CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4a - Programma van Eisen concessie

GEMEENTERAAD 10 juni 2026, gemeente HilversumBij agendapunt: Gunning WKO Stationsgebied (1959266)7.330 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Programma van Eisen Concessie ‘Warmtesysteem Stationsgebied Hilversum’

Gemeente Hilversum

Auteur

:

Inkoop gemeente Hilversum

Datum

:

16-10-2025

Versie

:

2.00

Zaaknummer

:

1738484

TenderNednummer

:

520645

INLEIDING ........................................................................................................................................ 3 1.1

Leeswijzer ................................................................................................................................ 3

1.2

Definities.................................................................................................................................. 3

Het warmtesysteem ........................................................................................................................ 5 2.1

Omschrijving Warmtesysteem ................................................................................................ 5

2.2 Bouwprogrammering, aansluitingen, aansluitcapaciteit en koude- en warmtevraag Stationsgebied Hilversum.................................................................................................................... 7 2.3

Demarcatie Warmtesysteem................................................................................................... 8

2.4

Referentie-energieconcept ..................................................................................................... 9

Programma van Eisen .................................................................................................................... 10 3.1

Eisen aan Warmtesysteem .................................................................................................... 10

Prestatie-eisen ............................................................................................................................... 10 Technische eisen ........................................................................................................................... 11 Proceseisen.................................................................................................................................... 12 3.2

Eisen aan processen .............................................................................................................. 13

Projectmanagement ...................................................................................................................... 13 Ontwerpproces .............................................................................................................................. 16 Realisatieproces............................................................................................................................. 19 Exploitatieproces ........................................................................................................................... 20 Overdrachtproces .......................................................................................................................... 22 3.3

Eisen aan overeenkomsten ................................................................................................... 22

Aansluitovereenkomst .................................................................................................................. 22 Leveringsovereenkomst ................................................................................................................ 24 Bijlagen .......................................................................................................................................... 25 4.1

Bijlage 1 – Principeschema referentie-Warmtesysteem ....................................................... 25

Pagina 2 van 25

INLEIDING 1.1 Leeswijzer In dit Programma van Eisen zijn de (prestatie- en technische) eisen aan het Warmtesysteem en de proceseisen aan de Concessie uitgewerkt. Voor de aanleiding, achtergrond, doelstelling, omschrijving en scope van de Concessie en het Warmtesysteem wordt verwezen naar de Gunningsleidraad. In paragraaf 1.2 is een overzicht gegeven van gehanteerde definities in dit Programma van Eisen (PvE). In hoofdstuk 2 is beknopt het Warmtesysteem en de context beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de eisen onderverdeeld in eisen aan het Warmtesysteem (paragraaf 3.1), aan de processen (paragraaf 3.2) en aan de overeenkomsten (paragraaf 3.3) uitgewerkt.

1.2 Definities Aanbestedingsprocedure/ Aanbesteding

een Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd door de Gemeente (met kenmerk 1738484).

Aanbestedingstukken

Alle documenten die door de Gemeente zijn verstrekt of waarnaar wordt verwezen in het kader van deze Aanbestedingsprocedure. De Concessiehouder levert op het Afleverpunt warmte en koude op gebruikstemperatuur aan de bewoners en andere gebruikers in de gebouwen. Het Afleverpunt is het demarcatiepunt tussen het Warmtesysteem en het afgiftesysteem in de woning / bedrijfsruimte. Een verbruiker in de zin van de Warmtewet. BAK staat voor Bijdrage Aansluitkosten. Dit is een éénmalige bijdrage die de gebouweigenaar per aansluiting aan de Concessiehouder betaalt voor het aansluiten op het Warmtesysteem. Met de BAK verkrijgt de Concessiehouder een deel van het benodigde kapitaal om de investeringen in het Warmtesysteem te doen. De in het Stationsgebied te ontwikkelen en realiseren bouwblokken 1 tot en met 7, met circa 380 woningen en 12.000 m2 voorzieningen, zoals aangegeven op de tekening ingevoegd bij paragraaf 1.4.1 van de Gunningsleidraad de concessie zoals beschreven in de Concessieovereenkomst. De Inschrijver waarmee de Concessieovereenkomst wordt gesloten. Het deel van het Warmtesysteem dat bestaat uit ondergrondse voorzieningen voor de

Afleverpunt

Afnemer BAK

Bouwblok(ken) (in Concessieovereenkomst Nieuwbouw genoemd)

Concessie Concessiehouder Bodemenergiesysteem

Pagina 3 van 25

Energieconcept

Energieprestatie

Gebiedsvereniging Gemeente Inschrijving

SPF

SPFwarmtesysteem

SPFruimteverwarming

SPFkoudelevering

SPFwarm tapwater

Stationsgebied Transportsysteem

onttrekking, opslag en transport van warmte en koude in de bodem. Beschrijving en schematische weergave van de verschillende onderdelen van het Warmtesysteem en hoe deze zich tot elkaar verhouden. De verhouding tussen de benodigde elektriciteit en de geleverde warmte en koude, oftewel de SPF van het Warmtesysteem. De entiteit bedoeld in paragraaf 1.5.1 van de Gunningsleidraad. De publiekrechtelijke rechtspersoon de Gemeente Hilversum. Het geheel van de aanbieding van de Inschrijver en alle aanvullende informatie die door de Gemeente in de Gunningsleidraad is opgevraagd en door Inschrijver bij de Gemeente is ingediend tijdens de Gunningsfase. Seasonal Performance Factor. Maat voor het seizoensgebonden rendement. De SPF geeft weer hoeveel nuttige energie (in kWh) er geleverd is, gedeeld door de hoeveelheid elektriciteit die daarvoor nodig is, gemeten over een heel jaar. De totale geleverde hoeveelheid nuttige warmte en koude (kWh) gedeeld door het totale elektriciteitsverbruik van het Warmtesysteem over een volledig jaar. De geleverde hoeveelheid nuttige warmte voor ruimteverwarming (kWh) gedeeld door het elektriciteitsverbruik van het Warmtesysteem voor warmtelevering over een volledig jaar. De geleverde hoeveelheid nuttige koude (kWh) gedeeld door het elektriciteitsverbruik van het Warmtesysteem voor koudelevering over een volledig jaar.

De geleverde hoeveelheid nuttige warmte (kWh) voor warm tapwater gedeeld door het elektriciteitsverbruik van het Warmtesysteem voor de levering van warm tapwater over een volledig jaar. is het gebied gelegen aan en direct ten zuidwesten van het station Hilversum. De hoofdleidingen van het Warmtesysteem. Hierop zijn de bodemenergiebronnen en de gebouwen aangesloten, via aansluitleidingen.

Pagina 4 van 25

Vastgoedontwikkelaar(s)

Warmtesysteem

Woningequivalent (weq)

De ontwikkelaars / gebouweigenaren van de Bouwblokken in het Stationsgebied, met een aansluitverplichting op het Warmtesysteem. Het duurzame systeem waarmee Warmte en Koude wordt geproduceerd, getransporteerd en geleverd ten behoeve van de Afnemers in het Stationsgebied. Het Warmtesysteem reikt vanaf de thermische opwekking - inclusief de opwekinstallaties en warmte- en koudeopslaginstallaties - tot en met de warmte- en koudelevering aan de Afnemers op de Afleverpunten. Het Warmtesysteem omvat ook de in de gebouwen opgestelde warmtepompen en de inpandige leidingen voor de warmte- en koudedistributie. De binneninstallaties voor afgifte (leidingen en installaties na de Afleverpunten, zoals de vloerverwarming) zijn geen onderdeel van het Warmtesysteem. Een woningequivalent is een eenheid van warmtevraag. In het Stationsgebied staat 1 woningequivalent (weq) voor een verwachte warmtebehoefte van circa 13 GJ/jaar en een koude behoefte van circa 1,5 GJ/jaar. De weq betreft een verwachting, geen gegarandeerde afnamehoeveelheid

