15: het Chw-bestemmingsplan bevat indieningsvereisten voor de aanvraag omgevingsvergunning over de gevolgen van het beoogde gebruik voor de fysieke leefomgeving (vooruitschuiven onderzoeksverplichting naar omgevingsvergunning). Vernieuwende thema's, zoals energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
6
gezondheid hebben in het Chw-bestemmingsplan daarmee de nodige aandacht kunnen krijgen. Bovendien biedt het Chw-bestemmingsplan een kader voor ontwikkelingen die op dit moment nog niet concreet zijn. De afweging voor deze ontwikkelingen vindt voor een deel plaats ten tijde van de beoordeling van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. 1.3.2
Ontwikkelingsgebied
Op basis van artikel 2.2 van de Crisis- en herstelwet kan een gebied voor maximaal tien jaar worden aangewezen als ontwikkelingsgebied. In een dergelijk gebied speelt de duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling een belangrijke rol, evenals het tot stand brengen van een goede milieukwaliteit. Het gaat hierbij concreet om het tijdelijk kunnen afwijken van grenswaarden (Wet geluidhinder/Activiteitenbesluit) om de organische ontwikkeling mogelijk te maken. Er moet hierbij wel zekerheid worden verkregen dat de milieunormen in de toekomst wel kunnen worden gehaald. Dit kan bijvoorbeeld door het wegbestemmen van de bedrijfsfuncties in het Chw-bestemmingsplan. De gemeente kiest expliciet voor uitnodigingsplanologie en laat de keuze over aan de initiatiefnemers. Er worden reeds een groot aantal ontwikkellocaties ontwikkeld, de doelen van de gemeente voor 1221 worden hier al voortvarend opgepakt. Op deze locaties is het niet nodig om met de mogelijkheden die de Crisis- en herstelwet biedt voor ontwikkelingsgebieden te werken. Het wegbestemmen van andere bedrijfsfuncties is niet nodig om de ambities te realiseren en sluit ook niet goed aan op deze werkwijze van toelatingsplanologie. Bovendien kan dat leiden tot hogere maatschappelijke kosten omdat sprake kan zijn van planschade. Deze overwegingen hebben er toe geleid dat geen gebruik is gemaakt van artikel 2.2.
van de Crisis en herstelwet.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding is de toelichting als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt de begrenzing van het plangebied beschreven en komen de vigerende bestemmingsplannen aan bod. In hoofdstuk 3 worden de karakteristieken van het postcodegebied 1221 toegelicht. In hoofdstuk 4 wordt vervolgens ingegaan op de belangrijkste beleidskaders. Hoofdstuk 5 beschrijft het ruimtelijk plan aan de hand van de ambities vanuit de gebiedsagenda en de ruimtelijke kaders van het Beeldkwaliteitsplan+. In hoofdstuk 6 wordt getoetst of het planvoornemen past binnen de kaders van een gezonde en veilige leefomgeving. In hoofdstuk 7 worden de activiteiten in het plangebied en daaraan verbonden regelingen omschreven. In hoofdstuk 8 wordt het monitoringsplan voor de omgevingswaarden en de meldingsplichten omschreven. In het laatste hoofdstuk 9 wordt de uitvoerbaarheid en evaluatie van het plan toegelicht.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
7
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
8
Hoofdstuk 2 Begrenzing plangebied en vigerende bestemmingsplannen 2.1
Begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen in het oosten van Hilversum en wordt globaal begrensd door de Huygensstraat/Hoge Larenseweg, de Jan van der Heydenstraat en de twee spoorlijnen Amsterdam Zutphen (vanaf Hilversum takt deze af richting Baarn en Amersfoort) en Hilversum - Utrecht (figuur 1.1). De wijk 1221 bestaat uit vier buurten: de Geuzenbuurt, de Electrobuurt, de Kleine Driftbuurt en Villa Industria. Elke buurt heeft haar eigen karakter en opgaven, welke in hoofdstuk 3 worden toegelicht. Het Bruisend Hart, het gebied rond de Oosterspoorplein, is geen onderdeel van het plangebied. Voor dit gebied is een structuurvisie vastgesteld, waarin op hoofdlijnen een richting aan de gewenste ontwikkelingen is gegeven. Na de structuurvisie volgt een nadere stedenbouwkundige uitwerking en een zelfstandige procedure.
Figuur 1.1 Plangebied 1221
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
9
2.2
Vigerende bestemmingsplannen
In deze paragraaf worden de vigerende bestemmingsplannen binnen het plangebied 1221 kort beschreven. Het Chw-bestemmingsplan zal de bestemmingsplannen vervangen. Het Chw-bestemmingsplan houdt de richtlijnen vanuit het vigerende bestemmingsplan aan, maar bouwt deze verder uit door meer flexibiliteit en mogelijkheden voor ontwikkelingen juridisch-planologisch mogelijk te maken. In hoofdstuk 7 wordt dit nader toegelicht. Bestemmingsplan Over het Spoor Het bestemmingsplan Over het Spoor is vastgesteld op 12 januari 2011. In het bestemmingsplan worden de doelstellingen voor de wijk 'Over 't Spoor' - nu bekend als 1221 - omschreven en juridisch geborgd. De doelstellingen zijn: de stedenbouwkundige structuur en cultuurhistorische waarden van de wijk versterken en het juridisch-planologisch inpassen van een wijkschets, beeldkwaliteitsplan en masterplan. Het bestemmingsplan heeft een conserverend karakter. Enkel binnen de bedrijventerreinen zijn mogelijkheden voor ontwikkelingen op het gebied van bedrijvigheid, wonen en voorzieningen opgenomen. Het noordelijk deel van het vigerende bestemmingsplan Over 't Spoor maakt geen onderdeel uit van het plangebied 1221. Bestemmingsplan Villa Industria Het bestemmingsplan Villa Industria is vastgesteld op 2 juli 2008.
