Bijlage 5 : Chw-bestemmingsplan 1221_(gewijzigd)_Toelichting_Bijlage 1 Gebiedsagenda 1221
Tekst van het document
GEBIEDSAGENDA 1221 Agenda voor samenwerken aan de kwaliteit van de leefomgeving in de Geuzenbuurt, Electrobuurt en de Kleine Driftbuurt in Hilversum
maart 2019
Deelnemers aan het gebiedsproces:
DubbeLL Lars Mosman
Bewoners Madeleine Andriesse Marileen Fabels Tinka Greebe Wim Jenster Meijndert Ruitenberg Karin Timmer Roger Toussaint Liesbeth de Vries
Dudok Wonen Hendrik Jan Barten Rozemarijn de Heer Paul Hendriks
Buurtvereniging OSP Christine Jekel Patrick Weening Greo Weimer Buurtorganisatie Liebergerweg e.o. Joop Lahaise Martin Triebels Bewonersvereniging Geuzenbuurt Ed Bakker Aalberts Ontwikkeling Henri Pleizier Accretio Vastgoed B.V. Pierre van Hemmen De Alliantie Ontwikkeling Jan van Barneveld David Clayton Edwin van der Voort de ArchitectenCie. Eric Vrieling Atelier Dutch Elmar Egert Bijont Marga Brunninkhuis Ard Pierik Castanea Bas Bakker DENC Joost van Gilse Dennenborgh Group Anton Bassant Mark Voerman
Engel Architecten Maarten Engel
GAD Urban Opportunities Raymond van der Meerendonk Jim van Roest Remko Veenstra GGD Gooi en Vechtstreek Manita van Acker Van Son Real Estate Edith Sikking Jan van der Laan Wibaut Ernest van der Meijde Eric de Winter
HAMMANN BV Marcel Hammann
Vitus Ontwikkeling Martin van Mechelen
Kastanje Ontwikkeling Kim van Kampen
Vocas Ruud Dobber
Mark van der Heide Urban Design Mark van der Heide
VOCUS Michael Noordam
Makeltrent Raoul van de Wetering Movement Investments Rick van Geffen
Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Fons Asselbergs Hans Ruijssenaars Stef Veldhuizen
GoedHart bewind Joris Liem Gooi en Omstreken Martijn Ketelaar Hilversumse Energie Transitie Jeroen Pool Heelo Jan Boonstra HilverZon Arenoud Olde Hogeschool van Amsterdam Dolinde van Beek Robin van Wijk
AKD Harro Coppens
IFF Theo Ideco
Albertus Perk Erik van den Berg Harry van der Voort
Knarrenhof Nanette Bakker Ans Vermeulen
AllArt Allard Bentvelsen
Kuperus Sander Kuperus
BeGreen Harold Arends
Madero Mark de Roo
BVHilversum Matthieu Feijen Quido Schaafsma
MEE Utrecht, Gooi- en Vechtstreek Harold Verhout
Dudok Architectuur Centrum Indira van ‘t Klooster Nina Svenson
Moskee Geuzenweg (Mevlana Moskee) Tanju Sarihan
Electro Watt Marinus Quist
Nederlandse Spoorwegen Leonoor Vasseur
Studio-S3 Bart Pieters Mark Roet
Ennatuurlijk Mireille Jongen
Politie (wijkagent) Linda Hardeman
Tangram Architecten Charlotte ten Dijke
Fakton Ronald de Lange
ProRail Theo Stoop
Tecta Ruben de Graaf Norbert de la Rive Box
Firan Kay Antonissen Jan-Jaap Bakker
Provincie Noord-Holland Paul Chorus Rowena Kuijper
Jumbo van Dam Carl van Dam Sipke Schoonhoven De Koster cs Peter Meinsma Hendrik Smits Ontwikkelaar / eigenaar Maaike Hanegraaf Pieter Hanegraaf Wim Huisman Rob de Jong bouwadvies Rob de Jong Rockstone Frank Derikx Roodbeen Architecten Frank Roodbeen
RIVM Danielle de Jongh Hanneke Kruize Sherpa Hans Calis Lennart van Plateringen Stadsfonds Hilversum Ingrid Geul Sophie Makker Urban Farming 035 / Hilversum Verbonden Alice de Koning Waterschap AGV / Waternet Anna Goede Van Ettekoven B.V. Sjan van Ettekoven Versa Welzijn Katinka Boot Wageningen Universiteit Joop Spijker Westerveld Rick Dillema WillemsenU Marrit Winkeler Gemeente Hilversum Floris Voorink Marije Drost Maarten de Weerd Coen van Beers Oscar Jansen Frans-Rutger Janssens Annette Koenders Joost de Koning Hetty Koopman Frances van Kooten Maarten van Loenen Astrid van Mierlo Erik van Schaijk Olaf van Strien Dirk Jan van der Wal
Gebiedsagenda 1221! Onze agenda! Dit is onze agenda. Voor onze wijk. Bewoners, ontwikkelende partijen, maatschappelijke organisaties en overheden hebben met elkaar deze Gebiedsagenda opgesteld. Een gezamenlijke agenda die richting geeft aan de toekomst van de buurten in postcodegebied 1221. Een agenda die iedereen actief uitnodigt. De buurt van morgen bouwen we namelijk alleen samen! Maak dus tijd en ruimte om met ons en met elkaar te werken aan een aantrekkelijke wijk. Om concrete initiatieven te nemen en samen projecten te realiseren die bijdragen aan een goed leefklimaat in de Geuzenbuurt, Electrobuurt en Kleine Driftbuurt. Onder de vlag van de Spoorzone hebben veel partijen afgelopen maanden intensief samengewerkt om tot deze Gebiedsagenda te komen. In een zeer breed gezelschap is veelvuldig gesproken over 1221: van bewoners en ondernemers tot ontwikkelende partijen en van woningcorporaties tot diverse maatschappelijke organisaties. Over het nu én over de toekomst. Dit hebben we gedaan op een interactieve manier die past bij deze tijd. Want de gemeente wil en kan niet alles bepalen. Integendeel. 1221 is van ons allemaal. Een sterke, duurzame samenwerking blijft nodig voor realisatie van deze Gebiedsagenda. In een ondernemende coalitie van overheden, private partijen, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven én bewoners.
Afgelopen maanden is de samenwerking flink gegroeid. Samen delen we de koers en ambities. Onze ambities leiden tot een beter 1221. Met buurten die zich richten op de toekomst. Met buurten waar iedereen met trots en plezier kan wonen en werken. De Gebiedsagenda is het kompas voor het groeien van de samenwerking. Gericht op versterking van het woon-, werk- en leefklimaat in de drie buurten. Met oog voor de urgente opgaven van nu en met een frisse blik op de kansen voor de toekomst. Deze Agenda is van ons allemaal. We trekken gezamenlijk op. Met u, uw buren, collega’s en alle anderen die willen en kunnen bijdragen aan een sterk 1221. Wij doen mee. Ik doe mee. U ook?
Bureau UUM Edwin van Uum Koen Vermeulen Arnoud van Sisseren Juliette van Baar Roben Gort Jana van Hummel
Floris Voorink
Gebiedsagenda 1221
3
Denk en doe mee met de kwaliteitsverbetering van de Geuzenbuurt, Electrobuurt en Kleine Driftbuurt De toekomst van gebied 1221!
4
Gebiedsagenda 1221
Foto gemaakt door Roger Touissant
Inhoud
1
Introductie
2
Identiteit: toen en straks
3
Wonen en werken
4
Leefbaarheid, ontmoeten en spelen
5
Groen en duurzaamheid
6
Verkeer, verbinding en parkeren
7
Samenwerken
Epiloog: reflectie op gebiedsproces
Colofon Gebiedsagenda 1221
5
1
Introductie Deze Gebiedsagenda biedt een kompas voor de toekomst van de Geuzenbuurt, Electrobuurt en Kleine Driftbuurt, samen postcodegebied 1221. We benoemen de vraagstukken die er nu zijn, zoals de hoge parkeerdruk, het gemis aan groen, de behoefte aan nieuwe woningen en thema’s als eenzaamheid. Ook benoemen we ontwikkelingen die we op ons af zien komen, zoals klimaatverandering, deelautosystemen of de energietransitie. In deze Gebiedsagenda schetsen we de manier waarop we omgaan met deze vraagstukken en ontwikkelingen.
6
Gebiedsagenda 1221
Foto gemaakt door Roger Touissant
Over deze Gebiedsagenda Zes centrale opgaven Gezamenlijk hebben we zes centrale opgaven geformuleerd, die leidend zijn voor deze Gebiedsagenda. Deze opgaven zijn verschillend van aard. De opgave identiteit is de grondslag voor de agenda. We bouwen voort op de ontwikkelgeschiedenis van de wijk en op de gewenste kwaliteiten van de drie buurten. De identiteit is het vertrekpunt voor de ambities op de vier andere inhoudelijke opgaven: • • • •
wonen en werken leefbaarheid, ontmoeten en spelen groen en duurzaamheid verkeer, verbinding en parkeren.