HET WARMTESYSTEEM 2.1 Omschrijving Warmtesysteem Hoofdfunctie: Levering van duurzame warmte en koude aan gebouwen in het Stationsgebied Hilversum. Het Warmtesysteem dient te bestaan uit de volgende componenten: 1. Bron voor de regeneratievoorziening - Omgevingswarmte of gelijkwaardig alternatief (zoals zonnewarmte, warmte uit lucht, warmte uit drinkwater, oppervlaktewater of afvalwater) 2. Opslag - Bodemenergiesysteem (WKO-doublet, monobronnen of een andere bodemenergietechniek) met toebehoren - Verbindend leidingwerk, bekabeling - Meet- en regeltechniek (- Mogelijk tijdelijke technische ruimte ten behoeve van warmte Bouwblok 2 en 3 door Concessiehouder) - Technische ruimte in Bouwblok 4 door Vastgoedontwikkelaar te realiseren na afstemming en overleg met Concessiehouder 3. Regeneratie - Regeneratievoorziening met toebehoren ten behoeve van regeneratie met omgevingswarmte - Verbindend leidingwerk, bekabeling

Pagina 5 van 25

- Meet- en regeltechniek - Opstelruimte (ca. 120 m2 dakoppervlak). Eventueel te verdelen over meerdere daken. 4. Transport - Hoofdleidingen, bekabeling - Pompen, buffers en overige toebehoren - Meet- en regeltechniek - Technische ruimte 5. Aansluitingen - Aansluitleidingen - Gebouw-aansluitingen / Warmtewisselaars - Meet- en regeltechniek 6. Opwerking en inpandige distributie - Warmtepompen met toebehoren ten behoeve van ruimteverwarming en de levering van warmte ten behoeve van warm tapwater - Elektrische back-up voorzieningen met toebehoren - Pompen, buffers, expansievoorzieningen, waterbehandeling - Leidingen, appendages, isolatie - Meet- en regeltechniek Met de levering van warmte ten behoeve van warm tapwater wordt bedoeld dat het Warmtesysteem enkel de warmte levert, en niet het water zelf. Deze toelichting geldt ook als er in dit document, of andere Aanbestedingsdocumenten wordt gesproken van ‘levering van warm tapwater’. 7. Afgifte aan de eindgebruiker - Afleverpunt (demarcatiepunt). Dit kan een afleverset zijn, of de koppelpunten van een individuele warmtepomp met de binneninstallatie. - Meet- en regeltechniek 8. Monitoring - Meetinrichting voor het verbruik van warmte en koude per Afnemer inclusief bijbehorende communicatievoorzieningen - Systeemmonitoring (SPF, storingen, thermische balans) - Rapportage en dashboarding voor de Gebiedsvereniging.

Pagina 6 van 25

2.2 Bouwprogrammering, aansluitingen, aansluitcapaciteit en koude- en warmtevraag Stationsgebied Hilversum Bouwprogramma Wonen (aantal)

Blok 1 woningen aantal

Blok 2 woningen aantal

Blok 3 woningen aantal

74

-

-

Sociaal huur klein Sociaal huur tot liberalisatie grens Totaal sociaal

74

Middenhuur laag Middenhuur hoog Totaal middenhuur

55 9 64

-

Blok 4 woningen aantal 5 8 13

-

27 27

5 8 13

-

Blok 7 woningen aantal 5 8 13

-

Totaal

3 5 8

-

92 28 121

-

55 36 91

-

Dure huur Dure koop Dure koop GGb Totaal duur Totaal Woningen (aantal)

150

-

Blok 1 woningen aantal

Blok 2 woningen aantal

Blok 3 woningen aantal

Sociaal huur klein Sociaal huur tot liberalisatie grens Totaal sociaal

3.330 3.330

-

-

213 720 933

230 776 1.006

216 729 945

132 444 576

4.121 2.669 6.790

Middenhuur laag Middenhuur hoog Totaal middenhuur

3.850 713 4.563

2.079 2.079

-

-

-

-

-

3.850 2.792 6.642

Betaalbare koop Betaalbare koop GGB Totaal betaalbaar

1.183 1.183

3.906 1.067 4.973

470 470

240 320 560

259 345 604

243 324 567

148 198 346

5.265 3.436 8.703

Dure huur Dure koop Dure koop GGb Totaal duur Totaal Woningen (m² bvo)

9.075

7.052

610 1.434 2.044 2.514

587 240 347 1.174 2.667

632 259 373 1.264 2.873

594 243 351 1.188 2.699

362 148 214 724 1.646

2.785 2.324 1.285 6.394 28.527

Bouwprogamma Niet-wonen Kantoren Bedrijven Horeca Hotel Detailhandel/Diensten Sporten Maatschappelijk Totaal voorzieningen

12 12

Blok 1 m² bvo

Aansluitingen Woningen Kantoren Bedrijven Horeca Hotel Detailhandel/Diensten Sporten Maatschappelijk Totaal Waarvan: - Woningen - Klein zakelijk - Groot zakelijk (Hotel)

Aansluitingcapaciteit (Verwarming en tapwater) Woningen Kantoren Bedrijven Horeca Hotel

5 7 12 19 24

80

Blok 2 m² bvo 1.700 100

Bouwprogramma Totaal Waarvan: - Woningen - Klein zakelijk - Groot zakelijk (Hotel)

5

Blok 6 woningen aantal

Betaalbare koop Betaalbare koop GGB Totaal betaalbaar

Bouwprogramma Wonen (m² bvo)

42 11 53

Blok 5 woningen aantal

3 3 6

3 4 7

3 3 6

2 2 4

57 35 93

6 2 3 11 30

7 2 3 12 32

6 2 3 11 30

4 1 2 7 18

30 20 11 60 364

Blok 4 woningen aantal

Blok 3 m² bvo

Blok 5 woningen aantal

Blok 4 m² bvo

Blok 6 woningen aantal

Blok 5 m² bvo

Blok 7 woningen aantal

Blok 6 m² bvo

Totaal

Totaal m² bvo 2.592 1.330 755 5.000 1.000 295 850 11.822

Blok 7 m² bvo

195 295 2.290

892 555 805 2.252

5.000 650 5.650

1.330 100 200 1.630

-

-

-

11.365

9.304

8.164

4.297

2.873

2.699

1.646

40.349

9.075 2.290 -

7.052 2.252 -

2.514 650 5.000

2.667 1.630 -

2.873 -

2.699 -

1.646 -

28.527 6.822 5.000

Blok 1 aantal

Blok 2 aantal 150 1 1 1 1 154

80 1

-

87

-

80 7 -

1 26

1 33

24 1 1

30 3

Blok 3 kW 126 180

126 17 4 -

18 -

30

32

18

-

Blok 6 kW 136 -

18

30

-

Blok 5 kW

Totaal aantal

30 -

32

-

Blok 4 kW

Blok 7 aantal

32 -

1 1

-

-

Blok 6 aantal

30 -

1 3

331 12 21 -

Blok 5 aantal

24

3

Blok 2 kW 425 22 4 -

Blok 4 aantal -

-

150 4 -

Blok 1 kW

Blok 3 aantal

-

Blok 7 kW 128 -

364 2 1 5 1 4 1 2 380 364 15 1

Totaal kW 78 25 1.349 Pagina 7 van 34 17 28 180

Bouwprogramma Totaal Waarvan: - Woningen - Klein zakelijk - Groot zakelijk (Hotel)

Aansluitingen Woningen Kantoren Bedrijven Horeca Hotel Detailhandel/Diensten Sporten Maatschappelijk Totaal Waarvan: - Woningen - Klein zakelijk - Groot zakelijk (Hotel)

Aansluitingcapaciteit (Verwarming en tapwater) Woningen Kantoren Bedrijven Horeca Hotel Detailhandel/Diensten Sporten Maatschappelijk Totaal Waarvan: - Woningen - Klein zakelijk - Groot zakelijk (Hotel)