Met het bestemmingsplan is de herstructurering van het REGEV-terrein, een voormalige gasfabriek met nuts- en openbare voorzieningen, tot nieuwe woonwijk planologisch mogelijk gemaakt. Villa Industria maakt onderdeel uit van 1221 en vormt binnen deze wijk een woongebied met commerciële en vrijetijdsvoorzieningen in een industrieel vormgegeven omgeving. Langs de Jan van der Heijdestraat zijn bouwwerken gerealiseerd met een afwijkende bouwhoogte (tot 42 m). Hoek Villa Industria Het bestemmingsplan Hoek Villa Industria is vastgesteld op 19 april 2014. Met het bestemmingsplan is de kantoorbestemming omgezet naar een woonbestemming om woningen ter plaatse mogelijk te maken. Lucentterrein Het bestemmingsplan Lucentterrein (2018) maakt de herinrichting van het Lucentterein mogelijk, waarbij de grootschalige en hoge (kantoor)gebouwen plaats hebben gemaakt voor een gemengd woon- en werkgebied met een breed scala aan woningtypen. Bestemmingsplan De Melkfabriek Het bestemmingsplan De Melkfabriek is vastgesteld op 11 januari 2011 vastgesteld. Met dit bestemmingsplan is een multifunctioneel gebouw ontwikkeld ter plaatse van een voormalige (monumentale) melkfabriek, een kantoorvilla met bedrijfshal. Het multifunctionele gebouw bestaat uit woningen, bedrijvigheid en maatschappelijke voorzieningen.
Bestemmingsplan Regeling meervoudige bewoning (2016) In het paraplubestemmingsplan Regeling meervoudige bewoning is een eenduidige regeling opgenomen voor het gebruik en verbouwen van gebouwen (panden) voor meervoudige bewoning. Het paraplubestemmingsplan gaat over 21 bestaande bestemmingsplannen, waaronder het vigerende bestemmingsplan Over 't Spoor. Het vigerende bestemmingsplan Villa Industria maakt geen onderdeel uit van dit paraplubestemmingsplan. vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
10
Bestemmingsplan Beschermde gezichten Hilversum Zuid en Oost Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 13 mei 2013 vastgesteld. Een smalle rand aan de oostzijde van het plangebied valt binnen dit bestemmingsplan en kent hiermee de dubbelbestemming 'Waarde Beschermd gezicht', waarmee de bescherming van cultuurhistorische waarden zijn geborgd. Provinciaal Inpassingsplan (PIP) Hoogwaardig Openbaar vervoer in het Gooi Het PIP is vastgesteld op 3 oktober 2016 om de bereikbaarheid van 't Gooi te verbeteren door een Hoogwaardige Openbaar Vervoer verbinding aan te leggen tussen Huizen en Hilversum. Op 10 april 2017 is het PIP herzien op onderdelen voor het tracédeel Hilversum/Laren. Het PIP wordt niet overgenomen in het Chw-bestemmingsplan, omdat het plan een provinciale bevoegdheid kent. Omgevingsvergunningen De verkregen rechten vanuit de omgevingsvergunningen voor de Huygensstraat 74 - 80 en Villa Industria KPN-terrein worden overgenomen in voorliggend Chw-bestemmingsplan.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
11
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
12
Hoofdstuk 3
Karakteristieken plangebied
In dit hoofdstuk is de huidige situatie van het plangebied 1221 beschreven en wordt ingegaan op de verschillende buurten binnen 1221 met elk hun eigen identiteit.
3.1
Identiteit en bestaande structuren
Het gebied 1221 is eind van de 19e eeuw ontstaan door de aanleg van de eerste industrie- en arbeiderswijken. Een groot deel van 1221 kan worden gezien als het 'gegroeide dorp' van Hilversum en bestaat hoofdzakelijk uit stenige straten met een kleinstedelijk karakter en bebouwing van rond 1900. Vanaf de jaren '20 van de vorige eeuw zijn er enkele volkswoningbouwcomplexen bijgekomen, geïnspireerd op de tuinstadgedachte om zelfvoorzienende wijken met elk eigen functies te creëren, de zogenoemde vooroorlogse en naoorlogse tuinsteden. Stedenbouwkundig gezien is de wijk dan ook in te delen in drie woonzones, met elk een eigen structuur: de 'Tuinwijk' met royale woningen, veelal twee- en drie woningen onder één kap, de 'Lintbebouwing' met veelal kleinschalige rijen woningen langs langgerekte radialen met weinig dwarsstraten, en het 'Tuindorp' met kleinschalige tuindorpbebouwing met een afwisseling van straatjes en pleinen (figuur 2.1). Naast deze woonzones zijn er kenmerkende bedrijventerreinen: het bedrijventerrein aan de Korte Noorderweg, de Liebergerweg en de bedrijfszone aan de Larenseweg.
Figuur 2.1 Stedenbouwkundige opzet 1221 De verkeersstructuur van de wijk kent een waaiervorm van radiale straten. Het hoofdverkeerswegennet wordt gevormd door de de Minckelersstraat/Professor Kochstraat, de Larenseweg en de Jan van der Heijdenstraat. Tussen deze hoofdwegen bevinden zich weinig dwarsverbindingen. Dit maakt de afstanden soms onnodig lang. Daarmee zijn achterburen soms ver weg en ontstaat te veel druk op de enkele verbindingen die er wel zijn. Ook worden op verschillende plekken kruisingen als onvoldoende vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
13
veilig ervaren. Door de smalle straten en de hoge parkeerdruk is er weinig ruimte voor bewegen, spelen en ontmoeten. Het station is daarnaast belangrijk voor de bereikbaarheid van het gebied. Slim omgaan met de mobiliteit betreft een groot aandachtspunt, met name als het gaat om verkeersveiligheid, verbinden en parkeren.
De openbare ruimte wordt vooral gekenmerkt door de wegen, straten en pleinen, waarin openbaar groen vrijwel geen rol speelt. Het gebied kent slechts enkele grotere "groene" plekken, die hoofdzakelijk een kijkfunctie in plaats van verblijfsfunctie hebben. De behoefte naar meer groen is groot in alle buurten. Het tekort aan groen kan er mede voor zorgen dat bewoners te weinig bewegen en kampen met gezondheidsklachten. Ook ervaren bewoners een gebrek aan sociaal contact, door het missen van voldoende ontmoetingsplaatsen. De wijk 1221 is ingedeeld in vier buurten met elk een eigen karakter: de Geuzenbuurt, de Electrobuurt, de Kleine Driftbuurt en Villa Industria. In de volgende paragrafen zijn de kenmerken van de buurt beschreven.