Naast deze inhoudelijke opgaven gaat het ook over het proces. Over de wijze van samenwerken. Dit is de zesde opgave. Hoe kunnen we de samenwerking tussen bewoners, ondernemers, ontwikkelende partijen, maatschappelijke organisaties én gemeente verder versterken? Wat is hiervoor nodig in termen van organisatie, instrumenten en uitvoering? In de volgende hoofdstukken zijn de zes opgaven uitgewerkt. We geven aan welke keuzes er te maken zijn en formuleren structurerende principes. Deze principes geven richting in de verdere uitwerking van projecten en initiatieven in 1221.
Wat bewoners kunnen en mogen verwachten van bijvoorbeeld ontwikkelende partijen en van de gemeente. En waar ze zelf de schouders onder kunnen zetten. Voor ontwikkelende partijen geeft de Gebiedsagenda inzicht in wat de kansen zijn voor hun ontwikkellocatie. Wat ruimtelijk en functioneel mogelijk is en wat vervolgstappen zijn om de ideeën die er nu liggen verder uit te werken. Voor de gemeente is de Gebiedsagenda een programma. Het programma is een belangrijk instrument binnen de toekomstige Omgevingswet. In een programma wordt de visie op de hele stad (nu nog structuurvisie, straks omgevingsvisie) uitgewerkt voor een gebied of thema. In deze Gebiedsagenda gaat het om de Geuzenbuurt, Electrobuurt en Kleine Driftbuurt, samen postcodegebied 1221. Een programma wordt vastgesteld door het College van B&W en is net als de structuurvisie (en omgevingsvisie) zelfbindend. Dat betekent dat de gemeente zich aan het programma bindt. Voor andere partijen heeft het geen directe juridische consequenties. Wel worden alle relevante plannen hieraan getoetst en vormt het programma een kader voor het nieuwe bestemmingsplan-plus met verbrede reikwijdte (in toekomst omgevingsplan).
Horizon tot 2030 De Gebiedsagenda geeft een doorkijk tot 2030. De agenda schetst de ontwikkelrichting voor het gebied. We zijn ons daarbij bewust van het feit dat de toekomst niet volledig te voorzien is. Op dit moment zijn er tal van ontwikkelende partijen die willen investeren in het gebied. Sommige locaties kunnen in de komende 2 tot 3 jaar mogelijk al tot ontwikkeling komen, andere zullen langer op zich laten wachten. Het economisch tij zit nu meer, maar we zullen tot aan 2030 ook mindere tijden meemaken. Het is zaak met deze onzekerheden om te gaan, zonder de koers te verliezen.
De status van de Gebiedsagenda 1221 Voor bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties biedt de Gebiedsagenda zicht op hoe de wijk in de komende jaren kan veranderen.
Gebiedsagenda 1221
7
1
Introductie
Kaartbeeld uit 1e Gebiedstafel waarin gesproken is over urgente kwesties en knelpunten.
8
Gebiedsagenda 1221
Over het gebiedsproces Een breed en intensief werkproces Deze Gebiedsagenda is het resultaat van een intensief werkproces. Een werkproces waarin een open en brede dialoog heeft plaatsgevonden tussen bewoners, ondernemers, ontwikkelende partijen, maatschappelijke organisaties en gemeente. In deze dialoog zijn samen de urgente kwesties en opgaven benoemd, is gewerkt aan principes om hieraan richting te geven en is op hoofdlijnen een gezamenlijk toekomstperspectief ontwikkeld. Vanaf de zomer van 2018 is het proces vormgeven in een serie Gebiedstafels en Werkplaatsen, waarin alle betrokken partijen bijeen kwamen. Hiernaast zijn verschillende kleinschaligere bijeenkomsten georganiseerd met bewonersgroepen of ontwikkelende partijen. Tevens zijn diverse aanvullende activiteiten georganiseerd zoals diverse buurtschouwen, fietstocht voor raadsleden, een enquête, informatieavonden voor bewoners van de Kleine Driftbuurt en voor bewoners rond de Korte Noorderweg en bilaterale overleggen met private en maatschappelijke organisaties. Deze activiteiten waren voorbereidend op en ondersteunend aan het kernproces van Gebiedstafels en Werkplaatsen. Het proces zag er op hoofdlijnen als volgt uit.
1e Gebiedstafel (17 juli 2018) De eerste Gebiedstafel stond in het teken van wederzijdse kennismaking van alle partijen en het komen tot een gemeenschappelijke probleemperceptie. Alle deelnemers hebben hun persoonlijke urgente kwesties en knelpunten benoemd. En deze hebben we gegroepeerd in zes centrale opgaven: identiteit, wonen en werken; groen en duurzaamheid; leefbaarheid, ontmoeten en spelen; verkeer, verbinding en parkeren; en samenwerken.
voor hun buurt en voor de ontwikkellocaties in het bijzonder.
2e Werkplaats (29 oktober 2018) Tijdens de tweede Werkplaats hebben bewoners eerst de uitwerking van mogelijke maatregelen voor hun buurt bediscussieerd en zijn ze samen tot een samenhangend pakket van maatregelen gekomen. De ontwikkelende partijen hebben hun plannen, rijp en groen, gepresenteerd en de ambities en het gewenste programma met elkaar gedeeld. Dit heeft geleid tot koppelingen tussen maatregelen voor de buurt (van de bewoners) en de ambities van de ontwikkellocaties (van de ontwikkelende partijen). Hierin zijn overeenkomsten benoemd, en ook kritische noten naar voren gekomen over de invulling van enkele ontwikkellocaties. Dan ging het met name over bouwhoogte, type woningen, beoogde doelgroepen en werkgelegenheid.
2e Gebiedstafel (6 december 2018) Tijdens de tweede Gebiedstafel is verder gebouwd op de resultaten van de eerste Gebiedstafel en de twee Werkplaatsen. Voor elk van de zes gedeelde opgaven zijn structurerende principes bedacht. In deelsessies werden deelnemers geïnspireerd met korte presentaties van deskundigen. Zo werden door GGD en RIVM presentaties gegeven over gezondheid, door Firan over kansen voor energietransitie en door de gemeente over economie, parkeren en duurzaam ontwikkelen. De gezamenlijke corporaties kwamen met een pleidooi voor een diverse stadswijk met brede keus voor iedereen en de ArchitectenCie vroeg aandacht voor de toekomst van mobiliteit. Met structurerende principes werd concreet handen en voeten gegeven aan elk van de opgaven. De principes werden aan alle aanwezigen gepresenteerd. Dit leidde tot bevestiging of aanscherping.
1e Werkplaats (8 oktober 2018) In de Werkplaatsen zijn de zes centrale opgaven meer diepgaand verkend en uitgewerkt. In een ‘beeldenstorm’ hebben alle deelnemers referentiebeelden gekozen voor de identiteit van de drie buurten. Op basis hiervan is de dialoog gevoerd over de wenselijke kwaliteiten in de toekomst. Aan de hand van de gewenste identiteit hebben deelnemers een vertaling gemaakt naar mogelijke maatregelen
Gebiedsagenda 1221
9
2
Identiteit: toen en straks
De buurten binnen 1221 hebben ieder een eigen uitstraling en identiteit. Het is deze eigenheid die de buurten aantrekkelijk maakt. Deze kwaliteit staat al langer onder druk. Met de ontwikkelingen in de komende jaren hebben we de kans om 1221 te versterken. De kernvraag hierbij is: wat ben je nu als buurt? En welke buurt wil je in de toekomst zijn?
10
Gebiedsagenda 1221
Foto gemaakt door Roger Touissant
Opgave: identiteit en leefbaarheid Trots op de industriële ontstaansgeschiedenis
1895
De geschiedenis van de wijk en die van de verschillende buurten hierbinnen biedt goede aanknopingspunten voor de toekomstige ontwikkeling. De oude industriële gebouwen vormen de trots van 1221. Veel bewoners hebben een sterke relatie met deze bijzondere gebouwen uit het industrieel verleden. Deze relatie is door de jaren gegroeid, maar staat onder druk doordat gebouwen leeg staan of niet openbaar toegankelijk zijn. Het ontwikkelen van deze plekken, zoals bijvoorbeeld is gebeurd bij de Melkfabriek, is een breed gedragen ambitie in de wijk. Het in ere herstellen en toegankelijk maken zorgt ervoor dat ook nieuwe bewoners zich met deze plekken kunnen verbinden. De geschiedenis verklaart ook de smalle straten met voormalige arbeiderswoningen, de voor- en naoorlogse uitbreidingen en de latere inbreidingen, zoals recent Villa Industria.