Warmtevraag Woningen Klein zakelijk Groot zakelijk (Hotel) Totaal

Koudevraag Woningen Klein zakelijk Groot zakelijk (Hotel) Totaal

11.365

9.304

8.164

4.297

2.873

2.699

1.646

40.349

9.075 2.290 -

7.052 2.252 -

2.514 650 5.000

2.667 1.630 -

2.873 -

2.699 -

1.646 -

28.527 6.822 5.000

Blok 1 aantal

Blok 2 aantal 150 1 1 1 1 154

80 1

-

87 80 7 -

24 1 1

30 3

Blok 4 kW

30

18

32 32

18

30

18

-

Blok 5 kW

364 2 1 5 1 4 1 2 380

30

-

-

Totaal aantal

364 15 1

-

Blok 6 kW

Blok 7 kW

126 17 4 3 150

136 -

128 -

379

126 180 8 315

136

128

Totaal kW 78 1.349 34 17 28 180 19 6 11 78 1.643

331 48 -

126 8 180

126 24 -

136 -

128 -

-

331 12 21 16 -

459 425 35 -

Blok 2 GJ

Blok 3 GJ 1.190 173 1.363

Blok 2 GJ 174 241 415

1 33

Blok 3 kW

425 22 4 3 6

Blok 1 GJ

-

1 26

Blok 7 aantal

32 -

1 1

-

-

Blok 6 aantal

30 -

1 3

1.527 124 1.651

Blok 5 aantal

24

3

Blok 2 kW

Blok 1 GJ

Blok 4 aantal -

-

150 4 -

Blok 1 kW

Blok 3 aantal

Blok 4 GJ 454 30 647 1.132

Blok 3 GJ 134 149 283

Blok 5 GJ 453 85 538

Blok 4 GJ 37 33 288 358

Blok 6 GJ 488 488

Blok 5 GJ 49 83 132

53

53

Totaal GJ 280 4.851 413 647 280 5.912

Blok 7 GJ

Totaal GJ

50 -

1.349 115 180

Blok 7 GJ 459 459

Blok 6 GJ -

78

31 -

50

31

529 506 288 1.323

Bovenstaand bouwprogramma, aansluitingen, aansluitcapaciteit en warmte- en koudevraag is een inschatting van de Gemeente op basis van het huidige bouwprogramma en het referentieenergieconcept (zie paragraaf 2.4). Het is geen gegarandeerde afnamehoeveelheid voor Concessiehouder, maar wel richtinggevend. Wijzigingen in bovenstaande uitgangspunten dient Concessiehouder mee te nemen in het ontwerpproces na gunning. Indien bovenstaande uitgangspunten wezenlijk wijzigen (zie daarvoor artikel 3 van de Driepartijenovereenkomst) heeft Concessiehouder recht op een vergoeding van de Gemeente. En zal Concessiehouder, na overeenstemming hierover, het Warmtesysteem daarop aanpassen in het ontwerpproces na Gunning.

2.3 Demarcatie Warmtesysteem Het Warmtesysteem reikt van de bron voor warmte en koude tot en met de warmte- en koudelevering aan de Afnemers op de Afleverpunten (demarcatiepunten), zie paragraaf 2.1. De systemen voor afgifte van de geleverde warmte en koude in de woningen en andere ruimtes zijn geen onderdeel van het Warmtesysteem. Hiermee bedoelen we de leidingen en installaties na de Afleverpunten in de woningen of utiliteitsruimtes, zoals de vloerverwarming en warm tapwaterleidingen. De Vastgoedontwikkelaars realiseren deze afgiftesystemen en sluiten deze aan op de Afleverpunten.

Pagina 8 van 25

2.4 Referentie-energieconcept

De Gemeente heeft voor de Concessie een referentie-energieconcept gehanteerd om uitgangspunten te bepalen. Dit systeem is hierboven schematisch weergegeven. Het referentie-energieconcept gaat uit van een WKO-doublet en collectieve warmtepompen in de gebouwen. Zoals in de Gunningsleidraad beschreven, staat het Inschrijvers vrij om hiervan af te wijken. Dit referentie-energieconcept geeft op geen enkele manier de voorkeur van de Gemeente aan.

Pagina 9 van 25

PROGRAMMA VAN EISEN Uitgangspunt in dit PvE is dat de Concessiehouder en het Warmtesysteem voldoen aan alle relevante wettelijke kaders, normen, vergunningen, gedragscodes, protocollen en richtlijnen, waaronder (maar niet uitsluitend) de Warmtewet, de bodemenergiesysteem-vergunning, de BRL SIKB 11000 certificering, protocol 11001, BRL 6000-21, NTA 8800 en ISSO 82.1 / 82.3 rekensystematiek.

3.1 Eisen aan Warmtesysteem Prestatie-eisen Eis-ID EIS-001

EIS-002

EIS-003 EIS-004

Eis-005 EIS-006 EIS-007 EIS-008 EIS-009 EIS-010 EIS-011

EIS-012

EIS-013

EIS-014 EIS-015

Eisnaam Energieprestatie1

Eistekst Het Warmtesysteem dient de gevraagde hoeveelheid warmte en koude te kunnen leveren. Hierbij gaan we uit van de eisen in de NTA 8800. Energieprestatie2 Het Warmtesysteem dient voldoende capaciteit te hebben om in de warmte- en koudebehoefte van het Stationsgebied te voorzien. Hierbij gaan we uit van de eisen in de NTA 8800. Energieprestatie3 Het Warmtesysteem dient een uptime te hebben van minimaal 99,5%. Hierbij gaan we uit van de eisen in de NTA 8800. SPFwarmtesysteem Het Warmtesysteem (bron tot en met Afleverpunt) dient een SPF van minimaal 3,0 te hebben voor het totaal aan ruimteverwarming, warm tapwater en comfortkoeling. SPFbodemenergiesysteem De minimale SPF van het Bodemenergiesysteem is 30. Het betreft hier de levering van warmte en koude op brontemperatuur. SPFruimteverwarming Het Warmtesysteem (bron tot en met Afleverpunt) dient een SPF van minimaal 4,0 te hebben voor de ruimteverwarming. SPFwarm tapwater Het Warmtesysteem (bron tot en met Afleverpunt) dient een SPF van minimaal 2,5 te hebben voor warm tapwater. SPFkoeling Het Warmtesysteem (bron tot en met Afleverpunt) dient een SPF van minimaal 25 te hebben voor comfortkoeling. Ruimteverwarming Het Warmtesysteem dient warmte te leveren die direct geschikt is voor ruimteverwarming, en afgestemd is op de binneninstallatie.

Comfortkoeling Het Warmtesysteem dient koude te leveren die direct geschikt is voor comfortkoeling, en afgestemd is op de binneninstallatie. Warm tapwater1 Het Warmtesysteem dient warmte ten behoeve van de bereiding van warm tapwater te kunnen leveren met als minimum CW3 voor woningen, en afgestemd op de binneninstallatie. Bij een decentraal opgesteld buffervat dient de comfortklasse gelijkwaardig te zijn aan minimaal CW 3. Dit dient afgestemd te worden met de Vastgoedontwikkelaar(s). Warm tapwater2 De gewenste comfortwaarde bij de utiliteit is afhankelijk van de functie en te bepalen in afstemming met de Vastgoedontwikkelaar(s). Balansbeheer Het Warmtesysteem dient volgens de voorwaarden in de vergunning in thermische balans gehouden te worden met regeneratie en monitoring. Ruimtebeslag Het Warmtesysteem dient rekening te houden met schaars beschikbare ruimte, zowel inpandig als in de buitenruimte. Overcapaciteit Op basis van het referentie-energieconcept is er een verwachte Warmtesysteem1 overcapaciteit van het Warmtesysteem van 72 weq. De Gemeente

Pagina 10 van 25

is in gesprek met partijen om deze overcapaciteit alsnog in te zetten. Het is aan Concessiehouder om deze overcapaciteit van het Warmtesysteem daadwerkelijk aangesloten te krijgen.