3.2
Geuzenbuurt
Kenmerkend voor de Geuzenbuurt is de kleinschalige menging van wonen en werken. De buurt wordt gezien als 'een leuke, levendige en eigenzinnige buurt'. Deze menging maakt slim gebruik van het beperkt aantal parkeerplaatsen en creëert werk en leven op straat. De woningen kennen met name één of twee bouwlagen en zijn eventueel uitgevoerd met een kap. De woningen zijn in korte rijen geplaatst langs de lange, enigszins gebogen wegen. De openbare ruimte is veelal verhard en op sommige onderdelen is een kwaliteitsimpuls gewenst.
3.3
Elektrobuurt
Kenmerkend voor de Electrobuurt is de grote diversiteit aan functies in de wijk: wonen en werken wordt afgewisseld met kleine winkels en voorzieningen. Elektrobuurt kent een kleinschalige structuur van hoven en korte woonstraten, afgewisseld met grootschalige (bedrijfs)terreinen en lange lanen. Historische gebouwen als het oude tramstation bij de busremise, de Wybertjesfabriek en de (grote) Sigarenfabriek aan de Ampèrestraat maken de historie herkenbaar en beleefbaar in de buurt.
3.4
Villa Industria
Op een voormalig gasfabriekterrein is vanaf 2008 de woonbuurt Villa Industria ontwikkeld, waar het aanbod aan woningen divers is en uiteenloopt van stadswoningen, dekwoningen, loftwoningen tot appartementen in verschillende prijsklasses. Het meest in het oog springt het appartementencomplex dat uit drie halve cirkelvormige torens bestaat en refereert aan de vroegere gashouders en het culturele verleden. De buurt kent een afwijkende, hogere bouwhoogte dan de rest van 1221. De parkeervoorziening voor de woningen is halfverdiept aangelegd en is vanaf meerdere punten rondom het plangebied bereikbaar. Dat maakt de wijk extra vriendelijk voor fietsers, voetgangers en spelende kinderen. In het gebied zijn ook sportfuncties en horeca aanwezig en is er relatief veel groene openbare ruimte.
3.5
Kleine Driftbuurt
De Kleine Driftbuurt heeft twee gezichten. Een deel van de buurt bestaat vooral uit woningen met richting het Oosterspoorplein diverse voorzieningen. Het andere deel bestaat uit de omgeving rondom de Liebergerweg, een lange gebogen weg welke typerend is voor de buurt.
In het eerste deel wordt het karakter vooral bepaald door cultuurhistorie en de combinatie van wonen en vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
14
voorzieningen / ontmoetingsplekken. De woningbouw is overwegend in twee lagen met kap uitgevoerd. Het Oosterspoorplein en omgeving wordt als centrale plek in de wijk gezien en wordt ook wel het Bruisend Hart genoemd. Het Bruisend Hart is geen onderdeel van voorliggend bestemmingsplan. Voor dit gebied is een structuurvisie vastgesteld en wordt apart een planologische regeling gemaakt. Het maximale programma van het Bruisend Hart is cumulatief beschouwd in hoofdstuk 6 en meegenomen in de onderzoeken behorende bij het bestemmingsplan. In het tweede deel (rondom de Liebergerweg) is, naast cultuurhistorie, de menging van wonen en werken kenmerkend. Hier zien we een combinatie van grote(re) bedrijven met veel vrachtverkeer, direct naast kleinschalig wonen. Dit vraagt aandacht. Net als het hergebruik van cultuurhistorisch erfgoed. Naast de (kleine) Sigarenfabriek aan de Lijsterweg gaat het ook om andere bijzondere gebouwen uit het verleden. Straten en pleinen in de buurt zijn niet altijd even veilig en faciliteren weinig sociale ontmoeting en veiligheid.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
15
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
16
Hoofdstuk 4
Relevant beleidskader
Onder de Omgevingswet wordt een groot aantal wetten opnieuw geformuleerd en gebundeld. Voorsorterend op de Omgevingswet hebben we geëxperimenteerd met dit Chw-bestemmingsplan. Ook enkele verordeningen en het beleid omtrent de fysieke leefomgeving vormen belangrijke kaders voor het Chw-bestemmingsplan. Hieronder zijn enkele belangrijke kaders van het Rijk (paragraaf 4.1), de provincie (paragraaf 4.2), de regio (paragraaf 4.3) en de gemeente (paragraaf 4.4) nader toegelicht.
4.1
Rijk
4.1.1
Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van onze leefomgeving. Hiermee wil het Rijk inspelen op de grote uitdagingen zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI geeft weer wat bij deze grote uitdagingen de nationale belangen zijn, welke keuzes het Rijk maakt en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes. Deze keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel;
3.
Sterke en gezonde steden en regio's;
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling over het landelijk gebied.
Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het Chw-bestemmingsplan sluit goed aan op de prioriteiten die zijn genoemd in de NOVI, met name inzetten op sterke en gezonde steden en ruimte voor klimaatadaptatie.
4.2
Provincie Noord-Holland
4.2.1
Omgevingsvisie NH2050
De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De hoofdambitie is opgedeeld in de volgende aspecten met bijbehorende ambities.
Leefomgeving Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Gebruik van de leefomgeving Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
17
experimenten. Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeften en trends. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Energietransitie De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie. Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 geprobeerd om een richting uit te zetten om houvast te bieden naar de onzekere toekomst. Daarvoor wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst. Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging. Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem. Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal. Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie.
Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector. Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet'. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het Chw-bestemmingsplan sluit aan bij het uitgangspunt van de provincie om woningbouw in verstedelijkte gebieden te plannen. Het Chw-bestemmingsplan beoogd bovendien om woon- en werklocaties middels ontwikkellocaties beter op elkaar af te stemmen en een economische transitie in gang te brengen. In dit bestemmingsplan is een beleidsregel Natuurinclusief bouwen opgenomen en is een Omgevingswaarde 'groene pleinen' geïntroduceerd, waarmee wordt aangesloten bij de provinciale ambities ten aanzien van duurzaamheid. 4.2.2
Omgevingsverordening NH2020
In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels voor de fysieke leefomgeving samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening NH2020 op 22 oktober 2020 vastgesteld. Op 26 april 2021 hebben Gedeputeerde Staten ingestemd met de Ontwerp Omgevingsverordening NH2022. Deze zal tegelijk in werking treden met de Omgevingswet. De provincie Noord-Holland wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken (artikel 6.3). Daarnaast moet een ruimtelijk plan rekening houden met de risico's ten aanzien van klimaatverandering (wateroverlast, overstroming, hitte en droogte) (artikel 6.62). vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
18
Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het Chw-bestemmingsplan is opgesteld met inachtneming van de instructieregels uit de Omgevingsverordening NH2020. Zo worden de woningen binnenstedelijk gebouwd, afgestemd op de lokale en regionale vraag (zie laddertoets in paragraaf 6.3.1) wordt actief ingezet op klimaatadaptatie (paragraaf 6.5.3). Specifiek voor 1221 gelden er verder hoogtebeperkingen vanuit de luchthaven Hilversum (artikel 4.88) en gelden er regels t.a.v. eventueel watertekort middels de regionale verdringingsreeks Amstel, Gooi en Vecht (artikel 6.83). 4.2.3
Woonakkoord Gooi en Vechtstreek
Het woonakkoord is een beleidsinstrument van de provincie Noord-Holland met als hoofddoel om meer woningen te realiseren. In een woonakkoord staan maatwerkafspraken over woningbouw, programmering en fasering die de provincie maakt met regiogemeenten. De provincie wil ook stimuleren dat de regio Gooi en Vechtstreek inzet op het verduurzamen van de woningvoorraad en rekening houdt met het veranderende klimaat. De regio Gooi en Vechtstreek ziet een woonakkoord als een goede kans om vorm en inhoud te geven aan de regionale wensen voor extra ambities ten aanzien van bouwen en betaalbaarheid. Mede om die reden heeft de regio Gooi en Vechtstreek ervoor gekozen een akkoord te sluiten tussen provincie, regiogemeenten én woningcorporaties. De woningbouw-, verstedelijkings- en transformatieopgave zijn verbonden met de opgaven voor klimaatadaptatie, leefbaarheid en leefomgeving. Deze verstrengeling en stapeling van opgaven vraagt om een hecht en effectief regionaal samenspel. Regio Gooi en Vechtstreek wil waarmaken dat er voldoende, betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen komen, zodat haar huidige en toekomstige inwoners een fijne woonplek hebben in de regio Gooi en Vechtstreek. Om de gestelde doelen te behalen heeft de Regio Gooi en Vechtstreek vier ambities opgesteld: 1.
De vitale en toegankelijke regio: meer (betaalbare) woningen bouwen en de kloof tussen huur en koop dichten. 2. De juiste woning op de juiste plek: in relatie tot de integrale opgave (o.a. milieu, werkgelegenheid, leefbaarheid en landschap. 3. Integraliteit en stapeling van opgaven: keuzes maken, consequenties afwegen & leren door experimenteren. 4. Waarmaken: het regionale samenspel. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het Chw-bestemmingsplan maakt tot 2030 maximaal 1.150 woningen mogelijk ten opzichte van het huidige woningaantal. De 1.150 woningen tot 2030 zijn bekend bij de regio en behoren tot de harde plancapaciteit van de gemeente Hilversum tot aan 2030. Tot 2040 worden met het Chw-bestemmingsplan maximaal 1.550 woningen (inclusief de 1.150 woningen tot 2030) toegestaan. Het resterende aantal woningen dat na 2030 wordt gebouwd past ook nog binnen de provinciale en regionale woonbehoefte, maar betreft zachte plancapaciteit. De focus in 1221 ligt op binnenstedelijk bouwen en transformatie en er wordt ingezet op differentiatie en investeringen rondom het spoor. Daarbij geldt dat minimaal 33% sociale huurwoning is en minimaal 50% middelduur, zodat wordt ingespeeld op voldoende betaalbare woningen. Om de woningen te kunnen realiseren is een omgevingsvergunning nodig, waarbij een integrale afweging plaatsvindt ten aanzien van het milieu, duurzaamheid en leefbaarheid.
Daarnaast zijn regels opgenomen ten aanzien van klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
19
4.2.4
Woonagenda 2020-2025
De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt de Woonagenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet.
De Woonagenda heeft acht actiepunten die jaarlijks bijgewerkt kunnen worden om de ambities van de provincie te realiseren: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Maatwerkafspraken in regionale woonakkoorden. Aanbieden van kennis, meedenkkracht en hulp. Versnellen woningbouwproductie. Samenwerking stimuleren. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen. Meer flexibiliteit in de woningmarkt. Stimuleren circulair bouwen. Leveren van informatie en monitoring.
Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het Chw-bestemmingsplan maakt tot 2030 maximaal 1.150 woningen mogelijk ten opzichte van het huidige woningaantal. De 1.150 woningen tot 2030 zijn bekend bij de regio en behoren tot de harde plancapaciteit van de gemeente Hilversum tot aan 2030. Tot 2040 worden met het Chw-bestemmingsplan maximaal 1.550 woningen (inclusief de 1.150 woningen tot 2030) toegestaan. Het resterende aantal woningen dat na 2030 wordt gebouwd past ook nog binnen de provinciale en regionale woonbehoefte, maar betreft zachte plancapaciteit. De focus in 1221 ligt op binnenstedelijk bouwen en transformatie en er wordt ingezet op differentiatie en investeringen rondom het spoor. Het Chw-bestemmingsplan sluit aan bij de actiepunten van de woonagenda van de provincie, omdat het plan inzet op een woningbouwontwikkeling, het woningbouwprogramma aansluit bij de afspraken vanuit het woonakkoord en het Regionale Actieprogramma Gooi en Vechtstreek en wordt ingezet op gezond, natuurinclusief, klimaatadaptief, duurzaam en circulair bouwen.
4.3
Regio Gooi en Vechtstreek
4.3.1
Regionale woonvisie Gooi en Vechtstreek
De visie op de ontwikkeling van de Regio Gooi en Vechtstreek is vastgelegd in de regionale woonvisie. De regio Gooi en Vechtstreek wil een complete regio zijn, met een passend woningaanbod voor jong en oud, rijk en arm, kleine of grote huishoudens en goed of slecht ter been. De regio ontleent haar identiteit voor een groot deel aan de diversiteit aan landschappen en woonmilieus en is daardoor een aantrekkelijk vestigingsgebied voor al deze groepen. Het behouden en, waar mogelijk, versterken van deze diversiteit aan woonmilieus waarborgt de vitaliteit van de regio ook in de toekomst. Zeker tot 2040 wordt nog een groei van de bevolking voorzien. Het passend faciliteren van deze groei, in combinatie met het behoud van de natuur- en cultuurhistorische waarden, vormt de komende jaren één van de belangrijkste uitdagingen voor de regio. Nieuwbouw zal nodig blijven en voorziet niet alleen in een directe woningbehoefte, maar wordt ook ingezet als strategisch instrument om de doorstroming in wijken op gang te brengen. De focus zal daarbij moeten liggen op binnenstedelijk bouwen en transformatie. Het behoud van de hoge ruimtelijke kwaliteit in de bebouwde omgeving is daarbij kaderstellend. In een woningmarkt onder druk kunnen ook groepen in de knel te komen. De regio zet zich daarom in om jongeren, jonge gezinnen en mensen met een zorgvraag meer kansen te bieden.