Zorgen over leefbaarheid
1955
Bewoners zijn trots op het industrieel verleden. Maar de keerzijde is ook aanwezig en werkt door naar vandaag de dag. Buurten zijn door de jaren heen veranderd. Door veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Door uitbreiding van bedrijven, die hier historisch ontstaan of vroeg gevestigd zijn. Gevolg is de soms moeilijke verhouding tussen grootschalige bedrijven en relatief kleinschalige woningen. Buurten zijn verder niet berekend op de enorme naoorlogse groei van het autoverkeer en autobezit. We hebben graag de auto voor de deur. Straten staan hierdoor echter overvol met geparkeerde auto’s. De dominantie van de auto is ten koste gegaan van de leefruimte en leefbaarheid in de buurten.
Werken vanuit de ontwikkelgeschiedenis De historische ontwikkeling biedt, net als de gewenste kernkwaliteiten, handvat voor de verdere ontwikkeling van de verschillende buurten, ieder met hun eigen uitstraling en identiteit.
Vroege periode: akkers en heide 2015
Tot aan de aanleg van de spoorlijn in 1874 bestond het gebied uit zandgronden met akkers en heide.
Gebiedsagenda 1221
11
2
Identiteit
Beelden uit het verleden van 1221.
12
Gebiedsagenda 1221
Werken vanuit de ontwikkelgeschiedenis Langs de driften en verbindingswegen naar de akkers en omliggende dorpen was sprake van lintbebouwing. Het gebied ontwikkelde zich langs enkele doorgaande assen, schapendriften, zoals de (Hoge) Larenseweg, Eemnesserweg en Kleine Drift. De ‘straalsgewijze’ inrichting, gericht op het centrum, is typerend voor dit gebied en ook nu nog herkenbaar.
en gemeente. Voorbeelden van vroege (sociale) woningbouw zijn de Professorenbuurt, Edisonstraat en omgeving en de Ampèrestraat en omgeving. Ook raakte het gebied omsloten door ontwikkelingen in Noord en Tuinwijk Oost. Waar 1221 ooit buiten het dorp lag, kwam het gebied in de loop der tijd centraal in de stad te liggen.
Vanaf 1874: snelle ontwikkeling na spoorlijn
Na de Tweede Wereldoorlog: op kleine schaal vernieuwing en vervanging
Na de aanleg van de spoorlijn maakte het gebied een snelle ontwikkeling door. De eerste bedrijven streken vanaf 1881 neer in het gebied. Naast een metaal- en ijzergieterij, een margarinefabriek, een stoomverffabriek vestigde zich hier ook de gemeentelijke gasfabriek. Later gevolgd door twee sigarenfabrieken, een haarden- en brandkastenfabriek en een diamantslijperij. Rond die fabrieken werden arbeiderswoningen en directiewoningen gebouwd. Het was bebouwing zonder stadsplanning. Deze industriële geschiedenis is nog steeds zichtbaar. Sommige bedrijven was geen lang leven beschoren, andere bedrijven zijn hier nog steeds gevestigd. Zo viert Van Son in 2020 zijn eeuwfeest op deze plek. Ook IFF (Polak & Schwarz) zit al een eeuw aan de Liebergerweg. Een deel van de fabriekspanden is in de loop der tijd verdwenen. Andere panden, zoals de Melkfabriek, de twee Sigarenfabrieken, de Wybertjesfabriek en de Diamantslijperij zijn nog steeds aanwezig, maar nu in gebruik door andere bedrijven, of als woning of school. Dit andere gebruik gaf soms een positieve, soms een negatieve impuls.
Begin 20e eeuw: naar bouw op grotere schaal De fabrieken en bijbehorende woningen lagen oorspronkelijk verspreid over het gebied. Vanaf begin 20e eeuw ontwikkelde het gebied zich verder met winkels, scholen en badhuizen. Naast arbeiders en directeuren vonden ook andere groepen bewoners hun weg naar dit gebied. Tussen de uitvalswegen ontstond een afwisseling van industrie en woningen. Op de forse achterterreinen lagen vaak kleinere bedrijven en werkplaatsen verstopt. Deze achterterreinen kennen tegenwoordig vaker wel dan niet een matige uitstraling en invulling. Waar de woningbouwontwikkeling begon als particulier initiatief, werden vanaf begin 20e eeuw omvangrijke complexen gebouwd door woningbouwverenigingen
Sinds de Tweede Wereldoorlog is op kleine schaal bebouwing vervangen. In de tijd van de stadsvernieuwing en stedelijke vernieuwing zijn op diverse plekken nieuwe woningen gebouwd en werden bestaande woningen verbeterd. Waar oorspronkelijk in de wijk vooral gezinnen woonden, is de samenstelling van de bevolking meer divers geworden; starters, studenten, gezinnen, alleenstaande ouderen, allochtoon en autochtoon. Een deel van de bewoners werkt nog wel in de eigen wijk, maar het merendeel werkt tegenwoordig elders in Hilversum of daarbuiten. De bebouwing aan de Jac. P. Thijsseplein en aan de Swammerdamstraat zijn voorbeelden van de latere woningbouw. Ook kregen bestaande gebouwen in deze periode een nieuwe functie. Dat ging bijvoorbeeld om scholen (buurthuis de Geus, Villa Pampedia, Old School Projects) en fabrieken. De Sigarenfabriek aan de Ampèrestraat was lange tijd in gebruik voor radio & televisie. De Melkfabriek kreeg vrij recent een nieuw leven, met een combinatie van kantoren, een basisschool en woningen. Dit is een goed voorbeeld van de herwaardering van industrieel erfgoed. Ook is in deze periode geïnvesteerd in de aanleg van woonerven en recenter in de herinrichting van de Larenseweg en het Oosterspoorplein.
Heden: nieuwe dynamiek in de buurten Op dit moment wordt op het voormalig terrein van Lucent gebouwd. Een deel van de gebouwen is behouden gebleven en in gebruik als kantoor en woningen. Andere panden hebben plaatsgemaakt voor nieuwbouw. Waar Lucent nog moet worden afgerond, is Villa Industria al in 2018 opgeleverd. In de naam en in de vorm (gashouders) is de historie van deze plek terug te vinden. Voor tal van locaties in het gebied, vaak plekken waar nu bedrijven gevestigd zijn, worden plannen gemaakt voor herontwikkeling. Gebiedsagenda 1221
13
2
Identiteit ROEN
D&G
AMHEI
UURZA
A C. D
THEM
TH
EM
A
C.
DU
UR
ZA
AM
HE
ID
&
GR
OE
THEMA E. SOCIAAL
terrassn
ERKEN
op de
Gr oe
ne
wa
nd
en lunchroo m
B. WON EN & W
Bomen
N
THEMA B. WONEN & WERKEN
Apparte me
THEMA
nten bo ven een
THEMA C. DUURZAAMHEID & GROEN
Sport als ontmoeting
THEMA D. BEREIKBAARHEID & PARKEREN
THEMA B. WONEN & WERKEN
THEMA D. BEREIKBAARHEID & PARKEREN Mix van wonen, werken en recreeren in een gebouw Landschapsarchitectuur als attractie en verbinding
THEMA D. BEREIKBAARHEID & PARKEREN
Autoluw gebied Werkplaats Parkeergarage
Collage Geuzenbuurt Tijdelijke brug
De partijen hebben zich tijdens de Werkplaatsen uitsproken over de gewenste kwaliteiten voor de verschillende buurten. Van beelden zijn collages gemaakt die de gewenste toekomstbeelden aangeven en passen bij de eigenheid van de drie buurten.
Geuzenbuurt: menging en menselijke maat Kenmerkend voor de Geuzenbuurt is de kleinschalige menging van wonen en werken. De buurt wordt gezien als ‘een leuke, levendige en eigenzinnige buurt’. Deze menging maakt slim gebruik van het beperkt aantal parkeerplaatsen en creëert werk en leven op straat. ’Menging, mits passend’ is en blijft gewenst. Belangrijk is het soort werkgelegenheid (geen overlast, niet ’s avonds en ’s nachts) en de uitstraling ervan. Een kwaliteitsimpuls voor de openbare ruimte is op onderdelen gewenst. In de 14
Gebiedsagenda 1221
toekomst is een goede aansluiting van nieuwbouw op bestaande bebouwing belangrijk, zowel in bebouwing als in routes, groenstructuur en openbare ruimte. Met name bouwhoogte en het volume van de nieuwe woningbouw moet aansluiten op de omringende buurt. Al mag het best verschillen in architectuur en uitstraling. De architectuur zou moeten verwijzen naar de buurt, met veel baksteen en een menselijke maat. Partijen zijn enthousiast over het realiseren van een dubbel maaiveld op ontwikkellocaties. Hierbij word het maaiveld verhoogt, wordt parkeren op de onderste laag gerealiseerd en groen en verblijf op de bovenstaande laag. Verder werden tijdens de Werkplaats beelden gekozen van bruggen (goede verbindingen voor langzaam verkeer), werkgelegenheid (ambachtelijk en creatief), bankjes (zit- en ontmoetingsgelegenheid), groen en spelen.