Technische eisen Eis-ID EIS-016

Eisnaam Bodemenergiesysteem1

EIS-017

Bodemenergiesysteem2

EIS-020

Transportsysteem1 Transportsysteem2

EIS-021

EIS-022

Regeneratievoorziening1

EIS-023

Regeneratievoorziening2

EIS-024

EIS-026

Regeneratievoorziening3 Opwerking warmte en distributie Demarcatie

EIS-027

Uitbreidbaarheid

EIS-028

Gebouwbeheersysteem Meten van verbruik Warmte en Koude

EIS-025

EIS-029

Eistekst Het Bodemenergiesysteem dient de beperkte potentie voor bodemenergie zo optimaal mogelijk te gebruiken. Dit wordt uitgedrukt in de totale hoeveelheid geleverde energie (warmte en koude) per m2 ondergronds ruimtebeslag. Voor de berekening van het ondergronds ruimtebeslag worden de oppervlaktes van de thermische bellen en tussenliggende zones opgeteld, inclusief de benodigde afstand tot andere (bestaande en toekomstige) Bodemenergiesystemen. Eis: minimaal 170 kWh/m2.jaar. De keuze voor het type Bodemenergiesysteem staat de Concessiehouder vrij.

Het Transportsysteem dient een zeer lage temperatuursysteem te zijn (5e generatie warmte- en koudenet). De zeer lage temperatuur hoofdleidingen van het Transportsysteem zijn door de Gemeente al voor een deel aangelegd. De Concessiehouder dient hierop aan te sluiten (zie bijlage 1 ‘Principeschema referentie-Warmtesysteem’). Het Warmtesysteem dient voorzien te worden van een adequate regeneratievoorziening om het Bodemenergiesysteem thermisch in balans te kunnen houden en te voldoen aan de vergunning. Bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend: een droge koeler, een luchtwater warmtepomp of PVT-panelen. Voor de regeneratievoorziening is op Bouwblok 2 en 3 maximaal 120 m² dakoppervlak beschikbaar. De Concessiehouder dient de inpassing van de regeneratievoorziening(en) af te stemmen met de Vastgoedontwikkelaar(s). Het staat Concessiehouder vrij de regeneratievoorziening over meerdere of andere dan Bouwblokken 2 en 3 te verdelen. Het staat de Concessiehouder vrij om te kiezen voor het gebruik van collectieve of individuele warmtepompen, aangesloten op het collectieve Bodemenergiesysteem. De demarcatie ligt op het Afleverpunt in de woningen of utiliteitsruimtes. De binneninstallatie valt buiten scope (zie bijlage 1 ‘Principeschema referentie-Warmtesysteem’). Het Warmtesysteem is geschikt om uit te breiden met extra Bodemenergiesystemen, distributieleidingen en aansluitingen.

Het Warmtesysteem dient uniform koppelbaar te zijn met de gebouwbeheersystemen van de verschillende Bouwblokken. Het Afleverpunt dient voorzien te zijn van een meetinrichting om het verbruik van Warmte en Koude vast te leggen.

Pagina 11 van 25

EIS-030

Ontwerp op maat

EIS-031

Afleverpunt1

EIS-032

Elektriciteit1

EIS-033

Elektriciteit2

EIS-034

Technische ruimte

Per Bouwblok / bouwfase dient een ontwerp voor de inpandige installaties van het Warmtesysteem te worden gemaakt, afgestemd met de Vastgoedontwikkelaar. De exacte locatie van elk Afleverpunt wordt in overleg met de Vastgoedontwikkelaars in het ontwerp vastgesteld. De Concessiehouder dient voor eigen rekening zorg te dragen voor de benodigde elektriciteit (aansluiting, hoeveelheid en vermogen) voor alle onderdelen van het Warmtesysteem, waaronder het Bodemenergiesysteem, de regeneratievoorziening en de warmtepompen, afgestemd met de Vastgoedontwikkelaar. Als de Concessiehouder individuele warmtepompen of andere systemen toepast die elektriciteit gebruiken in de woning of bedrijfsruimte, dient de Concessiehouder zorg te dragen voor de benodigde elektrische aansluitingen, bijvoorbeeld via separate voedingskabels, afgestemd met de Vastgoedontwikkelaar. Als de Concessiehouder kiest voor collectieve installaties per gebouw, dient de Concessiehouder de benodigde technische ruimte hiervoor tijdig af te stemmen met de vastgoedontwikkelaar(s). Als uitgangspunt kunnen de volgende oppervlaktes gehanteerd worden: tot 200 woningen: 60 – 100 m2 200 – 400 woningen: 80 – 120 m2 Tot 10.000 m2 utiliteit: 60 – 100 m2

Proceseisen Eis-ID EIS-035

Eisnaam Afstemming

EIS-036

Warm tapwater3

EIS-037

Bodemenergiesysteem3

EIS-038

Planning1

EIS-039

Planning2

Eistekst De Concessiehouder dient alle relevante aspecten van het Warmtesysteem af te stemmen met de Vastgoedontwikkelaars, ook als dit niet expliciet als eis is benoemd bij specifieke onderdelen in dit PvE. De Concessiehouder dient de aansluiting voor warm tapwater af te stemmen op de binneninstallaties met de Vastgoedontwikkelaars. De reeds verkregen vergunning voor het Bodemenergiesysteem gaat uit van het referentie-energieconcept met een WKO-doublet. Indien Concessiehouder kiest voor een andere invulling van het Bodemenergiesysteem dient hij een nieuwe/aangepaste vergunning aan te vragen. Hierbij dient de Concessiehouder rekening te houden met het Bodemenergieplan Centrum. Concessiehouder dient zich te conformeren aan de planning van Gemeente voor wat betreft de gefaseerde realisatie van de Bouwblokken. Voor de realisatie van het Warmtesysteem gelden de volgende mijlpalen: - Augustus 2026 start voorbereiding Fietsenkelder, start bouw voor 31-12-2026. - Medio 2028 start bouw van de Bouwblokken 2 en 3. Dit sluit aan op de realisatie van de ruwbouw van de fietsenkelder. - Uiterlijk eind 2029 moet het Warmtesysteem gereed zijn voor de levering van warmte en koude aan de Bouwblokken 2 en 3.

Pagina 12 van 25

EIS-040

Tijdelijke installatie

EIS-041

Samenwerking1

- Uiterlijk eind 2033 moet het Warmtesysteem gereed zijn voor de levering van warmte en koude aan de Bouwblokken 4 en 5. - Uiterlijk eind 2034 moet het Warmtesysteem gereed zijn voor de levering van warmte en koude aan de Bouwblokken 6 en 7. - Uiterlijk eind 2034 moet het Warmtesysteem gereed zijn voor de levering van warmte en koude aan de Bouwblok 1. - Uiterlijk eind 2036 moet het Warmtesysteem gereed zijn voor de levering van warmte en koude aan de overige bebouwing om de voorziene overcapaciteit aan te spreken. Omdat de technische ruimte onder Blok 4 tot en met 7 niet op tijd gereedkomt, is mogelijk een tijdelijke installatie nodig. De Concessiehouder dient bij voorkeur een oplossing uit te werken waarbij geen tijdelijke installatie nodig is. Voor het ontwerp, realisatie en exploitatie van het Warmtesysteem is Concessiehouder verplicht om met Vastgoedontwikkelaars en -eigenaren samen te werken (per projectfase zijn in paragraaf 3.2 specifieke eisen opgenomen).