Ook is het van vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
20
groot belang meer beweging te krijgen in de woningmarkt. Eén van de instrumenten hiervoor is het creëren van meer passend aanbod in het lage middensegment, waardoor het mogelijk wordt om vanuit de sociale huursector door te stromen. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het Chw-bestemmingsplan maakt tot 2030 maximaal 1.150 woningen mogelijk ten opzichte van het huidige woningaantal. De 1.150 woningen tot 2030 zijn bekend bij de regio en behoren tot de harde plancapaciteit van de gemeente Hilversum tot aan 2030. Tot 2040 worden met het Chw-bestemmingsplan maximaal 1.550 woningen (inclusief de 1.150 woningen tot 2030) toegestaan. Het resterende aantal woningen dat na 2030 wordt gebouwd past ook nog binnen de provinciale en regionale woonbehoefte, maar betreft zachte plancapaciteit. De focus in 1221 ligt op binnenstedelijk bouwen en transformatie en er wordt ingezet op differentiatie en investeringen rondom het spoor. Regel hierbij is dat minimaal 33% bestaat uit sociale huurwoningen en 50% uit middelduur om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Tot slot worden door binnenstedelijk te bouwen natuurwaarden in stand gehouden en wordt rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden van enkele monumenten en waardevolle panden binnen 1221 en wordt gebouwd volgens de identiteit van de buurt. 4.3.2
Regionale Energiestrategie
In de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van Energieregio Noord-Holland Zuid staan de plannen ten aanzien van grootschalige wind- en zonne-energie die overheden, netbeheerders, maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners hiervoor hebben gemaakt. Daarnaast worden er mogelijkheden verkend om met behulp van duurzame warmtebronnen en -technieken gebouwen te verwarmen in plaats van met aardgas. De ambitie van Gooi en Vechtstreek is een energieneutrale regio. Alle in de regio benodigde energie wordt dan duurzaam opgewekt. Het is de stip op de horizon waarbij de gemeente zich in eerste instantie richt op de gebouwde omgeving. Een enorme en complexe opgave: het betekent dat de gehele gebouwde omgeving, inclusief ondergrond, moet worden getransformeerd. Het gaat hierbij om duizenden woningen per jaar. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het Chw-bestemmingsplan draagt bij aan de ambitie van Gooi en Vechtstreek om een energieneutrale regio te zijn, door in het bestemmingsplan de mogelijkheid op te nemen om duurzame energie op te wekken. 4.3.3
Koersdocument Regio Gooi en Vechtstreek
De Omgevingswet vraagt aan gemeenten om een toekomstvisie te maken die over alle onderdelen van de leefomgeving gaat: een omgevingsvisie. De vraagstukken die spelen in de leefomgeving stoppen niet bij gemeentegrenzen. Ook inwoners van gemeenten in Gooi en Vechtstreek bewegen zich voor werk, voorzieningen en ontspanning door de hele regio. Wat er op regionaal niveau speelt is ook belangrijk voor de regiogemeenten, want in de lokale omgevingsvisies geven de gemeenten ook een visie over de toekomst van de regio. Dit is aanleiding waarom de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren en Regio Gooi en Vechtstreek in 2018 een samenwerking op de omgevingsvisie zijn gestart. Het eindresultaat van deze samenwerking is het Koersdocument Gooi en Vechtstreek. Het project kende drie fasen: verkenningsfase, analysefase en koersfase. In de verkenningsfase en analysefase zijn de regionale opgaven benoemd. In de koersfase zijn regionale ambities voor de lange termijn over de regionale opgaven benoemd en vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
21
principes voor oplossingen beschreven. Dit biedt de gemeenten inzicht in de regionale context bij het formuleren van de eigen omgevingsvisie. Het resultaat hiervan is het Koersdocument Gooi en Vechtstreek. Het koersdocument is in een aantal stappen tot stand gekomen. Er zijn drie tussenstanden geweest, waar gebiedspartijen en gemeenteraden op konden reflecteren en reageren. Bij de derde tussenstand zijn alle gemeenteraden in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen te uiten. In het regionale portefeuillehoudersoverleg van 4 maart 2021 is het koersdocument vastgesteld. Tijdens de raadsvergadering van 21 april 2021 is in Hilversum besloten om kennis te nemen van het aangepaste koersdocument van de regio Gooi en Vechtstreek en hier, in het kader van de Omgevingsvisie, geen specifieke betekenis aan te ontlenen. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan In de analysefase is regionaal nader onderzoek gedaan naar de volgende onderwerpen: water; bodem en ondergrond; ruimtebehoefte wonen en werken; biodiversiteit, veenoxidatie en bodemdaling; openbaar vervoer en knooppunten; en energiewinning en cultuurhistorie. Met name het onderzoek naar wonen en werken en het onderzoek openbaar vervoer en knooppunten bevatten elementen die ook van belang zijn voor voorliggend bestemmingsplan.
Het gaat daarbij om de onderbouwing van de behoefte aan voldoende en kwalitatief goede woningen, voldoende werkgelegenheid en ontwikkeling van OV-knooppunten en inzet op andere vormen van vervoer. De overige onderzoeken zijn minder direct van belang voor het voorliggend bestemmingsplan, maar kunnen wel als bouwsteen voor de Omgevingsvisie gebruikt worden. 4.3.4
DoorfietsroutesGooi en Vechtstreek
De gemeenten in Gooi en Vechtstreek en provincie Noord-Holland werken samen om het fietsgebruik te stimuleren. Hiervoor heeft ook de fietsinfrastructuur aandacht nodig. De gemeenten in de regio en provincie werken samen aan een verbeterplan voor het fietsnetwerk. Belangrijke routes die woonkernen, werk- en winkelgebieden, onderwijslocaties, OV-knooppunten en recreatiegebieden met elkaar verbinden moeten zó verbeterd worden dat fietsen voor meer inwoners aantrekkelijk en veilig wordt.