Identiteit: toekomstbeelden voor de buurten THEMA A. IDENTITEIT, CULTUURHISTORIE & RUIMTELIJKE KWALITEIT
THEMA A. IDENTITEIT, CULTUURHISTORIE & RUIMTELIJKE KWALITEIT
THEMA E.
SOCIAAL
THEMA
E. SOCI
AAL
THEMA E. SOCIAAL Park in en rondom erfgoed
moeting
Herbestemming bollenschuur tot woning
Kunst als ont
THEMA E. SOCIAAL
THEMA B. WONEN & WERKEN
THEMA E. SOCIAAL
n als on
tmoetin
g
Appartementen boven een lunchroom
ALITEIT TELIJKE KW
RIE & RUIM
LTUURHISTO
NTITEIT, CU
IDE THEMA A.
Tuiniere
Wonen, scholen, seniorenhuisvesting en sport gecombineerd in een gebouw
THEMA E. SOCIAA
L
Gedeelde binnentuin
Straat speeltuin
rijventerreinen
ties op bed
Nieuwe func
Collage Electrobuurt
Electrobuurt: diversiteit en verbinding Kenmerkend voor de Electrobuurt is de grote diversiteit aan functies in de wijk: wonen en werken wordt afgewisseld met kleine winkels en voorzieningen. Deze diversiteit moet versterkt worden in brede zin: diverse groepen mensen, diverse soorten bebouwing en diverse activiteiten naast elkaar. De nieuwbouw op ontwikkellocaties moet aansluiten op de omringende buurt. Dit vraagt om een subtiele koppeling van openbare ruimte, routes en architectuur van de nieuwe bebouwing. Zo wordt een goede verbinding tussen Electrobuurt en Geuzenbuurt genoemd als kansrijke maatregel. De locatie van de busremise speelt hierin een sleutelrol. Ambitie is om de Larenseweg te vergroenen met een stevige bomenrij, zodat het een volwaardige stadsentree wordt. Daarnaast wordt
Creatieve cursussen
het Oosterspoorplein en omgeving als centrale plek in de wijk gezien. De ambitie is om hier een meer bruisende entree van te maken. Denk aan meer groen, zitgelegenheden en ruimte voor kleinschalige activiteiten. Historische gebouwen als het oude tramstation bij de busremise, de Wybertjesfabriek en de (grote) Sigarenfabriek aan de Ampèrestraat maken de historie herkenbaar en beleefbaar.
Gebiedsagenda 1221
15
2
Identiteit THEM
A C.
A
THEM
OEN
GR EID &
H ZAAM
UR C. DU
DUUR
ZAAM
HEID
& GR
OEN
THEMA B. WONEN & WERKEN
IT, CULTUURHISTOR
IE & RUIMTELIJKE
KWALITEIT
THEMA A. IDENTI
Herst
ructur ering
THEMA E. SOCIAAL
van d
e woo
nwijk
n rvelde
aats n in pl
rkee van pa
k groe appelij
voor
E KWALITEIT
RIE & RUIMTELIJK
STO TEIT, CULTUURHI
THEMA A. IDENTITE
gemee
nschap
pelijk
groen
en rijwoningen Diverse woontypologien met appartementen
nsch Gemee
THEMA E. SOCIAAL
THEMA A. IDENTITEIT, CULTUURHISTORIE & RUIMTELIJKE KWALITEIT
Villa Industria, Hilver
sum, woningen in lijn
met de identiteit van
Nieuwe functies
ed
in industrieel erfgo
het gebied
Sport- en speelplaats
THEMA D. BEREIKBAARHEID &
PARKEREN
Bijeenkomsten in de openbare ruimte
Herbestemming
Collage Kleine Driftbuurt
Woonerf
Kleine Driftbuurt: erfgoed, werken en groen Deze buurt heeft twee gezichten. Een deel van de buurt bestaat vooral uit woningen met richting Oosterspoorplein diverse voorzieningen. Het andere deel bestaat uit de omgeving rondom de Liebergerweg. In het eerste deel wordt het karakter vooral bepaald door cultuurhistorie en de combinatie van wonen en voorzieningen / ontmoetingsplekken. In het tweede deel (rondom de Liebergerweg) is, naast cultuurhistorie, de menging van wonen en werken kenmerkend. Hier zien we een combinatie van grote(re) bedrijven met veel vrachtverkeer, direct naast kleinschalig wonen. Dit vraagt aandacht. Net als het hergebruik van cultuurhistorisch erfgoed. Naast de (kleine) Sigarenfabriek aan de Lijsterweg gaat het ook om andere bijzondere gebouwen uit het verleden. Herontwikkeling van grote bedrijfslocaties is een uitstekende mogelijkheid om hedendaagse
16
Gebiedsagenda 1221
vormen van werken in de wijk te laten landen. Deze nieuwe economie is meer gericht op dienstverlening en (kleinschalige) moderne productie. Deze vormen van werken laten zich goed mengen met woningen. Hiernaast kan een doorlopende groenstructuur kwaliteit toevoegen en buurten verbinden. Het (weer) openbaar maken van het IFF-terrein zou daarin winst zijn. Straten en pleinen in de buurt moeten sociale ontmoeting meer en veiliger faciliteren. Ook bestaat behoefte aan een ontmoetingsplek voor de hele wijk. Naast het beperken van het vrachtverkeer, is minder auto’s op straat een breed gedeelde ambitie. Dit kan op vele manieren, zoals door het realiseren van een leefstraat of met deelauto’s. Maar belangrijk is ook slim om te gaan met mobiliteit op de ontwikkellocaties.
Inzet: vijf kernkwaliteiten versterken De beschrijvingen vragen verdere uitwerking en detaillering om richtinggevend te kunnen zijn voor de verschillende ontwikkellocaties. Wel kunnen op basis van de toekomstbeelden voor de verschillende buurten een aantal gemeenschappelijk kernkwaliteiten op het niveau van heel 1221 worden benoemd. De buurten hebben specifieke bijzonderheden, maar delen centrale elementen die richting geven aan de verdere uitwerking. We zien vijf kernkwaliteiten. 1.
Functiemenging: wonen én werken én voorzieningen
•
Leuke, levendige en eigenzinnige buurt met afwisseling in functies Grote diversiteit van gebouwen en functies die aansluiten op elkaar en karakter geven aan de buurt. Ontmoetingsplekken en levendigheid rond Oosterspoorplein en omgeving
• •
2. Menselijke maat: kleine korrel • Ontwikkelingen voegen zich naar de buurt en zijn afwisselend. De ontwikkelingen pakken richting de buurt de bestaande korrel op, deze kent overwegend een kleinschalige, menselijke maat. • Diversiteit aan (vooroorlogse) woningen met daartussen kleinschaligere bedrijfslocaties die in een positieve relatie staan tot het woon- en leefklimaat van de buurt. 3. Gemeenschap: diversiteit met ruimte voor
Vanuit deze kernkwaliteiten benaderen we de inhoudelijke opgaven van wonen en werken, leefbaarheid, groen en duurzaamheid, verbindingen, verkeer en parkeren. Iedere buurt deelt vergelijkbare opgaven voor functiemenging, aansluiting van oud op nieuw, ruimte voor ontmoeting en spelen, meer groen en oplossingen voor de druk van verkeer en parkeren. In de volgende hoofdstukken benoemen we per thema de opgave en vertalen de kernkwaliteiten naar een aantal structurerende principes die richting geven aan de toekomstige ontwikkeling. Het gaat om principes die als kompas dienen voor nieuwe oplossingen. De principes zijn buurt overstijgend en gericht op het verbinden van de buurten met elkaar en met de rest van Hilversum.
Gemeenschappelijke kernkwaliteiten: •
Functiemenging: wonen én werken én voorzieningen
•
Menselijke maat: kleine korrel
•
Gemeenschap: diversiteit met ruimte voor iedereen
•
Open en toegankelijk: langzaam verkeer
•
Geschiedenis: oog voor cultuurhistorie en erfgoed
iedereen • •
Behoefte aan ontmoeten, elkaar kennen en leren kennen Sociaal, op zoek naar saamhorigheid en ontmoeting
4. Open en toegankelijk: langzaam verkeer • Rustige straten, minder ruimte geven aan auto’s • Lage snelheid, prioriteit voor lopen en fietsen 5. Geschiedenis: oog voor cultuurhistorie en
erfgoed • •
Buurten met een rijke geschiedenis, een historisch ontwikkelde structuur Bijzondere plekken en gebouwen met cultuurhistorische waarden Gebiedsagenda 1221
17
3
Wonen en werken
In de afgelopen eeuw heeft 1221 zich ontwikkeld tot een gemengd woon- en werkgebied. De van oudsher aanwezige industriële werkgelegenheid met arbeiders- en directeurswoningen heeft plaats gemaakt voor andere vormen van wonen en werken. De behoefte aan woningen in Hilversum is hoog. Het gevolg is dat veel initiatieven ontstaan voor transformatie van werklocaties naar woongebieden. Hoe zorgen we voor een goede balans tussen wonen en werken?