3.2 Eisen aan processen Projectmanagement Eis-ID EIS-042

Eisnaam Systeemgerichte contractbeheersing

EIS-043

Projectmanagementplan1

EIS-044

Projectmanagementplan2

EIS-045

Kwaliteitsmanagement

Eistekst De Gebiedsvereniging voert systeemgerichte contractbeheersing (SCB) uit, wat inhoudt dat Concessiehouder zelf verantwoordelijk is voor het aantoonbaar voldoen aan de eisen van de Concessieovereenkomst en dit PvE. Concessiehouder stelt een projectmanagementplan op waarin hij het projectmanagement voor dit project beschrijft. Concessiehouder deelt dit plan met de Gebiedsvereniging. In het projectmanagementplan dienen ten minste de volgende onderwerpen te worden beschreven: - Projectdoelstellingen - de projectorganisatie waarin ten minste de leidinggevende functies en sleutelfuncties zijn weergegeven met hun taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden - Samenwerkingsafspraken, waarbij in ieder geval de overlegstructuur per projectfase is weergegeven. - De processen, conform het gecertificeerde kwaliteitsmanagementsysteem, die bijdragen aan het behalen van de projectdoelstellingen. - De wijze waarop kwaliteitsmanagement wordt toegepast in het projectmanagement en de processen. - De wijze waarop systeemgerichte contractbeheersing wordt ingericht door Concessiehouder. Het projectmanagement, inclusief onderliggende processen, dient gebaseerd te zijn op het kwaliteitsmanagementsysteem,

Pagina 13 van 25

EIS-046

Afwijkingen en wijzigingen

EIS-047

Projectmanagement

EIS-048

BRL SKIB

EIS-049

Risicomanagement1

EIS-050

Risicomanagement2

EIS-051

Projectplanning1

EIS-052

Projectplanning2

dat is gecertificeerd door een daartoe geaccrediteerde certificatie-instelling op basis van de vigerende versie van de norm NEN-EN-ISO 9001. Concessiehouder dient iedere afzonderlijke afwijking als bedoeld in NEN-EN-ISO 9001 te identificeren en te registreren in een afwijkingenregister en vervolgens af te handelen. Indien Concessiehouder meent dat een geconstateerde afwijking niet gecorrigeerd kan worden en van blijvende aard is, dient hij een wijzigingsvoorstel in te dienen. Het afwijkingen- en wijzigingenregister is onderdeel van de voortgangsrapportage. Concessiehouder dient zijn eigen projectmanagement minimaal jaarlijks te beoordelen, om te bepalen of het nog doeltreffend is en deelt de resultaten daarvan met de Gebiedsvereniging in de voortgangsrapportage. Concessiehouder voldoet voor het ontwerp, realisatie en beheer en onderhoud voor het ondergrondse deel van het Warmtesysteem aan de BRL SIKB 11000 en protocol 11001 en voor het bovengrondse deel is de BRL 6000-21 van toepassing. Concessiehouder dient voor het project risicomanagement toe te passen. Het gaat hierbij om het identificeren en beheersen van (projectspecifieke) risico’s. Specifiek het beheersen van risico’s door bewust omgaan met keuzes in het ontwerp, realisatie en exploitatie.

De volgende activiteiten vallen onder de noemer risicomanagement: - Inventariseren en analyseren van risico’s; - Kwantificeren van risico’s; - Vaststellen, realiseren en evalueren van beheersmaatregelen; - Opstellen en bijhouden van een risicoregister, dat onderdeel is van de voortgangsrapportage. Concessiehouder en Gebiedsvereniging stemmen samen, op daartoe geëigende momenten, risico’s en beheersmaatregelen af, met daarbij aandacht voor het treffen van beheersmaatregelen in relatie tot elkaars risico’s. Concessiehouder voert planningsmanagement uit, wat betekent dat er afstemming met de Gebiedsvereniging is over de voortgang van de werkzaamheden en het beheersen van de werkzaamheden in de tijd. Concessiehouder stelt een projectplanning op voor het gehele project: voor de ontwerp-, realisatie-, en exploitatiefase. De projectplanning wordt door Concessiehouder geactualiseerd indien de voortgang van werkzaamheden op het kritieke pad meer dan twee weken afwijkt van de geplande voortgang. In de planningen dienen in ieder geval de volgende onderdelen te worden opgenomen: - De start bouw, opleverdatum, start levering warmte en koude per bouwblok. - De aanvraag, proceduretermijn, verwachte en uiterste verstrekkingsdatum van de eventueel benodigde vergunningen en ontheffingen.

Pagina 14 van 25

EIS-053

Detailplanning

EIS-054

Voortgangsrapportage algemeen

Concessiehouder dient per fase (enkel voor ontwerp en realisatie) een detailplanning op te stellen en actueel te houden. De Concessiehouder dient de detailplanning: - Binnen vijf dagen te actualiseren nadat beheersmaatregelen van afwijkingen zijn vastgesteld. - Periodiek per projectfase te actualiseren en synchroon te laten lopen met de voortgangsrapportage. - Minimaal op te nemen: een reële inschatting van de doorlooptijden, mijlpalen, kritieke pad, en benodigde besluitmomenten van de Gebiedsvereniging. De voortgangsrapportage bevat de voortgang en planning van de werkzaamheden in lijn met het projectmanagementplan, waarbij ten minste de volgende informatie wordt verschaft: 1. Projectmanagement - Voortgang op de projectdoelstellingen. - Te nemen besluiten door en/of acties van de Gebiedsvereniging. - Managementsamenvatting van de belangrijkste ontwikkelingen van afgelopen termijn. - Overzicht van de financiële status van de concessie. - Overzicht en status van geconstateerde en afgehandelde afwijkingen en (voorstellen tot) wijzigingen (afwijkingen- en wijzigingenregister). - Voortgang (standlijn) ten opzichte van de planning. - Top 10 risico’s inclusief beheersmaatregelen en status van implementatie voor de komende termijn.

- Stand van zaken integrale veiligheid: alle relevante ontwikkelingen met betrekking tot integrale veiligheidsrisico’s en de beheersing daarvan, inclusief de veiligheidsincidenten en bijna-ongevallen uit de voorgaande termijn. 2. Ontwerp, realisatie en exploitatie - Overzicht van knelpunten in ontwerp, realisatie en exploitatie (storingen, klanttevredenheid, etc.).

EIS-055

Veiligheid en gezondheid

EIS-056

Omgevingsmanagement1

3. Omgevingsmanagement - Overzicht van knelpunten met betrekking tot omgevingsmanagement. - Voorziene communicatie met derden. - Samenvatting van alle klachten en maatregelen uit de voorgaande termijn. - Actueel overzicht van status en voortgang op vergunningen. Concessiehouder houdt zich aan alle wettelijke verplichtingen omtrent V&G-management en deelt in het kader daarvan de benodigde informatie met de Gebiedsvereniging. Concessiehouder is verantwoordelijk voor het omgevingsmanagement. Dit houdt in dat men verantwoordelijk is voor het verkrijgen van alle benodigde

Pagina 15 van 25

EIS-057

Communicatieplan

vergunningen en ontheffingen, de communicatie naar de omgeving uitvoert en klachten van omwonenden afhandelt. Direct na gunning maakt Concessiehouder een communicatieplan en bespreekt deze met Gebiedsvereniging. Dit dient te bestaan uit: - Een stakeholderanalyse waarin alle stakeholders, contactpersonen van stakeholders en belang van stakeholder bij project duidelijk worden. - De verantwoordelijkheid, taken en verantwoordelijkheden voor de communicatie binnen en buiten het project bij Concessiehouder. - De frequentie en wijze van communicatie per stakeholder - De wijze waarop klachtenafhandeling wordt ingericht.