Fietsroutes De verschillende routes worden zo uitgewerkt dat ze goed aansluiten bij het landschap. Er kan bijvoorbeeld worden gekozen om geen fiets-asfalt aan te leggen in beschermde stadsgezichten of door een natuurgebied. Investeringen in verbreding en verbetering van deze routes zijn dan ook nodig. De afgelopen jaren is het fietsgebruik in Nederland flink toegenomen. Ook in Gooi en Vechtstreek groeit het fietsverkeer. Grenzen worden verlegd: we fietsen steeds vaker en verder. Ruim een kwart van alle dagelijkse verplaatsingen gaat per fiets. Om het fietsen te stimuleren wordt in Gooi en Vechtstreek gewerkt aan een hoogwaardig fietsnetwerk dat het wegennet ontlast (zie figuur 4.1). Het stimuleren van de fiets wordt ook gezien als een middel om opgaven als de energietransitie, luchtkwaliteit, gezondheid, sociale inclusie en economische ontwikkeling invulling te geven.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
22
Figuur 4.1 Fietsroutes Regio Gooi en Vechtstreek Intentieverklaring Op 27 september 2019 ondertekenden provincie Noord-Holland, de regiogemeenten en Regio Gooi en Vechtstreek een intentieverklaring waarin zij zich sterk maken om het fietsnetwerk verder te ontwikkelen. De komende jaren moeten diverse projecten worden uitgevoerd. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Een aantal van de doorfietsroutes loopt door postcodegebied 1221. De gronden waarop de fietsroutes zijn voorzien, vallen binnen de activiteit die verband houden met verkeer en verblijf. Deze activiteit is van toepassing op het hele plangebied, waarmee de werkzaamheden ten behoeve van de fietsroutes niet belemmerd worden door het bestemmingsplan. De fietsroutes dragen bij aan de ambitie om meer in te zetten op andere vormen van vervoer, in dit geval fietsen.
4.4
Gemeente Hilversum
4.4.1
Structuurvisie Hilversum 2030
Medio 2013 is de Structuurvisie Hilversum 2030 vastgesteld. De Structuurvisie Hilversum 2030 heeft betrekking op het gehele grondgebied van Hilversum en bevat de integrale visie op de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in de gemeente op (middel)lange termijn. In dit geval ligt de planhorizon omstreeks 2030. De structuurvisie is een strategisch beleidsdocument en is geen concreet plan of uitwerking van een thema. Het is een visie op een hoger abstractieniveau. In de structuurvisie staan vijf speerpunten: 1. 2. 3. 4.
Goede woongemeente; Groene buitengebieden; Mediastad en creatieve industrie; Centrumgemeente;
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
23
5. Stedenbouw en architectuur. Daarnaast is een elftal dynamische gebieden benoemd waar een grotere dynamiek en ontwikkelingen te verwachten zijn. Dit in tegenstelling tot de overige gebieden, zoals de woonwijken en het buitengebied, waar sprake is van minder dynamiek. In het algemeen wordt voorzien dat er als gevolg van de digitale ontwikkelingen belangrijke veranderingen zullen optreden in het ruimtegebruik. Functies als wonen, werken en ontspannen zijn minder gebonden aan vaste locaties en zullen meer met elkaar verweven zijn. Werken en zorg aan huis, voorzieningen op bedrijventerrein, wonen in combinatie met creatieve bedrijven, enzovoort. In het uitvoeringsprogramma staan de activiteiten die de gemeente denkt te ondernemen om de in de structuurvisie genoemde ontwikkelingen te realiseren. Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt in korte termijn (2013 - 2018), middellange termijn (2019 - 2024) en lange termijn (2025 - 2030). Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het Chw-bestemmingsplan sluit nauw aan op de ambities zoals geformuleerd in de structuurvisie, gezien het zich richt op het realiseren van (maximaal) 1.150 woningen tot 2030 en 1.550 woningen tot 2040, behoud van (creatieve) bedrijvigheid en nieuwe (groene) ontmoetingsplekken. De bouwhoogte vanuit de structuurvisie bedraagt 25 meter, die is als uitgangspunt genomen voor de bouwhoogten in het postcodegebied 1221.
4.4.2
Structuurvisie Bruisend Hart
De structuurvisie Bruisend Hart is vastgesteld (d.d. 9 juni 2022) en geeft op hoofdlijnen een richting aan de gewenste ontwikkelingen die de komende 10 jaar op en rondom het Oosterspoorplein plaatsvinden. Van het Oosterspoorplein en omgeving wil de gemeente een fijne, levendige en veilige plek maken: het Bruisend Hart van Hilversum-Oost. Hierbij is het belangrijk om Hilversum Oost beter te verbinden met de Stationsomgeving, het centrum en andere Hilversumse wijken. Ontmoeting, groen en veiligheid; daar is de structuurvisie Bruisend Hart op gericht. Het Oosterspoorplein en de directe omgeving transformeren uiteindelijk tot een prettige en groene verblijfsplek met de volgende kernkwaliteiten: Een mix van wonen, werken en voorzieningen, met ontmoetingsplekken om de levendigheid te vergroten. Het gebied wordt duidelijk herkenbaar als stationsomgeving, met stationsvoorzieningen en krijgt een volwaardige stationsentree. Afwisselende bebouwing met een menselijke maat die aansluit bij de omgeving. Ruimte voor iedereen, plekken voor ontspanning, beweging, spelen en ontmoeting. Open en toegankelijk, lopen en fietsen heeft prioriteit. Rustige straten, minder ruimte voor de auto en lage snelheden. Oog voor de cultuurhistorie en erfgoed, zoals monumentale en gezichtsbepalende panden. In de structuurvisie is bepaald wat het gewenste karakter van het gebied is.