18
Gebiedsagenda 1221
Foto Fotogemaakt gemaaktdoor doorRoger RogerTouissant Touissant
Opgave: wonen en werken combineren De druk op de woningmarkt van Hilversum is groot. Als geen ruimte wordt gevonden voor nieuwe woningen, komt de betaalbaarheid van wonen verder onder druk te staan. Dan wordt het minder vanzelfsprekend dat onze kinderen hier nog kunnen wonen. Om het landschap rond Hilversum te beschermen, moet de ruimte in de bestaande stad gevonden worden. Nieuwe woningen kunnen vrijwel alleen worden gebouwd op plekken waar nu andere functies gevestigd zijn, in 1221 en elders in Hilversum. 1221 is altijd de plek geweest waar eenieder kon wonen én werken. De mix van buschauffeur en fabrieksdirecteur, huisvrouw en ondernemer was en is de kracht van de wijk. Dit maakt het een veelzijdige en boeiende wijk. Het realiseren van nieuwe woningen met behoud en versterking van de kracht van de wijk is een uitdaging, die creativiteit en verbeeldingskracht vraagt.
Wonen Met het vaststellen van de Structuurvisie Hilversum 2030 en de Woonvisie hebben we met elkaar afgesproken dat Hilversum een betaalbare gemeente blijft. Een gemeente die weet in te spelen op de toenemende vraag naar woningen van jongeren en jonge gezinnen. En aansluit op de woonwensen van ouderen. Uit gesprekken met bewoners uit 1221 volgt dat het wonen in dit gebied aantrekkelijk is. Daarin speelt de nabijheid van het centrum en het trein- en busstation een rol. Diverse bewoners geven aan het gevoel te hebben in het centrum te wonen. Het gaat veel bewoners ook om het buurtgevoel: de kleinschaligheid, charme, diversiteit en levendigheid van de buurt. Deze kleinschaligheid en charme kan onder druk komen te staan als veel nieuwe bewoners zich hier vestigen. Bewoners ervaren de veranderingen nu al. Een voorbeeld hiervan is het vraagstuk rondom meervoudige bewoning (‘splitsing’) met druk op de leefbaarheid in verschillende delen van de wijk als gevolg. De opgave is de kwaliteiten van de buurten te behouden en versterken. Een spannende opgave omdat het aantal bewoners en werkenden zal toenemen en met name de omgeving rond het station zich verder ontwikkelt als centrumstedelijk gebied. De ontwikkellocaties zullen moeten bijdragen aan de versterking van de wijk.
Deze bijdrage is maatwerk. Op de ene locatie kan het gaan om het toevoegen van veel groen, op een andere locatie om het wegnemen van zwaar vrachtverkeer of het realiseren van verbindingen.
Werken In de Structuurvisie 2030 spreekt de gemeente zich uit voor behoud van werkgelegenheid voor iedereen. Van hoogopgeleid tot praktijkgeschoold. In het coalitie akkoord wordt het belang van werkgelegenheid nog eens bevestigd. Daarin wordt aangegeven dat gestreefd wordt naar extra werkgelegenheid voor de eigen inwoners. Werken verandert. In een ver verleden werkten veel bewoners uit 1221 bij fabrieken als de Veneta. Tegenwoordig is dat meer divers. Een fors aantal bewoners is zelfstandig en werkt vanachter de keukentafel of met een kop koffie bij Matthijs Boon. Anderen werken juist met opgestroopte mouwen in een schuur of bedrijfsgebouw achter de woning. Kenmerkend is verder dat een kwart van de inwoners in 1221 met een betaalde baan in de gezondheidszorg werkt. Dit percentage ligt beduidend hoger dan het Hilversumse gemiddelde van 17%. Voor de grote groep praktijkgeschoolden is en blijft nabijheid van werkgelegenheid essentieel. Banen in Almere of Amsterdam liggen buiten fietsafstand. Autobezit of openbaar vervoer is (financieel) niet altijd haalbaar. Op dit moment werkt een kwart van de werkenden uit Oost (1221+1223) binnen de gemeente en is een kwart aangewezen op de fiets als vervoersmiddel.
Opgaven: •
Voldoende extra woningen, passend binnen de diversiteit van 1221
•
Behoud van voldoende werkgelegenheid, met aandacht voor betaalbare werkruimten
•
Nieuwe gebouwen passend binnen bestaande buurtkwaliteiten
Gebiedsagenda 1221
19
3
Wonen en werken
Inventarisatie van op dit moment bekende potentiële ontwikkellocaties.
20
Gebiedsagenda 1221
Opgave Met de druk op de woningmarkt staat nu net de lokale werkgelegenheid voor praktijkgeschoolden onder druk. Dan gaat het bijvoorbeeld om Hunkemöller, maar ook om bedrijvigheid op de Korte Noorderweg, aan de Zuiderweg en in de Wybertjesfabriek. Op de arbeidsmarkt wordt personeel schaarser. In de slag om talent speelt de omgeving een steeds belangrijkere rol. Succesvol zijn de gebieden die ongeplande ontmoetingen weten te bieden. Stedelijkheid en diversiteit kunnen hierin belangrijk zijn. 1221 is één van de plekken waar Hilversum deze slag voor talent kan winnen. Maar 1221 zal niet voor elk bedrijf aantrekkelijk zijn. Waar gerenommeerde grote(re) bedrijven zich vestigen op het Media Park, Arenapark of in Zuidwest biedt 1221 een plek voor startende en doorgroeiende bedrijven. Een goed voorbeeld is Old School Projects. Naast de versterking van de creatieve sector vraagt de stad aandacht voor praktijkgeschoolden. Belangrijk voor beide is de beschikbaarheid van betaalbare ruimte: niet alleen voor starters en doorgroeiers, maar ook voor onderwijs, zoals voor de Dutch Filmers Academy of voor een leerwerkbedrijf in bijvoorbeeld techniek of zorg.
Eerste verkenningen Tijdens het opstellen van de Gebiedsagenda hebben de ontwikkelende partijen elkaars plannen verkend. Veel ontwikkelende partijen richten zich op dat moment met studio’s en tweekamerappartementen op jongeren en starters. Daar is behoefte aan. De buurten in 1221 vragen echter een diversiteit aan woningen en betrokkenheid van de toekomstige bewoners bij de buurt. In buurten waarin bewoners trots vertellen hoeveel decennia zij daar al wonen zoeken we ook bewoners die hier niet alleen starten maar ook blijven hangen. Naast de starters moeten daarom ook gezinnen en senioren een thuis weten te vinden. Net als mensen met een beperking. 1221 als gedifferentieerde stadswijk met een brede keuze voor iedereen. Dit vraagt sturing op basis van de Gebiedsagenda.
om de druk van de woningmarkt op te vangen in bestaand stedelijk gebied en tegelijkertijd in ruimte te voorzien voor werk, groen, spelen en ontmoeten. Hoewel ontwikkelende partijen aangeven graag appartementencomplexen van tien woonlagen of meer te willen ontwikkelen, willen buurtbewoners liever woningen van enkele lagen. De tussenmaat, van 4 tot 5 lagen, is zeer kansrijk. Enerzijds omdat deze maat, door wonen te mengen met voorzieningen en werk, een kwalitatief centrum stedelijk woonmilieu kan realiseren. Anderzijds omdat deze maat goed aan te sluiten is op de bestaande woonbuurten en zich, door stedenbouw en architectuur, daarin weet te voegen. Ongeacht de hoogte is het voor het buurtgevoel belangrijk dat de straat het gebied is waar men elkaar tegenkomt. Dit vraagt niet alleen een straat die ruimte biedt aan ontmoeting (zie het thema rondom Ontmoeten), maar ook gebouwen die mensen op straat een welkom en veilig gevoel geven. Op veel van de werklocaties in het gebied, zoals de Korte Noorderweg, ontbreekt het nu aan dit gevoel, met name in de avonduren.