Ontwerpproces Eis-ID EIS-058

Eisnaam Voortgangsrapportage ontwerp

EIS-059

Overlegstructuur ontwerp

EIS-060

PSU

Eistekst Concessiehouder dient in de ontwerpfase (tot start eerste Bouwblok) met een driemaandelijkse regelmaat (per kwartaal) een voortgangsrapportage op te stellen en deze minimaal één week voor het voortgangsoverleg met Gebiedsvereniging te delen. Concessiehouder organiseert en is voorzitter en notulist van de volgende overleggen: - In de ontwerpfase minimaal met maandelijkse regelmaat een ontwerpoverleg tussen Concessiehouder en Gebiedsvereniging, of zoveel vaker als nodig is. - In de ontwerpfase minimaal met driemaandelijkse regelmaat (per kwartaal) een voortgangsoverleg tussen Concessiehouder en Gebiedsvereniging. - In de ontwerpfase zoveel vaker overleg als nodig is om voldoende technische afstemming over het ontwerp te hebben. Concessiehouder dient direct na gunning een project start-up (PSU) te organiseren. Tijdens de PSU worden minimaal de volgende onderwerpen besproken: - Nadere toelichting door de Gemeente op het project en achtergrondinformatie; - Projectmanagement Concessiehouder; - Contractbeheersing Gebiedsvereniging; - Nadere clarificatie Programma van Eisen en Inschrijving; - Geïdentificeerde actuele risico’s en beheersmaatregelen.

Pagina 16 van 25

EIS-061

Energieprestatie4

EIS-062

Ontwerpfases

Het ontwerp van het Warmtesysteem is gebaseerd op en een uitwerking van het Energieconcept en berekende Energieprestatie (op basis van ISSO 82.1 / 82.3) bij Inschrijving. Op basis van het Energieconcept bij Inschrijving werkt de Concessiehouder de volgende ontwerpen van het Warmtesysteem uit, die alle ter acceptatie aan de Gebiedsvereniging worden voorgelegd: Voorlopig ontwerp (VO) dat minimaal bestaat uit: - Ontwerpnota VO waarin alle gemaakte ontwerpkeuzes zijn vastgelegd en aangegeven wordt hoe aan alle relevante prestatie- en technische eisen is voldaan. - Het ontwerp VO beschreven in tekeningen, schema’s en berekeningen passend bij het detailniveau van VO. De tekeningen bevatten in ieder geval situatietekeningen, plattegronden, doorsnedes en zijn voorzien van maatvoering en werk- en kadastrale grenzen. 2. Definitief ontwerp (DO) dat minimaal bestaat uit: - Ontwerpnota DO waarin alle gemaakte ontwerpkeuzes zijn vastgelegd en aangegeven wordt hoe aan alle relevante prestatie- en technische eisen is voldaan. - Het ontwerp DO beschreven in tekeningen en berekeningen passend bij het detailniveau van DO en gereed voor aanvraag omgevingsvergunning. De tekeningen bevatten in ieder geval situatietekeningen, plattegronden, doorsnedes en zijn voorzien van maatvoering, maatgevende detailleringen en productspecificaties. 3.

Uitvoeringsgereed ontwerp (UO) dat minimaal bestaat uit: - Uitvoeringsnota waarin de afwijkingen en aanvullingen ten opzichte van ontwerpnota DO zijn vastgelegd, de overgebleven veiligheidsrisico’s, wijze van uitvoering en beheer en onderhoud is uitgewerkt. - Het ontwerp UO beschreven in tekeningen en berekeningen passend bij het detailniveau van UO. De tekeningen bevatten in ieder geval de gedetailleerde maatvoeringstekeningen voor uitvoering.

EIS-063

Onderzoeken

Concessiehouder voert voor eigen rekening en risico alle relevante onderzoeken uit in de ontwerpfase die benodigd zijn om tot realisatie over te gaan en benodigd zijn voor de relevante vergunningen en ontheffingen. Alle benodigde werkzaamheden volgend uit deze onderzoeken zijn voor rekening en risico van Concessiehouder.

Pagina 17 van 25

EIS-064

EIS-065

EIS-066

EIS-067

EIS-068

EIS-069

EIS-070

EIS-071

EIS-072

EIS-073

Gefaseerd ontwerpen1

Het staat Concessiehouder vrij om het Warmtesysteem, in afstemming op de planning van de Bouwblokken, gefaseerd te ontwerpen. Gefaseerd ontwerpen2 Concessiehouder dient bij indiening van het eerste ontwerp inzicht te geven in het integraal functioneren van het Warmtesysteem. Dit betekent dat alle onderdelen benoemd in paragraaf 2.1 ‘Omschrijving Warmtesysteem’ onderdeel zijn van het eerste ontwerp, waarbij bijvoorbeeld de verdere uitwerking per Bouwblok vervolgens gefaseerd verder ontworpen wordt. Gefaseerd ontwerpen3 Concessiehouder dient bij alle opvolgende ontwerpen de impact op het integraal functioneren van het Warmtesysteem inzichtelijk te maken. Afstemming Per Bouwblok/bouwfase (meerdere Bouwblokken gelijktijdig) Vastgoedontwikkelaars1 dient de Concessiehouder het ontwerp van dat deel van het Warmtesysteem af te stemmen met de Vastgoedontwikkelaar. Dit betreft in ieder geval de inpassing van de installaties en leidingen in de gebouwen, de aansluitingen van het Afleverpunt op de binneninstallaties en koppeling met het gebouwbeheersysteem. Afstemming Concessiehouder en Vastgoedontwikkelaars dienen bij het Vastgoedontwikkelaars2 ontwerpen van het Warmtesysteem zo efficiënt mogelijk de ruimte in het gebouw te gebruiken en een zo energie-efficiënt mogelijk Warmtesysteem te realiseren.

Aanvangscertificaat1 Na acceptatie van het UO van een deel van het Warmtesysteem (per bouwblok / bouwfase) vraagt Concessiehouder een aanvangscertificaat aan bij de Gebiedsvereniging om te mogen starten met de realisatie. Aanvangscertificaat2 Bij aanvraag voor een aanvangscertificaat levert Concessiehouder minimaal het volgende aan bij de Gebiedsvereniging: - Geaccepteerd UO. - Realisatieplanning. - Akkoord van Vastgoedontwikkelaar op geaccepteerd UO en overzicht van afstemming van uitvoeringswerkzaamheden tussen Vastgoedontwikkelaar en Concessiehouder. - Alle benodigde en verleende vergunningen en/of ontheffingen. Ontwerpplanning Concessiehouder stelt een detailplanning voor de ontwerpfase, zijnde de ontwerpplanning, op en houdt deze actueel. OmgevingsConcessiehouder dient alle relevante stakeholders te management2 informeren en, indien benodigd, te laten participeren over/bij het ontwerp van het Warmtesysteem. OmgevingsConcessiehouder dient op eigen initiatief, rekening en risico management3 met alle relevante stakeholders (zoals bijvoorbeeld bevoegd gezag, brandweer, omwonenden, etc.) afstemming te hebben over het ontwerp en de realisatie van het Warmtesysteem.

Pagina 18 van 25

Realisatieproces Eis-ID EIS-074

Eisnaam Voortgangsrapportage realisatie

EIS-075

Overlegstructuur realisatie

EIS-076

Realisatieplanning

EIS-077

Kwaliteitsborging1

EIS-078

Kwaliteitsborging2

EIS-079

Kwaliteitsborging3

EIS-080

Omgevingsmanagement4

EIS-081

Omgevingsmanagement5 Omgevingsmanagement6

EIS-082

EIS-083

Aansluiten1

EIS-084

Aansluiten2

EIS-085

Opleveren1

Eistekst Concessiehouder dient in realisatiefase (vanaf start bouw van eerste Bouwblok tot en met oplevering van het laatste Bouwblok) met een zesmaandelijkse regelmaat (per half jaar) een voortgangsrapportage op te stellen en minimaal twee weken voor het voortgangsoverleg met de Gebiedsvereniging te delen. Concessiehouder organiseert en is voorzitter en notulist van de volgende overleggen: - In de realisatie minimaal met zesmaandelijkse regelmaat (per half jaar) een voortgangsoverleg tussen Concessiehouder en Gebiedsvereniging. - In de realisatiefase zoveel vaker overleg als nodig is om voldoende technische afstemming over realisatie te hebben. Concessiehouder stelt een detailplanning voor de realisatiefase, zijnde de realisatieplanning, op en houdt deze actueel. Er vindt geen toezicht tijdens de realisatie vanuit de Gebiedsvereniging plaats. Concessiehouder dient een onafhankelijke kwaliteitsborger te contracteren die gedurende de realisatie de kwaliteit van het Warmtesysteem borgt. Concessiehouder dient alle benodigde testen, keuringen, kwaliteitscontrole etc. tijdens de realisatie uit te voeren om de kwaliteit te borgen. Concessiehouder dient de resultaten van de kwaliteitsborging (toetsen, keuringen, kwaliteitscontrole, etc.) op te nemen in de voortgangsrapportage.