Op welke plekken komt er groen en water? Welke fietspaden, wandelpaden en wegen komen er? Waar komen – globaal gezien – de gebouwen en welke functies krijgen ze? Wat wordt publieke ruimte? En waar is plaats voor wonen, werken, winkels en horeca? Voor het antwoord op dergelijke vragen is het nu nog te vroeg. Dat is iets voor de komende jaren. Na de structuurvisie volgt een nadere stedenbouwkundige uitwerking waarbij het gesprek met bewoners, ondernemers en andere betrokkenen wordt gevoerd. Voor de toetsing van de plannen komt er een beeldkwaliteitsplan en een bestemmingsplan/omgevingsplanwijziging. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan De daadwerkelijke ontwikkeling van het Bruisend Hart is een proces, waarbij het plan in stappen steeds gedetailleerder wordt uitgewerkt, met ook bij elke stap passende participatievormen. Het Bruisend Hart maakt onderdeel uit van het postcodegebied 1221, maar geen onderdeel uit van het plangebied van het Chw-bestemmingsplan 1221. Na het opstellen van het stedenbouwkundige- en beeldkwaliteitsplan zal een bestemmingsplan/omgevingsplan moeten worden opgesteld voor het Bruisend Hart. Het Bruisend Hart maakt daarom geen onderdeel uit van het plangebied van het Chw-bestemmingsplan 1221. vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
24
Vanwege de nabije ligging zijn de verschillende milieueffecten (o.a. verkeer/geluid/externe veiligheid/stikstof) voor de ontwikkellocaties wel in cumulatie met het Bruisend Hart beschouwd. In totaal zijn de milieueffecten voor 1.800 nieuwe woningen en werkgelegenheid in het postcodegebied 1221 doorgerekend. 250 nieuwe woningen van deze 1.800 nieuwe woningen zijn gereserveerd voor het gebied Bruisend Hart. Dit houdt in dat 1.550 nieuwe woningen binnen het plangebied van het Chw-bestemmingsplan gerealiseerd kunnen worden. 4.4.3
Gebiedsagenda 1221
De Gebiedsagenda, formeel door de raad vastgesteld op 27 januari 2021, is het resultaat van een bijzonder gebiedsproces. Een intensief proces waarin bewoners, ontwikkelende partijen, ondernemers, maatschappelijke organisaties én gemeente open en transparant de dialoog met elkaar zijn aangegaan, op basis van gelijkwaardigheid. De agenda verbindt het hier en nu met de verdere toekomst en sociale met fysieke thema's. Doel is het versterken van het woon-, werk- en leefklimaat in de Geuzenbuurt, Electrobuurt en Kleine Driftbuurt. De opgaven voor het postcodegebied zijn het resultaat van dit bijzondere proces en die zijn wezenlijk van belang voor de wijk. Deze opgaven zijn verschillend van aard. De opgave identiteit is de grondslag voor de agenda. Er wordt voortgebouwd op de ontwikkelgeschiedenis van de wijk en op de gewenste kwaliteiten van de drie buurten. De identiteit is het vertrekpunt voor de ambities op de vier andere inhoudelijke opgaven: 1. 2. 3. 4.
wonen en werken; leefbaarheid, ontmoeten en spelen; groen en duurzaamheid; verkeer, verbinding en parkeren
Naast deze inhoudelijke opgaven gaat de Gebiedsagenda ook over het proces. Over de wijze van samenwerken. Over hoe we de samenwerking tussen bewoners, ondernemers, ontwikkelende partijen, maatschappelijke organisaties en gemeente verder kunnen versterken. Wat hiervoor nodig is in termen van organisatie, instrumenten en uitvoering. In de agenda wordt aangegeven welke keuzes er te maken zijn en welke principes richting geven aan de verdere uitwerking. De Gebiedsagenda heeft een horizon tot 2030. Zowel op het niveau van afzonderlijke ontwikkellocaties als op het niveau van de hele wijk wordt gewerkt aan de ambities uit de Gebiedsagenda. De agenda schetst de vervolgstappen voor de ontwikkellocaties en doet suggesties voor sleutelprojecten (langere termijn) met bijbehorende pilots (korte termijn). Sleutelprojecten dragen bij aan verschillende opgaven in het gebied en verbinden de verschillende buurten. Pilots geven op kleine schaal concreet invulling aan deze sleutelprojecten. In de Gebiedsagenda worden suggesties gedaan voor enkele sleutelprojecten; Bruisend Hart, Groene Loper en Ontmoeten & Spelen.
Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan De ambities uit de Gebiedsagenda vormen het uitgangspunt voor het Chw-bestemmingsplan. De ambities en daaruit voortvloeiende opgaven en projecten zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 5. De ambitie ten aanzien van Wonen en werken heeft het ontstaan van het moderniseringsgebied bepaald. Door consolidatiegebieden te benoemen wordt er richting gegeven aan de ambitie Identiteit. De huidige kwaliteit van Geuzenbuurt, Electrobuurt, Villa Industria en Kleine Driftbuurt staat centraal in de consolidatiegebieden. De concrete opgaven zijn juridisch planologisch vertaald in voorliggend plan.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
25
4.4.4
Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum
Het Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum (hierna Beeldkwaliteitsplan+) beschrijft, in vervolg op de Gebiedsagenda 1221, de ruimtelijke kaders voor nieuwe ontwikkelingen in 1221. Op verschillende locaties in 1221 is herontwikkeling voorzien. Het is belangrijk dat nieuwe bebouwing en openbare ruimte goed aansluit op bestaande bebouwing in 1221 en op bebouwing aan de overzijde van het spoor. Om de kwaliteiten te borgen zijn specifiek voor het gebied 1221 kaders opgesteld. Deze kaders gaan bijvoorbeeld over de samenhang van het geheel, de kwaliteit van de openbare ruimte, over bouwhoogte en over architectuur. In dit Beeldkwaliteitsplan+ worden meetbare criteria vastgelegd op basis waarvan de integrale architectonische kwaliteit van nieuwe gebouwen en buitenruimte getoetst kan worden. Er worden uitspraken gedaan op verschillende schaal- en detailniveaus; van algemene of specifieke ontwerpprincipes, tot concrete kwalitatieve en kwantitatieve ontwerpkaders. Het Beeldkwaliteitsplan+ start vanuit de wijk in het grotere geheel van de stad en omgeving, de identiteit van de wijk en het verhaal van de plek. Het doel hierbij is het waarborgen en versterken van het bestaande karakter van de wijk; behoud door ontwikkeling.