Structurerende principes: 1. Bijzondere gebouwen vormen vertrekpunt 2. Slim en gericht mengen van programma 3. Voldoende werkgelegenheid en goede functies
Het gebied 1221 bestaat niet uitsluitend, maar wel in meerderheid uit woningen van één of twee lagen met een kap. Grotere gebouwen zijn gewenst
Gebiedsagenda 1221
21
3
Wonen en werken
Gebiedsagenda 1221 - Wonen en werken Bijzondere gebouwen vormen vertrekpunt
22
Gebiedsagenda 1221
Principe 1:
Bijzondere gebouwen vormen vertrekpunt Al meer dan 100 jaar wordt gebouwd in en aan 1221. Bij nieuwe ontwikkelingen houden we rekening met het verleden én met het bestaande. Juist vanuit dit verleden voegen we nieuwe kwaliteiten toe. Kwaliteiten die de identiteit verder versterken.
Inspiratie uit het verleden Elke ontwikkeling start vanuit de ontwikkelgeschiedenis. Belangrijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, verhalen en mythes, markante personen, bijzondere gebouwen en monumenten, unieke landschapskenmerken of het archeologisch verleden vormen het vertrekpunt voor herontwikkeling. In de locatie ontwikkelplannen komt dit aspect nadrukkelijk terug.
keuze. Logischer is de potentie van deze panden te gebruiken voor aantrekkelijke werkplekken voor creatieve ondernemers en zakelijk dienstverleners, voor onderwijs en horeca. Voor horeca geldt wel dat deze niet mag concurreren met de concentratie van horeca in het centrum. Dit betekent dat de horeca primair een functie vervult voor de eigen wijk. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om daghoreca of een kleinschalig restaurant. In het verleden waren deze functies vooral in het entreegebied gevestigd. Overigens zijn niet alleen zelfstandige functies denkbaar maar juist ook functies die ondersteunend zijn. Denk bijvoorbeeld aan horeca die ondersteunend is aan een kantoor, maar ook toegankelijk is voor de buurt.
Menselijke maat en bouwhoogte Alle ontwikkelingen sluiten qua oppervlakte, structuur en bouwhoogte aan op de directe omgeving. Ontwikkelingen hebben een maximale bouwhoogte van 12 tot 15 meter. Dit zijn 4 tot 5 bouwlagen. Door de opzet en vormgeving (stedenbouw en architectuur) van gebouwen wordt deze bouwhoogte ervaren als menselijke maat. Een grotere bouwhoogte is alleen mogelijk daar waar extra programma gewenst is én dit programma gecombineerd wordt met een relatief grote en hoogwaardige openbare ruimte. Denk daarbij aan een plein of park dat functioneert op het niveau van de buurt (vanaf zo’n 1.000 m²). De maximale bouwhoogte blijft met 25 meter binnen de kaders van de structuurvisie.
Bestaand erfgoed
In het locatie ontwikkelplan worden de principes per ontwikkellocatie uitgewerkt. Hierbij wordt heel goed gekeken naar een zorgvuldige hoogteopbouw vanaf de omliggende bebouwing en wordt met architectuur en stedenbouw het hoogteverschil optimaal ingepast. Zo blijven de buurten herkenbaar, met eigen kwaliteit en identiteit.
Programmatische flexibiliteit De monumentale gebouwen van weleer geven het gebied identiteit naar de toekomst. Deze worden zoveel mogelijk openbaar. Concreet gaat het over de (grote) Sigarenfabriek, (delen van) de busremise en (delen van) Van Son. Wonen is voor deze panden een minder voor de hand liggende
Mogelijk nieuwe hotspot rondom erfgoed
Gebiedsagenda 1221
23
3
Wonen en werken
Gebiedsagenda 1221 - Wonen en werken Slim en gericht mengen van programma
ied
eb eeg r t n
E
24
Gebiedsagenda 1221
Principe 2:
Slim en gericht mengen van programma Brede woningkeuze voor iedereen Elke woningbouwontwikkeling kent een rijkheid in het product. Waar mogelijk wordt, zo mogelijk zelfs op gebouwniveau, een diversiteit aan woningtypologieën aangeboden. Binnen het entreegebied voornamelijk studio’s, tweekamerappartementen en appartementen voor gezinnen. Buiten het entreegebied ook grondgebonden woningen. Het aanbieden van een kwalitatief goede buitenruimte bij alle woningen is belangrijk om de ambitie van een diverse wijk te laten slagen. De minimale grootte van een woning is 35 m² (gebruiksoppervlakte). Over heel 1221 zal een meerderheid van de woningen, dus minimaal 50%, nul-treden woningen moeten zijn. Deze gelijkvloerse appartementen beschikken over een lift. Daarmee zijn ze ook toegankelijk voor mensen met een beperking. Om de impact op de omgeving te beperken heeft elke woning een zelfstandige berging of is voor fietsen een centrale fietsparkeervoorziening aanwezig.
Conform de Regionale Woonvisie (2016) wordt rekening gehouden met een planuitval van 30%. Dit betekent dat naar verwachting 70% van de te plannen woningen ook daadwerkelijk binnen redelijke termijn wordt gerealiseerd. Een ontwikkelaar kan aanspraak maken op een deel van deze extra te plannen woningen indien de kwaliteit van het plan zodanig is dat de toevoeging van deze woningen opgenomen kan worden in de directe buurt. In de praktijk zal blijken dat dit alleen kan als de ontwikkeling meer dan proportioneel ambities van de Gebiedsagenda verwezenlijkt. Het uitwisselen van woningen tussen ontwikkellocaties in 1221 of een verhoging van het aantal woningen per hectare is mogelijk in samenspraak met de buurt en op basis van positieve adviezen van de aan te stellen supervisor en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK).
Groei van het aantal woningen Het aantal woningen in 1221 kan groeien met circa 1.000 nieuwe woningen tot 2030. De behoefte aan nieuwe woningen is groot. Het gaat vooral, maar niet alleen, om woningen voor 1- en 2 persoonshuishoudens. Hier en elders kan voorzien worden in deze vraag. Het is logisch een substantieel deel van de woningen vlak bij het station, aan beide zijden, te realiseren. Het aantal woningen volgt uit het coalitieakkoord 2018-2022 en kan na deze periode eventueel worden bijgesteld. Met de toevoeging van 1.000 woningen groeit het aantal inwoners in 1221 naar verwachting van 8.900 tot circa 10.000. Omdat circa 8,5 hectare aan ontwikkellocaties wordt verwacht bedraagt de dichtheid per locatie maximaal 110 tot 115 woningen per hectare bruto. Deze dichtheid is vergelijkbaar met Villa Industria. Ook hier een mix van wonen en andere functies (voorzieningen). De vergelijking gaat qua hoogte niet helemaal op. De gashouders zijn hoger, daar tegenover is hier echter veel laagbouw (zie kader).
Huidige ontwikkellocatie nabij het station
Mogelijk toekomstbeeld van het Entreegebied
Gebiedsagenda 1221
25
3
Wonen en werken
Vier ontwikkellocaties in 1221
26
Gebiedsagenda 1221
Principe 2:
Slim en gericht mengen van programma Woningen in sociale en vrije sector Elke woningbouwontwikkeling kent een deel sociale huur en een deel middeldure huur. Het gaat om minimaal 33% sociale huur op het niveau van de hele wijk 1221. Het deel middelduur bedraagt op het niveau van de hele wijk 50%. Van het deel middelduur is minimaal de helft huur. Voor de middeldure huur geldt een minimale instandhoudingsverplichting van 20 jaar. Dit betekent dat deze woningen minimaal 20 jaar in het middeldure segment moeten zitten. Zo lang sprake blijft van een gedifferentieerde buurt of straat, met een brede keuze voor iedereen, is uitwisseling van programma tussen de verschillende ontwikkellocaties binnen 1221 mogelijk. Lucent, nu in aanbouw, telt niet mee in het genoemde aantal woningen, noch in het te realiseren aandeel sociale huurwoningen.
Entreegebied De eerste 300 meter rondom het station is het entreegebied. Met het Oosterspoorplein en omgeving als duidelijk hart van het entreegebied zal dit gebied zich verder ontwikkelen tot centrum stedelijk gebied. De mix van wonen, werken en voorzieningen leidt hier tot levendige straten. Straten waar ontmoeting centraal staat. Nabijheid van voorzieningen en goede routing zijn bovendien belangrijke voorwaarden om niet langer uit te gaan van de auto als eerste vervoerskeuze. Hoewel we een brede keuze voor iedereen nastreven past hierin ook meer focus op mensen (leefstijlen) die veel gebruik maken van het openbaar vervoer. Een intensiever gebruik van dit gebied vraagt niet alleen meer voorzieningen en meer werk maar mogelijk ook meer woningen. In het entreegebied zal de gemiddelde grootte van de woningen wat kleiner zijn. Het aantal woningen per hectare wellicht iets groter. Bij de doorgaande routes in dit gebied is functiemenging op gebouwniveau het uitgangspunt en wordt extra aandacht besteed aan het goed ontwerpen van de begane grond en de eerste verdieping. Deze bouwlagen zijn cruciaal om zowel gedurende de dag als in de avond en nacht een aangename openbare ruimte te realiseren.