Concessiehouder informeert alle relevante stakeholders over de start en voortgang van de realisatie van het Warmtesysteem. Concessiehouder voert alle mogelijke maatregelen uit om de overlast voor de omgeving tijdens realisatie te beperken. Concessiehouder stelt alle relevante stakeholders in de gelegenheid om eventuele klachten of meldingen tijdens de realisatie aan Concessiehouder te doen en deze zo spoedig mogelijk af te handelen. Concessiehouder zal uiterlijk 3 maanden voor de geplande oplevering van een Bouwblok / bouwfase de aansluiting van dat Bouwblok / die bouwfase op het collectieve Bodemenergiesysteem realiseren. De voorwaarden op basis waarvan een Bouwblok / bouwfase op het collectieve Bodemenergiesysteem wordt aangesloten, worden vastgelegd tussen Concessiehouder en Vastgoedontwikkelaar in de aansluitovereenkomst. Concessiehouder kan zelf de fasering bepalen waarin het Warmtesysteem wordt opgeleverd, zolang dit in lijn is met de planning van Gebiedsvereniging.

Pagina 19 van 25

EIS-086

Opleveren2

EIS-087

Opleveren3

EIS-088

Opleveren4

EIS-089

Beheer en onderhoudsplan

EIS-090

Opleverdossier

EIS-091

Oplevercertificaat

Voor elke gefaseerde oplevering wordt de Gebiedsvereniging in de gelegenheid gesteld om 4 weken voor oplevering een vooropname te doen. Alle eventuele gebreken en restpunten uit de vooropname dienen door Concessiehouder voor oplevering opgelost te zijn. Bij oplevering dient Concessiehouder het functioneren van (een deel van) het Warmtesysteem aan te tonen conform de gestelde eisen door middel van het opleverdossier. Concessiehouder stelt een beheer en onderhoudsplan op bij oplevering van het gehele Warmtesysteem, minimaal bestaande uit: - Wijze van invulling van het gehele beheer en onderhoud (storings-, vervangingsonderhoud, klantenservice, helpdesk, storingsdienst, bemetering, etc.). - Wijze van invulling van meting klanttevredenheid. - Wijze van rapporteren op Energieprestatie. Concessiehouder dient het opleverdossier in bij oplevering van (een deel van) het Warmtesysteem, dat minimaal bestaat uit: - Alle door Gebiedsvereniging c.q. bevoegd gezag goedgekeurde ontwerpdocumenten en tekeningen. - Revisietekeningen, berekeningen, etc. - Keuringsrapporten, kwaliteits-, productcertificaten, garanties waaruit blijkt dat aan gestelde eisen wordt voldaan. - De op het werk van toepassing zijnde vergunningen. - Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) en beheer en onderhoudsplan, conform NEN 2767 en NTA 8800. - Door partijen ondertekende aansluitovereenkomsten.

- Door Concessiehouder te hanteren leveringsovereenkomst. - Afwijkingen- en wijzigingenregister. - V&G-dossier. Na acceptatie van het Opleverdossier en de feitelijke inbedrijfstelling van (deel van) het Warmtesysteem geeft de Gebiedsvereniging een oplevercertificaat af, als start van de exploitatieperiode.

Exploitatieproces Eis-ID EIS-092

Eisnaam Voortgangsrapportage exploitatie

EIS-093

Overlegstructuur exploitatie Energieprestatie5

EIS-094

Eistekst Concessiehouder dient in de exploitatiefase (na oplevering laatste Bouwblok en start exploitatieperiode) met een éénjaarlijkse regelmaat een voortgangsrapportage op te stellen en minimaal twee weken voor het voortgangsoverleg met Gebiedsvereniging te delen. Concessiehouder organiseert en is voorzitter en notulist van het jaarlijkse voortgangsoverleg. Vanaf het eerste jaar van de exploitatieperiode dient het Warmtesysteem de Energieprestatie en leveringsbetrouwbaarheid te halen.

Pagina 20 van 25

EIS-095

EIS-096

EIS-097

EIS-098

EIS-099

EIS-100

EIS-101

EIS-102

EIS-103

EIS-104 EIS-105

Energieprestatie6

Gedurende de exploitatieperiode dient Concessiehouder te rapporteren over de Energieprestatie en leveringsbetrouwbaarheid van het Warmtesysteem in de Voortgangsrapportage. Beheer en onderhoud Concessiehouder is volledig verantwoordelijk voor deugdelijk beheer en onderhoud gedurende de ingroei- en exploitatieperiode van de Concessie. Onderhoudsconditie1 Concessiehouder dient periodiek de onderhoudsconditie van (ieder deel van) het Warmtesysteem te inspecteren door middel van het uitvoeren van NEN 2767 conditiemetingen. Onderhoudsconditie2 Op basis van de resultaten van deze conditiemetingen dient Concessiehouder minimaal elke 10 jaar van (ieder deel van) het Warmtesysteem het MJOP te herijken. Onderhoudsconditie3 Concessiehouder dient uiterlijk 2 jaar voor einde van de exploitatieperiode een conditiemeting uit te voeren en alle eventuele gebreken hieruit tijdig te herstellen. Vervangingsonderhoud Op basis van de resultaten van de conditiemetingen en vanuit het MJOP dient Concessiehouder al het benodigde vervangingsonderhoud gedurende de exploitatieperiode uit te voeren. Storingsonderhoud1 Concessiehouder dient al het benodigde storingsonderhoud zo snel en zo goed mogelijk uit te voeren conform onderstaande storingsregimes en hersteltijden.

Type storingen1 Concessiehouder dient storingen als volgt af te handelen: - Storing categorie 1: storingsregime 24/7 (0:00-24:00), functioneel herstel binnen 4 uur, definitief herstel binnen 5 werkdagen. - Storing categorie 2: storingsregime 24/7 (0:00-24:00), functioneel herstel binnen 12 uur, definitief herstel binnen 10 werkdagen. - - Storing categorie 3: storingsregime 12/5 (7:00-19:00 uur), functioneel herstel binnen 48 uur, definitief herstel binnen 10 werkdagen Type storingen2 Concessiehouder dient storingen als volgt te categoriseren: - Storing categorie 1: storing op veiligheid & gezondheid, wet- en regelgeving, bedrijfsveiligheid, leveringszekerheid, geen levering warmte in woning / utiliteit. - Storing categorie 2: storing waarbij de Energieprestatie en leveringszekerheid van het Warmtesysteem direct in gedrang komt (niet voldoen aan prestatie- / technische eisen), geen levering koude in woning / utiliteit. - - Storing categorie 3: storing waarbij de prestaties van Warmtesysteem niet voldoen aan prestatie- / technische eisen maar niet direct het functioneren van gehele Warmtesysteem beïnvloeden. Klantenservice Concessiehouder dient te beschikken over een klantenservice die 24/7 bereikbaar en beschikbaar is, alle dagen van het jaar. Helpdesk Concessiehouder dient te beschikken over een klantenservice die voor Afnemers van warmte en koude tevens als helpdesk

Pagina 21 van 25

EIS-106

Storingsdienst

EIS-107

Klanttevredenheid

EIS-108

Bemetering

dient en bereikbaar is tijdens werkdagen minimaal van 9:0017:00 uur. Concessiehouder dient een storingsdienst in bedrijf te hebben dat invulling kan geven aan de storingsregimes en hersteltijden van de benoemde type storingen. De Gebiedsvereniging stuurt niet zelf op klanttevredenheid. Dit dient onderdeel te zijn van Kwaliteitsmanagementsysteem van Concessiehouder. Concessiehouder rapporteert in voortgangsrapportage op aantal storingen en afhandeling daarvan en klanttevredenheid meting onder Afnemers van Concessiehouder. Concessiehouder dient individuele bemetering van iedere Afnemer van warmte/koude te realiseren, op basis waarvan facturering van de geleverde warmte/koude plaatsvindt.