Het Beeldkwaliteitsplan+ doet uitspraken voor 1221 en meer specifiek voor de verschillende ontwikkellocaties: Hunkemöller, Venetapark, Van Son, de Wybertjesfabriek, Grote Sigarenfabriek en Zuiderweg/Lijsterweg. Dat laatste gebeurt via gebiedspaspoorten. De Gebiedspaspoorten staan voor de +. Normaliter gaat een beeldkwaliteitsplan over architectuur. In de gebiedspaspoorten staan harde randvoorwaarden. Het gebiedspaspoort beschrijft per ontwikkellocatie wat er vroeger was, wat er nu is en waar we naartoe willen bij de verdere planvorming. Het gebiedspaspoort geeft een beeld van de uitgangspunten en geeft een principeverbeelding van mogelijke planvorming. Het daadwerkelijke stedenbouwkundige plan en de architectonische uitwerking worden niet door de gemeente opgesteld, maar ontwikkeld door de marktpartij. Het beeldkwaliteitsplan is, net als de gebiedsagenda, een kader voor het Chw-bestemmingsplan voor 1221. Hierin worden de in de gebiedsagenda geformuleerde ambities ten aanzien van 'identiteit', 'wonen en werken', 'leefbaarheid, ontmoeten en spelen', 'groen en duurzaamheid' en 'verkeer, verbinding en parkeren' concreet vertaald naar de specifieke ontwikkellocaties. Het beeldkwaliteitsplan is hiermee een toetsingskader van de gemeente en een richtinggevend instrument voor de initiatiefnemer.
Betekenis Chw-bestemmingsplan Bij de beoordeling van bouwplannen voor ontwikkellocaties in 1221 gebruikt de gemeente dit Beeldkwaliteitsplan+ als toetsingskader. In het Chw-bestemmingsplan zijn de gebiedspaspoorten opgenomen als aparte werkingsgebieden, waarbij een dynamische verwijzing is gemaakt naar de stedenbouwkundige randvoorwaarden uit het beeldkwaliteitsplan. Het daadwerkelijke stedenbouwkundige plan en de architectonische uitwerking maken onderdeel uit van het locatieontwikkelplan. Dit locatieontwikkelplan moet worden opgesteld bij de vergunningverlening. Hiermee zijn de kaders juridisch, planologisch vastgelegd. In hoofdstuk 7 wordt hier nader op ingegaan. Voor grotere ontwikkellocaties waar de planvorming nog niet is gestart, zal op een later moment een gebiedspaspoort worden opgesteld. Dit betreft een indieningsvereiste bij de vergunningverlening. 4.4.5
Gebiedspaspoort Korte Noorderweg
De ontwikkellocatie Korte Noorderweg is gelegen in het oosten van Hilversum en wordt in het zuiden begrensd door de Noorderweg. Aan de overige zijde wordt de locatie begrensd door de Korte Noorderweg met aangelegen bebouwing. De Korte Noorderweg is een ca. 15.000 m² groot, sterk versteend en verouderd bedrijventerrein, grenzend aan het centrum van Hilversum. Met de open ruimte van de Korte Noorderweg erbij gaat het om een totaaloppervlak van ca. 18.500 m². Vandaag de dag is ca. 80% van het terrein bebouwd met diverse eenvoudige bedrijfshallen in hoogte wisselend van zes tot twaalf meter. Met de Gebiedsagenda 1221 als fundament wordt gewerkt aan de toekomst van de Geuzenbuurt, vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
26
Electrobuurt en Kleine Driftbuurt. Om ruimtelijke kaders te stellen voor de ontwikkelingen is het Beeldkwaliteitsplan+ opgesteld (zie paragraaf 4.4.4). Het gebiedspaspoort Korte Noorderweg was ten tijde van het vaststellen van het Beeldkwaliteitsplan+ nog niet gereed voor besluitvorming. In samenspraak met de ontwikkelaar en de buurt is het gebiedspaspoort Korte Noorderweg opgesteld. Het Gebiedspaspoort Korte Noorderweg is door de gemeenteraad vastgesteld (d.d. 9 maart 2022) als onderdeel van het Beeldkwaliteitsplan+. In het Gebiedspaspoort is een kaart opgenomen met randvoorwaarden ten aanzien van het maximaal bouwvlak, maximale bouwhoogten en maximaal bouwvolumes. Daarnaast is het verhaal van de plek beschreven en de visie voor het gebied uitgewerkt. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Bij de beoordeling van het bouwplan Korte Noorderweg gebruikt de gemeente het Beeldkwaliteitsplan+ en het Gebiedspaspoort Korte Noorderweg als toetsingskader. In het Chw-bestemmingsplan is de ontwikkellocatie opgenomen als een apart werkingsgebied, waarbij een dynamische verwijzing is gemaakt naar de stedenbouwkundige randvoorwaarden uit het Beeldkwaliteitsplan+ en het gebiedspaspoort. Het daadwerkelijke stedenbouwkundige plan en de architectonische uitwerking maken onderdeel uit van het locatieontwikkelplan. Dit locatieontwikkelplan moet worden opgesteld bij de vergunningverlening.
Hiermee zijn de kaders juridisch, planologisch vastgelegd. In hoofdstuk 7 wordt hier nader op ingegaan.
4.4.6
Herziene Welstandsnota 2014
De herziene welstandsnota is op 19 december 2014 in werking getreden met als doel vooraf helderheid te bieden over de welstandcriteria die door de gemeente worden gehanteerd bij het beoordelen van bouwinitiatieven, waarbij behoud van de bestaande kwaliteiten voorop staat. Op deze manier wordt de welstandsbeoordeling binnen een inhoudelijk en objectief kader te geplaatst, waarmee de rechtszekerheid van initiatiefnemers wordt gediend. Daarnaast waarborgt de welstandsnota de kwaliteit van de welstandstoetsing en biedt deze samenhang in gemeentelijk beleid, dat zich richt op de kwaliteit van het stadsbeeld. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het postcodegebied 1221 is behandeld in de Welstandsnota in verschillende gebieden: het gegroeide dorp (2), tuinwijk (4), stadsinbreiding (6) en bedrijventerrein (7). De toetsing van (kleinschalige) aanpassingen aan bestaande gebouwen en gerealiseerde nieuwbouw vindt plaats aan de hand van de objectgerichte criteria uit de welstandsnota. Grotere nieuwbouwplannen (een ontwikkeling van meer dan 11 woningen en/of 500 m2 bvo werkgelegenheid) worden getoetst aan het Beeldkwaliteitsplan+. Wanneer wordt afgeweken van de gestelde criteria uit het Beeldkwaliteitsplan+ wordt teruggegrepen op de algemene welstandscriteria uit de welstandsnota. De welstandsnota geeft ook de richtlijnen voor bestaande monumenten.