Gebiedsagenda 1221
27
3
Wonen en werken
Gebiedsagenda 1221 - Wonen en werken Voldoende werkgelegenheid én functies
28
Gebiedsagenda 1221
Principe 3:
Voldoende werkgelegenheid én functies Nieuwe ontwikkelingen versterken 1221 als diverse wijk. Een wijk waar gewoond, gewerkt en geleefd wordt. Idealiter is deze ambitie voelbaar binnen de nieuwe gebouwen, maar anders zeker op straat.
Functiemenging 1221 blijft een gebied waar wonen, werken en leven naast elkaar blijven bestaan. Naar de toekomst toe zien we de huidige, soms fijnmazige vermenging tussen werk en wonen, anders. Het entreegebied zal zich transformeren tot een centrum stedelijk woonen werkmilieu. Passend bij dit milieu wordt, langs de toegangswegen, ruimte geboden aan voorzieningen en werk. Normaliter zitten deze functies op de begane grond van een gebouw. Belangrijk is dat ook ’s avonds de begane grond actief wordt gebruikt en daarmee sociaal veilig en aantrekkelijk is. Buiten het entreegebied en langs de toegangswegen vindt functiemenging op straat- of gebiedsniveau plaats. Behoud van menging in de andere gebieden is geen prioriteit.
Behoud van werkgelegenheid Voor het behoud van werkgelegenheid wordt op locatieniveau uitgegaan van de werkgelegenheid in 2018. Concreet zal ruimte moeten worden geboden om het aantal bestaande arbeidsplaatsen minimaal te behouden. Een groei in arbeidsplaatsen is gewenst. Dat is mogelijk aangezien een deel van de arbeidsplaatsen in een werkomgeving die veel ruimte vragen (bijvoorbeeld logistiek) worden vervangen door arbeidsplaatsen die veel minder ruimte vragen (bijvoorbeeld in de creatieve sector). Concepten waarin binnen de woning ruimte is om te werken werk worden aangemoedigd, maar worden niet meegenomen in deze vergelijking. Garanties over behoud van een dergelijke werkruimte binnen een woning bestaan immers niet. Voor de vergelijking hanteren we een rekenregel van 15 m² bruto vloeroppervlak per arbeidsplaats. Het uitwisselen tussen locaties is tot op zekere hoogte mogelijk.
hoofdkantoor als dat van Hunkemöller of een bedrijf als IFF. Dit brengt naast treinreizigers ook autoverkeer met zich mee, maar is goed in te passen. Verder biedt het kansen voor dubbelgebruik van parkeerplaatsen tussen werknemers en bewoners. Waar het gaat om nieuwe bedrijvigheid ligt het accent op ZZP’ers (woonachtig in de wijk, vaak bouw, zorg, creatieve bedrijvigheid) en op kleine en middelgrote bedrijven (met name zorg & welzijn, creatieve bedrijvigheid, onderwijs, grooten detailhandel, tot 50 werknemers). Dit zonder grotere werkgevers (bijvoorbeeld in de creatieve bedrijvigheid) uit te sluiten. Deze grotere bedrijven zijn in het entreegebied en directe omgeving (zoals de busremise) goed denkbaar. De gemeente kan desgevraagd met ontwikkelende partijen meedenken over passende bedrijvigheid. Bewoners hebben eerder een aanzet gedaan voor een afwegingskader, dat hierbij behulpzaam kan zijn.
Educatie en starters Bedrijfsruimten voor praktijkgeschoolden, onderwijshuishuisvesting en bedrijfsruimten voor startende bedrijven kennen soms een lagere werkgelegenheid per m² dan meer traditionele kantorenlocaties. Maar voor de stad zijn ze minstens even belangrijk. Daarom rekenen we voor dit soort bedrijfsruimten met dezelfde aannames over werkgelegenheid als bij kantoorontwikkelingen (1 arbeidsplaats per 15 m² bruto vloeroppervlak). Dat is goed te verdedigen. Verwacht wordt namelijk dat de groei van werkgelegenheid met dit soort voorzieningen over heel Hilversum wordt versterkt.
Werk dat past in de wijk Dat grootschalige logistiek niet passend is in de wijk staat buiten kijf. Het distributiecentrum van Hunkemöller betekent grote vrachtwagens door smalle straten. Andere vormen van werkgelegenheid passen daarentegen prima. Denk aan een
Slim mengen van functies en werkgelegenheid
Gebiedsagenda 1221
29
3
Wonen en werken
Referenties voor de toekomstige ontwikkelingen.
30
Gebiedsagenda 1221
Inzet: ontwikkelplannen per locatie maken De komende tijd maken ontwikkelende partijen locatie ontwikkelplannen voor de verschillende ontwikkellocaties. Deze plannen bieden de mogelijkheid voor maatwerk: een locatie specifieke afweging op basis van elk van de zes thema’s uit de Gebiedsagenda. Uitgangspunt is dat deze plannen tot stand komen in samenspraak met de verschillende betrokken partijen (bewoners en gemeente). Dit wil niet zeggen dat iedereen akkoord hoeft te gaan, bij twijfel geeft de gemeente duidelijkheid. De gemeente zal zich daarin laten adviseren door een stedenbouwkundig supervisor en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. De plannen worden zo veel mogelijk per samenhangend deelgebied opgesteld.
Activiteiten: •
•
• Gelijktijdig start de gemeente met het opstellen van een bestemmingsplan-plus met verbrede reikwijdte. Dit bestemmingsplan geeft meer ruimte dan een normaal bestemmingsplan aan het gesprek tussen buurt, ontwikkelende partij, gemeente en andere betrokken partijen. In hoofdstuk 7 wordt het vervolgproces beschreven. De gemeente geeft het goede voorbeeld waar het gaat om behoud van werkgelegenheid. Het pand aan de Eemnesserweg 7A, waar vroeger Theater Achterom was gevestigd, wordt verkocht onder voorwaarde dat hier creatieve werkgelegenheid wordt gerealiseerd.
•
•
•
Ontwikkelende partijen stellen locatie ontwikkelplannen per deelgebied of ontwikkellocatie op waarin we op basis van de ontwikkelgeschiedenis de verdere planvorming met elkaar bespreken. Deze plannen gaan in op de zes thema’s van de Gebiedsagenda. We verbeteren de communicatie over regels rond meervoudige bewoning en versterken de handhaving van illegale meervoudige bewoning. De gemeente denkt desgewenst mee met ontwikkelende partijen over passende bedrijvigheid. Een afwegingskader, eerder geopperd door bewoners, kan hierbij helpen. We stellen een bestemmingsplan-plus met verbrede reikwijdte op. Dit bestemmingsplan vertaalt de Gebiedsagenda in hedendaagse regels en voorwaarden voor ontwikkeling en gebruik. De gemeente verkoopt het pand waar Theater Achterom gevestigd was aan een partij die hier werkgelegenheid realiseert voor de creatieve sector. We gaan in overleg met initiatiefnemers van bijzondere woonvormen, zoals bijvoorbeeld Knarrenhof, met buurtbewoners en eventueel een ontwikkelende partij, zoals een woningbouwcorporatie, om te onderzoeken of dit soort woonvormen binnen 1221 gerealiseerd kunnen worden.
Gebiedsagenda 1221
31
4
Leefbaarheid, ontmoeten en spelen
Het aantal bewoners en gebruikers van 1221 groeit. Tegelijkertijd moeten we zorgen dat mensen hier prettig wonen, werken en verblijven. Bewoners van 1221 bewegen te weinig en kampen met gezondheidsklachten. Ook ervaren bewoners een gebrek aan sociaal contact. Hoe dragen we bij aan meer ontmoeting, spelen en een goed aanbod aan voorzieningen?
32 32
Gebiedsagenda 1221
Foto Fotogemaakt gemaaktdoor doorRoger RogerTouissant Touissant
Opgave: gezondheid en sociale cohesie Aantal bewoners en werkenden groeit In 1221 wonen momenteel circa 8.900 mensen en werken circa 3.400 mensen. Het gaat om circa 4.400 huishoudens, waarvan 45% alleenstaand. Sommige bewoners zijn hier geboren en getogen, anderen komen van elders en zijn aangetrokken door de ligging nabij station, het Laarder Wasmeer en de berg van Anna’s Hoeve, in combinatie met de relatief nog gunstige huizenprijzen in dit deel van Hilversum. Komende jaren zal het aantal inwoners en mogelijk ook het aantal werknemers toenemen.