Overdrachtproces Eis-ID EIS-109

Eisnaam Onderhoudsconditie4

EIS-110

Overdracht1

EIS-111

Overdracht2

EIS-112

Overdracht3

EIS-113

Overdrachtsdossier

Eistekst Bij einde exploitatieperiode dient het Warmtesysteem goed te functioneren en in goede onderhoudsstaat te zijn. Het Warmtesysteem dient een gemiddelde conditiescore conform NEN 2767 van 2 te hebben, waarbij afzonderlijke installatieonderdelen geen conditiescore hoger dan 3 mogen hebben. Bij overdracht wordt de Gebiedsvereniging in de gelegenheid gesteld om 3 maanden voor overdracht een vooropname te doen. Alle eventuele gebreken en restpunten uit de vooropname dienen door Concessiehouder voor overdracht opgelost te zijn. Bij overdracht dient Concessiehouder het functioneren van het Warmtesysteem aan te tonen conform de gestelde eisen door middel van het overdrachtsdossier. Dit overdrachtsdossier dient minimaal te bestaan uit: - Actuele revisietekeningen van het Warmtesysteem. - Conditiemeting en opname van alle installatieonderdelen waaruit blijkt dat Warmtesysteem voldoet aan de gestelde eisen bij overdracht.

3.3 Eisen aan overeenkomsten Aansluitovereenkomst Eis-ID EIS-114

EIS-115 EIS-116

Eisnaam Voorwaarden en tarieven aansluitovereenkomst Voorwaarden aansluitovereenkomst Wetgeving aansluitovereenkomst

Eistekst De aansluitovereenkomst moet voldoen aan de voorwaarden en tarieven in de Concessieovereenkomst, waaronder het PvE en de financiële bijlage. De voorwaarden in de aansluitovereenkomst moeten redelijk en marktconform zijn. De Aansluitovereenkomst moet in lijn zijn met het bij of krachtens de wet gestelde, waarbij dwingend recht – ook van

Pagina 22 van 25

EIS-117

Inhoud aansluitovereenkomst

EIS-118

Demarcatielijst

EIS-119

Overdracht4

EIS-120

Kettingbeding

na sluiting van de Concessieovereenkomst – prevaleert boven de Concessieovereenkomst. In de aansluitovereenkomst zullen afspraken worden vastgelegd over: - het ontwerp, de realisatieplanning en fasering van de realisatie van: (i) het Warmtesysteem, (ii) de aansluiting daarop van de betreffende Bouwblok of overige bebouwing (iii) het deel van het Warmtesysteem gelegen binnen het gebouw en (iv) de aansluiting op de binneninstallatie. - het testen van het Warmtesysteem. - de exacte inpandige locaties van het opweksysteem en de manier waarop de warmte en koude wordt opgewekt. - hoe de in de gebouw aanwezige onderdelen van de benodigde elektriciteit worden voorzien. - het ontwerp van de technische ruimte en de inpandige distributie (tracé, wijze van ophanging, afwerking en benodigde doorvoeren). - de karakteristieken van het Afleverpunt, zoals aan te wijzen in de leveringsovereenkomst. - de bereikbaarheid van- en toegang tot het gebouw en (technische) ruimtes waar de opweksystemen en de Binneninstallaties zijn geplaatst. - de wijze waarop leveringsovereenkomsten tot stand komt tussen de (toekomstige) Afnemers en de Concessiehouder. - over (niet-tijdige) ingebruikname van het Warmtesysteem en tijdelijke voorzieningen voor de periode. - over vergunningen, aansprakelijkheid, verzekeringen en ontbinding.

In de aansluitovereenkomst zal een demarcatielijst worden opgenomen waaruit de verantwoordelijkheden van de Concessiehouder en de Vastgoedontwikkelaar volgen. Daarbij moet duidelijk zijn dat de Vastgoedeigenaar verantwoordelijk is voor het borgen dat diegenen die woonachtig of gevestigd zijn in het gebouw, een leveringsovereenkomst zullen sluiten met Concessiehouder en tevens te borgen dat ook opvolgende bewoners/huurders/kopers deze leveringsovereenkomst zullen sluiten met Concessiehouder. In de aansluitovereenkomst moet worden geborgd dat de aansluitovereenkomst kan worden overgedragen conform de Concessieovereenkomst. In de aansluitovereenkomst zal een modelbepaling van de Concessiehouder worden opgenomen die de Vastgoedontwikkelaar in iedere koopovereenkomst als kettingbeding dient op te nemen, welke bepaling in ieder geval bevat: (i) de verplichting om een leveringsovereenkomst te sluiten en in stand te laten, (ii) de verplichting om de aansluiting op het Warmtesysteem in stand te houden en (iii)

Pagina 23 van 25

EIS-121

Overige zaken

het verbod om zelf additionele warmte en koude op te wekken. Alle overige zaken die bij of krachtens wet afgestemd moeten worden tussen de Concessiehouder en Vastgoedontwikkelaar.

Leveringsovereenkomst Eis-ID EIS-122

EIS-123 EIS-124

Eisnaam Voorwaarden en tarieven leveringsovereenkomst Voorwaarden leveringsovereenkomst Wetgeving leveringsovereenkomst

EIS-125

Afleverpunt2

EIS-126

Inzicht in gebruik

EIS-127

Warmtewet

EIS-128

Monitoring

EIS-129

Overdracht5

Eistekst De leveringsovereenkomst moet voldoen aan de voorwaarden en tarieven in de Concessieovereenkomst, waaronder het PvE en de financiële bijlage. De voorwaarden in de leveringsovereenkomst moeten redelijk en marktconform zijn. De leveringsovereenkomst moet in lijn zijn met het bij of krachtens de wet gestelde, waarbij dwingend recht – ook van na sluiting van de Concessieovereenkomst – prevaleert boven de Concessieovereenkomst. In de leveringsovereenkomst zullen afspraken worden vastgelegd over de karakteristieken van het Afleverpunt, zoals voorgeschreven op basis van de aansluitovereenkomst. In de leveringsovereenkomst moet Concessiehouder Afnemers 24/7 inzicht bieden in hun warmte en koude gebruik. Ingeval van aansluitingen tot 100 kW, dient de leveringsovereenkomst te- voldoen aan de Warmtewet en de daarop gebaseerde, en opvolgende, regelgeving en beleid. Concessiehouder biedt Afnemers overzichten van de storingen en andere voor Afnemers relevante monitoringdata. In de leveringsovereenkomst moet worden geborgd dat de leveringsovereenkomst kan worden overgedragen conform de Concessieovereenkomst.

Pagina 24 van 25

BIJLAGEN 4.1 Bijlage 1 – Principeschema referentie-Warmtesysteem In onderstaand principeschema is rood gearceerd aangegeven welk deel van het Warmtesysteem in de openbare ruimte ligt.

Pagina 25 van 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=7def8801-6e21-404e-bb09-ec3cb91f6542