Prettig wonen, maar lager buurtgevoel Uit de Monitor Hilversum blijkt dat een derde van de bewoners van Oost (1221+1223) hier al meer dan 15 jaar woont. Hier tegenover staat 40% die hier minder dan 5 jaar woont. Van alle bewoners vindt 96% de buurt prettig om te wonen. Gemiddeld cijfer is een 7,3. Meer dan 40% van de bewoners is (zeer) gehecht aan de buurt. Dit blijkt ook uit de gesprekken in voorbereiding op de Gebiedsagenda. Een deel van de (oudere) bewoners zou best willen verhuizen naar een meer geschikte (aangepaste) woning, maar vaak alleen in de wijk zelf. Twee derde van de bewoners zou niet snel weg gaan uit de buurt. Wel is het buurtgevoel lager dan in andere wijken. In de gesprekken met bewoners en maatschappelijke organisaties is sociale cohesie dan ook een belangrijk thema.
Bewoners kampen met gezondheidsproblemen Uit de gezondheidspeiling van de GGD Gooi en Vechtstreek blijkt dat weinig bewegen/sporten, obesitas en een psychisch mindere gezondheid belangrijke thema’s zijn in 1221. Ook eenzaamheid bij ouderen, overbelasting van mantelzorgers en een gebrek aan sociaal contact zijn problemen waar bewoners mee te kampen hebben. Bewoners in Oost (1221 + 1223) voelen zich verder (73%) minder vaak veilig dan in andere wijken (85% gemiddeld in Hilversum).
Draagvlak voor voorzieningen neemt toe Het draagvlak voor voorzieningen (winkels, horeca, onderwijs, ontmoetingsplekken) neemt door de groei van bewoners in deze wijk, maar ook in de directe
omgeving (1223) toe. De bevolking verandert ook qua samenstelling. Het aandeel alleenstaanden zal landelijk en ook hier verder toenemen. Ouderen wonen steeds langer thuis. En ook mensen in andere fasen van hun leven wonen vaker alleen. Het woningbouwprogramma sluit aan op deze ontwikkeling. De woningen zullen met name geschikt zijn voor een- en tweepersoonshuishoudens en dus in mindere mate gericht zijn op gezinnen. De bevolkingsgroei en veranderende samenstelling vraagt nadere analyse naar de behoefte aan voorzieningen, bijvoorbeeld die naar (basis)onderwijs, kinderopvang en plekken voor de jeugd, maar ook naar het soort winkels en horeca dat bij deze wijk past.
Opgaven: •
Aantal bewoners en werkenden groeit en samenstelling verandert
•
Bewoners kampen met gezondheidsproblemen en voelen zich vaker eenzaam en minder vaak veilig
•
Zoeken naar een passend aanbod van voorzieningen in de buurt
Structurerende principes: 1. Ontmoetingsplekken in directe nabijheid 2. Netwerk van speelplekken voor alle leeftijden 3. Bruisend hart voor de wijk
Gebiedsagenda 1221
33
4
Leefbaarheid, ontmoeten en spelen
Gebiedsagenda 1221 - Leefbaarheid, ontmoeten en spelen Ontmoetingsplekken in directe nabijheid
34
Gebiedsagenda 1221
Principe 1:
Ontmoetingsplekken in directe nabijheid Plekken voor ontmoeting op korte afstand Het belang van ontmoetingsplekken in de wijk staat buiten kijf. Ontmoetingsplekken zijn, naast de straten en pleinen, inpandige locaties, zoals buurthuizen of inloopcentra. Hier kunnen bewoners elkaar ontmoeten en samen activiteiten ondernemen. Vrijwilligers en professionals zijn op gezette tijden aanwezig om inwoners verder te helpen bij een vraag op het gebied van bijvoorbeeld welzijn, zorg of werk. Deze plekken liggen liefst goed verspreid over de wijk en zijn bereikbaar op loopafstand (300-400 meter). Ook net buiten 1221 gelegen ontmoetingsplekken (St. Joseph, Heelo, Huis van de Buurt Riebeeck) vervullen een rol voor de wijk. HilverZorg is op verschillende van deze locaties actief. Niet elke plek hoeft hetzelfde te bieden. Dit is afhankelijk van de behoefte van de omliggende buurt. Ontmoetingsplekken kunnen elkaar ook aanvullen. De exploitatie van een ontmoetingsplek kan bij bewoners liggen (zoals Buurthuis De Geus), maar bijvoorbeeld ook bij welzijnsorganisatie Sherpa (zoals St. Joseph).
Andere plekken, zoals scholen, moskeeën en kerken, speeltuinen, jongerencentrum de Mix, gemeenschappelijke moestuinen, pleinen (zoals Oosterspoorplein), het Grafisch Atelier, sportvoorzieningen (zoals het zwembad), Jeugd en Gezin Gooi en Vechtstreek, Speelotheek, locaties voor dagbesteding, flexwerkplekken, horecazaken en winkels (winkelcentrum Seinhorst, Jumbo, Lidl, Kringloopwinkel Tomin) lenen zich goed voor ontmoeting.
Bedoeling is dat alle inwoners uit de wijk zich uitgenodigd voelen om naar het centrum te komen. Verder wordt op dit moment onderzoek gedaan naar de toekomst van het zwembad. Dit zwembad is verouderd.
Bestaande ontwikkellocatie benutten
Netwerk van ontmoetingsplekken Ambitie is een netwerk te realiseren van ontmoetingsplekken (formeel en informeel, binnen en buiten) dat verspreid ligt over de wijk en aansluit bij de behoefte van de diverse buurten en de wijk als geheel. Voor het aan de Edisonstraat gevestigde Jeugd en Gezin geldt dat deze locatie niet voldoet. Hier is ook de Speelotheek gehuisvest. Gezocht wordt naar een voor de doelgroep beter zichtbare en toegankelijke locatie in Oost. Versa Welzijn, Philadelphia W&B en Kwintes onderzoeken de mogelijkheid voor een moderne laagdrempelige voorziening waar mensen terecht kunnen voor inloop, activiteiten en (arbeidsmatige) dagbesteding.
Maak ontmoetingsplekken in de nabijheid
Gebiedsagenda 1221
35
4
Leefbaarheid, ontmoeten en spelen
Gebiedsagenda 1221 - Leefbaarheid, ontmoeten en spelen Netwerk van speelplekken voor alle leeftijden
36
Gebiedsagenda 1221
Principe 2:
Netwerk van speelplekken voor alle leeftijden Speelplekken op korte afstand Op diverse plekken in de wijk liggen speelplekken. Speelplekken zijn plekken waar zowel kinderen als (groot)ouders elkaar ontmoeten. Idealiter liggen speelplekken voor de jongste kinderen (0-4 jaar) verspreid over de wijk op een afstand van niet meer dan 300 tot 400 meter. Voor oudere kinderen (4-12 jaar) en tieners (12-18 jaar) zijn speelplekken op wat grotere afstand bereikbaar. Zeker voor de oudste doelgroep kunnen speelplekken (zoals skatepark, Cruyff Court) ook buiten 1221 gelegen zijn.
Netwerk van speelplekken Streven is een netwerk van speelplekken te realiseren dat verspreid ligt over de wijk, veilig te bereiken is en voldoet aan de behoefte van de verschillende gebruikers. Om gebruikers te verleiden langer gebruik te maken van deze speelvoorzieningen is groen belangrijk. Dit helpt tevens de gevolgen van klimaatverandering (wateroverlast, hittestress) op te vangen. Door speelplekken met bewoners op te knappen ontstaat eigenaarschap en hoeft beheer en onderhoud niet altijd bij de gemeente te liggen. Concrete initiatieven die er al liggen zijn gericht op het opknappen van speelplekken aan de Leeghwaterstraat en Galvanistraat. Deze initiatieven komen voort uit het buurtactiviteitenplan.
Bestaande speelplek
Speelplekken waar zowel kinderen als (groot)ouders elkaar ontmoeten
Gebiedsagenda 1221
37
4
Leefbaarheid, ontmoeten en spelen
Gebiedsagenda 1221 - Leefbaarheid, ontmoeten en spelen Bruisend hart voor de wijk ontwikkelen
38
Gebiedsagenda 1221
Principe 3:
Bruisend hart voor de wijk ontwikkelen Hart voor Oost ontbreekt Gezien vanuit het station biedt de omgeving Oosterspoorplein, Larenseweg, kleine Drift en Zuiderweg niet de aantrekkelijke entree naar Oost die we ons wensen. Als onderdeel van de stationsomgeving voldoet het Oosterspoorplein, maar het is geen aangename plek om elkaar te ontmoeten, activiteiten te organiseren of te verblijven. Daarnaast zorgt het tekort aan fietsparkeerplekken en als gevolg hiervan het ontbreken van handhaving voor een rommelige uitstraling en een overloop van geparkeerde fietsen richting omliggende straten. Ook zou het zoveel groener kunnen en ligt er een opgave om water op te vangen. Als onderdeel van het project Stationsgebied zijn eerder al eens wat schetsen gemaakt van hoe het gebied eruit zou kunnen zien. Dit vraagt verdere uitwerking.